Besluit van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 december 2023, UTSP-245842952-472, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 (Subsidieregeling uitvoering Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw provincie Utrecht 2024-2027)Gedeputeerde Staten van Utrecht; Gelet op het gestelde in de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022 en de Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies; Overwegende dat: de provincie Utrecht agrarische ondernemers wil stimuleren bij te dragen aan de doelen van het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied 1.0 (juli 2023); de provincie Utrecht duurzame prestaties voor natuurinclusieve kringlooplandbouw van agrarische ondernemers wil belonen; deze subsidieregeling als beleidsgrondslag heeft: de Landbouwvisie 2018, de Samenwerkingsagenda Landbouw 2019 en het concept Utrechts Programma Landelijk Gebied 1.0 (juli 2023). Besluiten de volgende subsidieregeling vast te stellen: Artikel1Begripsbepalingen In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: AsvpU: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht 2022; Awb: Algemene wet bestuursrecht; Beleidsregel subsidiabele kosten projectsubsidies: beleid van GS waarin is aangegeven welke kosten bij projectsubsidies wel of niet subsidiabel zijn; Agrarisch collectief: coöperatieve vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een agrarisch bedrijf uitoefenen, agrarisch grondbezitter zijn of agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer uitoefenen en die beschikt over een geldig certificaat collectief agrarisch natuurbeheer, verleend door Gedeputeerde Staten van de provincie op wier grondgebied haar werkgebied is gelegen; Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL): monitor met samenhangende set van vijftien kwaliteitsindicatoren die de biodiversiteit versterken en kringlooplandbouw stimuleren, gebaseerd op de landelijke kernset die is ontwikkeld in opdracht van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en gericht is op een integrale ontwikkeling van een nieuw perspectief voor de grondgebonden landbouw. De indicatoren zijn opgenomen in bijlage 1, onderdeel A, bij deze regeling; Centrale Database KringloopWijzer: database met bedrijfseigen kringloopwijzer gegevens van een melkveehouder, die jaarlijks ingevuld en gevalideerd worden via www.mijnkringloopwijzer.nl; Deelnemer: melkveehouder (met het adres van het bedrijf en meer dan 50% van het grondoppervlak) in de provincie Utrecht die een deelnemersovereenkomst met een collectief heeft gesloten tot deelname aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw; De-minimis verordening voor de landbouwsector: Verordening 1408/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PBEU 2013 L352/9); De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de De-minimis verordening landbouwsector; Landbouwgroepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard, PBEU L327/1 van 21 december 2022; Melkveehouder: eigenaar van melk- en kalfkoeien, waarvan de melkkoeien minimaal éénmaal hebben gekalfd en die voor de melkproductie worden gehouden; Praktijkscan: toets van de bedrijfsgegevens aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw; SCAN-ICT van BoerenNatuur: database met bedrijfsgegevens over agrarisch natuurbeheer, landschapsbeheer, waterbeheer en bodembeheer van natuurlijke personen of rechtspersonen die een agrarisch bedrijf uitoefenen, agrarisch grondbezitter zijn of agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer uitoefenen, die gevuld is door een agrarisch collectief. Artikel2Inhoudelijke beoordelingscriteria (subsidiecriteria) 1.Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten gericht op het versterken van de biodiversiteit en kringlooplandbouw door deelname van melkveehouders aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw. 2.Subsidie wordt slechts verstrekt als de activiteiten, zoals bedoeld in het eerste lid, voldoen aan de volgende criteria: het project wordt uitgevoerd in de provincie Utrecht; het project is gericht op het versterken van de biodiversiteit en kringlooplandbouw door de deelnemers aan de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw; het project komt ten goede aan het platteland of de agrarische sector in de provincie Utrecht; het project leidt tot een geringer grondstoffengebruik en een meer gesloten kringloop alsmede tot meer biodiversiteit, blijkend uit een praktijkscan van de nulsituatie per deelnemer; de praktijkscan, bedoeld onder d.: beschrijft de nulsituatie van de deelnemer op basis van de vijftien indicatoren van de UMDL, zoals opgenomen in bijlage 