De Groenkaart Door de bomen het bos weer zien! Onverwacht mij tegen in 't nog winters jaar op de sprong der wegen bloeit de hazelaar. Tegen 't licht gehangen slingertjes van goud; aarzelend, bevangen raak ik aan het hout. Trillend dwaalt van boven 't fijne wolken los; en met bloei bestoven in het naakte bos blijf ik in een beven teruggehouden staan, en ik raak nog even 't donker stamhout aan. VOORWOORD Zoetermeer is een groene stad, een stad vol leven. Vanaf de allereerste groeiplannen heeft het groen altijd al een belangrijke rol gespeeld bij de uitbouw van onze stad. Daardoor is het groen voor Zoetermeerders bijna vanzelfsprekend geworden. We staan er bijna niet meer bij stil dat Zoetermeer een van de groenste steden in het Groene Hart is. Daar komt bij dat veel stedelijk groen in Zoetermeer een natuurlijk karakter heeft en er daardoor veel ruimte ontstaat voor natuur(beleving) dichtbij mensen. Sinds ik een paar maanden geleden wethouder ben geworden realiseer ik me steeds meer hoe bijzonder dat is. Niet alleen als decor voor onze dagelijkse activiteiten, maar ook als leefomgeving van mens, plant en dier. Zo is de diversiteit aan plant- en diersoorten in onze stad veel groter dan die in het omringende buitengebied. Het Zoetermeerse groen is een van de redenen voor bewoners en bedrijven om zich in Zoetermeer te vestigen. Groen heeft ook een positief effect op onze gezondheid en ons welbevinden. Zo genezen ziekenhuispatiënten met uitzicht op groen sneller dan patiënten die dat niet hebben. Daarnaast heeft uitzicht op groen ook een direct effect op de waarde van een huis. Maar groen heeft ook een positief effect op het klimaat, bijvoorbeeld door het verminderen van ‘hittestress’ – extreme opwarming in de zomerperiode – in de stad, of door de opvang van water bij extreme neerslag. Het belang van het groen in en om de stad zie ik ook terug in de betrokkenheid van onze inwoners. De beleving en waardering voor het groen en de natuur in de directe woonomgeving groeit nog steeds. Als er een boom gekapt wordt, ook al is dat soms niet te vermijden, dan gaat dit de bewoners aan het hart. Juist daarom ben ik er trots op om u de Groentrilogie te kunnen presenteren. De Groentrilogie geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met het groen, de biodiversiteit en de bomen in de stad. Voor u ligt de Groenkaart, die de groene ambitie voor de stad en de spelregels voor het omgaan met het openbaar groen bevat. De Groenkaart is onlosmakelijk verbonden met de Visie Biodiversiteit, waarin wij onze ambitie om de grote diversiteit aan plant- en diersoorten op peil te houden en waar mogelijk te vergroten, hebben uitgewerkt. De derde pijler van de Groentrilogie is het Bomenbeleid, dat al in september 2011 is vastgesteld, maar nu in een bijpassend jasje is gegoten. Ik hoop dat u met veel plezier de Groentrilogie gaat lezen en dat u zich met mij wilt inzetten voor het groen, de biodiversiteit en de bomen in onze stad. Klaasjan de Jong Wethouder groen, zorg, welzijn en ouderen 01INLEIDING 1.1Achtergrond Begin jaren ‘60 van de vorige eeuw is begonnen met de ontwikkeling van Zoetermeer als groeikern, een groene woonstad bij Den Haag. Zoetermeer is opgebouwd als een zogenoemde ‘opgerolde bandstad’: Een aantal wijken rondom een centrum, met daar omheen grote recreatie- gebieden. De hoofdwegenstructuur en de Randstadrail (de oude NS Zoetermeerlijn) verbinden de wijken onderling en met het centrum. Elke wijk had zo het centrum en een re- creatiegebied op fietsafstand. De recreatiegebieden vorm- den ook een buffer tussen de stad en het platteland. Bij de ontwikkeling van de stad is een goede balans tussen groen op het niveau van de stad, de wijk, de buurt en het (bouw) blok leidend geweest. “Groen op loopafstand” is dan ook een belangrijk criterium van inwoners om te kiezen voor een woning in Zoetermeer. Er is veel aandacht besteed aan de groene uitstraling van (hoofd)wegen. Zoetermeer is in ruim 40 jaar tijd uitgegroeid van een dorp in de polder tot een compacte groene woonstad van 125.000 inwoners. Zoetermeer is instaat geweest de onstuimige groei te combineren met een aangenaam, groen woonklimaat. Meteen bij aanleg is gekozen voor veel en snelgroeiende soorten, om snel een groen beeld te ont- wikkelen. Vanaf 1970 is vooral voor inheems bosplantsoen gekozen. Bij de opzet van de stad is de historische structuur van het polderlandschap in