Referendumverordening Enschede 2024De Gemeenteraad van de gemeente Enschede; gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet; gelet op de artikelen 124 lid 1 en art 127 van de Grondwet; gelezen het initiatiefvoorstel van de PVV; besluit vast te stellen de volgende verordening: Referendumverordening Enschede 2024 Hoofdstuk1– Onderwerp van een referendum Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad; referendum: volksraadpleging waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit. Artikel2.Reikwijdte 1.Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden 2.Een referendum kan worden gehouden over een ontwerp raadsbesluit, met grote maatschappelijke, economische, milieuhygiënische of ruimtelijke gevolgen voor de gemeente Enschede of haar inwoners, met dien verstande dat over een besluit slechts éénmaal een referendum kan worden gehouden. 3.Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit met uitzondering van besluiten: van de raad of het college op bezwaar, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, dan wel inzake het voeren van rechtsgedingen; over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden. Hoofdstuk2– De aanvraagprocedure van het referendum Artikel3.Inleidend verzoek 1.Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 500 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2.Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de referendumcommissie, uiterlijk 10 dagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3.Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4.Voor de vermelding van de in het derde lid bedoelde gegevens stelt de referendumcommissie een format vast. 5.De Griffier regelt de ondersteuning van de verzoekers in het gehele traject. Artikel4Beslissing op het inleidend verzoek 1.De referendumcommissie beslist op het inleidend verzoek uiterlijk binnen 1 week na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 3, tweede lid en bepaalt: of het inleidende verzoek een ontwerp raadsbesluit betreft waarover, gelet op het bepaalde in artikel 2 een referendum kan worden gehouden, en, of het inleidend verzoek voldoet aan de in artikel 3 van deze verordening gestelde eisen. 2.Indien de referendumcommissie beslist dat aan de vereisten voor het indienen van het inleidend verzoek is voldaan (artikel 2 en 3 van deze verordening), behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. 3.De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk na 10 dagen door de referendumcommissie publiekelijk bekend gemaakt, gerekend vanaf de dag nadat de referendumcommissie de beslissing als bedoeld in het eerste lid heeft genomen. Artikel5Definitief verzoek 1.Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 3% ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de referendumcommissie heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2.Het definitief verzoek moet uiterlijk binnen 6 weken worden ingediend na de bekendmaking bedoeld in artikel 4, derde lid. 3.Het definitief verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke verzoeker, met opgave van diens naam, adres, leeftijd, woonplaats en BSN-nummer. De ondersteuning van het verzoek kan eveneens langs digitale weg worden ingediend en ondertekend worden met DigiD, of een vergelijkbaar veilig digitaal portaal. 4.Voor de vermelding van de in het tweede lid bedoelde gegevens stelt de referendumcommissie een format vast. De Griffier regelt de ondersteuning van de verzoekers in het gehele traject. Artikel6Beslissing op het definitief verzoek 1.De referendumcommissie beslist op het definitief verzoek binnen uiterlijk 2 weken na afloop van de termijn als bedoeld in artikel 5, tweede lid en bepaalt: of het definitief verzoek een ontwerp raadsbesluit betreft waarover, gelet op het bepaalde in artikel 2, een referendum kan worden gehouden, en; of het definitief verzoek voldoet aan de in artikel 5 van deze verordening gestelde eisen 2.De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk binnen zeven dagen door de referendumcommissie publiekelijk bekend gemaakt, gerekend vanaf de dag nadat de referendumcommissie de beslissing als bedoeld in het eerste lid heeft genomen. 3.De beslissing van de referendumcommissie tot toelating van het definitief verzoek behelst tevens de vaststelling dat een referendum zal worden gehouden. 4.De referendumcommissie geeft een advies aan de raad op welke dag het referendum gehouden kan worden. Hoofdstuk3– De procedure van het referendum Artikel7.Datum en periode 1.De raad stelt na het besluit als bedoeld in artikel 6, derde lid uiterlijk binnen twee weken de dag vast waarop het referendum wordt gehouden. De verplichting uit de eerste volzin geldt niet indien de raad besluit dat er geen referendum wordt gehouden. 