GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING “PARTICIPATIEBEDRIJF KEMPENPLUS”Burgemeester en wethouders van de gemeente Bladel, gelet op artikel 1, leden 1 en 5, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; overwegende dat de gemeenteraad met zijn besluit van 2 februari 2023 geen zienswijze heeft ingediend op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking Kempengemeenten en op 11 mei 2023 toestemming heeft verleend tot het wijzigen van deze gemeenschappelijke regeling; besluiten: Vast te stellen de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Samenwerking Kempenge-meenten conform de tekst als opgenomen in het document met nummer 23.08634, welke als bijlage is toegevoegd aan het collegevoorstel. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft, Overwegen het volgende: Voor de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, de Participatiewet en de Wet inburgering is samenwerking tussen gemeenten noodzakelijk; Met ingang van 1 januari 2015 is de Participatiewet in werking getreden. Deze wet heeft tot doel om zoveel mogelijk mensen, met en zonder arbeidsbeperking, weer aan de arbeidsmarkt deel te laten nemen; Met ingang van 1 juli 2022 de Wet gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd; Het uitvoeren van de taken betreft het uitvoeren van beleid en opdrachten van de colleges waarbij geen raadsbevoegdheden zijn betrokken en geen eigen beleid wordt vastgesteld. De samenwerking kan daarom in de vorm van bedrijfsvoeringsorganisatie plaatsvinden. Wel zal de beleidsvoorbereiding en de ondersteuning bij de beleidsontwikkeling voor de deelnemende gemeenten binnen deze bedrijfsvoeringsorganisatie plaatsvinden; De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van het beleid en de verordeningen met betrekking tot de taken van het Participatiebedrijf. In het kader van een efficiënte en effectieve uitvoering door het Participatiebedrijf wordt door de gemeenten gestreefd naar een gezamenlijk en gelijkluidend beleid. Daarnaast is het gewenst om de regeling op een aantal onderdelen te actualiseren; gelet op de toestemming van de raden van de gemeenten Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden en de besluiten van de colleges van deze gemeenten; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen en de Wet sociale werkvoorziening, Besluiten: de gemeenschappelijke regeling “Bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus” te wijzigen en komt te luiden als volgt; Algemene bepalingen Begripsbepalingen Artikel1 In deze regeling wordt verstaan onder De regeling : de gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus; Participatiebedrijf : de bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus; “een deelnemende gemeente” : de gemeente waarvan het college deze regeling mede heeft getroffen; College : het college van burgemeester en wethouders dat deelneemt aan deze regeling; Raad : de raad van een deelnemende gemeente aan deze regeling; Wsw : Wet sociale werkvoorziening; Pw : Participatiewet; IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Bbz : Besluit bijstandsverlening zelfstandigen; Wgr : Wet gemeenschappelijke regelingen’; Wi2021 : Wet inburgering 2021; Gedeputeerde Staten : Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Artikel2 Waar in de regeling artikelen van enige wet of wettelijk voorschrift van overeenkomstige toepassing zijn of zijn verklaard, komen voor zoveel mogelijk in de plaats van: de gemeente: het Participatiebedrijf de gemeenteraad: burgemeester en wethouders de burgemeester: het bestuur Bedrijfsvoeringsorganisatie en samenwerkingsgebied Artikel3 1.Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid, Wgr, genaamd “Participatiebedrijf KempenPlus”, afgekort het Participatiebedrijf. Het Participatiebedrijf is rechtspersoon. 2.Het Participatiebedrijf is gevestigd te Bladel. Bestuursorgaan Artikel4 Het Participatiebedrijf heeft één bestuursorgaan: het bestuur. Doelstelling, belang, taken en bevoegdheden Artikel5 1.Het Participatiebedrijf heeft tot doel het behartigen van het gemeenschappelijk en afzonderlijk belang van de deelnemende gemeenten en de colleges op het gebied van: de WSW; de Pw; de IOAW; de IOAZ de Bbz, Wet inburgering 2021 Participatieregeling 18+ Kempengemeenten Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne alsmede de hiervoor opgebouwde infrastructuur in te zetten voor re-integratiedoeleinden. 