mene bepalingen Hoofdstuk 2 Toelating van nieuwe leden; fracties Hoofdstuk 3 Vergaderingen Hoofdstuk 4 Rechten van leden Hoofdstuk 5 Begroting en rekening Hoofdstuk 6 Lidmaatschap van andere organisaties Hoofdstuk 7 Besloten vergadering Hoofdstuk 8 Toehoorders en pers Hoofdstuk 9 Slotbepalingen Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: voorzitter: de voorzitter van de raad of diens vervanger; amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; RIS: het openbare raadsinformatiesysteem; extranet: een afgeschermd deel van de gemeentelijke website dat alleen na autorisatie door de griffie toegankelijk is. Artikel2De voorzitter De voorzitter is belast met: Het leiden van de vergadering; Het handhaven van de orde; Het doen naleven van het reglement van orde; Hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3De griffier 1.De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig. 2.Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe benoemde plaatsvervangend griffier. 3.De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel4De secretaris De raad kan het college verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement. Artikel5Het presidium 1.De raad heeft een presidium. 2.Het presidium bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig. 3.Elke fractievoorzitter of diens plaatsvervanger heeft één stem in het presidium. 4.De taken van het presidium, naast de taken zoals vermeld in de artikelen 8, 10, 11, 16, 20, 22, 42 en 43 van deze verordening, worden in een door de raad vastgesteld reglement nader uitgewerkt. Hoofdstuk2Toelating van nieuwe leden; benoeming van wethouders; fracties Artikel6Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1.Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad benoemt de voorzitter een commissie bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het centraal stembureau. 2.De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.Direct na de het installeren van de nieuwe gemeenteraad wordt een commissie ingesteld die onderzoekt of een kandidaat voor de benoeming als wethouder voldoet aan de eisen van de Gemeentewet en overige eisen voor benoembaarheid. Alle fracties uit de raad zijn met een lid vertegenwoordigt in deze commissie. Een raadslid dat tevens kandidaat wethouder is kan geen lid zijn van de commissie. Indien de commissie besluit dat een screening van de kandidaat door een onafhankelijk bureau onderdeel uitmaakt van dit onderzoek wordt de kandidaat-wethouder hierover geïnformeerd. De commissie brengt na het onderzoek verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. 6.Indien het een tussentijdse benoeming van een wethouder betreft voert de commissie zoals benoemd in het vijfde lid het daar beschreven onderzoek uit. Artikel7Fractie 1.De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. 2.Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. 3.De namen van degenen die als fractievoorzitter en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4.Indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; of twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; of één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5.Met de onder artikel 7 vierde lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Vanaf dat moment wordt ook een nieuwe fractienaam gebruikt. Hoofdstuk3Vergaderingen Paragraaf1Vergadervormen; tijdstip van vergaderen; voorbereidingen Artikel8Vergadervormen en vergaderfrequentie 1.Vergaderingen van de raad waarin zowel oordeelsvorming door beraadslaging en besluitvorming plaats vindt, vinden plaats op een dinsdagavond op basis van een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderschema en beginnen om 19.30 uur. De vergaderingen vinden plaats in het gemeentehuis te Budel. 2.Vergaderingen van de raad waarin alleen besluitvorming plaats kan vinden, vinden plaats aansluitend aan de vergaderingen van de adviescommissie. In deze vergaderingen kan alleen besluitvorming plaats vinden over raadsvoorstellen waarover de adviescommissie unaniem heeft geadviseerd dat deze als hamerstuk geagendeerd kunnen worden. Deze besluitvormende vergaderingen vinden plaats in het gemeentehuis te Budel en beginnen niet later dan 22.45 uur. 3.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. De voorzitter voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. 4.De oordeelsvormende en besluitvormende vergadering wordt in principe om 22.30 uur beëindigd. Vijftien minuten voor het bereiken van de eindtijd overlegt de voorzitter met de raad of afronding binnen een redelijke tijd kan plaatsvinden of dat een schorsing plaatsvindt tot de volgende dag, aanvang 19.30 uur of een ander door de raad te bepalen tijdstip. Artikel9Oproep 1.De voorzitter roept ten minste 5 dagen voor een vergadering de leden van de raad op onder vermelding van dag, tijdstip, plaats van de vergadering en de voorlopige agenda. Deze schriftelijke oproep vindt plaats door het plaatsen van een bericht op extranet en het verzenden van e-mail met de oproep. Artikel10Agenda 1.Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de oordeelsvormende en besluitvormende vergadering vast. 2.Deze voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken worden gelijktijdig met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad gepubliceerd in het RIS. 3.