Nadere regels Wmo Gemeente Opmeer 2024 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Inleiding Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer; gelet op het besluit van de raad op 15 december 2022 tot vaststelling van de Verordening Wmo gemeente Opmeer 2023; overwegende dat de bepalingen van de Verordening Wmo gemeente Opmeer 2023 nadere invulling behoeven door middel van nadere regels besluit vast te stellen de Nadere regels Wmo gemeente Opmeer
(3)etmalen in één week per kalenderjaar van deze zorg gebruik. Er is sprake van (dreigende) overbelasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert. Wanneer de mantelzorger of ondersteuner de zorg tijdelijk wil onderbreken om rust te nemen. Er niemand is die tijdelijk de begeleiding of steun kan overnemen en ook mantelzorgondersteuning vanuit de zorgverzekering niet afdoende is. Er is geen indicatie via de Wet langdurige zorg (Wlz). Indien de veiligheid van de cliënt kan worden gewaarborgd, kan bij uitzondering kortdurend verblijf zonder individuele begeleiding en dagbesteding in het sociaal netwerk worden toegewezen. Artikel3.8Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen De ‘ Nadere regels Toegang tot Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Beschermd Thuis Westfriesland’ zijn opgesteld door gemeente Hoorn namens de Westfriese gemeenten (WF7). Artikel3.9Voorwaarden voor verstrekking van een tegemoetkoming voor een woonvoorziening 1.Om te bewerkstelligen dat de woningaanpassing wordt uitgevoerd conform het programma van eisen en er aldus een adequate aanpassing wordt verstrekt, is een aantal voorwaarden gesteld om de toegekende tegemoetkoming ook daadwerkelijk uit te betalen. De voorwaarden moeten ook middels de beschikking aan de aanvrager en eventueel aan de woningeigenaar, als die niet de aanvrager is, worden bekendgemaakt. Het zijn immers de voorwaarden waaraan het besluit is gebonden. 2.De volgende voorwaarden zijn van toepassing: Er mag niet reeds voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming betrekking heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het college; Aan door het college aangewezen personen wordt door de eigenaar of huurder toegang verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt aangebracht; Aan de onder b. genoemde personen wordt inzicht geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing; Aan de onder b. genoemde personen wordt gelegenheid geboden tot het controleren van de woningaanpassing; Meteen na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen 12 maanden na het toekennen van de financiële tegemoetkoming verklaart de gerechtigde van de financiële tegemoetkoming aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het programma van eisen (PvE); De gereed melding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming; De gereed melding, gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële tegemoetkoming is verleend. Alle rekeningen en betalingsbewijzen worden bijgevoegd. Artikel3.10Opstalverzekering Bij het vergroten van de woning wordt ervan uitgegaan dat de eigenaar van de woning zijn opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de woning aanpast. Artikel3.11Rolstoel Indien een rolstoel aan de hand van bijvoorbeeld verstrekkingsvorm Pgb wordt afgegeven dient de aanvrager er voor zorg te dragen dat deze voldoet aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR) indien deze gebruikt gaat worden voor vervoer per taxi-bus of openbaar vervoer. Artikel3.12Vervoersvoorzieningen Vervoersvoorzieningen maken het mensen met een bepekring mogelijk om zich lokaal te verplaatsen. Als de cliënt het openbaar vervoer niet kan bereiken of geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, kan de cliënt in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening. Hoofdstuk4.Toegangs- en financieringsvormen tot een maatwerkvoorziening Artikel4.1Persoonsgebonden budget 1.Vereiste Pgb-vaardigheden In aanvulling op artikel 6 lid 3 van de verordening omvat Pgb-vaardigheid onder meer de volgende onderdelen: Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan. Financieel beheer. Zorginhoudelijk beheer. Werkgeverschap. a. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan Een budgethouder is in staat om de doelstellingen en de resultaten, uit het perspectiefplan te kunnen vertalen in een persoonlijk budgetplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een persoonlijk budgetplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invullen van het persoonlijk budgetplan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of beheerder: Kennis van het doel van de Wmo 2015; Kennis hebben van beperkingen en stoornissen/de hulpvraag; Kennis hebben om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en hun omvang om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen; Kennis hebben van kosten in relatie tot de inzet van activiteiten; Zelf het pgb-plan/budgetplan hebben opgesteld/ingevuld; Kennis over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen; Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift. b. Financieel beheer Een budgethouders moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Kunnen ordenen; Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en insturen; Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget; Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten; Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt; Digitaal vaardig zijn. c. Zorginhoudelijk beheer De zorginhoudelijk beheerder moet in staat zijn om de doelstellingen in het ondersteuningsplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd; Opzetten van een werkrooster; Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen; Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen; In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig; In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen; In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(s) en zorgovereenkomsten correct te kunnen invullen en afsluiten; Aansturing en inwerken van de zorgverlener. d. Werkgeverschap (3 dagen ondersteuning of meer) De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen (indien van toepassing). Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen; Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd; Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd; Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente informeren; Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte; Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon; Correct hanteren van de opzegtermijn.
