VTH Strategie milieu 2023-2026Gedeputeerde Staten van Noord-Holland Gelet op Artikel 13.5 Omgevingsbesluit. Overwegende dat De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) namens de provincie Noord-Holland vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken op het thema Bodem uitvoert. Het wettelijk verplicht is om voor het uitvoeren van deze taken een Strategie vast te stellen. Door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst IJmond op 8 maart 2023 is besloten de VTH Strategie Milieu 2023-2026 naar alle deelnemers te sturen voor vaststelling. Besluiten: Tot het vaststellen van het VTH Strategie Milieu 2023-2026 van de Omgevingsdienst IJmond. VTH-strategie milieu 2023 – 2026 OMGEVINGSDIENST IJMOND 1Inleiding De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vraagt van de overheid een integrale benadering van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Het transparant formuleren en uitvoeren van vergunningen-, toezicht- en handhavingsbeleid is daarbij een belangrijke opgave. Landelijk zijn kwaliteitscriteria ontwikkeld voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Met deze kwaliteitscriteria wordt getracht de kwaliteit van de processen, de uitvoeringsorganisaties, zoals Omgevingsdienst IJmond (ODIJmond) en haar medewerkers te borgen. Met ingang van 1 juli 2016 zijn deze criteria verankerd in de Wabo. Met het Beleidskader VTHmilieu 20232026 (Beleidskader) stellen de gemeenten en provincie waar ODIJmond voor werkt de meerjarige doelen en prioriteiten op het gebied van vergunning verlening, toezicht en handhaving milieu vast. Met de VTHstrategie milieu 20232026 (Strategie) wordt vastgelegd welke strategie daarbij gehanteerd wordt. Samen vormen deze documenten het uitvoerings en handhavings beleid, zoals bedoeld in artikel 7.2 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Reikwijdte Deze Strategie ziet toe op de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving met betrekking tot het basistakenpakket zoals bedoeld in de Wabo. En het volledige milieutakenpakket voor zover onze deelnemende gemeenten en provincie deze taken bij ODIJmond heeft neergelegd. De Strategie ziet niet toe op de uitvoering van andere VTHtaken, waaronder Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en bouw en woningtoezicht. Terugblik De Strategie vormt de actualisatie van de (
(2008), zijn steeds meer activiteiten onder algemene regels ondergebracht waardoor algemene regels van toepassing zijn. Het gevolg is dat zowel vanuit het bevoegde gezag, ondernemers als van omwonende meer behoefte is aan maatwerk, gelijkwaardigheid en/of eisen voor (aanvullend) onderzoek. Deze verzoeken handelen wij af. Enkelvoudige of meervoudige vergunningen Omgevingsvergunningen kunnen enkelvoudig of meervoudig zijn. Wanneer alleen voor het onderdeel milieu een vergunning of melding nodig is, behandelt ODIJmond deze zelfstandig. Een procedure is meervoudig wanneer naast het onderdeel milieu voor een ander onderdeel genoemd in artikel 2.1 van de Wabo, een aanvraag is ingediend. In die gevallen stelt ODIJmond samen met de betreffende gemeente of provincie NoordHolland de vergunning op en/of er is afstemming in verband met de melding Activiteitenbesluit. 2.2Taken vergunningverlening Bij vergunningverlening verlenen wij aan onze deelnemende gemeenten en de provincie de volgende taken: Beoordelen en besluit op aanvragen om een Omgevingsvergunning conform de Wabo artikel 2.1 eerste lid onder e en i. Beoordelen meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer, Besluit mobiel breken, Besluit lozen buiten inrichtingen, Besluit gesloten bodem energiesystemen. Advisering bouwplannen, ruimtelijke ontwikkelingen. Wettelijk adviseurschap. 2.3Uitgangspunten bij vergunningverlening Bij de verlening van vergunningen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Vergunningen en besluiten worden beheerd en onderhouden, waardoor ze zo actueel mogelijk zijn. Vergunningen en besluiten zijn afgestemd op landelijke standaarden, innovaties van bedrijven, alsmede op lokaal/regionaal beleid en geldende wet en regelgeving. Vergunningen en besluiten zijn duidelijk, handhaafbaar en naleefbaar. Vergunningen en besluiten zijn zo nodig integraal, waarin verschillende aspecten en wetten op samenhangende wijze zijn opgenomen. Afstemming, coördinatie of contact met andere afdelingen, bestuurs en adviesorganen of belanghebbende derden wordt gezocht. Vergunningen en besluiten worden tijdig afgegeven en genomen, conform de wettelijk geldende termijnen. Het reguleringsproces is voorspelbaar, transparant, juridisch juist en achteraf verifieerbaar. Best Beschikbare Techniek (BBT) is het uit gangspunt bij verlening en actualisering. Het gaat om thema’s zoals lucht (luchtkwaliteit, (grof) stof), zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), geur, energiebesparende maatregelen en geluid. Borgen van het wettelijk adviseurschap binnen de organisatie. Mogelijkheden met betrekking tot de informatisering en automatisering van vergunningen, meldingen en overige producten die door de cirkel vergunningverlening worden geleverd. 2.4Verlenen van vergunningen 2.4.1Standaard teksten omgevingsvergunningen Voor de vergunningenstrategie worden de kaders aangehouden die landelijk in ontwikkeling zijn. ODIJmond zoekt daarom aansluiting bij de lande lijke redactie standaardteksten omgevingsvergunning (LRSO). De LRSO heeft als doel een betere onderlinge afstemming tussen de omgevingsdiensten bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Om haar doel te bereiken zorgt LRSO voor standaardteksten inzake omgevingsvergunningen die landelijk toepasbaar zijn. Voordelen van deze standaard teksten zijn: Borging van actuele kennis. Verbeteren van de samenwerking tussen alle omgevingsdiensten. Verkorten van de doorlooptijd en behandeltijd van vergunningaanvragen. Betere kwaliteit van de omgevingsvergunningen wat zienswijzen, bezwaar en beroepsprocedures kan beperken of zelfs voorkomen. 2.4.2Vraaggestuurd Beslissingen over vergunningaanvragen, meldingen, maatwerk of gelijkwaardigheidsverzoeken en vormvrije milieueffectrapportage (m.e.r.) beoordelingen komen voort uit: Het initiatief (aanvraag) van de exploitant(ondernemer). Veranderende wet en regelgeving. Adviezen (intern, extern). Actualiseringswensen (van vergunninghouder, bevoegd gezag, veranderende wet en regelgeving). Gelet hierop is het aanbod grotendeels vraaggestuurd. Wanneer een bedrijf wordt opgericht of gewijzigd, dient het bedrijf een vergunning aan te vragen. Wanneer het een meldingplichtig bedrijf is, dan moet het bedrijf een melding indienen. Wellicht vloeien er nog procedures uit omtrent maatwerkvoorschriften of gelijkwaardigheid, naar aanleiding van melidngen of constateringen bij meldingsplichtige bedrijven. Verder wordt regelmatig getoetst of vergunningen in aanmerking komen voor actualisering. Een actueel vergunningenbestand draagt bij aan het verlagen van de milieudruk en het verbeteren van het naleefgedrag. Nieuwe wet en regelgeving kunnen aanleiding zijn voor actualisering. Ook belangrijke thema’s zoals luchtkwaliteit, Landelijk afvalbeheerplan (LAP3), externe veiligheid en ZZS worden betrokken bij de actualiseringstoets, evenals de bevindingen van toezicht en handhaving. 2.4.3Toetsing Vergunningplichtige activiteiten worden getoetst aan de wettelijke kaders waaronder Wabo, Bor, Ab, Richtlijn Industriële Emissies (RIE), LAP3, Besluit m.e.r. Binnen deze kaders is BBT en veiligheid een leidraad. Omdat het landelijke milieubeleid vooral gebaseerd is op Europese regelgeving is er weinig ruimte om hiervan af te wijken. Strenger kan wel maar onderbouwd en vastgelegd in beleid. Een soepelere invulling van vergunningverlening is vaak niet mogelijk. Voor een deel van de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, is het nodig een afweging te maken via een (vormvrije) m.e.r. beoordeling of er grote nadelige gevolgen zijn voor het milieu en of het opstellen van een m.e.r. rapportage nodig is. