Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie van GR BleizoHet Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; gelet op de Gemeenschappelijke regeling Bleizo; besluit vast te stellen de: Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie van GR Bleizo. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de GR en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. GR Bleizo Het openbaar lichaam GR Bleizo, zoals bedoeld in artikel 2 van de Gemeenschappelijke Regeling Bleizo. Administratieve organisatie Het stelstel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging voor de verantwoordelijke leiding. Inkomsten Totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves Doelmatigheid De mate waarin de GR Bleizo erin slaagt met een zo beperkt mogelijke inzet van beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken. Doeltreffendheid De mate waarin de beoogde (maatschappelijke) effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Gedeputeerde Staten Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland. Programma Samenhangende verzameling van beleidsinspanningen gericht op het bereiken van bepaalde (maatschappelijke) effecten. Rechtmatigheid Het in overeenstemming zijn van de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties met de begroting en met de van toepassing zijnde geldende wettelijke regelingen, waaronder de bestuursbesluiten (daartoe te rekenen de verordeningen en daarvan afgeleide uitvoeringsregeling). Risico van materieel belang Een risico is van materieel belang, indien het weglaten of onjuist weergeven van dit risico de economische besluitvorming zou kunnen beïnvloeden. Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Artikel2.Begroting en verantwoording 1.Het Dagelijks Bestuur zendt jaarlijks voor 15 april een conceptbegroting en een concept-meerjarenraming voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een deugdelijke toelichting (als bedoeld in artikel 35 eerste lid van de Wgr), aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de conceptbegroting en -meerjarenraming het Dagelijks Bestuur van hun reacties doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de reactie alsmede zijn commentaar op de reactie bij de conceptbegroting en -meerjarenraming, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 3.Het Algemeen Bestuur stelt ieder jaar uiterlijk vóór 15 juli de begroting vast voor het volgende begrotingsjaar en de bijbehorende meerjarenraming. 4.Het Algemeen Bestuur zendt de begroting na vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten, die desgewenst ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 5.Het Dagelijks Bestuur zendt de vastgestelde begroting en meerjarenraming uiterlijk vóór 1 augustus aan Gedeputeerde Staten. 6.Het Dagelijks Bestuur zendt de (voorlopige) jaarstukken aan de raden van gemeenten toe vóór 15 april van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben. 7.Het Algemeen Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgend op dat waarop zij betrekking heeft. 8.Het Algemeen Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan Gedeputeerde Staten en de raden van de deelnemende gemeenten. Artikel3.Inrichting begroting en jaarstukken 1.De begroting is ingedeeld naar programma’s. 2.Het Algemeen Bestuur stelt de programma-indeling vast. 3.Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven; 4.De indeling van de jaarstukken volgt de indeling van de begroting van het betreffende jaar. 5.Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven van de toedeling van de taakvelden aan de programma’s. 6.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. 7.Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming en de investeringen. 8.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. Artikel4.Kaders begroting 1.Elk jaar wordt door de directeur een planningsoverzicht vastgesteld met data waarop de verschillende P&C-documenten aan het Algemeen en Dagelijks Bestuur worden aangeboden. 2.In de begroting wordt geen rekening gehouden met een post onvoorzien. De begroting is gebaseerd op de grondexploitatie waarbij het niet is toegestaan een post onvoorzien te begroten. Artikel5.Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.Het Algemeen Bestuur autoriseert de begroting en begrotingswijzigingen van de gemeenschappelijke regeling zoals die door het Dagelijks Bestuur wordt aangeleverd. 2.Indien de directie voorziet dat een geautoriseerd budget dreigt te worden overschreden, wordt dit door de directie in de eerstvolgende vergadering gemeld. De directie voegt hierbij, indien noodzakelijk, een voorstel voor wijziging van de begroting, met inachtneming van artikel 35, lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3.Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting van de GR is geautoriseerd, legt het Dagelijks Bestuur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan het Algemeen Bestuur voor ter vaststelling van een investeringskrediet. Bedoeld voorstel geeft tevens aan de voorgestelde dekking. Artikel6.Tussentijdse rapportage 1.De directeur informeert het Dagelijks Bestuur door middel van een tussentijdse rapportage over de uitvoering van de begroting van de GR Bleizo van het lopende boekjaar. 2.De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de (programma-)indeling van de begroting. 3.De rapportage gaat in op de gerealiseerde cijfers van het 1e halfjaar en op afwijkingen (groter dan € 100.000), zowel wat de lasten als baten betreft, de geleverde goederen en diensten en indien daar aanleiding voor is, de (maatschappelijke) effecten. In de rapportage wordt er een actuele prognose gepresenteerd van het verwacht financieel resultaat met betrekking tot het lopend begrotingsjaar. 4.Indien de tussentijdse rapportage daartoe aanleiding geeft, worden tevens voorstellen gedaan tot wijziging van de begroting. Artikel7.EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeenschappelijke regeling bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert de directeur het Dagelijks Bestuur of een aanpassing van de begroting nodig is. Als de directeur een aanpassing nodig acht, doet de directeur een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Hoofdstuk3.Rechtmatigheidsverantwoording Artikel8.Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.Het Algemeen Bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2.In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. 3.In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 20.000 nader toegelicht. Artikel9.Voorwaardencriterium 1.Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2.Het Dagelijks Bestuur biedt hert Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk op 20 december ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel10.Begrotingscriterium 1.Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2.De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.