Verordening op de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt Besluit van de raad van de gemeente Oldambt tot vaststelling van de Verordening op de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt De raad van de gemeente Oldambt gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 september 2023 en zaaknummer 71829-2023; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; gezien het advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit Gemeente Oldambt besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt Algemeen Met de Omgevingswet (hierna: de wet) die naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treedt, wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te bereiken. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels. Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit (artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Artikelsgewijs Artikel
(2029)omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Op grond van dit onderdeel kan het college ook op basis van deze verordeningen advies vragen aan de commissie, ook al zijn de regels nog niet omgezet naar het omgevingsplan. Derde lid Dit lid ziet toe op de werkzaamheden van de stadsbouwmeester (zie de toelichting onder artikel 1). Artikel3.Verplichte adviezen Dit artikel sluit aan op de verplichte adviezen op grond van artikel 17.9 van de wet en het op grond van de Erfgoedverordening gemeente Oldambt 2024 verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel4.Samenstelling Eerste lid Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat de raad het aantal leden vaststelt. Tweede lid Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op grond van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hun functie onafhankelijk dienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde bestuurlijke of maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden over inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Derde lid Dit lid voorziet in de mogelijkheid om burgerleden te benoemen. Voor deze leden geldt de eis van inzicht in maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. Vierde en vijfde lid Deze leden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie vertegenwoordigd moeten zijn. De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt. Zesde lid Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan Zevende lid Dit lid regelt hoe de plaatsvervanging van een commissielid werkt. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat het commissielid dat plaatsvervanging regelt deskundig genoeg is om in overleg met Libau te beoordelen of zijn of haar plaatsvervanger capabel en deskundig is. In de praktijk zal Libau daarbij faciliteren om een deskundige en capabele plaatsvervanger te regelen of aan te dragen. Artikel5.Benoeming Eerste tot en met tweede lid Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7, eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. Derde lid Dit lid regelt schorsing en ontslag. De wet bepaalt dat de raad de leden benoemt en ontslaat (artikel 17.7, tweede lid, van de wet). Het is vanzelfsprekend dat leden op eigen aanvraag worden ontslagen. Zij kunnen verder worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Vierde lid In september 2020 is de VNG modelverordening op de Gemeentelijke Adviescommissie (hierna: “Modelverordening”) gepubliceerd. Daarin komt de vraag aan de orde wie de leden van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: “Adviescommissie”) benoemt. De gemeenteraad speelt een belangrijke rol bij de advisering over de ruimtelijke kwaliteit. Voor inwerkingtreding van de Omgevingswet was dat advisering over welstand en monumenten. Sinds het opstellen van de Modelverordening, is er sprake van voortschrijdend inzicht. De vraag is of het college van B&W ook namens de gemeenteraad leden van de Adviescommissie kan benoemen (‘mandaat’) of dat de raad dit aan het college van B&W kan overdragen ’ (delegatie). De raad kan bevoegdheden overdragen aan het college. Dat staat in de Gemeentewet (artikel 156). De opstellers van de Modelverordening en de bijbehorende Handreiking adviesstelstel hebben eerder gekeken naar de vraag of de aard van de bevoegdheid van het benoemen van leden van de adviescommissie, zich tegen delegatie of mandaat verzet. Destijds was de conclusie dat de aard van de bevoegdheid zich hier mogelijk tegen verzette, vandaar dat mandatering toen werd afgeraden. Nu is er sprake van voortschrijdend inzicht. De conclusie is dat delegatie en mandaat mogelijk zijn binnen de algemene kaders die daarvoor gelden. Wat is het kader? De raad stelt het aantal leden en de benoemingstermijn van de leden van de Adviescommissie vast. Ook de bevoegdheid tot het benoemen van leden van de Adviescommissie ligt bij de gemeenteraad. Dit is bepaald in de Omgevingswet, in artikel 17.7: De gemeenteraad benoemt en ontslaat de leden van een gemeentelijk adviesorgaan. Kortom, de wet in formele zin geeft deze bevoegdheid aan de gemeenteraad, er is sprake van attributie aan de raad. De vraag is nu of de aard van de bevoegdheid zich tegen mandaat of delegatie verzet. De toelichting bij de Omgevingswet verwijst naar voortzetting van de bestaande regeling onder de Woningwet. Nadere analyse van de wetgeschiedenis van de Omgevingswet, maar ook van de