de stad opgenomen. Het oude dorp op het veenkussen, de oude linten en vaarten, maar ook zichtlijnen en oude elementen, zoals elzensingels vormen de structurerende elementen in de opzet van de stad. Deze oude structuren verbinden de stad ook met het om- ringende landschap. Op de fiets ben je via de oude linten snel de stad uit. Midden in de stad heb je al het gevoel buiten de stad te zijn. De aanwezigheid van monumentale bomen geven de historische lijnen een bijzonder karakter in de nog jonge stad. Ook in de regio speelt het Zoetermeerse groen een belangrijke rol. Veel inwoners van de regio’s Rotterdam en Haaglanden kunnen alleen via de Zoetermeerse parken in het Groene Hart komen. Deze verbindende functie neemt meer en meer in belang toe. In het openbaar groen vinden ook ontwikkelingen plaats. De eerste herstructurering is begonnen in Palenstein en er vindt verdichting plaats in de stad. Veel van de bomen, die bij de uitbreiding van Zoetermeer zijn geplant, zijn nu aan vervanging toe. Het groene karakter is echter een belang- rijke vestigingsvoorwaarde voor bewoners en bedrijven. Om de groene kwaliteit van de stad te waarborgen is een afwegingskader nodig voor de ontwikkeling van de groene ruimte van Zoetermeer. De centrale vraag in de Groen- kaart is daarom welke ambitie Zoetermeer heeft voor het openbaar groen in en om de stad, welke spelregels hierbij horen, wat de groene kwaliteit van Zoetermeer is en hoe richting gegeven kan worden aan de verduurzaming van het bomenbestand. 1.2Groentrilogie De Groenkaart heeft een relatie met twee andere beleids- documenten. Gelijktijdig met de Groenkaart is ook de Visie Biodiversiteit vastgesteld en in 2011 is het Bomenbeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Samen vormen deze documenten als het ware de ‘groentrilogie’ van Zoeter- meer. De ambitie van de visie Biodiversiteit is om de biodiversiteit, en de waardering van de inwoners hiervoor, op peil te houden en waar mogelijk te vergroten. Dat moet gebeuren binnen de (afnemende) financiële mogelijkheden van de gemeente. Er wordt een stimulerende koers aan gehouden gericht op samenwerking, inspiratie en communicatie, binnen de huidige budgetten. Zoetermeer wil één van de voorbeeldsteden in Nederland zijn als het gaat om een duurzame stad; maar wel met een realistische aanpak. Dit leidt tot een tweesporen benadering. Spoor 1 richt zich op wat de gemeente zelf kan en wil doen voor de biologische diversiteit. Spoor 2 richt zich op participatie en samenwerking met inwoners, ondernemers en anderen die betrokken zijn bij de biodiversiteit in Zoetermeer. Het bomenbeleid is gericht op het handhaven van het groene karakter van de gemeente Zoetermeer. Dit houdt in dat zorgvuldig om wordt gegaan met alle bomen en boom- structuren in de stad. Gestreefd wordt naar het realiseren van een boomwaardige standplaats, waarbij de boom zo- wel ondergronds als bovengronds voldoende ruimte heeft om uit te groeien. In de visie Biodiversiteit zijn uitgangspunten genoemd waar bij het ontwikkelen van een duurzame bomenstructuur rekening mee dient te worden gehouden. De Groenkaart geeft de bomenstructuur aan voor het vervangen van bomen. Op dit moment wordt ook gewerkt aan de Structuurvisie 2030 voor de stad. De Structuurvisie biedt na afronding een integrale en samenhangende visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in Zoetermeer. De thema´s groen, water en biodiversiteit worden hierin in samenhang bekeken met thema´s, zoals wonen, werken en voorzieningen. Ook komen in en om de stad nieuwe ontwikkelingen op ons af. De Groenkaart en de structuurvisie worden in samenhang ontwikkeld. De deelambities zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van deze Groenkaart en vormen input voor de structuurvisie. 