1.Het algemeen bestuur geeft aan de colleges van de deelnemers gevraagd dan wel 3.ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2.Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd. 4.Een lid van het algemeen bestuur is aan het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 5.Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Bevoegdheden van het algemeen bestuur Artikel 15 Het algemeen bestuur is belast met het algemeen bestuur van GBLT, waaronder kaderstelling en controle van het dagelijks bestuur. Artikel16 1.Het algemeen bestuur stelt verordeningen vast omtrent de bedrijfsvoering van GBLT, het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van GBLT en van de organisatie van de administratie. 2.Het algemeen bestuur is bevoegd tot vaststelling of wijziging van de begroting van GBLT. 3.Het algemeen bestuur is bevoegd tot vaststelling van de jaarrekening van GBLT. 4.Het algemeen bestuur is bevoegd tot vaststelling van de regeling voor de algemene en bijzondere bijdragen van de deelnemers. 5.Het algemeen bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur en van de voorzitter. 6.Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen overdracht verzet. 7.Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur niet overdragen de bevoegdheid tot: het vaststellen of wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van regels als bedoeld in de artikelen 108 en 109 van de Waterschapswet respectievelijk de artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet. Artikel17 Op voorstel van het dagelijks bestuur kan het algemeen bestuur besluiten tot het aangaan van een overeenkomst tot opdracht (‘dienstverleningsovereenkomst’) met een niet-deelnemende gemeente of een niet-deelnemend waterschap op basis van het Handvest potentiële deelnemers. Artikel18 Het algemeen bestuur kan besluiten tot deelneming in een belangenvereniging ter behartiging van een of meer belangen van GBLT, onverminderd het bepaalde in artikel 64a van de Wet gemeenschappelijke regelingen. HOOFDSTUK5:HET DAGELIJKS BESTUUR Samenstelling Artikel 19 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit een voorzitter en daarnaast uit een door het algemeen bestuur te bepalen aantal leden, dat ten minste 2 en ten hoogste 3 bedraagt. 2.De voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen door en uit het midden van het algemeen bestuur. 3.De voorzitter wordt aangewezen uit de door de deelnemende waterschappen aangewezen leden van het algemeen bestuur. 4.Eén lid, de voorzitter niet inbegrepen, wordt aangewezen uit de door de deelnemende waterschappen aangewezen leden van het algemeen bestuur. 5.Tenminste één lid, de voorzitter niet inbegrepen, wordt aangewezen uit de door de deelnemende gemeenten aangewezen leden van het algemeen bestuur. 6.Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die ten gevolge van gemeenteraadsverkiezingen respectievelijk waterschapsverkiezingen openvallen, vindt plaats in de eerste vergadering van het nieuw gekozen algemeen bestuur voor wat betreft de deelnemende gemeenten respectievelijk de deelnemende waterschappen. 7.Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, vindt plaats uiterlijk drie maanden na dat openvallen. 8.De leden van het dagelijks bestuur treden af op de dag van aftreden van de leden van het algemeen bestuur. 9.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 10.Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger zijn benoeming heeft aanvaard. 11.Tussentijds verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee. 12.Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid in het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. Werkwijze Artikel 20 1.Het dagelijks bestuur vergadert tenminste vier keer per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste één ander lid van het dagelijks bestuur dit schriftelijk, onder opgave van te behandelen onderwerpen, verzoekt. 2.De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Indien bij een stemming de stemmen staken, wordt opnieuw gestemd. Staken de stemmen andermaal over hetzelfde voorstel, dan beslist de stem van de voorzitter. 3.De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald. 4.In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien ten minste twee leden tegenwoordig zijn. Wanneer het dagelijks bestuur, de voorzitter niet inbegrepen, uit drie leden bestaat, kan in de vergadering van het dagelijks bestuur slechts worden beraadslaagd en besloten indien ten minste drie leden tegenwoordig zijn. 5.Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. Artikel21 Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. Bevoegdheden van het dagelijks bestuur Artikel 22 1.Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse aangelegenheden van GBLT, tenzij het algemeen bestuur of de voorzitter bij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast. 2.Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht. 3.Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluitvorming van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter krachtens deze regeling daarmee is belast. Artikel23 Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met: 1.de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van GBLT en de personeelsaangelegenheden; 2.het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van GBLT; 3.de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; 4.het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van GBLT, de ambtenaar WOZ en de belastingdeurwaarder; 5.het houden van toezicht op al wat GBLT aangaat; 6.het behartigen van de belangen van GBLT bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor GBLT van belang is; 7.het beheer van een register met de belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels die GBLT voor de deelnemers uitvoert. Artikel24 1.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. 2.Het dagelijks bestuur is bevoegd, indien ingevolge wettelijk voorschrift aan GBLT of aan het bestuur van GBLT hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt, om beroep in te stellen of bezwaar te maken alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, om schorsing van het aangevochten besluit of om voorlopige voorziening ter zake te verzoeken. 3.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van GBLT te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 18. 4.Het dagelijks bestuur is bevoegd om namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarvan te verrichten, tenzij het algemeen bestuur voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist. 5.Indien het dagelijks bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures voert, of handelingen ter voorbereiding daarvan verricht die het algemeen bestuur – als bedoeld in artikel 33b, eerste lid, onder e, van de Wet gemeenschappelijke regelingen - aangaat, wordt het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar ingetrokken indien het algemeen bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het voeren van het rechtsgeding, het instellen van beroep of het maken van bezwaar niet hetzij in zijn eerst volgende vergadering, hetzij binnen drie maanden bekrachtigt. 6.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie van GBLT. 7.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en het overige personeel van GBLT. 8.Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van GBLT aan te wijzen als inspecteur, als ontvanger, als ambtenaar van GBLT, of als de gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 30, achtste lid, van de Wet WOZ. 9.Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van GBLT of een gerechtsdeurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet aan te wijzen als belastingdeurwaarder. 10.Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet waardering onroerende zaken, de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk het college van de deelnemers. 11.Het dagelijks bestuur is bevoegd aan de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van GBLT en de belastingdeurwaarder per geval of in het algemeen instructies te geven ter zake van de uitoefening van de bevoegdheden van die ambtenaren. 12.Het dagelijks bestuur is bevoegd ten behoeve van de heffing en invordering van belastingen nadere regels te stellen. 13.Het dagelijks bestuur is bevoegd beleidsregels te stellen waarmee de inspecteur, de ontvanger, de ambtenaar van GBLT, de ambtenaar WOZ en de belastingdeurwaarder bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening houden. 14.Het dagelijks bestuur is bevoegd de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk oninbaar te verklaren. Artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet en artikel 144, vijfde lid, van de Waterschapswet zijn van overeenkomstige toepassing. 15.Het dagelijks bestuur is bevoegd om te besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten. 16.Het dagelijks bestuur is verplicht tot het doen van aangifte van alle strafbare feiten waarvan het kennis heeft genomen.
1.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 2.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur of door hem of haar gevoerde bestuur. 3.Het dagelijks bestuur zendt het verslag van het algemeen bestuur, en de openbare besluitenlijsten van het dagelijks bestuur en van de voorzitter, aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Artikel26 1.Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juli ter vaststelling een verslag aan van de werkzaamheden van GBLT over het afgelopen jaar. 2.Het dagelijks bestuur zendt het verslag binnen veertien dagen na de vaststelling aan de colleges van de deelnemers en aan de colleges van gedeputeerde staten. 3.Het dagelijks bestuur zendt de afzonderlijke leden van het algemeen bestuur periodiek een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen en ingevorderde belastingen, alsmede een rapportage over de bedrijfsvoering van GBLT. Het algemeen bestuur bepaalt de duur van de periode. HOOFDSTUK6:DE VOORZITTER Verkiezing Artikel 27 Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter van GBLT aan. Taken en bevoegdheden van de voorzitter Artikel 28 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2.Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door een plaatsvervangend voorzitter die door het dagelijks bestuur uit zijn midden wordt aangewezen. 3.De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 4.De voorzitter vertegenwoordigt GBLT in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 5.Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is in een geding waarbij GBLT is betrokken, oefent een ander door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur de in het vierde lid bedoelde bevoegdheid uit.