2.Daartoe dragen de colleges van de deelnemende gemeenten hun bevoegdheden, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in lid 1 genoemde belang, over aan het bestuur van het Participatiebedrijf, te weten: De volledige uitvoering van de in het eerste lid genoemde wetten, daarop gebaseerde onderliggende landelijke regelgeving en gemeentelijke regelingen en van de daaruit voortvloeiende voorschriften, voor zover die uitvoering aan de colleges is opgedragen, alsmede van het beleid van de deelnemende gemeenten op het gebied van de in het eerst lid genoemde regelgeving. De uitvoering van de Wet inburgering 2021 is een uitzondering op tweede lid, onder a van dit artikel. De uitvoering van de Module Arbeidsmarkt en Participatie geschiedt voor de gemeente Bergeijk, Bladel, Eersel en Reusel-De Mierden. De uitvoering van casusregie (waaronder het afnemen van de brede intake, het opstellen van het persoonlijk Plan voor Inburgering en Participatie (PIP), het monitoren en bewaken van de voortgang en het handhaven van de verplichtingen) geschiedt enkel voor de gemeenten Bergeijk, Bladel en Reusel-De Mierden. De uitvoering van de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne is een uitzondering op het tweede lid, onder a van dit artikel. Het betreft enkel de taken voor zover deze betrekking hebben op: Verstrekken van de maandelijkse financiële toelage, inclusief terugvordering van ten onrechte of teveel verstrekte toelage Betaling van buitengewone kosten Het in rekening brengen van een vergoeding in de kosten van opvang. Het oprichten, exploiteren en in stand houden van bedrijven voor industriële, cultuurtechnische, administratieve werkzaamheden, detacheringen en trajectbegeleiding, welke zoveel mogelijk zijn gericht op het behouden dan wel bevorderen van de arbeidsbekwaamheid van de werknemer mede met het oog op het kunnen verrichten van arbeid onder normale omstandigheden. 3.De aan de colleges toekomende bevoegdheden om beleidsregels vast te stellen worden niet overgedragen. 4.Het bestuur draagt zorg voor het nemen van besluiten op bezwaar en het instellen van en voeren van procedures in (hoger) beroep op grond van de regelgeving als genoemd in het eerste lid. 5.Het bestuur draagt zorg en is verantwoordelijk voor de beleidsvoorbereiding van de taken genoemd in dit artikel en doet daartoe voorstellen aan de colleges, of als de raden de beslissingsbevoegdheid hebben, via de colleges aan de raden. 6.Het bestuur kan binnen het kader van het in lid 1 omschreven doel één of meerdere privaatrechtelijke rechtspersonen oprichten. 7.De colleges verplichten zich tot het medewerken aan het vinden van voldoende en geëigende werkzaamheden voor de Wsw medewerkers. 8.Voor zover de diensten vallen binnen het kader van de in dit artikel genoemde taken, is het Participatiebedrijf bevoegd om tot een maximum van 20% van zijn omzet, of althans tot een zodanig percentage dat wettelijk is toegestaan, bevoegd tot het verrichten van dezelfde diensten voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen. 9.Voor zover de in het eerste lid genoemde wetten en regelingen wijzigingen in de inhoud of benaming daarvan ondergaan en deze wijzigingen als rechtsopvolging kunnen worden aangemerkt vallen die wijzigingen eveneens tot het doel van deze regeling. HoofdstukI:Het bestuur van het Participatiebedrijf Samenstelling Artikel6 1.De colleges wijzen de leden van het bestuur uit hun midden aan met dien verstande dat ieder college één lid aanwijst. Het bestuur bestaat uit vier leden. Eén van hen wordt als voorzitter aangewezen. 2.Alle leden van het bestuur beschikken over één stem. 3.De leden van het bestuur worden aangewezen voor een tijdvak gelijk aan dat van de zittingsduur van de raad. Zij blijven zitting houden tot aan het tijdstip dat de opvolger zijn aanwijzing als lid van het bestuur heeft aanvaard. 4.Hij die tussentijds ophoudt lid te zijn van het college waaruit hij is aangewezen als lid van het bestuur, houdt van rechtswege op lid te zijn van het bestuur. 5.De leden van het bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter van het bestuur, alsmede het college dat hen heeft aangewezen, op de hoogte. Het ontslag gaat onmiddellijk in en is onherroepelijk. 6.Het aanwijzen van leden van het bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of om een andere reden openvallen, vindt plaats binnen één maand na dat openvallen. 7.Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, aangesteld door of vanwege een deelnemende gemeenten of door het bestuur van het Participatiebedrijf. