Strategisch Gemeentelijk Informatiebeveiligings- en privacy beleid gemeente Tholen 2024 tot 20271.Inleiding Deze beleidsnota beschrijft het strategisch informatiebeveiligings- en privacy beleid (IB&P beleid) voor de jaren 2024 tot 2027 en vervangt het in 2019 vastgestelde ‘Gemeentelijk Informatiebeveiligingsbeleid 2020-2023’. Dit beleid is richtinggevend en kaderstellend voor onderwerp-specifieke beleidsdocumenten voor informatiebeveiliging en privacy op tactisch niveau en werkinstructies op operationeel niveau. Met dit ‘Strategisch Gemeentelijk Informatiebeveiliging- en Privacybeleid 2024-2027 zet de gemeente een volgende stap om de beveiliging van persoonsgegevens en andere informatie binnen de gemeente te continueren en voort te gaan op de stappen die in de voorgaande jaren gezet zijn. De basis voor dit strategisch beleid is de NEN-ISO/IEC 27002:2017 en de daarvan afgeleide Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) (zie bijlage A) en het VNG Borgingsproduct AVG versie 3.0. De principes die zijn gehanteerd bij het opstellen van dit strategisch beleid, zijn gebaseerd op de 10 principes voor informatiebeveiliging zoals uitgewerkt door de VNG en de beginselen uit de AVG voor het verwerken van persoonsgegevens, zie hoofdstuk 2. 1.1Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de kern van het strategisch beleid uiteengezet. Dit beleid wordt op tactisch niveau aangevuld met onderwerp specifieke tactische beleidsregels die aanvullend zijn op dit strategisch beleid. Tactische en operationele aspecten van informatiebeveiliging en privacy worden verder uitgewerkt en geconcretiseerd in afzonderlijke informatiebeveiligings- en privacy plannen. Dit wordt gedaan op basis van input van de teamleiders, de Chief Information Security Officers (CISO), de privacy functionarissen (Privacy Officer (PO) en Functionaris Gegevensbescherming (FG)), het dreigingsbeeld Nederlandse gemeenten van de IBD en de uitkomsten van risicoanalyses en DPIA’s. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de taken en verantwoordelijkheden in de organisatie belegd zijn. 1.2Wat is informatiebeveiliging? Onder informatiebeveiliging wordt verstaan het treffen en onderhouden van een samenhangend pakket van maatregelen om de betrouwbaarheid van de informatievoorziening aantoonbaar te waarborgen. Kernpunten daarbij zijn beschikbaarheid, integriteit (juistheid) en vertrouwelijkheid van (persoons)gegevens en andere informatie. Het informatiebeveiligingsbeleid geldt voor alle processen van de gemeente en borgt daarmee de informatievoorziening gedurende de hele levenscyclus van informatiesystemen, ongeacht de toegepaste technologie en ongeacht het karakter van de informatie. Het beperkt zich niet alleen tot de ICT en heeft betrekking op het politieke bestuur, alle medewerkers, burgers, gasten, bezoekers en externe relaties. 1.3Privacy & Gegevensbescherming (AVG) De gemeente werkt met (persoons)gegevens van inwoners, ondernemers, medewerkers en (keten)partners. Deze gegevens verzamelt de gemeente voor het goed kunnen uitvoeren van de gemeentelijke wettelijke taken. Denk hierbij onder andere aan taken in het sociaal domein, openbare orde en veiligheidsdomein of voor burgerzaken. Om als gemeente deze taken goed uit te voeren zijn persoonsgegevens noodzakelijk. Bij de omgang met persoonsgegevens van inwoners en personeel hebben gemeenten een grote verantwoordelijkheid. Privacy is een essentieel en complex vraagstuk. Dit komt onder andere door de toenemende digitalisering van de samenleving en dienstverlening van gemeenten, de decentralisatie van overheidstaken naar gemeenten, de gegevensuitwisseling met (keten)partners, de technische mogelijkheden en veranderende wetgeving. Privacy raakt de hele gemeentelijke organisatie en verdient, samen met informatiebeveiliging, continu aandacht. De inwoner moet erop kunnen vertrouwen dat de gemeente zorgvuldig en veilig met deze persoonsgegevens omgaat. 1.4Ambitie en visie 1.4.1Visie De gemeente Tholen streeft naar een veilige en vertrouwelijke informatievoorziening waarin de bescherming van informatie en privacy centraal staat. De visie van de gemeente Tholen is gebaseerd op het idee dat elke gebruiker van de informatievoorzieningen (intern en extern) moet kunnen rekenen op een robuuste, proactieve en betrouwbare bescherming. In het licht van toenemende cyberdreigingen en technologische ontwikkelingen erkent de gemeente Tholen de noodzaak te streven naar continue verbetering van de informatiebeveiliging om te kunnen blijven anticiperen op nieuwe risico's en adequaat te kunnen reageren op incidenten. De betekenis van informatiebeveiliging gaat voor de gemeente Tholen dan ook verder dan het naleven van regelgeving alleen; het behoort een fundament te zijn en daarmee een onlosmakelijk onderdeel van de organisatie. 1.4.2Ambitie De ambitie van de gemeente Tholen is om te streven naar voortdurende verbetering van de informatiebeveiliging en bescherming van privacy, om te kunnen blijven anticiperen op bestaande en nieuwe dreigingen. Daarbij zet de gemeente Tholen in op continue educatie en bewustwording om een cultuur van veiligheid te bevorderen binnen de gemeentelijke organisatie en belanghebbenden. De gemeente maakt hierbij keuzes over de prioritering en fasering van de implementatie van maatregelen, op basis van een steeds terugkerende risicoafwegingen. De insteek van dit risicomanagement is enerzijds dat er cyclisch en methodisch vanuit een PDCA-cyclus wordt omgegaan met informatiebeveiliging en privacy, en anderzijds dat er een vorm van implementatie plaatsvindt die rekening houdt met het verander- en implementatievermogen van de gemeentelijke organisatie. Over de resultaten legt de gemeente ieder jaar via ENSIA (zie www.ensia.
- nl)verantwoording af aan de gemeenteraad en het Rijk. 2.Strategisch beleid 2.1Strategische doelen Het doel van deze beleidsnota is om op strategisch niveau richting te geven aan de ambtelijke organisatie en de onderliggende tactische plannen op het gebied van informatiebeveiliging- en privacy voor de jaren 2024 tot 2027. De uitwerking van dit beleid in concrete maatregelen en activiteiten vindt plaats in een jaarlijks bij te stellen informatiebeveiligings- en privacy plan. Het strategisch beleid op informatiebeveiliging en privacy biedt ondersteuning aan het bestuur, het management en de organisatie bij de sturing op en het beheer van informatieveiligheid en privacy. De strategische doelen van het IB&P beleid zijn: Het managen van de informatiebeveiliging. Adequate bescherming van bedrijfsmiddelen en persoonsgegevens. Het sturen op en toepassen van dataminimalisatie. Het minimaliseren van risico’s van menselijk gedrag. Het voorkomen van ongeautoriseerde toegang. Het garanderen van correcte en veilige informatievoorzieningen. Het beheersen van de toegang tot informatiesystemen. Het waarborgen van veilige informatiesystemen. Het adequaat reageren op incidenten. Het beschermen van (kritieke) bedrijfsprocessen. Het beschermen en correct verwerken van persoonsgegevens van burgers en medewerkers. Voldoen aan de wettelijke verplichtingen voortvloeiend uit de AVG en dit op ieder moment met bewijs kunnen aantonen. Het waarborgen van de naleving van dit beleid. 2.2Plaats van het strategisch beleid Deze beleidsnota beschrijft op strategisch niveau het informatiebeveiligings- en privacy beleid. Het strategisch beleid wordt gebruikt om de basis te leggen voor de tactische beleidsplannen en geeft daarmee richting voor de verdere invulling van informatiebeveiliging en privacy op tactisch en operationeel niveau. Figuur 1 Visualisering en indruk van de positie van het strategisch beleid. 2.310 principes De 10 principes voor informatiebeveiliging zijn een bestuurlijke aanvulling op het normenkader BIO en gaan over de waarden die de bestuurder zichzelf oplegt. De principes zijn als volgt: Bestuurders bevorderen een veilige cultuur. Informatiebeveiliging is van iedereen. Informatiebeveiliging is risicomanagement. Risicomanagement is onderdeel van de besluitvorming. Informatiebeveiliging behoeft ook aandacht in (keten)samenwerking. Informatiebeveiliging is een proces. Informatiebeveiliging kost geld. Onzekerheid dient te worden ingecalculeerd. Verbetering komt voort uit leren en ervaring. Het bestuur controleert en evalueert. De principes gaan vooral over de rol van het bestuur bij het borgen van informatiebeveiliging in de gemeentelijke organisatie. Deze principes ondersteunen de bestuurder bij het uitvoeren van goed risicomanagement. Als er iets verkeerd gaat met betrekking tot het beveiligen van de informatie binnen de gemeentelijke processen, dan kan dit directe gevolgen hebben voor inwoners, ondernemers en partners van de gemeente. Daarmee is het onderwerp informatiebeveiliging nadrukkelijk gewenst op de bestuurstafel. 2.4Ontwikkelingen De ontwikkelingen die van belang zijn voor de actualisering van het IB&P beleid zijn de volgende: 2.4.1Regionale samenwerking Werken onder architectuur Het werken onder architectuur is van belang om (ICT) oplossingen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy optimaal beter op elkaar af te stemmen en te laten aansluiten bij de behoeften van de deelnemers in het samenwerkingsverband ICT-WBW. Zeeuwse norm De Zeeuwse overheid kan door samenwerking haar weerbaarheid versterken met als doel te voorkomen dat er misbruik of oneigenlijk gebruik wordt gemaakt van de Zeeuwse overheid. De thema’s en ambities die de Zeeuwse overheden hiervoor nastreven zijn vastgelegd in de Zeeuwse norm weerbare overheid. 2.4.2De BIO De BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) is het normenkader voor de gehele overheid. De werkwijze van deze BIO is gericht op risicomanagement. Dat wil zeggen dat de teamleiders nu meer dan vroeger moeten werken volgens de aanpak van de ISO 27001 en daarbij is risicomanagement leidend. Dit houdt voor het management in, dat men op voorhand keuzes maakt en continu afwegingen maakt of informatie in bestaande en nieuwe processen adequaat beveiligd zijn in termen van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid. 2.4.3Network and Information Security Directive (NIS2) De Network and Information Security Directive (NIS2-richtlijn) is gericht op versterking van de digitale en economische weerbaarheid van Europese lidstaten. Gemeenten gelden hierbij als 'essentiële entiteit’. De NIS2-richtlijn richt zich op digitale (cyber) risico’s voor netwerk- en informatiesystemen. NIS2 kent een aantal verplichtingen: zorgplicht, meldplicht, registratieplicht en toezicht. 2.4.4De AVG Nieuwe technologische ontwikkelingen, innovatieve voorzieningen, globalisering en een steeds digitaler wordende overheid maakt het zorgvuldig omgaan met persoonsgegevens steeds complexer en noodzakelijker. De gemeente Tholen is zich hiervan bewust en wil daarom met dit beleid aangeven hoe in algemene zin invulling wordt gegeven aan nationale en Europese wet- en regelgeving op het gebied van privacy, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). 2.4.5De WPG De gemeente heeft buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA) in dienst. Zij verwerken naast gegevens die onder de AVG vallen ook gegevens die vallen onder de wet Politiegegevens (WPG). Hiervoor moet de gemeente beleid en samenhangende procedures hebben ingeregeld die betrekking hebben op toegangsrechten, autorisaties, data classificatie, risico-inschatting, registratie en logging, meldplicht en documentatieplicht. 2.4.6Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten Het Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) geeft zicht op incidenten en factoren uit het verleden, aangevuld met een verwachting voor het heden en de nabije toekomst. Dit dreigingsbeeld wordt gebruikt om focus aan te brengen in het actualiseren van beleid en plannen voor informatiebeveiliging. 2.4.7Beveiligingsadviezen Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) Beveiligingsadviezen die door het NCSC worden gepubliceerd naar aanleiding van een recent gevonden kwetsbaarheid of geconstateerde dreiging. Beveiligingsadviezen beschrijven de mogelijke gevolgen en mogelijke oplossingen van een kwetsbaarheid of dreiging. 2.4.8Informatie uit incidenten, inbreuken op de beveiliging en datalekken De gemeente gebruikt naast het hierboven genoemde dreigingsbeeld ook systemen waarin incidenten worden vastgelegd. Deze systemen geven ook waardevolle informatie om van te leren en dus zijn incidenten uit het verleden ook nadrukkelijk input bij het actualiseren van het beleid. 2.5Standaarden informatiebeveiliging De BIO is gebaseerd op de NEN-ISO/IEC 27001:2017 en de NEN-ISO/IEC 27002:2017. De maatregelen worden op basis van best practices bij (lokale) overheden en NEN-ISO/IEC 27002:2017 genomen. Voor de ondersteuning van gemeenten bij het formuleren en realiseren van hun informatiebeveiligingsbeleid heeft de interbestuurlijke werkgroep Normatiek1De Interbestuurlijke werkgroep Normatiek bestaat uit vertegenwoordigers van bijvoorbeeld VNG en de IBD, maar ook waterschappen, provincies en het rijk. in 2018 de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) uitgebracht, afgeleid van beide NEN-normen. Deze BIO bestaat uit een baseline met verschillende niveaus van beveiligen. De inhoud en structuur van deze beleidsnota is afgestemd op die van de BIO. Ook het Informatiebeveiligings- en privacyplan zal deze structuur volgen. Binnen de gemeente wordt naast ICT ook Operationele Technologie (OT) ingezet. Met OT worden systemen bedoeld voor de besturing van apparaten voor middel van Proces Automatisering (PA). Het beveiligingsbeleid van de gemeente is ook voor de bescherming van PA en dit beleid betreft dan ook beleidsteams die zich met PA bezig houden.2https://www.ncsc.nl/binaries/ncsc/documenten/publicaties/2022/oktober/10/basismaatregelen-voor-cybersecurity-van-iacs/BIACS+2022.pdf Voor de bescherming van PA gebruikt de gemeente de Cybersecurity Implementatie Richtlijn (CSIR).3https://www.cert-wm.nl/csir 2.6Scope informatiebeveiliging en privacy De scope van deze beleidsnota omvat alle gemeentelijke processen, onderliggende informatiesystemen, procesautomatisering, informatie en gegevens van de gemeente en externe partijen (bijvoorbeeld politie), het gebruik daarvan door medewerkers en (keten)partners in de meest brede zin van het woord, ongeacht locatie, tijdstip en gebruikte apparatuur. Dit strategisch gemeentelijke Informatiebeveiligingsbeleid is een algemene basis en dekt tevens aanvullende beveiligingseisen uit wetgeving af zoals voor de AVG, UAVG, Wpg, BRP, PNIK/PUN, DigiD en SUWI. Voor bepaalde kerntaken gelden op grond van deze en wet- en regelgeving ook nog enkele specifieke (aanvullende) beveiligingseisen (bijvoorbeeld SUWI, gemeentelijke basisregistraties en DigiD met norm B.01 eisen). Deze worden in aanvullende beleidsdocumenten geformuleerd. Bewust wordt in het strategisch beleid geen uitputtend overzicht van onderliggende documenten opgenomen. In de onderliggende documenten wordt de link naar het strategisch beleid gelegd. 