1.De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor 1.de uitoefening van zijn taak nodig heeft, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 2.De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde beleid. HOOFDSTUK7:DE INSPECTEUR, DE ONTVANGER, DE AMBTENAAR VAN GBLT, DE AMBTENAAR WOZ EN DE BELASTINGDEURWAARDER Artikel30 1.De inspecteur oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de inspecteur. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de inspecteur de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel31 1.De ontvanger oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de ontvanger. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het vorige lid neemt de ontvanger de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. 3.De ontvanger beslist niet tot het leggen van beslag en tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg, hoger beroep en in cassatie dan nadat hij het dagelijks bestuur schriftelijk van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. 4.De ontvanger is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 24, veertiende lid. Artikel32 1.De ambtenaar van GBLT oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, Wet milieubeheer en Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar als bedoeld in artikel 123, derde lid, onder d, van de Waterschapswet en artikel 231, tweede lid, onder d, van de Gemeentewet. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de ambtenaar van GBLT de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. Artikel33 1.De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit welke bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet en de Wet milieubeheer toegekend zijn aan de belastingdeurwaarder. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het voorgaande lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die het dagelijks bestuur heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. HOOFDSTUK8:DE DIRECTEUR Artikel34 1.GBLT heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd een directeur. 2.De directeur handelt in overeenstemming met de door het algemeen bestuur vastgestelde instructie. 3.De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 4.Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend. HOOFDSTUK9:FINANCIEN EN ADMINISTRATIE Bijdragen deelnemers Artikel 35 1.De kosten van GBLT worden enerzijds door de deelnemers gedragen en anderzijds gedekt door aan belastingplichtigen in rekening gebrachte invorderkosten voor het verzenden van onder andere aanmaningen en dwangbevelen. Het verschil, zijnde de netto exploitatielasten, worden jaarlijks op basis van de verdeelsleutel, bedoeld in het tweede en derde lid, aan de deelnemers in rekening gebracht. 2.De kosten van GBLT worden verdeeld over de verschillende producten die de dienstverlening van GBLT kent. Deze dienstverlening wordt gekoppeld aan de deelnemers welke gebruik maken van de dienstverlening. De generieke dienstverlening wordt doorbelast naar alle deelnemers, de specifieke dienstverlening wordt alleen doorbelast naar de deelnemers die gebruik maken van deze specifieke dienstverlening. 3.Ten behoeve van de verdelingen als bedoeld in het tweede lid worden de grondslagen gebruikt als aangegeven in onderstaande tabel. Grondslag Basisbepaling omvang Aantal ingezetenen BRP per 1 januari van het begrotingsjaar T-1 WOZ Objecten WOZ basis registratie per 1 januarivan het begrotingsjaar T-1 Hectaren ongebouwd Begrotingen waterschappen van het begrotingsjaar T-1 Hectaren Natuur Begrotingen waterschappen van het begrotingsjaar T-1 VE huishoudens Begrotingen waterschappen van het begrotingsjaar T-1 VE bedrijven Begrotingen waterschappen van het begrotingsjaar T-1 Aantal aanslagen Diftar Begroting gemeente van het begrotingsjaar T-1 4.Het algemeen bestuur stelt, nadat een zienswijzeprocedure onder de deelnemers is gevoerd een bijdrageverordening vast, waarin is uitgewerkt op welke wijze de hoogte van de bijdrage van de deelnemers jaarlijks wordt berekend en betaling ervan plaatsvindt. Begroting Artikel 36 1.Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 30 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. De algemene financiële en beleidsmatige kaders bevatten in ieder geval een indicatie van de bijdrage van de deelnemers aan de regeling en de prijscompensatie. 2.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. In de begroting wordt aangegeven de door elke deelnemer voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde algemene en bijzondere bijdragen, waarvan de hoogte wordt bepaald op de wijze, bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.