02 VISIE 2.1Groene ambitie Zoetermeer is een compacte groene stad. Groen op loop- afstand is kenmerkend voor de Zoetermeerse wijken. Op stadsniveau heeft Zoetermeer een sterke groenstructuur die de wijken verbindt met het groen om de stad. De bio- diversiteit, het gebruik en de robuustheid van het groen worden zo zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. Zo wordt de groene ruimte van Zoetermeer een samenhangend netwerk van parken en groene verbindingen voor mens, plant en dier, dat in hoge mate wordt gewaardeerd en onderscheidt Zoetermeer zich van de steden in de omgeving. De Groenkaart zet in op een duurzame, samenhangende recreatieve en ecologische groenstructuur voor de stad, die is verbonden met het regionale netwerk. Dit gebeurt door: gerichte kwaliteitsimpulsen voor de parken; het versterken van de samenhang van de groene ruim- te; het verbeteren van de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parken; het verhogen van de biodiversiteit. Om deze groene ambitie te realiseren zijn de vier deelam- bities hieronder uitgewerkt. Ook zijn spelregels opgesteld voor het omgaan met ontwikkelingen in de groengebieden (hoofdstuk 3) en voor het verduurzamen van het bomen- bestand (hoofdstuk 4). Verder zijn de groene kwaliteiten op hoofdlijnen beschreven (hoofdstuk 5). Deze worden uitgewerkt in de wijk- en parkbeschrijvingen (hoofdstuk 6). 2.2Deelambities Om de groene ambitie te realiseren zet de Groenkaart in op: 1.gerichte kwaliteitsimpulsen voor de parken; Na jaren van nieuwe aanleg komen de Zoetermeerse parken in een fase van doorontwikkeling en renovatie. Om te voorkomen dat het groen letterlijk instort is investering en onderhoud nodig. In de Visie Openbare Ruimte is hier- voor geld vrijgemaakt. In het Binnenpark is dit inmiddels met succes gebeurd. Andere parken zijn in de komende jaren aan de beurt. Daarnaast wordt in bijvoorbeeld het Van Tuyllpark en het Buytenpark een kwaliteitsimpuls van de groene ruimte gekoppeld aan ontwikkeling van de (lei- sure)functies in de parken. In de structuurvisie worden deze kwaliteitsimpulsen opgenomen en zo kunnen inkom- sten uit ontwikkelingen op basis van de spelregels worden geïnvesteerd. Ook wordt gezocht naar cofinanciering uit bijvoorbeeld de Groen Agenda van de provincie en het Fonds Groen Haaglanden. 2.het versterken van de samenhang van de groene ruimte; Naast de kwaliteitsimpuls in de bestaande gebieden wordt ook geïnvesteerd in nieuwe gebieden. De driehoek Bent- woud wordt gerealiseerd bij Oosterheem. Aan de westkant wordt de Nieuwe Driemanspolder gerealiseerd. Voor de langere termijn staat de Rottezoom op de agenda om de verbinding tussen Bentwoud en de Rottemeren te volma- ken. Ten zuiden, bij Rokkeveen, wordt nog de groenzone Berkel - Pijnacker aangelegd als onderdeel van de Groen- blauwe Slinger. Ondanks dat deze projecten worden ge- troffen door de rijksbezuinigingen, lijkt realisatie toch door te gaan. Hierdoor ontstaat een compleet en samenhangend groen netwerk rond de stad. In de stad worden het Park Palenstein en de Culturele As aangelegd, om meer groene kwaliteit aan de binnenstad toe te voegen. Een sterk binnenstedelijk groennetwerk verbindt de verschil- lende parken aan elkaar en met de wijken. 3.het verbeteren van de bereikbaarheid en vindbaarheid van de parken; Veel parken liggen aan de rand van Zoetermeer. Dit bete- kent dat goede fiets- en wandelroutes essentieel zijn voor de inwoners van Zoetermeer om deze gebieden te kunnen ervaren. Het gaat niet alleen om het asfalt, maar ook om de herkenbaarheid en vindbaarheid van de routes en in hoeverre de route bijdraagt aan de ervaring om buiten te zijn. Voor de beleving van de weidsheid van het Zoetermeerse groen wordt ook geïnvesteerd in betere aansluiting van de parken onderling. Ook wordt onderzocht of een vaarverbinding voor kano’s gemaakt kan worden tussen de Dobbeplas en het Geertje. Zo wordt de binnenstad van Zoetermeer verbonden met het Groene Hart. Via de nota mobiliteit en het provinciaal fietsplan wordt geïnvesteerd in het verbeteren van fietsverbindingen en het invullen van ontbrekende schakels. 4.het verhogen van de biodiversiteit; Door de regionale ligging van Zoetermeer tegen het Groene Hart zijn er provinciale /regionale ecologische verbindingen, die vanuit het groene Hart rondom Zoetermeer lopen. Daarbij vormt de A12 een stevige barrière voor de noordzuid verbindingen. Ten westen ter hoogte van Roeleveen met de groenblauwe slinger en ten oosten van Zoetermeer bij de Rotte zijn faunapassages gepland om deze A12 barrière voor de fauna passeerbaar te maken. Van- uit de biodiversiteit bezien bevatten de groene structuren in de stad soms barrières en ontbrekende schakels. De waterkwaliteit van Zoetermeer laat nog te wensen over. Daarom wordt geïnvesteerd in de belangrijkste en meest kansrijke watergangen om de waterkwaliteit (en de beleving) te verhogen. Ook wordt de inlaat van polderwater bij het Buytenpark afgesloten, zodat minder voedselrijk water binnen komt. Dit is vertaald in de Visie Biodiversiteit en het actieplan Biodiversiteit. 