Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2024Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning, gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2024, B E S L U I T E N: De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Purmerend 2024 vast te stellen. HOOFSTUK1 BEGRIPPEN Artikel1.Begripsbepalingen Bouwkundige voorziening: voorzieningen die nagelvast aan het huis vast zitten; Hulp bij het huishouden: ondersteuning van inwoners die niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren. Hulp bij het huishouden 1(Hbh 1): de nadruk bij deze categorie ligt op het overnemen van huishoudelijke taken, de client is in staat om zelf de regie te voeren; Hulp bij het huishouden 2 (Hbh 2): naast het overnemen van huishoudelijke taken is het ook noodzakelijk om te ondersteunen in de regie over het huishouden; Hulp bij het huishouden 3 (Hbh 3): de nadruk bij deze categorie hulp bij het huishouden ligt op hulp bij ontregeling van het huishouden; Leefeenheid: alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren. Niet-uitstelbare taken: maaltijd verzorgen/opwarmen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen; Wel-uitstelbare taken: wasverzorging, licht huishoudelijk werk (afstoffen) zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, sanitair, keuken, bedden verschonen. HOOFDSTUK2MELDING, ONDERZOEK EN AANVRAAG Artikel2.Eigen kracht Het college onderzoekt bij iedere aanvraag of er vanuit eigen kracht een passende oplossing is om de zelfredzaamheid en participatie te verbeteren. Van een inwoner wordt verwacht dat hij op adequate wijze anticipeert op (komende) veranderingen in diens leefsituatie, waarbij de inwoner: eerst naar de eigen mogelijkheden kijkt; een beroep doet op het eigen netwerk; eigen financiële middelen inzet; eerst beroep doet op wetten zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw), Jeugdwet en Participatiewet. Artikel3.Voorzienbaarheid Als het college van oordeel is dat een cliënt de hulpvraag redelijkerwijs van tevoren had kunnen voorzien en kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. Onderzoek naar en beoordeling van de individuele situatie is hierbij leidend. Artikel4.Langdurig noodzakelijk De voorzieningen of diensten moeten langdurig noodzakelijk zijn ter compensatie van beperkingen. Onder ‘langdurig’ als in artikel 9 lid 3 onder d van de verordening wordt over het algemeen verstaan langer dan 6 maanden of een blijvende situatie. In alle gevallen blijft het leveren van maatwerk leidend. Artikel5.Gebruikelijke hulp Werk (of vrijwilligerswerk) en opleiding van huisgenoten zijn geen reden om een maatwerkvoorziening toe te kennen. Indien er hulp nodig is die naar algemeen aanvaarde opvattingen meer is dan in redelijkheid van iemand kan worden gevraagd, is er sprake van niet gebruikelijke hulp. Dat wil niet zeggen dat een huisgenoot niet in staat is om die hulp te bieden. Voor het vaststellen van de mogelijkheid van het bieden van gebruikelijke hulp worden de volgende factoren afgewogen in het onderzoek: Is de huisgenoot in staat om de noodzakelijke hulp te bieden; Is de huisgenoot beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden; Levert dit voor de huisgenoot die de noodzakelijke hulp biedt, geen overbelasting op; Ontstaan er, door het verlenen van de noodzakelijke hulp door de huisgenoot, geen financiële problemen. Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter en hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, de wijze van inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het bieden van noodzakelijke hulp. Indien op grond van de specifieke omstandigheden van de cliënt (waaronder persoonskenmerken en gezinssituatie) uit één of meerdere onderzoeksfactoren blijkt dat de gebruikelijke hulp niet kan worden geleverd, is er sprake van een noodzaak voor hulp van buiten het huishouden zoals mantelzorg (vrijwilligers), zorg door personen in het sociale netwerk of professionele hulp. De hulp kan dan niet binnen de leefeenheid worden opgelost. Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting Voor het vaststellen van de draagkracht en draaglast van leden van de leefeenheid van de cliënt, worden de volgende factoren afgewogen in het onderzoek: lichamelijke en/of geestelijke conditie van partner of huisgenoot, maar ook het sociale netwerk en de wijze van omgaan met problemen; de mate waarin er sprake is van (on)planbare zorg, het ziektebeeld en de prognose en bijkomende problemen van sociale, emotionele of relationele aard. Medisch advies is onderdeel van het onderzoek om (dreigende) overbelasting objectief te kunnen vaststellen. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk, het voeren van een huishouden en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en het voeren van een huishouden voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een voorziening voor hulp bij het huishouden te krijgen. Fysieke afwezigheid Indien de huisgenoot van de cliënt vanwege werk fysiek niet aanwezig is, wordt hiermee bij het aanvragen uitsluitend rekening gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. De afwezigheid van de huisgenoot van cliënt moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten, maar minder dan zeven etmalen per week, kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan ondanks de gedeeltelijk gebruikelijke hulp, een beschikking voor hulp bij het huishouden gegeven worden. Artikel6.Uitzonderingen gebruikelijke hulp en langdurig noodzakelijk In bepaalde situaties kan als volgt worden omgegaan met ‘gebruikelijke hulp’ en ‘langdurig noodzakelijk’: In terminale situaties (levensverwachting is minder dan 3 maanden) is het ontlasten van de huisgenoot in de vorm van hulp bij het huishouden mogelijk; Indien uit (medisch) onderzoek blijkt dat een huisgenoot aantoonbare beperkingen heeft op grond van een aandoening, beperking of probleem, waardoor redelijkerwijs de activiteiten niet overgenomen kunnen worden, dan is gebruikelijke hulp niet van toepassing. Indien uit medisch onderzoek blijkt dat de aanwezige huisgenoten niet (meer) leerbaar zijn voor het uitvoeren van huishoudelijke taken; In geval de leden van een leefeenheid overbelast dreigen te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een voorziening worden verstrekt op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. Die voorziening is van korte duur (maximaal 3 maanden) om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Bij het plotseling overlijden van een van de ouders met als gevolg dat de achterblijvende ouder wordt belast met de opvoeding en verzorging van de kinderen in combinatie met werk. Ook in deze situatie kan tijdelijk (maximaal 3 maanden) hulp bij het huishouden worden ingezet om de ouder de kans te geven op zoek te gaan naar andere oplossingen; Ter voorkoming van crisis en ontwrichting bij verzorging en opvang van gezonde kinderen: indien opvang van gezonde kinderen noodzakelijk is, heeft de inzet van een voorliggende voorziening een verplichtend karakter. Indien de voorliggende voorziening niet beschikbaar is kan tijdelijke inzet van hulp bij het huishouden noodzakelijk zijn; Het hebben van een huisdier (met uitzondering van een hulphond) is een keuze. Voor het uitlaten van huisdieren bestaan voorliggende voorzieningen. Extra schoonmaak in verband met dieren kan alleen in een acute situatie voor maximaal 6 weken worden afgegeven waarna zelf naar een oplossing gezocht moet worden. Wanneer verwacht wordt dat na ziekenhuisopname en ontslag hulp nodig is, dan kan tijdelijk (voor maximaal 3 maanden) hulp bij het huishouden toegekend worden. Met de mogelijk eenmalige verlenging van de tijdelijke toekenning met nogmaals maximaal 3 maanden. Dit is afhankelijk van de situatie en verwachte hersteltermijn. Tijdige melding over de ziekenhuisopname is nodig om onderzoek te kunnen doen naar de mogelijkheden van inzet van het eigen netwerk van cliënt. De voorziening wordt niet eerdere verstrekt dan vlak voor de ontslagdatum. Artikel7.Algemeen gebruikelijke voorzieningen Een algemeen gebruikelijke voorziening is een voorziening die normaal in de winkel te koop is, ook door mensen zonder beperkingen wordt gekocht en gebruikt. Voorbeelden zijn: elektrische fiets vanaf 12 jaar, klussenservice, ramenwasservice, losse douchestoel. Een van de kenmerken van een algemeen gebruikelijke voorziening is dat de voorziening gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau. Het financieel criterium dat het college hanteert in het onderzoek is: een voorziening is financieel te dragen als de kosten binnen een termijn van 36 maanden terugbetaald kunnen worden bij een aflossing van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm HOOFDSTUK3MAATWERKVOORZIENINGEN §3.1Hulp bij het huishouden Met hulp bij het huishouden wordt een schoon en leefbaar huis beoogd. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van bewoners worden voorkomen. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Het gaat over de primaire leefruimten in het huis die de inwoner daadwerkelijk frequent (dagelijks of in ieder geval meerdere keren per week) in gebruik heeft. Het huis is zodanig ingericht dat dit in redelijkheid schoongehouden kan worden. Artikel8.Activiteiten hulp bij het huishouden In hulp bij het huishouden wordt onderscheid gemaakt in drie soorten voorzieningen: Hbh1, Hbh2 en Hbh3. Binnen elk van deze voorzieningen bestaan er verschillende activiteiten en is sprake van niet-uitstelbare taken en wel-uitstelbare taken. Hbh 1: huishoudelijke taken Schoonmaken van het huis, licht en zwaar; Wassen, drogen, vouwen en strijken; Opruimen van de kamers; Bedden opmaken, afhalen en verschonen; Beperkte verzorging van huisdieren; Opruimen huishoudelijke afval; Broodmaaltijden bereiden; Warme maaltijd opwarmen en in uitzonderlijke situaties warme maaltijden bereiden; In uitzonderlijke situaties een boodschappenlijst samenstellen; Signaleren van veranderingen in de gezondheids- en sociale situatie; Signaleren is binnen de organisatie geborgd. Hbh 2: organisatie van het huishouden Huishoudelijke werkzaamheden overeenkomstig activiteiten Hbh 1; Dagelijkse organisatie van het huishouden; Gebruikelijke verzorging (helpen met zelfverzorging) voor inwonende kinderen ; Signaleren van veranderingen in de gezondheids- en sociale situatie; Adviseren en/of verwijzen – zo mogelijk activeren; Actief handelen naar aanleiding van signalen van verandering in de situatie van de cliënt door de helpende. Hbh 3: nadruk op hulp bij ontregeling van het huishouden Ontregeling kan meerdere oorzaken hebben, waaronder psychische problemen, licht psychiatrische problemen, licht psychogeriatrische problemen, een verstandelijke beperking, opvoedproblemen of een combinatie van problemen. Huishoudelijke werkzaamheden (zie onder Hbh 1); Organisatie van het huishouden (zie onder Hbh 2); Signalering van verandering/verergering/vermindering problematiek door het sociaal netwerk; Zorg afstemmen met andere hulpverleners; Aanmelden voor doorverwijzing naar/inschakelen van andere hulpverlening; Opstellen of bijstellen van een zorgplan; Lichte vorm van psychosociale begeleiding; Advies, instructie en voorlichting gericht op het huishouden. Verzorging en opvang van kinderen Verzorging en/of opvang van kinderen is onderdeel van de beschikking Hbh2 of Hbh3 indien: sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin waar de andere ouder niet meer in beeld is, of beide ouders ondervinden beperkingen in de kinderopvang en verzorging van de kinderen, en; algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang/oppas niet aanwezig of toepasbaar zijn, en; de mogelijkheden van het sociaal netwerk en mantelzorg niet of beperkt aanwezig of toepasbaar zijn. De beschikking kan tot 40 uur per week afgegeven worden voor verzorging en opvang van gezonde kinderen voor maximaal 3 maanden. Revalidatie en aanwezige zorgverlening Voor de inzet van huishoudelijke hulp voor het schoonhouden van de woning en de regievoering op het gezin, wordt bij de beslissing op de aanvraag rekening gehouden met de al aanwezige zorg- en hulpverlening. Al naar gelang de problematiek kan hier Hbh 2 of Hbh3 ingezet worden met een bijpassend aantal uren. Aandoeningen die de oorzaak vormen voor de beperking om huishoudelijke activiteiten te verrichten en naar de mening van de arts nog behandelmogelijkheden biedt, leiden niet tot een toekenning van hulp bij het huishouden. Het gaat met name om ‘moeilijk objectiveerbare aandoeningen’ (MOA) en psychische aandoeningen. Hulp bij het huishouden kan in een dergelijke situatie anti-revaliderend werken. Wel kan hulp bij het huishouden naast een te volgen behandeling of revalidatie worden verstrekt. Hierover is afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijke voorziening heeft dan een geldigheidsduur afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject. Artikel9.Kamerverhuur en woongroepen 1.Als er sprake is van kamerverhuur, maakt de huurder van de betreffende ruimte geen deel uit van de leefeenheid; 2.Als mensen zelfstandig samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, wordt verondersteld dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van een leefeenheid. De beschikking voor hulp bij het huishouden betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de cliënt en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten. Denk aan woongroepen of meerdere generaties in een huis. Artikel10.Bijdrage van kinderen aan het huishouden In geval de leefeenheid van de cliënt mede bestaat uit kinderen dan leveren de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage aan de huishoudelijke taken. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding; Kinderen van 5 tot en met 12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, kleding in de wasmand gooien; Kinderen van 13 tot en met 17 jaar kunnen naast bovengenoemde taken ook helpen met het halen van kleine boodschappen, stofzuigen en de wasverzorging, met daarnaast ook het op orde houden van hun eigen kamer (opruimen, stofzuigen, bed verschonen); Van een 18 tot 23 jarige wordt verwacht een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken hiertoe behorend zijn: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Vanaf 23 jaar wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de eerstverantwoordelijke in de leefeenheid uitvalt. Hiertoe behoort ook de opvang, verzorging en begeleiding van eventueel jongere gezinsleden in de leefeenheid. Redenen als 'niet gewend zijn om' of 'geen huishoudelijke werk willen doen’ of ‘niet weten wat te doen’ leiden niet tot het toekennen van huishoudelijke hulp. In die situaties kan een tijdelijk besluit worden afgegeven worden voor het aanleren hiervan. Artikel11.Particuliere huishoudelijke hulp Bij elke aanvraag voor hulp bij het huishouden wordt onderzocht óf en in welke mate iemand gebruik maakt van een particuliere hulp. Hulp bij het huishouden kan aanvullend toegekend worden wanneer sprake is van een verslechterde gezondheidssituatie waardoor cliënt bij het voeren van het huishouden problemen ondervindt. Hierbij geldt: niet alle activiteiten worden door de particuliere hulp overgenomen en hiertoe bestaan ook geen mogelijkheid; particuliere hulp kan niet gecontinueerd worden omdat de financiële situatie van de cliënt dit niet meer toelaat. Artikel12.Technische hulpmiddelen Er wordt geen voorziening voor hulp bij het huishouden verstrekt als de problemen van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen of woonvoorzieningen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Artikel13.Overlijden partner (cliënt) Wanneer een beschikking betrekking heeft op meerdere personen in een leefeenheid en iemand van de leefeenheid (al dan niet cliënt zijnde) komt te overlijden dan mag de hulp maximaal 4 weken worden gecontinueerd op basis van de beschikking. Zo heeft de achtergebleven persoon uit de leefeenheid 4 weken de tijd om een aanvraag te doen om de beschikking op zijn/haar naam te kunnen laten zetten. Er geldt een meldingsplicht van verandering van de situatie van de cliënt, inclusief overlijden. De zorgaanbieder heeft hier tevens een signalerende rol richting de gemeente. Artikel14.Normtijden Hulp bij het huishouden Er gelden normtijden voor het bepalen van de omvang van de toe te kennen hulp bij het huishouden, middels een optelling van het aantal minuten per over te nemen activiteit, uitgedrukt in minuten per week. Uitgangspunten: Er zijn wekelijks terugkerende taken en er is een aantal taken waar een grotere interval voor bestaat; De grootte van de woning is leidend, daarna pas het aantal volwassen personen in de leefeenheid; Het hebben van een woning groter dan bedoeld in de normtijden, leidt niet tot meerhulp; Voor de aanwezigheid van kinderen kan meerhulp worden verstrekt; Bij bepaalde problematiek, zoals incontinentie en COPD (waarbij woningsanering voorliggend
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.