Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Dinkelland Tubbergen 20241.LEESWIJZER Voor u ligt het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) fysieke leefomgeving Dinkelland Tubbergen 2024 (VTH-beleidsplan 2024). Met dit beleidsplan leggen wij als college de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van de VTH- taken op basis van de Omgevingswet. Hiermee dragen we vanuit VTH bij aan een gezonde, veilige en duurzame fysieke leefomgeving. Dit beleidsplan gaat niet over regels waaraan gebruikers van de fysieke leefomgeving zich moeten houden, maar over hoe wij als gemeente wensen te sturen op de uitvoering en de naleving van de vastgestelde regels op het gebied van bouwen en ruimtelijke ordening. Wij voeren onze taken uit daar waar het effect op de fysieke leefomgeving het grootst is en waar de naleving op dit moment het slechtst is. Dit doen wij op basis van een risicoanalyse. De wijze waarop we dit doen is vastgelegd in dit document. Voor de opbouw van dit beleidsplan volgen wij de Big 8 cyclus. In het eerste hoofdstuk lichten wij deze Big-8 cyclus toe met een korte beschrijving per onderdeel. Vervolgens hebben wij deze onderdelen per hoofdstuk nader uitgewerkt. In hoofdstuk 2 “Strategische beleidskader” gaan we in op de uitdagingen waar we voor staan, de doelen die we willen bereiken en de prioriteiten die we hierbij stellen. In hoofdstuk 3 “Operationeel beleidskader” geven we inzicht welke strategieën we hiervoor toepassen. Hoe wij de relatie leggen tussen beleid en de uitvoering is beschreven in hoofdstuk 4 “Planning & Control” Hoofstuk 5 “Voorbereiden en uitvoeren” gaat over het borgen van de kwaliteit van de uitvoering binnen onze organisatie. Hoe wij monitoren is beschreven in hoofdstuk 6 “Monitoren”. Tot slot is in hoofdstuk 7 “Rapportage en Evaluatie” inzicht gegeven op welke wijze wij invulling gegeven aan de rapportage en evaluatieverplichting waarmee we de Big-8 cyclus sluitend maken. Het succes van het in dit beleidsplan beschreven beleid staat of valt bij de uitvoering ervan. Vaststelling van dit VTH-beleid is slechts stap één. De volgende stap is de implementatie van dit beleid in de organisatie en in ons dagelijks werk. Aan de hand van het plan-do-check-act principe houden wij het beleidsplan actueel. 2.SAMENVATTING Voor u ligt het Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) fysieke leefomgeving Dinkelland Tubbergen 2024 (VTH-beleidsplan 2024). Met dit beleidsplan leggen wij als college de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van de VTH- taken op basis van de Omgevingswet. Hiermee dragen we vanuit VTH bij aan een gezonde, veilige en duurzame fysieke leefomgeving. Doelen “Wij werken aan optimale bescherming en duurzame benutting van de veilige en gezonde fysieke leefomgeving; veilig wonen, werken en leven”. Dit is het hoofddoel van ons VTH beleid en is afgeleid van de doelstelling van de Omgevingswet. Dit algemene doel is uitgewerkt in concrete doelstellingen met betrekking tot de thema’s dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën zoals opgenomen in onze Verordening uitvoering en handhaving. Daarnaast hebben we inhoudelijke doelen gesteld voor het: waarborgen constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid; waarborgen kwaliteit leefomgeving. Waarborgen constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid; Wij moeten ervoor zorgen dat wat er binnen onze gemeente gebouwd wordt voldoet aan constructieve veiligheid, brandveilig, duurzaamheid en gezondheid. Om dit te waarborgen toetsen wij het bouwtechnische onderdeel van de aanvraag aan de hand van een vastgesteld toetsprotocol. Het toezicht op deze bouwwerken doen wij aan de hand van de toezichtsmatrix. Waarborgen kwaliteit leefomgeving. Wij moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen onze gemeente geborgd blijft. Daarom toetsen wij aanvragen voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Tevens houden wij hier toezicht op. Wij maken hierbij onderscheid naar kwaliteiten per taakveld. Prioriteiten Aan de hand van een probleemanalyse (welke uitdagingen hebben we?) en een risicoanalyse (welke risico’s brengt dit met zich?) hebben we prioriteiten gesteld. We geven prioriteit aan onderwerpen waar de problemen en risico’s het grootst zijn. Strategieën Hoe we taken uitvoeren om de gestelde doelen te bereiken hebben we vastgelegd vijf VTH-strategieën: preventiestrategie, vergunningenstrategie, toezichtstrategie, handhaving strategie en afwegingskader gedogen. Borging Om VTH-beleid goed te kunnen uitvoeren is het belangrijk dat we de basisvoorwaarden goed geregeld hebben. Dit zijn onze financiële- en personele middelen en digitale systemen. De borging van de kwaliteit van de uitvoering vindt plaats in het uitvoeringsprogramma, protocollen, werkinstructies en in afstemming met ketenpartners. Evaluatie We evalueren het VTH-beleid periodiek en waar nodig stellen we het beleid bij. Jaarlijks evalueren we in hoeverre we de vastgestelde doelen hebben behaald. Dit doen we via het uitvoeringsprogramma, tussentijdse monitoringsrapportage en het jaarverslag. 3.BELEIDS- EN UITVOERINGSCYCLUS 3.1Inleiding Een veilige, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving is een groot goed, maar niet vanzelfsprekend. Het vraagt de nodige inspanningen van inwoners en bedrijven om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te behouden en waar mogelijk te versterken. De overheid, en vooral wij als gemeente, hebben een belangrijke taak in het bewaken en het bevorderen ervan. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) zijn instrumenten die wij hiervoor kunnen inzetten. Dit beleidsplan gaat over de wijze waarop wij deze instrumenten inzetten om de gestelde doelen te bereiken. 