Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024 (Verordening afvalstoffenheffing 2024)Nummer 581237/581314 De raad van de gemeente Renswoude; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 30 oktober 2023; Gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; Artikel1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam “ afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in Artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt, op grond van de daarbij behorende tarieventabel , naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot inzameling van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7 Ontstaan van de belasting en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting als bedoeld in hoofdstuk 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede een het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in gebruik neemt. 5.De belasting bedoeld in hoofdstuk 2,3 en 4 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. 6.Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. 7.Voor de toepassing van het bepaalde in het zesde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel8 Termijnen van betaling
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.