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld afvalverwerkende bedrijven en bepaalde veehouderijen. In het Besluit milieueffectrapportage zijn de betreffende categorieën opgenomen. Bij het opstellen van besluiten wordt het lokale beleid meegewogen. Voorbeelden van lokaal beleid zijn onder andere: Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Provinciale Milieu Verordening (PMV), bestemmingsplannen, beleidsregels van partners, beheerplannen, interferentiegebieden. Omgevingsvergunning beperkte milieutoets Sommige bedrijven hebben een zogenoemde omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) nodig voordat zij kunnen starten met een bepaal de genoemde activiteit. Het bevoegd gezag moet dan een lokale toets uitvoeren om te beoordelen of de activiteit inpasbaar is in de lokale situatie. Het gaat onder meer om: Activiteiten met afvalstoffen (milieustraten, opslag gebruikte banden, demonteren autowrakken). Activiteiten die veel geluid produceren. Activiteiten met een potentieel grote belasting van de lucht, zowel stof als geur. Activiteiten met gesloten bodemsystemen. Activiteiten waarvoor een m.e.r. beoordeling verplicht is. Onder de Omgevingswet (Ow) komt de OBM te vervallen. In veel gevallen gaat dan gewoon een vergunningplicht gelden. Op het niveau van het beschikken op een vergunningaanvraag spelen twee punten een belangrijke rol: De technisch-inhoudelijke complexiteit. De sociaal-maatschappelijke complexiteit. Technisch-inhoudelijke complexiteit Elke vergunning bestaat uit een mix van standaard en specifieke voorschriften, maar de verhouding is wisselend. Als de technisch inhoudelijke complexiteit van de specifieke situatie (de inrichting of activiteit in kwestie en/of het gebied waar de inrichting is gelegen of de activiteit plaatsvindt) klein is, ligt het accent vooral op standaard voorschriften en minder op specifieke voorschriften. Omgekeerd, als de technischinhoudelijke complexiteit van de situatie (inrichting, activiteit en/of gebied) groot is, ligt het accent vooral op specifieke voorschriften en minder op standaardvoorschriften. Sociaal-maatschappelijke complexiteit (politiek gevoelig) Indien de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de specifieke situatie gering is, kan het proces van tot stand brengen van een vergunning ‘rechttoerechtaan’ zijn. Een dergelijke vergunning kan, met het accent op de inhoud, in beginsel eigenstandig door ODIJmond worden afgehandeld. Als de sociaalmaatschappelijke complexiteit van de situatie daarentegen groot is, ligt het totstandbrengingsproces gecompliceerder. Bijvoorbeeld vanwege de betrokken inrichting of initiatief nemer en diens voorgeschiedenis, economisch belang en/of aanwezige belangenorganisaties die zich roeren (politiek gevoelig). In dit geval moet er bestuurlijke afwegingsruimte worden ingevuld en is het proces minstens net zo belangrijk als de inhoud; afstemming, overleg en/of samenwerking is noodzakelijk tussen ODIJmond, het bevoegd gezag (ambtelijk en bestuurlijk), de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. Bij de beoordeling van politiek gevoelige dossiers worden onder andere: Internet geraadpleegd (bedrijf/naam aanvrager). Ligging ten opzichte van de omgeving beoordeeld. De klachtenregistratie geraadpleegd. Navraag gedaan bij toezicht en handhaving. Krantenberichten bekeken. Navraag gedaan bij een collega met gebied specifieke kennis/branche kennis. Collega bij de betreffende gemeente of bij de provincie geraadpleegd (bijvoorbeeld afdeling ruimtelijke ordening/bouw/economische zaken). Wanneer sprake is van een sociaalmaatschappelijke complexiteit zoeken wij samenwerking met de gemeente of de provincie via de milieu contactpersoon/schakelfunctionaris. Bij een meervoudig dossier stemmen wij met de gemeente of de provincie af dat dit gebeurt met extra aandacht. Dit betekent overleg en/of samen werking tussen ODIJmond, de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk), de provincie, de inrichting of initiatiefnemer in kwestie en belanghebbende derden. 2.5Meldingen Meldingen worden niet alleen getoetst aan de wettelijke indieningsvereisten. Naast het toetsen aan deze indieningsvereisten toetsen wij ook direct aan relevante voorschriften zoals afstand tot geurgevoelige objecten en zeer kwetsbare gebieden bij landbouwinrichtingen. Bij inrichtingen op akoestisch gezoneerde industrieterreinen wordt direct bekeken of het binnen de zone past en wordt indien wenselijk maatwerk gemaakt. Bij opslagen gevaarlijke stoffen wordt zoveel mogelijk direct getoetst of aan de richtlijn PGS 151In de PGS 15 zijn de regels opgenomen voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen waarmee eenaanvaardbaar beschermingsniveau voor mens en milieu wordt gerealiseerd. wordt voldaan. Dit vraag specifieke aandacht van ODIJmond. Voor type A activiteiten hoeft geen melding in het kader van het Ab te worden gedaan. Als er voor een type A activiteit toch een melding wordt ingediend, handelen wij die schriftelijk af. Wanneer wij een melding ontvangen, sturen wij een ontvangstbevestiging en wij registreren de melding in ons digitale bedrijvensysteem. 2.6Werkwijze Wij hebben het uitgangspunt dat wij met een efficiënte en effectieve werkwijze een kwalitatief hoogwaardig product leveren. Aan de voorkant is dit klantgericht en waar mogelijk flexibel georganiseerd. Aan de achterkant zijn de processen vormgegeven. Het ‘gemeenteloket’ is voor inwoners en bedrijven dé ingang voor vraagstukken ten aanzien van het omgevingsrecht. Achter het loket bevinden zich de afzonderlijke gemeentelijke disciplines én ODIJmond voor de taken ten aanzien van milieu. Om kwaliteit te leveren beoordelen de gemeenten, provincie NoordHolland en ODIJmond integraal zo vroeg mogelijk plannen en initiatieven. Daarbij worden partners, adviseurs en belanghebbende derden betrokken. Dit geldt ook wanneer ODIJmond advies geeft op bouwplannen en ruimtelijke ontwikkelingen. De betreffende milieu aspecten zoals geluid, geur, (fijn) stof, externe veiligheid en ecologie beoordelen wij. Wij toetsen ook of het bouwplan of de ruimtelijke ontwikkeling kan worden uitgevoerd. Daarin nemen wij de milieuaspecten mee. ODIJmond neemt deel aan gemeentelijk en/of regionaal overleg én neemt deel aan vooroverleg bij een initiatief. Het betreffende bevoegd gezag legt vast wie inzage heeft in het volledige dossier in verband met milieurisico’s in relatie tot politieke en/of maatschappelijke gevoeligheden. Wij werken conform de geldende wetgeving zoals de Wabo en de Wm. Ook gelden de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (Algemene wet bestuursrecht (Awb)) zoals zorgvuldigheid, het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Een vergunningverlener behandelt elke aanvraag of melding. Hierdoor is er voor de aanvrager of melder één aanspreekpunt. Vergunningen worden getoetst op handhaafbaarheid en naleefbaarheid. 2.7Doorkijk Omgevingswet Naar verwachting treedt per 1 januari 2024 de Ow in werking. Met recht kunnen wij dit één van de grootste veranderingen noemen in het bestaan van onze dienst. Deze wet vraagt een andere manier van werken. Daarom testen wij met gemeenten en provincie de inrichting en werking van het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit stelsel wordt onder de Ow het loket voor het aanvragen van een vergunning en ondersteunt de samenwerking tussen de bevoegde gezagen. Ook voeren wij met gemeenten pilots uit voor het opstellen van omgevingsplannen. Eén van de uitgangspunten van de Ow is om het begrip inrichting los te laten en voor het onderdeel milieu naar ‘milieubelastende activiteiten’ (MBA) te kijken. 2.7.1Vergunningplicht In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de MBA’s opgenomen en is voor een deel een vergunningplicht vereist. Een vergunning is alleen verplicht als dat nodig is vanwege een internationaalrechtelijke verplichting of algemene regels niet voldoende zijn om belangen af te wegen. Als voor een MBA in het Bal geen vergunningplicht is vereist, bevat het Bal voor een aantal milieuaspecten voorschriften die nageleefd moeten worden. Het betekent dat het bevoegde gezag in een omgevingsplan voor niet MBA’s (denk bijvoorbeeld aan horeca en detailhandel) en voor MBA’s waar in het Bal geen voorschriften zijn op genomen (denk aan geur, trillingen en geluid) kan en moet opnemen. Maatwerk Het Bal geeft mogelijkheden om maatwerk op te stellen. Alleen in bepaalde gevallen is dit niet mogelijk. Maatwerk zal een grotere rol gaan spelen binnen de werkzaamheden van vergunningverlening. Kortere doorlooptijden Daarnaast krijgt vergunningverlening te maken met kortere doorlooptijden. Ook als de Ow in werking treedt, blijft vraaggestuurde afhandeling van vergunningverlening bestaan. Het standaard vooroverleg is hierbij nieuw. Wij anticiperen hier ten tijde van dit schrijven al op. 2.7.2Omgevingsplan Het omgevingsplan gaat een belangrijke basis vormen voor de vergunningverlening. Daarom is het belangrijk dat de vergunningverlener ‘aan tafel’ zit bij het ontwikkelen van een omgevingsplan. Het omgevingsplan regelt een deel van de milieugevolgen en is daarom ook belangrijk voor de omgevingsvergunning van complexe bedrijven. Zo kunnen er in het omgevingsplan regels staan over externe veiligheid (dat onder de Ow omgevingsveiligheid zal heten), geluid en geur hinder. Ook gaat gezondheid en duurzaamheid een rol spelen. Denk daarbij aan het voorzorgsbeginsel, de energietransitie en circulaire economie. Via het omgevingsplan en vergunningverlening geven wij hier invulling aan. Vergunningverlening zoekt afstemming met de ruimtelijke ordening van de gemeente omdat in het omgevingsplan wordt vastgesteld welke activiteiten zich waar mogen vestigen. Wanneer in de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het omgevingsplan, houden we rekening met overige activiteiten en moet goed gemotiveerd worden waarom de activiteit wel (of niet) in het omgevingsplan kan passen. De provinciale omgevingsverordening bevat alle provinciale regels en vervangt de bestaande verordeningen waaronder de milieuverordening. 2.7.3Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Ow. De initiatiefnemer die een vergunning aanvraagt voor een activiteit, heeft straks zelf de verantwoordelijkheid om belanghebbenden te informeren en te betrekken. Vergunningverlening betrekt de informatie die bij de participatie is verkregen bij de integrale belangenafweging. Van vergunningverleners verwachten we dat ze alle belangen in de leefomgeving tegen elkaar afwegen en een samenhangend besluit nemen. 