3.2Procescriteria beleidscyclus VTH-taken Dit beleidsplan VTH is onderdeel van de beleidscyclus zoals beschreven in afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit (Ob). Hierin staan de minimumeisen waaraan elke professionele VTH-organisatie moet voldoen: de procescriteria. De procescriteria vormen twee cycli, een beleidvormende (strategische) cyclus en een uitvoerende (operationele) cyclus. Op het snijvlak van beide cycli ligt het uitvoeringsprogramma. De beleidvormende cyclus is voornamelijk het domein van de gemeente. Hier worden de kaders geformuleerd voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoerende cyclus ligt deels bij omgevingsdiensten en deels bij de gemeente zelf. Het samenhangende geheel van beide cycli wordt ook wel BIG- 8 genoemd. Dit model maakt vanuit een strategisch kader de vertaling naar operationeel beleid voor kwaliteitsborging samen met een sluitende planning- en controlcyclus. Door deze cycli te volgen, wordt de cyclus, die begint bij het opstellen van het beleid en via de uitvoering uiteindelijk leidt tot het bijstellen van het beleid, gesloten. Strategisch beleidskader: het beleidsplan VTH Dit beleidsplan VTH vormt samen met het VTH-beleid Twente binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. Dit beleidskader is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen en prioriteiten over de uitvoering en afspraken over samenwerking. Operationeel beleidskader In het operationele beleidskader vertalen we prioriteiten en doelstellingen in concrete strategieën en objectieve criteria. Planning en Control: het uitvoeringsprogramma VTH We werken op basis van een jaarlijks uitvoeringsprogramma dat door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld en aan de gemeenteraad is aangeboden. In het uitvoeringsprogramma zijn zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uitgewerkt en als concrete activiteiten benoemd, inclusief de capaciteit die daar bij hoort. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken is gewaarborgd. Hiervoor zijn ten minste geborgd: Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Functiescheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken en toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen. Monitoring We werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee bepalen we of doelstellingen zijn behaald. Rapportage en evaluatie We verantwoorden met een jaarverslag VTH, waarin we rapporteren over de in het uitvoeringsprogramma geplande en uit te voeren activiteiten. Hierin verantwoorden we ook in hoeverre de uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen. Aan de hand van deze rapportage beoordelen we of we het beleidsplan moeten bijstellen (aanpassen). 4.STRATEGISCH BELEIDSKADER 4.1Inleiding VTH-beleid begint met het besef van de vraagstukken die er liggen in de fysieke leefomgeving en de rol die wij daarin nemen als gemeente. De risico’s die de veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid van de fysieke leefomgeving bedreigen vormen de kern van de uitdaging waarvoor we staan. Aan de hand van een probleemanalyse brengen wij deze in beeld en stellen wij prioriteiten met meetbare doelstellingen. 4.2Missie en visie Missie en visie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een bedrijfsvoeringsorganisatie voor de gemeente Dinkelland en de gemeente Tubbergen. Deze organisatie geeft uitvoering aan de politieke en bestuurlijke wensen en wettelijke taken. De verschillende politieke en bestuurlijke wensen zijn te vinden in strategische documenten, zoals MijnOmgevingsvisie, het coalitieakkoord van Tubbergen en het collegeakkoord van Dinkelland. De visie op de ambtelijke organisatie is in 2013 vastgelegd in de “visie op de nieuwe ambtelijke organisatie gemeenten Tubbergen en Dinkelland”. Deze organisatievisie gaat uit van de kracht van de samenleving “meer samenleving, minder overheid” en krijgt invulling aan de hand van de kernwaarden: Ondernemend, Zakelijk en Betrokken. Deze kernwaarden geven aan waar onze gemeentebesturen op kunnen bouwen, waar de samenleving vanuit mag gaan en waar we elkaar binnen de ambtelijke organisatie op aan kunnen spreken. De kernwaarden vormen daarmee de identiteit van onze ambtelijke organisatie. De kernwaarden zijn een leidraad voor ons dagelijks handelen. Dit doen wij onder de organisatieboodschap “Wij weten wat er speelt en doen wat nodig is”. MijnOmgevingsvisie In 2021 heeft de gemeenteraad van Tubbergen en de gemeenteraad van Dinkelland respectievelijk MijnOmgevingsvisie Tubbergen en MijnOmgevingsvisie Dinkelland vastgesteld. Beide visies zijn inhoudelijk gelijk en worden verder aangeduid als MijnOmgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie gaat over de toekomst van onze leefomgeving; de visie van de samenleving én gemeente. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan wat willen we behouden, versterken en ontwikkelen. MijnOmgevingsvisie gaat in op: de uitdagingen die op ons afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe we daarop in kunnen spelen (speerpunten); hoe we plannen die bewoners of ondernemers inbrengen willen afwegen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). De uitdagingen die op ons afkomen zijn onderverdeeld in een 3-tal thema’s en uitgewerkt in 11 speerpunten. Deze speerpunten vormen de hoofddoelen ten aanzien van de uitdagingen in de fysieke leefomgeving. Buitengebied in balans toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur Leefbare kernen behouden en versterken van ons veelzijdige cultuurlandschap; versterken van de biodiversiteit; behouden en versterken van natuur en landgoederen. Leefomgeving van de toekomst voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Collegeakkoord Dinkelland De gemeenteraad van Dinkelland heeft op 19 april 2022 het raadsakkoord “Vernieuwend van start” vastgesteld. Dit raadsakkoord bevat de bestuurlijke ambities en doelen voor de komende 4 jaar. De ambities en doelen uit het raadsakkoord zijn op inhoud, financiën en personele capaciteit nader uitgewerkt en vertaalt in een collegeakkoord met de titel “Vernieuwen, verbinden en versterken.” Met het collegeakkoord wordt voor de komende vier jaar op het vlak van de fysieke leefomgeving invulling gegeven aan de uitdagingen op de thema’s en speerpunten uit MijnOmgevingsvisie. Daarnaast wordt ingezet op een verdere doorontwikkeling van het Samenlevingsgericht werken. Coalitieakkoord Tubbergen De gemeenteraad van Tubbergen heeft op 13 juli 2022 het coalitieakkoord “En noe, met mekaar, vedan!” vastgesteld. Een akkoord dat onze richting voor de komende vier jaar verwoord: Samen en vooruit! . Met het coalitieakkoord wordt voor de komende vier jaar op het vlak van de fysieke leefomgeving invulling gegeven aan de uitdagingen op de thema’s en speerpunten uit MijnOmgevingsvisie. Daarnaast wordt ingezet op een verdere doorontwikkeling van het Samenlevingsgericht werken. Visie op VTH-beleid Onze VTH-inzet is gericht