03SPELREGELS De Flora- en faunawet regelt de bescherming, zoals na- tuurcompensatie, voor plant- en diersoorten. Dit is voor Zoetermeer vastgelegd in de gedragscode van de gemeen- te Zoetermeer in het kader van de Flora – en faunawet. Aanvullend op de werking van de Flora- en faunawet kiest de gemeente Zoetermeer voor nadere spelregels bij ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een groene bestemming. Bestemmingsplannen zijn het instrument van de gemeente om onderscheid te maken tussen gewenste en ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen. De spelregels zijn opgesteld om toe te passen bij afwijkingen van het bestemmingsplan die ten koste gaan van groen. Het wijzigen van een bestemming vraagt om een integrale afweging van het college en de gemeenteraad. De spelregels zijn niet opgesteld om ontwikkelingen onmogelijk te maken. Ze zijn opgesteld om waarde en diversiteit van het groen te behouden en waar mogelijk te versterken, als een ‘groenbalans’ op het niveau van de stad. Primair onderscheid betreft de indeling in regiogroen, stadsgroen en wijk- en buurtgroen. Deze indeling is typerend voor de groenfuncties in de stad en voor het type ontwikkelingen dat per gebied passend is. 3-1Groencompensatie Groencompensatie is afdwingbaar bij ontwikkelingen in afwijking van het bestemmingsplan die ten koste gaan van de groenfunctie en/of de groenbeleving. Groencompensatie is daarnaast ook aan de orde bij ontwikkelingen die ten koste gaan van de groenfunctie en/of de groenbeleving op gronden in eigendom van de gemeente. Per gebiedstype geldt een eigen regime voor de mate waarin kan worden afgeweken van bestaande kaders (bestemmingsplan), en voor de mate van groencompensatie. De mate van compensatie varieert van gebied tot gebied, van beschermen, tot compenseren en inpassen. In gebieden met een hoge natuurwaarde wordt uitgegaan van een hogere mate van compensatie. Groencompensatie gaat meestal om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hogere kwaliteit. Dit kan in het plangebied plaatsvinden, maar ook elders in de stad. De groencompensatie wordt berekend op basis van de gemeentelijke generieke rekenmethode. Deze compensatie wordt geoormerkt in het Reserve Investeringsfonds (RIF) ten behoeve van de zogenoemde ‘levende lijst’ met compensatieprojecten. Deze levende lijst wordt twee maal per jaar besproken met de natuur- en milieuorganisaties. De spelregels zijn gekoppeld aan drie categorieën: Regio- groen (natuurkern en recreatiegebied), Stadsgroen (hoog- en laagdynamisch) en Wijk- en buurtgroen. De bijbehorende kaart geeft aan waar welke categorie van toepassing is. Bij het toepassen van de spelregels wordt ook gekeken naar het karakter en de draagkracht van het gebied. Een kwalitatieve beschrijving van de gebieden is opgenomen in de wijk- en parkbeschrijvingen in hoofdstuk 6. 3-2Regiogroen Deze categorie beslaat het groen rondom de stad met een regionale betekenis. In de Natuurkernen staan biodiversiteit en natuurgerichte recreatie (het genieten van een natuurlijke omgeving) voorop. Alleen in de Meerpolder is het hoofdgebruik landbouw. De landbouw draagt hier bij aan het in stand houden van weidevogels. Uitbreidingen die nodig zijn voor het duurzaam in stand houden van het agrarische gebruik zijn hier toegestaan. De categorie Natuurkernen is bedoeld om de natuurwaar- den te behouden en te versterken en ongewenste ontwikkelingen (verstedelijking) tegen te gaan. De natuurkernen krijgen in de betreffende bestemmingsplannen zoveel mo- gelijk de bestemming Natuur. Natuurgerichte recreatie is met name ongemotoriseerde routegebonden recreatie, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, struinen, skaten. In het Buytenpark is ook een mountainbikeparcours aanwezig. In de winterperiode behoren schaatsen en langlaufen tot de mogelijkheden. Daarnaast zijn er bijzondere voorzieningen, zoals een vogelkijkhut, een informatiecentrum, een uitzichtspunt en dergelijke. Uitbreiding of toevoeging van deze functies is in principe mogelijk, mits het karakter en de draagkracht van het gebied dit toelaat. De categorie recreatiegebied is van toepassing op de recreatiegebieden buiten de stad, met uitzondering van de sport- en leisure voorzieningen en de stadsranden, en op delen van het agrarisch gebied. Het regionaal groen is primair bedoeld voor