Speelvoorzieningen gemeente Terneuzen beleidsplan “Van kinderspeeltuin naar ontmoetingsplek voor iedereen” Mensen samenbrengen en in beweging krijgen, dat is het doel van dit nieuwe speelvoorzieningenbeleid. Wij vinden het belangrijk dat kinderen de ruimte krijgen om te spelen. Het is een basisvoorwaarde om gezond en positief op te groeien. Maar de speelvoorzieningen kunnen meer integraal deel uitmaken van sport, spelen en elkaar ontmoeten. We staan niet voor niets voor een gezonde, inclusieve samenleving. Iedereen moet kunnen spelen, bewegen of ontmoeten. Of je nu jong of oud bent, een beperking hebt, fysieke ongemakken kent, minder geld hebt of je eenzaam voelt. We gaan van kinderspeeltuin naar ontmoetingsplek voor iedereen. We zien een centrale openbare ruimte voor ons met mogelijkheden om te spelen, bewegen en ontmoeten. Dat doen we door samen te kijken naar wat er al is en hoe we dat beter kunnen maken voor een grotere doelgroep. Het verschil maken we door inwoners te betrekken en de voorzieningen samen met jongeren en omwonende in te richten. Zij zijn de toekomst en maken er het meest gebruik van. Ook sluiten we zoveel mogelijk aan bij de initiatieven die er al zijn, zoals de buitenspeeldagen en speelweken. Het bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in Terneuzen’ geeft richting aan dit vernieuwde beleid. De ideale mix aan inwoners hebben we al. Nu is het aan ons om samen met hen ook de ideale ontmoetingsplek te creëren. Spelen, bewegen en ontmoeten voor iedereen! Wethouder Sonja Suij Portefeuillehouder jeugd, volksgezondheid & onderwijs Inleiding Voor u ligt de herijking van het beleidsplan speelvoorzieningen in de gemeente Terneuzen. Het vorige plan was, gezien de looptijd tot 2014, toe aan vernieuwing. Met de herijking van dit plan geven we uitvoering aan het beleidskader sociaal domein ‘Iedereen aan boord’1https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2022-3466/1/bijlage/exb-2022-3466.pdf en het bestuursakkoord ‘Goed leven in Terneuzen. Verder bouwen aan een duurzame toekomst’2https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR680064. Belangrijke speerpunten hierin zijn het tegemoet komen aan de speelbehoefte en bevorderen van bewegen en buitenspelen van kinderen en jongeren (jeugd). Maar ook het inventariseren (met jongeren) van de behoefte aan ontmoetingsplekken voor jeugd 0-18 jaar, met name 12+. In het uitvoeringsplan beschrijven we wat er al gedaan is en wat er nog moet gebeuren om de speerpunten uit dit plan te realiseren. Spelen en bewegen in de buitenruimte is al lang niet meer iets voor alleen kinderen. Ook steeds meer volwassenen bewegen in de buitenruimte. Volwassenen met kinderen proberen, zowel voor zichzelf tijd te vinden om te bewegen, als opnieuw te genieten van de speeltoestellen samen met hun kind. Ook ontmoeten zij andere ouders in de speelvoorziening of op straat. De behoefte om buiten te bewegen om gezond te worden of te blijven is groot3https://www.loketgezondleven.nl/gezondheidsthema/sport-en-bewegen/cijfers-en-feiten-sport-en-bewegen. Daarnaast is er een groeiende groep van ouderen die met hun kleinkinderen naar de speelvoorziening gaat. Hierbij zijn het sociale aspect en het thema ‘ontmoeten’ belangrijke doelen. Het sociale toezicht (op bijvoorbeeld eenzaamheid of onwenselijk gedrag en vandalisme) neemt toe, doordat er meer leeftijdsgroepen gebruik maken van de speelvoorziening. Daarom is een speelvoorziening een ontmoetingsplek voor jong en oud. Het is een plek waar de jeugd (samen) speelt, ontmoet, plezier heeft, en uitgedaagd wordt. De speelvoorziening moet een veilige, zichtbare en centrale plek in de buurt zijn. Het is belangrijk dat kinderen gezond zijn en buiten kunnen spelen. Zoals het bestuursakkoord aangeeft is een goed leven een gezond leven. We zetten daarom in op een gezonde gemeente. Wij willen dat speelvoorzieningen aansluiten bij de behoeftes van onze jeugd. Daar