2.7.4 Opgave vergunningverlening Vergunningverleners hebben de taak om te inventariseren welke bedrijven onder de Ow vergunningsplichtig blijven. Er gaat een overgangsrecht gelden voor bestaande vergunningen, besluiten en meldingen. Daarom hebben wij al een opzet gemaakt voor lopende procedures en vigerende (lopende) vergunningen. Ook onderzoeken we bij vergunningverlening of onze servicemodules moeten worden aangepast. Voor de snelservicemodule kunnen we kijken of de toegankelijkheid kan worden verbeterd. Op dit moment krijgt een melder pas bericht wanneer een melding compleet is. Dan pas weet de melder wie de behandelaar is. Dit proces kan anders worden ingericht. 3Toezicht ODIJmond houdt namens betrokken bestuursorganen toezicht op naleving van de milieuregelgeving, andere omgevingsrechtelijke regelgeving en daaraan ondersteunende regelgeving. Toezicht houdt in dat wij controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Dit deel heeft betrekking op het regulier toezicht. In het regulier toezicht is geregeld hoe ODIJmond omgaat met het periodiek toetsen van regelgeving voor de taakvelden waar dit noodzakelijk is. 3.1Juridische context toezicht Regulier toezicht is van belang om te kunnen constateren of normen ook daadwerkelijk worden nageleefd. Er is nog geen sprake van een vermoeden van een overtreding. Hierna gaan wij kort in op de belangrijkste bepalingen uit de regelgeving die hierop van toepassing zijn. En, we geven een korte samenvatting van de toezichthoudende taken waarmee onze toezichthouders belast zijn. In hoofdstuk 5 van de Awb zijn de algemene handhavingsbepalingen te vinden. Hoofdstuk 5 van de Wabo bevat de bijzondere bepalingen met betrekking tot de handhaving. Hoofdstuk 5 van de Wabo staat als lex specialis2Een lex specialis (Latijn voor bijzondere wetgeving) is een wet, die voorrang krijgt boven de algemene wetgeving (de lex generalis). ten opzichte van hoofdstuk 5 van de Awb (lex generalis3Een lex specialis (Latijn voor bijzondere wetgeving) is een wet, die voorrang krijgt boven de algemene wetgeving (de lex generalis). ). Met andere woorden: de Wabo gaat vóór de Awb. De gemeenten en provincie waarvoor ODIJmond het basistakenpakket en het milieutakenpakket uitvoert hebben aan de directeur van ODIJmond het mandaat gegeven toezichthouders in de zin van de Awb aan te wijzen die bevoegd zijn toezicht te houden op de naleving van de regelgeving die onder de betreffende takenpakketten vallen. Een toezichthouder van ODIJmond: Houdt toezicht op en controleert de naleving van de milieuregelgeving. Dit houdt in: Controleert en houdt toezicht op de naleving van milieuwetgeving. Neemt deel aan (integrale) overleggen. Voert (integrale) handhavingsacties uit. Draagt zorg voor een correcte administratieve vastlegging, verwerking en afhandeling. Stelt indien nodig rapportages op die als basis kunnen dienen voor een (juridisch) vervolgtraject. Medevertegenwoordigt ODIJmond bij hoorzittingen bij bezwaar en beroeps procedures. Behandelt milieuklachten van inwoners en bedrijven/inrichtingen en roept waar nodig deskundigheid van anderen aan: Beoordeelt onder wiens bevoegd gezag de klacht valt. Voert op locatie een toezichtscontrole uit. Draagt zorg voor een correcte administratieve vastlegging, verwerking en afhandeling. Vertegenwoordigt ODIJmond in geval van calamiteiten (buiten kantoortijden is daartoe een piketregeling van kracht). 3.2Definities van toezicht Term Definitie Regulier toezicht Regulier toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of een handeling of zaak voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het zich daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren en het door systematische controle ervoor waken dat iets gebeurt en dat het gebeurt volgens bepaalde normen. Handhavingstoezicht Handhavingstoezicht heeftbetrekking op situaties waarin ODIJmond zelf een vermoeden heeft dat sprake is van een overtreding, dan wel dat daarop wordt gewezen door een derde partij, hetgeen aanleiding geeft tot het uitvoeren van een controle. Tevensvalt onder handhavingstoezicht het toezicht dat wordt uitgevoerd in het kader van een lopende handhavingszaak en het toezicht op de naleving van de aangezegde lastgeving. Integraal toezicht Integraal toezicht omvat alle regelgeving die op een bepaald project, inrichting of locatievan toepassing is en behoortte worden betrokken bij het uit te voeren toezicht. Per project, inrichting of locatie kan het te betrekken regelgevend kader verschillen. Aspect toezicht Aspecttoezicht kan worden omschreven als het houden van toezicht op een bepaalde activiteit of naleving van een bepaald onderdeel van de regelgeving. Dit kan ook in de vorm van een project plaatsvinden. Handhavingstraject Onder een handhavingstraject moet worden verstaan het traject dat een aanvang neemt op het moment van het constateren van een overtreding ten tijde van de controle voorafgaande aan het uitvaardigen van een handhavingsbeschikking. 3.3Categorieën van toezicht Wij onderscheiden verschillende soorten controles bij toezicht. In principe kondigen wij toezicht controles altijd vooraf aan. Hier kunnen we van afwijken. Het uitgangspunt wel is altijd dat we controles zo integraal mogelijk uitvoeren. Daarbij houden we te allen tijde de verschillende, rechts gebieden binnen het omgevingsrecht danwel ondersteunende rechtsgebieden in het oog. Daarmee zetten we onze capaciteit voor toe zichtscontroles zo efficiënt mogelijk in. 3.3.1Regulier toezicht Type toezicht Beschrijving Toezichtscontroles in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling Regulier toezicht dat plaatsvindt in het kader van de jaarlijkse prioriteitstelling in het uitvoeringsprogramma. Op het gebied van milieu wordt de toezichtsfrequentie deels gebaseerd op het type inrichting. Zo moeten type C bedrijven elk jaar worden gecontroleerd. De frequentie baseren wij ook op basis van analyses die wij maken in het kader van risicogericht toezicht (informatiegestuurd en datagedreven), op basis van actuele aandachtsgebieden én naar aanleiding van wensen van betrokken bestuursorganen. Toezichtscontrole in het kader van projecten Aan de hand van onze analyses bepalen we jaarlijkse eventuele projecten, actuele aandachtsgebieden én de wens van betrokken bestuursorganen. In de projectvoorstellen concretiseren wij bepaalde beleidsterreinen verder. Dit doen wij door het benoemen van speerpunten, waarop wij gaan controleren. Opleveringscontroles in het kader van vergunningverlening/ meldingen Met integrale controles kijken we niet alleen of de vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt, maar toetsen we ook de handhaafbaarheid van de vergunningsvoorschriften. 3.3.2Handhavingstoezicht Type toezicht Beschrijving Controles naar aanleiding van klachten, handhavingsverzoeken, ongevallen en incidenten In voorkomende gevallen worden klachten, ongevallen en/of incidenten veroorzaakt door de bedrijfsvoering. Dit komt door (niet) naleving van de geldende regelgeving. In die gevallen volgt op een klacht, ongeval of incident altijd een aspectcontrole of, wanneer nodig, een integrale controle. De controle is gericht op het vaststellen van een mogelijke overtreding. Van een integrale controle gaat een preventieve werking uit. Controles in het kader van lopende hand havingstrajecten Ten behoeve van de motivering van een herstelactie: Deze controles doen wij na het aflopen van een termijn van een eventuele vooraankondiging, bij het voortbestaan van een overtreding, óf in spoedeisende gevallen die direct aanleiding geven voor het aanzeggen van een herstelsanctie. In die gevallen worden aanvullende eisen gesteld aan het toezicht én aan het controlerapport. Het toezicht en het daaruit voortvloeiende onderzoeksrapport dienen ter motivering van de lastgeving en zijn constituerend voor de lastgeving. Er mag vanaf dat moment geen enkele twijfel meer bestaan over de omstandigheden waaronder de overtreding is of wordt begaan. Op dat moment worden aan de feitelijke constatering van de overtreding immers bij besluit rechtsgevolgen verbonden die erop zijn gericht de overtreder te bewegen tot het herstellen van de overtreding binnen een bepaalde begunstigingstermijn. 3.4Controlefrequentie van de toezichtactiviteiten De frequentie van de periodieke toezichtsactiviteiten is voor een deel gebaseerd op het type inrichting. Wij baseren deze frequentie ook op de uitkomst van onze analyses, die wij maken voor ons risicogestuurd toezicht, op actuele aandachtsgebieden en naar aanleiding van de wens van betrokken bestuursorganen. 3.5Toezicht op het bereiken van kwaliteitsnormen Wij houden toezicht op naleving van emissie normen bij bedrijven, zoals die gesteld zijn voor bijvoorbeeld geluid, bodem, water en lucht. Onze specialistische of generalistische toezichthouders voeren dit toezicht uit. Indien het toezicht op de norm zodanig complex is dat de specialist dit niet kan doen huren wij kennis in van een hiertoe gespecialiseerd bureau. De generalist moet de specialist inschakelen indien de nodige kennis ten aanzien van een bepaald aspect mist. Wij weten, onder andere op basis van de landelijke kwaliteitscriteria, welke specialistische kennis wij nodig hebben. 