buitenrecreatie, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, struinen, skaten, (natuurlijk) spelen, strand, horeca, waterrecreatie, dagkampeerterrein, vissen, honden losloopgebied en de daarbij horende ontsluiting en parkeren. In het Buytenpark is ook een mountainbikeparcours aanwezig. In de winterperiode behoren schaatsen en langlaufen tot de mogelijkheden. Natuur(ontwikkeling) is hier complementair aan het recreatieve gebruik. Functies die aansluiten bij dit gebruik en/of dit gebruik bevorderen zijn mogelijk, mits het karakter en de draagkracht van het gebied dit toelaat en onder voorwaarde van groencompensatie. Deze financiële compensatie wordt berekend met de gemeentelijke generieke rekenmethode. Een afweging is daar- naast wat het maatschappelijk belang van de ontwikkeling is. Daarnaast vallen ook de (delen van) de Meerpolder en de Nieuwe Driemanspolder onder deze categorie. De landbouw draagt hier bij aan het in stand houden van weidevogels. Uitbreidingen die nodig zijn voor het duurzaam in stand houden van het agrarische gebruik zijn hier toegestaan. De Nieuwe Driemanspolder gaat in de toekomst transfor- meren in een recreatie-, natuur- en waterbergingsgebied. 3-3Stadsgroen Onder deze categorie valt het groen op stadsniveau. De functies van deze gebieden verschillen. In het Stadsgroen wordt in eerste instantie gezocht naar groencompensatie in het gebied zelf, om de kwaliteit van het groen op stadsniveau zoveel mogelijk te behouden en waar mogelijk te vergroten. Dit wordt beoordeeld met de generieke rekenmethode. Als dit niet lukt wordt, net als in de recreatiegebieden, financieel gecompenseerd. De mate van ontwikkeling wordt bepaald door de dynamiek. Een groot deel van het groen in deze categorie is laagdynamisch. Dat wil zeggen dat het bij ontwikkelingen vooral om klei- nere voorzieningen gaat, zoals recreatieve functies, een (groene) speelplek, of een horecavoorziening, die passen binnen het specifieke gebied. Langs de linten kunnen ook woningen en voorzieningen, zoals een manege, horeca, bed & breakfast, een theetuin, wellness, zorgvoorzienin- gen, worden gerealiseerd, mits passend in het karakter van het lint. Dit onder voorwaarde van groencompen- satie (zie 3-1 Groencompensatie), waarbij in eerste instantie wordt gezocht naar compensatie op de plek of de directe omgeving van de ontwikkeling zelf. In de hoogdynamische gebieden gaat het om grootschaligere functies, zoals woningbouw, (gebouwde) recreatie- voorzieningen, kantoren, herstructurering en dergelijke. In het Van Tuyllpark worden daarnaast (gebouwde) leisure voorzieningen toegevoegd. Langs de oude linten is het gebruik gemengd. Hier wisselen woningen en voorzieningen, zoals een manege, horeca, bed & breakfast, een theetuin, wellness, zorgvoorzieningen, elkaar af in een groene omgeving. De verbindende functie voor natuur en recreatie moet hier gewaarborgd blijven en waar mogelijk verbeterd. Bij de sport- en leisure voorzieningen is ook de groene setting van belang. Groencompensatie gaat in dit geval in eerste instantie om investeren in een goede openbare ruimte met sterke verbindingen en meer geconcentreerd groen met een hogere kwaliteit. Dit wordt meegenomen in de betreffende grondexploitatie en/ of een anterieure overeenkomst op basis van een steden- bouwkundig plan of gebiedsvisie. 3-4Wijk- en buurtgroen Voor de kleinere wijkparken, wijkontsluiting, buurtparken en (woon)straten en plantsoenen geldt het principe van inpassen. Dat wil zeggen dat functies die aansluiten bij het karakter en de functie van het gebied en/of de sociale veiligheid vergroten mogelijk zijn, als hiervoor een land- schapsplan is gemaakt. De inrichting van het openbaar groen en inpassing van ontwikkelingen in de wijken wordt, zoveel mogelijk gericht op geconcentreerde kwaliteitsverbetering, in overleg met de bewoners uitgewerkt. Delen van dit openbaar groen kan in aanmerking komen voor vormen van adoptie, of beheer door bewoners en bedrijven. 