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de adviescommissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 5.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 6.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt onmiddellijk toezonden aan de leden van de raad. 7.De voorlopige agenda van een besluitvormende vergadering aansluitend aan de vergadering van de adviescommissie wordt opgesteld door de voorzitter na sluiting van de vergadering van de adviescommissie en geplaatst op het RIS. Artikel11Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep op het gemeentehuis ter inzage gelegd. Als na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. Aanvullende stukken of beantwoording van vragen naar aanleiding van aanvullende stukken worden niet later dan 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering aangeboden aan de griffier en ter inzage gelegd. 2.Stukken die digitaal beschikbaar zijn worden op de website van de gemeente geplaatst. 3.Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. 4.Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage. Artikel12Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt door aankondiging in een huis- aan huisblad, op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze of door plaatsing op de internetsite van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: 3.de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. 4.De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden, indien elektronisch beschikbaar, in het RIS geplaatst. Artikel13Spoedeisende vergaderingen 1.Indien met toepassing van artikel 17 lid 2 van de Gemeentewet een vergadering wordt belegd kan de voorzitter in spoedeisende gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen omtrent de termijnen en de openbare kennisgeving in deze paragraaf. 2.Van alle beslissingen die de voorzitter neemt op basis van lid 1 doet de voorzitter onverwijld mededeling aan de raad. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel14Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel15Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. 3.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel16Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel17Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens de aangekondigde onderwerpen aan de orde te stellen deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel18Verslag en besluitenlijst. 1.De griffier draagt zorg voor het opstellen van een besluitenlijst van de vergadering. 2.De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, aan de leden van de raad bekend gemaakt door publicatie in het RIS. 3.Bij het begin van de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergadering vastgesteld. 4.De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. Een voorstel tot wijziging dient tenminste 24 uur voor de vergadering bij de griffier te worden ingediend. 5.De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de bij de vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist; een overzicht van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; 6.De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. 7.De vastgestelde besluitenlijst wordt openbaar gemaakt en op de gemeentelijke website geplaatst; 8.Van de raadsvergadering wordt geen schriftelijke verslag gemaakt. De griffier draagt zorg voor het maken van geluidsopnamen van de vergadering. Deze geluidsbestanden zijn na te luisteren via de gemeentelijke website of na afspraak bij de griffier. Artikel19Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad (Raadsinformatiebrieven), worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt in de vorm van een raadsvoorstel aan de leden van de raad bekendgemaakt door publicatie in het RIS. 2.Alle aan de raad ingekomen brieven zijn door raadsleden via het extranet te raadplegen. 3.Na vaststelling van de besluitenlijst van de voorgaande vergadering stelt de raad op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel20Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het derde lid is niet van toepassing op: het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel21Spreektijd Het presidium, de voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen. Artikel22Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem de voorzitter te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel23Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een lid van de raad, of op voorstel van de voorzitter of op verzoek van het college kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel24Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21 van de Gemeentewet kan de raad op enig moment besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel25Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel26Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit de voorzitter de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel27Algemene bepalingen over stemming 1.De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming te hebben deelgenomen. 3.Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4.De raad kan beslissen te stemmen bij handopsteken of mondeling zoals omschreven in lid 5 t/m
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.