Beleidsregels terug- en invordering bedrijfskapitaal Tozo 2024Het college van burgemeester en wethouders van Velsen, gelet op: - artikel 17 lid 2, 58 lid 2, 59, 60 en 62f onderdeel b van de Participatiewet (Pw); - artikel 16 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo); - titel 4.3 en art. 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht; overwegende dat: - de Tozo een bijzondere, tijdelijke regeling is ten behoeve van zelfstandig ondernemers die financieel getroffen zijn door de coronacrisis; - het bedrijfskapitaal Tozo in de vorm van een geldlening wordt verstrekt en daaraan voorwaarden zijn verbonden; - het belangrijk is om • de zelfstandige te ondersteunen als dit nodig is, • de betalingsverplichtingen te laten nakomen zodra dit vereist en mogelijk is, • een betalingsregeling te treffen als dit grotere problemen dan wel faillissement kan voorkomen; en • het bedrijfskapitaal Tozo terug te vorderen als niet aan de verplichtingen wordt voldaan; - het wenselijk is om in aanvulling op de Beleidsregels terugvordering en verhaal Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2020 gemeente Velsen uniforme regelgeving voor de terugvordering en invordering van het bedrijfskapitaal Tozo vast te leggen; Hoofdstuk1:Algemeen Artikel1:Begripsbepalingen 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: bedrijfskapitaal: bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening op grond van de Tozo van in totaal maximaal € 10.157,-; Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; gemeente: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen; Pw: Participatiewet; Tozo: Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers; zelfstandige: de rechthebbende volgens artikel 1 van de Tozo. Artikel2:Bevoegdheid tot terugvordering bedrijfskapitaal De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid tot het terugvorderen van het bedrijfskapitaal op grond van de artikelen 58 lid 2, 59 en 60 van de Pw. Artikel3:Opeisbaar stellen bedrijfskapitaal 1. De gemeente merkt de lening bedrijfskapitaal als direct opeisbaar aan wanneer: de zelfstandige de terugbetalingsverplichtingen niet nakomt; de zelfstandige zijn bedrijf of beroep geheel of gedeeltelijk overdraagt of beëindigt; er sprake is van surseance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon; er sprake is van curatele van de zelfstandige, of bij onderbewindstelling van het vermogen van de zelfstandige en/of het bedrijf; de zelfstandige het bedrijfskapitaal niet besteedt aan de overeengekomen bestemming; de zelfstandige komt te overlijden. 2. Terug- en invordering vindt plaats bij de zelfstandige en/of diens partner, als deze partner bij de bijstand is inbegrepen. Artikel4:Rente- en aflossingsverplichtingen bedrijfskapitaal De gemeente stelt de aflossing van het verstrekte bedrijfskapitaal vast op basis van de looptijd van de geldlening en kan hierbij rekeninghouden met de aflossingscapaciteit van de zelfstandige. Wanneer de zelfstandige niet aan de rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, zal de gemeente contact opnemen met de zelfstandige. Daarna volgen, als dit nodig is, een eerste en een tweede aanmaning. Als de zelfstandige ook na een 2e aanmaning niet aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen voldoet, gaat de gemeente direct over tot terugvordering van de openstaande vordering plus achterstallige rente. Hoofdstuk2:Invordering en betalingsverplichting Artikel5:Aflossingscapaciteit en betalingsregeling 1. De gemeente biedt de zelfstandige wanneer de vordering, bestaande uit de rentedragende geldlening plus achterstallige rente, direct opeisbaar is geworden, een termijn van 6 weken om het volledige openstaande bedrag te voldoen. Ook biedt de gemeente de zelfstandige de mogelijkheid om een betalingsregeling te treffen. Dit wordt in de beschikking vermeld. 2. De zelfstandige kan zelf een betalingsregeling voorstellen. Hiermee stemt de gemeente in als: daarmee de vordering binnen een periode van 60 maanden in zijn geheel kan worden afgelost; en indien de belanghebbende een inkomensvoorziening ontvangt, wordt de aflossingscapaciteit berekend met in achtneming van de regels met betrekking tot de beslagvrije voet. de aflossing kan lager worden vastgesteld voor zover de vordering, niet zijnde een fraudevordering, binnen een periode van 60 maanden geheel kan worden afgelost 3. Wanneer een betalingsregeling zoals genoemd in het tweede lid niet tot stand kan komen, wordt de aflossing vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm plus 25% van het inkomen boven deze norm, maar maximaal het bedrag dat berekend met de rekenmodule beslagvrije voet is in te vorderen. 4. In afwijking van het tweede en derde lid kan de gemeente met een betalingsvoorstel van de zelfstandige instemmen als daarmee wordt bereikt dat de zelfstandige de vordering via minnelijke weg blijft betalen. Artikel6.Mogelijkheden tot wijziging van een betalingsverplichting De gemeente kan op verzoek van de zelfstandige de eerder vastgestelde betalingsverplichting wijzigen als dit naar het oordeel van de gemeente noodzakelijk is in verband met wijzigingen in de (financië
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.