04BOMENSTRUCTUUR De bomen in de parken en recreatiegebieden en in de plantsoenen langs de hoofdwegen hebben een (vrijwel) natuurlijke standplaats. Hier kunnen bomen volledig uit- groeien en een volwassen staat bereiken. Ook groeien hier spontaan bomen, omdat hier voldoende ruimte is om uit te zaaien en uit te groeien. De bomen in de straat heb- ben geen natuurlijke standplaats. Door de beperkte beschikbare ruimte is hun levensduur beperkt. De meeste straatbomen gaan 25 tot 40 jaar mee. Het is daarom niet verassend dat juist nu veel straatbomen aan het einde van hun levensduur zijn. Dit wordt nog eens versterkt doordat in het verleden veel snelgroeiende soorten relatief dicht op elkaar geplant zijn. De standplaats van veel straatbomen is daarom niet ideaal. Het gemeentelijke bomenbeleid streeft naar duurzame standplaatsen voor de stadsbomen. Bomen bepalen voor een belangrijk deel het groene karakter van de stad. De bomenstructuur van de stad geeft daarom richting aan het vervangen en verduurzamen van het bomenbestand, conform het gemeentelijke bomenbeleid. Het behouden van het groene beeld is daarbij uitgangspunt. Dit is met name belangrijk op plaatsen waar bomen nu dicht op elkaar staan, of deze nu geen duurzame standplaats hebben, bijvoorbeeld door kabels en lei- dingen, of verharding. Ook kan beter worden ingespeeld op wensen van bewoners en kan meer variatie en een hogere biodiversiteit worden bereikt. Binnen deze spelregels worden zoveel mogelijk bomen teruggeplant. Zo kunnen bomen beeldbepalend blijven in het Zoetermeerse straatbeeld. De bomen in de stad zijn (voornamelijk) gekoppeld aan de wegenstructuur. De wegenstructuur is verdeeld over drie niveaus: stad, wijk en buurt. Op elk niveau zijn de categorieën uitgewerkt. Bij vervanging van bomen langs de wegen biedt deze indeling houvast voor verduurzaming van het bomenbestand. De betrokkenheid van bewoners neemt toe van stadsniveau naar buurtniveau. 4.1Stad De wegenstructuur op stadsniveau bestaat uit de hoofdwegen. Hierin zijn drie categorieën onderscheiden: Groene hoofdweg; Deze hoofdwegen zijn in zij en middenberm beplant met struweelen verspreid staande bomen. Dit is de eerste kennismaking met het groene karaktervan Zoetermeer voor veel bezoekers. Aan deze wegen zijn veelal fietspaden- gekoppeld. Behoud van het groene beeld en versterking van de verbindende functie voor natuur en recreatie zijn hier uitgangspunt. Niet de individuele boom, maar het samenstel van struweel en bomen is hierbij belangrijk. Ontwikkelingen langs de stadsontsluiting zijn mogelijk, maar moeten rekeninghouden met deze verbindende functie. Ontwikkelingen maken het ook mogelijk om de barrière- werking van de stadsontsluiting te verminderen. Afrika- weg, Amerikaweg, Zwaardslootse weg, Australiëweg, Azieweg (tweede deel meer open van karakter door koppeling met Leidse Wallenwetering) Stedelijke hoofdweg; Hier ligt de hoofdwegenstructuur direct tegen het stads- centrum aan. De weg is stenig van karakter, onder andere door de tunnelbak en de parallelle wegen. De weg wordt begeleid door een laan. De continuïteit van de laan, met zoveel mogelijk aaneengesloten kronen, is uitgangspunt voor de boomstructuur. Hier ligt al sinds jaar en dag een uitdaging om een duurzame groene inrichting te kiezen die past bij deze situatie. Europaweg, begin Zwaardslootse weg Hoofdweg met laan; Deze hoofdwegen hebben een brede zij- en middenberm, deels met taluds. De wegen worden (grotendeels) begeleid door lanen. De grasbermen vormen een continue lijn langs deze hoofdwegen. De continuïteit van de laan is uitgangspunt voor de boomstructuur. De graslaag wordt zo natuurlijk mogelijk beheerd. Leidschendamse weg, Middelweg, Oostweg en Zuidweg. 4.2Wijk De wegen op wijkniveau zijn de belangrijkste ontsluitingen per wijk. Deze wegen volgen de stedenbouwkundige opzet van de wijk en zijn beeldbepalend. Per wijk hebben de wegen een eigen beplanting. Zo dragen zij bij aan de verschillende karakters van de wijken. Op wijkniveau zijn er twee categorieën onderscheiden: Wijkontsluiting; Dit is de hoofdwegen structuur van de wijk. De wegen worden begeleid door lanen en/of singels. Doorstroming is hier de prioriteit. Woningen zijn (meestal) niet direct aangesloten op de wijkontsluiting. De continuïteit van de laan, met zoveel mogelijk aaneengesloten kronen, is uitgangs- punt voor de boomstructuur. Wijktoegang; Vanaf de wijkontsluiting komt de bewoner op de wijktoegang. Deze wegen verspreiden het verkeer over de wijk richting de buurten. Woningen zijn vaak direct aangesloten op de wijktoegang, maar ook hier is doorstroming belangrijk. De wijktoegangen worden begeleid door lanen met bomen van een lagere orde dan de wijkontsluiting en/ of singels. De continuïteit van de laan is uitgangspunt voor de boomstructuur. 