op het waarborgen van de kwaliteit, de leefbaarheid en de veiligheid van de fysieke leefomgeving en deze waar nodig te verbeteren. De kern van ons VTH-beleid is om de risico’s van niet-naleving van regels te beperken. Hierbij hanteren wij bij het uitvoeren van onze VTH-taken de volgende zes uitgangspunten: Vertrouwen in de samenleving. Wij vertrouwen erop dat inwoners en bedrijven de regels naleven en er alles aan doen om risico’s en nadelige effecten voor de maatschappij te voorkomen. De grote meerderheid van de mensen is van goede wil. Regelgeving is complex en voor de meeste inwoners geen dagelijkse kost. Mensen die regels overtreden door gebrek aan kennis, treffen niet zonder meer een handhavende gemeente. Samen bekijken we hoe ze een illegale situatie ongedaan kunnen maken. Het betekent ook dat er niet alleen wordt getoetst, gecontroleerd en gehandhaafd, maar juist ook helder wordt gecommuniceerd en geïnformeerd. Duidelijkheid en goede informatievoorziening zijn cruciaal. Gedeelde verantwoordelijkheid. Waar mensen wonen en werken, vinden activiteiten plaats, zoals (agrarische) bedrijvigheid, bouw en recreatie. Die activiteiten kunnen een positieve, maar ook negatieve invloed hebben op de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving. Het is belangrijk dat de veiligheid en gezondheid van mens en milieu worden beschermd bij dergelijke activiteiten. De mensen die deze activiteiten uitvoeren zijn daar in eerste plaats zelf verantwoordelijk voor. Zij moeten mogelijke schade, hinder of overlast voorkomen, zoveel mogelijk beperken of herstellen. Op basis van de uitgangspunten van de Omgevingswet staat de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven bij het oplossen van vraagstukken voorop. Initiatiefnemers van vergunningaanvragen zijn zelf verantwoordelijk voor het indienen van een complete aanvraag. En tegelijkertijd zijn initiatiefnemers zelf verantwoordelijk voor het creëren van draagvlak en/of acceptatie van voorgenomen plannen bij belanghebbenden, zoals omwonenden. Op het moment dat burgers en bedrijven activiteiten willen ontplooien, zien wij graag dat ze al in het voortraject bij ons komen voor afstemming. Wij stellen ons flexibel op bij ontwikkelingen die wenselijk zijn; waarbij we rekening houden met wettelijke kaders. Als legalisatie van een geconstateerde overtreding mogelijk is, werken wij hieraan mee. Daarbij verwachten wij wel een proactieve houding van de overtreder. Wij sluiten onze ogen niet voor de verdergaande juridificering van de samenleving. Bij bijvoorbeeld burenruzies wordt in toenemende mate een beroep gedaan op de gemeente. De daaruit voortkomende handhavingsverzoeken zorgen voor een verzwaring van de taaklast in het VTH-domein. Hierdoor komt het efficiënt inzetten van medewerkers en middelen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeente voor een deel in het gedrang. We vragen burgers en bedrijven daarom ook zelf verantwoordelijkheid te nemen om hun eigen problemen op te lossen. Bewaken van leefbaarheid. Activiteiten die ongewenst zijn of overlast veroorzaken worden zoveel mogelijk beperkt. Bij bewust overtreden van regels en berekenend gedrag, treden we handhavend op en pakken door. Criminele activiteiten bestrijden we in samenwerking met politie en justitie. Binnen onze mogelijkheden kijken we kritisch naar bepaalde risicovolle vergunningaanvragen en houden consequent toezicht. Risico gestuurd. De gemeente kan en wil niet alles controleren. De rode draad in ons VTH-beleid zijn de risico’s voor de fysieke leefomgeving. Op basis hiervan stellen wij prioriteiten bij het stimuleren en/of afdwingen van goed naleefgedrag. Deze risico’s bepalen de inzet van de beschikbare capaciteit. Samenhangend. Toezicht en handhaving voeren we zoveel mogelijk in samenhang uit, waarbij we de toezichtlasten voor burgers en bedrijven zo laag mogelijk proberen te houden. Door in samenhang op te treden, voorkomen we tegenstrijdige eisen en bereiken we maximale effectiviteit van de handhavingsinzet. Flexibel. Onze prioritering is flexibel. In het VTH-uitvoeringsprogramma stellen we jaarlijks prioriteiten. Deze zijn gebaseerd op een risicoanalyse op het gebied van veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid. De handhavingsaanpak evalueren we jaarlijks ook op effectiviteit. Waar nodig wordt deze bijgesteld. Hiermee zorgen we voor een zo efficiënt mogelijke handhavingsinspanning en leveren we een zo hoog mogelijke bijdrage aan een veilige, leefbare en gezonde fysieke leefomgeving voor de burgers en bedrijven in Dinkelland en Tubbergen. 4.3Doelstellingen VTH De hoofddoelstelling van ons VTH-beleid leiden we af van de doelstelling van de Omgevingswet1art. 1.3 Omgevingswet (maatschappelijke doelen van de wet): “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies.” Hieruit hebben we het volgende algemene VTH-doel geformuleerd. “Wij werken aan optimale bescherming en duurzame benutting van de gezonde fysieke leefomgeving; veilig wonen, werken en leven” Dit algemene doel is uitgewerkt in concrete doelstellingen zoals opgenomen in onze kwaliteitsverordening VTH.2Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht). Deze hebben betrekking op de thema’s dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën. Aansluitend hebben wij inhoudelijke VTH-doelen gesteld. De uitwerking van deze doelen is opgenomen in de bijlage. Per beleidsdoel hebben we vervolgens indicatoren en normen opgenomen waarmee we kunnen bepalen of we aan de gestelde doelen voldoen. Dienstverlening Dienstverlening is de manier waarop onze organisatie in communicatie en service met burgers en bedrijven omgaat. De kernwaarden Ondernemend, Zakelijk en Betrokken zijn de kernwaarden voor ons dagelijks handelen. Om onze dienstverlening structureel te borgen, sluiten wij in het verlengde van de kwaliteitsverordening aan bij de dienstverleningsprincipes van de Omgevingswet. Deze principes vormen de richtlijnen voor de gewenste klantbeleving. In ons dagelijks handelen passen we de dienstverleningsprincipes uit de Omgevingswet en onze kernwaarden Ondernemend, Zakelijk en Betrokken toe. De Omgevingswet moet nog in werking treden zodat nog onvoldoende ervaring is opgedaan met de dienstverleningsprincipes uit deze omgevingswet. Daarom zal dit de komende jaren worden doorontwikkeld. Wel hebben we ons voor de dienstverlening