investeren wij in. Bij vervanging van bestaande speeltoestellen en het creëren van speelvoorzieningen overleggen we met de omgeving en de jeugd. Dit staat ook in het bestuursakkoord zo beschreven. Het proces rondom speelvoorzieningen vernieuwen, vervangen of plaatsen werkten we uit in dit beleidsplan en dient als toetsingskader. Bijkomende kaders zijn de richtlijnen van het Nederlands Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (NWAS). De doelstelling van dit plan is het maatschappelijke resultaat bevorderen van spelen, bewegen en ontmoeten. Dit doen we door het integraal realiseren en in stand houden van voldoende speelvoorzieningen. Deze voorzieningen zijn kwalitatief goed en bieden voldoende uitdaging. Ook investeren we in inclusieve en openbaar toegankelijke speelvoorzieningen. De ligging van deze speelvoorzieningen is centraal in de diverse kernen van de gemeente Terneuzen. We houden hierbij rekening met verschillende leeftijdsgroepen. We willen van de speelvoorzieningen een plek maken waar jong tot oud elkaar ontmoeten en volwassenen kunnen samenkomen terwijl de kinderen samen spelen. Bestuursakkoord 2022-2026 De relevante richtlijnen en uitgangspunten van dit beleid sluiten aan bij het speerpunt: “Speelvoorzieningen laten aansluiten bij behoeften om eigentijds en aantrekkelijk het spelen te stimuleren” en “Inventariseren met jongeren van hun behoefte naar ontmoetingsplekken voor jeugd 0-18 jaar, met name 12+” uit het bestuursakkoord 2022-2026 Thema jeugd & onderwijs. Andere belangrijke speerpunten in het bestuursakkoord van toepassing op dit beleidsstuk zijn: Thema zorg & gezondheid: Aanbod buurthuizen en welzijnsaccommodaties laten aansluiten bij behoeften inwoners mede door ondersteuning van professionele opbouwwerkers/medewerkers. Positieve intentie om mee te werken aan ondersteunende initiatieven op het gebied van inclusie/diversiteit via inclusieagenda. Verschillende specifieke uitkeringen (SPUK) zoals Gezond in de Stad (GIDS) , IZA/GALA en Sportakkoord ll Thema goed bestuur: Inwoners en organisaties via participatie actief betrekken, open staan voor ideeën en steeds benaderbaar zijn voor vragen. Onder meer via de nieuwe participatieverordening en het uitdaagrecht. Het uitdaagrecht is op dit moment opgenomen in het wetsvoorstel ‘Wet versterking participatie op decentraal niveau’. Dit wetsvoorstel is nog niet aangenomen. (Integrale) samenwerking Opvallend is dat speelvoorzieningen meerdere domeinen raakt uit de speerpunten en bijbehorende thema’s. Er is een overlap met o.a. onderwijs, jeugd, sport en gezondheid. Het gaat hier niet alleen om het plaatsen van speeltoestellen, maar juist ook over sociale aspecten, zoals elkaar ontmoeten, genieten van de frisse lucht en spannende speelervaringen. Integrale samenwerking om tot uitvoering van dit beleid te komen, is dus essentieel. Een integrale aanpak helpt om een sociale, duurzame en innovatieve gemeente te zijn en te blijven. Belangrijk hierbij is om zowel bij het maken van beleid als in de uitvoering de ruimtelijke kwaliteit van het openbaar groen te versterken. Daarnaast is het ook belangrijk om de samenwerking en afstemming te blijven opzoeken met bijvoorbeeld scholen, kern- en wijkraden, buurtsportcoaches, jongerenwerkers en wijkcoördinatoren. We maken hierbij ook gebruik van verschillende platformen zoals doemee.terneuzen.nl en/of Hoplr. Spelen en ontmoeten Men vergeet vaak hoe het is om kind te zijn. De zichtbaarheid van een speelvoorziening is belangrijk, want kinderen zien bewegen, stimuleert andere kinderen ook om te bewegen. We maken onderscheid tussen informele en formele speelvoorzieningen. Met informele speelvoorzieningen bedoelen we de ruimte die kinderen zelf opzoeken om te spelen, maar die daarvoor niet speciaal aangewezen of ingericht is. Bijvoorbeeld stoepranden, omgevallen bomen etc. Een formele speelvoorziening is een speelruimte die speciaal ingericht is om te spelen, met