2.7Uitgangspunten Het bestuur, Het DT en het teammanagement spelen een cruciale rol bij het uitvoeren van dit strategische IB&P beleid. Het teammanagement maakt een inschatting van het belang dat de verschillende delen van de informatievoorziening voor de gemeente heeft, de (privacy) risico’s die de gemeente hiermee loopt en welke van deze risico’s onacceptabel hoog zijn. Het gehele gemeentelijke management geeft richting aan informatiebeveiliging en privacy en laat zien dat zij informatiebeveiliging en privacybescherming ondersteunt en zich hierbij betrokken voelt. Dit gebeurt door het actief uitdragen en handhaven van het IB&P beleid van en voor de hele gemeente. Dit beleid is van toepassing op de gehele organisatie, alle processen, organisatieonderdelen, objecten, informatiesystemen, procesautomatisering en (persoons)gegevens(verzamelingen). Dit beleid is in lijn met het algemene beleid van de gemeente en de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving. 2.7.1Belangrijkste uitgangspunten De belangrijkste uitgangspunten van het beleid zijn: De uitvoering van de informatiebeveiliging en privacybescherming is een verantwoordelijkheid van het lijnmanagement. Alle informatiebronnen en -systemen die gebruikt worden door de gemeente Tholen hebben een interne (proces)eigenaar die de vertrouwelijkheid, privacyeisen en/of waarde bepaalt van de informatie die ze bevatten. De primaire verantwoordelijkheid voor de bescherming van informatie en ketens van informatiesystemen ligt dan ook bij de eigenaar van de informatie; Door periodieke controle, planning én coördinatie wordt de kwaliteit van de informatievoorziening en privacy verankerd binnen de organisatie. Het IB&P beleid vormt samen met de tactische informatiebeveiliging- en privacyplannen het fundament onder een betrouwbare informatievoorziening en privacy bescherming. In deze plannen wordt de betrouwbaarheid van de informatievoorziening en privacy organisatiebreed benaderd. De plannen worden periodiek bijgesteld op basis van nieuwe ontwikkelingen, registraties in het incidentenregister en risicoanalyses voor informatiebeveiliging en privacy; Informatiebeveiliging en privacybescherming is een continu verbeterproces. ‘Plan, do, check en act’ vormen samen het managementsysteem van informatiebeveiliging en privacybescherming. De gemeente stelt de benodigde mensen en middelen beschikbaar om haar eigendommen en werkprocessen te kunnen beveiligen en te voldoen aan de privacy eisen volgens de wijze zoals gesteld in dit beleid; Regels en verantwoordelijkheden voor het IB&P beleid dienen te worden vastgelegd en vastgesteld; Iedere medewerker, zowel vast als tijdelijk, intern of extern, is verplicht waar nodig (persoons)gegevens en informatiesystemen te beschermen tegen ongeautoriseerde toegang, gebruik, verandering, openbaring, vernietiging, verlies of overdracht en bij vermeende inbreuken hiervan melding te maken; Vastgestelde beleidsstukken en uitwerkingen daarvan (bijv. procedures, standaarden en werkinstructies) worden centraal beheerd in het managementsysteem voor informatiebeveiliging en privacybescherming. Tijdens Planning & Control-gesprekken dient er aandacht te zijn voor de informatiebeveiliging en privacy n.a.v. de rapportage van de CISO en of de FG. De onderwerpen, die als risicovol worden gezien, moeten tevens worden opgenomen in de auditplannen. Hoewel de basiskernregistraties (zoals BRP, PUN/PNIK, SUWI, BAG, BGT) en toekomstige basisregistraties belangrijk zijn in het kader van informatiebeveiliging, krijgen zij niet meer of minder voorrang dan andere (primaire) processen binnen de gemeente. Het samenspel van alle processen binnen de bedrijfsvoering is belangrijk voor de missie en de visie van de gemeente en het behalen van de doelen die zijn gesteld. Alle medewerkers van de gemeente worden getraind in het gebruik van beveiligingsprocedures. Alle medewerkers hebben een minimale basiskennis van de privacywetgeving en weten deze bewust toe te passen in hun dagelijks werk. Medewerkers dienen verantwoord om te gaan met persoonsgegevens en andere informatie. Een bewustwordingsprogramma draagt eraan bij dat medewerkers hiertoe in staat zijn. Informatiebeveiliging en privacybescherming maakt deel uit van de ontwikkelingsbeoordelingssystematiek en wordt besproken tussen de manager en de medewerker. 2.7.2Randvoorwaarden Randvoorwaarden zijn de eisen waaraan moet worden voldaan om het strategisch IB&P beleid uit te kunnen voeren. Belangrijke randvoorwaarden zijn: De informatiebeveiliging en privacy eisen maken deel uit van afspraken met ketenpartners, leveranciers en gemeenschappelijke regelingen en worden periodiek geëvalueerd/gecontroleerd. Kennis en bewustzijn van informatiebeveiliging en privacybescherming en omgaan met persoonsgegevens binnen de organisatie dienen actief bevorderd en geborgd te worden. Jaarlijks wordt het informatiebeveiligings- en privacyplan opgesteld onder leiding van het hoofd informatiebeveiliging, gebaseerd op: Dit IB&P beleid; De uitkomsten van de jaarlijkse Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA); Andere audit resultaten; Het dreigingsbeeld gemeenten van de IBD; Uitkomsten risico-analyses en DPIA’s; De door de teamleiders ingebrachte onderwerpen voor de informatievoorziening waarvoor zij verantwoordelijk zijn, bijvoorbeeld als uitkomst van een risicoanalyse of een privacy analyse (DPIA). Om uitvoering te kunnen geven aan dit strategisch beleid en het IB&P plan worden voldoende financiële middelen en uitvoeringscapaciteit ter beschikking gesteld. 3.Organisatie, taken & verantwoordelijkheden In dit hoofdstuk wordt uiteengezet welke taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot informatiebeveiliging en privacy op welke plaats belegd zijn binnen de organisatie. De methodiek sluit aan bij het in de bedrijfsvoering bekende ‘Three Lines Model’ (eerder bekend als ‘Three Lines of Defense’). In dit model is het lijnmanagement in de eerste lijn verantwoordelijk voor het realiseren van informatiebeveiliging en privacy binnen de eigen processen; In de tweede lijn bewaken de CISO, security officers en Privacy Officers, of het lijnmanagement zijn verantwoordelijkheden ook daadwerkelijk neemt. Zij adviseren en ondersteunen het lijnmanagement met het coördineren van maatregelen; In de derde lijn wordt het geheel door een (interne) auditor en/of FG van een objectief oordeel voorzien met mogelijkheden tot verbetering, hier is ook de ENSIA coördinator gepositioneerd. 3.1college van B&W De eindverantwoordelijkheid ten aanzien van alle informatie en informatiesystemen ligt bij het college van B&W, de Burgemeester (bij taken in het kader van handhaven Openbare Orde en Veiligheid) of de gemeenteraad. De eindverantwoordelijkheden zijn benoemd in het register van verwerkingen. Dit geldt voor alle gemeentelijke informatiesystemen ongeacht waar deze worden gehost. 3.2Directieteam (DT) Het DT zorgt dat alle (persoons)gegevens, processen en systemen en de daarbij behorende middelen altijd onder de verantwoordelijkheid vallen van een teamleider. Het DT zorgt dat de teamleiders zich verantwoorden over de beveiliging en bescherming van de privacy van de (persoons)gegevens of andere informatie die onder hen berust. Het DT zorgt dat de eindverantwoordelijke portefeuillehouders binnen het college gevraagd en ongevraagd geïnformeerd worden over de mate waarin informatiebeveiliging en privacybescherming een onderdeel is van het handelen van de bedrijfsvoering. Op die manier kan het college zich ook verantwoorden naar de raad. Het DT stelt het gewenste niveau van continuïteit en vertrouwelijkheid vast. Het DT draagt zorg voor het uitwerken van tactische informatiebeveiligings- en privacybeleidsonderwerpen en laat zich hierin bijstaan door de CISO en PO van de gemeente. Het DT autoriseert de benodigde procedures en uitvoeringsmaatregelen. Het onderwerp informatiebeveiliging en privacybescherming wordt in de gemeente Tholen gezien als een integraal onderdeel van risicomanagement. 3.2.1Taken en Verantwoordelijkheden van het DT Het DT stelt jaarlijks de tactische informatiebeveiligings- en privacyplannen vast. Het DT is verantwoordelijk voor het (laten) uitwerken en uitvoeren van onderwerp specifieke tactische beleidsregels die aanvullend zijn op dit strategisch beleid. Het DT is verantwoordelijk voor het vragen om informatie bij de teamleiders en ziet erop toe dat de teamleiders adequate maatregelen genomen hebben voor de bescherming van de (persoons)gegevens, informatiesystemen en procesautomatiseringsystemen die onder hun verantwoordelijkheid valt. 3.3Teamleiders Informatiebeveiliging en privacy valt onder de verantwoordelijkheden van alle teammanagers. Om deze verantwoordelijkheid waar te maken dienen zij goed ondersteund te worden vanuit de tweede lijn. De verantwoordelijkheid kunnen zij niet delegeren, uitvoerende werkzaamheden wel. De bedoeling is dat alle processen, systemen, (persoons)gegevens, applicaties altijd minimaal 1 eigenaar hebben; er moet dus altijd iemand verantwoordelijk zijn. Teamleiders rapporteren aan de het DT over de door hen tactisch en operationeel uitgevoerde informatiebeveiligings- en privacybeschermende activiteiten. Afstemming met de teams over de inhoudelijke aanpak vindt plaats door minimaal jaarlijks het onderwerp informatiebeveiliging en privacy te bespreken in het bedrijfsvoeringsoverleg. 3.3.1Taken en Verantwoordelijkheden van de teamleiders De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de informatiebeveiliging voor de processen waarvoor zij verantwoordelijk zijn. De teamleiders zijn verantwoordelijk voor de borging van de AVG binnen de processen waarvoor zij verantwoordelijk zijn en het bijbehorende verwerkingsregister. De teamleiders zijn verantwoordelijk voor het oefenen met informatiebeveiligings- en privacy incidenten en bedrijfscontinuïteit. Teamleiders dienen erop toe te zien dat de controle op het verwerken van persoonsgegevens regelmatig wordt uitgevoerd, zodat zij kunnen vaststellen dat alleen rechthebbende ambtenaren de juiste persoonsgegevens ingezien en verwerkt hebben. De beveiligingsmaatregelen worden bepaald op basis van risicomanagement. Teamleiders voeren quickscans informatiebeveiliging uit op basis van de BIO en bij verwerken van persoonsgegevens tevens (Pre-)DPIA’s op basis van de AVG, om deze risico-afwegingen te kunnen maken. Teamleiders zijn verantwoordelijk voor het voldoen aan wet- en regelgeving die op hun processen van toepassing zijn en geven invulling aan de rollen die binnen die wet- en regelgeving bedacht is; Teamleiders dragen binnen de eigen teams het IB&P beleid uit en de daaraan gerelateerde procedures; Teamleiders zijn verantwoordelijk voor het vroegtijdig signaleren van de voornaamste (privacy)bedreigingen waaraan bedrijfsinformatie is blootgesteld; Teamleiders betrekken vroegtijdig de CISO en de PO bij nieuwe of gewijzigde processen, functionaliteiten en applicaties en leveren input voor wijzigingen op maatregelen en procedures; Teamleiders voeren risicoanalyses en (pre-)DPIA’s uit voor de processen waar zij verantwoordelijk voor zijn; Teamleiders bespreken beveiligingsincidenten en privacy inbreuken en de consequenties die dit moet hebben voor beleid en maatregelen. 3.4Chief Information Security Officer (CISO) De Chief Information Security Officer (CISO) ondersteunt vanuit een onafhankelijke positie de organisatie bij het bewaken en verhogen van de betrouwbaarheid van de informatievoorziening en rapporteert hierover rechtstreeks aan het DT, voorafgaand aan de P&C-gesprekken. 3.5Functionaris gegevensbescherming (FG) De Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) is verantwoordelijk voor het intern onafhankelijk toezien op en adviseren van het college van B&W over de juiste en zorgvuldige omgang met persoonsgegevens zoals de AVG voorschrijft. De FG brengt een jaarverslag uit waarin hij zijn bevindingen en aanbevelingen vastlegt. Het DT en de teamleiders stellen proactief informatie over de bescherming van persoonsgegevens ter beschikking aan de functionaris gegevensbescherming. Desgevraagd verstrekken zij aanvullende informatie aan de functionaris gegevensbescherming. 3.6Controle en verantwoording Dit Strategisch IB&P Beleid is een verantwoordelijkheid van het bestuur van de gemeente Tholen. De bestuurders en directeur(
- en)van de gemeente Tholen werken volgens de 10 principes voor informatiebeveiliging en de beginselen voor het verwerken van persoonsgegevens. Zij geven sturing aan het onderwerp informatiebeveiliging en privacy door het geven van voorbeeldgedrag en het vragen om informatie. Het DT is verantwoordelijk voor het gevraagd en ongevraagd rapporteren over informatiebeveiliging en privacy aan respectievelijke portefeuillehouders. Het DT rapporteert daarnaast over de mate waarin zij invulling hebben gegeven aan het uitwerken van tactische (deel) beleidsonderwerpen die aanvullend zijn op dit strategische beleid. 3.6.1ENSIA De gemeente verantwoordt zich over informatiebeveiliging middels de ENSIA-systematiek. Dit betekent dat er een ENSIA-coördinator is aangewezen. Deze zorgt ervoor dat de informatie die nodig is voor het beantwoorden van vragen binnen ENSIA wordt opgehaald bij de verantwoordelijke teamleiders. De teamleiders leveren alle informatie die nodig is voor het invullen van de jaarlijkse ENSIA-vragenlijsten. Via ENSIA verantwoordt de gemeente zich ook aan de toezichthouders van de stelsels waaronder DIGID/BAG/SUWI. 3.6.2AVG Burgemeesters en wethouders leggen verantwoording af aan de gemeenteraad over het naleven van de privacywet (AVG). Middels deze verantwoording worden het bestuur van de gemeente Tholen en de raad geïnformeerd. De betrokkenheid van het bestuur is essentieel, en laat zien dat de gemeente Tholen informatiebeveiliging en privacybescherming serieus neemt en het een onderdeel laat zijn van de ambities om informatie van haar inwoners adequaat te beschermen. Vastgesteld op d.d. 12 december 2023Burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen,de secretaris,w.g. J.K. Fraanjede burgemeester,w.g. M.L.P. SijbersBijlageA Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) is geheel gestructureerd volgens NEN-ISO/IEC 27001:2017, bijlage A en NEN-ISO/IEC 27002:2017. Het Forum Standaardisatie heeft deze normen opgenomen in de ‘pas toe-of-leg uit’- lijst met verplichte standaarden voor de publieke sector, volgens het comply or explain principe. Dit betekent dat de overheid deze normen toepast tenzij er expliciet geformuleerde redenen zijn om dat niet te doen. De BIO beschrijft de invulling van de NEN-ISO/IEC 27001:2017 en de NEN-ISO/IEC 27002:2017 voor de overheid. Met klem vermeldt zij dat de BIO deze normen niet vervangt. In de BIO hebben specifieke overheidsmaatregelen de tekstkleur groen. NEN-ISO/IEC 27001:2017 en de NEN-ISO/IEC 27002:2017 beschrijven details voor implementatie (implementatierichtlijnen) en eisen voor de procesinrichting (o.a. het ISMS uit NEN-ISO/IEC 27001:2017). Die documenten geven dus de details voor de toepassing, die niet in de BIO zijn beschreven en die nodig blijven voor een goede implementatie van de BIO. Het gebruik van de NEN-ISO/IEC normen 27001 en 27002 in de BIO is auteursrechtelijk beschermd. Het gebruik van teksten uit deze normen in de BIO geschiedt met toestemming van het Nederlands Normalisatie Instituut. Voor meer informatie over de NEN en het gebruik van hun producten zie: www.nen.nl Wijzigingshistorie: Versie Datum Opmerkingen 0.1 11-6-2017 Aanpassingen van BIR 2017 versie 0.6 0.2 11-7-2017 Omschrijven naar ISO 27001 aanpak (hoofdstuk 4), samenvoegen hoofdstuk 3 en 4, ISO 27001 aanpak in hoofdstuk 4, tekstuele aanpassing controls (must/should) 0.3 Verschillende opmerkingen verwerkt 0.4 10-10-2017 Diverse opmerkingen verwerkt van leden, splitsen baseline in 2 delen, analoog aan de BIR2017 0.5 20-10-2017 Hoofdstuk 4 toegevoegd in deel 2 om ISMS te borgen als control / maatregel 0.6 20-02-2018 Verder aanscherping als gevolg van review commentaar, maken apart addendum voor specifieke Rijks zaken 0.7 02-05-2018 Aanpassing als gevolg van commentaar BZK, 3 delen samengevoegd, alignment met de BIR2017 bewerkstelligd, totale herziening BIO, ISMS-deel als gevolg van commentaar laten vervallen 0.8 21-05-2018 Verdere aanpassingen als gevolg van commentaar en opmerkingen door gemeenten, waterschappen en provincies 0.9 25-05-2018 Verdere aanpassingen als gevolg van commentaar en verspreiding concept onder leden werkgroep Normatiek 1.0 01-06-2018 Laatste wijzigingen en commentaar NCSC en BZK verwerkt 1.01 11-10-2018 Wijzigingen uit de community, opmerkingen Forum Standaardisatie en kleine typo’s aangepast, copyright NEN toegevoegd 1.02 01-11-2018 Aanwijzing NEN, jaartal ISO veranderd van 2013 naar 2017, inhoudelijk geen wijzigingen, de 2017 versie is ontstaan als gevolg van een Europees besluit. 