3.6Scheiding vergunningverlening en toezicht Binnen ODIJmond zijn vergunningverlening en handhaving functioneel gescheiden van elkaar. Naast een cirkel vergunningen zijn er drie toe zichtcirkels: IJmond, ZaanstreekWaterland en ZuidKennemerland. De medewerkers uit deze teams kennen hebben allemaal dezelfde functie omschrijving. Deze functie heet medewerker Omgevingsrecht. Dit maakt onderlinge uitwisselbaarheid mogelijk en maakt de organisatie flexibel en adaptief. Tegelijk wordt vanzelf sprekend scherp de hand gehouden aan de regel dat medewerkers omgevingsrecht niet de door hen opgestelde vergunningen mogen handhaven. Uiteraard vindt overleg plaats over de te verlenen vergunningen. Nadat de vergunningverlener de ontwerpbeschikking in concept heeft opgesteld wordt deze samen met de aanvraag voorgelegd aan een van de toezichtcirkels. Daar wordt de ontwerpbeschikking getoetst op: Handhaafbaarheid en eenduidigheid van de voorschriften. Helderheid van de formulering van de voorschriften. Toetsen van de voorschriften aan de huidige milieuhygiënische inzichten, onder andere de PGS4publicatiereeks gevaarlijke stoffen-richtlijn, de aangewezen BBTdocumenten, de Handreiking industrielawaai en Vergunningverlening, Circulaire indirecte hinder. Relatie met andere relevante milieuwetgeving onder andere het Vuurwerkbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 3.7Roulatiesysteem Om te voorkomen dat een te nauwe band ontstaat tussen de inspecteur en de activiteit is een roulatiesysteem opgezet. Een toezichthouder voert: Niet meer dan eenmaal een handhavingstraject uit bij een type C bedrijf. Na afloop van dit handhavingstraject hebben eerst twee andere toezichthouders een handhavingstraject bij het bedrijf doorlopen voordat deze toezichthouder opnieuw een handhavingstraject opstart. Maximaal twee handhavingstrajecten uit bij een type B bedrijf. Na het aflopen van deze handhavingstrajecten hebben eerst twee andere toezichthouders een handhavingstraject bij het bedrijf doorlopen voordat deze toezichthouder opnieuw een handhavingstraject opstart. We merken op dat wanneer de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, wij hiervan gemotiveerd mogen afwijken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een toezichthouder zeer specialistische kennis heeft op een vakgebied waar slechts weinigen binnen ODIJmond over beschikken. Gezien de controlefrequentie voor een type A inrichting, bij klachten of als deze binnen een project valt, ontstaat naar verwachting geen nauwe band tussen toezichthouder en het bedrijf. 4Handhaving In dit hoofdstuk is de handhavingsstrategie beschreven die ODIJmond hanteert om de naleving van de (milieu)voorschriften te bevorderen. Wij werken in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) en de Wabo en lopen vooruit op het inwerking treden van de Ow. Naast de bestuursrechtelijke handhaving beschrijven wij ook de inzet van strafrechtelijke handhaving. Bij ODIJmond zijn buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’
- s)in dienst die bevoegd zijn tot strafrechtelijke handhaving, ook via de Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten (Bsbm). 4.1Inleiding Het handhavingsbeleid beoogt in de allereerste plaats de doelstellingen van het omgevingsrecht en aanverwante wetgeving te ondersteunen. Daarnaast is de handhavingsstrategie gericht op het bewerkstelligen van algemene preventie via speciale preventie. Dit betekent dat wij bij ieder individueel geval consequent uitvoering geven aan de handhavingstaak in overeenstemming met het handhavingsbeleid. Aan de handhavingsstrategie zijn randvoorwaarden verbonden waaronder effectiviteit en efficiency. De reactie op de overtreding dient doelgericht te zijn en evenredig aan de ernst van de inbreuk op de geschonden norm. En het is van groot belang om de bestuursrechtelijk en straf rechtelijke handhaving gezamenlijk in te zetten. Zo verstreken ze elkaar en wordt met de verrichte inspanningen het handhavingsresultaat groter. 4.2Landelijke Handhavingsstrategie Op 4 juni 2014 heeft het Bestuurlijk Omgevingsberaad5De inrichting en het functioneren van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (het VTH- stelsel) inzake het omgevingsrecht is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van enerzijds Rijk, IPO en VNG en anderzijds het openbaar ministerie (OM). Voor de goede afstemming tussen partijen is het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOB) opgericht. de LHS vastgesteld. Vanaf 1 januari 2016 moeten alle overheden de LHS vaststellen en toepassen. Deze strategie moet worden toegepast op alle Waboovertredingen. De LHS biedt een breed toepasbaar kader voor handhaving, waaronder specifieke handhavingsstrategieën. Het doel is een eenduidig handhavend optreden door betrokken instanties bij soortgelijke overtredingen. Hierdoor ontstaat voor inwoners en bedrijven een gelijk speelveld, wordt het rechtsgevoel gerespecteerd en blijft de leefomgeving schoon, veilig en gezond. Doordat overheden, omgevingsdiensten, het openbaar ministerie (OM) en de politie op eenzelfde manier optreden ontstaat dit speelveld. Deze instanties dienen passend te interveniëren bij iedere bevinding; afhankelijk van de situatie weloverwogen kiezen voor alleen bestuursrechtelijke, bestuurs en strafrechtelijk of alleen straf rechtelijk optreden. Hierdoor sluit de LHS aan bij de sanctiestrategie, toezichtstrategie en gedoogstrategie. Met het overnemen en invoeren van de LHS wordt aangesloten bij de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTHkwaliteitscriteria) voor Wabo bevoegde overheden. Uitgangspunten daarbij zijn: onafhankelijk en professioneel handhaven, betrouwbaarheid, passende interventies toepassen en gezamenlijk optreden waar mogelijk. De kern van de LHS is een interventiematrix waar bij de handhaver een drietal zaken weegt: Ernst van de bevindingen (gevolgen van overtreding). Gedrag van de overtreder. Feiten en omstandigheden van de situatie. Op basis van deze wegingen wordt bepaald welke interventie wordt toegepast. De zaken die in de zware segmenten terechtkomen worden eerder en anders (strenger) opgepakt dan de zaken in het midden en lichte segment terecht komen. Hierbij wordt uitgegaan van het principe dat handhavers zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en dat zij overstappen op zwaardere interventies als naleving uitblijft. De handhaver zet de betreffende interventie(
- s)in de door de handhaver bepaalde termijn uitblijft pakt de handhaver door. Dit gebeurt door middel van het inzetten van een zwaardere interventie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het volgende: Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen. In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en organisatorische realiseerbaarheid in die termijn. Interventiematrix Landelijke Handhavingsstrategie: zie volgende pagina Interventiematrix LHS Gedrag van de overtreder A B C D Goedwillend Onbedoeld Proactief Moet kunnen Onverschillig Calculerend Bewustbelemmerend en/of risiconemend Bewust en structureel crimineel Fraude Oplichting Witwassen De (mogelijke) gevolgen zijn 1 Vrijwel nihil Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen 2 Beperkt Bestuursrecht herstellend Aanspreken/informeren Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek LOB, LOD Waarschuwen 3 Van belang Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Bestuurlijk gesprek Waarschuwen Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD 4 Aanzienlijk Dreigend en/of onomkeerbaar Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht Strafrecht BSBm/PV Bestuursrecht bestraffend Bestuurlijke boete Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen LOB, LOD Verscherpt toezicht Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD Strafrecht PV Bestuursrecht bestraffend exploitatieverbod/sluiting schorsen of intrekken vergunning-certificaat of erkenning Bestuursrecht herstellend Tijdelijk stilleggen, LOB, LOD 4.3Bestuursrechtelijke handhaving 4.3.1Typen bestuursrechtelijke handhaving Er worden vier typen bestuursrechtelijke handhaving onderscheiden, als opvolging van de constatering van overtredingen tijdens een toezichttraject. Type handhaving Beschrijving Niet ernstige overtredingen (drie stappen) Indien geen sprake is van een ernstige overtreding die met grote spoed dient te worden hersteld, dan dient handhaving te geschieden langs drie stappen. Na de eerste controle volgt een schriftelijk verzoek tot beëindigen van de overtreding. Bij voortduring van de overtreding volgt na de hercontrole een schriftelijke vooraankondiging. Pas bij de derde controle wordt, indien de overtreding nog niet beëindigd is, een bestuurlijke last opgelegd. Ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen (twee stappen) Aan de hand van de relatieve mate waarin de norm wordt geschonden moet naar objectieve maatstaven en hetgeen in het maatschappelijk verkeer als betamelijk wordt aangemerkt, worden beoordeeld of sprake is van een ernstige overtreding die zich leent voor twee stappen handhaving. Ter beoordeling of sprake is van een beperkt spoedeisende overtreding dient de kans van het intreden van de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm in aanmerking te worden genomen. Bij ernstige of beperkt spoedeisende overtredingen wordt opgetreden in twee stappen: door middel van een vooraankondiging (= voornemen tot opleggen last) na het eerste controlebezoek. In geval sprake is van meerdere overtredingen, waarin één of meer overtredingen naar aard en karakter van die overtreding als ernstig kan worden aangemerkt, vindt steeds twee stappen handhaving plaats. Indien geen gevolg wordt gegeven aan het verzoek tot beëindiging van de overtreding uit de vooraankondiging, wordt er bij voortduring van de overtreding na de hercontrole een last opgelegd. Type handhaving Beschrijving Spoedeisend herstel (één stap) De Awb biedt in artikel 5:31, eerste lid de mogelijkheid tot het direct aanzeggen van een bestuurlijke last bij beschikking. Toepassing kan plaatsvinden indien een direct gevaar aanwezig is dat de bezwaarlijke gevolgen die de geschonden norm beoogt te beschermen intreden, ofwel de bezwaarlijke gevolgen verbonden aan de geschonden norm zich reeds hebben voorgedaan en deze niet verder, althans niet op korte termijn, in omvang toenemen. In zodanige gevallen kan direct een last worden aangezegd opdat de aan de geschonden norm verbonden gevolgen zullen wegnemen. Zeer spoedeisende bestuursdwang In gevallen waarin niet kan worden gewacht met het aanzeggen van een bestuursdwangmaatregel en de overtredingssituatie noopt tot directe interventie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot toepassing van directe bestuursdwang ingevolge artikel 5:13, tweede lid van de Awb. De toepassing van directe bestuursdwang is een feitelijke handeling die zo spoedig mogelijk bij beschikking dient te worden bekrachtigd. 4.3.2Begunstigingstermijnen Het uitgangspunt bij het stellen van een begunstigingstermijn voorafgaand aan oplegging of effectuering van een bestuurlijke last, is dat de illegale situatie zo spoedig mogelijk beëindigd moet worden en de hersteltermijn zo kort mogelijk moet zijn. De lengte van de termijn dient onder meer bepaald te worden aan de hand van het geschonden belang. Loopt het te beschermen belang ernstige schade op door voortduring van de overtreding dan is de begunstigingstermijn korter dan wanneer het te beschermen belang geen ernstige schade oploopt bij voortduring van de overtreding. Bij het bepalen van een begunstigingstermijn dient rekening te worden gehouden met de tijd. In de lijst met overtredingen (bijlage 1) is per genoemde overtreding een begunstigingstermijn opgenomen. Een begunstigingstermijn biedt de overtreder de gelegenheid herstel te plegen op de overtreding, zonder dat uit hoofde van de overtreding reeds rechtsgevolgen, de verbeurte van een dwangsom of de mogelijkheid tot toepassing van bestuursdwang, voortvloeien. De termijn is bepaald aan de hand van de gemiddeld genomen en benodigde, dan wel toereikende termijn waarbinnen de betreffende overtreding kan worden beëindigd, aangevuld met een extra verruiming van één week vanwege het door ODIJmond gehanteerde dwangsombeleid (lees hierna). De termijnen zijn herleid uit praktijkervaring van ODIJmond. In beginsel wordt vastgehouden aan de genoemde begunstigingstermijn. Onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. In ieder geval wordt afgeweken van de opgenomen begunstigingstermijnen bij overtredingen die spoedeisend dan wel beperkt spoedeisend herstel verlangen. Daarnaast kan van de termijn worden afgeweken indien sprake is van herhaaldelijk nietnakoming of recidive. Ter zake wordt, al naar gelang de bijzondere omstandigheden van het geval daartoe meewegen, de begunstigingstermijn bekort. Het ligt in de rede in zodanige gevallen te motiveren waarom is gekozen voor een andere begunstigingstermijn. 4.3.3Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten Last onder dwangsom Ten aanzien van het bestuurlijk sanctioneren van overtredingen wordt in beginsel gebruik gemaakt van de last onder dwangsom. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) is bij elke genoemde overtreding een dwangsombepaling opgenomen. De verbeurte van een dwangsom is het rechtsgevolg dat is verbonden aan de last onder dwangsom en treedt in op het moment dat de overtreding niet is beëindigd voor het verstrijken van de begunstigingstermijn. In doe voorkomende gevallen kan tot invordering van de verbeurde dwangsom worden overgegaan. Dwangsom ineens Met het doel een effectieve en efficiënte handhaving te bereiken worden in de dwangsombeschikking in beginsel dwangsommen vastgesteld op een ineens te verbeuren bedrag. In dit verband is ervoor gekozen de begunstigingstermijn iets ruimer te stellen. De overtreder wordt immers een week voor het moment van het verbeurte in kennis gesteld van het aflopen van de begunstigingstermijn. Indien het noodzakelijk is vanwege de aard van de overtreding wordt de dwangsomverbeurte vastgesteld op een bedrag per overtreding, waarbij het totaalbedrag aan te verbeuren dwangsommen gelijk is aan het in bijlage 1 opgenomen maxi mum bedrag. Voor de vaststelling van het aantal overtredingen dat leidt tot verbeurte van het maximum bedrag worden de bijzondere omstandigheden van het geval betrokken, waaronder de aard en intensiteit van de overtreding. Niet-nakoming en recidive In voorkomende gevallen dat niet voldaan wordt aan een eerste of opvolgende last onder dwangsom, staat het ODIJmond vrij een volgende last onder dwangsom aan te zeggen ten aanzien van dezelfde en nog voortdurende overtreding. Dit teneinde daarop alsnog herstel te laten plegen. Uit het voortduren van de overtreding kan een kennelijkheid worden afgeleid die inhoudt dat het in de voorgaande last onder dwangsom gestelde dwangsombedrag een onvoldoende prikkel betrof om herstel te plegen op de overtreding. In zodanig geval wordt in de navolgende last onder dwangsom het voor de overtreding genoemde dwang sombedrag verhoogd met 300%. Deze verhoging kan dus alleen worden toegepast als sprake is van hetzelfde handhavingstraject ten overstaande van dezelfde overtreding. Indien dit onvoldoende financiële prikkel zal blijken in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Er wordt contact opgenomen met het OM en de mogelijkheid tot het aanzeggen van de Bsbm dan wel procesverbaal wordt onderzocht. Onder bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van de in de bijlage genoemde dwang sombedragen. Dit zou zich voor kunnen doen in geval er sprake is van recidive, een ernstige overtreding of anderszins een grotere financiële prikkel gewenst is. In zodanig geval wordt in elke navolgende last onder dwangsom het voor de hernieuwde overtreding gestelde dwangsombedrag in de bijlage verhoogd met 200%. Indien dit onvoldoende financiële prikken blijkt in te houden kan van deze procentuele verhoging worden afgeweken. Last onder bestuursdwang In het geval dat de last onder dwangsom naar omstandigheden niet het geëigende middel blijkt te zijn om de overtreding te (laten) beëindigen wordt gebruik gemaakt van de last onder bestuursdwang. Bovendien kan in voorkomende gevallen waar de last onder dwangsom niet het beoogde effect heeft gehad ervoor gekozen worden gebruik te maken van de last onder bestuursdwang. In het geval sprake is van een overtreding ten aanzien waarvan zeer spoedeisend herstel vereist is wordt direct en te allen tijde bestuursdwang toegepast. In de lijst met dwangsommen (bijlage 1) worden categorieën van overtredingen benoemd ten aanzien waarvan in de regel van de mogelijkheid tot het aanzeggen van een last onder bestuursdwang gebruik worden gemaakt. Bestuurlijke boete Naast de mogelijkheid van lastgeving kan een bestuursorgaan ook een bestuurlijke boete opleg gen aan een overtreder. ODIJmond maakt van dit instrument geen gebruik, maar hanteert in plaats daarvan het instrument Bsbm (beschreven onder strafrechtelijke handhaving (paragraaf 3.4.1)). 4.4Strafrechtelijke handhaving Naast het bestuursrechtelijke instrumentarium, kan wanneer daartoe geïndiceerd, ook gekozen worden voor de toepassing van een strafrechtelijk handhavingsinstrument. Een aantal toezichthouders van ODIJmond is daartoe aangewezen als boa. De strafbare feiten die een boa mag opsporen staan vermeld in de domeinenlijst en in zijn takenpakket. De verantwoordelijkheid voor de oplegging van strafrechtelijke handhavingsbeschikkingen ligt, ook met betrekking tot de Bsbm, bij het OM. Toepassing van het strafrechtelijk instrumentarium vindt plaats in geval van ernstige en/of niet voor herstel in aanmerking komende overtredingen, waarbij de gedragsindicatie van de overtreder een grote rol speelt, conform de interventiematrix onder de LHS. De voorbereiding en oplegging van een strafrechtelijke handhavingsbeschikking vindt plaats conform de daarvoor geldende wettelijke eisen en waarborgen (waaronder de cautie). 