- Vereisten aan wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde als budgethouder. Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de beheerder stellen we de volgende eisen: In de Wmo zijn de beheerder en de persoon die de ondersteuning levert niet dezelfde, maar in uitzonderlijke gevallen kan de medewerker van het WIJkteam OpMEER daar specifiek toestemming voor geven; De beheerder moet dezelfde pgb-vaardigheden in huis hebben als genoemd in lid 1; De beheerder toont aan dat ondanks de fysieke afstand van de budgethouder kan worden voldaan aan de taken een verantwoordelijkheden en woont op een redelijke afstand; Als een toekomstig budgethouder een wettelijk vertegenwoordiger heeft kan deze ook als beheerder worden aangewezen; De beheerder van het pgb wordt niet uit het pgb betaald; Het aanstellen van een beheerder is een vrijwillige en bewuste keuze van de aanvrager en is niet onder druk van de beheerder gebeurd; De budgethouder heeft zelf de keuze gemaakt voor pgb in plaats van zorg in natura en niet de beheerder; De beheerder kennis heeft op het gebied van zowel financiën als zorgtaken; De beheerder mag zelf niet onder bewind staan; De beheerder mag niet meer dan 3 budgethouders bedienen. Artikel4.2Financiële tegemoetkoming 1.Een financiële tegemoetkoming is een verstrekkingsvorm voor een maatwerkvoorziening. 2.Het college kan een financiële tegemoetkoming ter beschikking stellen voor eenmalige pgb’s. 3.Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat een cliënt wordt toegewezen als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een geïndiceerde voorziening aan te schaffen. 4.De financiële tegemoetkoming levert een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, zonder dat deze kostendekkend hoeft te zijn. Aan een financiële tegemoetkoming zijn dezelfde kwaliteitseisen verbonden zoals deze gelden door levering van gecontracteerde partijen via zorg in natura. Artikel4.3Kwaliteit in te kopen ondersteuning bij verstrekkingsvorm Pgb De kwaliteit van de in te kopen of ingekochte ondersteuning is belangrijk om de doelen en resultaten die in het ondersteuningsplan zijn opgesteld effectief in te zetten en uiteindelijk tot een goed eindresultaat te leiden. In de wet is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet worden verstrekt. De eisen zoals geformuleerd in de wet behoeft vertaling naar werkbare eisen, waarover duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Om te kunnen spreken van goede kwaliteit van ondersteuning worden in aanvulling op artikel 9 van de verordening de volgende eisen gesteld: Basiseisen: Kan garanderen dat de ondersteuningscontinuïteit gewaarborgd is. De ondersteuning is tijdig en conform afspraak. De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de budgethouder en op andere vormen van zorg of hulp. De ondersteuning wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de budgethouder. De zorgverlener, budgethouder of budgetbeheerder heeft een actieve signaleringsplicht richting het WIJkteam OpMEER ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de budgethouder aan meer of andere zorg. De te leveren ondersteuning is vastgesteld in het perspectiefplan. De zorg of hulp leidt tot het behalen van de doelen en resultaten die beschreven staan in het perspectiefplan. De zorgverlener spreekt de taal van de budgethouder en er is een gelijkwaardige, volwassen relatie. De budgethouder heeft vertrouwen in de zorgverlener. De budgethouder kan zijn verhaal goed kwijt, de zorgverlener luistert en sluit aan bij de behoeften van de budgethouder. Er is oog voor alle levensgebieden, zoals de woon-, werk- en leefomgeving van de budgethouder. De budgethouder kan zijn familie en mantelzorger betrekken in de zorg, de zorgverlener houdt daar rekening mee. De budgethouder kan erop vertrouwen dat de zorgverlener de juiste expertise en ervaring heeft. Iedere zorgverlener heeft een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Eisen voor niet-professionele ondersteuning: De zorgverlener is op de hoogte van de omgevingsfactoren. De zorgverlener voldoet aan de basiseisen, zoals omschreven in artikel 4.
