Nota Misbruik en Oneigenlijk GebruikDE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT, gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 19 december 2023, organisatieonderdeel Concerncontrol, no. 2023.05128; gelet op de financiële verordening van de gemeente Maastricht. BESLUIT: De "Nota Misbruik en Oneigenlijk Gebruik" vast te stellen. 1.Inleiding Voor u ligt het beleid op misbruik en oneigenlijk gebruik van de Gemeente Maastricht. In dit beleid leggen we de kaders vast voor preventie en toezicht op misbruik en oneigenlijk gebruik (hierna M&O). Het M&O-beleid is gebaseerd op de gemeentelijke visie en de bestuurlijke uitgangspunten voor dienstverlening en misbruik en oneigenlijk gebruik. 1.1Aanleiding Rechtmatigheid is een van de kernbegrippen van goed overheidsbestuur. Rechtmatigheid houdt in dat de wet- en regelgeving wordt gevolgd. Vanaf boekjaar 2023 dient het college van B&W zelf verantwoording aan de raad af te leggen over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Misbruik en oneigenlijk gebruik is één van de rechtmatigheidscriteria die zijn verankerd in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO). Het college zal in de rechtmatigheidsverantwoording een uitspraak doen in hoeverre misbruik en oneigenlijk gebruik voorkomen en bestreden wordt, en of de getroffen maatregelen functioneren. De Commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) heeft in haar kadernota Rechtmatigheid 2023 geadviseerd aan de gemeenten om een overkoepelend beleidsstuk M&O te maken en door de Raad te laten vaststellen. 1.2Overkoepelend kader Deze nota is opgesteld om het overkoepelend beleid vast te leggen. Hierin worden de belangrijkste uitgangspunten bij de voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen beschreven. In dit overkoepelend beleid beschrijven we de middelen ter preventie en repressie in het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast beschrijft het de risicogebieden en hoe het beleid in de bedrijfsvoering kan worden vormgegeven door middel van het inzetten van beheersmaatregelen. De uitwerking van het overkoepelend M&O-beleid vindt plaats in de specifieke regelingen, verordeningen en processen. De inzet van beheersmaatregelen bij de risicogebieden worden getypeerd variëren van basis, matig tot intensief. De meeste regelingen zijn gebonden aan wettelijke eisen en minimumnormen voor het nemen van maatregelen ter bestrijding van fraude en misbruik. Vanuit het M&O beleid is het mogelijk daar eventueel maatregelen aan toe te voegen. 2.3Waarom een verbijzonderd M&O-beleid? Het M&O beleid heeft als doel het voorkomen en tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik van publieke gelden. Dit wordt gedaan door het uitvoeren van preventieve maatregelen alsook repressief beleid. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het M&O-beleid. 2.Begrippen en uitgangspunten 2.1Definities en afbakening M&O beleid In de Kadernota Rechtmatigheid 2023 heeft de commissie BBV de volgende definities van misbruik en oneigenlijk gebruik opgenomen. Onder misbruik wordt verstaan: Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Misbruik van overheidsgelden wordt geregeld aangeduid met het plegen van fraude om zich onrechtmatig overheidsgelden toe te eigenen. Misbruik van overheidsregelingen moet echter wel duidelijk worden onderscheiden van fraude waarbij één of meerdere medewerkers van de organisatie betrokken zijn. Bij het bestrijden van misbruik passen beheersmaatregelen zoals misbruikpreventie, handhaving, misbruik en fraudeopsporing en sancties. Een voorbeeld van misbruik is het opzettelijk aanleveren van onjuiste gegevens door een burger om op die manier aanspraak te kunnen maken op een uitkering. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving (dus niet in strijd met de wet) maar in strijd met het doel en de strekking daarvan. Anders gezegd: het vinden van de “mazen” in de wet. De beheersmaatregelen die daarbij passen zijn: handhaving, voorlichting, analyse toepassen en actualisering wet- en regelgeving. Een voorbeeld van oneigenlijk gebruik: op 1 maart 2020 werd in allerijl de tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (tozo) ingevoerd. De juridische uitwerking volgde pas enkele weken later op 21 april 2020. Om de zelfstandigen snel te kunnen helpen lag de focus van de regeling op een snelle uitvoering zodat grote aantallen ondernemers van een inkomen konden worden voorzien. Omdat er nog geen juridische uitwerking van de regeling beschikbaar was