Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Tegenprestatie gemeente Barendrecht 2023De raad van de gemeente Barendrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gelet op artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e, en tweede lid, en 10b, vijfde lid en zevende lid, van de Participatiewet, artikel 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; en artikel 36 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. gezien het advies Maatschappelijke Adviesraad Barendrecht van 10 oktober 2023; besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening Re-integratie, Loonkostensubsidie en Tegenprestatie gemeente Barendrecht 2023 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities 1.In deze verordening wordt verstaan onder: doelgroep ondersteund bij arbeidsinschakeling: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet: personen die algemene bijstand ontvangen; persoon als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35, vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d wet is verleend; personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid wet; personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet; personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en; niet-uitkeringsgerechtigden en, indien het college daarbij het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering gericht op arbeidsinschakeling, noodzakelijk acht, bepaalt en biedt deze voorziening aan; grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk voor betrokkene; korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; organisatie: Een samenwerkingsverband met een bepaald doel, met óf zonder winstoogmerk; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10a van de wet; praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek; voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; wet: Participatiewet; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; Plan van aanpak: een plan waarin staat welke steun en hulp de persoon krijgt en van wie. In het plan staat ook wat de persoon moet doen om weer aan het werk te komen en wat het gevolg is als de persoon zich niet houdt aan die afspraken. Een plan van aanpak is wettelijk verplicht voor jongeren tot 27 jaar, op grond van artikel 44a van de wet; vrijwillige tegenprestatie: het verrichten van onverplichte en onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden die naar het oordeel van het college qua omvang vergelijkbaar is met de verplichte tegenprestatie; verplichte tegenprestatie: het verrichten van naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt; mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige Diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep; vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaa:d wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, het uitvoeringsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoofdstuk2.Beleid en Evaluatie Artikel2.Evenwichtige verdeling 1.Het college kan de voorziening, bedoeld in artikel 6 van deze verordening, aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2.Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van deze verordening aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3.Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Hoofdstuk3.Voorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Als het college het noodzakelijk vindt, kan het college de voorzieningen en persoonlijke ondersteuning bieden die in deze verordening opgenomen staan met het doel om te zorgen dat de personen die onderdeel zijn van de doelgroep weer aan het werk komen. 2.Een voorziening maakt altijd onderdeel uit van een plan van aanpak. 3.Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 4.Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2 0 , van de wet; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 5.Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. Artikel4.Werkervaringsplek (WEP) 1.Het college kan een persoon een werkervaringsplek gericht op arbeidsinschakeling aanbieden als deze: behoort tot de doelgroep; en nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid; onvoldoende werknemersvaardigheden heeft; of om arbeidsritme te behouden. 2.Het doel van een werkervaringsplek is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie of het behouden van arbeidsritme. 3.Het college plaatst de persoon uitsluitend als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en e/ geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 4.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkervaringsplek; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Artikel5,Sociale activering 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen. 2.Het college stemt de duur van de in het eerste lid bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3.Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel6.Detacheringsbaan 1.Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon wordt dan werknemer. 2.De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een inlenende organisatie. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3.Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel7.Proefplaats 1.Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.Het doel van een proefplaatsing is het vergroten van de kans op betaalde arbeid van een persoon bij een werkgever, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3.Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst za' nemen. 4.Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon: ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk; of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. 6.Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 4, artikel 4.2. Artikel8.Scholing 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2.Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: Indien een persoon met een Participatiewet-, IOAW-, IOAZ- of Anw- uitkering, een niet-uitkeringsgerechtigde dan wel een persoon zoals bedoeld in artikel 10 lid 2 wet niet beschikt over een startkwalificatie, of als de startkwalificatie onvoldoende aansluit bij de arbeidsmarkt, kan een scholingstraject aangeboden worden die tot die kwalificatie leidt, en Indien scholing wordt aangevraagd door een niet startgekwalificeerde belanghebbende die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, wordt de belanghebbende gemeld bij de leerplichtambtenaar. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op personen als bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel a, van de wet. Artikel9.Participatievoorziening beschut werk 1.Het college kan de voorziening beschut werk aanbieden aan een persoon wanneer bij die persoon is vastgesteld dat er alleen in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie bestaat en deze persoon: hoort bij de doelgroep zoals bedoeld in artikel 1 lid la of; dat deze persoon een uitkering van het UWV ontvangt of; recht heeft op arbeidsondersteuning als bedoeld in artikel 2:15 van de Wet a rbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. 2.Direct voordat de voorziening zoals bedoeld in het eerste lid start, kan een proefplaatsing van maximaal 3 maanden bij de werkgever worden ingezet. 3.Om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken zet het college de volgende ondersteunende voorzieningen in: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken; of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 4.Het maximaal aantal dienstbetrekkingen beschut werk dat de gemeente elk jaar beschikbaar stelt, is gelijk aan het aantal dat het rijk elk jaar bij ministeriële regeling voor de gemeente vaststelt. 5.Tot het moment dat de dienstbetrekking beschut werk start, biedt het college de persoon die wordt bedoeld in het eerste lid, voorzieningen aan die de persoon ondersteunen bij de arbeidsparticipatie. Artikel10.Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is. Dit kan voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of van achttien tot zevenentwintig jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel11.Persoonlijke ondersteuning bij werk 1.Aan een persoon die behoort tot de doelgroep kan het college persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan die persoon opgedragen taken aanbieden in de vorm van begeleiding als hij zonder persoonlijke ondersteuning niet in staat is de aan hem opgedragen taken te verrichten. De begeleiding is gebonden aan de afspraken die binnen de arbeidsmarktregio zijn gemaakt. 2.Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van paragrafen 4.2 en 4.3. Artikel12Individuele en collectieve begeleiding 1.Individuele begeleiding Het college kan een persoon individuele begeleiding aanbieden als deze; behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 1 lid la; en een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Het doel van individuele begeleiding is een positieve ontwikkeling in maatschappelijk functioneren (samenleving) en economisch functioneren (arbeid) van de inwoner. 2.Collectieve begeleiding Het college kan een persoon collectieve begeleiding aanbieden als deze: behoort tot de doelgroep zoals bedoeld in artikel 1 lid la; en een afstand heeft tot de arbeidsmarkt. Het doel van collectieve begeleiding is een positieve ontwikkeling in maatschappelijk functioneren (samenleving) en economisch functioneren (arbeid) van de inwoner via groepsactiviteiten. Hoofdstuk4.Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf4.1Administratief proces loonkostensubsidie Artikel13.a.Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1.Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en mei het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3.Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel IOC, eerste lid, onder a, van de wet. 4.Als de aanvraag, zoals bedoeld in dit artikel, is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. 5.Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 6.Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. 7.Loonkostensubsidie kan alleen worden vastgesteld bij vaste uren en niet bij uitzendovereenkomst of nul uren contract. Paragraaf4.2Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel13b.Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1.Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2.Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.