- De zorgverlener heeft de juiste inzet of deskundigheid die verlangd wordt bij de zorgvraag. Eisen voor professionele ondersteuning: De zorgverlener voldoet aan de basiseisen, zoals omschreven in artikel 4.
- De zorgverlener is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in het zorgdomein. Ondersteuning op HBO en WO niveau bij: psychosociale problematiek, psychische problematiek (PSY), profiel 1; (licht) verstandelijke beperking ([L]VB), profiel 2; cognitieve achteruitgang/psychogeriatrische problematiek, profiel 3; lichamelijke beperking (LB), profiel 5a. lichamelijke beperking (LB-NAH), profiel 5b. beschermd thuis (BT), profiel
- beschermd wonen (BW), profiel
- De ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de budgethouder. De zorgverlener draagt zorg voor scholing om medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken. In geval van een zzp-er draagt deze zelf de verantwoordelijkheid voor de hierboven geformuleerde eis. Medewerkers, indien van toepassing, zijn geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie. De zorgverlener draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers. De zorgverlener heeft een systematische kwaliteitsbewaking. De zorgverlener voldoet aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria voor ingekochte zorg. De zorgverlener heeft de meldplicht om calamiteiten en geweld binnen 24 uur te melden aan gemeenten of inspectie voor gezondheidszorg. De zorgverlener heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen. De zorgverlener stelt via het perspectiefplan een plan van aanpak op hoe het resultaat behaald gaat worden. Artikel4.4Pgb-toetsgesprek en een (tussentijdse) evaluatiegesprek door het WIJkteam OpMEER 1.Het pgb-toetsgesprek is een goed middel om vooraf te beoordelen of de budgethouder en/of budgetbeheerder pgb-vaardig zijn en of het pgb juist besteed gaat worden. Een toekomstig budgethouder kan zich door het WIJkteam OpMEER laten informeren over de taken en verantwoordelijkheden als budgethouder. Alleen als de toekomstig budgethouder en de budgetbeheerder, als er sprake is van een vertegenwoordiger of gemachtigde, aanwezig zijn kan een pgb-toetsgesprek plaatsvinden. De eisen die gesteld worden voor een effectief pgb-toetsgesprek zijn: De toekomstig budgethouder mag altijd een onafhankelijk cliëntondersteuner meenemen. Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een checklist van de pgb-vaardigheden en van de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de aanbieder. Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstige budgethouder of budgetbeheerder een format voor een persoonlijk budgetplan om in aan te geven hoe het pgb budget ingezet gaat worden door vermelding van de activiteiten en resultaten. Tijdens het pgb-toetsgesprek neemt de toekomstig budgethouder een ingevulde zorgovereenkomst mee (model SVB). Het pgb-toetsgesprek wordt vastgelegd in het perspectiefplan. De medewerker van het WIJkteam OpMEER mag besluiten een pgb-toetsgesprek te houden in aanwezigheid van een tweede collega of een toezichthouder. 2.Een evaluatiegesprek is noodzakelijk om te onderzoeken hoe de budgethouder en de zorgverlener werken aan de doelstelling. Tijdens een evaluatiegesprek kunnen de doelen bijgesteld worden en zo ook het budget. Uitgaande van een indicatietermijn van één jaar zou op de helft van de termijn een evaluatiegesprek moeten plaatsvinden om teneinde nog te kunnen bijsturen op de doelen die gesteld zijn. Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven voor twee jaar. Voor alle termijnen geldt: Op de helft van de indicatietermijn wordt door het WIJkteam OpMEER een evaluatiegesprek afgesproken met de budgethouder/budgetbeheerder. Aan het eind van de indicatietermijn wordt er een evaluatiegesprek gehouden om vast te stellen de geleverde ondersteuning voortgezet, afgeschaald, opgehoogd of stopgezet kan worden. Artikel4.5Betalingen via een pgb 1.De volgende uitgaven mogen worden betaald uit het pgb: facturen voor de geleverde zorg; uitbetaling van een zorgverlener woonachtig in Nederland, ingeschreven in de BRP. Doorbetaling in het buitenland is alleen mogelijk voor persoonlijke begeleiding (Wmo), mits dit is opgenomen in het perspectiefplan en toestemming is verkregen middels een beschikking; eenmalige uitkering bij overlijden voor de periode van de dag van overlijden tot aan het einde van de desbetreffende maand. 