zijn in een aantal gevallen uitkeringen te hoog of ten onrechte verstrekt. Dit was ten tijde van de invoering van de tozo echter niet onrechtmatig (geen misbruik) omdat de juridische uitwerking nog niet beschikbaar was. Het verstrekken van deze uitkeringen was echter niet in overeenstemming met het doel van de regeling. Misbruik is onrechtmatig, oneigenlijk gebruik niet. Wanneer sprake is van misbruik van overheidsgelden worden deze gelden in beginsel door de gemeente teruggevorderd. Wanneer het misbruik niet is gecorrigeerd en/of teruggevorderd telt de fout mee voor de rechtmatigheidsverantwoording. Voor oneigenlijk gebruik geldt dit niet. Oneigenlijk gebruik kan wel andere punten raken, het is noodzakelijk dat de lokale wet- en regelgeving worden aangepast of duidelijker worden toegelicht. Tevens is het van belang om de interne controles aan te scherpen. Onder fraude verstaan we: Het bevoordelen van zichzelf of een ander middels opzettelijk wederrechtelijk handelen door één of meerdere personen binnen de gemeente. Bepalend voor fraude zijn dus de elementen bevoordeling en opzettelijke strijdigheid met de wet- en of regelgeving. Een voorbeeld is het betalen van valse facturen waarbij één of meerdere personen binnen de gemeente betrokken zijn. Afbakening: wat vormt geen onderdeel van deze beleidsnota M&O-beleid is extern gericht, namelijk op de inwoner, instelling of organisatie die via de gemeente gebruik maakt van overheidsregelingen. Interne regelingen vallen niet onder de werking van het M&O-beleid. Interne casussen/ regelingen worden wat betreft eventueel misbruik of oneigenlijk gebruik onder het integriteitsbeleid geschaard. Er wordt een brede definitie gehanteerd van M&O gevoelige regelingen, namelijk regelingen met directe financiële gevolgen voor derden / belanghebbenden (denk aan subsidies, heffingen/belastingen, uitkeringen), en regelingen die niet directe financiële gevolgen hebben (bijvoorbeeld vergunningen). Uit deze laatste regelingen kunnen immers op termijn ook financiële gevolgen voortvloeien voor derden/belanghebbenden. Naast misbruik en oneigenlijk gebruik kan er sprake zijn van fraude.Zoals bovenstaand beschreven betreft het frauduleus handelen binnen onze definitie het opzettelijk wederrechtelijk handelen door personen binnen de gemeentelijke organisatie. . Dit type fraudes is een onderdeel van de getrouwheidsverklaring van de accountant in het kader van de controle op de jaarrekening en wordt daarom niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Als de gemeente deze fraude op een juiste manier heeft verwerkt in de jaarrekening, dan kan deze toegelicht worden in de paragraaf bedrijfsvoering, maar er is geen verplichting. Het is wel aan te bevelen. Fraude valt daarmee buiten de scope van deze beleidsnota. Echter, soms worden in het dagelijks taalgebruik handelingen als fraude bestempeld, terwijl het feitelijk om misbruik en oneigenlijk gebruik gaat. Denk bijvoorbeeld aan ‘fraude’ met (onterecht toegekende) vergunningen. Het gaat hier om derden die misbruik maken van regelingen. Dit type ‘fraude’ valt nadrukkelijk wel onder het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium en moet wel duidelijk worden onderscheiden van fraude in het kader van de controle van de jaarrekening door de accountant. Afbeelding 1. Samenhang definities 2.2Relatie met rechtmatigheid, integriteit, kwetsbaarheden & frauderisicoanalyse en ondermijning Rechtmatigheid Zoals in de inleiding aangegeven dient het college vanaf boekjaar 2023 zelf verantwoording aan de raad af te leggen over de rechtmatigheid in de jaarrekening. Middels de rechtmatigheids-verantwoording verklaart het college dat zij rechtmatig heeft gehandeld. Dit rechtmatig handelen bestaat uit drie deelaspecten: Het voorwaardencriterium: alle financiële beheershandelingen zijn verricht in overeenstemming met (externe en interne) wet- en regelgeving. Het begrotingscriterium: Alle lasten in het begrotingsjaar vallen binnen de begroting (incl. wijzigingen) zoals door de gemeenteraad (lees verder ook: provinciale staten van de provincie of het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling) is goedgekeurd. De gemeenteraad bepaalt onder de rechtmatigheidsverantwoording via de financiële verordening de weging van begrotingsrechtmatigheid (wanneer een onrechtmatigheid wel of niet meeweegt in als onrechtmatig in de rechtmatigheidsverantwoording) Het misbruik & oneigenlijk gebruik (M&O) criterium: het college heeft voldoende waarborgen gecreëerd