1.03 13-03-2019 Aangepaste passage over gebruik van de NEN-ISO/IEC 27001:2017 en NEN-ISO/IEC 27002:2017. Deze passage en de wijzigingshistorie verplaatst van pagina 4 naar pagina 2. 1.04 04-11-2019 Aanpassingen van BIO 1.03 naar 1.04 als gevolg van onderhoudsronde BIO 2019. Betreft correctie van feitelijke onjuistheden en splitsing / aanpassing / verplaatsing van bepaalde maatregelen. 1.04zv 17-06-2020 Verwijzingen naar handreikingen eruit verwijderd. Deze worden opgenomen in een apart document dat op de BIO-overheid-portaal wordt gepubliceerd en onderhouden Voorwoord Informatiebeveiliging vormt een belangrijk kwaliteitsaspect van de informatievoorziening van de overheid. Het beveiligen van informatie is echter geen eenmalige zaak, maar een proces waarbij steeds de Plan-Do-Check-Act cyclus wordt doorlopen. Het doorlopen van dit proces is een verantwoordelijkheid van het lijnmanagement. Om te voorkomen dat informatie en informatiesystemen te licht of te zwaar worden beveiligd, vormt risicomanagement een belangrijk onderdeel in dit proces. De eerste stap in het beveiligingsproces is het maken van een risicoafweging. Daarbij wordt een inschatting gemaakt van mogelijke schade als informatiesystemen (tijdelijk) niet beschikbaar zijn, de informatie niet integer is en/of deze informatie in verkeerde handen valt. Ook wordt een inschatting gemaakt van de dreigingen waartegen de overheid beschermd moet worden. De inschatting van mogelijke schade en dreigingen leidt tot beveiligingseisen om het risico te beperken. Om deze eisen af te dekken worden passende maatregelen getroffen of wordt het (rest)risico geaccepteerd. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) helpt het lijnmanagement bij het nemen van zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van informatiebeveiliging. Het ingewikkelde proces van risicomanagement wordt met de BIO vereenvoudigd. In de BIO zijn namelijk op basis van de generieke schades en dreigingen voor de overheid standaard basisbeveiligingsniveaus (BBN’
- s)gedefinieerd met bijbehorende beveiligingseisen die moeten worden ingevuld. Per bedrijfsproces bepaalt het lijnmanagement het BBN; de BIO biedt daarvoor een zogenaamde BBN-toets. In de BIO staat per BBN beschreven aan welke controls uit de ISO 27002 (Code voor Informatiebeveiliging) moet worden voldaan. Bij alle controls dient, op basis van een individuele risicoafweging, bepaald te worden hoe aan de beveiligingsdoelstelling van de control voldaan kan worden. Daarbij zijn de controls, waar van toepassing, gedeeltelijk uitgewerkt in verplichte, concrete overheidsmaatregelen. De controls zijn toebedeeld aan rollen, waarmee de verdeling over verantwoordelijken makkelijker is. Zo kan ook de dienstenleverancier die de expertise heeft, bepalen met welke concrete maatregelen hij de control invult. Ten slotte moet verantwoording worden afgelegd over de risicoafweging en over de effectieve invulling van de controls. Deze verantwoording is onderdeel van de bestuurlijke verantwoording over de beveiliging van informatiesystemen. De wijze en mate van detail van de verantwoording hangt af van het BBN. Des te hoger het BBN, des te meer detail nodig is in verband met de hogere potentiële impact. Dienstenleveranciers leggen verantwoording af aan hun (gedeelde) opdrachtgever en er wordt verantwoording afgelegd aan de ketenpartners met wie afspraken over de beveiliging van informatie zijn gemaakt. De opdrachtgever ziet erop toe dat de afgenomen diensten in overeenstemming met de gestelde eisen beveiligd zijn; de afnemers van de diensten mogen hierop vertrouwen en worden door de opdrachtgever geïnformeerd over uitzonderingssituaties. De BIO biedt hiermee de basis om te zorgen dat de beveiliging van informatie(systemen) bij alle bedrijfsonderdelen van de overheid bevorderd wordt. Deze bedrijfsonderdelen kunnen erop vertrouwen dat gegevens die worden verstuurd naar of worden ontvangen van andere onderdelen van de overheid, in lijn met wet- en regelgeving, passend beveiligd zijn. Waar naleving (nog) niet volledig mogelijk is, dienen de bedrijfsonderdelen via een ‘explain’ de eventuele risico’s inzichtelijk te maken aan hun ketenpartners. De BIO is opgedeeld in twee delen waarbij het eerste deel de achtergrond weergeeft en het tweede deel het daadwerkelijk uit te voeren kader omvat. Deel 1 Achtergrond BIO 1.Informatiebeveiliging bij de overheid 1.1Inleiding Informatiebeveiliging is het proces van vaststellen van de vereiste beveiliging van informatiesystemen in termen van vertrouwelijkheid, beschikbaarheid en integriteit alsmede het treffen, onderhouden en controleren van een samenhangend pakket van bijbehorende maatregelen4Artikel 1 sub a Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007, Stcrt. 2007, 122/11.. De BIO beoogt zo de beveiliging van informatie(systemen) bij alle bestuurslagen en bestuursorganen van de overheid te bevorderen, zodat alle onderdelen erop kunnen vertrouwen dat onderling uitgewisselde gegevens, in lijn met wet- en regelgeving, passend beveiligd zijn. Het doel is continuïteit in de bedrijfsprocessen door waarborgen van juiste en tijdige informatie. Daarmee is de BIO ook van toepassing op besturings- en meetprocessen voor zover deze binnen een bestuursorgaan gebruikt worden. De BIO is van toepassing op de overheid. In verband hiermee is de BIO van toepassing op de volgende bestuursorganen: Rijksdienst Provincies Waterschappen Gemeentes Daarnaast wordt aanbevolen de BIO te verankeren in de taakomschrijving van de overige overheidsorganisaties en organisaties waarmee de overheid publiek-privaat samenwerkt en private samenwerkingen waarbij de overheid de enige aandeelhouder is. 1.2Informatiebeveiligingskaders en uitgangspunten overheid De overheid past risicomanagement toe om tot de juiste beveiliging van informatie en informatiesystemen te komen binnen de context van de bedrijfsdoelstellingen. Risicomanagement is het inzichtelijk en systematisch inventariseren, beoordelen en – door het treffen van maatregelen – beheersbaar maken van risico’s en kansen, die het bereiken van de doelstellingen van de organisatie bedreigen dan wel bevorderen, op een zodanige wijze dat verantwoording kan worden afgelegd over de gemaakte keuzes5Artikel 5 lid 2 BVR en Artikel 1 sub d BVR.. De insteek van risicomanagement in het kader van de BIO is dat er cyclisch en methodisch vanuit een PDCA-cyclus wordt omgegaan met informatiebeveiliging. De overheidslagen kiezen als basis voor deze procesmatige inrichting van risicomanagement en het inrichten van de PDCA-cyclus voor de NEN/ISO 27001:20176De NEN/ISO 31000-aanpak wordt gezien als een goed alternatief voor de 27001.. Voor de rijksoverheid vindt nadere specificatie plaats in de algemene voorschriften voor de beveiliging van informatiesystemen: het Beveiligingsvoorschrift Rijksdienst7Beveiligingsvoorschrift Rijksdienst 2013, Stcrt. 2013, 15496. (BVR), het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst8Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst 2007, Stcrt. 2007, 122/11. (VIR) en het Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst - Bijzondere Informatie9Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst - Bijzondere Informatie 2013, Stcrt. 2013, 15497. (VIR-BI) Voor de BIO geldt (op basis van deze documenten van NEN/ISO 27001 en BVR, VIR en VIR-BI) kort samengevat het volgende: Een ruime definitie voor een informatiesysteem, namelijk “een samenhangend geheel van gegevensverzamelingen, en de daarbij behorende personen, procedures, processen en programmatuur alsmede de voor het informatiesysteem getroffen voorzieningen voor opslag, verwerking en communicatie”10Artikel 1 sub b VIR. . Het lijnmanagement is verantwoordelijk voor de beveiliging van informatie(systemen). Informatiebeveiliging is een cyclisch proces, volgens de Plan-Do-Check-Act cyclus11Artikel 4 VIR, ISO 6.1 en 9.1.. Deze Plan-Do-Check-Act cyclus maakt het lijnmanagement verantwoordelijk voor het treffen van maatregelen op basis van risicomanagement. De secretaris/algemeen directeur van een organisatie is eindverantwoordelijk12In sommige organisaties heet de eindverantwoordelijke “bestuursvoorzitter” of “directeur” en moet de term “secretaris/algemeen directeur” als “bestuursvoorzitter” of “directeur” worden gelezen. voor deze beveiliging en voor de inrichting en werking van de beveiligingsorganisatie13Artikel 5 lid 2 BVR en Artikel 4 lid 1 BVR.. Het lijnmanagement stelt op basis van een expliciete risicoafweging de betrouwbaarheidseisen voor zijn informatiesystemen vast14Artikel 4 sub a en sub b VIR, ISO 27001 6.1 en 6.2.. Op basis van de betrouwbaarheidseisen kiest, implementeert en draagt het lijnmanagement de maatregelen uit15Artikel 4 sub a en sub b VIR, ISO 27001 6.1 en 6.2.. De BIO is allereerst een gemeenschappelijk normenkader voor de beveiliging van de informatie(systemen) van de overheid. Daarnaast concretiseert de BIO een aantal normen tot verplichte overheidsmaatregelen: op grond van wet- en regelgeving16Zie voor nadere detaillering: Bijlage 1: Wet- en regelgeving.; vanwege de gemeenschappelijke veiligheid van informatieketens; omdat deze fundamenteel zijn voor een betrouwbare c.q. professionele informatievoorziening. De Baseline Informatiebeveiliging Overheid BIO is gebaseerd op de ISO 27002- standaard17NEN-ISO/IEC 27002:2017, (dit is de 27002:2013 met geconsolideerde correctiebladen C1 en C2).. 1.3ISO 27002 De ISO 27002 'Code voor Informatiebeveiliging' geeft richtlijnen en principes voor het initiëren, het implementeren, het onderhouden en het verbeteren van informatiebeveiliging binnen een organisatie. Deze standaard is een best practice om informatiebeveiligingsrisico’s aan te pakken met betrekking tot vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de informatievoorziening. De standaard kan gezien worden als een nadere specificatie van de ISO 27001-standaard18De NEN-ISO/IEC 27001-standaard bevat eisen waar het managementsysteem voor informatiebeveiliging aan dient te voldoen. Het is deze norm waartegen wordt geaudit bij certificering. Deze standaard specificeert eisen voor het vaststellen, implementeren, uitvoeren, controleren, beoordelen, bijhouden en verbeteren van een gedocumenteerd Information Security Management System (ISMS) in het kader van de algemene bedrijfsrisico’s van een organisatie.. De ISO 27002 kan dienen als een praktische richtlijn voor het ontwerpen van veiligheidsstandaarden binnen een organisatie en als effectieve methode voor het bereiken van deze veiligheid. De ISO bestaat uit 114 controls; de term ‘control’ wordt in de ISO vertaald als een beheersmaatregel19De Nederlandse versie van ISO 27002 spreekt van beheersmaatregelen. Er zijn echter ook implementatiemaatregelen. Om het onderscheid daartussen makkelijker te maken, hanteert de BIO de Engelse term, namelijk ‘controls’. Het gebruik van deze term sluit aan bij de informatiebeveiligingspraktijk.. De BIO volgt de opbouw van de ISO 27002 en zijn controls. De controls zijn in de BIO letterlijk20In tegenstelling tot de verschillende oude baselines, zijn de controls dus niet tekstueel aangepast. overgenomen. Dit vergemakkelijkt afstemming met externe partners of leveranciers. Daarnaast vult de BIO enkele bepalingen uit het VIR inzake PDCA-cyclus en verantwoordelijkheden op een generieke wijze in21Met name artikel 4 sub a en sub b van het VIR.. 1.4Evaluatie en bijstelling Door de snelle ontwikkelingen van de techniek verouderen maatregelensets voor informatiebeveiliging snel. De BIO is daarom zo veel mogelijk op een abstractieniveau geschreven waarbij dergelijke wijzigingen en ontwikkelingen een zo klein mogelijke impact hebben op de maatregelen.22Ook de ISO is vanuit dit principe opgesteld. De BIO beschrijft het wat en niet het hoe. Desondanks kunnen wijzigingen noodzakelijk zijn bij bijvoorbeeld aanpassingen van onderliggende wet- en regelgeving of nieuwe dreigingen en kwetsbaarheden. Dit document wordt daarom regelmatig in zijn geheel geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Daarnaast wordt specifiek bezien of er wijzigingen en aanvullingen in de maatregelen en de (operationele) handreikingen nodig of gewenst zijn om hiermee de praktische toepasbaarheid te vergroten. Besluiten hierover worden via de bestaande informatiebeveiligingsgremia genomen en door de beheerder van de BIO verwerkt23Daartoe is in het OBDO een procedure overeengekomen.. 1.5Forum Standaardisatie De overheid volgt de standaarden die op de ‘pas toe of leg uit’-lijst van het Forum Standaardisatie24Zie ook de website van het Forum Standaardisatie op https://www.forumstandaardisatie.nl (hierna het Forum) staan. De BIO is gebaseerd op de NEN-ISO/IEC 27002:2017 en vanuit de BIO wordt verwezen naar de NEN-ISO/IEC 27001:2017, beide standaarden staan op de ‘pas toe of leg uit’-lijst25Zie ook: https://www.forumstandaardisatie.nl/open-standaarden/lijst/verplicht van het Forum. Ook een aantal technische maatregelen uit de BIO staan op de ‘pas toe of leg uit’-lijst of op de ‘open standaarden’-lijst26Zie ook: https://www.forumstandaardisatie.nl/open-standaarden/lijst/aanbevolen van het Forum. Deze technische invullingen zijn niet allemaal uitgewerkt in deze BIO. Er is voor gekozen alleen aan te geven of de maatregel ingevuld wordt door een verplichte of open standaard van het Forum. Hierdoor wordt de BIO minder onderhoudsgevoelig. 