2.De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb (niet limitatief): maandlonen, al dan niet automatisch uitgekeerd; reiskosten voor een hulpverlener; kosten voor bemiddeling; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor het aanvragen van een VOG; kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en/of beheren van het pgb; kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo; kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt; zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen zoals maatschappelijke opvang; eigen bijdragen; consumentenbestedingen zoals toegangskaartjes voor de stoomtram, musea of een fiets; zorg die direct ingezet moet worden (crisishulp); kosten gemaakt vooraf aan de beschikkingsperiode; zorg die vanuit een algemene of een collectieve voorziening komt; ondersteuning die niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat; aanvullend Openbaar Vervoer (AOV); onkosten zoals postzegels, cadeautjes, telefoonkosten; vrij besteedbaar c.q. verantwoordingsvrij bedrag; eenmalige uitkering; feestdagenvergoeding. Artikel4.6Combinatie pgb en zorg in natura Wmo Om een goede sturing te houden op een afgegeven arrangement, kan het arrangement in de volgende vorm worden afgegeven: Als op meerdere resultaatgebieden één arrangement voor diensten (begeleiding, dagbesteding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning) wordt samengesteld, heeft het de voorkeur dit in één vorm te verstrekken. Dit kan zijn of zorg in natura of in pgb. Artikel 7 lid 3 sub e van de verordening geeft de mogelijkheid hier van af te zien. Deze regeling is specifiek bedoeld voor cliënten welke al vóór 1 januari 2020 zowel een Wmo-maatwerkvoorziening in ZIN als Pgb ontvingen. Een fysieke voorziening zoals een hulpmiddel of woonvoorziening kan in een andere vorm worden verstrekt naast het hierboven genoemde arrangement van diensten. Hoofdstuk5.Terug- en invordering Artikel5.1Terugvordering 1.Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 11 van de verordening kan het college de navolgende, verstrekte maatwerkvoorzieningen, terugvorderen: financiële tegemoetkoming; pgb, en/of; het bedrag wat de gemeente aan een voorziening in natura heeft vergoed of verstrekt. 2.Het college houdt zich het recht voor terug te vorderen bij een budgethouder, zijn budgetbeheerder of de aanbieder in geval van schuld of mede-schuld bij oneigenlijk gebruik, onrechtmatige besteding, misbruik of fraude. Artikel5.2Afzien van terugvordering 1.Indien verwijtbaarheid aan de zijde van de cliënt ontbreekt, kan het college in individuele gevallen gedeeltelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. 2.In geval van dringende redenen kan het college in individuele gevallen tijdelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. Bij dringende redenen moet gedacht worden aan (niet limitatieve) situaties als: het hebben van een levensbedreigende ziekte, of het hebben van (grote) schulden. Artikel5.3Afzien van (verdere) invordering 1.Komt de cliënt te overlijden dan kan het college onderzoeken of de vordering op de nalatenschap kan worden verhaald. 2.Op verzoek van de cliënt of van de schuldhulpverlener van de gemeente kan worden afgezien van (verdere) invordering als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het tot stand laten komen van een schuldregeling. 3.Van invordering kan niet worden afgezien als: de vordering is ontstaan als gevolg van fraude, onrechtmatig en/of verwijtbaar gedrag van de cliënt of diens echtgenoot of geregistreerd partner, of; medewerking van het college aan een schuldregeling is toegezegd en binnen twaalf maanden nadien geen regeling tot stand is gekomen. Artikel5.4Aflossing 1.De vordering dient in een keer te worden terugbetaald. Is terugbetaling van de vordering in een keer niet mogelijk, dan vindt terugbetaling plaats in termijnen totdat het gehele verschuldigde bedrag is terugbetaald. 