de volgende doelen gesteld: We besluiten binnen de wettelijke termijn; We behandelen klachten; Figuur 2 Dienstverleningsprincipes van de Omgevingswet Uitvoeringskwaliteit Uitvoeringskwaliteit is de mate waarin een product of dienst voldoet aan juridische doelen en bijdraagt aan organisatorische- en omgevingsdoelen. We leveren producten en diensten volgens vastgestelde protocollen en werkbeschrijvingen. We hebben ons hiervoor de volgende doelen gesteld: We beoordelen bouwtechnische aanvragen overeenkomstig het toetsprotocol. We controleren bouwwerken overeenkomstig het toetsprotocol; Besluiten blijven in bezwaar en beroep in stand; We registreren en analyseren klachten; We hanteren de Landelijke Handhavings-strategie Omgevingsrecht; Het spontane naleefgedrag is hoog; Het naleefgedrag na de 1e controle is hoog. Financiën Financiën heeft betrekking op de inzet van middelen die nodig zijn voor de kwaliteit van geleverde producten en diensten. Door de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten, streven we naar een optimale balans tussen kwaliteit en kwantiteit. We hebben ons hiervoor het volgende doel gesteld: We zorgen dat de financiële middelen passend zijn bij de gevraagde inzet die nodig is voor de gewenste kwaliteit van de te leveren diensten en producten. Inhoudelijke doelen Producten en diensten vanuit de VTH-taken dragen bij aan het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Naast de beleidsdoelen op basis van de kwaliteitsverordening stellen we ook inhoudelijke doelen: Waarborgen constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid Wij moeten ervoor zorgen dat wat er binnen onze gemeente gebouwd wordt voldoet aan constructieve veiligheid, brandveilig, duurzaamheid en gezondheid. Om dit te waarborgen toetsen wij het bouwtechnische onderdeel van de aanvraag aan de hand van een vastgesteld toetsprotocol. Het toezicht op deze bouwwerken doen wij aan de hand van de toezichtsmatrix. Wij hebben ons de volgende doelen gesteld. Taakveld bouwen: We waarborgen dat bouwwerken voldoen aan constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid We beoordelen 100% bouwtechnische aanvragen overeenkomstig het toetsprotocol. We controleren 100% van de bouwwerken overeenkomstig de toezichtsmatrix. Waarborgen kwaliteit leefomgeving Wij moeten ervoor zorgen dat de kwaliteit van de fysieke leefomgeving binnen onze gemeente geborgd blijft. Daarom toetsen wij aanvragen voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Tevens houden wij hier toezicht op. Wij maken hierbij onderscheid naar kwaliteiten per taakveld. We hebben ons de volgende doelen gesteld: Taakveld ruimtelijke ordening: We waarborgen dat bouwwerken voldoen aan de bouw en gebruiksvoorschriften uit het omgevingsplan 100% van de verleende vergunningen voldoen aan het omgevingsplan of BOPA 100% van de gecontroleerde vergunningen voldoen aan de voorwaarden van de vergunning. Taakveld monumenten: We beschermen monumentale waarden. 100% van de verleende vergunningen voldoen aan het omgevingsplan of BOPA 100% van de gecontroleerde vergunningen voldoen aan de voorwaarden van de vergunning. Taakveld kappen: We houden de landschapselementen en waardevolle bomen in stand 100% van de verleende vergunningen voldoen aan het omgevingsplan of BOPA 100% van de gecontroleerde vergunningen voldoen aan de voorwaarden van de vergunning. Taakveld slopen: We waarborgen de gezondheidsrisico’s en de veiligheid voor de omgeving. 100% van de verleende vergunningen voldoen aan het omgevingsplan of BOPA 100% van de gecontroleerde vergunningen voldoen aan de voorwaarden van de vergunning. 4.4Probleemanalyse De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse en een risicoanalyse en geeft inzicht in de kenmerken, uitdagingen en risico’s in onze gemeenten. De analyse maakt inzichtelijk welke uitdagingen er liggen in de fysieke leefomgeving en hoe wij de risico’s kwantificeren. Daarmee vormt het de basis voor het formuleren van doelstellingen en prioriteiten. Deze analyse geeft richting aan het strategisch en operationeel kader. Omgevingsanalyse De gemeenten Dinkelland en Tubbergen zijn plattelandsgemeenten in het noordoosten van Twente. Beide gemeenten beschikken over een groot buitengebied dat zich kenmerkt door een mix van functies als landbouw, natuur, wonen, recreatie, toerisme en bedrijvigheid. De gemeente Dinkelland bestaat uit de kernen Denekamp, Ootmarsum, Weerselo, Rossum, Deurningen, Saasveld, Noord Deurningen, Lattrop-Breklenkamp, Tilligte, Nutter en Agelo en heeft een oppervlakte van 17.683 hectare en 26.594 inwoners3www.Noaberkracht.incijfers.nl. De gemeente Tubbergen bestaat uit de kernen Tubbergen, Geesteren, Albergen, Langeveen, Vasse, Harbrinkhoek/Mariaparochie, Reutum, Fleringen en Manderveen en heeft een oppervlakte van 14.744 hectare en 21.364 inwoners4www.Noaberkracht.incijfers.nl. De uitdagingen in de fysieke leefomgeving waar de gemeenten de komende jaren voor staan zijn beschreven in MijnOmgevingsvisie als het verhaal achter de speerpunten. Buitengebied in balans Ons Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis. Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In ons buitengebied komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. We zien landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Eén van de grootste opgaven waar wij als gemeente de komende jaren mee te maken gaan krijgen is het vrijkomen van een grote hoeveelheid vrijkomende agrarische bebouwing. De verwachting is dat er tot 2030 in de gemeente Dinkelland circa 236.000 m2 en in Tubbergen circa 197.000 m2 agrarische bebouwing vrij komt. Dit zal een grote impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit, de vitaliteit en de sociaaleconomische kwaliteit van het buitengebied van beide gemeenten. Hierbij zal nadrukkelijk worden ingezet op de sloop van vrijkomende agrarische bebouwing.5Beleidsregel “Buitengebied met kwaliteit” Vrijkomende agrarische bebouwing kan ook voor andere functies worden ingezet, die mogelijk in strijd zijn met het Omgevingsplan. Bijvoorbeeld door de vestiging van een autohandel / werkplaats in een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw. Wijzigingen worden niet altijd gemeld. Ook kan in deze bedrijfsgebouwen ruimte worden gevonden voor ondermijnende activiteiten. Bij agrarische bedrijven die hun bedrijfsactiviteiten