4.4.1Strafrechtelijke handhavingsinstrumenten Bestuurlijke strafbeschikking milieu (Bsbm) De Bsbm is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die ODIJmond zonder tussenkomst van het OM kan opleggen. De directeur van ODIJmond is hiertoe eigenstandig bevoegd. Hiermee is een regeling geïntroduceerd, die het voor ODIJmond mogelijk maakt eenvoudig vast te stellen strafbare feiten af te doen met een strafrechtelijke boete. De Bsbm kan worden ingezet voor de handhaving van bepaalde feiten. Deze feitomschrijving en feitcodes zijn te vinden in een speciaal feiten boekje bestuurlijke strafbeschikking milieu waar boa’s mee werken. Nadat een zaak via de invoerapplicatie, de transactiemodule, van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is aangeleverd, verstuurt het CJIB de strafbeschikking naar de verdachte en start de inning van de geldboete. Tegen deze boete staat verzet open. Proces-verbaal Indien een feit zich niet leent voor het toepassen van de Bsbm dient een boa een procesverbaal op te maken. Het procesverbaal kan vervolgens via het Functioneel Parket, dan wel de officier van justitie, leiden tot een strafrechtelijke vervolging van de overtreder. 5Gedogen In voorkomende gevallen dient afgezien te worden van de beginselplicht tot handhaving en kan gekozen worden voor gedogen. Uitgangspunt voor ODIJmond bij gedogen is het landelijk kader ‘Gedogen in Nederland’ (Rijksnotitie). 5.1Aanvaardbaar gedogen Enkel in de volgende situaties kan sprake zijn van aanvaardbaar gedogen: Indien handhaving zou leiden tot aperte onbillijkheden. Dit kan met name het geval zijn in overmachtssituaties en soms ook in overgangssituaties. Voorwaarde is wel dat de andere betrokken belangen door het gedogen niet onevenredig mogen worden geschaad. In de praktijk kunnen zich de volgende overgangssituaties voordoen: Gevallen waarin wordt gewerkt zonder vergunning omdat door omstandigheden die buiten de macht van de vergunninghouder liggen, de nieuwe vergunning niet aansluitend op de oude (aflopende) vergunning kan worden verleend. Gevallen waarin door het alvast starten van een activiteit, vooruitlopend op de vergunningverlening, een bestaande situatie kan worden beëindigd, verminderd of gereguleerd. Hierbij moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan. Er zijn geen alternatieven voorhanden waar mee hetzelfde effect kan worden bereikt. De aanvrager van de vergunning treft geen verwijt ten aanzien van het tijdstip van indienen van de vergunningaanvraag. De verwachting bestaat dat positief op de vergunningaanvraag kan worden beschikt. Gevallen waarin de vergunning van een bestaande activiteit door de rechter is vernietigd op formele gronden en het mogelijk is om een nieuwe vergunning te verlenen. Gevallen waarin geconstateerd wordt dat het technisch onmogelijk is om bepaalde voor schriften – mits aanvaardbaar – aan te passen én het toegestaan is een gelijkwaardige voorziening toe te passen. Indien ambtshalve wijziging van de vergunning op korte termijn onmogelijk is, kan de overtreding in de tussenliggende tijd worden gedoogd. Gevallen waarin onderzocht moet worden hoe een overtreding van bepaalde voorschriften kan worden beëindigd en waarvoor het nodig is de handeling in kwestie nog enkele malen of nog enige tijd uit te voeren. Gevallen waarin overtreding plaatsvindt van regels terwijl regelgeving in voorbereiding is waarvan redelijkerwijs verwacht kan worden dat deze de eisen in de overtreden regels op korte termijn zal versoepelen. Deze gevallen worden terughoudend benaderd. Toetsing aan het evenredigheidsbeginsel zal plaatsvinden. Het achterliggende belang is evident beter gediend met gedogen, te weten uitzonderingsgevallen die de wetgever niet heeft voorzien. In dergelijke situaties moeten afspraken worden gemaakt over de termijn waarbinnen en de wijze waarop de naleving zal plaatsvinden ten behoeve van het door de wettelijke norm te beschermen belang. Een zwaarder wegend belang rechtvaardigt gedogen. 5.2Voorwaarden gedogen Gedogen is weliswaar een bevoegdheid van het college, maar zeker geen verplichting. Per geval moet aan voorgaande criteria getoetst worden. Gedogen vindt slechts plaats via een beschikking en dient zeer terughoudend te worden toegepast. Gedogen is in beginsel slechts onder de volgende voorwaarden aanvaardbaar: In uitzonderingsgevallen. Mits beperkt in omvang en/of tijd. Slechts actief, uitdrukkelijk en na zorgvuldige kenbare belangenafweging. Aan controle onderworpen. 5.3Gedogen met beschikking Een gedoogbeschikking wordt slechts afgegeven, indien er voldoende grond aanwezig is om te ver wachten dat concrete aanwijzingen bestaan dat de te gedogen activiteit op korte termijn geheel kan worden gelegaliseerd of zal worden gestaakt. Dit betekent dus dat er geen sprake mag zijn van een (voortdurende) onaanvaardbare normoverschrijding. Gedogen kan slechts als een tijdelijke overgangsregeling worden beschouwd. In een gedoogbeschikking wordt daarom een bepaalde, zo kort mogelijke en duidelijke termijn opgenomen. Het gedogen van spoedeisende en ernstige overtredingen van vigerende regelgeving is, bijzondere omstandigheden daargelaten, slechts mogelijk binnen de eerdergenoemde randvoorwaarden voor actief gedogen. 5.4Niet gedogen Er wordt in ieder geval niet gedoogd wanneer daarvoor onaanvaardbare situaties ontstaan en indien belangen van derden onevenredig worden geschaad. 5.5Controle en handhaving Wanneer eenmaal een gedoogbeschikking is afgegeven, wordt steeds gecontroleerd of de overwegingen die hebben geleid tot dit besluit nog actueel zijn. Ook wordt actief gecontroleerd of de gestelde voorwaarden daadwerkelijk worden nageleefd. Het niet naleven van een gedoogbeschikking leidt in beginsel tot het intrekken van dit besluit, waarna – overeenkomstig de in deze nota vastgelegde strategie – tot handhaven wordt overgegaan. Indien een derde partij na afgifte van een gedoogbeschikking een verzoek doet om handhaving, dan vindt een hernieuwde belangenafweging plaats, waarbij de belangen van deze derde opnieuw uitdrukkelijk worden meegewogen. De bij de houder van de gedoogbeschikking gewekte verwachting wordt daarbij eveneens betrokken, maar zijn niet zonder meer doorslaggevend. In elk gedoogbesluit wordt daarom een standaard clausule opgenomen dat de gedoogde op eigen risico handelt. 5.6Relatie met het strafrecht Het OM is niet geboden aan een gedoogbeschikking bij het nemen van een beslissing omtrent eventuele vervolging. In het gedoogbesluit wordt dan ook vermeld dat het gedogen de verantwoordelijkheid van het OM om een strafvervolging in te stellen onverlet laat. Daarnaast dient opgemerkt te worden dat de afgifte van een gedoogbeschikking ook civielrechtelijke consequenties onverlet laat van een eenmaal gepleegde overtreding. 6Strategie asbest 6.1Rol Omgevingsdienst IJmond In de keten van verwijdering tot verwerking blijkt er sprake te zijn van illegaliteit en het niet conform de regels werken. Dit brengt risico’s met zich mee voor gezondheid en milieu. ODIJmond kan een belangrijke bijdrage leveren door (keten)toezicht op het verwijderen van asbest; van de sloopmelding tot het storten. 6.2Besluit VTH Uit het wettelijke takenpakket komt voort dat omgevingsdiensten de meeste asbesttaken uit voeren. Het toezicht op asbestsaneringen door bedrijven valt onder het basistakenpakket. Het maakt niet uit of de asbestsanering plaatsvindt in opdracht van een particulier, een bedrijf of een instelling, zoals een woningcorporatie. Uit het wettelijk takenpakket komt voort dat het toezicht op sloopwerkzaamheden in op dracht van bedrijven en instellingen onder het basistakenpakket van de omgevingsdiensten vallen. Indien een particulier opdracht geeft voor een bedrijfsmatige asbestsanering is ODIJmond bevoegd om toezicht te houden. Dit komt voort uit het basistakenpakket. 6.2.1Wat valt niet onder het basistakenpakket Het toezicht op particulieren die zelf asbest verwijderen valt niet onder het basistaken pakket. Het is echter slechts in zeer beperk te mate dat een particulier zélf asbest mag verwijderen. De grens voor een particulier om zelf asbest te verwijderen, ligt bij 35m2. Bouw kundige aspecten vallen niet onder het basistakenpakket. Echter in de praktijk maakt de aanwezigheid van asbest dat ons milieutoezicht en het bouwtoezicht elkaar deels overlappen. Als ervoor gekozen wordt deze taak niet over te laten aan ODIJmond is in elk geval nauwe samenwerking met ODIJmond geboden als er asbest aanwezig is. Het toezicht op bedrijfsmatige sloopwerkzaamheden in opdracht van een particulier valt niet onder het basistakenpakket. 7 Afstemming en communicatie 7.1 Preventie door communicatie Het primaire doel van preventie is de spontane naleving van wet en regelgeving te vergroten. Naleving van regelgeving is niet altijd vanzelf sprekend. Door inzet van communicatiemiddelen (voorlichting) en ondersteunend optreden (voor overleg) wordt het gedrag op een positieve manier beïnvloed. 7.2 Handhavingscommunicatie Met verschillende niveau’s van communicatie over de regels bevorderen wij het naleefgedrag en proberen wij overtredingen te voorkomen en terug te dringen. Hiermee proberen wij de effectiviteit van onze handhaving te verhogen. Onze communicatie is zowel op inwoners als op bedrijven gericht. ODIJmond maakt op verschillende manieren onze belangrijkste doelgroepen bewust van de regels, het toezicht en de gevolgen bij een overtreding. 