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld Wsw werknemers en zij die, op arbeidscontract naar burgerlijk recht, werkzaam zijn bij het Participatiebedrijf of bij een door de regeling opgerichte rechtspersoon. Het lidmaatschap is tevens onverenigbaar met de betrekking van medewerker in een vorm van gesubsidieerde arbeid, waarvan de verantwoordelijkheid en uitvoering op grond van deze regeling aan het Participatiebedrijf is opgedragen, of met de rol van toezichthouder op grond van enig wettelijk voorschrift op de uitvoering van de aan het Participatiebedrijf overgedragen taken. 8.Het lidmaatschap van het bestuur eindigt van rechtswege indien zich een van de in het vorige lid genoemde situaties voordoet. Werkwijze Artikel7 1.Het bestuur vergadert in principe éénmaal per twee maanden en in ieder geval ten minste tweemaal per jaar. 2.Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls de voorzitter van het bestuur dat nodig oordeelt of tenminste twee leden hem dat schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoeken. 3.De voorzitter is gehouden naar aanleiding van een dergelijk verzoek, in spoedeisende gevallen binnen één week, een vergadering te beleggen. Indien hij daarmee in gebreke blijft, zijn de indieners van het verzoek gerechtigd een vergadering bijeen te roepen. 4.Het bestuur kan zich in zijn vergaderingen door deskundigen laten bijstaan. 5.Ten aanzien van de vergaderingen zijn de artikelen 56, 58 en 59 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 6.Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Bevoegdheden Artikel8 1.Het bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegdheden van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 2.Aan het bestuur behoren in ieder geval: het, desgevraagd of uit eigen beweging, adviseren van de colleges in alle zaken die de in artikel 5, eerste lid genoemde regelgeving betreffen; het onderhouden van contacten met organen en het voor zover nodig samenwerken met organen, organisaties, instellingen en personen, die zowel binnen als buiten het gebied, waarover de regeling zich uitstrekt, werkzaam zijn; het ingevolge de Wsw en de Pw en de daarbij behorende regelgeving in dienst nemen, schorsen en (doen) ontslaan van werknemers met een arbeidsovereenkomst als bedoeld in boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; het nemen van beschikkingen ingevolge de regelgeving als genoemd in artikel 5, eerste lid; het beheer van de inkomsten en de uitgaven van het Participatiebedrijf; de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van de met deze werkzaamheden belaste functionaris; het nemen van alle conservatoire maatregelen, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het met inachtneming van de door het bestuur vastgestelde begroting vaststellen van de personeelsformatie en de organisatiestructuur; het benoemen, schorsen en ontslaan van het ambtelijk personeel, alsmede het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van het personeel op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht; het vaststellen van de begroting; het vaststellen en wijzigen van de meerjarenbegroting het vaststellen en wijzigen van de personeelsformatie; het vaststellen van de rekening; het vaststellen van de kadernota; het toezien op het beheer en het onderhoud van de gebouwen, werken en inrichtingen, die het Participatiebedrijf bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; het voorstaan van belangen van het Participatiebedrijf; het houden van toezicht op al wat het Participatiebedrijf aangaat. 3.Het bestuur kan voor afzonderlijke taken en activiteiten van het Participatiebedrijf een bedrijf of andere tak van dienst instellen. Het bestuur kan besluiten tot oprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur van het Participatiebedrijf te brengen. 4.Het bestuur kan het verzorgen van de P&O dienstverlening en SSC-taken zoals ICT aan een andere rechtspersoon opdragen. 5.Het bestuur stelt geen nadere regels over de wijze waarop belanghebbenden bij de voorbereiding van besluiten en de evaluatie kunnen worden betrokken. Besluitvorming Artikel9 1.Als uitgangspunt voor de besluitvorming geldt dat altijd gezocht wordt naar consensus. Voor zover bij of krachtens deze regeling niet anders is bepaald, beslist het bestuur bij volstrekte meerderheid wanneer geen consensus kan worden bereikt. 2.Indien geen meerderheid kan worden gevonden kan de voorzitter bepalen dat het onderwerp waarover besluitvorming plaats moet vinden de eerstvolgende vergadering opnieuw zal worden besproken. 