om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen is verleend of een te laag dan wel geen bedrag aan heffingen aan de gemeente is betaald. Misbruik en oneigenlijk gebruik is één van de drie bovengenoemde criteria van rechtmatigheid ten aanzien van de Rechtmatigheidsverantwoording. Misbruik en oneigenlijk gebruik heeft een relatie met rechtmatigheid, in die zin dat misbruik een onrechtmatige handeling is, maar bij oneigenlijk gebruik is dat niet het geval. Bij oneigenlijk gebruik wordt feitelijk gehandeld in overeenstemming met wet- en regelgeving. Daarmee zijn dergelijke handelingen niet onrechtmatig. Wel is sprake van handelen in strijd met het doel en de strekking van de wet- en regelgeving. In de Kadernota Rechtmatigheid 2022 zoals deze is gepubliceerd door de commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) wordt ook op de relatie tussen M&O en rechtmatigheid ingegaan. Onder het begrip rechtmatigheid valt ook het Misbruik en Oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving. Integriteit Het M&O-beleid op misbruik en oneigenlijk gebruik is extern gericht en gaat om derden van buiten de gemeentelijke organisatie die gebruik maken van regelingen van de gemeente. Het integriteitsbeleid van de gemeente is intern gericht en gaat om de ambtelijke organisatie en het bestuur van de gemeente. Het integriteitsbeleid bestaat uit allerlei bouwstenen, zoals een gedragscode voor de ambtelijke organisatie, evenals preventie in de vorm van voorlichting en training aan (nieuwe) medewerkers, maar uiteraard ook handhaving in de vorm van regelingen voor het melden en onderzoeken van integriteitskwesties (waaronder fraude en diefstal). Jaarlijks wordt over de uitvoering van het integriteitsbeleid, inclusief integriteitsmeldingen en de opvolging daarvan, verslag gedaan in de gemeentelijke jaarrekening. Topkwetsbaarheden & frauderisicoanalyse Jaarlijks wordt door concerncontrol een gemeentebreed totaaloverzicht van topkwetsbaarheden opgesteld, inclusief de bestaande beheersmaatregelen, per organisatieonderdeel. Hierbij kijkt concerncontrol, naast het fraude-perspectief zoals gewenst vanuit een fraude risicoanalyse door de accountant, in de breedste zin des woord naar kwetsbaarheden in de gehele bedrijfsvoering. Aanvullend hierop stelt concerncontrol jaarlijks ook een geactualiseerde gemeentebrede frauderisicoanalyse (FRA) op, waarbij specifiek wordt gekeken naar zowel frauderisico’s als misbruik en oneigenlijk gebruik risico’s. Het onderkennen van frauderisico’s, het uitvoeren van controlewerkzaamheden die hierop gericht zijn en het actie ondernemen in geval van vermoeden van fraude is een onlosmakelijk onderdeel van de accountantscontrole. Voor de ambtelijke organisatie van de gemeente Maastricht draagt de frauderisicoanalyse bij aan de interne bewustwording rond frauderisico’s en is erop gericht zodanige maatregelen te treffen dat het zogenoemde restrisico tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Dit geldt ook voor het M&O-criterium (misbruik en oneigenlijk gebruik); het wordt als aparte categorie geïnventariseerd binnen de gemeentebrede frauderisicoanalyse. Op die manier draagt het ook bij aan de interne bewustwording rond dit thema en dat eventuele risico’s kunnen worden gemitigeerd. Ondermijning Ondermijning of ondermijnende georganiseerde criminaliteit betreft (pogingen tot) beïnvloeding van de overheid door de criminele onderwereld. Ondermijning is een vorm/uiting van misbruik of oneigenlijk gebruik en kan zich uiten in alle in deze beleidsnota genoemde onderwerpen, met name wanneer er financiële belangen spelen. Ondermijning kan ook een rol spelen in relatie tot het politiek bestuur, bijvoorbeeld in de vorm van chantage of omkoping. Hier ligt een nauwe relatie met het thema integriteit. De gemeente heeft het beleid omtrent ondermijning opgenomen in het meerjarenplan veiligheid 2023-2026. 3.M&O Beleid Processen, waarbij M&O-gevoeligheden spelen, moeten voldoende specifieke beheersmaatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid en volledigheid te toetsen van de door belanghebbende verstrekte gegevens. Deze specifieke beheersmaatregelen dienen verankerd te worden in de administratieve organisatie en interne controle (hierna: AO/IC). Primair ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij het directielid bedrijfsvoering en secundair bij de managers van een domein. Aan de hand van de hierna uitgewerkte algemene gedragslijn en specifieke regels binnen de beleidscyclus dienen de domeinen hun specifieke beheersmaatregelen te formuleren (nieuwe regelgeving) of indien nodig te actualiseren (bestaande regelgeving). Specifieke beheersmaatregelen zijn nodig omdat de normale beheersmaatregelen niet in alle gevallen de betrouwbaarheid van gegevens van derden ondervangen. Daarbij staat of valt de werking van de normale beheersmaatregelen met de integriteit van functionarissen. Bij niet integer handelen kunnen bestaande procedures en interne controles omzeild worden of buiten werking worden gesteld. Dit geldt zeker bij contacten tussen individuele functionarissen en de buitenwereld. 