4.3Buurt Op buurtniveau liggen de straten direct tussen de woningen. Zij volgen de stedenbouwkundige opzet van de buurt en bepalen het groene karakter de bewoners ervaren direct rond hun woning. Op buurtniveau worden twee categorieën onderscheiden: Buurtontsluiting: De buurtontsluitingen zijn de doorgaande straten in de buurt. Deze straten worden begeleid door bomenrijen, plantsoen, of singels. De straten hebben een doorgaand en eenduidig karakter. Invulling van de beplanting vindt plaats in overleg met bewoners. Woonstraten en woonerven: De woonstraten en woonerven hebben een divers karakter. Zij vormen het groen in de directe omgeving van de woning en zijn vaak per straat verschillend. De (voor)tuinen dragen hier in grote mate bij aan het groene karakter van de straat. Invulling van de beplanting vindt plaats in over- leg met de bewoners. Hierbij wordt een evenwicht gezocht tussen ontwikkeling en behoud van het groene beeld. 05 GROENE KWALITEITEN 5.1Karakters Groen in en om de stad heeft verschillende functies. Het is een plek waar wordt gerecreëerd, het zijn brongebieden voor biodiversiteit, het vormt de belangrijkste recreatieve en ecologische verbindingen en biedt plaats aan de hoofd waterstructuur. Daarnaast kent het groen vele nevenfuncties, als decor, als plek om te spelen of te sporten, als aangenaam klimaat, als voedingsbodem voor gewassen, als gezonde omgeving, enzovoorts. Bij de opzet van de stad is de historische structuur van het polderlandschap in de stad opgenomen. Het oude dorp op het veenkussen, de oude linten en vaarten, maar ook zichtlijnen en oude elementen, zoals elzensingels vormen de structurerende elementen in de opzet van de stad. Deze oude structuren verbinden de stad ook met het om- ringende landschap. Op de fiets ben je via de oude linten snel de stad uit. Midden in de stad heb je al het gevoel buiten de stad te zijn. Tussen de oude linten is het aantal fietsuitgangen echter beperkt. De aanwezigheid van monumentale bomen geeft de historische lijnen een bijzon- der karakter in de nog jonge stad. Het water is over het algemeen nog slecht bruikbaar. In de Noord Aa plas en het Westerpark is het mogelijk om te varen, maar de historische vaarwegen door de stad zijn veel onderbroken, door lage bruggen en gemalen. Hierdoor is Zoetermeer als één van de weinige steden in het Groene Hart niet per boot, of per kano bereikbaar vanuit het buitengebied. Het water wordt wel veel gebruikt voor de hengelsport. 5.2Groen op elk niveau Het groen van Zoetermeer heeft betekenis op verschil- lende niveaus: de regio, de stad, de wijk en de buurt. De balans tussen deze niveaus bepaalt de kwaliteit van het groen. Het Regiogroen bestaat uit de grotere groengebieden rond de stad. Zij vormen een samenhangend netwerk van groengebieden met de recreatie en natuurkernen in de regio (Hof van Delfland, Groene Hart). Hier kunnen de inwoners van Zoetermeer uitwaaien, fietsen, wandelen, sporten, natuur beleven en vind je de grotere sport- en leisurevoorzieningen van de stad. Het regiogroen is onderdeel van de regioparken Buytenhout, Land van wijk en wouden en Bentwoud-Rottemeren. Het stadsgroen is de drager van het groene imago van Zoetermeer. Ook zijn hier stadsvoorzieningen te vinden, zoals sportvelden, grotere speelvoorzieningen en wijktuinen. Het stadsgroen bestaat uit de grote groengebieden en –structuren die een functie hebben op niveau van de stad. Zij vormen een samenhangend groen netwerk dat het regiogroen verbindt met het wijk- en buurtgroen. Het wijkgroen bepaalt het aanzicht van de wijk en is de omgeving voor (groene) wijkvoorzieningen, zoals speeltuinen en wijkparken. Het wijkgroen bestaat uit de belang- rijkste groenstructuren van de wijk. Deze groenstructuren zijn beeldbepalend voor de wijk en verzorgen de directe recreatiemogelijkheden van veel wijkbewoners. Het buurtgroen bestaat uit het groen in de directe woon- omgeving. Dit is het groen dat bewoners zien door hun raam, of als ze hun woning uitstappen. Dit zijn de plek- ken waar (kleine) kinderen spelen en bewoners hun hond uitlaten. Vanwege dit directe belang van bewoners wordt bij beheer, inrichting en herontwikkeling grote waarde ge- hecht aan participatie van buurtbewoners. 