2.Opzet van de BIO 2.1.Opzet BBN’s Om risicomanagement hanteerbaar en efficiënt te houden, kiest de BIO voor een diepgang van de uitwerking van het risicomanagement die proportioneel is aan de te beschermen belangen in combinatie met relevante dreigingen. Daarom onderscheidt de BIO drie basisbeveiligingsniveaus (BBN’s). Voor BBN1 ligt de nadruk op ‘wat mag minimaal verwacht worden?’. Voor BBN2 ligt de nadruk op de bescherming van de meest voorkomende categorieën informatie volgens het principe ‘valt de maatregel onder goed huisvaderschap; toont deze beveiliging de betrouwbare overheid?’. BBN327De aanvullende eisen die gelden vanaf BBN3 zijn in deze huidige versie van de BIO nog niet nader uitgewerkt. is van toepassing op gerubriceerde informatie Departementaal Vertrouwelijk dan wel vergelijkbaar vertrouwelijk bij andere overheidslagen, waarbij weerstand tegen statelijke actoren of vergelijkbare dreigers nodig is. De keuze voor een BBN wordt gemaakt door de proceseigenaar en is gebaseerd op risicomanagement. De BIO gaat vergezeld van een methode van risicoafweging, de BBN-toets28De BBN-toets is geen volwaardige vervanger van de Quickcan BIO of van een andere uitgebreide risicoanalysemethodiek. De BBN-toets zorgt er alleen voor dat eenvoudig het juiste BBN geselecteerd kan worden en dat bepaald kan worden in hoeverre extra eisen noodzakelijk zijn. . In Deel 2 wordt deze methode verder toegelicht29Gewerkt gaat worden aan een handreiking waarin ten opzichte van de drie BBN-niveaus wisselingen in niveaus voor de aspecten beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid worden aangegeven. Wellicht gaan de controls en maatregelen nog nader gespecificeerd worden naar de drie verschillende aspecten.. 2.2.Controls Na de BBN-toets doorloopt het lijnmanagement alle toepasselijke controls30De Nederlandse versie van ISO 27002 spreekt van beheersmaatregelen. Er zijn echter ook implementatiemaatregelen. Om het onderscheid daartussen makkelijker te maken, hanteert de BIO de Engelse term, namelijk ‘controls’. Het gebruik van deze term sluit aan bij de informatiebeveiligingspraktijk. uit de BIO31Met uitzondering van twee controls (6.1.4 en 14.2.4) bevat de BIO alle controls uit de ISO 27002.. Op basis van een risicoafweging wordt bepaald hoe moet worden voldaan aan de gestelde beveiligingsdoelstellingen van de controls. Voor het voldoen aan deze doelstellingen kunnen implementatierichtlijnen uit de ISO 27002, overheidsmaatregelen en/of operationaliseringen in handreikingen worden gebruikt. Er geldt een hardheidsbepaling: in het geval een control voor een specifiek geval niet van toepassing kan zijn, is de control niet van toepassing. Dit geldt bijvoorbeeld voor een control die betrekking heeft op een externe koppeling, terwijl het betreffende informatiesysteem geen externe koppeling heeft. De organisatie hoeft zich daar niet over te verantwoorden. 2.3.Implementatierichtlijnen Iedere control is in de ISO 27002 uitgewerkt in implementatierichtlijnen. Bij het uitvoeren van risicoafwegingen zijn de implementatierichtlijnen zeer nuttig. Ze helpen bij het kiezen van de benodigde beveiligingsmaatregelen. Deze richtlijnen moeten dus worden gezien als voorbeelden hoe de controls uitgewerkt kunnen worden in maatregelen; het volgen van deze richtlijnen is niet verplicht. Deze implementatierichtlijnen zijn niet in de BIO opgenomen, hiervoor wordt verwezen naar de ISO 27002. 2.4.Overheidsmaatregelen Een deel van de controls is uitgewerkt in verplichte maatregelen, omdat zij: voortvloeien uit wet- en regelgeving32Het gaat dan enkel om de beveiligingseisen die voortvloeien uit wet- en regelgeving. Andere vereisten vallen buiten de scope van de BIO.. Het niet treffen van een dergelijke maatregel is dan in strijd met deze externe wet- en regelgeving; zo basaal zijn dat zij het fundament vormen van een betrouwbare c.q. professionele informatievoorziening; dienstbaar zijn aan de beveiliging in een procesketen of netwerk; niet-naleving door een enkele organisatie is per saldo ineffectief voor de gehele keten. Het vormt een risico voor alle andere partijen in de keten en leidt bij hen tot extra maatregelen en kosten. Voor de keten als geheel is dit inefficiënt. Voor een generieke dienst geldt een afweging die analoog is aan het ketenvraagstuk. De BIO noemt deze verplichte maatregelen ‘overheidsmaatregelen’. De overheidsmaatregelen dekken niet de gehele beveiligingsdoelstellingen van de control af. Net als bij de controls geldt hier een hardheidsbepaling: in het geval een maatregel voor een specifiek geval niet van toepassing kan zijn, vervalt de verplichting. Dit geldt bijvoorbeeld voor een overheidsmaatregel die betrekking heeft op een externe koppeling, terwijl het betreffende informatiesysteem geen externe koppeling heeft. Bij een aantal overheidsmaatregelen zijn verwijzingen toegevoegd naar relevante wet- en regelgeving. Deze verwijzingen zijn of overheidsbreed geldend of specifiek toegesneden op een aandachtsgebied (bijvoorbeeld de ‘Gedragsregeling voor de digitale werkomgeving’) en hebben een verplichtend karakter. 2.5.Addendum De BIO is generiek geschreven en geldig voor alle doelgroepen. Sommige overheidslagen hebben specifieke wet- en regelgeving die alleen gelden binnen die overheidslaag. Om tegemoet te komen aan de behoefte van deze overheidslagen en deze specifieke wet- en regelgeving niet verloren te laten gaan, is er aan de BIO een addendum toegevoegd. In dit addendum is deze wet- en regelgeving gekoppeld aan de control of maatregel waartoe zij behoren. Het addendum is toegevoegd aan de BIO in deel 3. 2.6.Operationalisering in handreikingen Om de praktische toepasbaarheid van de BIO te verhogen, wordt de BIO aangevuld met handreikingen. Dit zijn aanbevelingen in het kader van de bedrijfsvoering die geen verplichtend karakter hebben en niet essentieel zijn voor de werking van een stelsel. Een handreiking geeft dus advies hoe bepaalde normen, standaarden, technieken of maatregelen te implementeren of te hanteren zijn. Een handreiking kan meer specifiek zijn toegesneden op een overheidslaag (interdepartementaal, gemeentebreed, etc.) of op een bepaald aandachtsgebied. In deze BIO zijn geen verwijzingen opgenomen naar handreikingen. Een actueel overzicht met alle verwijzingen wordt geboden in een apart document dat te vinden is op het BIO-overheid portaal. 2.7.Rollen In het algemeen geldt dat onderdelen van de BIO op verschillende plaatsen in de organisatie worden toegepast op grond van verschillende verantwoordelijkheden en gezagsverhoudingen. De BIO onderscheidt drie (hoofd)rollen: de secretaris/algemeen directeur, de proceseigenaar en de dienstenleverancier. Deze rollen zijn hieronder beschreven vanuit het perspectief van informatiebeveiliging. Er zijn uiteraard meer rollen betrokken bij informatiebeveiliging, zoals toezichthouder en medewerker, maar het gaat hier om de verantwoordelijke voor de uitvoering van de control. Secretaris/algemeen directeur Als eindverantwoordelijke voor het beveiligingsbeleid in de organisatie is de secretaris/algemeen directeur verantwoordelijk voor de uitvoering van organisatiebrede vraagstukken ten aanzien van informatiebeveiliging33In sommige organisaties heet de eindverantwoordelijke “secretaris-generaal”, “directeur” of “bestuursvoorzitter” en moet de term “secretaris/algemeen directeur” als “secretaris-generaal”, “directeur” of “bestuursvoorzitter” worden gelezen.. In de praktijk kan deze rol worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de CIO of een directeur Inkoop34Bij het Rijk kan dat bijvoorbeeld ook de beveiligingsambtenaar (BVA) zijn.. Proceseigenaar Onder de proceseigenaar wordt de lijnmanager verstaan die verantwoordelijk is voor de beveiliging van het betreffende proces / informatiesysteem. Dienstenleverancier Bedoeld wordt de dienstenleverancier (bijvoorbeeld SSO) binnen de overheid of organisaties in de markt waaraan de secretaris/algemeen directeur of proceseigenaar (een deel van) de beveiligingstaak inbesteedt respectievelijk uitbesteedt. In de BIO staat aangegeven welke controls voor welke rol toepasselijk zijn. Omdat de overheid pluriform is georganiseerd, is deze toedeling indicatief. De BIO verplicht wel om de controls en overheidsmaatregelen die bij de rollen staan intern toe te delen en hierbij rekening te houden met voldoende functiescheiding. In het algemeen is de organisatie van de informatiebeveiligingsfunctie, waaronder verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden, terug te vinden in het informatiebeveiligingsbeleid van de organisatie. 35Artikel 3 sub b VIR. 3.Basisbeveiligingsniveaus Zoals in paragraaf 2.1 beschreven, onderscheidt de BIO drie basisbeveiligingsniveaus (BBN’s). Ieder BBN bestaat uit een aantal controls, een aantal verplichte overheidsmaatregelen en een verantwoordings- en toezichtregime. Elk niveau bouwt voort op het vorige niveau. Daarbij vult BBN2 de controls van BBN1 aan. BBN2 vult ook de overheidsmaatregelen van BBN1 aan of vervangt deze door maatregelen met meer gewicht. Hetzelfde geldt voor BBN3 in relatie tot BBN1 en BBN2. Als informatie wordt ontvangen van derden wordt deze ontvangen informatie behandeld conform de aanwijzingen van de afzender. Als de afzender geen markering of rubricering meegeeft wordt de ontvangen informatie behandeld conform de classificatie-eisen van het ontvangende proces. 3.1.BBN1 Informatiesystemen op BBN1 zijn systemen waarvoor BBN2 als te zwaar wordt gezien. Het kan voorkomen dat er nog wel hogere beschikbaarheids- en integriteitseisen nodig zijn. BBN1 is waar alle overheidssystemen als minimum aan moeten voldoen. Controls en overheidsmaatregelen komen voort uit: wet- en regelgeving; algemeen geldende beveiligingsprincipes (fundamentele controls en maatregelen). 3.2.BBN2 Voor informatiesystemen binnen de overheid vormt BBN2 het uitgangspunt. BBN2 is van toepassing indien36Zie de BBN-toets in Deel 2 voor meer details.: er vertrouwelijke informatie wordt verwerkt; mogelijke incidenten leiden tot bestuurlijke commotie; de veiligheid van andere systemen afhankelijk is van de veiligheid van het eigen systeem. Het te beschermen belang van BBN2 is maximaal Departementaal Vertrouwelijk (DepV), (zoals gedefinieerd in het VIR-BI)/vergelijkbaar vertrouwelijk bij andere overheidslagen en privacygevoelige informatie met een verhoogd vertrouwelijkheidsniveau. Dergelijke informatie komt veelvuldig voor bij de overheid. Het gaat verder om commercieel vertrouwelijke informatie of informatie in het kader van beleidsvorming; het is dus niet beperkt tot als DepV/vergelijkbaar vertrouwelijk bij andere overheidslagen gerubriceerde informatie. BBN2-informatie wordt preventief beschermd tegen alle dreigingen met uitzondering van geavanceerde dreigingen, zoals Advanced Persistent Threats (APT’s), afkomstig van statelijke actoren of beroepscriminelen. Daarvoor geldt een bescherming achteraf: zij dienen te kunnen worden gedetecteerd, waarop vervolgens passend gereageerd moet worden. Voor informatiesystemen waar Departementaal Vertrouwelijke informatie en vergelijkbaar vertrouwelijk bij andere overheidslagen wordt verwerkt en waar weerstand tegen de geavanceerde dreiging van statelijke actoren of gelijkwaardige beroepscriminelen is vereist, is het BBN2 dus niet voldoende. De controls van het BBN2 omvatten de controls van BBN1. Dit geldt ook voor de maatregelen waarbij enkele maatregelen van BBN1 in de BBN2-variant verzwaard zijn. De keuze hiervoor komt voort uit: wet- en regelgeving, in het bijzonder beveiligingseisen als gevolg van WBP/AVG; aansluitvoorwaarden van generieke/gemeenschappelijke diensten; afhankelijkheden in ketens en netwerken; minimale eisen ten behoeve van een efficiënte beveiliging van BBN3. 3.3.BBN3 BBN3 richt zich op de bescherming van als Departementaal Vertrouwelijk en vergelijkbaar vertrouwelijk bij andere overheidslagen gerubriceerde informatie, waarbij weerstand geboden moet worden tegen de dreiging, zoals Advanced Persistant Threats (APT’s), die uitgaat van statelijke actoren en beroepscriminelen. BBN3 is van toepassing indien: verlies van informatie een grote impact heeft, waarvan niet uit te leggen is als deze niet gerubriceerd is en beschermd wordt op BBN3; informatie met een rubricering (niet zijnde BBN2) wordt geleverd door derden; aansluiting op een infrastructuur BBN3 is vereist om informatie te kunnen verwerken op deze infrastructuur (bijvoorbeeld om al op de infrastructuur aanwezige gerubriceerde informatie niet in gevaar te brengen). Om redenen van efficiency sluit BBN3 aan op relevante NAVO-regelgeving waarin ook al rekening wordt gehouden met het bieden van weerstand tegen statelijke actoren37Zowel voor EU als voor NAVO gerubriceerde informatie geldt dat de beveiligingsvoorschriften standaard rekening houden met het bieden van weerstand tegen statelijke actoren. Voor de BIO is uiteindelijk gekozen om aan te sluiten bij de NAVO-regelgeving omdat de NAVO-eisen gedetailleerder zijn dan die van de EU en daarmee meer zekerheid bieden dat ook daadwerkelijk weerstand tegen statelijke actoren kan worden geboden. Voor de goede orde: alleen op NATO gerubriceerde informatie heeft het NAVO-verdrag rechtstreekse werking, BBN3 is Nederlandse informatie waarop het NAVO-verdrag niet rechtstreeks werkt; de toepasselijkheid van het NAVO-verdrag voor BBN3 is een keuze die de overheid zelf via deze BIO maakt.. Dit betekent dat BBN3 bestaat uit de controls en overheidsmaatregelen uit BBN2, aangevuld met relevante eisen uit het VIR-BI, relevante bepalingen uit regelingen andere overheidslagen en uit het NAVO-verdrag voor de beveiliging van informatie38CM