3.1Algemeen beleid van de Gemeente Maastricht Vermijden en voorkomen van M&O-gevoeligheden Binnen de gemeente Maastricht is het uitgangspunt dat M&O-gevoeligheden zoveel mogelijk moeten worden vermeden dan wel voorkomen. Specifieke beheersmaatregelen Binnen de gemeente Maastricht onderkennen we een aantal risicogebieden waar de kans op misbruik en oneigenlijk gebruik relatief groter is. Afhankelijk van de mate van M&O-risico zal de gemeente Maastricht een intensief , een matig of basis M&O-beleid ten opzichte van de reguliere AO/IC toepassen. Een intensief M&O-beleid betekent dat aanvullende preventieve en repressieve beheersmaatregelen noodzakelijk zijn om het risico van M&O verminderen. Een matig M&O-beleid houdt in waakzaamheid in de vorm van (extra) kritische beoordeling van de onderbouwing van informatie. Preventieve beheersmaatregelen zijn aan te bevelen. De gemeente Maastricht hanteert verschillende beheersmaatregelen om misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden te voorkomen dan wel te bestrijden. Het betreft maatregelen die uit landelijke en lokale wet- en regelgeving verplicht worden gesteld te hanteren door de gemeente. Daarnaast hanteert de gemeente de mogelijkheid gerichte controles uit te voeren om specifieke risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik verder terug te dringen. 3.2Preventie Het uitgangspunt van ons beleid is, waar mogelijk, misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen. Dit doen we door gevoeligheden zoveel mogelijk te vermijden en preventieve maatregelen toe te passen. Preventieve maatregelen zijn maatregelen die liggen vóór het moment van beschikken, betalen of ontvangen van een voorziening, vergunning of uitkering. Preventieve maatregelen betreffen regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Daarnaast vormt de specifieke aandacht en bewustwording voor M&O, in het kader van de jaarlijkse gemeentebrede frauderisicoanalyse, die concerncontrol samen met de organisatieonderdelen oppakt, een vorm van preventie. 3.2.1Regelgeving en Beleidsvoorbereiding Wanneer regelgeving wordt opgesteld of herzien is aandacht vereist voor eventuele M&O gevoelige aspecten. Onder regelgeving wordt verstaan: verordeningen, beleidsregels, nadere regels en richtlijnen van de gemeente zoals vastgelegd in processen en interne afspraken op het intranet van de Gemeente Maastricht. Het is van belang dat gevoeligheden ten aanzien van M&O zoveel mogelijk vermeden dan wel voorkomen worden. Hierbij helpt een heldere en eenduidige regelgeving. Heldere definities maar ook een vermindering van de afhankelijkheid van gegevens van derden, een nauwkeurige omschrijving van doel en doelgroep en een slagvaardige reparatiewetgeving wanneer blijkt dat niet tot de doelgroep behorende belanghebbenden gebruik maken van de regeling of dat de middelen aan een ander doel worden besteed. 3.2.2Voorlichting Wet- en regelgeving wordt door middel van voorlichting onder de aandacht gebracht van belanghebbenden (inwoners, bedrijven en instellingen). Er dient informatie te worden verstrekt over het bestaan van een regeling, aard en doel van de regeling, de specifieke doelgroep, geldende voorwaarden en controle- en sanctiebeleid. Voorlichting draagt in preventieve zin bij aan het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van een regeling, zeker als ook duidelijk wordt gecommuniceerd over mogelijke sancties. Het draagt ook bij aan het weerbaar maken van de medewerkers van de gemeente en de inwoners van Maastricht, die zo kunnen opkomen tegen misbruik en oneigenlijk gebruik. Een actieve voorlichting is tevens noodzakelijk om door een proces van bewustwording, kennis, houding of gedragsverandering het naleven van wetten of regelingen zo optimaal mogelijk te doen bewerkstelligen. 3.2.3Controle vooraf Controle in de uitvoering is een middel om (de kans
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.