Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Gemert-Bakel 2023De raad van de gemeente Gemert-Bakel, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 31 oktober 2023; gehoord de commissie Sociaal Domein 30 november 2023; gelet op het advies van de regionale cliëntenraad Werk&Inkomen; gelet op artikel 147, eerste lid, en artikel 108, tweede lid van de Gemeentewet en de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid en 10b zevende lid van de Participatiewet Besluit Vast te stellen de Re-integratieverordening Participatiewet Gemert-Bakel 2023; Re-integratieverordening Participatiewet Gemert-Bakel 2023 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van Senzer; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet alsmede kwetsbare jongeren; wet: Participatiewet; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; voorziening: door het dagelijks bestuur noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is. Hoofdstuk2.Beleid en evaluatie Artikel2.Evenwichtige verdeling en evaluatie 1.Het dagelijks bestuur kan de voorzieningen uit deze verordening, behoudens de artikelen 5 en 9, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2.Het dagelijks bestuur kan de voorzieningen uit deze verordening aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3.Het dagelijks bestuur houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op de afstand tot de arbeidsmarkt, zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4.Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks aan de gemeenteraad, als onderdeel van de jaarrekening, een verslag van de uitvoering van het beleid zoals vastgelegd in deze verordening en de daarop gebaseerde regelgeving. 5.Het dagelijks bestuur verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: het profiel van de organisatie Senzer de visie van de organisatie Senzer; en de cijfers die betrekking hebben op de organisatie Senzer; en het aantal ingezette voorzieningen en het effect ervan op re-integratie en verstrekte bijstand. Hoofdstuk3.Voorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het dagelijks bestuur kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het dagelijks bestuur onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.Het dagelijks bestuur kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; de voorziening naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het dagelijks bestuur niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.Het dagelijks bestuur biedt de meest adequate, noodzakelijke, voorziening aan waarbij bij gelijke geschiktheid van voorzieningen er wordt gekozen voor de goedkoopste voorziening. Het dagelijks bestuur houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het dagelijks bestuur houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Artikel4.Werkstage 1.Het dagelijks bestuur kan een persoon een werkstage gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: behoort tot de doelgroep; en nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid of actief is geweest op de arbeidsmarkt, geen grote afstand heeft tot de arbeidsmarkt maar met de inzet van deze voorziening ervaring opdoet in een (nieuwe) arbeidsmarktsector en daarmee de kansen op arbeid vergroot. 2.Het doel van een werkstage is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. 3.Het dagelijks bestuur plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkstage; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. 5.Het dagelijks bestuur stelt over de duur van de werkstage zoals bedoeld in lid 1 beleidsregels vast. Artikel5.Sociale activering 1.Het dagelijks bestuur kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2.Het dagelijks bestuur stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3.Het dagelijks bestuur biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel6.Detacheringsbaan 1.Het dagelijks bestuur kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2.De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3.Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel7.Scholing 1.Het dagelijks bestuur kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2.Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: Naar het oordeel van het dagelijks bestuur is de voorziening noodzakelijk voor de arbeidsmarktinschakeling; De kosten worden alleen vergoed nadat door het dagelijks bestuur toestemming is verleend tot het volgen van een scholingstraject; 3.Het eerst lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet. Artikel8. [vervallen] Artikel9.Participatievoorziening beschut werk 1.Het dagelijks bestuur verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, de volgende voorzieningen: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken; of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo, arbeidspatroon of arbeidsduur. 2.Het dagelijks bestuur kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende op arbeidsinschakeling gerichte voorzieningen aanbieden: sociale activering als bedoeld in artikel 5; scholing als bedoeld in artikel 7; persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11. 3.In de beschutte werkvoorziening wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Artikel10.Ondersteuning bij leer-werktraject Het dagelijks bestuur kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het dagelijks bestuur van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of van achttien tot zevenentwintig jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel11.Persoonlijke ondersteuning bij werk 1.Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2.Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel12.Stimuleringspremie werkgever 1.Het dagelijks bestuur kan aan de werkgever een stimuleringspremie verstrekken die met een persoon die behoort tot de doelgroep een arbeidsovereenkomst sluit gericht op een regulier dienstverband. 2.De stimuleringspremie kan toegekend worden aan de werkgever voor een werknemer die 80-100% loonwaarde kan genereren binnen de contractduur. 3.Het dagelijks bestuur stelt nadere regels over de voorwaarden waaronder de premie zoals bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt. Artikel13. [gereserveerd] Artikel14. [gereserveerd] Artikel14a.Proefplaatsing 1.Het dagelijks bestuur kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.De proefplaatsing is bedoeld om de werknemer de vaardigheden te leren die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de werkzaamheden in het aansluitende dienstverband. 3.Voor een proefplaatsing of verlenging wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het dagelijks bestuur verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaatsing schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen waarbij het aantal uren van het dienstverband minimaal hetzelfde is als het aantal uren van de proefplaatsing. 4.Het dagelijks bestuur weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet 5.Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6.Het dagelijks bestuur kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Hoofdstuk3A.Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf3A.1Administratief proces loonkostensubsidie Artikel14b.Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1.Het dagelijks bestuur verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.Het dagelijks bestuur bevestigt de ontvangst van een aanvraag aan de aanvrager en (als de aanvraag door iemand anders is gedaan) aan de werkgever. 3.Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 4.Na ontvangst van de aanvraag neemt het dagelijks bestuur binnen acht weken een besluit. In die periode vindt er een loonwaardebepaling plaats, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.De loonkostensubsidie wordt in principe toegekend vanaf datum aanvraag. 6.Het dagelijks bestuur neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces ‘De normaalste zaak’ in acht. Paragraaf3A.2Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel14c.Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1.Het dagelijks bestuur kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2.Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van acht uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het dagelijks bestuur geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.