2.Bij vaststelling van het termijnbedrag dient rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet. Artikel5.5Teruggaaf hulpmiddel dat verstrekt is in de vorm van een pgb 1.Als een hulpmiddel binnen de gestelde periode waarvoor het pgb is verstrekt niet langer wordt gebruikt dient dit binnen 30 dagen aan de gemeente te worden gemeld. Het bedrag van het pgb moet vervolgens naar rato worden terugbetaald, dan wel het hulpmiddel in eigendom aan de gemeente te worden overgedragen. Hiervoor wordt geen vergoeding verstrekt. 2.Bij verhuizing naar een andere gemeente dient het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom aan de gemeente te worden overgedragen dan wel dient naar rato het bedrag van het pgb door de cliënt of door de gemeente van de nieuwe woonplaats te worden terugbetaald. 3.In geval van overlijden van de aanvrager dienen de erven ofwel het bedrag naar rato terug te betalen of het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom over te dragen aan de gemeente. 4.De hoogte van het terug te betalen pgb wordt berekend door het aantal hele maanden vanaf moment van niet gebruik tot aan het eind van de afschrijvingstermijn te delen door de voor hulpmiddel van toepassing zijnde afschrijvingstermijn in maanden en deze breuk vervolgens te vermenigvuldigen met de hoogte van het oorspronkelijk verstrekte pgb. Hoofdstuk6.Mantelzorgwaardering Artikel6.1Huishoudelijke Hulp Toelage voor mantelzorgers (HHT) 1.Algemeen De situatie van elke mantelzorger is anders. Soms geven zij mantelzorg aan hun kind(eren) of hun partner thuis, soms aan familie of vrienden die ergens anders wonen. Extra hulp kan het voor de mantelzorger makkelijker maken om werk en zorgen voor jezelf en een ander vol te houden. Daarom is er de huishoudelijke hulptoelage (HHT). Op die manier blijft er voor mantelzorgers ook tijd over voor andere dingen. Deze extra hulp voor 36 uur per jaar (gemiddeld 3 uur in de maand) kan bij hun thuis of bij degene die zij verzorgen middels een eigen bijdrage worden ingezet. De Westfriese gemeenten hebben hiertoe HHT bij een beperkt aantal aanbieders ingekocht. 2.Voorwaarden Mantelzorgers die in de regio Westfriesland wonen en minimaal 3 maanden voor 8 uur per week mantelzorg verlenen, kunnen HHT aanvragen. De HHT kan ook aangevraagd worden door inwoners die (extra) huishoudelijke hulp willen. Het college beslist over de aanvraag van HHT, op basis van de genoemde voorwaarden. 3.Kosten en eigen bijdrage De HHT wordt deels vergoed door de gemeente. Voor deze regeling moet een eigen bijdrage worden betaald. Artikel6.2Jaarlijkse mantelzorgwaardering en ondersteuning Het college draagt zorg dat mantelzorgers jaarlijks een blijk van waardering ontvangen voor hun inzet en ondersteuning krijgen, dit is vastgelegd in de Regeling mantelzorgwaardering
- Hoofdstuk7.Cliëntparticipatie Voor het betrekken van ingezetenen bij het beleid wordt aansluiting gezocht bij de reeds geldende gemeentelijke verordeningen Wmo en Jeugd. De manier waarop cliëntparticipatie is vormgegeven binnen gemeente Opmeer is vastgesteld in de Nadere regels cliëntparticipatie Opmeer. Hoofdstuk8.Meldingsregeling calamiteiten en geweld en toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid Artikel8.1Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1.Aanbieder meldt binnen 24 uur een calamiteit of geweldsincident bij de toezichthoudend ambtenaar, zie ook artikel 10 lid 2 van de verordening. Als de toezichthoudende ambtenaar niet via een melding van de zorgaanbieder maar op en andere wijze van een calamiteit verneemt, verzoekt de toezichthoudende ambtenaar de Wmo-aanbieder zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen (alsnog) een formele melding te doen. Als een aanbieder niet meldt, ook niet na een verzoek hiertoe, kan de toezichthoudende ambtenaar zelf een onderzoek starten. 