(2002)49 met bijbehorende enclosures en directives.. Niet alle delen/maatregelen zijn van toepassing voor de nationale context en voor NATO Restricted39Er zijn passages die enkel op de bescherming van informatie met een rubricering van NATO Confidential en hoger betrekking hebben.. In de uitwerking van BBN3 zal daarom specifiek aangegeven worden welke delen/maatregelen van het NAVO-verdrag specifiek van toepassing zijn. 4.Verantwoording over de BIO De secretaris/algemeen directeur van een organisatie is eindverantwoordelijk voor de integrale beveiliging en de inrichting en werking van de beveiligingsorganisatie40Artikel 4 lid 1 BVR.. In die hoedanigheid is hij eindverantwoordelijk voor de implementatie van alle beveiligingskaders in zijn organisatie, dus ook voor een juiste toepassing van de BIO. De bestuurlijke verantwoording over de toepassing van de BIO is onderdeel van de verantwoording over de beveiliging van informatie(systemen). Hier wordt ook verantwoording afgelegd aan de ketenpartners met wie afspraken over de beveiliging van informatie zijn gemaakt. 4.1.Verantwoordelijkheid afhankelijk van basisbeveiligingsniveau De ISO 27001 en het VIR bepalen dat het lijnmanagement vaststelt dat de getroffen maatregelen aantoonbaar overeenstemmen met de betrouwbaarheidseisen en dat deze maatregelen worden nageleefd41Artikel 4 sub b VIR.. De proportionaliteit die eerder beschreven is, is ook van toepassing bij het toekennen van het niveau waar de verantwoordelijkheid voor risicomanagement wordt belegd: Voor BBN1 is de proceseigenaar volledig verantwoordelijk voor het nemen van (verstandige) beslissingen. Slechts incidenteel en op verzoek informeert deze de CISO over de stand van zaken met betrekking tot zijn BBN1-informatiesystemen. Voor BBN2 geldt dat de proceseigenaar het informatiesysteem voor ingebruikname (bij voorkeur in ontwerp-/ontwikkelfase) ter consultatie voorlegt aan de CISO42Bij DepV informatie geldt, conform het VIR-BI, het BBN3-regime voor verantwoording.. Voor BBN3 geldt dat vooraf toestemming verleend moet worden door de secretaris/algemeen directeur voor het verwerken van bijzondere informatie (conform het VIR-BI)43Artikel 3 sub b VIR-BI.. Voor het verlenen van toestemming is mandatering mogelijk naar bijvoorbeeld de CIO of CISO en bij het Rijk naar de BVA. Organisaties kunnen voor BBN1 en BBN2 hiervan afwijken in het informatiebeveiligingsbeleid44Artikel 3 sub b VIR.. 4.2.Explains op overheidsmaatregelen Overheidsmaatregelen die niet van toepassing zijn, hoeven niet als ‘explain’ te worden benoemd. De organisatie dient te beschikken over een registratie van overheidsmaatregelen waaraan niet of nog niet geheel kan worden voldaan. Dit zijn explains volgens het ‘comply or explain’ principe. Daarbij worden tevens de daaruit voortvloeiende risico’s aangegeven. Explains ten aanzien van overheidsmaatregelen kunnen bij het samenwerken in ketens zorgen voor een verschil in bescherming tussen partijen waardoor een risico ontstaat voor de verwerkte (en gedeelde) informatie. Partijen met explains moeten dit afstemmen met hun (samenwerk- of keten)partners, zodat ze samen passende maatregelen of tijdelijke maatregelen treffen die het risico mitigeren of verkleinen zolang de explains niet conform de BIO geïmplementeerd zijn. Voor rijksonderdelen geldt: explains die de veiligheid van andere delen van de rijksdienstonderdelen raken, worden voorzien van een advies van de Security Accreditation Authority (SAA, ingevuld door de Subcommissie Informatiebeveiliging) en door het ministerie voorgelegd aan het CIO-Beraad. 4.3.Ketensamenwerking Binnen de overheid en met andere externe partijen wordt veel in ketens samengewerkt en daarom vormt, zoals in paragraaf 1.1 aangegeven, de gemeenschappelijke veiligheid van informatieketens ook een basis voor de concretisering van de overheidsmaatregelen. Een keten is een samenwerkingsverband tussen organisaties die naast hun eigen doelstellingen, één of meer gemeenschappelijk gekozen (of door de politiek opgelegde) doelstellingen nastreven. Deze ketenpartners zijn zelfstandig, maar zijn ook afhankelijk van elkaar waar het gaat om het bereiken van de gezamenlijke (keten)doelstellingen45https://noraonline.nl/wiki/Ketensturing/De_wereld_van_ketens/Wat_is_een_keten%3F.. Een informatieketen betreft de uitwisseling van informatie binnen zo’n samenwerkingsverband. Ook in het kader van ketensamenwerking kan de verantwoordelijkheid voor informatiebeveiliging niet worden gedelegeerd. In het geval dat een organisatie informatie aan ketenpartners toevertrouwt, blijft deze organisatie er verantwoordelijk voor dat ketenpartners de toevertrouwde informatie zorgvuldig beschermen. De organisatie moet daarom aansluitvoorwaarden eisen of stellen aan de leverende of afnemende partij. Tevens moet de organisatie leveringsgaranties bieden aan de afnemende partij. De organisatie moet hiervoor inzichtelijk hebben van welke informatiesystemen en infrastructuren zij afhankelijk is, welke afhankelijk zijn van haar en hoe de governance van beide hierop is ingericht. 4.4.Dienstenleveranciers In de BIO wordt bij het van toepassing verklaren van controls en overheidsmaatregelen geen onderscheid gemaakt in interne of externe dienstenleveranciers. Ook bij de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over hun diensten worden interne en externe dienstenleveranciers gelijk behandeld. Dit betekent voor alle dienstenleveranciers het volgende. Periodiek leggen alle dienstenleveranciers verantwoording af via een Statement of Compliance (of deel-ICV; met toepasselijke reikwijdte) aan de opdrachtgever bij de overheid. De dienstenleveranciers volgen de beveiligingseisen die de overheidsorganisaties of ketenpartners stellen aan de diensten van de dienstenleverancier. Uit efficiencyoverwegingen kan een dienstenleverancier een standaard beveiligingsniveau aanbieden, maar dit doet geen afbreuk aan de genoemde verantwoordelijkheid van de overheidsorganisaties. Voor diensten die aan één organisatie worden aangeboden, legt de dienstenleverancier verantwoording af aan de opdrachtgevende organisatie. De opdrachtgevende organisatie neemt de verantwoording op in haar ICV. De opdrachtgevende organisatie houdt ook toezicht op specifieke dienstverlening. Voor diensten die aan meerdere overheden of overheidsonderdelen worden aangeboden, stelt de dienstenleverancier één verantwoording op ten behoeve van alle afnemers. Voor het Rijk wordt in het CIO-Beraad jaarlijks vastgesteld wie toezicht houdt op de beveiliging van deze diensten. Naast de verantwoording over hun diensten zijn de dienstenleveranciers ook zelf als organisatie gebonden aan informatiebeveiligingsregels. Hierbij is wel een onderscheid aanwezig tussen interne en externe dienstenleveranciers: Interne dienstenleveranciers zijn, als onderdeel van de overheid, zelf ook rechtstreeks gebonden aan de BIO. Ze zijn daarmee gehouden aan de reguliere verantwoordings- en toezichtprocedures van de betreffende overheidslagen. Bij het Rijk geldt onder meer het toezicht vanuit de ADR, ARK en de BVA. De interne dienstenleverancier is ook gebonden aan het jaarlijks opleveren van een In Control Verklaring (ICV). Hierin verklaart de dienstenleverancier dat hij voor zijn eigen bedrijfsvoering aan de BIO voldoet (inclusief de overheidsmaatregelen). Externe dienstenleveranciers zijn geen onderdeel van de overheid en zijn daarmee zelf niet rechtstreeks gebonden aan de BIO of het opleveren van een ICV. Ze moeten wel voldoen aan de eisen van de opdrachtgever. Voorwaarden ten behoeve van informatiebeveiliging moeten daarom in het contract zijn vastgelegd. In de BIO zijn in hoofdstuk 15 over leveranciersrelaties controls en overheidsmaatregelen opgenomen die moeten zorgen voor een goede borging van informatiebeveiliging in contracten. Het is mogelijk dat een (externe) dienstenleverancier beschikt over een kwaliteitskeurmerk zoals een ISO 27001-certificaat of bijvoorbeeld een ISAE 3402-verklaring. De waarde van zo’n keurmerk of verklaring is afhankelijk van de reikwijdte en diepgang. Het zegt meestal iets over het proces dat bij de dienstenleverancier is ingericht. Hoewel dit dus wel meerwaarde heeft, overlap kent met de BIO-controls en gebruikt kan worden als onderdeel van het Statement of Compliance, omvat en vervangt het niet volledig de verantwoording over de overheidsmaatregelen uit de BIO. Er zullen altijd aanvullende afspraken gemaakt moeten worden over de ‘gap’ tussen keurmerk of verklaring en de BIO-controls. Hierover moet aanvullend worden verantwoord. Deel 2Kader BIO Inleiding Het Kader BIO bestaat uit een BBN-toets om het juiste basisbeveiligingsniveau (BBN) te bepalen en de tabellen met de controls en maatregelen. De BBN-toets wordt voor ieder bedrijfsproces uitgevoerd. Het BBN bepaalt welke controls vervolgens moeten worden doorlopen. Per control moet worden bepaald welke maatregelen in aanvulling op de verplichte overheidsmaatregelen nodig zijn. Voor meer toelichting op de opzet van de BIO en de BBN’s wordt verwezen naar Deel 1 van deze BIO. In het document zijn de controls dan als volgt opgebouwd: Controlnummer overeenkomstig met ISO 27002 BBN (1, 2 of 3) Controltekst (ISO 27002) Verantwoordelijke(
- n)Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar Dienstenleverancier O-maatregelnummer BBN (1, 2 of 3) O-maatregel Om het verschil tussen de ISO 27002 controls en de overheidsmaatregelen te duiden, zijn ook verschillende kleurmarkeringen gebruikt: Blauw zijn de ISO-controls. Groen zijn overheidsmaatregelen (O-maatregel). In de kolom ‘Verantwoordelijke(n)’ staat aangegeven wie voor de uitvoering van de control verantwoordelijk is: secretaris/algemeen directeur (eindverantwoordelijke voor de bedrijfsvoering van een organisatie), proceseigenaar en/of dienstenleverancier. BBN-toets Bij het doorlopen van deze toets is BBN2 het uitgangspunt voor alle informatiesystemen. Stap 1: Is BBN2 voldoende? Meestal is BBN2 van toepassing op een specifiek informatiesysteem. Het kan echter zijn dat BBN2 niet voldoende is. BBN2 is onvoldoende indien: de informatie beschermd dient te worden tegen statelijke actoren of vergelijkbare dreigers; informatie wordt geleverd door derden en deze voor de beveiliging van betreffende informatie BBN3 eisen; aansluiting op een infrastructuur het BBN3 vereist om informatie te kunnen verwerken op deze infrastructuur (bijvoorbeeld om al op de infrastructuur aanwezige gerubriceerde informatie niet in gevaar te brengen). In elk van deze gevallen is BBN3 of hoger (zie VIR-BI in geval van het Rijk) van toepassing. Stap 2: Is BBN2 te zwaar? Bij BBN2-informatiesystemen kan het ongewenst of onbedoeld openbaren van informatie leiden tot BBN2-schade: Politieke schade aan een bestuurder: bestuurder moet verantwoording afleggen aan de (gekozen) controlerende organen, bijvoorbeeld naar aanleiding van verantwoordingsvragen. diplomatieke schade te herstellen door ambtelijke opschaling. Financiële gevolgen: niet meer op te vangen binnen de begroting van de (uitvoerings)organisatie; geen accountantsverklaring afgegeven. Verlies van publiek respect; klachten van burgers of significant verlies van motivatie van medewerkers. Bindende aanwijzing van de Autoriteit Persoonsgegevens in verband met schending van de privacy Directe imagoschade, bijvoorbeeld door negatieve publiciteit. Zijn dergelijke schades niet aan de orde, dan is BBN1 van toepassing. Stap 3: Bepaal extra vereisten voor beschikbaarheid en/of integriteit In het geval van BBN1: leidt uitval van systemen en/of het verminkt raken van informatie tot schade vergelijkbaar met BBN2-schade ? In dat geval kan worden overwogen (een deel) van de BIO-controls en -maatregelen, die toezien op beschikbaarheid dan wel integriteit op het niveau van BBN2 te nemen. De verantwoording en het toezicht vinden plaats volgens BBN2. In het geval van BBN2 of BBN3: leidt uitval van systemen en/of het verminkt raken van informatie tot grotere schade dan de BBN2-schade ? In dat geval wordt op basis van expliciete risicoafweging bepaald voor welke controls welke aanvullende en/of zwaardere maatregelen nodig zijn. De verantwoording en het toezicht vinden plaats volgens BBN3. Controls en overheidsmaatregelen Voor de herkenbaarheid is gekozen om de nummering van de hoofdstukken en de controls in lijn te houden met de nummering uit de ISO 27002. 5. Informatiebeveiligingsbeleid 5.1 Aansturing door de directie van de informatiebeveiliging Doelstelling: Het verschaffen van directieaansturing van en -steun voor informatiebeveiliging in overeenstemming met bedrijfseisen en relevante wet- en regelgeving. 5.1.1 1 Beleidsregels voor informatiebeveiliging Ten behoeve van informatiebeveiliging behoort een reeks beleidsregels te worden gedefinieerd, goedgekeurd door de directie, gepubliceerd en gecommuniceerd aan medewerkers en relevante externe partijen. Secretaris/algemeen directeur 5.1.1.1 1 Er is een informatiebeveiligingsbeleid opgesteld door de organisatie. Dit beleid is vastgesteld door de leiding van de organisatie en bevat ten minste de volgende punten: De strategische uitgangspunten en randvoorwaarden die de organisatie hanteert voor informatiebeveiliging en in het bijzonder de inbedding in en afstemming op het algemene beveiligingsbeleid en het informatievoorzieningsbeleid. De organisatie van de informatiebeveiligingsfunctie, waaronder verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden. De toewijzing van de verantwoordelijkheden voor ketens van informatiesystemen aan lijnmanagers. De gemeenschappelijke betrouwbaarheidseisen en normen die op de organisatie van toepassing zijn. De frequentie waarmee het informatiebeveiligingsbeleid wordt geëvalueerd. De bevordering van het beveiligingsbewustzijn. 5.1.2 1 Beoordeling van het informatiebeveiligingsbeleid Het beleid voor informatiebeveiliging behoort met geplande tussenpozen of als zich significante veranderingen voordoen, te worden beoordeeld om te waarborgen dat het voortdurend passend, adequaat en doeltreffend is. Secretaris/ algemeen directeur 5.1.2.1 1 Het informatiebeveiligingsbeleid wordt periodiek en in aansluiting bij de (bestaande) bestuurs- en P&C-cycli en externe ontwikkelingen beoordeeld en zo nodig bijgesteld. 6. Organiseren van informatiebeveiliging 6.1 Interne organisatie Doelstelling: Een beheerkader vaststellen om de implementatie en uitvoering van de informatiebeveiliging binnen de organisatie te initiëren en te beheersen. 6.1.1 1 Rollen en verantwoordelijkheden bij informatiebeveiliging Alle verantwoordelijkheden bij informatiebeveiliging behoren te worden gedefinieerd en toegewezen. Secretaris/algemeen directeur 6.1.1.1 1 De leiding van de organisatie heeft vastgelegd wat de verantwoordelijkheden en rollen zijn op het gebied van informatiebeveiliging binnen haar organisatie. 6.1.1.2 1 De verantwoordelijkheden en rollen ten aanzien van informatiebeveiliging zijn gebaseerd op relevante voorschriften en wetten. 6.1.1.3 1 De rol en verantwoordelijkheden van de Chief Information Security Officer (CISO) zijn in een CISO-functieprofiel vastgelegd. 6.1.1.4 1 Er is een CISO aangesteld conform een vastgesteld CISO-functieprofiel. 6.1.2 1 Scheiding van taken Conflicterende taken en verantwoordelijkheden behoren te worden gescheiden om de kans op onbevoegd of onbedoeld wijzigen of misbruik van de bedrijfsmiddelen van de organisatie te verminderen. Proceseigenaar Dienstenleverancier 6.1.2.1 1 Er zijn maatregelen getroffen die onbedoelde of ongeautoriseerde toegang tot bedrijfsmiddelen waarnemen of voorkomen. 6.1.3 2 Contact met overheidsinstanties Er behoren passende contacten met relevante overheidsinstanties te worden onderhouden. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar Dienstenleverancier 6.1.3.1 2 Er is door de organisatie uitgewerkt wie met welke (overheids)instanties en toezichthouders contact heeft ten aanzien van informatiebeveiligingsaangelegenheden (vergunningen/incidenten/calamiteiten) en welke eisen voor deze aangelegenheden relevant zijn. 6.1.3.2 2 Het contactoverzicht wordt jaarlijks geactualiseerd. 6.1.4 - Vervallen - 6.1.5 2 Informatiebeveiliging in projectbeheer Informatiebeveiliging behoort aan de orde te komen in projectbeheer, ongeacht het soort project. Proceseigenaar Dienstenleverancier 6.2 Mobiele apparatuur en telewerken Doelstelling: Het waarborgen van de veiligheid van telewerken en het gebruik van mobiele apparatuur. 6.2.1 1 Beleid voor mobiele apparatuur Beleid en ondersteunende beveiligingsmaatregelen behoren te worden vastgesteld om de risico’s die het gebruik van mobiele apparatuur met zich meebrengt te beheren. Proceseigenaar Dienstenleverancier 6.2.1.1 2 Mobiele apparatuur is zo ingericht dat bedrijfsinformatie niet onbewust wordt opgeslagen (‘zero footprint’). Als zero footprint (nog) niet realiseerbaar is, biedt een mobiel apparaat (zoals een laptop, tablet en smartphone) de mogelijkheid om de toegang te beschermen door middel van een toegangsbeveiligingsmechanisme en, indien vertrouwelijke gegevens worden opgeslagen, versleuteling van die gegevens. In het geval van opslag van vertrouwelijke informatie moet op deze mobiele apparatuur ‘wissen op afstand’ mogelijk zijn. 6.2.1.2 2 Bij de inzet van mobiele apparatuur zijn minimaal de volgende aspecten geïmplementeerd: In bewustwordingsprogramma’s komen gedragsaspecten van veilig mobiel werken aan de orde. Het device maakt deel uit van patchmanagement en hardening. Er wordt gebruik gemaakt van Mobile Device Management MDM of van Mobile Application Management (MAM)-oplossingen. Gebruikers tekenen een gebruikersovereenkomst voor mobiel werken, waarmee zij verklaren zich bewust te zijn van de gevaren van mobiel werken en verklaren dit veilig te zullen doen. Deze verklaring heeft betrekking op alle mobiele apparatuur die de medewerker zakelijk gebruikt. Periodiek wordt getoetst of de punten in lid a),
