Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over Verordening op de Amsterdamse Kunstraad 2023De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 december 2023, gelet op Artikel 160, lid 1 onder a van de Gemeentewet, besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de Amsterdamse Kunstraad 2023 Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: College: college van burgemeester en wethouders van Amsterdam; Gemeenteraad: gemeenteraad van Amsterdam; Kunstraad: Amsterdamse Kunstraad; Kunstenplanperiode: vierjaarlijkse periode waarvoor op basis van de Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan subsidie wordt gevraagd; Kunstenplan: de door de gemeenteraad ter uitwerking van de Hoofdlijnen vastgestelde nota over het gemeentelijk beleid en een overzicht van de door het college en door het AFK te subsidiëren instellingen; Verkenning: een beeld van het culturele landschap, aanwezige functies en hun spreiding binnen de stad, een overzicht van de sterkten en zwakten binnen de cultuursector, de relatie met andere portefeuilles en stadsdelen; Hoofdlijnen: de door de gemeenteraad vastgestelde nota, waarin het inhoudelijke beleid ten aanzien van kunst en cultuur, de cultuurpolitieke doelen en het financiële kader voor een periode van vier jaar uiteen is gezet. Taken Artikel2 2.1 De kunstraad is een adviescommissie ingesteld op grond van artikel 84 van de Gemeentewet en adviseert het college en de gemeenteraad, op verzoek of uit eigen beweging, over het te voeren beleid op het gebied van kunst en cultuur en over wet- en regelgeving. 2.2De kunstraad adviseert het college en de gemeenteraad in het algemeen over het kunst- en cultuurbeleid en besteedt daarbij aandacht aan de relatie tot de Amsterdamse stadsontwikkeling, de (internationale) context waarin dit beleid vorm moet krijgen en aan kunst en cultuur die geen onderdeel uitmaken van de gesubsidieerde sector. 2.3 De kunstraad adviseert het college en de gemeenteraad in het bijzonder ter voorbereiding van het Kunstenplan over de Hoofdlijnen en over de aanvragen van de instellingen die direct onder gemeentebestuur vallen. 2.4De kunstraad draagt ter uitvoering van de in het derde lid vermelde advisering de verantwoordelijkheid voor het tijdig opstellen van de verkenning ter voorbereiding van de komende Kunstenplanperiode. 2.5 College en gemeenteraad kunnen ieder afzonderlijk maar ook gezamenlijk een adviesaanvraag indienen bij de kunstraad. 2.6De adviezen van de kunstraad zijn openbaar. Zij worden gelijktijdig uitgebracht aan het college en de gemeenteraad en zijn online te lezen via de website van de kunstraad (kunstraad.nl). 2.7 Afwijking van de adviezen van de kunstraad vindt beargumenteerd en, voor zover het een afwijking van een advies aan het college betreft, met kennisgeving aan de gemeenteraad plaats Leden Artikel3 3.1 De kunstraad bestaat uit een oneven aantal van minimaal vijf en maximaal elf bestuursleden, met inbegrip van de voorzitter en de vicevoorzitter. 3.2 De gemeenteraad benoemt en ontslaat de voorzitter en de overige bestuursleden van de kunstraad op voordracht van het college. 3.3De gemeenteraad herbenoemt de voorzitter, op voordracht van het college. 3.4Het college herbenoemt de overige bestuursleden, met kennisgeving aan de gemeenteraad. 3.5Voorafgaand aan de benoeming stelt het college, na de kunstraad gehoord te hebben, met kennisgeving aan de gemeenteraad, een specifieke profielschets vast van de voorzitter en een generieke profielschets van de overige bestuursleden. 3.6Voorafgaand aan de voordracht van het college aan de gemeenteraad over een nieuwe voorzitter brengt een onafhankelijke commissie, bestaande uit een door de verantwoordelijke wethouder aan te wijzen persoon, een bestuurslid van de kunstraad (te weten niet de zittende voorzitter) en een derde persoon, aangewezen met beider instemming, advies uit aan het college. De algemeen secretaris van de kunstraad fungeert als secretaris van de benoemingscommissie. 3.7Voorafgaand aan de voordracht van het college aan de gemeenteraad over een nieuw algemeen bestuurslid brengt een onafhankelijke commissie, bestaande uit een door de verantwoordelijke wethouder aan te wijzen persoon, de voorzitter van de kunstraad of een door de voorzitter aangewezen bestuurslid en een derde persoon, aangewezen met beider instemming, advies uit aan het college. De algemeen secretaris van de kunstraad fungeert als secretaris van de benoemingscommissie. 3.8 Bij de uitvoering van de taken met betrekking tot de in de onder 3.5 en 3.6 genoemde onafhankelijke commissie, stemt de (vice)voorzitter af met het bureau van de kunstraad. 3.9De voorzitter en de overige bestuursleden worden benoemd voor vier jaar en kunnen vervolgens ten hoogste eenmaal daaropvolgend voor dezelfde periode worden herbenoemd. Na aftreden is herbenoeming niet mogelijk dan na twee jaar. Indien er volgens het college zwaarwegende adviesopdrachten in uitvoering zijn door de kunstraad, blijft de voorzitter na afloop van de tweede termijn nog maximaal 6 maanden aan tot de nieuwe voorzitter is benoemd. 3.10 Voorafgaand aan de eerste benoeming van de voorzitter en de overige bestuursleden vindt publieke bekendmaking van de vacature(s) plaats. 3.11 De kunstraad benoemt uit zijn midden een vicevoorzitter. 3.12 Alle bestuursleden worden op persoonlijke titel benoemd. Artikel4 4.1 Het bestuurslidmaatschap van de kunstraad is onverenigbaar met een functie waardoor het lid bestuurlijk of financieel betrokken is, bij een instelling waarover de kunstraad adviseert, die subsidie ontvangt in het kader van Verordening Amsterdamse culturele infrastructuur, Hoofdlijnen en Kunstenplan of de op dat moment geldende regelgeving met betrekking tot de toekenning van subsidies in het kader van kunst en cultuur waarover door de kunstraad wordt geadviseerd. 4.2 Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met het ambt van burgemeester of wethouder van Amsterdam of met deelname aan de gemeenteraad. 4.3 Het bestuurslidmaatschap is onverenigbaar met een aanstelling als ambtenaar bij de gemeente Amsterdam. 4.4Indien kwesties of aanvragen aan de orde komen waarbij een bestuurslid een belang anders dan in het eerste lid bedoeld heeft of kan hebben, neemt hij geen deel aan de beraadslagingen en de besluitvorming over de betreffende kwestie of aanvraag. Hieronder wordt in ieder geval begrepen familierelatie in de eerste lijn. Bij twijfel over de vraag of deze situatie zich voordoet, besluit de voorzitter of het betrokken bestuurslid deel kan nemen aan de beraadslagingen en de besluitvorming over het betreffende onderwerp. Indien deze beraadslagingen en besluitvorming leiden tot een advies, wordt bij dat advies vermeld op welke wijze aan deze bepaling toepassing is gegeven. 4.5 De kunstraad hanteert in aanvulling op de bepalingen in dit artikel een Gedragscode met betrekking tot de onafhankelijkheid van zijn leden. Artikel5 Het bestuurslidmaatschap eindigt: door verloop van de benoemingsperiode; op eigen verzoek; door een ontslagbesluit van de gemeenteraad; door overlijden; door aanvaarding van een functie als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.