1, onderdeel B en C, van deze regeling. De nulsituatie heeft betrekking op het jaar voorafgaand aan de uitvoering van het project; beschrijft per jaar tenminste drie maatregelen, die de deelnemer wil uitvoeren om een hogere totaalscore te halen dan in de nulsituatie, bedoeld onder e; en maakt een realistische inschatting van de score per KPI, die de deelnemer verwacht te behalen gedurende de looptijd van het project, uitgesplitst per jaar; de subsidieaanvrager overlegt een verklaring waaruit blijkt dat een overeenkomst is gesloten tussen hem en de deelnemer: waaruit blijkt dat aan de deelnemer slechts een zodanig bedrag wordt verstrekt dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden; waaruit de bereidheid van de deelnemer tot deelname aan het project blijkt gedurende in totaal vier jaar; en waarin de deelnemer de subsidieaanvrager machtigt de gegevens uit de databases Centrale Database KringloopWijzer, RVO gecombineerde opgave en SCAN-ICT van BoerenNatuur in te zien en op te vragen, die ten minste nodig zijn om de vijftien indicatoren, opgenomen in bijlage 1, te kunnen monitoren; elke deelnemer scoort ten minste 300 punten in de praktijkscan van de nulsituatie, bedoeld onder e; de subsidieaanvrager overlegt curricula vitae waaruit blijkt dat hij: beschikt over ervaring op het gebied van adviesverstrekking; beschikt over hiertoe gekwalificeerd en opgeleid personeel; betrouwbaar is gebleken op de gebieden waarover zij advies verstrekt. de subsidieaanvrager heeft interne procedures vastgesteld ten behoeve van de bescherming van concurrentiegevoelige en persoonsgegevens van de deelnemende melkveehouders; de subsidieaanvrager maakt de bevindingen en de resultaten van het project anoniem toegankelijk voor derden, zoals voor onderzoek en evaluaties, mits de provincie Utrecht daartoe toestemming heeft verleend. Publicatie van bevindingen en resultaten van het project is alleen toegestaan na akkoord van de adviesgroep en stuurgroep; aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; de wijze waarop de deelnemer wordt begeleid door middel van de praktijkscan, groepsbijeenkomsten en coaching; de wijze waarop jaarlijks de borging (inclusief onafhankelijke steekproef) wordt uitgevoerd; een sluitende en realistische begroting. Artikel3Subsidieontvangers (doelgroep) 1.Subsidie kan worden kan worden verstrekt aan: een agrarisch collectief; of een samenwerkingsverband van twee of meer agrarische collectieven. 2.Indien een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b, geen rechtspersoonlijkheid bezit: wordt subsidie aangevraagd door een agrarisch collectief; en draagt het project de instemming van alle deelnemers van het samenwerkingsverband, blijkend uit een samenwerkingsverklaring. Artikel4Staatssteun 1.De beloning aan de deelnemers wordt door de subsidieontvanger verstrekt in de vorm van de-minimissteun. 2.De subsidie voor de kosten genoemd onder artikel 11, lid 1 aanhef en sub b, c en d worden verstrekt met in achtneming van artikel 22 van de Landbouwvrijstellingsverordening. Artikel5Financiële vorm van de subsidie De subsidie is een projectsubsidie en wordt slechts verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel6Tender 1.Subsidieaanvragen worden ingediend voor 20 september 2024, waarbij de verdeling van het beschikbare budget op basis van de kwaliteit van de aanvragen plaatsvindt met inachtneming van artikel 2.3 AsvpU. 2.De aanvragen worden digitaal ingediend, met gebruikmaking van het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier op het subsidieportaal van de provincie Utrecht. Artikel7Weigeringsgronden In afwijking van artikel 4.6 AsvpU, eerste lid onder a, wordt de subsidie geweigerd indien het te verstrekken bedrag minder bedraagt dan € 25.000,-. Artikel8Verplichtingen De subsidieontvanger: start het project binnen drie maanden na verlening van de subsidie; rondt het project met een eindverslag af binnen vijf jaar na het uitvoeren van de praktijkscan van de nulsituatie; stelt voor iedere deelnemer, jaarlijks de beloning vast, conform de berekening, opgenomen in bijlage 1, onderdeel C, tot een maximum van € 5.000 per deelnemer per jaar; overlegt jaarlijks uiterlijk 1 oktober het voortgangsverslag over het lopende jaar, inclusief uitgevoerde borging en kennisuitwisseling activiteiten, en overeenkomstig het daartoe door de provincie vastgestelde format voortgangsverslag; betaalt de beloning, na schriftelijke goedkeuring van het voorgangsverslag door de provincie, jaarlijks uiterlijk 15 december aan de deelnemers; maakt jaarlijks de bevindingen en de resultaten (inclusief de praktijkscan anoniem per bedrijf met de scores per KPI) van het project toegankelijk voor de provincie Utrecht; houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan gedeputeerde staten. Artikel9Subsidieplafond Het subsidieplafond bedraagt € 2.685.300,- voor de periode 2024-2027. Artikel10Hoogte van de subsidie 1.De subsidie bedraagt maximaal € 2.685.300,-. 