voortzetten is vaak sprake van schaalvergroting en het voortdurend professionaliseren van de bedrijfsvoering. Actuele thema’s hebben betrekking op het verminderen van de emissie van ammoniak en fijnstof door aanpassing van huisvestingssystemen, de aanpak van stalbranden, het voorkomen en beperken van dierziekten en de omgang met de stikstofproblematiek. Dit vraagt om goede afstemming tussen verschillende overheden. Samen met betrokken ketenpartners (politie, openbaar ministerie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie en GGD) moeten we waar nodig gericht samenwerken bij het uitvoeren van taken in het buitengebied van onze gemeente. Leefbare kernen Onze inwoners zien hun leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om in kleine kernen voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, cultuurhuizen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we ook nieuwe plannen en combinaties van functies van onderop die kernen juist krachtiger maken. Vanuit de projecten mijnDinkelland en mijndorp2030 jagen onze buurtvrouwen/mannen “meer samenleving” aan door het gesprek in dorpen en buurtschappen aan te gaan. Bedrijven en burgers hebben behoefte aan meer vrijheid en willen minder aan regels gebonden zijn. Anderzijds wordt de gemeente steeds vaker gevraagd om op te treden tegen mogelijke overtredingen van regels. De bereidheid om zelfstandig in gesprek te gaan lijkt af te nemen. Vanuit de visie “meer samenleving, minder overheid” stimuleren wij bedrijven en burgers eerst zelf het gesprek aan te gaan. Leefomgeving van de toekomst Veilige en gezonde leefomgeving betekent dat wij en ook onze kinderen leven in een omgeving met een gezonde bodem, gezonde lucht en gezond water. En dat betekent dat er ruimte is om te bewegen en te ontmoeten. De ruimte moet ook veilig zijn, zodat er gespeeld kan worden en dat je kan wandelen, fietsen of autorijden zonder ongelukken. Tegelijkertijd willen we anders omgaan met energie en grondstoffen. We gebruiken teveel en we gebruiken vooral grondstoffen die op raken. Vanuit de energietransitie zien wij een toenemend gebruik van warmtepompen. In de kernen kan deze ontwikkeling nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving (geluid). Alternatieve energiebronnen als wind en zon vragen ruimte in de fysieke leefomgeving. Met de sterke toename van het aantal geïnstalleerde zonnepanelen over de afgelopen jaren komt het behoud van houtopstanden verder onder druk te staan. Wij zien een toename van illegale kap / candelaberen van houtopstanden om vrije instraling op zonnepanelen te krijgen en te behouden. Wet kwaliteitsborging Gelijktijdig met de Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 ook de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Met de Wkb verschuift voor een groot deel van de bouwwerken de bouwtechnische toets en het toezicht op de bouw van de gemeente naar private partijen (de private kwaliteitsborger). Dit betekent dat tijdens de bouw niet de gemeente maar de kwaliteitsborger toezicht houdt op de naleving van de constructieve veiligheid, brandveiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Deze nieuwe werkwijze brengt diverse uitdagingen mee voor zowel gemeenten, kwaliteitsborgers als bouwers. De praktijk zal uitwijzen hoe met name de kleine bouwwerken onder de Wkb worden uitgevoerd. Risicoanalyse Wij voeren onze taken uit daar waar het effect op de fysieke leefomgeving het grootst is en waar de naleving op dit moment het slechtst is. Dit doen wij op basis van een risicoanalyse. Met behulp van de risicoanalyse en de omgevingsanalyse zetten wij de VTH-capaciteit geprioriteerd en risicogericht in. . De keuze voor deze aanpak van de VTH-taken betekent dat: Niet alles wordt getoetst en/of gecontroleerd. Incidenten kunnen zich voordoen, mogelijk juist op die terreinen en onderdelen die minder prioriteit hebben gekregen op basis van het VTH-beleid. Dit kan betekenen dat we achteraf moeten corrigeren; Partijen die zich aan de regels houden worden positief beloond en krijgen minder aandacht; Niet over elke geconstateerde overtreding wordt naleving afgedwongen ook al bestaat er in beginsel een handhavingsplicht. Structurele evaluatie geeft hierover inzicht en kan tevens aanleiding zijn tot bijstellen van de prioriteiten. Wij maken gebruik van een VTH-besturingsmodel dat in 2021 in een provinciaal aanbestedingstraject is aangeschaft. Met dit model hebben we op een objectieve wijze de risico’s in beeld gebracht voor zowel de milieutaken die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Twente als bouw en ruimtelijke ordeningstaken, de VTH-thuistaken. Onder risico verstaan wij de kans dat een ongewenst effect optreedt. Risico = Kans x Effect Bij vergunningen bestaat het risico enkel uit het effect-deel omdat een aanvraag niet door slecht naleefgedrag geweigerd kan worden. Per taakveld zijn aan de hand van het besturingsmodel de risico’s bepaald. In de bijlage is een uitgebreide beschrijving van de risicoanalyse en een volledig overzicht van de scores opgenomen. Taakveld bouwen Voor Vergunningverlening zijn de grootste risico’s bij categorie III bouwwerken en bouwwerken met een zorg en verblijfsfunctie. Voor Toezicht en Handhaving zijn de grootste risico’s bij categorie III bouwwerken en Bouwwerken met minder redzame mensen. Taakveld ruimtelijke ordening Voor Vergunningverlening zijn de grootste risico’s bij gebruik van bedrijven met een categorie > 3.1, evenementen, sloopwerkzaamheden en grote bouwwerken in zowel buitengebied als bebouwde kom. Voor Toezicht en Handhaving richten wij ons op (illegaal) gebruik van bedrijven, Grote Bouwwerken in het binnen en buitengebied, (illegale) evenementen en permanente bewoning recreatieverblijven. Taakveld Brandveiligheid De brandweer Twente maakt voor haar toezichtstaak gebruik van haar Risico Afwegingmodel Toezicht (RAT). Op basis van een eigen afweging kunnen wij lokale risico’s of speerpunten opnemen in het uitvoeringsprogramma. 