Parkeerverordening Gouda 2024De raad van de gemeente Gouda, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (collegevoorstel d.d. 12 december 2023, raadsvoorstel d.d. 7 februari 2024) Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994 Besluit: vast te stellen de: Parkeerverordening Gouda 2024 AFDELINGIDefinities en begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders van Gouda; RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; brommobiel: bromfiets op meer dan twee wielen die is voorzien van een carrosserie; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; motorvoertuighouder: degene die beschikt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs van het desbetreffende motorvoertuig ten tijde van het parkeren dat krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens was ingeschreven, met dien verstande dat degene die blijkens een leaseovereenkomst gebruik maakt van een leaseauto, of degene die – gelet op de inhoud en strekking van de arbeidsovereenkomst tussen de aanvrager en zijn werkgever beschikt over een verklaring van de werkgever waaruit de exclusieve terbeschikkingstelling blijkt ten aanzien van het gebruik van het motorvoertuig (de zogenaamde houdersverklaring) – gebruikmaakt van een door de werkgever beschikbaar gestelde auto, geacht wordt over een op zijn naam gesteld kentekenbewijs te beschikken; met een motorvoertuighouder wordt gelijkgesteld degene die krachtens een huurcontract gebruiksgerechtigde is van een motorvoertuig voor een periode van tenminste één kalenderkwartaal parkeerapparatuur: parkeermeters, mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, websites, centrale computers en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; belanghebbendenparkeerplaats: een parkeerplaats die: is aangeduid met het bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990,of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; parkeerapparatuurplaats: parkeerplaats, behorende bij de parkeerapparatuur, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven; parkeermetervak: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren wordt geregeld door een individuele parkeermeter; gehandicaptenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid door bord E6 van bijlage 1 van het RVV 1990; vergunning: een door het college verleende parkeervergunning of bijzondere vergunning als bedoeld in artikelen 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, en 22, waarvoor parkeerbelasting wordt geheven, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenparkeerplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen; parkeervergunning: een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 9 en een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 10 en een Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 11 en een mantelzorgvergunning als bedoeld in artikel 12 en een verhuisvergunning als bedoeld in artikel 13 en een GPK-vergunning als bedoeld in artikel 14 en een bedrijfsparkeervergunning werkweek als bedoeld in artikel 15 en een bedrijfsparkeervergunning gehele week als bedoeld in artikel 16 en een bedrijfsvoeringvergunning kortlopend als bedoeld in artikel 17 en een bedrijfsvoeringvergunning langlopend als bedoeld in artikel 18 en een maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a en een Goudse sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19 en een open sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19a en een deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 20; bijzondere vergunning: een bezoekersregeling als bedoeld in artikel 21 en een belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 22; bewonersvergunning: een bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 9 en een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 10 en een Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad als bedoel in artikel 11; bedrijfsvergunning: een bedrijfsparkeervergunning werkweek als bedoeld in artikel 15 en een bedrijfsparkeervergunning gehele week als bedoeld in artikel 16 en een bedrijfsvoeringvergunning kortlopend als bedoeld in artikel 17 en een bedrijfsvoeringvergunning langlopend als bedoeld in artikel 18 en een maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a; bedrijfsparkeervergunning: een bedrijfsparkeervergunning werkweek als bedoeld in artikel 15 en een bedrijfsparkeervergunning gehele week als bedoeld in artikel 16 bedrijfsvoeringvergunning: bedrijfsvoeringvergunning:een bedrijfsvoeringvergunning kortlopend als bedoeld in artikel 17 en een bedrijfsvoeringvergunning langlopend als bedoeld in artikel 18 en een maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a; maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning: een maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a; vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; vergunningsector: gebied waarbinnen parkeervergunningen kunnen worden verleend indien en voor zover in dat gebied voor parkeren parkeerbelasting wordt geheven; daar waar vergunningsector wordt genoemd, wordt ook gelezen deelvergunningsector; tariefgebied gebied waar krachtens de vigerende Verordening Parkeerbelastingen voor het parkeren van een motorvoertuig parkeerbelasting wordt geheven; parkeerrecht kentekenregistratie in het digitale parkeerbelastingbestand waarbij is voldaan aan parkeerbelastingplicht voor het gebruik van parkeerapparatuurplaatsen op basis van of krachtens deze verordening doormiddel van parkeervergunningen, bijzondere vergunningen, tijdgebonden parkeerrechten en/of door middel van het in werking stellen van de parkeerapparatuur; tijdgebonden parkeerrecht: registratie van het kenteken van een motorvoertuig met behulp van parkeerapparatuur waarbij parkeerbelasting is voldaan, krachtens welke het is toegestaan het motorvoertuig gedurende een bepaalde tijd te parkeren op een parkeerapparatuurplaats; vergunning met wisselend kenteken: parkeervergunning waar de vergunninghouder zelf wisselende kentekens aan kan verbinden. vergunningenplafond: aantal vergunningen dat maximaal wordt verleend binnen een vergunningsector; bewonersvergunningenplafond: aantal bewonersvergunningen dat maximaal wordt verleend binnen een vergunningsector; bedrijfsvergunningenplafond: aantal bedrijfsvergunningen dat maximaal wordt verleend binnen een vergunningsector bloktijd deel van het etmaal gedurende welke voor parkeren parkeerbelasting kan worden geheven; adres: een adresseerbaar object – dat wil zeggen een zelfstandig verblijfsobject, ligplaats of deelautoparkeerplaats, zoals opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), niet zijnde een nevenadres. bewoner inwoner van de gemeente Gouda die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en is ingeschreven als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Gouda op het adres dat hij bewoont; mantelzorg: niet-beroepsmatige zorg die met regelmaat wordt verleend door familie, vrienden of kennissen van de persoon die de zorg krijgt; stallingsplaats: plaats, juridisch, feitelijk of planologisch bestemd of bedoeld om motorvoertuigen testallen, gelegen buiten de openbare weg en niet voor het openbaar verkeer openstaand of toegankelijk, waarbij voor een solitaire inpandige stallingsplaats of garagebox geldt dat deze tenminste 2,35 meter breed en ten minste 5,00 meter lang is, en een toegangsdeur heeft van ten minste 2,20 meter breed en waarbij voor een solitaire stallingsplaats op eigen terrein (niet inpandig maar bijvoorbeeld op oprit) geldt dat deze tenminste 2,5 meter breed en ten minste 5,5 meter lang is; bedrijf of beroep: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht; de zelfstandige die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep; een niet-commerciële organisatie die hieraan door het college is gelijkgesteld; met dien verstande dat: een inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel aanwezig is; bedrijven en beroepen worden beschouwd als één bedrijf en één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een (juridische) constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het in wezen één bedrijf of beroep betreft; volcontinu bedrijfsproces: proces waarin 24 uur per dag en zeven dagen per week op basis van arbeidsregelingen, werkzaamheden in ploegen-, wissel- en/of nachtdiensten worden verricht; werknemer: persoon, werkzaam in een bedrijf voor minimaal 36 uur per week; werknemers in deeltijd worden herleid tot voltijdse equivalenten; bedrijfsvoertuig: bedrijfsvoertuig volgens het kentekenbewijs deel IA; deelauto: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een deelautoaanbieder; commerciële deelautoaanbieder: rechtspersoon die (beroeps- of bedrijfsmatig) motorvoertuigen voor deelauto’s ter beschikking stelt; particulier deelautoaanbieder: natuurlijke persoon die een motorvoertuig als deelauto ter beschikking stelt; deelautodeelnemer: een natuurlijk persoon die een overeenkomst heeft gesloten inzake deelauto; deelautoparkeerplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd voor deelauto’s geparkeerd wordt. Artikel2Regulering parkeren 1.Regulering van het gebruik van parkeerplaatsen geschiedt op basis van of krachtens deze verordening door middel van parkeervergunningen, bijzondere vergunningen, tijdgebonden parkeerrechten en/of door middel van het in werking stellen van de parkeerapparatuur. 