2.De hoogte van de subsidies bedraagt maximaal 100 procent van de subsidiabele kosten. Artikel11Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen in aanmerking: de beloningen aan de deelnemers, mits aan alle voorwaarden is voldaan; personeels- en arbeidskosten; kosten van inhuur van derden; apparaatskosten. 2.Voor artikel 11 lid 1 b tot en met d gelden de richtlijnen zoals opgenomen in de beleidsregel subsidiabele kosten exploitatiesubsidies. Artikel12Selectie van deelnemers 1.Minimaal 50% van de deelnemers dient uit de veenweide landschappen Groene Hart en Eemland te komen (zie voor de omschrijving en kaart van deze landschappen de Omgevingsvisie provincie Utrecht van 2021, pagina 107, kaart 14). 2.Zo mogelijk worden twee deelnemers uit elk van de landschappen Rivierengebied, Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse vallei geselecteerd. 3.Zo mogelijk worden vier van elk van de volgende type bedrijven geselecteerd: gangbaar en (gecertificeerd) biologisch. 4.Met in achtneming van lid 1, 2 en 3 van dit artikel sluit het begunstigde collectief overeenkomsten met deelnemers af op volgorde van binnenkomst. Voor het bepalen van de volgorde van binnenkomst geldt het moment waarop de ondertekende en volledig ingevulde deelnemersovereenkomst, inclusief bijbehorende documenten zijn aangeleverd. Artikel13Voorschotten 1.Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot op het verleende subsidiebedrag. De hoogte en de momenten van de voorschotten wordt bij beschikking vastgelegd. Artikel14Verantwoording voortgang 1.De verantwoording over de voortgang wordt gedaan via een voortgangrapportage over het lopende en indien van toepassing over het nog niet gerapporteerde deel van het voorafgaande jaar. De rapportage wordt uiterlijk 1 oktober ingediend bij de provincie voor goedkeuring. Deze rapportage bestaat uit een financieel en inhoudelijk voortgangsverslag. Dit voortgangsverslag bevat: een voorstel voor de uitbetaling aan de deelnemers op de volgende manier: het overleggen van een praktijkscan per deelnemende melkveehouder (anoniem) van de gemaakte inschatting vooraf en de definitieve score per KPI, overeenkomstig het daartoe door de provincie vastgestelde format “praktijkscan eindsituatie”; uit de praktijkscan eindsituatie blijkt in welke mate de doelstellingen en maatregelen voor de KPI’s uit de praktijkscan van de nulsituatie per deelnemer, per jaar zijn behaald; een beschrijving van de activiteiten met een vergelijking tussen de begroting en daadwerkelijke uitgaven; bewijsstukken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening, waaruit de gerealiseerde kosten blijken. Artikel15Indientermijn aanvraag vaststelling De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend binnen uiterlijk 6 maanden na afloop van de subsidieperiode. Artikel16Vaststelling subsidie 1.Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Landbouwvrijstellingsverordening, vast op basis van prestaties en gerealiseerde kosten na afloop van de projecttermijn. 2.De vaststelling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats overeenkomstig artikel 5.3 van de AsvpU. 3.Bij een subsididieverlening vanaf 125.000 euro dient de financiële verantwoording tevens te zijn voorzien van een controle een verklaring van een accountant. Artikel17Inwerkingtreding Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst Artikel18Citeertitel Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling uitvoering Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw provincie Utrecht 2024-2027. Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van Utrecht van 19 december 2023.Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van LeeuwenBijlage1 Onderdeel A: de 15 indicatoren van de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw voor melkveebedrijven Indicator (KPI) Toelichting Eenheid 1. Stikstofbodemoverschot* (3 jaar gemiddelde) Het totale stikstofbodemoverschot, als aanvoer van kunstmest, organische mest, weidemest, mineralisatie, depositie en vlinderbloemigen minus de afvoer van geoogste producten. (Met behulp van de data uit Kringloopwijzer) *Voor veengronden wordt gebruik gemaakt van een omrekenfactor. Hierbij wordt uitgegaan van: 1,99 kg N/hectare voor elke %-aandeel veengrond van het bedrijfsareaal. (kg N/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.