4.5Prioriteiten en meetbare doelstellingen De beleidsdoelen geven aan wat we willen bereiken met het uitvoeren van onze VTH-taken. De probleemanalyse beschrijft de kenmerken van onze gemeente en de problemen en risico’s die zich voor (kunnen) doen. De volgende stap is het stellen van prioriteiten. We prioriteren onze taakuitvoering risicogericht en met het oog op het behalen van de doelen. Omdat de beschikbare middelen niet onbeperkt zijn, geven we prioriteit aan onderwerpen waar de problemen en risico’s het grootst zijn. Prioriteiten voor het taakveld bouwen en ruimtelijke ordening Bij het bouwen van woningen en utiliteitsgebouwen vinden we het belangrijk dat deze constructief, brandveilig, bruikbaar en energiezuinig worden gebouwd. Hierbij is de gezondheid van gebruikers tijdens het gebruik van het bouwwerk ook van belang. Op deze bouwwerken zijn de bouwtechnische voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) van toepassing. Daarnaast moet het bouwwerk voldoen aan de welstandeisen en de ruimtelijke eisen zoals neergelegd in het Omgevingsplan. We vinden het belangrijk dat, mede op basis van meldingen en signalen, we toezien op illegale bouw. Het gebruik van bouwwerken (wonen of bedrijfsmatig) moet passen in het omgevingsplan. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening: Onder de Omgevingswet wordt bij een bouwactiviteit onderscheid gemaakt tussen de (technische) bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit. Bij vergunningverlening prioriteren we op het niveau van diepgang van de toetsing van de aanvraag. Bij de beoordeling van aanvragen voor de (technische) bouwactiviteit gebruiken we een toetsprotocol voor het toetsen aan het Bbl. Hiervoor gebruiken wij de landelijke toetsmatrix als uitgangspunt en passen onderdelen op basis van lokale prioriteiten aan. Het toetsprotocol is opgenomen in de bijlage. Omgevingsplanactiviteiten toetsen wij aan de regels van het omgevingsplan en vastgestelde beleidsregels. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening: We maken onderscheid tussen vergunningsgericht toezicht en overig toezicht. Het vergunningsgerichte toezicht doen we op basis van de toezichtsmatrix. Deze is gebaseerd op de landelijke matrix en opgenomen in de bijlage. Hierin hebben wij ook de toezichtsmatrix voor de Wkb gevolgklasse 1 opgenomen. Technische bouwactiviteiten gevolgklasse 1 vallen onder de werking van de Wkb. Een kwaliteitsborger geeft een verklaring af wanneer het bouwwerk is gebouwd volgens de voorschriften. Wanneer niet volgens de voorschriften wordt gebouwd moet de initiatiefnemer dit herstellen. Wanneer de initiatiefnemer dit niet doet dan neemt de kwaliteitsborger contact op met de gemeente. Dit kan tijdens of na de bouw zijn. Zonder verklaring van de kwaliteitsborger (dossier bevoegd gezag) mag een gebouw niet in gebruik worden genomen. Voor gevolgklasse 1 Wkb hebben wij een protocol opgesteld hoe wij hier als bevoegd gezag mee om gaan. Overig toezicht omvat een breed takenpakket en heeft betrekking op gebiedsgericht toezicht, het signaleren van activiteiten waar geen vergunning voor is afgegeven, het behandelen van klachten, controle vanwege handhavingsbezoeken en bezwaar en handhaving brandveiligheid in samenwerking met de brandweer. We nemen meldingen en handhavingsverzoeken alleen in behandeling als NAW gegevens van de melder of verzoeker bij ons bekend zijn, tenzij: de veiligheid in het geding is, of; het gaat om een zodanige inbreuk op de omgeving dat de toezichthouder deze situatie ook uit zichzelf zou oppakken. Voldoet het verzoek niet aan bovengenoemde uitgangspunten dan registreren wij deze met een lage prioriteit omdat er een beginselplicht tot handhaving is. 4.6Organisatie en middelen Bestuurlijke organisatie Het college van burgemeester en wethouders is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor VTH op het gebied van de fysieke leefomgeving. Het college stelt hiervoor beleid vast en maakt dit bekend aan de gemeenteraad. Het college beslist op vergunningaanvragen, houdt toezicht en treedt waar nodig bestuursrechtelijk handhavend op. De portefeuillehouder VTH zorgt , waar nodig, voor afstemming op bestuurlijk niveau zodat we slagvaardig richting burger, bedrijf, instelling of overheid kunnen optreden. Daarnaast is deze persoon bestuurlijk verantwoordelijk dat we het beleid uitvoeren binnen de visie en uitgangspunten van deze beleidsnota. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast en heeft in het kader van vergunningverlening in bepaalde gevallen de bevoegdheid om een bindend advies af te geven. De gemeenteraad heeft formeel geen wettelijke bevoegdheid over de wijze van uitvoering van de VTH-taken. Ambtelijke organisatie De VTH-taken bouwen, ruimtelijke ordening en milieutaken die niet zijn ondergebracht bij de OD Twente worden uitgevoerd door medewerkers van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen. Afstemming bestuur en ambtelijke organisatie Er is frequent overleg tussen portefeuillehouders en de ambtelijke organisatie. In deze overleggen bespreken we ontwikkelingen op het gebied van VTH-taken en individuele zaken. Bestuurlijk gevoelige zaken stemmen we eerst met de portefeuillehouder af. Daarnaast hebben we periodiek overleg over de uitvoering van VTH-taken door de Omgevingsdienst Twente. Samenwerkingspartijen Bij de uitvoering van de VTH-taken betrekken we verschillende samenwerkingspartners. Zo voert Brandweer Twente, dat onderdeel is van de Veiligheidsregio Twente, voor brandveiligheid toezicht uit en adviseert ons over brandveiligheid. De milieutaken die zijn vastgelegd in het “standaardpakket” laten we uitvoeren door de Omgevingsdienst Twente. Daarnaast betrekken we andere partners bij de uitvoering, zoals het waterschap Vechtstromen, de provincie Overijssel, de politie en het Openbaar Ministerie. Middelen De kosten die zijn gemoeid met het uitvoeren van VTH-taken bestaan voornamelijk uit personele kosten, de gemeentelijke bijdrage in de Omgevingsdienst Twente en Brandweer Twente. Ook zijn er budgetten voor overige kosten zoals licenties en extern juridisch en technische onderzoek en advisering. Anderzijds hebben we legesinkomsten, die over een langere periode niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Voor een aantal VTH-taken heffen we geen leges omdat dit niet mag. Zo zijn onder meer de uitvoering van bezwaar- en beroepsprocedures, meldingen (sloop, brandveiligheid) en toezicht en handhaving van de bestaande gebouwenvoorraad uitgesloten van legesheffing. Voor een adequate uitvoering van de VTH-taken zijn toereikende middelen vereist. De financiële kaders hiervoor nemen we op in de begroting die we in de reguliere begrotingscyclus aan de raad aanbieden. 