2.Indien tot enige vorm van regulering van het gebruik van parkeerplaatsen wordt besloten, geschiedt dit met inachtneming van het bepaalde in deze verordening en de krachtens deze verordening vastgestelde regelingen. AFDELING IINadere regels Artikel3Vergunningsectoren en aantal vergunningen 1.Het college kan, bij openbaar te maken besluit: weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders; parkeerplaatsen aanwijzen die bestemd zijn als belanghebbendenparkeerplaatsen; de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan. 2.Het college kan, bij openbaar te maken besluit op basis van een hiervoor genomen raadsbesluit: Voor de Binnenstad en de parkeerterreinen Klein Amerika, Schouwburgplein en Vossenburchkade, en de Stationsgarage voor bewoners van de Binnenstad een vergunningenplafond instellen, per eerste of volgende vergunningen, dan wel een bewonersvergunningenplafond en/of een bedrijfsvergunningenplafond; het maximum aantal te verlenen vergunningen, al dan niet gespecificeerd per type vergunning, per adres vaststellen. 3.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de weggedeelten die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders indelen in vergunningsectoren en deelvergunningsectoren. Artikel4Tariefgebieden en tijdgebonden parkeerrechten 1.Het college kan, bij openbaar te maken besluit: weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren met een tijdgebonden parkeerrecht; de bloktijden vaststellen waarbinnen met een tijdgebonden parkeerrecht moet worden geparkeerd; de tijdsduren vaststellen waarvoor tijdgebonden parkeerrechten worden verleend. 2.Het college kan. bij openbaar te maken besluit, nadere regels stellen aan de geldigheidstuur van tijdgebonden parkeerrechten. 3.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de weggedeelten die bestemd zijn voor het parkeren met een tijdgebonden parkeerrecht indelen in tariefgebieden. Artikel5Vergunningen 1.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, regels vaststellen aangaande het aanvragen en verlenen van de volgende vergunningen: de bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 9; de Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 11; de bedrijfsparkeervergunning werkweek als bedoeld in artikel 15; de bedrijfsparkeervergunning gehele week als bedoeld in artikel 16. 2.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, regels vaststellen aangaande het aanvragen en verlenen van de volgende vergunningen met wisselend kenteken: de sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 10; de mantelzorgvergunning als bedoeld in artikel 12; de verhuisvergunning als bedoeld in artikel 13; de GPK-vergunning als bedoeld in artikel 14; de bedrijfsvoeringvergunning kortlopend als bedoeld in artikel 17; de bedrijfsvoeringvergunning langlopend als bedoeld in artikel 18; de maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a; de Goudse sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19; de open sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19a; de deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 20; de bezoekersregeling als bedoeld in artikel 21; de belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 22. Artikel6Overige zaken 1.Het college kan, bij openbaar te maken besluit, regels vaststellen omtrent: de ingangsdatum van parkeervergunningen en bijzondere vergunningen indien deze anders is dan de eerste van de maand. 2.Het college kan nadere regels vaststellen omtrent: het wijzigen van het kenteken waarvoor de vergunning is verleend; het wijzigen van het kenteken van vergunningen met wisselend kenteken. AFDELING IIIVergunningen, plaatsen voor vergunninghouders en vergunningbewijzen Paragraaf 1Algemene bepalingen inzake de vergunningen Artikel7Soorten vergunningen 1.De op basis van deze verordening door het college te verlenen parkeervergunningen betreffen uitsluitend: de bewonersparkeervergunning als bedoeld in artikel 9; de sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 10; de Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad als bedoeld in artikel 11; de mantelzorgvergunning als bedoeld in artikel 12; de verhuisvergunning als bedoeld in artikel 13; de GPK-vergunning als bedoeld in artikel 14; de bedrijfsparkeervergunning werkweek als bedoeld in artikel 15; de bedrijfsparkeervergunning gehele week als bedoeld in artikel 16; de bedrijfsvoeringvergunning kortlopend als bedoeld in artikel 17; de bedrijfsvoeringvergunning langlopend als bedoeld in artikel 18; de maatschappelijke bedrijfsvoeringvergunning als bedoeld in artikel 18a; de Goudse sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19; de open sectorgebonden parkeerterreinvergunning als bedoeld in artikel 19a; de deelautoparkeervergunning als bedoeld in artikel 20. 