5.3Biodiversiteit Naast ruimte voor mensen, biedt het openbaar groen ook ruimte voor planten en dieren. De hoge biodiversiteit zorgt onder andere voor tegenwicht tegen ziekten en plagen, voedselproductie, frisse lucht en een aangenaam de- cor voor buiten activiteiten. Het ervaren van de geur van bloemen, kabbelend water en vogelgeluiden verrijkt het woon- en werkplezier. Zoetermeer heeft momenteel vier brongebieden voor biodiversiteit de zogenaamde natuurkernen. Deze gebieden liggen aan de rand van de stad en zijn van regionale betekenis en vormen op zich weer een onderdeel van een regionale verbinding. Deze gebieden samen vormen ook de basis of bron voor de relatief hoge biodiversiteit in Zoetermeer zelf. Omdat ieder gebied een ander karakter heeft, leveren ze stuk voor stuk een unieke bijdrage aan de biodiversiteit in de stad en regio. Zoetermeer zelf heeft een groene uitstraling. Dat heeft de stad voor het belangrijkste deel te danken aan de grote groene structuren en parken, die sterk wisselen in vorm en omvang. Het groen in de wijk is juist van grote betekenis voor de natuurbeleving in de directe woonomgeving. Het zijn spoorlijnen, stadswegen, oude weteringen en een aantal grote en kleine parken die stedelijke voorzieningen herbergen en/of door hun ligging (aan een belangrijke stedelijke structuur) van grote betekenis zijn voor de biodiversiteit in de stad. Zij vormen de belangrijkste verbindingen van de regio naar het hart van de stad en de wijken. Gebleken is dat het stelsel van oude weteringen de vaste vliegroutes markeert voor de belangrijkste vleermuissoorten in de stad. Ook voor zwaluwen, egels en libellen zijn de grote blauwgroene structuren belangrijk. Langs de A12 en in het stadscentrum ervaart de bezoeker of passant dit groene karakter echter nauwelijks. 5.4Beheer Door zijn korte ontstaansgeschiedenis is Zoetermeer nog niet gewend aan (grootschalig) onderhoud van openbaar groen. Tot nu toe is er vooral nieuw groen aangelegd. Veel beplanting is nu aan het einde van zijn levensduur. Ook is het gebruik en het beheer van het openbaar groen in de afgelopen 40 jaar veranderd. Het openbaar groen bestaat uit levend materiaal: Het groeit en gaat dood en nieuwe soorten vestigen zich weer. Dit is een natuurlijk proces. Maar om een aangenaam gebruik mogelijk te maken is daar ook beheer en soms (groot) onderhoud voor nodig. Hoe groter de gebruiksdruk hoe meer onderhoud nodig is om het groen in stand te houden. Door de opschaling van het beheer in de aflopen decennia treedt nu nivellering op. De rozenperken uit de jaren ‘70 zijn meestal verdwenen en de plantvakken in de wijken gaan steeds meer op elkaar lijken. Via adoptiegroen krijgen inwoners meer invloed op het beheer van het groen in de straat en is het mogelijk de diversiteit te vergroten. Niet alleen de kwantiteit, maar ook de kwaliteit van het groen is direct van invloed op het woongenot en ook waar- de van de woningen in de buurt. Veel, maar versnipperd groen kan slecht aan de behoefte voldoen en heeft last van verstoring en geeft ‘overlast’ door bijvoorbeeld bladval op de weg/stoep. Met name in Buytenwegh, Seghwaert en de Leyens, waar het groen versnipperd is, speelt dit probleem. De overheid wordt op dit moment op alle niveaus geconfronteerd met forse bezuinigingen. Het is daarmee niet meer vanzelfsprekend dat de overheid in grote mate kan investeren in aanleg, beheer en onderhoud van openbaar groen. Zo staat de aanleg van de Nieuwe Driemanspolder onder druk en kampt Staatsbosbeheer met een dreigende bezuiniging van 100% op het beheer budget voor de Balij en het Bielandse bos, de Nieuwe Driemanspolder en het Bentwoud. Ook op gemeentelijk niveau is besloten om te bezuinigen op het beheer van de openbare ruimte. Tegelijkertijd gaan steeds meer ondernemers duurzaam en maatschappelijk ondernemen. Dat betekent dat ondernemers investeren in ‘groen’ om CO2 uitstoot te compenseren. Maar ook dat ondernemers investeren in maatschappelijke doelen, om uiting te geven aan hun betrokkenheid bij de maatschappij. Bij ondernemers neemt daarnaast het besef toe dat groen een belangrijke vestigingsvoorwaarde is. Tot nu toe leidt dit nog tot weinig investeringen in het (openbaar) groen van Zoetermeer. In 2013 wordt de beheervisie van de gemeente Zoeter- meer geactualiseerd. Hierin worden ook de bezuinigingen op het beheer van het openbaar groen en de werking van de beheervisie geëvalueerd. De relatie tussen de verminderde financiële middelen en het gebruik en de functie van het groen komt hierbij onder de aandacht. 5.5Positieve invloed openbaar groen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.