5.OPERATIONEEL BELEIDSKADER 5.1Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de strategieën voor vergunningen, toezicht en handhaving. De preventiestrategie is een overkoepelende strategie en vormt samen met de overige strategieën het kader voor het VTH-beleid. 5.2Strategieën Met onze VTH-strategieën maken wij inzichtelijk hoe we taken uitvoeren om de gestelde doelen te bereiken. De essentie is dat we ons continu richten op die zaken die er daadwerkelijk toe doen en we onze mensen en middelen effectief en efficiënt inzetten. We maken onderscheid in de volgende strategieën: Preventiestrategie Handhaving van overtredingen kan effectief zijn, maar hoeft niet altijd de meest doelmatige aanpak te zijn. Handhavend optreden betekent het corrigeren van een ongewenste situatie. Dat is voor de overtreder, het bestuursorgaan en/of eventuele andere partijen weinig doelmatig in situaties waarbij overtredingen ontstaan uit gebrek aan kennis of informatie. Met de preventiestrategie beschrijven wij hoe overtredingen van wet- en regelgeving kunnen worden voorkomen. Communicatie en voorlichting spelen hierbij een grote rol. De preventiestrategie is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording van burgers en bedrijven dat zij zélf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Bekendheid met de regels vormt immers de basis voor het naleven van die regels. Vergunningenstrategie Wij maken onderscheid in vier type vergunningaanvragen. Met de vergunningenstrategie bepalen wij met welke type vergunningaanvraag wij te maken hebben. Dit doen wij aan de hand van de sociaal-maatschappelijke en technische-inhoudelijke complexiteit van een activiteit. In de afbeelding is de kleur van het type vergunning donkerder naarmate de complexiteit van de activiteit toeneemt. Toezichtstrategie Met de toezichtstrategie beschrijven wij op welke manier en in welke mate wij toezicht houden. Toezicht houden draagt eraan bij dat mensen wettelijke voorschriften naleven en het beperkt de risico’s op het overtreden van die voorschriften. De aard en de frequentie van het toezicht is afhankelijk van het risico dat een project vormt. Handhavingstrategie Als uit het toezicht blijkt dat er sprake is van een blijvende overtreding, dan treden we hiertegen handhavend op. De Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) gebruiken we als uitgangspunt voor de handhavingsmiddelen die we inzetten. Op basis van deze LHSO zetten we een passende sanctie in die zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot beëindiging van de overtreding. De beschikbare feiten, de aard en omstandigheden van de overtreding en het naleefgedrag van de burger of het bedrijf bepaald welke sanctie we toepassen. Afwegingskader gedogen Er zijn omstandigheden waarbij we niet handhavend optreden tegen een overtreding. Dit zogenoemde ‘gedogen’ doen wij op basis van een vastgesteld afwegingskader gedogen. De landelijke regels voor gedogen vormen de basis. Omdat het naleven van de regels ons uitgangspunt is, gaan we terughoudend om met gedogen. Het kan alleen onder strikte voorwaarden. De strategieën zijn uitgewerkt in de bijlage. 6.PLANNING & CONTROL 6.1Inleiding Planning & Control gaat over het toewijzen van de noodzakelijke capaciteit en financiële middelen om de gestelde doelen te kunnen bereiken. Deze stap vormt de schakel tussen de strategische en operationele beleidscyclus en is daarmee het hart van de VTH beleidscyclus. 6.2Uitvoeringsprogramma en Jaarverslag Jaarlijks stellen we een uitvoeringsprogramma op en leggen we met een jaarverslag hierover verantwoording af. In het uitvoeringsprogramma geven wij aan welke activiteiten in het betreffende uitvoeringsjaar worden uitgevoerd die bijdragen aan de gestelde doelen. Dit programma stellen wij risico gestuurd op. Wij geven aan welke producten wij verwachten uit te voeren, zoals: te verlenen vergunningen, af te handelen ontheffingen en meldingen, uit te voeren controles, af te handelen meldingen en handhavingsverzoeken, uit te voeren projecten. Hierbij houden wij rekening met de organisatorische en financiële mogelijkheden en leggen daarbij de verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen. Er is een onlosmakelijke samenhang tussen het VTH beleidsplan, het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma. Om deze samenhang te benadrukken voegen wij het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma samen tot één document. Het uitvoeringsprogramma moet elk jaar voor 31 december zijn vastgesteld. Wij kiezen ervoor om dit op feitelijke gegevens te baseren. Daarom verantwoorden wij in het jaarverslag de periode van 1 oktober tot en met 30 september. Bijkomend voordeel is dat de teams die bij het VTH-proces betrokken zijn slechts een keer gegevens hoeven aan te leveren. 7.VOORBEREIDEN EN UITVOEREN 7.1Inleiding In dit hoofdstuk is beschreven op welke wijze een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken door onze organisatie is gewaarborgd. 7.2Kwaliteit op strategisch niveau: verordening en beleidsplan Onze kwaliteitsverordening geeft uitvoering aan de opdracht uit de Omgevingswet om regels te stellen voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Daarmee vormt de verordening een blijvend kader voor het bevorderen, beoordelen en borgen van de kwaliteit van VTH-taken op basis van de Omgevingswet door de gemeente en de in opdracht van ons handelende organisaties. Met deze verordening toont de gemeenteraad haar inzet en betrokkenheid ten aanzien van de VTH-kwaliteit van onze organisatie. Daarnaast kan de Raad de verordening gebruiken voor het uitoefenen van horizontaal toezicht op de uitvoering van onze VTH-taken. Toepassen kwaliteitscriteria Op basis van deze verordening gelden de kwaliteitscriteria als maatstaf voor kwaliteit van de organisatie en ook die van de medewerker. De kwaliteitscriteria zijn opgesteld door een brede groep praktijkdeskundigen uit gemeenten, provincie en het rijk. De kwaliteitscriteria stellen eisen aan de (werk)processen en geven aan waar de VTH-organisatie minimaal aan moet voldoen bij de taakuitvoering. Deze eisen gelden voor deskundigheid en beschikbaarheid van medewerkers bij vergunningverlening, het toezicht en de handhaving. Hierbij gaat het om het vereiste opleidings- en ervaringsniveau van medewerkers om de minimaal vereiste beschikbaarheid van deskundigen. Een opleidingsplan moet de kwaliteit van de medewerkers borgen. Daarnaast is essentieel dat gewaarborgd is dat medewerkers in voldoende mate inzetbaar zijn. De kwaliteitscriteria gelden voor de zogenaamde basistaken, die wettelijk verplicht door de omgevingsdienst moeten worden uitgevoerd. Voor de overige VTH-taken gelden de kwaliteitscriteria als referentie. Hier bestaat enige ruimte om af te wijken. Een strikte uitvoering van de kwaliteitscriteria voor de niet-basistaken is voor onze gemeente ondoelmatig. Het college beoordeelt jaarlijks of wordt voldaan aan de van toepassing zijnde kwaliteitscriteria. Over het gevoerde kwaliteitsbeleid legt het college jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad (horizontale verantwoording). Bij afwijking wordt gemotiveerd waarom criteria niet zijn toegepast, waarbij aangegeven wordt hoe kwaliteit voldoende wordt geborgd. 