7.3 Wijze van informeren 7.3.1Informeren gemeenten en provincie ODIJmond communiceert in haar werkgebied actief met gemeenten en provincie Noord Holland. Wij werken met zogenaamde schakelfunctionarissen (accounthouders) die als eerste aanspreekpunt fungeren voor gemeenten en provincie. De schakelfunctionaris investeert in het opbouwen en goed houden van de relatie met gemeente op ambtelijk, hoog ambtelijk en bestuurlijk niveau. Met name over handhaving vindt voorafgaand een lastoplegging afstemming plaats. 7.3.2Informeren inwoners ODIJmond informeert inwoners, namens gemeente of de provincie, over meldingen en bekendmakingen via publicaties in de huisaanhuis kranten en/of via internet en op de landelijke pagina overheid.nl. Door transparant te zijn over activiteiten in de leefomgeving ontstaat meer begrip bij inwoners. 7.3.3Informeren ondernemers De communicatie tussen bedrijven en ODIJmond vindt voornamelijk plaats bij een procedure. Communicatie is een vast onderdeel in het proces van vergunningverlening. In eerste instantie zal er een vooroverleg plaatsvinden. Het is van belang om in zo een vroeg mogelijk stadium van een vergunningstraject met een bedrijf op één lijn te komen. Het toepassen van maatwerk zorgt ervoor dat een proces efficiënt verloopt. Communicatie wordt ook ingezet om (met name toezicht)acties aan te kondigen en te informeren over wet en regelgeving. 7.3.4Informeren belanghebbenden Belanghebbenden worden via lokale huisaan huiskranten en/of via internet geïnformeerd. Wanneer van te voren bekend is dat belanghebbenden direct op de hoogte gehouden willen worden, dan worden nieuwe besluiten ook rechtstreeks toegezonden. 7.4 Communicatiemiddelen Persbericht in de lokale en regionale media: wanneer er specifieke acties zijn of wanneer er iets nieuws is op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, sturen wij een persbericht. Brieven zijn persoonlijk en aan de ondernemer of inwoner gericht. Brieven kunnen gebruikt worden om acties aan te kondigen en om informatie te verstrekken over wet en regelgeving. In factsheets online (op de website) informeren wij bedrijven en inwoners over diverse onderwerpen. Tijdens controlebezoeken kunnen factsheets worden overhandigd. Op de website van ODIJmond vermelden wij algemene informatie over onze basistaken, plustaken en over onze projecten. Ook publiceren we regelmatig pers en nieuwsberichten. Voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld ondernemers van een specifieke bedrijfsbranche, worden informatieavonden georganiseerd. Voor specifieke doelgroepen worden, wanneer dat wenselijk is, specifieke factsheets opgesteld waarmee bijvoorbeeld inzicht wordt gegeven in bepaalde milieu of brandveiligheidsaspecten. 7.5 Naming en shaming Naming en shaming is één van de instrumenten in het kader van de toenemende transparantie van het toezicht. ODIJmond kan in voorkomende gevallen handhavingsbesluiten publiceren met als doel om publiek verantwoording af te leggen op de wijze waarop ODIJmond van haar handhavingsbevoegdheid gebruik maakt. De Wet open overheid vraagt dit ook van ons. Gedeputeerde Staten van NoordHolland voert actief beleid om meer informatie te verstrekken over bestuurlijke handhaving ten aanzien van de naleving van milieuregelgeving. Bekendmaking van deze informatie vereist wel procedurele en juridische zorgvuldigheid zodat de belangen van de betrokkenen worden meegewogen. 7.6 Social media ODIJmond gebruikt verschillende kanalen om haar doelgroepen te bereiken. De voornaamste doelgroep van ODIJmond bestond lange tijd uit ondernemers. Het doel is ook om onder andere inwoners, raadsleden en verenigingen te bereiken. Alle Social mediakanalen worden gebruikt ter ondersteuning van de activiteiten in de media en op de website. 8Klachten en handhavingsverzoeken 8.1Klachten en meldingen Bedrijfsmatige en andere activiteiten kunnen een uitstraling hebben op de omgeving. Die uitstraling kan door omwonenden als hinderlijk worden ervaren en in sommige gevallen ook een indicatie zijn voor een overtreding van wet en regelgeving. ODIJmond handelt namens het bevoegd gezag de klachten af die verband houden met de activiteiten waarop wordt toegezien. Klachten en meldingen komen binnen bij de aan gestelde klachtencoördinatoren van de desbetreffende regio of bij de plaatsvervanger tijdens zijn/haar afwezigheid. Binnen 24 uur dient er gereageerd te worden op een klacht of melding door contact op te nemen met de klager/melder. Wanneer een klacht kan worden herleid naar een veroorzaker/bedrijf dan wordt direct een controle uitgevoerd. Bij constatering van een overtreding leidt dit tot een handhavingstraject. Wanneer ODIJmond niet het bevoegd gezag voor de klacht of melding is, wordt deze doorgezet naar de betreffende instantie zoals het waterschap of een andere omgevingsdienst. Ook bestaat de mogelijkheid dat een klacht geen aanleiding geeft tot opvolging via handhaving (ongegrond is). In alle gevallen reageren wij schriftelijk, digitaal of telefonisch richting de klager. Voor elke gemeente hebben wij een factsheet met een tabel, waar inwoners kunnen lezen voor welke melding/klacht zij waar moeten zijn. In de praktijk blijkt dat een substantieel deel van de klachten en meldingen voortkomt uit conflicten tussen buren onderling of naburige bedrijven, maar ook door overige algemene vormen van overlast. Indien bij terugkerende meldingen of klachten na herhaling blijkt dat er geen aanleiding bestaat tot inspectie of handhavend optreden, kan de keuze worden gemaakt bepaalde klachten/ meldingen niet meer in behandeling te nemen. 8.2Handhavingsverzoeken Wij pakken handhavingsverzoeken volgens de wettelijke procedure op en handelen deze af. Indien een verzoek gegrond is, leidt dit tot een handhavingstraject. Ook voor terugkerende handhavingsverzoeken, waarbij herhaaldelijk is geconstateerd dat er geen aanleiding bestaat voor handhaving en geen nieuwe feiten of omstandigheden worden aangedragen die mogelijk zouden kunnen leiden tot een ander oordeel, kan worden besloten deze niet in behandeling te nemen (naar analogie van een herhaalde aanvraag). Haarlem, 19 mei 2023Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,Cees Loggen, voorzitterM.J.H. van Kuijk, provinciesecretarisBijlage1:Lijst van dwangsommen Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € AB 1.2 Melding - Melding oprichting of verandering (artikel 1.10 Activiteitenbesluit) 3000 x AB 3.1.4 Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie - (type b en
- c)4000 2000 AB 2.1 Zorgplicht 6000 2000 AB 3.1.4a Behandeling van stedelijk afvalwater - (type b en
- c)4000 2000 AB 2.2 Lozingen 6000 2000 AB 3.1.5 Lozen van koelwater - (type b en
- c)4000 2000 AB 2.3 Lucht en geur 6000 2000 AB 3.1.6 Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten 4000 2000 AB 2.4 Bodembescherming (bodembedreigende activiteiten) 6000 2000 AB 3.1.7 Handelingen in een oppervlaktewaterlichaam 4000 2000 AB 2.5 Afvalbeheer 6000 2000 AB 2.6 Energiebesparing - per branche 6000 2000 AB 3.1.8 Lozen ten gevolge van schoonmaken drinkwaterleidingen 4000 2000 AB 2.8 Geluidhinder 6000 2000 AB 3.1.9 Lozen van afvalwater ten gevolge van calamiteitenoefeningen 4000 2000 AB 2.9 Trillinghinder 6000 2000 AB 2.10 Financiële zekerheid 10000 x AB 3.2.1 Stookinstallatie 6000 2000 AB 2.11 Oplosmiddelen 6000 2000 AB 3.2.2 In werking hebben van een installatie voor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelenvan aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit 10000 2500 AB 3.1.1 Lozen van grondwater bij bodemsanering en proefbronnering 4000 2000 AB 3.2.3 Windturbine n.t.b. n.t.b. AB 3.1.2 Lozen van grondwater bij ontwatering - (type b en
- c)4000 2000 AB 3.2.4 Doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater 4000 2000 AB 3.1.3 Lozen van hemelwater, datniet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening 4000 2000 AB 3.2.5 Natte koeltorens 10000 2000 AB 3.2.6 In werking hebben van een koelinstallatie 10000 2000 AB 3.2.7 Wisselverwarmingsinstallatie 10000 2000 Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € AB 3.2.8 Installeren en in werking hebben van een gesloten bodemenergiesysteem 10000 2000 AB 3.4.6 AB 3.4.7 Opslaan van vloeibare bijvoedermiddelen 5000 1250 AB 3.3.1 Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer of afleveren van vloeibare brandstof aan spoorvoertuigen 10000 2000 AB 3.4.8 Het vullen van gasflessen met propaan of butaan 10000 2000 AB 3.4.9 Opslaan van gasolie, smeerolie of afgewerkte olie in een bovengrondse opslagtank 10000 2000 B 3.3.2 AHet uitwendig wassen en stallenvan motorvoertuigen of werktuigen of van spoorvoertuigen 10000 2000 AB 3.4.10 Opslaan of bewerken van ontplofbare stoffen of voorwerpen bij defensieinrichtingen 10000 2000 Het demonteren van autowrakken en of wrakken van tweewielige motorvoertuigen daarmee samenhangende activiteiten 10000 2000 AB 3.3.3 AB 3.4.11 Op- en overslaan van verwijderd asbest 20000 5000 AB 3.5.1 Telen of kweken van gewassen in een kas 10000 2000 AB 3.3.4 Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage 10000 2000 AB 3.5.2 Telen en kweken van gewassen in een gebouw, anders dan in een kas 10000 2000 AB 3.3.5 Bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen in een jachthaven 10000 2000 AB 3.5.3 Telen