2.De volgende informatie moet in ieder geval worden geleverd: Soort melding (calamiteit, geweldsincident, overig). Gegevens meldende zorgaanbieder. Gegevens betrokkene. Gegevens gebeurtenis: datum, plaats, beschrijving, direct ondernomen acties, communicatie instanties/personen, wat is reeds gedaan aan nazorg. 3.De toezichthoudend ambtenaar en de professioneel zorgverlener stemmen de informatievoorziening, zowel intern als extern, binnen drie werkdagen met elkaar af. 4.De toezichthoudende ambtenaar start indien nodig binnen 24 uur na het eerste contact tussen de melder en de toezichthouder een gemeentelijk onderzoek waarin de volgende informatie in kaart wordt gebracht: wie bij de aanbieder de calamiteit onderzoekt; de wijze waarop dit onderzoek wordt verricht; de analyse van basisoorzaken; de conclusie die naar aanleiding van dit onderzoek wordt getrokken; welke actie de aanbieder onderneemt naar aanleiding van de conclusie zoals in d genoemd; de beschrijving van de nazorg; de toezichthoudend ambtenaar en de aanbieder houden gedurende het onderzoek elkaar op de hoogte van de voortgang van de afhandeling van de calamiteit; de toezichthouder handelt indien nodig volgens Sociaal calamiteitenprotocol. 5.De toezichthoudend ambtenaar verstrekt een rapport over de calamiteit of geweldsincident aan het college. In het rapport geeft de toezichthoudend ambtenaar advies aan het college over de te nemen vervolgstappen. 6.Tussen het college, de aanbieder en het WIJkteam OpMEER worden afspraken vastgelegd over de nazorg aan betrokken personen. 7.Na publicatie van het onderzoek organiseert de gemeente een evaluatiebijeenkomst met de betrokken organisaties en instanties, met aandacht voor de communicatie, de tijdigheid, de informatiedeling en de kwaliteit van de bestaande afspraken. Artikel8.2Het toezicht op kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning Het toezicht wordt in onderstaande cyclus bewaakt: Conform het jaarplan van de regionale toezichthouder kwaliteit, rechtmatigheid en naleving worden er elk kwartaal/jaar een aantal dossiers steekproefsgewijs onderzocht. Bij twijfel over de kwaliteit van de zorgverlener kan een check worden gedaan bij de toezichthouder. In het evaluatiegesprek wordt met de budgethouder en/of budgetbeheerder de kwaliteit getoetst van de ingezette ondersteuning aan de hand van de kwaliteitseisen vanuit de wet en vanuit de verordening en deze beleidsregels. Hoofdstuk9.Klachtenregeling Artikel9.1Klachtenregeling 1.Voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen door de gemeente wordt aansluiting gezocht bij hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.Voor afhandeling van klachten van cliënten met betrekking tot de resultaatafspraken zoals vastgelegd in het perspectiefplan wordt van de cliënt verwacht dat deze hun beklag schriftelijk indienen bij de aanbieder. De aanbieders beschikken over een klachtenprocedure. 3.In tweede instantie kan bij de cliëntenraad van de betreffende aanbieder een klacht worden ingediend. Hoofdstuk10.Overige bepalingen Artikel10.1Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze nadere regels treden in werking op 1 januari
- 2.Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels Wmo gemeente Opmeer
- Bijlage1:Normering hulp bij het huishouden (HH) Achtergrond De voorliggende ‘normering hulp bij het huishouden (HH)’ is opgesteld na onderzoek door KPMG Plexus. Dit onderzoek vond plaats in de tweede helft van 2016 in de gemeente Hoorn en bestond uit een expertgroep en observaties van professionals in de praktijk. Op deze manier is in beeld gebracht welke activiteiten HH kunnen omvatten voor de verschillende resultaatgebieden met de daarbij benodigde frequentie en gemiddelde tijdsbesteding. In het onderzoek is gewerkt met gemiddelde tijden. In zijn algemeenheid worden deze als acceptabel bevonden. De gemeenten in de regio West-Friesland hebben dit overgenomen en deze uitgangspunten zich eigen gemaakt. Het uitgangspunt in de praktijk blijft het bieden van maatwerk, afgestemd op de individuele situatie van de cliënt. Het CRvB is