Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gaasterlân-Sleat; gelet op het bepaalde in artikel 160, 1e lid, lid c van de Gemeentewet; het mandaatstatuut, de financiële verordening gemeente Gaasterlân-Sleat en het functieboek gemeente Gaasterlân-Sleat; gelet op het advies van de Ondernemingsraad; b e s l u i t : vast te stellen het navolgende: “Organisatiebesluit gemeente Gaasterlân-Sleat”. Doel Het doel van het organisatiebesluit is de inrichting van de gemeentelijke organisatie te beschrijven en eenduidig te zijn in het verdelen van bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de gemeentelijke organisatie van de gemeente Gaasterlân-Sleat. Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1Algemeen In dit besluit wordt verstaan onder: afdeling: de afzonderlijke organisatorische eenheid die is ontstaan na toewijzing van taken, als bedoeld in artikel 2; taakveld: een onderdeel van een afdeling waarbinnen een samenhangend takenpakket is geclusterd; directeur-secretaris: de ambtenaar, die belast is met de wettelijke taken behorende bij de functie van gemeentesecretaris en de aan hem toegewezen directietaken; directeur bedrijfsvoering: de ambtenaar die belast is met en verantwoordelijk is gesteld voor de leiding van de afdeling Middelen en de aan hem toegewezen directietaken; directieteam: de directeur-secretaris en de directeur bedrijfsvoering; directielid: de directeur-secretaris of de directeur bedrijfsvoering; directieteamoverleg: het overleg genoemd in artikel 10, waarin zitting hebben de directeur-secretaris en de directeur bedrijfsvoering; afdelingshoofd: de ambtenaar die belast is met en verantwoordelijk is gesteld voor de leiding van een afdeling; managementoverleg: het overleg genoemd in artikel 11, waarin zitting hebben de directeur-secretaris, de directeur bedrijfsvoering en de afdelingshoofden; ambtenaar: persoon die is aangesteld in dienst van de gemeente Gaasterlân-Sleat, alsmede degene die op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is binnen de gemeentelijke organisatie; bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeesters en wethouders, de burgemeester en de door hen ingestelde commissies; productbeheer/budgethouderschap: de verantwoordelijkheid voor het budgetbeheer, de kwaliteitszorg, de kwantiteit en planning voor (de totstandkoming van) een product of dienst, zoals uitgewerkt in het mandaatstatuut en budgethoudersregeling; financiële verordening gemeente Gaasterlân-Sleat; deze verordening, naar aanleiding van artikel 212 van de Gemeentewet, beschrijft de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie; mandaatstatuut: het geldende mandaatstatuut waarin bevoegdheden aan ambtenaren worden gegeven functieboek: dit omvat een algemene omschrijving van de taken per afdeling en alle functiefamilies en - profielen binnen de gemeentelijke organisatie met bijbehorende taken en bevoegdheden; management: de verantwoordelijkheid van het afdelingshoofd voor de afdelingsoverstijgende coördinatie en afstemming en de integrale voorbereiding en advisering voor zijn afdeling; bedrijfsvoering: het opzetten van de uitvoeringsorganisatie, het organiseren van processen, het vinden en opleiden van de bemensing, het organiseren van de ICT-ondersteuning, de financieel administratieve afhandeling en de werkafspraken met de afdelingen en andere organisaties; integrale advisering: de verantwoordelijkheid van de adviseur richting college of de raad om het advies af te stemmen met betrokken afdelingen, met name op het gebied van Personeel en Organisatie (P&O), financiën en juridische zaken. Hoofdstuk2De structuur van de ambtelijke organisatie/ de taaktoewijzing Artikel2Organisatorische eenheden 1.Als organisatorische eenheden zoals bedoeld in artikel 1, lid a, worden ingesteld de onderscheiden afdelingen in de organisatie van de gemeente Gaasterlân-Sleat, te weten de afdelingen Maatschappelijke Zaken, Ontwikkeling, Beheer en Middelen. 2.Binnen de afdelingen worden verschillende taakvelden onderscheiden. 3.De takenpakketten van de afdelingen, zijn opgenomen in het algemene deel van het functieboek en de daarin opgenomen functieprofielen. 4.Het directieteam kan besluiten de structuur van elke afdeling, nader te herzien. Over een dergelijk voornemen wordt het betrokken afdelingshoofd gehoord. 5.Het directieteam kan besluiten tot (tijdelijke) toewijzing van onderdelen van het takenpakket van een afdeling aan een andere afdeling. Over een dergelijk voornemen worden de betrokken afdelingshoofden gehoord. 6.Het directieteam kan besluiten tijdelijke organisatorische verbanden tussen eenheden in te stellen, ter voorbereiding en/of uitvoering van beleid, dat meerdere organisatorische eenheden betreft. Het beheer van dergelijke verbanden wordt opgedragen aan een projectleider. Over een dergelijk voornemen worden de betrokken afdelingshoofden gehoord. Artikel3Benoeming leidinggevende functionarissen 1.De directeur-secretaris wordt, gehoord het managementoverleg en de Ondernemingsraad, benoemd door burgemeester en wethouders. 2.De directeur bedrijfsvoering wordt, gehoord het managementoverleg en de Ondernemingsraad, benoemd door burgemeester en wethouders. 3.Het hoofd van een afdeling wordt, gehoord de desbetreffende afdeling en de directeur-secretaris en de directeur bedrijfsvoering, benoemd door burgemeester en wethouders. Artikel4Beheer en leiding 1.Het algemeen beheer van de ambtelijke organisatie berust bij burgemeester en wethouders. 2.De algemene leiding van de organisatie berust bij het directieteam. Het directieteam bestaat op basis van nevenschikking uit een directeur-secretaris en directeur bedrijfsvoering. 