- b)en
- c)worden nageleefd. 6.2.2 2 Telewerken Beleid en ondersteunende beveiligingsmaatregelen behoren te worden geïmplementeerd ter beveiliging van informatie die vanaf telewerklocaties wordt benaderd, verwerkt of opgeslagen. Secretaris/algemeen directeur Dienstenleverancier 7. Veilig personeel 7.1 Voorafgaand aan het dienstverband Doelstelling: Waarborgen dat medewerkers en contractanten hun verantwoordelijkheden begrijpen en geschikt zijn voor de rollen waarvoor zij in aanmerking komen. 7.1.1 1 Screening Verificatie van de achtergrond van alle kandidaten voor een dienstverband behoort te worden uitgevoerd in overeenstemming met relevante wet- en regelgeving en ethische overwegingen en behoort in verhouding te staan tot de bedrijfseisen, de classificatie van de informatie waartoe toegang wordt verleend en de vastgestelde risico’s te zijn. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 7.1.1.1 1 Elke organisatie heeft een vastgesteld screeningsbeleid. Bij indiensttreding en bij functiewijziging kan een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) gevraagd worden. 7.1.2 1 Arbeidsvoorwaarden De contractuele overeenkomst met medewerkers en contractanten behoort hun verantwoordelijkheden voor informatiebeveiliging en die van de organisatie te vermelden. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 7.1.2.1 1 Alle medewerkers (intern en extern) zijn bij hun aanstelling of functiewisseling gewezen op hun verantwoordelijkheden ten aanzien van informatiebeveiliging. De voor hen geldende regelingen en instructies ten aanzien van informatiebeveiliging zijn eenvoudig toegankelijk. 7.2 Tijdens het dienstverband Doelstelling: Ervoor zorgen dat medewerkers en contractanten zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheden op het gebied van informatiebeveiliging en deze nakomen. 7.2.1 1 Directieverantwoordelijkheden De directie behoort van alle medewerkers en contractanten te eisen dat ze informatiebeveiliging toepassen in overeenstemming met de vastgestelde beleidsregels en procedures van de organisatie. Secretaris/algemeen directeur 7.2.1.1 1 Er is aansluiting bij een klokkenluidersregeling, zodat iedereen anoniem en veilig beveiligingsissues kan melden. 7.2.2 1 Bewustzijn, opleiding en training ten aanzien van informatiebeveiliging Alle medewerkers van de organisatie en, voor zover relevant, contractanten behoren een passende bewustzijnsopleiding en -training te krijgen en regelmatige bijscholing van beleidsregels en procedures van de organisatie, voor zover relevant voor hun functie. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 7.2.2.1 1 Alle medewerkers hebben de verantwoordelijkheid bedrijfsinformatie te beschermen. Iedereen kent de regels en verplichtingen met betrekking tot informatiebeveiliging en daar waar relevant de speciale eisen voor gerubriceerde omgevingen. 7.2.2.2 1 Alle medewerkers en contractanten die gebruikmaken van de informatiesystemen en -diensten hebben binnen drie maanden na indiensttreding een training I-bewustzijn succesvol gevolgd. 7.2.2.3 1 Het management benadrukt bij aanstelling en interne overplaatsing en bijvoorbeeld in werkoverleggen of in personeelsgesprekken bij zijn medewerkers en contractanten het belang van opleiding en training op het gebied van informatiebeveiliging en stimuleert hen actief deze periodiek te volgen. 7.2.3 1 Disciplinaire procedure Er behoort een formele en gecommuniceerde disciplinaire procedure te zijn om actie te ondernemen tegen medewerkers die een inbreuk hebben gepleegd op de informatiebeveiliging. Secretaris/algemeen directeur 7.3 Beëindiging en wijziging van dienstverband Doelstelling: Het beschermen van de belangen van de organisatie als onderdeel van de wijzigings- of beëindigingsprocedure van het dienstverband. 7.3.1 1 Beëindiging of wijziging van verantwoordelijkheden van het dienstverband Verantwoordelijkheden en taken met betrekking tot informatiebeveiliging die van kracht blijven na beëindiging of wijziging van het dienstverband behoren te worden gedefinieerd, gecommuniceerd aan de medewerker of contractant, en ten uitvoer gebracht. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 8. Beheer van bedrijfsmiddelen 8.1 Verantwoordelijkheid voor bedrijfsmiddelen Doelstelling: Bedrijfsmiddelen van de organisatie identificeren en passende verantwoordelijkheden ter bescherming definiëren. 8.1.1 1 Inventariseren van bedrijfsmiddelen Informatie, andere bedrijfsmiddelen die samenhangen met informatie en informatie verwerkende faciliteiten behoren te worden geïdentificeerd, en van deze bedrijfsmiddelen behoort een inventaris te worden opgesteld en onderhouden. Proceseigenaar Dienstenleverancier 8.1.2 1 Eigendom van bedrijfsmiddelen Bedrijfsmiddelen die in het inventarisoverzicht worden bijgehouden, behoren een eigenaar te hebben. Proceseigenaar Dienstenleverancier 8.1.3 1 Aanvaardbaar gebruik van bedrijfsmiddelen Voor het aanvaardbaar gebruik van informatie en van bedrijfsmiddelen die samenhangen met informatie en informatie verwerkende faciliteiten behoren regels te worden geïdentificeerd, gedocumenteerd en geïmplementeerd. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 8.1.3.1 1 Alle medewerkers zijn aantoonbaar gewezen op de gedragsregels voor het gebruik van bedrijfsmiddelen. 8.1.3.2 1 De gedragsregels voor het gebruik van bedrijfsmiddelen zijn voor extern personeel in het contract vastgelegd overeenkomstig de huisregels of gedragsregels. 8.1.4 1 Teruggeven van bedrijfsmiddelen Alle medewerkers en externe gebruikers moeten alle bedrijfsmiddelen van de organisatie die ze in hun bezit hebben bij beëindiging van hun dienstverband, contract of overeenkomst terug te geven. Secretaris 8.2 Informatieclassificatie Doelstelling: Bewerkstelligen dat informatie een passend beschermingsniveau krijgt dat in overeenstemming is met het belang ervan voor de organisatie. 8.2.1 1 Classificatie van informatie Informatie behoort te worden geclassificeerd met betrekking tot wettelijke eisen, waarde, belang en gevoeligheid voor onbevoegde bekendmaking of wijziging. Proceseigenaar 8.2.1.1 1 De informatie in alle informatiesystemen is door middel van een expliciete risicoafweging geclassificeerd, zodat duidelijk is welke bescherming nodig is. 8.2.2 1 Informatie labelen Om informatie te labelen behoort een passende reeks procedures te worden ontwikkeld en geïmplementeerd in overeenstemming met het informatieclassificatieschema dat is vastgesteld door de organisatie. Proceseigenaar 8.2.3 1 Behandelen van bedrijfsmiddelen Procedures voor het behandelen van bedrijfsmiddelen behoren te worden ontwikkeld en geïmplementeerd in overeenstemming met het informatieclassificatieschema dat is vastgesteld door de organisatie. Proceseigenaar Dienstenleverancier 8.3 Behandelen van media Doelstelling: Onbevoegde openbaarmaking, wijziging, verwijdering of vernietiging van informatie die op media is opgeslagen voorkomen. 8.3.1 1 Beheer van verwijderbare media Voor het beheren van verwijderbare media behoren procedures te worden geïmplementeerd in overeenstemming met het classificatieschema dat door de organisatie is vastgesteld. Proceseigenaar Dienstenleverancier 8.3.1.1 1 Er is een verwijderinstructie waarin is opgenomen dat van verwijderbare media die herbruikbaar zijn en die de organisatie verlaten de onnodige inhoud onherstelbaar verwijderd is (ISO 27002 – implementatierichtlijn 8.3.1.a). 8.3.2 2 Verwijderen van media Media behoren op een veilige en beveiligde manier te worden verwijderd als ze niet langer nodig zijn, overeenkomstig formele procedures. Dienstenleverancier 8.3.2.1 2 Media die vertrouwelijke informatie bevatten, zijn opgeslagen op een plek die niet toegankelijk is voor onbevoegden. 8.3.2.2 2 Verwijdering vindt plaats op een veilige manier, bijvoorbeeld door verbranding of versnippering. Verwijdering van alleen gegevens is ook mogelijk door het wissen van de gegevens voordat de media worden gebruikt voor een andere toepassing in de organisatie (ISO 27002 – implementatierichtlijn 8.3.2.a). 8.3.2.3 2 Voor het wissen van alle data op het medium, wordt de data onherstelbaar verwijderd, bijvoorbeeld door minimaal twee keer te overschrijven met vaste data en één keer met random data. Er wordt gecontroleerd of alle data onherstelbaar verwijderd is. 8.3.3 2 Media fysiek overdragen Media die informatie bevatten, behoren te worden beschermd tegen onbevoegde toegang, misbruik of corruptie tijdens transport. Secretaris/algemeen directeur 8.3.3.1 2 Er is een vastgestelde procedure voor het fysiek transport van media. 8.3.3.2 2 Het gebruik van koeriers of transporteurs voor transport van op BBN2 of hoger geclassificeerde informatie voldoet aan vooraf opgestelde betrouwbaarheidseisen. 9. Toegangsbeveiliging 9.1 Bedrijfseisen voor toegangsbeveiliging Doelstelling: Toegang tot informatie en informatie verwerkende faciliteiten beperken. 9.1.1 1 Beleid voor toegangsbeveiliging Een beleid voor toegangsbeveiliging behoort te worden vastgesteld, gedocumenteerd en beoordeeld op basis van bedrijfs- en informatiebeveiligingseisen. Secretaris 9.1.2 1 Toegang tot netwerken en netwerkdiensten Gebruikers behoren alleen toegang te krijgen tot het netwerk en de netwerkdiensten waarvoor zij specifiek bevoegd zijn. Dienstenleverancier 9.1.2.1 1 Alleen geauthenticeerde apparatuur kan toegang krijgen tot een vertrouwde zone. 9.1.2.2 1 Gebruikers met eigen of ongeauthenticeerde apparatuur (Bring Your Own Device) krijgen alleen toegang tot een onvertrouwde zone. 9.2 Beheer van toegangsrechten van gebruikers Doelstelling: Toegang voor bevoegde gebruikers bewerkstelligen en onbevoegde toegang tot systemen en diensten voorkomen. 9.2.1 1 Registratie en afmelden van gebruikers Een formele registratie- en afmeldingsprocedure behoort te worden geïmplementeerd om toewijzing van toegangsrechten mogelijk te maken. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.2.1.1 1 Er is een sluitende formele registratie- en afmeldprocedure voor het beheren van gebruikersidentificaties. 9.2.1.2 1 Het gebruiken van groepsaccounts is niet toegestaan, tenzij dit wordt gemotiveerd en vastgelegd door de proceseigenaar. 9.2.2 1 Gebruikers toegang verlenen Een formele gebruikerstoegangsverleningsprocedure behoort te worden geïmplementeerd om toegangsrechten voor alle typen gebruikers en voor alle systemen en diensten toe te wijzen of in te trekken. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.2.2.1 1 Er is uitsluitend toegang verleend tot informatiesystemen na autorisatie door een bevoegde functionaris. 9.2.2.2 1 Op basis van een risicoafweging is bepaald waar en op welke wijze functiescheiding wordt toegepast en welke toegangsrechten worden gegeven. 9.2.2.3 2 Er is een actueel mandaatregister of er zijn functieprofielen waaruit blijkt welke personen bevoegdheden hebben voor het verlenen van toegangsrechten. 9.2.3 1 Beheren van speciale toegangsrechten Het toewijzen en gebruik van speciale toegangsrechten behoren te worden beperkt en beheerst. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.2.3.1 2 De uitgegeven speciale bevoegdheden worden minimaal ieder kwartaal beoordeeld. 9.2.4 1 Beheer van geheime authenticatie-informatie van gebruikers Het toewijzen van geheime authenticatie-informatie behoort te worden beheerst via een formeel beheersproces. Dienstenleverancier 9.2.5 1 Beoordeling van toegangsrechten van gebruikers Eigenaren van bedrijfsmiddelen behoren toegangsrechten van gebruikers regelmatig te beoordelen. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.2.5.1 1 Alle uitgegeven toegangsrechten worden minimaal eenmaal per jaar beoordeeld. 9.2.5.2 1 De opvolging van bevindingen is gedocumenteerd en wordt behandeld als beveiligingsincident. 9.2.5.3 2 Alle uitgegeven toegangsrechten worden minimaal eenmaal per halfjaar beoordeeld. 9.2.6 1 Toegangsrechten intrekken of aanpassen De toegangsrechten van alle medewerkers en externe gebruikers voor informatie en informatie verwerkende faciliteiten behoren bij beëindiging van hun dienstverband, contract of overeenkomst te worden verwijderd, en bij wijzigingen behoren ze te worden aangepast. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.3 Verantwoordelijkheden van gebruikers Doelstelling: Gebruikers verantwoordelijk maken voor het beschermen van hun authenticatie-informatie. 9.3.1 1 Geheime authenticatie-informatie gebruiken Van gebruikers behoort te worden verlangd dat zij zich bij het gebruiken van geheime authenticatie-informatie houden aan de praktijk van de organisatie. Secretaris/algemeen directeur Dienstenleverancier 9.3.1.1 2 Medewerkers worden ondersteund in het beheren van hun wachtwoorden door het beschikbaar stellen van een wachtwoordenkluis. 9.4 Toegangsbeveiliging van systeem en toepassing Doelstelling: Onbevoegde toegang tot systemen en toepassingen voorkomen. 9.4.1 1 Beperking toegang tot informatie Toegang tot informatie en systeemfuncties van toepassingen behoort te worden beperkt in overeenstemming met het beleid voor toegangsbeveiliging. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.4.1.1 2 Er zijn maatregelen genomen die het fysiek en/of logisch isoleren van informatie met specifiek belang waarborgen. 9.4.1.2 2 Gebruikers kunnen alleen die informatie met specifiek belang inzien en verwerken die ze nodig hebben voor de uitoefening van hun taak. 9.4.2 1 Beveiligde inlogprocedures Indien het beleid voor toegangsbeveiliging dit vereist, behoort toegang tot systemen en toepassingen te worden beheerst door een beveiligde inlogprocedure. Proceseigenaar Dienstenleverancier 9.4.2.1 1 Als vanuit een onvertrouwde zone toegang wordt verleend naar een vertrouwde zone, gebeurt dit alleen op basis van minimaal two-factor authenticatie. 