Verordening minimaregelingen 2024 De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gelet op artikel 149 Gemeentewet, besluit vast te stellen de volgende: Verordening minimaregelingen 2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken; bijdrage: de financiële bijdrage voor een minimaregeling; woonplaats: woonplaats als bedoeld in artikel 40 Participatiewet; vreemdeling die met de Nederlander wordt gelijkgesteld: de vreemdeling als bedoeld in artikel 11, lid 2 en 3, Participatiewet; inkomen: het inkomen zoals dat geldt voor de algemene bijstand; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; alleenstaande: de alleenstaanden als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder a, Participatiewet; alleenstaande ouder: de alleenstaande ouders als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b, Participatiewet; co-ouderschap: bij co-ouderschap delen de ouders de zorg en opvoeding van de kind(eren) en wonen deze kind(eren) afwisselend bij een van beide ouders; gehuwden: gehuwden als bedoeld in artikel 3 Participatiewet; gezamenlijke huishouding: de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3, lid 3 en 4, Participatiewet; gezin: gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c, Participatiewet; gezinslid: belanghebbende die deel uitmaakt van het gezin als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder c, Participatiewet; ten laste komende kinderen: ten laste komende kinderen als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder e, Participatiewet; bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, sub c, Participatiewet; Wijkwerkplaats: Wijkvereniging Steenwijk-West. Artikel2Doel van de minimaregelingen De minimaregelingen hebben tot doel: het bevorderen van sport en andere vormen van maatschappelijke participatie; het voorkomen van sociale uitsluiting; het bevorderen dat schoolgaande kinderen zo min mogelijk belemmeringen ondervinden als gevolg van het feit dat hun ouders tot de minima behoren. Artikel3Doelgroep minimaregelingen 1.Tot de doelgroep voor de minimaregelingen behoren huishoudens bestaande uit personen van 18 jaar of ouder die: op de datum van aanvraag zijn woonplaats heeft in de gemeente Steenwijkerland, Nederlander is of vreemdeling is die met de Nederlander wordt gelijkgesteld, een inkomen ontvangen lager of gelijk aan 130% van de voor hem geldende bijstandsnorm in de maand voorafgaand aan de datum van aanvraag. 2.De belanghebbende die voldoet aan het eerste lid kan ook voor zijn ten laste komende kinderen een bijdrage aanvragen. 3.In afwijking van het eerste lid kan de belanghebbende bij een co-ouderschap ook voor zijn minderjarige kind, waarvoor hij de zorg en opvoeding deelt met een andere ouder, een minimaregeling aanvragen. 4.Inkomsten die op grond van paragraaf 3.4 van de Participatiewet niet tot de middelen worden gerekend, worden ook in deze regeling niet tot het inkomen gerekend. 5.Voor de vaststelling van het inkomen van de cliënt, die is toegelaten tot een minnelijk of wettelijk schuldhulptraject, wordt alleen het inkomen gebruikt, waarover de cliënt daadwerkelijk de beschikking heeft. 6.Voor bepaling van het inkomen van een zelfstandige wordt uitgegaan van de inkomsten over het kwartaal voorafgaand aan de aanvraag, of de meest recente btw-aangifte. Er wordt uitgegaan van het inkomen na aftrek van de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Deze belasting en premies worden gesteld op het percentage, zoals vermeld in artikel 6, lid 2, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Hierbij wordt een teruggave inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen niet als inkomen aangemerkt. Artikel4Weigeringsgronden 1.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die niet tot de doelgroep wordt gerekend, als omschreven in artikel 3 van deze verordening. 2.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft een student die recht heeft op een studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). 3.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende die op het moment van aanvraag in detentie verblijft. 4.Geen recht op een in deze verordening genoemde minimaregeling heeft de belanghebbende aan wie op grond van artikel 11 van de Participatiewet geen bijstand kan worden verleend, omdat deze persoon geen Nederlander dan wel een daar aan gelijkgestelde vreemdeling is. Hoofdstuk2De minimaregelingen Regeling voor volwassenen Artikel5aSport en cultuur voor volwassenen Voor volwassenen van 18 jaar of ouder kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor sport of cultuur. De bijdrage bedraagt maximaal € 250,00 per jaar. Artikel5bWijze van vergoeding sport en cultuur voor volwassenen 1.De aanvrager bepaalt aan welke sport- of cultuuractiviteit wordt deelgenomen. 2.De vergoeding voor contributie wordt rechtstreeks aan de vereniging, muziekschool of andere culturele/sportinstelling betaald. 3.Bij deelname aan de culturele of sportactiviteiten kan eventueel resterend budget worden besteed voor aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit. Regelingen voor kinderen tot 18 jaar Artikel6aSport- en/of cultuur voor kinderen tot 18 jaar 1.Voor kinderen van 2 tot en met 17 jaar kan eens per jaar een vergoeding verstrekt worden voor het beoefenen van sport en/of cultuur. 2.De vergoeding voor sport bedraagt maximaal € 250,00 per jaar. 3.De vergoeding voor het beoefenen van cultuur bedraagt maximaal € 465,00 per jaar. Artikel6bWijze van vergoeding sport- en/of cultuur voor kinderen tot 18 jaar 1.Ouders en kind(eren) bepalen aan welke sport- en/of cultuuractiviteit het kind wil deelnemen. 2.De vergoeding voor contributie wordt rechtstreeks aan de vereniging, muziekschool of andere culturele/sportinstelling betaald. 3.Bij deelname aan de culturele en/of sportactiviteiten kan eventueel resterend budget worden besteed voor aanschaf van attributen die noodzakelijk zijn voor het beoefenen van de gekozen activiteit. Artikel7aZwemles 1.Voor de kosten van zwemles geldt een vaste vergoeding. Het verschil tussen de daadwerkelijke kosten en de vergoeding komt voor rekening van de ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.