← Nederland

Verordening baatbelasting aardgasleiding nr. 27 (Hilvarenbeek)

Verordening baatbelasting aardgasleiding nr. 27De raad der gemeente Hilvarenbeek;gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 3 januari 1984;gelet op de artikelen 272, letter b en 273 a van de gemeentewet alsmede de bepalingen van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen en de Invorderingswet;b e s l u i t;a.in te trekken zijn besluit van 24 februari 1983 tot het invoeren van een baatbelasting en het vaststellen van een verordening op de heffing van een baatbelasting aardgasleiding nr. 27;b.in te voeren een baatbelasting betrekking hebbend op de uitbreiding van het aardgasnet in de Klein Westerwijksestraat en daartoevast te stellen de navolgende “VERORDENING OP DE HEFFING VAN EEN BAATBELASTING AARDGASLEIDING NR. 27”. Artikel1Aard der belasting Onder de naam van “Baatbelasting Aardgasleiding nummer 27” wordt ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente komende kosten van het tot stand brengen van een aardgasvoorziening, een belasting geheven van de op de bij deze verordening behorende en gewaarmerkte kaart met rode kleur omlijnde gebouwde onroerende goederen, die door de aanleg van die aardgasvoorziening zijn gebaat, en die zijn gelegen aan de Klein Westerwijksestraat. Artikel2Belastingplichtigen 1De belasting wordt geheven van degene, die van de onroerende goederen als bedoeld in artikel 1 het genot heeft krachtens zakelijk recht. 2Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens zakelijk recht aangemerkt hij die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk recht was. 3Indien met betrekking tot het onroerend goed meer dan één genothebbende krachtens zakelijk recht kan worden aangewezen wordt de aanslag gesteld ten name van een van hen met de toevoeging van de afkorting “c.s.”. Artikel3Grondslag Gebouwde onroerende goederen die gelegen zijn in het in artikel 1 genoemd gebied en die gebaat zijn bij de aangelegde aardgasvoorziening, zijn belastbaar. Artikel4Tarief De belasting wordt geheven naar een bijdrage van 85% van de jaarlijkse lasten voortvloeiende uit de aanleg van de aardgasvoorziening. Zij bedraagt jaarlijks voor de gebouwde onroerende goederen gelegen in het in artikel 1 omschreven gebied f. 173,66 per gebouwd onroerend goed. Artikel5Afkoop 1Op aanvraag van de belastingplichtige wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen welke geheven zouden zijn – beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin de aanvraag wordt gedaan – voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren. 2De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rente van 10% per jaar. 3Een aanvraag, als in het eerste lid bedoeld, moet voor 1 mei van het belastingjaar schriftelijk bij Burgemeester en Wethouders worden ingediend. Artikel6 1Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december 2De belasting wordt geheven gedurende de belastingjaren 1985 tot en met 2014. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel7a Het college van burgemeester en wethouders kan bepalen dat voor de toezending of uitreiking van aanslagbiljetten ingevolge artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221) voor de betrokken in artikel 212, tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaren, een andere gemeenteambtenaar in plaats treedt. Artikel7bNakoming van verplichtingen De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 50 en 51 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Stb. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 61 van de Invorderingswet 1990 geleden mede jegens de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren der gemeentelijke belastingen. Artikel7cMachtiging tot overdracht van bevoegdheden 1Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen van schriftelijke toestemming met betrekking tot het verdagen van de beschikking op bezwaarschrift voor ten hoogste een jaar. 2Het college van burgemeester en wethouders kan een of meer gemeenteambtenaren aanwijzen die in zijn plaats treden met betrekking tot de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing en de invordering van de belastingen. Artikel8Vrijstelling invorderingsrente bij uitstel van betaling Ingeval op de voet van artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling is verleend, wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht, indien deze voor alle op één aanslagbiljet vermelde aanslagen, gerekend over de volledige looptijd van het genoten uitstel, in totaal een bedrag van f 50,00 niet te boven gaat. Artikel9 Deze verordening treedt in werking op de eerste dag volgende op die waarop de kennisgeving van de Koninklijke goedkeuring is ontvangen met dien verstande dat de belasting wordt geheven met ingang van het op 1 januari 1985 aangevangen belastingjaar. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 26 januari 1984.De raad voornoemd,de secretaris, de voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.