akkoord met de toepassing van dit KPMG-normenkader. De normtijden worden per week weergegeven uitgaande van volledige professionele overname. Een aantal taken zullen dagelijks moeten plaatsvinden, andere wekelijks of met een andere frequentie. De verschillende frequenties van de verschillende activiteiten zijn verwerkt in deze wekelijkse normtijden. Ook wordt inzicht gegeven in de belangrijkste factoren die tot meer tijd kunnen leiden. De frequentie per activiteit wordt in een aparte tabel weergegeven. Wanneer de consulent constateert dat er meer of minder tijd is benodigd dat niet expliciet is beschreven dan bestaat altijd de mogelijkheid de extra of verminderde tijd te verstrekken. Dit zal altijd goed moeten worden gemotiveerd. Maatwerk vanuit een individuele benadering staat voorop. Dit betekent dat in individuele cliëntsituaties moet worden bepaald: welke activiteiten (eventueel) niet of met een lagere frequentie of tijdbesteding door de professionele hulp uitgevoerd hoeven te worden (door eigen mogelijkheden van de cliënt of inzet van zijn/haar netwerk) en welke activiteiten (eventueel) om een hogere frequentie of tijdsbesteding van de professionele hulp vragen (op basis van kenmerken van de cliënt, zijn/haar huishouden en de omgeving rond het huis). Deze normering biedt een solide basis voor deze afweging. Natura en Persoonsgebonden budget De normering is voor zowel zorg in natura als voor het vaststellen van het persoonsgebonden budget de onderbouwing van het beleid voor HH. Op deze wijze kan de gemeente duidelijk maken op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultatengebieden binnen HH. Toepassing De normering dient als leidraad voor het vraagverhelderingsgesprek met de cliënt. Hiermee wordt in beeld gebracht wat de benodigde activiteiten zijn door inzet van HH. De verschillende resultaten waarvoor de maatstaf is uitgewerkt, zijn: Schoon en leefbaar huis Beschikken over schone was. Beschikken over boodschappen Beschikken over maaltijden. Tabel 2 Normtijden resultaatgebied Schoon en Leefbaar huis Een persoons huishouden Meer persoons huishouden Minuten Minuten Schoon & leefbaar huis Licht huishoudelijk werk in huis: kamers opruimen. Stof afnemen, opruimen, afwassen en bed opmaken. 25 50 + Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij hoge vervuilingsgraad t.g.v. de beperking of de noodzaak van extra hygiëne ten gevolge van de aandoening. + Extra tijd van 15 minuten per kind jonger dan 5 jaar is gebruikelijk. * Per bezoek wordt naast de activiteiten ook tijd besteed aan aankomst en vertrek, het pakken van materialen en sociaal contact met de cliënt. Tabel 3 Normtijden resultaatgebied Schoon en Leefbaar huis Een persoons huishouden Meer persoons huishouden Minuten Minuten Schoon & leefbaar huis Zwaar huishoudelijk werk: Extra tijd van 15 minuten per kind jonger dan 5 jaar is gebruikelijk. 100 150 + Extra tijd van 15 minuten is gebruikelijk per kind < 13 jaar. + Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij hoge vervuilingsgraad t.g.v. de beperking of de noodzaak van extra hygiëne ten gevolge van de aandoening. + + Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij een hulphond. Extra tijd van 30 minuten bij huisdier is gebruikelijk in acute situatie. Tabel 4 Frequentie per activiteit Schoon en leefbaar huis Ruimte Basisactiviteit Expertnorm Ruimte Incidentele activiteit Expertnorm Woonkamer Stof afnemen hoog 1x per 2 weken Woonkamer Gordijnen wassen 2x per jaar Stof afnemen midden 1x per week Reinigen lamellen / luxaflex 2x per jaar Stof afnemen laag 1x per week Ramen binnenzijde 4x per jaar Opruimen 1x per week Deuren / deurposten nat afdoen 1x per 8 weken Stofzuigen 1x per week Meubels afnemen (droog / nat) 1x per 8 weken Dweilen 1x per 2 weken Radiatoren afnemen 2x per jaar Slaapkamer Stof afnemen hoog 1x per 6 weken Slaapkamer Gordijnen wassen 2x per jaar Stof afnemen midden 1x per week Reinigen lamellen / luxaflex 2x per jaar Stof afnemen laag 1x per week Ramen binnenzijde 4x per jaar Opruimen 1x per week Deuren / deurposten nat afdoen 1x