2.De raad besluit om het referendum te laten plaatsvinden gelijktijdig met de eerstvolgende verkiezingen (voor Gemeenteraad, Provinciale Staten, Tweede Kamer of Europees Parlement), tenzij de raad anders besluit met dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan uiterlijk 12 maanden en niet eerder dan 3 maanden na de dag waarop is besloten tot het houden van een referendum. 3.Er kunnen meerdere referenda op dezelfde dag worden gehouden. Artikel8.De stemming 1.De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2.Aan de kiesgerechtigden wordt de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit of delen daarvan zijn. Artikel9.Samenstelling referendumcommissie 1.De raad stelt een referendumcommissie in en benoemt haar leden. 2.De referendumcommissie bestaat uit minimaal 3 en maximaal vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3.De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier. 4.De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente. 5.De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd voor maximaal 2 periodes. Artikel10.Taken en bevoegdheden referendumcommissie 1.De referendumcommissie heeft de bevoegdheid te beslissen over: de vraag of sprake is van een ontwerp raadsbesluit dat voldoet aan het bepaalde in artikel 2, 4 en 5 van deze verordening; het houden van een referendum, waaronder het bepalen van de geldigheid van het inleidend en het definitief verzoek. Deze bevoegdheid laat onverlet dat de raad in voorkomend geval met toepassing van artikel 7, eerste lid van deze verordening kunnen besluiten om geen referendum te houden. 2.De referendumcommissie heeft tot taak de raad te adviseren over: stemprocedure en de datum van het te houden referendum; de stembiljetten; de verstrekking van het budget ten behoeve van het referendum; toezicht te houden op: de uitvoering van deze verordening; het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder b van dit artikel. binnen 6 maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden dan wel binnen 6 maanden nadat duidelijk is dat er geen referendum plaatsvindt, een evaluatie uit te brengen over het referendumproces. 3.De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 4.De referendumcommissie vergadert in het openbaar. 5.De adviezen en besluiten van de referendumcommissie zijn openbaar. 6.De werkwijze van de referendumcommissie, daaronder begrepen de wijze waarop de raad inzage heeft in de stukken waaromtrent door de referendumcommissie geheimhouding is opgelegd, wordt nader uitgewerkt in een separaat door de raad vast te stellen reglement. In dat reglement regelt de raad tevens de verantwoording door de referendumcommissie aan de raad. Artikel11.Uitvoering 1.De referendumcommissie is belast met de uitvoering van het besluit tot het houden van een referendum. De referendumcommissie regelt coördinatie en kan andere bestuursorganen, instanties of personen inschakelen. 2.Het college is belast met het zorgdragen voor een neutrale en inhoudelijke informatievoorziening en betrekken de initiatiefnemers hierbij. Artikel12.Budget Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van en de voorlichting over het referendum en het voeren van campagne. Artikel13.Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Artikel14.Uitslag 1.De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte aantal geldige stemmen. Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het raadsbesluit of delen daarvan zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het raadsbesluit of delen daarvan heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2.Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3.De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. Artikel15.Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; Artikel16Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het gemeentelijk blad. Artikel17Evaluatie Na inwerkingtreding van deze verordening worden de werkwijze en de resultaten op de beoogde doelstelling van deze verordening na afloop van iedere raadsperiode geëvalueerd. Artikel18Overgangsbepaling Op beslissingen als omschreven in artikel 2 die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een beslissing die is genomen vóór de inwerkingtreding, is deze verordening niet van toepassing. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 4 maart 2024.De griffier, R.M. Jongedijk De voorzitter, R.W. BlekerToelichting Algemeen Deze referendumverordening maakt het mogelijk om door inwoners een referendum aan te vragen waar, naar inzicht van ieder raadslid, een bindende consequentie uit kan voortvloeien. Artikelsgewijs Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.