2.De op basis van deze verordening door het college te verlenen bijzondere vergunningen betreffen uitsluitend: de bezoekersregeling als bedoeld in artikel 21; de belanghebbendenvergunning als bedoeld in artikel 22. 3.Parkeervergunningen en bijzondere vergunningen worden verleend op kenteken, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel8Aanvraag 1.Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenparkeerplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen. 2.Het college stelt formulieren vast waarmee de aanvraag voor een vergunning wordt ingediend. 3.Aanvragen worden behandeld in volgorde van datum van binnenkomst. 4.Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 5.Het college kan de in het vierde lid genoemde termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Van de verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. 6.Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed. De aanvrager wordt van deze afwijzing schriftelijk in kennis gesteld en gewezen op een eventuele bezwaar- en beroepsmogelijkheid. 7.Het college kan aan een vergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Paragraaf 2Parkeervergunningen Artikel9De bewonersparkeervergunning 1.Het college kan een bewonersparkeervergunning verlenen aan een motorvoertuighouder ,die bewoner is van een adres gelegen in een vergunningsector; 2.Het college weigert de bewonersvergunning als op het adres: een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad, Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad of bedrijfsvergunning is verleend, of; een beperking rust als geen recht op een parkeervergunning. 3.Het college kan in nadere regels bepalen dat in een specifieke vergunningsector per adres nul, één, twee of drie bewonersvergunningen kunnen worden verleend. Op adressen waar twee bewonersvergunningen kunnen worden verleend, geldt als voorwaarde voor het verlenen van een tweede bewonersvergunning dat de bewoner of bewoners van dat adres houder zijn van ten minste twee motorvoertuigen. Op adressen waar drie bewonersvergunningen kunnen worden verleend, geldt als voorwaarde voor het verlenen van een derde bewonersvergunningen dat de bewoner of bewoners van dat adres houder zijn van ten minste drie motorvoertuigen en met tenminste drie volwassenen gezamenlijk een huishouden vormen, op peildatum 11 december 2024 (tijdens het vaststellen van deze verordening), totdat ofwel het aantal motorvoertuigen ofwel het aantal volwassen bewoners vermindert. Het aantal te verlenen bewonersvergunningen per adres wordt verminderd met het aantal waarvoor geen recht op parkeervergunning bestaat. 4.Het college kan in nadere regels bepalen dat het maximum aantal te verlenen bewonersvergunningen wordt verminderd met het aantal op hetzelfde adres verleende bedrijfsvergunningen. 5. Een bewonersparkeervergunning wordt uitgegeven op één kenteken van een motorvoertuig waarvan de vergunninghouder motorvoertuighouder is. Er kan een tweede kenteken aan de vergunning toegevoegd worden wanneer de aanvrager kan motiveren dat het bijbehorende motorvoertuig gebruikt wordt door een bewoner van zijn adres. Artikel10De sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad 1.Het college kan een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad verlenen aan een motorvoertuighouder, die bewoner is van een adres gelegen in de Binnenstad, en een motorvoertuig wil kunnen parkeren op een parkeerterrein. 2.Het college weigert de sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad als op het adres: een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad, Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad of bedrijfsvergunning is verleend, of; een beperking rust als geen recht op een parkeervergunning. 3.Het college kan in nadere regels de parkeerterreinen die beschikbaar zijn als solitair parkeerterrein aanwijzen als bedoeld in het eerste lid. 4.Per adres wordt maximaal één sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad verstrekt, zolang het maximum aantal bewonersvergunningen op dat adres nog niet is bereikt. 5.Een sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad wordt uitgegeven op één kenteken van een motorvoertuig waarvan de vergunninghouder motorvoertuighouder is. Er kan een tweede kenteken aan de vergunning toegevoegd worden wanneer de aanvrager kan motiveren dat het bijbehorende motorvoertuig gebruikt wordt door een bewoner van zijn adres. Artikel11De Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad 1.Het college kan een Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad verlenen aan een motorvoertuighouder, die bewoner is van een adres gelegen in de Binnenstad, en een motorvoertuig wil kunnen parkeren in de Stationsgarage. 