speeltoestellen voor kinderen in een bepaalde leeftijdscategorie. Formele en informele speelvoorziening vormen samen de ‘bespeelbare ruimte’. Het (kunnen) spelen draagt bij aan de ontwikkeling van het kind op lichamelijk, cognitief en sociaal-emotioneel gebied. Wanneer kinderen toegang hebben tot voldoende, kwalitatief goede speelvoorzieningen, die aansluiten bij hun ontwikkelingsniveau, heeft dit een positieve invloed op het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Het Rijk stimuleert bewegen en sport op landelijk niveau. Samen met het lokaal sportakkoord richt dit speelvoorzieningenbeleid zich op een leven lang spelen en bewegen voor iedereen. De pijlers van het UNICEF initiatief Child Friendly Cities sluiten hier bij aan4https://www.childfriendlycities.org/building-child-friendly-city. Deze gaan namelijk uit van de rechten van het kind en stimuleren (kansen-)gelijkheid, respect en het perspectief van het kind. Het hebben of behouden van een ontmoetingsplek is cruciaal voor de leefbaarheid en sociale vitaliteit van een kern en daarmee van de gemeente. Ontmoeten draagt bij aan een informeel netwerk en het ontstaan van (nieuwe) initiatieven in een kern waardoor de betreffende kern leefbaar blijft. Door rondom speelvoorzieningen ook ontmoetingsplekken te creëren, investeer je in sociale relaties. Sociale relaties hebben zowel een beschermend effect als een verminderend effect op gezondheidsproblemen. Het streven van de gemeente Terneuzen is meer ontmoetingsplekken en buitensportplekken te realiseren voor de jeugd (kinderen en jongeren) en ouderen. Hierdoor dragen we bij aan een goede mentale en fysieke gezondheid van onze inwoners5Speerpunt bestuursakkoord: Thema jeugd & onderwijs Inventariseren (met jongeren) van behoefte naar ontmoetingsplekken voor jeugd 0-18 jaar, met name 12+.. Wettelijke kaders Nederlands Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Voor de veiligheid van speeltoestellen bestaat een wettelijk kader. Onder andere in het Bouwbesluit. Maar meer specifiek in het Nederlands Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (NWAS). Dit besluit stelt eisen aan de veiligheid en aan het beheer van speeltoestellen in de openbare ruimte. Alle producenten, importeurs, keurders, verkopers, installateurs en beheerders moeten zich daaraan houden. Het NWAS is van toepassing op speeltoestellen in de publieke ruimte, dus niet op speeltoestellen die bij mensen thuis staan. In het NWAS is de formele definitie van een speeltoestel: “Inrichting die bestemd is voor vermaak of ontspanning, waarbij uitsluitend vande zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt.6https://www.nvwa.nl/onderwerpen/speeltoestellen/warenwetbesluit-attractie-en-speeltoestellen” De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid7https://vng.nl/artikelen/veiligheid-speeltoestellen: als wij zelf de eigenaar van een openbaar toegankelijk speeltoestel zijn; als wij een omgevingsvergunning hebben afgeven voor het speeltoestel; als het speeltoestel van een particuliere eigenaar vast in gemeentegrond is aangebracht (tenzij anders afgesproken in een overeenkomst). Een gecertificeerd inspectiebedrijf voert één keer per jaar de inspecties uit. De medewerkers van de gemeente voeren de acties uit die hieruit voortvloeien. Zij doen tevens eens per drie maanden een eigen inspectie om te kijken of er reparaties uitgevoerd moeten worden aan de speeltoestellen. Daarnaast kunnen er incidenteel reparaties gemeld worden vanwege vandalisme, ongelukken of andere oorzaken. Dit gebeurt via het digitale formulier Melding Openbare Ruimte (MOR). We vervangen of verwijderen een beschadigd onderdeel of speeltoestel dan zo snel mogelijk. Dit alles leggen we vast in het programma ‘Playmapping’. De Omgevingswet 2024 Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één Rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Een omgevingsvisie is een strategische visie voor