per 8 weken Stofzuigen 1x per week Radiatoren afnemen 2x per jaar Dweilen 1x per 4 weken Keuken Gordijnen wassen 2x per jaar Bed verschonen of opmaken 1x per 2 weken Reinigen lamellen / luxaflex 3x per jaar Keuken Stofzuigen 1x per week Ramen binnenzijde 4x per jaar Dweilen 1x per week Deuren / deurposten nat afdoen 1x per 8 weken Keukenblok (buitenzijde) inclusief Radiatoren afnemen 3x per jaar Tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast 1x per week Keukenkastjes (binnenzijde) 2x per jaar Eventuele tafel Koelkast (binnenzijde) 1x per maand* Keukenapparatuur (buitenzijde) 1x per week Oven/magnetron (binnenzijde) 4x per jaar Afval opruimen 1x per week Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) 1x per jaar Sanitair Badkamer schoonmaken 1x per week Afzuigkap reinigen (binnenzijde) 2x per jaar Toilet schoonmaken 1x per week Vaatwasserbestendig Bij een meerpersoonshuishouden 2x per week Hal Stof afnemen hoog 1x per week Afzuigkap reinigen (binnenzijde) 2x per jaar Stof afnemen midden 1x per week Niet vaatwasserbestendig Stof afnemen laag 1x per week Stofzuigen 1x per week Bovenkant keukenkastjes 1x per 6 weken Dweilen 1x per 2 weken Tegelwand (los van keukenblok) 2x per jaar Sanitair Deuren / deurposten nat afdoen 1x per 8 weken Radiatoren afnemen 2x per jaar Tegelwand badkamer afnemen 4x per jaar Gordijnen wassen 2x per jaar Ramen binnenzijde 4x per jaar Reinigen lamellen / luxaflex 3x per jaar Hal Trap stofzuigen 1x per 4 weken Radiator afnemen 2x per jaar Deuren / deurposten nat afdoen 1x per 8 weken Balkon / raam beneden 4x per jaar * Per bezoek wordt naast de activiteiten ook tijd besteed aan aankomst en vertrek, het pakken van materialen en sociaal contact met de cliënt. Tabel 5 Normtijden resultaatgebied Schone kleding & linnengoed Een persoons huishouden Meer persoons huishouden Minuten Minuten Schone kleding & linnengoed + 50 75 Extra tijd (vaak 30 minuten) is gebruikelijk bij bijvoorbeeld de aanwezigheid van kinderen, bedlegerigheid, transpiratie / speeksel, chemo en situaties van incontinentie. Voor extra benodigde tijd is geen vaste lijst, dit is afhankelijk van de individuele situatie. Tabel 6 Normtijden en frequenties resultaatgebied beschikken over voldoende levensmiddelen & het kunnen nuttigen van maaltijden Beschikken over voldoende levensmiddelen & het kunnen nuttigen van maaltijden Een persoons huishouden Meer persoons huishouden Minuten Minuten Max 210 minuten o.b.v. 7 dagen 30 minuten per dag Het opstellen van boodschappenlijst 1x per week Het doen van de boodschappen 2x per week Het opruimen van de boodschappen 2x per week Het bereiden van broodmaaltijd Dagelijks Het opwarmen of klaarzetten van maaltijden Dagelijks Tabel 7 Normtijden resultaatgebied zorg voor kinderen onder de 6 jaar Zorg voor kinderen onder de 6 jaar Indien er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, wordt er eerst nagegaan of mantelzorg mogelijk is en of andere de algemeen gebruikelijke / voorliggende voorzieningen kunnen opvangen. Indien het WIJkteam OpMEER constateert dat deze niet aanwezig / niet toepasbaar zijn of zijn uitgeput, is bij uitval van de ouder in een éénoudergezin afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind, HH een mogelijke tijdelijke oplossing. Deze indicatie kan tot 40 uur per week afgegeven worden voor oppas en opvang van gezonde kinderen, voor maximaal 3 maanden, de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden. Voor kinderen tot 6 jaar geldt: Naar bed brengen / uit bed halen 10 minuten per keer per kind 6 keer per 24 uur Wassen (incl. tanden poetsen) en kleden 30 minuten per dag per kind 2 keer per 24 uur Eten en/of drinken geven 30 minuten per broodmaaltijd 45 minuten per warme maaltijd Babyvoeding: flesje 30 minuten per keer Luier verschonen 10 minuten per keer 8 keer per 24 uur Naar school/crèche brengen 15 minuten per keer Tabel 8 Normtijden resultaatgebied dagelijkse organisatie van het huishouden Een persoons huishouden Meer persoons huishouden Minuten Minuten Dagelijks organiseren van het huishouden 30 30