3.De dagelijkse leiding van een afdeling berust bij de hoofden van de afdelingen, ieder voor zijn eigen organisatorische eenheid. Hoofdstuk3Het ambtelijk management Artikel5De directeur-secretaris 1.Onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders is de directeur-secretaris het hoofd van de ambtelijke lijnorganisatie. (Afdelingen Ontwikkeling, Beheer en Maatschappelijke Zaken); 2.De directeur-secretaris is verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van de toegewezen directietaken. 3.De directeur-secretaris is verantwoordelijk voor het functioneren van de lijnafdelingen, waaronder begrepen het management, de coördinatie, de kwaliteitsbewaking en integratie van taken en werkzaamheden. 4.De directeur-secretaris is belast met de uitvoering van de wettelijke taken behorende bij de functie van gemeentesecretaris en directietaken. 5.Bij afwezigheid van de directeur-secretaris vervangt de directeur bedrijfsvoering; 6.De directeur-secretaris is verantwoordelijkheid voor: een voldoende procesmatige kwaliteit van de ambtelijke advisering en ondersteuning van de bestuursorganen; het tijdig en voldoende voorzien van de bestuursorganen van de nodige ambtelijke adviezen en ondersteuning; een voldoende planning van activiteiten en de uitvoering daarvan met inachtneming van het ter zake vastgestelde beleid; een goede kwaliteit van het management en de organisatie van de lijn; het op doelmatige wijze terzijde staan van de bestuursorganen door het ambtelijk apparaat. 7.De directeur-secretaris is verantwoordelijk voor een integrale beleidsontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering op organisatieniveau; 8.De directeur-secretaris is voorzitter van het managementoverleg 9.De directeur-secretaris voert functionerings- en beoordelingsgesprekken met de onder hem vallende ambtenaren. Artikel6De directeur bedrijfsvoering 1.Onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van burgemeester en wethouders is de directeur bedrijfsvoering hoofd van de bedrijfsvoering; 2.De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor een adequate uitvoering van de toegewezen directietaken; 3.Bij afwezigheid van de directeur bedrijfsvoering vervangt de directeur-secretaris; 4.De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor vormgeving en uitvoering van de planning en control van beleidsmatige- en financiële onderwerpen, op het gebied van P&O, Informatie & communicatie technologie (ICT), evenals voor de interne en externe communicatie; 5.De directeur bedrijfsvoering is bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden en treedt namens burgemeester en wethouders op in contacten en in het overleg met de Ondernemingsraad; 6.De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijkheid voor: een voldoende procesmatige kwaliteit van de ambtelijke advisering en ondersteuning van de bestuursorganen; het tijdig en voldoende voorzien van de bestuursorganen van de nodige ambtelijke adviezen en ondersteuning; een voldoende planning van activiteiten en de uitvoering daarvan met inachtneming van het ter zake vastgestelde beleid; een goede kwaliteit van het management en de organisatie van het ambtelijk apparaat; het op doelmatige wijze terzijde staan van de bestuursorganen door het ambtelijk apparaat. 7.De directeur bedrijfsvoering is verantwoordelijk voor een integrale beleidsontwikkeling, -voorbereiding en -uitvoering op organisatieniveau; 8.De directeur bedrijfsvoering is hiërarchisch verantwoordelijk voor het functioneren van de afdeling Middelen, waaronder de coördinatie, de kwaliteitsbewaking en de integratie van de taken en werkzaamheden. 9.De directeur bedrijfsvoering ziet erop toe dat de door de afdeling uitgebrachte adviezen binnen de wettelijke- en de door het bestuur vastgestelde kaders passen en of de uitgebrachte adviezen aanvulling behoeven van andere afdelingen. Dit geldt tevens voor de uitvoering van genomen besluiten. 10.De directeur bedrijfsvoering draagt er zorg voor, dat alle argumenten die voor de besluitvorming van belang zijn, in de advisering aan de bestuursorganen tot uitdrukking komen. Artikel7Het afdelingshoofd 1.Het afdelingshoofd is met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 lid m en artikel 4 lid 3, verantwoordelijk voor het functioneren van zijn afdeling, waaronder begrepen het management, de coördinatie en integratie van taken en werkzaamheden. 2.Het afdelingshoofd ziet er op toe dat, de door de afdeling uitgebrachte adviezen binnen de wettelijke- en de door het bestuur vastgestelde kaders passen en of de uitgebrachte adviezen aanvulling behoeven van andere afdelingen. Dit geldt tevens voor de uitvoering van genomen besluiten. 3.Het afdelingshoofd draagt er zorg voor, dat alle argumenten die voor de besluitvorming van belang zijn, in de advisering aan de bestuursorganen tot uitdrukking komen. 4.Het afdelingshoofd voert functionerings- en beoordelingsgesprekken met de medewerkers waaraan hij leiding geeft. Artikel8De ambtenaar 1.De ambtenaar is verantwoordelijk voor de aan hem opgedragen taken zoals vastgelegd in zijn functiebeschrijving met inachtneming van het bepaalde in het mandaatstatuut. 2.Voor zover artikel 1, lid l, van toepassing is, is een ambtenaar ook verantwoordelijk voor het budgethouderschap. De budgethouder doet regelmatig verslag van het gevoerde beheer aan het college van burgemeester en wethouders. Het budget is aan een budgethouder toegewezen op basis van het mandaatstatuut en Besluit regeling budgethouders.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.