de lange termijn voor de fysieke leefomgeving. De visie stelt de gemeente Terneuzen op met het oog op het bereiken van maatschappelijke doelen van de omgevingswet, waaronder een veilige en gezonde (fysieke) leefomgeving8https://www.denationaleomgevingsvisie.nl/default.aspx. Door dit integraal op te pakken, onder andere met sport, speelvoorzieningen en gezondheid, past dit onderdeel binnen de visievorming over de invulling van de openbare ruimte. We gaan meer inzetten op groene buitenlocaties met buitensporttoestellen en speelvoorzieningen voor iedere inwoner. Bij het maken van inrichtingskeuzes is ook ander gemeentelijk beleid relevant zoals beleid voor groen, verkeer en riolering. Iedere plek is anders, zowel fysiek als ook de maatschappelijke vraagstukken die daar spelen. Hierdoor is maatwerk nodig om te kijken hoe de verschillende onderdelen elkaar kunnen versterken. De formele speel- of beweegruimte valt samen of versterkt de bestaande groenstructuur. Deze visie op het gebruik van de openbare ruimte voeren we door in het omgevingsplan en in het beheer van de ruimte. Zo ontstaat er een groene, veilige en goed bereikbare omgeving waarin inwoners kunnen bewegen en recreëren. Richtlijnen voor (nieuwe) speelvoorzieningen Om de richtlijnen en normen van goede speelvoorziening te bepalen, gebruiken we het handboek “Spelen met Ruimte” van Jantje Beton, de VNG, NUSO en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 9https://docplayer.nl/68333224-Spelen-met-ruimte-handboek-gemeentelijk-speelvoorzieningbeleid.html. Dit is een handboek voor gemeentelijk speelvoorzieningenbeleid. Hoe de locatie van de speelvoorziening daadwerkelijk ingericht wordt, is afhankelijk van verschillende factoren. Zoals de demografische opbouw van de wijk, de ligging van de wijk, de financiële ruimte, en zeker ook de wensen die er leven bij de gebruikers en omwonenden. Hierbij houden we rekening met toekomstbestendigheid. Een goede speelvoorziening is overzichtelijk, (sociaal)veilig, aantrekkelijk en goed te onderhouden. Hierbij hebben we ook aandacht voor klimaatadaptatie door te zorgen voor voldoende schaduwplekken door het planten van bomen en openbare watertappunten. Maar ook door te kiezen voor onverharde ondergronden en na te denken over de opslag van het water. Om een goede speelvoorziening te maken welke ook aanzet tot bewegen hanteren we een aantal richtlijnen en maken we onderscheid in leeftijdsgroepen. Veiligheid: Speeltoestellen conform het NWAS (Nederlands Warenbesluit Attractie- en Speeltoestellen); Speeltoestellen afgestemd op de doelgroep/leeftijd; Rekening houden met verkeerssituatie en aanwezigheid van waterpartijen; Sociale veiligheid. Kinderen onder de 6 jaar spelen onder toezicht van ouders/verzorgers. Bereikbaarheid: Actieradius: afstand die kinderen te voet afleggen 0 – 6 jaar: 400 meter te voet 6 jaar en ouder: 1.000 meter en verder Centrale ontmoetingsplek in de kern/wijk Hierin spelen een rol: bezorgdheid van ouders, kwaliteit van woonomgeving, mogelijkheid tot sociale controle, verkeerssituatie, beplanting. Variatie: Diversiteit; Inclusief (waar mogelijk voor iedereen toegankelijk en/of voor iedereen moet er iets te doen zijn); Uitdagend/uitnodigend. Betrokkenheid buurtbewoners: Inspraak buurtbewoners en gebruikers; Kern- en wijkraden; Burgerinitiatieven en jongerenparticipatie. Verder in de ontwikkeling worden kinderen geleidelijk aan steeds zelfstandiger. Kinderen tot ongeveer 10 jaar zijn, net als ouderen, vaak op de buurt aangewezen. Ze hebben meer ondersteuning nodig bij het buiten spelen. Dit sluit perfect aan bij speelvoorzieningen voor een brede doelgroep. Jongeren daarentegen willen zich juist apart ontwikkelen en hebben binnen de speelvoorziening een eigen plek nodig. Dit vraagt om maatwerk met de jeugd zelf. Naast sportplekken is er ook behoefte aan ontmoetingsplekken waar je ‘relaxt’ kunt zitten. Leeftijdsgroep 0-6 jaar We onderscheiden