van gewassen in de open lucht 10000 2000 AB 3.5.4 Waterbehandeling voor agrarische activiteiten 10000 2000 AB 3.3.6 Traumahelikopter 10000 2000 AB 3.5.5 Aanmaken of transporteren via vaste leidingen of apparatuur van gewasbeschermingsmiddelen, biociden of bladmeststoffen 10000 2000 AB 3.4.1 Opslaan van propaan 10000 2000 AB 3.4.2 Ondergrondse tanks 10000 2000 AB 3.4.3 Opslaan en overslaan van goederen 10000 2000 AB 3.5.6 Het behandelen van gewassen 10000 2000 AB 3.4.5 Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen 10000 2000 AB 3.5.7 Composteren 10000 2000 Opslaan van drijfmest en digestaat 5000 1250 Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € AB 3.5.8 Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven 10000 2000 AB 3.8.4 Coaten of lijmen van planten of onderdelen van planten 10000 2000 AB 3.5.9 Bereiden van brijvoer vooreigen landbouwhuisdieren 5000 1000 AB 3.8.5 Fokken, houden of trainen van vogels of zoogdieren 10000 2000 AB 3.5.10 Kleinschalig vergisten van uitsluitend dierlijke meststoffen n.t.b. n.t.b. AB 4.1.1 Opslaan van gevaarlijke stoffen, CMR stoffen of bodembedreigende stoffen in verpakking, niet zijnde vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, andere ontplofbare stoffen, bepaalde organische peroxiden, asbest, gedemonteerde airbags, gordelspanners of vaste kunstmeststoffen 20000 4000 AB 3.6.1 Bereiden van voedingsmiddelen 10000 2000 AB 3.6.2 Slachten van dieren, uitsnijden van vlees of vis of bewerken van dierlijke bijproducten 10000 2000 AB 3.6.3 Industrieel bereiden van voedingsmiddelen of dranken 10000 2000 AB 3.7.1 Binnenschietbanen 10000 2000 AB 4.1.2 Opslaan van vuurwerk, pyrotechnische artikelen voor theatergebruik of andere ontplofbare stoffen 20000 4000 AB 3.7.2 Traditioneel schieten 10000 2000 AB 3.7.3 Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht 10000 2000 AB 4.1.3 Opslaan van stoffen in opslagtanks 20000 4000 AB 4.1.4 Parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen AB 3.7.4 Recreatieve visvijvers 10000 2000 20000 4000 AB 3.7.5 Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op sport-of recreatieterreinen 10000 2000 AB 4.1.5 Gebruik of opslag van bepaalde organische peroxiden 20000 4000 AB 3.8.1 Tandheelkunde 10000 2000 AB 4.1.7 Opslaan van vaste kunstmeststoffen 5000 1250 AB 3.8.2 Gemeentelijke milieustraat 10000 2000 AB 4.3.1 Mechanische bewerking van hout, kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen 10000 2000 AB 3.8.3 Buitenschietbanen 10000 2000 Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € AB 4.3.2 Reinigen, coatenof lijmen van hout of kurk dan wel van houten, kurken of houtachtige voorwerpen 10000 2000 AB 4.5.9 Drogen van metalen 10000 2000 AB 4.5.10 Aanbrengen van conversielagen op metalen 10000 2000 AB 4.4.1 Mechanischebewerkingen van rubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten 10000 2000 AB 4.5.11 Thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen 10000 2000 10000 2000 AB 4.4.2 Reinigen, coatenof lijmen vanrubber, kunststof of rubber- of kunststofproducten 10000 2000 AB 4.5.12 Lozen van afvalwater afkomstig van metaalactiviteiten AB 4.5.13 Smelten en gieten van metalen 10000 2000 AB 4.4.3 Wegen of mengen van rubbercompounds of het verwerken van rubber, thermoplastisch kunststof of polyesterhars 10000 2000 AB 4.5a.1 Mechanische bewerkingen van steen 10000 2000 AB 4.5a.2 Aanbrengen van lijmen, harsenof coatings op steen 10000 2000 B 4.5.1 ASpaanloze, verspanende of thermische bewerking of mechanische eindafwerking van metalen 10000 2000 AB 4.5a.3 Chemisch behandelen van steen 10000 2000 AB 4.5a.4 Vervaardigen van betonmortel 10000 2000 AB 4.5.2 Lassen van metalen 10000 2000 AB 4.5a.5 Het vormgeven van betonproducten 10000 2000 AB 4.5.3 Solderen van metalen 10000 2000 AB 4.5a.6 Het breken van steenachtig materiaal 10000 2000 20000 4000 AB 4.5.4 Stralen van metalen 10000 2000 AB 4.6.1 Lozen van afvalwater (algemeen) AB 4.5.5 Reinigen, lijmen of coaten van metalen 10000 2000 AB 4.6.3 Afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen 20000 4000 AB 4.5.6 Aanbrengen anorganische deklagen op metalen 10000 2000 AB 4.6.4 Afleveren van vloeibare brandstof of gecomprimeerd aardgas andersdan aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, vaartuigen of spoorwegvoertuigen 20000 4000 AB 4.5.7 Beitsen of etsenvan metalen 10000 2000 AB 4.5.8 Elektrolytisch of stroomloos aanbrengen van metaallagen op metalen 10000 2000 Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € Overtreding m.b.t. dwangsom ineens € dwangsom constatering € AB 4.6.5 Onderhouden of repareren van moto- ren, motorvoertuigen, spoorvoertuigen of andere gemotoriseerde apparaten of proefdraaien van verbrandingsmotoren 20000 4000 AB 4.8.9 In werking hebben van een crematorium of het in gebruik hebben van een strooiveld 10000 2000 AB 4.8.10 In werking hebben van een laboratorium of een praktijkruimte 10000 2000 AB 4.6.6 Onderhouden, repareren of afspuiten van pleziervaartuigen 20000 4000 AB 5.1.1 Grote stookinstallatie 20000 4000 AB 4.7.1 Ontwikkelen of afdrukken van foto- grafisch materiaal 10000 2000 AB 5.1.2 Afvalverbrandings- of afvalmeelverbrandingsinstallatie 20000 4000 10000 2000 AB 4.7.2 Zeefdrukken AB 5.1.3 Installatie voor de productie van titaan- dioxide 20000 4000 AB 4.7.3 Vellenoffset druktechniek 10000 2000 20000 4000 AB 4.7.3a Rotatieoffset druktechniek 10000 2000 AB 5.1.4 Installatie, als onderdeel van olieraffinaderijen, voor de productie vanzwavel AB 4.7.3b Flexodruk of verpakkingsdiepdruk 10000 2000 AB 5.1.5 Stookinstallatie voor de regeneratie van glycol 20000 4000 AB 4.7a.1 Bewerken, lijmen,coaten en lamineren van papier of karton 10000 2000 AB 5.1.6 Installatie voor de productie van asfalt 20000 4000 AB 4.7a.2 Reinigen en wassen van textiel 10000 2000 AB 5.1.7 Installatie voor de op- en overslag van vloeistoffen 20000 4000 AB 4.7a.3 Mechanische bewerking of verwerking van textiel 10000 2000 AB 5.2.1 Opslaginstallaties 20000 4000 AB 4.7a.4 Lassen van textiel 10000 2000 AB 5.2.2 Overslaginstallaties 20000 4000 10000 2000 AB 4.7a.5 Lijmen, coaten of veredelen van textiel, leer of bont AB 5.3.1 LPG-afleverinstallatie 20000 4000 AB 4.8.1 Inwendig reinigen of ontsmetten van transportmiddelen 10000 2000 AB 6.1 Algemeen overgangsrecht n.t.b n.t.b AB 4.8.6 In werking hebbenacculader 10000 2000 Overtreding m.b.t. Termijn (weken) Dwangsom regulier Dwangsom laag Bodemsanering Overtreding m.b.t. Termijn (weken Dwangsom regulier Dwangsom laag Bodemsanering Niet melden startsanering direct 2000 1000 Niet melden bereikeneinddiepte sanering direct 1000 500 Niet melden voornemen handeling ten aanzien van verontreiniging direct 2000 1000 Niet verstrekken van de juiste gegevens bij melding sanering gaande direct 1500 1000 Depot te lang in werking 8 5000 3000 Niet overleggen evaluatieverslag (deel)sanering 4 3000 2000 Niet overleggen van nazorgplan 6 3000 2000 Uniforme bodemsanering Geen hekwerk/bebording 1 1500 1000 Werk niet laten uitvoeren door gecertificeerde uitvoerder 4 8000 6000 Werken zonder milieukundige begeleiding 2 5000 3000 Niet afdoende afsluitensaneringslocatie direct 1000 500 Niet bijhouden logboeksanering direct 1500 1000 Niet melden wijzigingen sanering direct 1500 1000 Overtreding m.b.t. Termijn (weken) Dwangsom regulier Dwangsom laag Niet (deugdelijk) afdekken verontreinigde materie 1 2000 1000 Niet (deugdelijk) afdekken containers verontreinigde materie 1 2000 1000 Asbesthoudende grond (niet) tijdig afgevoerd met inventarisatie van bodem 1 3000 2000 Asbesthoudende grond (niet) tijdig afgevoerd zonder inventarisatie 3 6000 3000 Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven t/m 10 m3 8 2000 1000 Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven 11 - 40 m3 8 3000 1500 Verontreinging onder isolatielaag niet beschreven boven 40 m3 8 6000 3000 Te lang bewaren/opslaan mobielverontreinigde grond 2 3000 1500 Niet tijdig voorafgaand melden bereiken einddiepte 1 1000 500 Verontreinigde grond niet terugplaatsen 2 1500 1000 Niet melden voltooiing sanering na werkzaamheden 1 1000 500 Niet overleggen verslagvan sanering 6 3000 2000 Niet tijdig melden aanvang saneringswerkzaamheden 1 3000 2000 Overtreding m.b.t. Termijn (weken) Dwangsom regulier Dwangsom laag Bodemkwaliteit Handelingen met bouwstoffen gaande zonder kennisname bevoegd persoon direct 2000 1000 Handelingen met bouwstoffen zonder vaststelling overschrijding samenstellings- of emissiewaarden direct 1500 1000 Handelingen met bouwstoffen en ontbreken milieuhygiënische verklaring direct 3000 2000 Handeling met bouwstoffen en ontbreken (deugdelijke) afleveringsbon direct 1000 500 Niet melden voornemen toepassen bouwstof en toepassing gaande direct 1500 1000 Voornemen toepassen bouwstofniet gemeld 1 2000 1000 Niet melden voornemen toepassen baggerspecie, toepassing gaande direct 2000 1000 Voornemen toepassen baggerspecie niet gemeeld 1 2000 1000 Geen milieuhygiënische verklaring aanwezige partij baggerspecie direct 1500 1000 Geen verklaring aanwezig 1 3000 2000 Niet (deugdelijk) kwaliteit ontvangende bodem vastgesteld, toepassing gaande direct 3000 2000 Niet (deugdelijke) kwaliteitsverklaring ontvangende bodem aanwezig 6 4000 2000