2.Het college weigert de Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad als op het adres: een bewonersparkeervergunning, sectorgebonden parkeerterreinvergunning bewoners Binnenstad of bedrijfsvergunning is verleend, of; een beperking rust als geen recht op een parkeervergunning. 3.Het college kan nadere regels stellen aan het gebied Binnenstad als bedoeld in het eerste lid. 4. Per adres wordt maximaal één Stationsgaragevergunning bewoners Binnenstad verstrekt, zolang het maximum aantal bewonersvergunningen op dat adres nog niet is bereikt. Artikel12De mantelzorgvergunning 1.Het college kan een mantelzorgvergunning verlenen aan een persoon die niet in het bezit is van een bewonersparkeervergunning voor een motorvoertuig en woont in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en afhankelijk is van de niet professionele zorg van derden voor minimaal 8 uur per week voor meer dan 3 maanden, indien de noodzaak tot mantelzorg op objectieve wijze is aangetoond. 2.Het college kan nadere regels stellen aan hoe de noodzaak tot mantelzorg op objectieve wijze kan worden aangetoond als bedoeld in het eerste lid. 3.Het college kan tevens een mantelzorgvergunning verlenen aan de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige bewoner, indien de wettelijk vertegenwoordiger en de minderjarige bewoner op hetzelfde adres staan ingeschreven. 4.Een mantelzorgvergunning kan met wisselend kenteken worden gebruikt, met dien verstande dat de mantelzorgvergunning slechts voor één kenteken tegelijkertijd kan worden gebruikt. Artikel13De verhuisvergunning 1.Het college kan een verhuisvergunning verlenen aan een motorvoertuighouder die met een aangifte van verhuizing bij de gemeenten of een koop- of huurovereenkomst aantoont binnenkort te verhuizen naar een adres in een vergunningsector waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. 2.Het aantal te verlenen verhuisvergunningen wordt verminderd met het aantal waarvoor geen recht op een parkeervergunning bestaat. 3.Een verhuisvergunning wordt uitgegeven op één kenteken van een motorvoertuig waarvan de vergunninghouder motorvoertuighouder is. Er kan een tweede kenteken aan de vergunning toegevoegd worden wanneer de aanvrager kan motiveren dat het bijbehorende motorvoertuig gebruikt wordt door een toekomstige bewoner van zijn nieuwe adres. Artikel14De GPK-vergunning 1.Het college kan een GPK-vergunning verlenen aan een houder van een geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart (GPK), ongeacht of de houder een Bestuurder (B), Passagier (P), Bestuurder+Passagier (B/P) of Instelling (I) is, wanneer deze ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BPR) op een adres in de gemeente Gouda of in een andere gemeente. 2.De GPK-vergunning krijgt dezelfde einddatum als de GPK. 3.Als er een nieuwe GPK verstrekt is, dan moet een nieuwe GPK-vergunning aangevraagd worden. 4.Een GPK-vergunning kan met wisselend kenteken worden gebruikt, met dien verstande dat de GPK-vergunning slechts voor één kenteken tegelijkertijd kan worden gebruikt. 5.Met een GPK-vergunning kan gratis gebruik worden gemaakt van alle parkeerplaatsen voor betaald parkeren. Bij gebruik van de GPK-vergunning is het niet nodig om de papieren GPK neer te leggen. Artikel15De bedrijfsparkeervergunning werkweek 1.Het college kan een bedrijfsparkeervergunning werkweek verlenen aan een motorvoertuighouder die een beroep of bedrijf uitoefent in een pand gelegen in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn 2.Het college weigert de bedrijfsparkeervergunning werkweek als op het adres: een bewonersvergunning, bedrijfsparkeervergunning gehele week of bedrijfsvoeringvergunning is verleend, of; een beperking rust als geen recht op een parkeervergunning. 3.De bedrijfsparkeervergunning werkweek is geldig op maandag tot en met vrijdag 4.Per vestigingsadres worden maximaal drie bedrijfsparkeervergunningen werkweek verstrekt. 5.Het college kan in nadere regels per vergunningsector aangeven onder welke voorwaarden een bedrijfsparkeervergunning werkweek kan worden verstrekt. 6. Een bedrijfsparkeervergunning werkweek wordt uitgegeven op één of meerdere kentekens. Artikel16De bedrijfsparkeervergunning gehele week 1.Het college kan een bedrijfsparkeervergunning gehele week verlenen aan een motorvoertuighouder die een beroep of bedrijf uitoefent in een pand gelegen in een gebied waar belanghebbendenparkeerplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn. 2. Het college weigert de bedrijfsparkeervergunning gehele week als op het adres: een bewonersvergunning, bedrijfsparkeervergunning werkweek of bedrijfsvoeringvergunning is verleend een beperking rust als geen recht op een parkeervergunning. 3.Het college kan in nadere regels de vergunningensector(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.