Woningwet, Wabo en de Monumentenwet en Erfgoedwet geven aan dat delegatie en mandaat mogelijk is. De vraag is nog of delegatie of mandaat het meest geschikt is voor het benoemen door het college van leden van de commissie. Mandaat is geregeld in artikel 10:3 e.v. Awb. Delegatie is geregeld in 10:13 e.v. Awb. Bij delegatie kan de raad zelf de bevoegdheid niet meer uitoefenen en slechts beleidsregels geven over de wijze waarop de bevoegdheid is uitgeoefend en verzoeken om inlichtingen. Gelet op het verschil tussen delegatie en mandaat, adviseert de VNG gemeenteraden die benoeming aan het college willen overlaten, om de bevoegdheid om leden van de adviescommissie te benoemen te mandateren aan het college. Mandatering doet het meeste recht aan de centrale rol die de gemeenteraad vervult bij de onafhankelijk advisering over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Artikel6.Ondersteuning van de commissie Ingevolge het eerste lid wordt de commissie bijgestaan door een secretariaat dat berust bij Libau. Het tweede lid borgt dat het secretariaat zelfstandig kan functioneren maar wel door de belangen van de commissie wordt geleid. Artikel7.Adviestermijn Eerste en tweede lid In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren. Daarom kan het college op grond van het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. In het tweede lid is bepaald dat het college ook kan afzien van het stellen van een termijn. In dat geval geldt een termijn van vijf weken bij een reguliere procedure. Met name voor de advisering bij aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de activiteit monumenten is een termijn van minimaal vijf weken wenselijk. Mocht het gaan om een uitgebreide procedure, zoals het geval is bij ingrijpende wijzigingen aan Rijksmonumenten, dan is er veelal veel meer tijd benodigd voordat er tot advisering over kan worden gegaan. Deswege wordt deze termijn op tien weken gesteld. Dat is nog ruim binnen de wettelijke termijn van zes maanden waarbinnen het college een besluit moet nemen. Derde lid Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb). Bij cultureel erfgoed kan dat echter tot onherstelbare schade leiden, zelfs al wordt er succesvol bezwaar en beroep tegen ingediend. De schade is dan mogelijk al geschied. Om dat te voorkomen is opgenomen dat als de aanvraag betrekking heeft op cultureel erfgoed en de commissie brengt niet tijdig een advies uit, dat het fictieve advies in beginsel niet als positief moet worden beschouwd en het college dat in acht nemend zelf een afweging maakt en tot besluitvorming overgaat. In de praktijk komt dit zeer zelden voor en zal enig uitstel van de advisering altijd in afstemming met het college plaatsvinden. Mocht het toch onverhoopt voorkomen, dan dient dit artikel als achtervang. Artikel8.Beraadslaging en standpuntbepaling Eerste lid Dit lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet. Tweede lid Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Anderen hebben geen spreekrecht. De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat zijn met beslotenheid. Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient. Derde lid Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn die mogen meebeslisten, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. De voorzitter is onafhankelijk en neemt niet deel aan de besluitvorming anders dan in zijn rol als voorzitter van de vergadering. Het borgt ook de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Optioneel kan ook besloten worden door een gemeente dat dit laatste ook wenselijk is bij gemeentelijke monumenten of ander cultureel erfgoed. Vierde lid Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan. Vijfde lid Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie en de daarvoor werkzame personen van toepassing is. Artikel9.Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie Eerste en tweede lid Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden, de secretaris of andere daartoe aangewezen personen. De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies. In het tweede lid is extra verduidelijkt dat deze persoon of personen ook de commissie in volmacht kunnen vertegenwoordigen bij integrale overleggen en afstemmingen met andere disciplines. Derde lid Een goede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Dat is geregeld in het derde lid. De volmacht is beperkt tot de plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbare gevallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld of waarbij de betrokken leden of personen volledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodig is voor de advisering (bijvoorbeeld deskundig op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg). Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit. Al kan ook onder volmacht bij één of meerdere andere persoon worden neergelegd indien zij op dat moment handelen en adviseren op een wijze en bij zaken waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld. In de aard van de bevoegdheid verzet zich dat niet daartegen. Artikel10.Adviseurs Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door ambtenaren (eerste lid) of door externe deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundige kan ingevolge het derde lid op uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Deze regeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk van de behoefte, specifieke adviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen). Artikel11.Verwerking van het advies Eerste lid Dit lid ziet toe op het vragen van een second opinion aan een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente in geval het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie. Om oneindig ‘shoppen’ te voorkomen is dit slechts één keer per activiteit toegestaan. Een advies van de commissie dat voldoet aan de wettelijke eisen van zorgvuldigheid en motivering als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet, behoeft in beginsel geen nadere motivering. Een nadere motivering is wel vereist in geval een aanvrager of een derde-belanghebbende een contra-advies heeft overgelegd, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het advies in strijd is met de geldende beoordelingscriteria (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2952).] Tweede lid Dit lid is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak. Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen. Artikel12.Reglement van orde Eerste lid De commissie stelt een reglement van orde vast. Tweede lid Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen. Derde lid Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als bijlage bij deze verordening, of als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar deze verordening. Juridisch gezien behoeft het reglement van orde niet in de verordening zelf te worden opgenomen. Artikel13.Relatie met andere adviseurs Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel14.Vergoeding Dit artikel regelt de vergoeding die de leden en de adviseurs, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen. Dit kan op basis van een gemeentelijke vergoedingsregeling zijn, of van een overeenkomst met een adviesorganisatie. Artikel15.Jaarverslag Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen. Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met betrekking tot de omgevingskwaliteit. De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie en aan het (tijdig) inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in de 4 jaar samen met de commissie geëvalueerd. Artikel16.Overgangsrecht Eerste lid Op grond van dit lid gaan de bestaande leden van de welstands- en monumentencommissies of adviescommissies ruimtelijke kwaliteit zonder aparte benoemingsbesluiten over naar de commissie. Tweede lid Dit lid regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van deze verordening volgens het oude recht door de commissie worden afgedaan. Artikel17.Vervallen oude regeling Eerste lid Alleen de regels met betrekking tot de commissies in de Bouwverordening gemeente Oldambt 2013 en de Erfgoedverordening gemeente Oldambt vervallen op grond van dit lid. Artikel18.Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel van de verordening. Paragraaf1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt; Deze gemeentelijke adviescommissie functioneert onder verantwoordelijkheid van de stichting Libau, adviesorganisatie voor omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed, kortweg Libau. - wet: de Omgevingswet; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - cultureel erfgoed: cultureel erfgoed als bepaald in artikel 1.1 van de wet met uitzondering van archeologische rijksmonumenten; - burgemeester en wethouders: college van burgemeesters en wethouders; - raad: gemeenteraad. Paragraaf2.Adviestaak Artikel2.Taak en werkzaamheden
- De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn.
- Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor:
- een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument;
- een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een (voorbeschermd) gemeentelijk monument;
- een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een (voorbeschermd) provinciaal monument;
- een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op het cultureel erfgoed;
- een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen;
- een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; e. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; f. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; g. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; h. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; i. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die betrekking hebben op de omgevingskwaliteit en het cultureel erfgoed. Paragraaf3.Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel3.Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 5 ̊, en onder b en c. Paragraaf4.Samenstelling en inrichting Artikel4.Samenstelling
- De commissie bestaat per vergadering uit maximaal 8 vaste leden, de secretaris en de voorzitter daaronder begrepen. Daarnaast kunnen maximaal 4 aanvullende leden worden benoemd.
- De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
- In afwijking van het tweede lid kunnen aanvullend maximaal 2 burgerleden en hun plaatsvervangers worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
- De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
- De leden vertegenwoordigen in gezamenlijkheid een gebalanceerde samenstelling van disciplines zoals: cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg.