9.4.2.2 2 Voor het verlenen van toegang tot het netwerk aan externe leveranciers wordt vooraf een risicoafweging gemaakt. De risicoafweging bepaalt onder welke voorwaarden de leveranciers toegang krijgen. Uit een registratie blijkt hoe de rechten zijn toegekend. 9.4.3 1 Systeem voor wachtwoordbeheer Systemen voor wachtwoordbeheer behoren interactief te zijn en sterke wachtwoorden te waarborgen. Dienstenleverancier 9.4.3.1 1 Als er geen gebruik wordt gemaakt van two-factor authenticatie, is de wachtwoordlengte minimaal 8 posities en complex van samenstelling. Vanaf een wachtwoordlengte van 20 posities vervalt de complexiteitseis. Het aantal foutieve inlogpogingen is maximaal 10. De tijdsduur dat een account wordt geblokkeerd na overschrijding van het aantal keer foutief inloggen, is vastgelegd. 9.4.3.2 2 In situaties waar geen two-factor authenticatie mogelijk is, wordt minimaal halfjaarlijks het wachtwoord vernieuwd (zie ook 9.4.2.1). 9.4.3.3 2 De eisen aan wachtwoorden moeten geautomatiseerd worden afgedwongen. 9.4.3.4 2 Initiële wachtwoorden en wachtwoorden die gereset zijn, hebben een maximale geldigheidsduur van een werkdag en moeten bij het eerste gebruik worden gewijzigd. 9.4.3.5 2 Wachtwoorden die voldoen aan het wachtwoordbeleid, hebben een maximale geldigheidsduur van een jaar. Daar waar het beleid niet toepasbaar is, geldt een maximale geldigheidsduur van zes maanden. 9.4.4 1 Speciale systeemhulpmiddelen gebruiken Het gebruik van systeemhulpmiddelen die in staat zijn om beheersmaatregelen voor systemen en toepassingen te omzeilen behoort te worden beperkt en nauwkeurig te worden gecontroleerd. Dienstenleverancier 9.4.4.1 1 Alleen bevoegd personeel heeft toegang tot systeemhulpmiddelen. 9.4.4.2 2 Het gebruik van systeemhulpmiddelen wordt gelogd. De logging is een halfjaar beschikbaar voor onderzoek. 9.4.5 1 Toegangsbeveiliging op programmabroncode Toegang tot de programmabroncode behoort te worden beperkt. Proceseigenaar Dienstenleverancier 10. Cryptografie 10.1 Cryptografische beheersmaatregelen Doelstelling: Zorgen voor correct en doeltreffend gebruik van cryptografie om de vertrouwelijkheid, authenticiteit en/of integriteit van informatie te beschermen. 10.1.1 2 Beleid inzake het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen Ter bescherming van informatie behoort een beleid voor het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Secretaris 10.1.1.1 2 In het cryptografiebeleid zijn minimaal de volgende onderwerpen uitgewerkt: Wanneer cryptografie ingezet wordt. Wie verantwoordelijk is voor de implementatie. Wie verantwoordelijk is voor het sleutelbeheer. Welke normen als basis dienen voor cryptografie en de wijze waarop de normen van het Forum worden toegepast. De wijze waarop het beschermingsniveau vastgesteld wordt. Bij communicatie tussen organisaties wordt het beleid onderling vastgesteld. 10.1.1.2 2 Cryptografische toepassingen voldoen aan passende standaarden. 10.1.2 1 Sleutelbeheer Er dient beleid te worden ontwikkeld en geïmplementeerd met betrekking tot het gebruik, de bescherming en de levensduur van cryptografische sleutels welke de gehele levensduur van de cryptografische sleutels omvat. Dienstenleverancier 10.1.2.1 2 Ingeval van PKIoverheid-certificaten: hanteer de PKIoverheid-eisen ten aanzien van het sleutelbeheer. In overige situaties: hanteer de standaard ISO 11770 voor het beheer van cryptografische sleutels. 10.1.2.2 2 Er zijn (contractuele) afspraken over reservecertificaten van een alternatieve leverancier als uit risicoafweging blijkt dat deze noodzakelijk zijn. 11. Fysieke beveiliging en beveiliging van de omgeving 11.1 Beveiligde gebieden Doelstelling: Onbevoegde fysieke toegang tot, schade aan en interferentie met informatie en informatie verwerkende faciliteiten van de organisatie voorkomen. 11.1.1 1 Fysieke beveiligingszone Beveiligingszones behoren te worden gedefinieerd en gebruikt om gebieden te beschermen die gevoelige of essentiële informatie en informatie verwerkende faciliteiten bevatten. Secretaris/algemeen directeur 11.1.1.1 1 Er wordt voor het inrichten van beveiligde zones gebruik gemaakt van standaarden. 11.1.2 1 Fysieke toegangsbeveiliging Beveiligde gebieden behoren te worden beschermd door passende toegangsbeveiliging om ervoor te zorgen dat alleen bevoegd personeel toegang krijgt. Secretaris/algemeen directeur 11.1.2.1 2 In geval van concrete beveiligingsrisico’s worden waarschuwingen, conform onderlinge afspraken, verzonden aan de relevante collega’s binnen het beveiligingsdomein van de overheid. 11.1.3 1 Kantoren, ruimten en faciliteiten beveiligen Voor kantoren, ruimten en faciliteiten behoort fysieke beveiliging te worden ontworpen en toegepast. Proceseigenaar Dienstenleverancier 11.1.3.1 1 Sleutelbeheer is ingericht op basis van een sleutelplan. 11.1.4 1 Beschermen tegen bedreigingen van buitenaf Tegen natuurrampen, kwaadwillige aanvallen of ongelukken behoort fysieke bescherming te worden ontworpen en toegepast. Proceseigenaar Dienstenleverancier 11.1.4.1 1 De organisatie heeft geïnventariseerd welke papieren archieven en apparatuur bedrijfskritisch zijn. Tegen bedreigingen van buitenaf zijn beveiligingsmaatregelen genomen op basis van een expliciete risicoafweging. 11.1.4.2 1 Bij huisvesting van IT-apparatuur wordt rekening gehouden met de kans op gevolgen van rampen veroorzaakt door de natuur en menselijk handelen. 11.1.5 2 Werken in beveiligde gebieden Voor het werken in beveiligde gebieden behoren procedures te worden ontwikkeld en toegepast. Proceseigenaar Dienstenleverancier 11.1.6 1 Laad- en loslocatie Toegangspunten zoals laad- en loslocaties en andere punten waar onbevoegde personen het terrein kunnen betreden, behoren te worden beheerst, en zo mogelijk te worden afgeschermd van informatie verwerkende faciliteiten om onbevoegde toegang te vermijden. Dienstenleverancier 11.2 Apparatuur Doelstelling: Verlies, schade, diefstal of compromittering van bedrijfsmiddelen en onderbreking van de bedrijfsvoering van de organisatie voorkomen. 11.2.1 1 Plaatsing en bescherming van apparatuur Apparatuur behoort zo te worden geplaatst en beschermd dat risico’s van bedreigingen en gevaren van buitenaf, alsook de kans op onbevoegde toegang worden verkleind. Dienstenleverancier 11.2.2 1 Nutsvoorzieningen Apparatuur behoort te worden beschermd tegen stroomuitval en andere verstoringen die worden veroorzaakt door ontregelingen in nutsvoorzieningen. Dienstenleverancier 11.2.3 1 Beveiliging van bekabeling Voedings- en telecommunicatiekabels voor het versturen van gegevens of die informatiediensten ondersteunen, behoren te worden beschermd tegen interceptie, verstoring of schade. Dienstenleverancier 11.2.4 1 Onderhoud van apparatuur Apparatuur behoort correct te worden onderhouden om de continue beschikbaarheid en integriteit ervan te waarborgen. Dienstenleverancier 11.2.5 1 Verwijdering van bedrijfsmiddelen Apparatuur, informatie en software behoren niet van de locatie te worden meegenomen zonder voorafgaande goedkeuring. Dienstenleverancier 11.2.6 1 Beveiliging van apparatuur en bedrijfsmiddelen buiten het terrein Bedrijfsmiddelen die zich buiten het terrein bevinden, behoren te worden beveiligd, waarbij rekening behoort te worden gehouden met de verschillende risico’s van werken buiten het terrein van de organisatie. Dienstenleverancier 11.2.7 1 Veilig verwijderen of hergebruiken van apparatuur Alle onderdelen van de apparatuur die opslagmedia bevatten, behoren te worden geverifieerd om te waarborgen dat gevoelige gegevens en in licentie gegeven software voorafgaand aan verwijdering of hergebruik zijn verwijderd of betrouwbaar veilig zijn overschreven. Dienstenleverancier Zie overheidsmaatregelen van 8.3.2. 11.2.8 1 Onbeheerde gebruikersapparatuur Gebruikers moeten ervoor zorgen dat onbeheerde apparatuur voldoende beschermd is. Proceseigenaar Dienstenleverancier 11.2.9 1 ‘Clear desk’- en ‘clear screen’-beleid Er behoort een ‘clear desk’-beleid voor papieren documenten en verwijderbare opslagmedia en een ‘clear screen’-beleid voor informatie verwerkende faciliteiten te worden ingesteld. Secretaris/algemeen directeur Dienstenleverancier 11.2.9.1 2 Een onbemensde werkplek is altijd vergrendeld. 11.2.9.2 2 Informatie wordt automatisch ontoegankelijk gemaakt met bijvoorbeeld een screensaver na een inactiviteit van maximaal 15 minuten. 11.2.9.3 2 Sessies op remote desktops worden op het remote platform vergrendeld na een vastgestelde periode. 11.2.9.4 2 Het overnemen van sessies op remote werkplekken op een andere werkplek is alleen mogelijk via dezelfde beveiligde loginprocedure als waarmee de sessie is gecreëerd. Na een expliciete risicoafweging mag hiervan worden afgeweken. 11.2.9.5 2 Bij het gebruik van een chipcardtoken voor toegang tot systemen wordt bij het verwijderen van het token de toegangsbeveiligingslock automatisch geactiveerd. 12. Beveiliging bedrijfsvoering 12.1 Bedieningsprocedures en verantwoordelijkheden Doelstelling: Correcte en veilige bediening van informatie verwerkende faciliteiten waarborgen. 12.1.1 1 Gedocumenteerde bedieningsprocedures Bedieningsprocedures behoren te worden gedocumenteerd en beschikbaar te worden gesteld aan alle gebruikers die ze nodig hebben. Proceseigenaar Dienstenleverancier 12.1.2 1 Wijzigingsbeheer Veranderingen in de organisatie, bedrijfsprocessen, informatie verwerkende faciliteiten en systemen die van invloed zijn op de informatiebeveiliging behoren te worden beheerst. Proceseigenaar Dienstenleverancier 12.1.2.1 1 In de procedure voor wijzigingenbeheer is minimaal aandacht besteed aan: het administreren van wijzigingen; risicoafweging van mogelijke gevolgen van de wijzigingen; goedkeuringsprocedure voor wijzigingen. 12.1.3 1 Capaciteitsbeheer Het gebruik van middelen behoort te worden gemonitord en afgestemd, en er behoren verwachtingen te worden opgesteld voor toekomstige capaciteitseisen om de vereiste systeemprestaties te waarborgen. Dienstenleverancier 12.1.4 1 Scheiding van ontwikkel-, test- en productieomgevingen Ontwikkel-, test- en productieomgevingen behoren te worden gescheiden om het risico van onbevoegde toegang tot of veranderingen aan de productieomgeving te verlagen. Proceseigenaar Dienstenleverancier 12.1.4.1 2 In de productieomgeving wordt niet getest. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar en schriftelijke vastlegging hiervan, kan hiervan worden afgeweken. 12.1.4.2 2 Wijzigingen in de productieomgeving worden altijd getest voordat zij in productie gebracht worden. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar en schriftelijke vastlegging hiervan, kan hiervan worden afgeweken. 12.2 Bescherming tegen malware Doelstelling: Waarborgen dat informatie en informatie verwerkende faciliteiten beschermd zijn tegen malware. 12.2.1 1 Beheersmaatregelen tegen malware Ter bescherming tegen malware behoren beheersmaatregelen voor detectie, preventie en herstel te worden geïmplementeerd, in combinatie met een passend bewustzijn van gebruikers. Secretaris/algemeen directeur Dienstenleverancier 12.2.1.1 1 Het downloaden van bestanden is beheerst en beperkt op basis van risico en need-of-use. 12.2.1.2 1 Gebruikers zijn voorgelicht over de risico’s ten aanzien van surfgedrag en het klikken op onbekende links. 12.2.1.3 1 De gebruikte antimalwaresoftware en bijbehorende herstelsoftware is actueel en wordt ondersteund door periodieke updates. 12.2.1.4 1 Computers en media worden als voorzorgsmaatregel routinematig gescand. De uitgevoerde scan behoort te omvatten: Alle bestanden die via netwerken of via elke vorm van opslagmedium zijn ontvangen, vóór gebruik op malware scannen. Bijlagen en downloads vóór gebruik. 12.2.1.5 1 De malwarescan wordt op verschillende omgevingen uitgevoerd, bijvoorbeeld op mailservers, desktopcomputers en bij de toegang tot het netwerk van de organisatie. 12.3 Back-up Doelstelling: Beschermen tegen het verlies van gegevens. 12.3.1 1 Back-up van informatie Regelmatig behoren back-upkopieën van informatie, software en systeemafbeeldingen te worden gemaakt en getest in overeenstemming met een overeengekomen back-upbeleid. Proceseigenaar Dienstenleverancier 12.3.1.1 1 Er is een back-upbeleid waarin de eisen voor het bewaren en beschermen zijn gedefinieerd en vastgesteld 12.3.1.2 1 Op basis van een expliciete risicoafweging is bepaald wat het maximaal toegestane dataverlies is en wat de maximale hersteltijd is na een incident. 12.3.1.3 2 In het back-upbeleid staan minimaal de volgende eisen: Dataverlies bedraagt maximaal 28 uur. Hersteltijd in geval van incidenten is maximaal 16 werkuren (twee dagen van 8 uur) in 85% van de gevallen. 12.3.1.4 2 Het back-upproces voorziet in opslag van de back-up op een locatie, waarbij een incident op de ene locatie niet kan leiden tot schade op de andere. 12.3.1.5 2 De restore procedure wordt minimaal jaarlijks getest of na een grote wijziging om de goede werking te waarborgen als deze in noodgevallen uitgevoerd moet worden. 12.4 Verslaglegging en monitoren Doelstelling: Gebeurtenissen vastleggen en bewijs verzamelen. 12.4.1 1 Gebeurtenissen registreren Logbestanden van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren, behoren te worden gemaakt, bewaard en regelmatig te worden beoordeeld. Proceseigenaar Dienstenleverancier 12.4.1.1 1 Een logregel bevat minimaal: de gebeurtenis; de benodigde informatie die nodig is om het incident met hoge mate van zekerheid te herleiden tot een natuurlijk persoon; het gebruikte apparaat; het resultaat van de handeling; een datum en tijdstip van de gebeurtenis. 12.4.1.2 1 Een logregel bevat in geen geval gegevens die tot het doorbreken van de beveiliging kunnen leiden. 12.4.1.3 2 De informatieverwerkende omgeving wordt gemonitord door een SIEM en/of SOC middels detectie-voorzieningen, zoals het Nationaal Detectie Netwerk (alleen voor rijksoverheidsorganisaties). Deze worden ingezet op basis van een risico-inschatting, mede aan de hand van de aard van de te beschermen gegevens en informatiesystemen, zodat aanvallen kunnen worden gedetecteerd. 12.4.1.4 2 Bij ontdekte nieuwe dreigingen (aanvallen) via 12.4.1.3 worden deze binnen geldende juridische kaders verplicht gedeeld binnen de overheid, waaronder met het NCSC (alleen voor rijksoverheidsorganisaties) of via de sectorale CERT (voor andere overheidsorganisaties), middels (bij voorkeur geautomatiseerde) threat intelligence sharing mechanismen. 12.4.1.5 2 De SIEM en/of SOC hebben heldere regels over wanneer een incident moet worden gerapporteerd aan het verantwoordelijk management. 12.4.2 1 Beschermen van informatie in logbestanden Logfaciliteiten en informatie in logbestanden behoren te worden beschermd tegen vervalsing en onbevoegde toegang. Dienstenleverancier 12.4.2.1 1 Er is een overzicht van logbestanden die worden gegenereerd. 