de leeftijdscategorieën naar ontwikkelfase. Kinderen in de leeftijd tot zes jaar spelen vaak óf alleen óf naast elkaar, maar nog niet mét elkaar. Bij de inrichting van de speelplek houden we, naast de basisvoorwaarden voor speelvoorzieningen, rekening met: veiligheid: goedgekeurde speeltoestellen, verkeersluwe speelplek bereikbaar: We streven er naar om in een kinderrijke wijk tot 400m actieradius te voet een speelvoorziening te hebben. De speelplek moet in het zicht zijn zodat sociale controle mogelijk is. Er moeten voldoende afvalbakken en schaduw- en zitplekken zijn. variatie, inclusief en uitdagend: minimaal vier actieve bewegingsmogelijkheden, waar bij de voorkeur uitgaat naar minimaal vier verschillende speeltoestellen en/of speelaanleidingen. Waar mogelijk, rekening houdend met kinderen/ouders met een uitdaging. Leeftijdsgroep 6-12 jaar Kinderen in deze leeftijdsgroep gaan steeds meer samenspelen. Ook hier geldt dat de inrichting van de speelplek hierop toegerust is, rekening houdend met: veiligheid: goedgekeurde speeltoestellen, verkeersluwe speelplek. bereikbaarheid: We streven er naar om in een kinderrijke wijk tot 1.000m actieradius een speelvoorziening te hebben. De speelplek moet in het zicht zijn zodat sociale controle mogelijk is. Er moeten voldoende afvalbakken en schaduw- en zitplekken zijn. variatie, inclusief en uitdagend: minimaal vier actieve bewegingsmogelijkheden, waarbij de voorkeur uitgaat naar speeltoestellen die meerdere bewegingsmogelijkheden in zich hebben (combinatietoestellen), maar zeker ook ruimte om te rennen of voor vrij spelen. Waar mogelijk, rekening houdend met kinderen/ouders met een uitdaging. Vanaf 8 jaar kun je ook denken aan een trapveldje, skatebaan/pumptrackbaan of multifunctioneel speelveld. Leeftijdsgroep 13-18 jaar veiligheid: goedgekeurde speeltoestellen, verkeersluwe speelplek bereikbaarheid: We streven er naar om in een kinderrijke wijk vanaf 1.000m actieradius en verder een speelvoorziening te hebben. De speelplek moet in het zicht zijn zodat sociale controle mogelijk is. Er moeten voldoende afvalbakken en schaduw- en zitplekken zijn. variatie, inclusief en uitdagend: dit is afhankelijk van de soort voorziening: trapveldje, skatebaan/pumptrackbaan, multifunctioneel speelveld, speelterrein specifiek ingericht voor deze groep. Waar mogelijk, rekening houdend met kinderen/ouders met een uitdaging. 18 jaar en ouder Ouderen kunnen op diverse manieren gebruik maken van speelvoorzieningen. Sociale- en gezondheidsredenen kunnen daartoe aanleiding geven. Door ook ouderen mee te nemen in de speelvoorziening ontstaat er meer contact en het is goed voor de gezondheid. De meest natuurlijke weg is het vergezellen van kinderen. Ze helpen bij het spelen, letten op hen en knopen ondertussen een praatje aan met andere ouders/verzorgers. Ouderen kunnen ook gebruik maken van speelvoorzieningen zoals beweegtoestellen of gewoon op een bankje zitten uitrusten. De buurtsportcoaches spelen een rol bij het organiseren van activiteiten voor jongeren, ouderen, mensen met een handicap en anderen die om verschillende redenen niet kunnen meedoen. Het is van belang dat diverse doelgroepen gebruik kunnen maken van een speelvoorziening. Daarom is het belangrijk om speelvoorzieningen toegankelijk te maken waar het kan en mogelijk is. Dit willen we bereiken door inclusieve speeltoestellen te plaatsen en met de inrichting van de openbare ruimte hier aandacht voor te hebben. Speelvoorzieningenbeleid gemeente Terneuzen 2.1.Huidige situatie Als gemeente Terneuzen zijn wij verantwoordelijk voor ongeveer 175 speelvoorzieningen (in totaal ongeveer 850 speeltoestellen). Daarnaast heeft de gemeente ook speelvoorzieningen bij buurthuizen, kinderboerderijen en jeugd/kind voorzieningen (opvang) in beheer. Ook zijn er drie speeltuinverenigingen in de gemeente Terneuzen. Speeltuinverenigingen (SPV’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.