- De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
- Een lid kan zich in overleg met Libau laten vervangen door een plaatsvervanger die over professionele deskundigheid beschikt in dezelfde discipline of elke andere discipline als nodig geacht. Artikel5.Benoeming
- De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste 4 jaar worden benoemd.
- Leden kunnen worden herbenoemd.
- De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
- Burgemeester en wethouders benoemen de leden van de commissie nadat zij Libau gevraagd hebben om een selectie en voordracht van kandidaat-leden. Artikel6.Ondersteuning van de commissie
- Het secretariaat van de commissie berust bij Libau, adviesorganisatie voor omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed.
- Het secretariaat wordt bij de uitoefening van zijn taak rechtstreeks aangestuurd door de voorzitter. Paragraaf5.Advisering en standpuntbepaling Artikel7.Adviestermijn
- Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht.
- In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van 5 weken bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een reguliere procedure en een termijn van 10 weken bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een uitgebreide procedure.
- In geval de commissie niet tijdig binnen de termijn, als bedoeld in het eerste en tweede lid, een advies uitbrengt en de aanvraag heeft betrekking op het cultureel erfgoed, dan moet in beginsel uitgegaan worden van een positief advies van de commissie. Artikel8.Beraadslaging en standpuntbepaling
- De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
- De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht.
- Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drieleden, de voorzitter daaronder niet inbegrepen. De voorzitter en secretaris van de commissie maken geen deel uit van de besluitvorming. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit voor een gemeentelijk monument, een provinciaal monument of een activiteit betrekking hebbende op een cultureel erfgoed wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste één lid met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg.
- Leden die als opdrachtgever, opdrachtnemer, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
- De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel9.Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
- De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, de secretaris, de rayonarchitect of andere daartoe aangewezen personen.
- De commissie kan zich door een of meer daartoe aangewezen leden, de secretaris, rayonarchitect of andere daartoe aangewezen personen laten vertegenwoordigen in kwaliteitsteams, omgevingsoverleggen en -tafels, bouwplanoverleg of enig ander overleg waarin een mandaat voor het nemen van besluiten benodigd is.
- De aangewezen personen in geval van het eerste en tweede lid adviseren of nemen besluiten over zaken waarvan volgens hen het oordeel van de commissie als bekend mag worden verondersteld of waarbij de aangewezen personen beschikken over de relevante deskundigheid benodigd in de specifieke situatie. In geval van twijfel wordt de advisering alsnog overgelaten aan de commissie. Artikel10.Adviseurs
- De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren.
- De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.
- De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel11.Verwerking van het advies
- Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente c.q. commissie gefaciliteerd door een andere adviesorganisatie. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte.
- In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf6.Werkwijze Artikel12.Reglement van orde
- De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.
- In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder g; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; h. de selectie en voordracht van kandidaat-leden.
- Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel13.Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een adviescommissie, supervisor, kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel14.Vergoeding Libau ontvangt een vergoeding voor de advisering en de inzet van de leden van de commissie en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid met uitzondering van de burgerleden als bedoeld in artikel 4 derde lid op basis van de onderling afgesloten overeenkomst en de jaarlijks aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken tarieven. Paragraaf7.Jaarverslag Artikel15.Jaarverslag
- De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.
- In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen. Paragraaf8.Overgangs- en slotbepalingen Artikel16.Overgangsrecht
- De op grond van de Bouwverordening gemeente Oldambt 2013 benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn van ten hoogste 4 jaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de Bouwverordening gemeente Oldambt
- Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn. Artikel17.Vervallen oude regeling
- De regels met betrekking tot de commissie in de artikelen 9.1 tot en met 9.9 van de Bouwverordening gemeente Oldambt 2013 vervallen vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel18.Inwerkingtreding en citeertitel
- Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking.
- Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke Adviescommissie Voor Omgevingskwaliteit gemeente Oldambt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 oktober 2023.De voorzitter,C.Y. SikkemaDe griffier,J. v.d. Meer Toelichting