12.4.2.2 1 Ten behoeve van de loganalyse is op basis van een expliciete risicoafweging de bewaarperiode van de logging bepaald. Binnen deze periode is de beschikbaarheid van de loginformatie gewaarborgd. 12.4.2.3 2 Er is een (onafhankelijke) interne audit procedure die minimaal half jaarlijks toetst op het ongewijzigd bestaan van logbestanden. 12.4.2.4 2 Oneigenlijk wijzigen of verwijderen van loggegevens of pogingen daartoe worden zo snel mogelijk gemeld als beveiligingsincident via de procedure voor informatiebeveiligingsincidenten conform hoofdstuk 16. 12.4.3 1 Logbestanden van beheerders en operators Activiteiten van systeembeheerders en -operators behoren te worden vastgelegd en de logbestanden behoren te worden beschermd en regelmatig te worden beoordeeld. Dienstenleverancier 12.4.4 1 Kloksynchronisatie De klokken van alle relevante informatie verwerkende systemen binnen een organisatie of beveiligingsdomein behoren te worden gesynchroniseerd met één referentietijdbron. Dienstenleverancier 12.5 Beheersing van operationele software Doelstelling: De integriteit van operationele systemen waarborgen. 12.5.1 1 Software installeren op operationele systemen Om het op operationele systemen installeren van software te beheersen behoren procedures te worden geïmplementeerd. Dienstenleverancier 12.6 Beheer van technische kwetsbaarheden Doelstelling: Benutting van technische kwetsbaarheden voorkomen. 12.6.1 1 Beheer van technische kwetsbaarheden Informatie over technische kwetsbaarheden van informatiesystemen die worden gebruikt behoort tijdig te worden verkregen, de blootstelling van de organisatie aan dergelijke kwetsbaarheden te worden geëvalueerd en passende maatregelen te worden genomen om het risico dat ermee samenhangt aan te pakken. Dienstenleverancier 12.6.1.1 1 Als de kans op misbruik en de verwachte schade beide hoog zijn (NCSC-classificatie kwetsbaarheidswaarschuwingen), worden patches zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen een week geïnstalleerd. In de tussentijd worden op basis van een expliciete risicoafweging mitigerende maatregelen getroffen. 12.6.2 1 Beperkingen voor het installeren van software Voor het door gebruikers installeren van software behoren regels te worden vastgesteld en te worden geïmplementeerd. Dienstenleverancier 12.6.2.1 2 Gebruikers kunnen op hun werkomgeving niets zelf installeren, anders dan wat via de ICT-leverancier wordt aangeboden of wordt toegestaan (whitelist). 12.7 Overwegingen betreffende audits van informatiesystemen Doelstelling: De impact van auditactiviteiten op uitvoeringssystemen zo gering mogelijk maken. 12.7.1 1 Beheersmaatregelen betreffende audits van informatiesystemen Auditeisen en -activiteiten die verificatie van uitvoeringssystemen met zich meebrengen, behoren zorgvuldig te worden gepland en afgestemd om bedrijfsprocessen zo min mogelijk te verstoren. Proceseigenaar Dienstenleverancier 13. Communicatiebeveiliging 13.1 Beheer van netwerkbeveiliging Doelstelling: De bescherming van informatie in netwerken en de ondersteunende informatie verwerkende faciliteiten waarborgen. 13.1.1 1 Beheersmaatregelen voor netwerken Netwerken behoren te worden beheerd en beheerst om informatie in systemen en toepassingen te beschermen. Dienstenleverancier 13.1.2 1 Beveiliging van netwerkdiensten Beveiligingsmechanismen, dienstverleningsniveaus en beheer eisen voor alle netwerkdiensten behoren te worden geïdentificeerd en opgenomen in overeenkomsten betreffende netwerkdiensten. Dit geldt zowel voor diensten die intern worden geleverd als voor uitbestede diensten. Dienstenleverancier 13.1.2.1 2 Het dataverkeer dat de organisatie binnenkomt of uitgaat wordt bewaakt / geanalyseerd op kwaadaardige elementen middels detectievoorzieningen (zoals beschreven in de richtlijn voor implementatie van detectieoplossingen), zoals het Nationaal Detectie Netwerk (alleen voor rijksoverheidsorganisaties) of GDI, die worden ingezet op basis van een risico-inschatting, mede aan de hand van de aard van de te beschermen gegevens en informatiesystemen. 13.1.2.2 2 Bij ontdekte nieuwe dreigingen vanuit 13.1.2.1 worden deze, rekening houdend met de geldende juridische kaders, verplicht gedeeld binnen de overheid, waaronder met het NCSC (alleen voor rijksoverheidsorganisaties) of de sectorale CERT, bij voorkeur door geautomatiseerde mechanismen (threat intelligence sharing). 13.1.2.3 2 Bij draadloze verbindingen zoals wifi en bij bedrade verbindingen buiten het gecontroleerd gebied wordt gebruik gemaakt van encryptiemiddelen waarvoor het NBV een positief inzetadvies heeft afgegeven. 13.1.2.4 1 In koppelpunten met externe of onvertrouwde zones zijn maatregelen getroffen om mogelijke aanvallen die de beschikbaarheid van de informatievoorziening negatief beïnvloeden (bijvoorbeeld DDoS-aanvallen, Distributed Denial of Service attacks) te signaleren en hierop te reageren. 13.1.3 1 Scheiding in netwerken Groepen van informatiediensten, -gebruikers en -systemen behoren in netwerken te worden gescheiden. Dienstenleverancier 13.1.3.1 2 Alle gescheiden groepen hebben een gedefinieerd beveiligingsniveau. 13.2 Informatietransport Doelstelling: Handhaven van de beveiliging van informatie die wordt uitgewisseld binnen een organisatie en met een externe entiteit. 13.2.1 1 Beleid en procedures voor informatietransport Ter bescherming van het informatietransport, dat via alle soorten communicatiefaciliteiten verloopt, behoren formele beleidsregels, procedures en beheersmaatregelen voor transport van kracht te zijn. Secretaris/algemeen directeur 13.2.2 1 Overeenkomsten over informatietransport Overeenkomsten behoren betrekking te hebben op het beveiligd transporteren van bedrijfsinformatie tussen de organisatie en externe partijen. Proceseigenaar Dienstenleverancier 13.2.3 1 Elektronische berichten Informatie die is opgenomen in elektronische berichten behoord passend te zijn beschermd. Dienstenleverancier 13.2.3.1 1 Voor de beveiliging van elektronische (e-mail)berichten gelden de vastgestelde open standaarden tegen phishing en afluisteren op de ‘pas toe of leg uit’-lijst van het Forum. Voor beveiliging van websiteverkeer gelden de open standaarden tegen afluisteren op de ‘pas toe of leg uit’-lijst van het Forum. 13.2.3.2 2 Voor veilige berichtenuitwisseling met basisregistraties wordt, conform de ‘pas toe of leg uit’-lijst van het Forum, gebruik gemaakt van de actuele versie van Digikoppeling. 13.2.3.3 2 Maak gebruik van PKIoverheid-certificaten bij web- en mailverkeer van gevoelige gegevens. Gevoelige gegevens zijn onder andere digitale documenten binnen de overheid waar gebruikers rechten aan kunnen ontlenen. 13.2.3.4 2 Om zekerheid te bieden over de integriteit van het elektronische bericht, wordt voor elektronische handtekeningen gebruik gemaakt van de AdES Baseline Profile standaard. 13.2.4 1 Vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsovereenkomst Eisen voor vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsovereenkomsten die de behoeften van de organisatie betreffende het beschermen van informatie weerspiegelen, behoren te worden vastgesteld, regelmatig te worden beoordeeld en gedocumenteerd. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar Dienstenleverancier 14. Acquisitie, ontwikkeling en onderhoud van informatiesystemen 14.1 Beveiligingseisen voor informatiesystemen Doelstelling: Waarborgen dat informatiebeveiliging integraal deel uitmaakt van informatiesystemen in de gehele levenscyclus. Hiertoe behoren ook de eisen voor informatiesystemen die diensten verlenen via openbare netwerken. 14.1.1 1 Analyse en specificatie van informatiebeveiligingseisen De eisen die verband houden met informatiebeveiliging behoren te worden opgenomen in de eisen voor nieuwe informatiesystemen of voor uitbreidingen van bestaande informatiesystemen. Proceseigenaar 14.1.1.1 1 Bij nieuwe informatiesystemen en bij wijzigingen op bestaande informatiesystemen moet een expliciete risicoafweging worden uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de beveiligingseisen, uitgaande van de BIO. 14.1.2 1 Toepassingen op openbare netwerken beveiligen Informatie die deel uitmaakt van uitvoeringsdiensten en die via openbare netwerken wordt uitgewisseld, behoort te worden beschermd tegen frauduleuze activiteiten, geschillen over contracten en onbevoegde openbaarmaking en wijziging. Dienstenleverancier Zie overheidsmaatregel 13.2.3.3. 14.1.3 1 Transacties van toepassingen beschermen Informatie die deel uitmaakt van transacties van toepassingen behoort te worden beschermd ter voorkoming van onvolledige overdracht, foutieve routering, onbevoegd wijzigen van berichten, onbevoegd openbaar maken, onbevoegd vermenigvuldigen of afspelen. Dienstenleverancier Zie overheidsmaatregel 13.2.3.3. 14.2 Beveiliging in ontwikkelings- en ondersteunende processen Doelstelling: Bewerkstelligen dat informatiebeveiliging wordt ontworpen en geïmplementeerd binnen de ontwikkelingslevenscyclus van informatiesystemen. 14.2.1 1 Beleid voor beveiligd ontwikkelen Voor het ontwikkelen van software en systemen behoren regels te worden vastgesteld en op ontwikkelactiviteiten binnen de organisatie te worden toegepast. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 14.2.1.1 1 De gangbare principes rondom ‘security by design’ zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen. 14.2.2 1 Procedures voor wijzigingsbeheer met betrekking tot systemen Wijzigingen aan systemen binnen de levenscyclus van de ontwikkeling behoren te worden beheerst door het gebruik van formele procedures voor wijzigingsbeheer. Proceseigenaar Dienstenleverancier 14.2.2.1 1 Wijzigingsbeheer vindt plaats op basis van een algemeen geaccepteerd beheerframework. 14.2.3 2 Technische beoordeling van toepassingen na wijzigingen besturingsplatform Als besturingsplatforms zijn veranderd, behoren bedrijfskritische toepassingen te worden beoordeeld en getest om te waarborgen dat er geen nadelige impact is op de activiteiten of de beveiliging van de organisatie. Dienstenleverancier 14.2.4 - Vervallen - 14.2.5 1 Principes voor engineering van beveiligde systemen Principes voor de engineering van beveiligde systemen behoren te worden vastgesteld, gedocumenteerd, onderhouden en toegepast voor alle verrichtingen betreffende het implementeren van informatiesystemen. Dienstenleverancier 14.2.5.1 1 Zie overheidsmaatregel 14.2.1.1 14.2.6 1 Beveiligde ontwikkelomgeving Organisaties behoren beveiligde ontwikkelomgevingen vast te stellen en passend te beveiligen voor verrichtingen op het gebied van systeemontwikkeling en integratie, die betrekking hebben op de gehele levenscyclus van de systeemontwikkeling. Dienstenleverancier 14.2.6.1 1 Systeemontwikkelomgevingen worden passend beveiligd op basis van een expliciete risicoafweging 14.2.7 1 Uitbestede softwareontwikkeling Uitbestede systeemontwikkeling behoort onder supervisie te staan van en te worden gemonitord door de organisatie. Proceseigenaar 14.2.7.1 1 Een voorwaarde voor uitbestedingstrajecten is een expliciete risicoafweging. De noodzakelijke beveiligingsmaatregelen die daaruit volgen worden aan de leverancier opgelegd. 14.2.8 1 Testen van systeembeveiliging Tijdens ontwikkelactiviteiten behoort de beveiligingsfunctionaliteit te worden getest. Dienstenleverancier 14.2.9 1 Systeemacceptatietests Voor nieuwe informatiesystemen, upgrades en nieuwe versies behoren programma’s voor het uitvoeren van acceptatietests en gerelateerde criteria te worden vastgesteld. Proceseigenaar Dienstenleverancier 14.2.9.1 1 Voor acceptatietesten van systemen worden gestructureerde testmethodieken gebruikt. De testen worden bij voorkeur geautomatiseerd uitgevoerd. 14.2.9.2 1 Van de resultaten van de testen wordt verslag gemaakt. 14.3 Testgegevens Doelstelling: Bescherming waarborgen van gegevens die voor het testen zijn gebruikt. 14.3.1 2 Bescherming van testgegevens Testgegevens behoren zorgvuldig te worden gekozen, beschermd en gecontroleerd. Proceseigenaar Dienstenleverancier 15. Leveranciersrelaties 15.1 Informatiebeveiliging in leveranciersrelaties Doelstelling: De bescherming waarborgen van bedrijfsmiddelen van de organisatie die toegankelijk zijn voor leveranciers. 15.1.1 1 Informatiebeveiligingsbeleid voor leveranciersrelaties Met de leverancier behoren de informatiebeveiligingseisen om risico’s te verlagen die verband houden met de toegang van de leverancier tot de bedrijfsmiddelen van de organisatie, te worden overeengekomen en gedocumenteerd. Secretaris/algemeen directeur Proceseigenaar 15.1.1.1 1 Bij offerteaanvragen waar informatie(voorziening) een rol speelt, worden eisen ten aanzien van informatiebeveiliging (beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid) benoemd. Deze eisen zijn gebaseerd op een expliciete risicoafweging. 15.1.1.2 2 Op basis van een expliciete risicoafweging worden de beheersmaatregelen met betrekking tot leverancierstoegang tot bedrijfsinformatie vastgesteld. 15.1.1.3 2 Met alle leveranciers die als verwerker voor of namens de organisatie persoonsgegevens verwerken, worden verwerkersovereenkomsten gesloten waarin alle wettelijk vereiste afspraken zijn vastgesteld. 15.1.2 1 Opnemen van beveiligingsaspecten in leveranciersovereenkomsten Alle relevante informatiebeveiligingseisen behoren te worden vastgesteld en overeengekomen met elke leverancier die toegang heeft tot IT-infrastructuurelementen ten behoeve van de informatie van de organisatie, of deze verwerkt, opslaat, communiceert of biedt. Proceseigenaar Dienstenleverancier 15.1.2.1 1 De beveiligingseisen uit de offerteaanvraag worden expliciet opgenomen in de (inkoop)contracten waar informatie een rol speelt. 15.1.2.2 1 In de inkoopcontracten worden expliciet prestatie-indicatoren en de bijbehorende verantwoordingsrapportages opgenomen. 15.1.2.3 1 In situaties waarin contractvoorwaarden worden opgelegd door leveranciers, is voorafgaand aan het tekenen van het contract met een risicoafweging helder gemaakt wat de consequenties hiervan zijn voor de organisatie. Expliciet is gemaakt welke consequenties geaccepteerd worden en welke gemitigeerd moeten zijn bij het aangaan van de overeenkomst. 15.1.2.4 1 Ter waarborging van vertrouwelijkheid of geheimhouding worden bij IT-inkopen standaardvoorwaarden voor inkoop gehanteerd. 15.1.2.5 2 Voordat een contract wordt afgesloten, wordt in een risicoafweging bepaald of de afhankelijkheid van een leverancier beheersbaar is. Een vast onderdeel van het contract is een expliciete uitwerking van de exit-strategie. 15.1.2.6 2 In inkoopcontracten wordt expliciet de mogelijkheid van een externe audit opgenomen waarmee de betrouwbaarheid van de geleverde dienst kan worden getoetst. Een audit is niet nodig als de contractant door middel van certificering aantoont dat de gewenste betrouwbaarheid van de dienst is geborgd. 15.1.3 1 Toeleveringsketen van informatie- en communicatietechnologie Overeenkomsten met leveranciers behoren eisen te bevatten die betrekking hebben op de informatiebeveiligingsrisico’s in verband met de toeleveringsketen van de diensten en producten op het gebied v