Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Steenwijkerland 2024De raad van de gemeente Steenwijkerland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2023; gelet op de artikelen 8a, lid 1, aanhef en onder a, c, d en e en lid 2 en artikel 10b, lid 5 en 7, Participatiewet en artikel 36 IOAW/IOAZ; overwegende de wettelijke noodzaak tot aanpassing van de huidige verordeningen Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Steenwijkerland 2018 en Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Steenwijkerland 2018; besluit vast te stellen de: Verordening Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Steenwijkerland 2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: AWB: de Algemene Wet bestuursrecht; arbeidsbeperking: door een aandoening van psychische, lichamelijke of zintuiglijke aard of door psychosociale of multiproblematiek belemmerd worden bij het verkrijgen en/of behouden van werk; arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan; beschut werk: werk in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden; college: burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, lid 1, onderdeel a, Pw; doelgroepregister: register waarin mensen staan die vallen onder de doelgroep van de banenafspraak. De banenafspraak is een afspraak tussen het kabinet en werkgevers om te zorgen voor extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking; loonkostensubsidie wettelijke doelgroep; bedoeld voor personen met een arbeidsbeperking die in hun werk niet het wettelijk minimumloon (WML) kunnen verdienen. De loonkostensubsidie is het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het WML en bedraagt maximaal 70% van het WML; indienstnemingssubsidie; bedoeld voor personen die niet onder de doelgroep van de loonkostensubsidie vallen, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben (artikel 6, lid 1, onderdeel e, Pw). Het betreft een gemaximeerde subsidieregeling; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; interne jobcoaching: jobcoaching die door de werkgever wordt geregeld en waarvoor de werkgever subsidie ontvangt; IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; (externe) jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en/of afstand tot de arbeidsmarkt en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; jobcoaching in natura: jobcoaching die geboden wordt door een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht. Er wordt geen subsidie verstrekt; langdurige werkloosheid: werkloosheid die langer duurt dan één jaar; mantelzorg; onbetaalde en vaak langdurige zorg die iemand geeft aan naasten, bijvoorbeeld aan een partner, ouder of kind, een buurman, vriend of kennis. norm: de hoogte van de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c, Pw. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en leeftijd van de inwoner; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, lid 2, onderdeel f, Pw; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, lid 1 en lid 3, Pw en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da Pw; Pw: Participatiewet; voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d, lid 1 of lid 2, Pw met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Pw, de Awb en de Gemeentewet. Hoofdstuk2Beleid Artikel2.Evenwichtige verdeling 1.Het college biedt de doelgroep ondersteuning bij de re-integratie naar de arbeidsmarkt voor zover het college deze ondersteuning noodzakelijk vindt. 2.Het college onderzoekt de individuele wensen, acties gericht op vergroting van zelfstandigheid, mogelijkheden en capaciteiten van een persoon om de ondersteuning zo doelmatig en duurzaam mogelijk te realiseren. Waar mogelijk wordt rekening gehouden met individuele wensen. Het college legt dat vast in het trajectplan van de persoon. 3.Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van de persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat de persoon is opgenomen in het doelgroepregister of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot 5 jaar; en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Het college kan een voorziening weigeren als: de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.Het college kan een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 Pw en de artikelen 13 en 37 IOAW/IOAZ niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, lid 1, onderdeel a, onder 2°, Pw; de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.Het college biedt: de goedkoopst adequate voorziening aan; en houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn; en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit desgewenst af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a Pw. Artikel4.Sociale activering 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep activiteiten aanbieden in het kader van sociale activering voor zover de mogelijkheid bestaat dat hij op enig moment algemeen geaccepteerde arbeid kan verkrijgen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening. 2.Het college stemt de duur van de in lid 1 bedoelde activiteiten af op de mogelijkheden en capaciteiten van die persoon. 3.Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel5.Detacheringsbaan 1.Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2.De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. 3.Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Artikel6.Scholing 1.Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep scholing aanbieden. 2.De scholing kan worden aangeboden in de vorm van subsidie of verstrekking in natura. 3.Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: het sluit aan bij de capaciteiten van de te scholen persoon; en het vergroot de kansen op de arbeidsmarkt; of het leidt tot duurzaam werk. Artikel7.Participatieplaats 1.Het college kan een persoon zoals bedoeld in artikel 7, lid 1, onderdeel a, Pw die 27 jaar of ouder is overeenkomstig artikel 10a Pw onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2.Het college zorgt ervoor dat de te verrichten additionele werkzaamheden worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst die wordt ondertekend door het college, de werkgever en de persoon die de additionele werkzaamheden gaat verrichten. 3.De premie, bedoeld in artikel 10a, lid 6, Pw bedraagt per 6 maanden maximaal 10% van de gehuwdennorm van artikel 21, onderdeel b, Pw op basis van fulltime dienstverband of bij parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren. 4.Voor toepassing van lid 3 is de gehuwdennorm van 1 januari van dat kalenderjaar van toepassing. 5.De procentuele berekening wordt telkens naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel8.Participatievoorziening beschut werk 1.Het college verstrekt om de in artikel 10, lid 1, Pw bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken, de volgende voorzieningen: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken; of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2.Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, lid 1, Pw, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: arbeidsmatige dagbesteding; vrijwilligerswerk; andere vormen van maatschappelijke participatie of werk. Artikel9.Ondersteuning bij leer-werktraject Het college kan, overeenkomstig artikel 10f Pw, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: van 16 of 17 jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of van 18 tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Artikel10.Persoonlijke ondersteuning bij werk 1.Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2.Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in lid 1 wordt verstrekt overeenkomstig artikel 3 en de bepalingen van Hoofdstuk 3A. Artikel11.Indienstnemingssubsidie personen behorend tot de doelgroep 1.Het college kan een indienstnemingssubsidie verstrekken aan werkgevers die met een persoon behorend tot de doelgroep een arbeidsovereenkomst sluiten. 2.De indienstnemingssubsidie is mogelijk ten behoeve van arbeidsplaatsen in organisaties in organisaties met of zonder winstoogmerk. 3.De indienstnemingssubsidie moet worden aangevraagd voor de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. Voor het aanvragen van de indienstnemingssubsidie dient de werkgever gebruik te maken van een daarvoor vastgesteld formulier. 4.De indienstnemingssubsidie bedraagt ten hoogste 50% van de loonkosten gedurende het eerste halfjaar en 25% gedurende het tweede halfjaar. 5.Het college bepaalt bij de subsidieverlening de tijdstippen en wijze van uitbetaling. Het college kan voorschotten verstrekken op de subsidie welke worden verrekend met de vatstelling. 6.De indienstnemingssubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentie-verhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt en voldaan wordt aan Europese regelgeving. Artikel12.Werkervaringsplaats en proefplaatsing 1.Het college kan een persoon uit de doelgroep, als dit voor hem noodzakelijk wordt geacht, een werkervaringsplek of proefplaatsing aanbieden om onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.Het doel van een werkervaringsplek is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. Het doel van een proefplaatsing is het beoordelen of een persoon voldoende competenties heeft voor een beoogde werkplaats. 3.Een werkervaringsplek kan worden aangeboden voor maximaal 6 maanden. Indien de arbeidsmarktkansen worden vergroot, kan dit eenmalig worden verlengd met 6 maanden. Partijen sluiten een schriftelijke overeenkomst. In de overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkervaringsplek; en de werkzaamheden; en de wijze waarop de begeleiding plaats vindt. 4.Een proefplaatsing duurt maximaal 2 maanden. Voorwaarden voor het verkrijgen van een proefplaatsing zijn: de proefplaatsing wordt gedurende 2 maanden aansluitend uitgevoerd, met maximaal één verlenging van 4 maanden, en; de proefplaatsing is gekoppeld aan een dienstverband, en: er worden alleen werkzaamheden verricht die passen binnen het doel en de opzet van de proefplaatsing, en; er is een overeenkomst gesloten over de proefplaatsing, en; de werkgever schriftelijk de intentie uitspreekt om belanghebbende bij gebleken geschiktheid na de proefplaatsing in dienst te nemen. 5.Het college plaatst de persoon niet als hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. Hoofdstuk3ASpecifieke bepalingen Paragraaf3A.1Administratief proces loonkostensubsidie Artikel13.Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1.Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d Pw, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2.Bij een beschikking op aanvraag stuurt het college de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend). 3.Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, lid 1, onder a, Pw. 4.Het college stelt binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, lid 5, Pw. 5.Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie in acht. Paragraaf3A.2Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel14.Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1.Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2.Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal 18 jaar oud. Wanneer iemand VSO/PRO-onderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.