3.De artikelen 54 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten van het bestuur, voor zover daarvan niet bij of krachtens de Wgr is afgeweken. 4.Het bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer van zijn leden. 5.Het bestuur kan besluiten een voorstel voor een door hem te nemen besluit te onderwerpen aan zienswijzen door de raden. Het bestuur betrekt de ingediende zienswijzen bij de besluitvorming aangaande het te nemen besluit. HoofdstukII:Voorzitter Aanwijzing Artikel10 1.Het bestuur wijst uit zijn midden de voorzitter aan. 2.Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door een lid van het bestuur, door het bestuur uit zijn midden aan te wijzen. Bevoegdheden Artikel11 1.De voorzitter is belast met: de leiding van de vergaderingen van het bestuur; het ondertekenen van alle stukken die van het bestuur uitgaan; het zorgdragen voor het ten uitvoer brengen van de besluiten van het bestuur; het uitvoeren van de besluiten van het bestuur; het vertegenwoordigen in en buiten rechte van het Participatiebedrijf; de zorg voor het doen instellen van voorlopig onderzoek in zaken met een spoedeisend karakter. 2.De voorzitter kan, onder eigen verantwoordelijkheid, het uitvoeren van opdrachten, welke van het bestuur of van hem uitgaan opdragen aan één of meer door hem aangewezen medewerkers van het Participatiebedrijf. 3.De voorzitter kan de vertegenwoordiging van het Participatiebedrijf opdragen aan een door hem aangewezen gemachtigde. 4.In rechtsgedingen tussen het Participatiebedrijf en de gemeente die hem heeft afgevaardigd, wordt de voorzitter vervangen door een lid van het bestuur dat geen lid van het bestuur van de betreffende gemeente is. HoofdstukIII:Overlegstructuur Artikel12 1.Het bestuur kan een regulier of incidenteel bedoelde overlegstructuur opzetten om stakeholders zoals de raden, portefeuillehouders, werkgevers bij het Participatiebedrijf te betrekken. Deze overlegstructuur wordt in een reglement vastgelegd. 2.De directeur overlegt in ieder geval een keer per jaar met (een vertegenwoordiging van) de raden. HoofdstukIV:Inlichtingen, verantwoording en terugroeping Relatie bestuur / raden en colleges van de gemeenten Artikel13 1.Het bestuur of één of meer leden daarvan verstrekt aan de raden en de colleges gevraagd en ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuursorgaan gevoerde en te voeren bestuur nodig is, alsmede alle inlichtingen waarom door een of meer leden van die raden en colleges wordt verzocht voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 2.Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in het eerste lid wordt schriftelijk ingediend. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen vier weken schriftelijk verstrekt. 3.De vragen en antwoorden worden ter kennis gebracht van de colleges. 4.Het bestuur maakt vergaderstukken en verslagen van het bestuur actief openbaar. Relatie leden van het bestuur / college van de gemeenten Artikel14 1.Een lid van het bestuur is voor het door hem in dat bestuur gevoerde bestuur verantwoording schuldig aan het college dat hem als lid heeft aangewezen. 2.Een lid van het bestuur geeft aan het college dat hem als lid heeft aangewezen ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren bestuur nodig is, alsmede alle inlichtingen waarom door een of meer leden van dat college wordt verzocht. HoofdstukV:Personeel Onderscheid personeel Artikel15 Het Participatiebedrijf kent: Werknemers, die in dienst zijn of worden genomen op grond van de Wsw en waarmee een arbeidsovereenkomst krachtens boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan. De arbeidsvoorwaarden van deze groep van medewerkers wordt bepaald door Wsw, de cao Wsw en daarop gebaseerde regelingen; Werknemers die door of vanwege het Participatiebedrijf zijn aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, genaamd ambtelijk personeel. De arbeidsvoorwaarden van deze groep van medewerkers wordt bepaald door de Cao SGO.; Werknemers die in dienst zijn of worden genomen op grond van de Participatiewet of een aanverwante regeling, waarmee een arbeidsovereenkomst is krachtens boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan. De arbeidsvoorwaarden van deze groep medewerkers wordt bepaald door de Cao “Aan de Slag”. Directeur Artikel16 1.Met de dagelijkse leiding van het Participatiebedrijf is belast een directeur.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.