7.3Kwaliteit op operationeel niveau Op operationeel niveau gelden de volgende afspraken: Scheiding tussen vergunningverlening en toezicht/handhaving De functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht en handhaving draagt bij aan de objectiviteit van vergunningverlening en toezicht en handhaving. Dit is geborgd door deze taken onder te brengen bij verschillende organisatieonderdelen. Ook op bestuurlijk niveau hebben we deze scheiding doorgevoerd. Hierdoor hoeft niet eenzelfde persoon, die een rol heeft gespeeld bij het verlenen van een bepaalde vergunning, nogmaals een oordeel te geven over de niet-naleving van (een deel van) de vergunning. Daarnaast zijn vergunningverlening en toezicht en handhaving aparte deskundigheidsgebieden, die elk specifieke eisen stellen aan de kwaliteiten van personen die zich hier mee bezig houden. Na vergunningverlening of het afdoen van een melding wordt door betreffende medewerker daarom het dossier afgesloten. Het dossier wordt daarna opgepakt door een medewerker van toezicht en handhaving. Voor de afstemming tussen beide vakgebieden vindt overleg plaats. Bereikbaarheidsregeling Tijdens kantooruren zijn wij bereikbaar. Voor het optreden bij milieucalamiteiten en -incidenten buiten de kantoortijden hebben we bij de Omgevingsdienst Twente een bereikbaarheidsdienst ingesteld. Bij incidenten en klachten waarbij de veiligheid in het geding is worden wij gealarmeerd door de Veiligheidsregio Twente. Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden Er geldt een wettelijke verplichting de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden van een toezichthouder of opsporingsambtenaar op schrift vast te leggen. De toezichthouders zijn als zodanig door het college van B&W aangewezen. Bij deze aanwijzing zijn ook de taken en bevoegdheden vastgelegd. De aanwijzing vindt plaats op functieniveau. Mandaat De bevoegdheden tot het verlenen dan wel weigeren van vergunningsaanvragen en het handhavend optreden tegen overtredingen komen toe aan bestuursorganen. Deze bevoegdheden mogen worden gemandateerd aan de ambtelijke organisatie. Onze gemeente beschikt over een mandaatregeling. Handhaving overtredingen door overheden of eigen overheid Handhaving van voorschriften van een andere overheid of een onderdeel van de eigen overheid is niet anders dan handhaving van voorschriften bij derden. Hier gelden, meer nog dan bij particulieren en bedrijven, nalevingsdoelen in de sfeer van algemeen normbesef en geloofwaardigheid van de normerende overheid. Op overtredingen van overheden volgt inhoudelijk dezelfde reactie als op overtredingen van burgers en bedrijven. In de procedure wordt transparant en openbaar gehandeld. Informatiebeheer Informatie over vergunningen, uitgevoerde controles en handhavingsverzoeken registreren we in een zaaksysteem. Ook registreren wij de te monitoren indicatoren waarmee we bepalen of we de doelstellingen die in het uitvoeringsprogramma staan halen. Ook gebruiken we deze informatie om inzicht te krijgen in de benodigde middelen. Werkprocessen Over de uitvoering van de VTH taken zijn werkafspraken gemaakt die wij gaan vastleggen in werkprocessen. Voor de samenwerking met de ketenpartners hebben wij regionaal samenwerkingsafspraken vastgesteld. 8.MONITOREN Wij monitoren de uitvoering van het VTH uitvoeringsprogramma. Dit geeft ons inzicht of een bijdrage is geleverd aan de doelen van de fysieke leefomgeving en of de dienstverleningsdoelen zijn behaald. Dit is belangrijk voor de verantwoording en effectiviteit van het beleid. Met monitoring verzamelen we gegevens en informatie (de indicatoren) die belangrijk zijn om te toetsen aan de prioriteiten en inzet van capaciteit die wij in het uitvoeringsprogramma hebben opgenomen. Zo kunnen wij indien nodig tijdig bijsturen. Monitoring is alleen mogelijk wanneer activiteiten en parameters consistent worden geregistreerd. Daarom hebben wij in processen vastgelegd welke informatie wij hiervoor tenminste registreren. Deze gegevens zijn periodiek opvraagbaar voor zowel managementdoeleinden (voortgang van de uitvoering) als voor de periodieke verantwoording. 9.RAPPORTAGE EN EVALUATIE Evalueren is nodig om te kunnen beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of dat beleid uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. Dit doen we door de monitoringsgegevens in een jaarverslag af te zetten tegen de vastgestelde doelen in het uitvoeringsprogramma. Ieder jaar leggen wij verantwoording af over de uitvoering van de VTH-taken en het behalen van de doelstellingen door middel van het jaarverslag. Het jaarverslag bieden wij ter kennisname aan de gemeenteraad. Daarnaast wordt het jaarverslag aan de interne en externe partners ter kennisname aangeboden. Het jaarverslag wordt tenslotte ook nog doorgestuurd naar de provincie Overijssel in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Jaarlijks evalueren wij of de activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma bijdragen aan de gestelde doelen van het VTH beleid. Zo nodig wordt het VTH beleid aangepast. 10.BIJLAGE : VTH BELEID 2024 NOABERKRACHT DINKELLAND TUBBERGEN In de bijlage hebben wij nadere uitwerkingen en toelichtingen opgenomen over de beleidsdoelen risicoanalyse, strategieën en de uitvoeringskaders voor vergunningen en toezicht. BIJLAGE BIJ: Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving fysieke leefomgeving Dinkelland Tubbergen 2024
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.