Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Purmerend 2024-2028Burgemeester en wethouders van de gemeente Purmerend, gelet op artikel 13.5, eerste lid van het Omgevingsbesluit, B E S L U I T E N: De bijgevoegde Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Purmerend 2024-2028 met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 vast te stellen. De Nota vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 in te trekken. De gemeenteraad via bijgevoegde brief te informeren. Bestuurlijke samenvatting Voor u ligt de Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Purmerend 2024-2028 voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Purmerend. Deze beleidsnota beschrijft de wijze waarop de gemeente vergunningen verleent, toezicht houdt en handhaaft op het gebied van het omgevingsrecht, Algemene plaatselijke verordening en bijzondere wetten. Deze beleidsnota geeft het strategisch beleidskader aan voor de uitvoering en handhaving in de fysieke leefomgeving voor de periode 2024 tot
- Hierbij is rekening gehouden met de uitkomsten van de beleidsevaluatie die is uitgevoerd. Daarnaast is de nota aangepast op belangrijke ontwikkelingen, namelijk de Omgevingswet en het stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen. Er is eerst een omgevingsanalyse uitgevoerd. Het gaat om een omschrijving van de gemeente en voor welke uitdagingen wij staan. Vervolgens wordt de missie en visie op het gebied van uitvoering en handhaving weergegeven. Hierna worden de problemen die zich in de fysieke leefomgeving kunnen voordoen, nader geduid via een analyse. Aangezien de beschikbare capaciteit schaars is, moet worden geprioriteerd. De problemen en risico’s zijn hoog, middel en laag geprioriteerd. Op basis van de omgevings- en probleemanalyse zijn doelen gesteld voor de periode tot en met
- De doelstellingen geven aan wat wij willen bereiken. Per doel is aangegeven wat wij daar concreet voor gaan doen en wat het gewenste resultaat moet zijn. Er zijn doelen gesteld over het implementeren van nieuwe wetgeving (Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen), de uitvoeringsorganisatie, meldingen handhaving en er zijn operationele doelen gesteld. In het jaarlijks op te stellen programma uitvoering en handhaving wordt concreet aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd die bijdragen aan het bereiken van de doelen en prioriteiten van de beleidsnota. Deze activiteiten worden gedurende het jaar gemonitord. Jaarlijks wordt over de uitvoering van het programma gerapporteerd, vindt de verantwoording plaats in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het realiseren van de doelen en vindt de evaluatie van de beleidsnota plaats. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wordt de nota aangepast. In de beleidsnota worden de te hanteren strategieën beschreven. Het gaat om de vergunningenstrategie en de strategieën om de naleving van de regels te bevorderen. Tot slot wordt ingegaan op de uitvoeringsorganisatie en alle zaken die hiermee te maken hebben. Zo wordt inzicht gegeven in de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden, werkprocessen, personele en financiële capaciteit, functiescheiding, samenwerkingsafspraken, piketregeling, het voorkomen van vaste handhavingsrelaties en kwaliteitszorg en monitoring. 1.Inleiding Voor u ligt de Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Purmerend 2024-2028 voor de fysieke leefomgeving van de gemeente Purmerend. Deze beleidsnota beschrijft de wijze waarop de gemeente vergunningen verleent, toezicht houdt en handhaaft op het gebied van het omgevingsrecht, Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) en bijzondere wetten. 1.1Aanleiding en wettelijk kader Het college van burgemeester en wethouders is wettelijk verplicht om een uitvoerings- en handhavingsstrategie vast te stellen. Dit gaat over de taken op het gebied van uitvoering (ook wel: vergunningverlening) en handhaving. De wettelijke basis is artikel 13.5, eerste lid, van het Omgevingsbesluit (de opvolger van het Besluit omgevingsrecht). In de uitvoerings- en handhavingsstrategie moet worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden worden uitgevoerd om de doelen te bereiken. Een belangrijk onderdeel van de strategie is een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van de regelgeving en een prioriteitenstelling. In afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit is aangegeven waar de strategie precies aan moet voldoen. Vanaf 2016 golden de Nota VTH Purmerend en de Nota VTH Beemster. Beide nota’s zijn in 2019 met drie jaar verlengd. Reden hiervoor was dat er toen belangrijke en grote veranderingen op de gemeente afkwamen, maar dat het nog te vroeg was om deze te verwerken in een nieuwe nota VTH. Dit betreft de gemeentelijke fusie, de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb).1De wetswijziging wordt aangeduid als ‘’Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’’. Het stelsel van kwaliteitsboring voor het bouwen is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Voor de leesbaarheid wordt dit in deze beleidsnota als Wkb aangeduid. De nota VTH van Purmerend is hierna per fusiedatum in 2022 van toepassing verklaard op de nieuwe gemeente Purmerend. De looptijd van deze nota is verstreken. 1.2Beleidsevaluatie periode 2016-2023 In 2019 heeft een grondige evaluatie van beide nota’s VTH plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan is de nota voor beide gemeenten op onderdelen aangepast. Zo is een nieuwe vergunningenstrategie toegevoegd en is de sanctiestrategie geactualiseerd. In januari 2022 is de gemeentelijke fusie afgerond. Aangezien de beleidsperiode afloopt, is het tijd om definitief de balans op te maken. Daarom is geëvalueerd of de doelstellingen over de beleidsperiode zijn bereikt. In bijlage 1 is per doel van de nota VTH aangegeven in hoeverre deze zijn bereikt. Daarnaast zijn de strategieën van de nota tegen het licht gehouden. Jaarlijkse evaluatieverslagen Jaarlijks wordt in het evaluatieverslag uitvoering en handhaving (voorheen: evaluatieverslag vergunningverlening, toezicht en handhaving) beschreven in hoeverre de voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd en in welke mate deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelen van de Nota VTH. De evaluatieverslagen zijn als input gebruikt voor deze algehele beleidsevaluatie. Voor de concrete activiteiten die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, wordt verwezen naar de evaluatieverslagen. In deze paragraaf wordt volstaan met een samenvatting van de doelen en een evaluatie van de strategieën. Doelstellingen Samengevat zijn de meeste doelstellingen van de nota bereikt. Het minimale kwaliteitsniveau van de uitvoering van de VTH-taken is vastgelegd en geborgd in diverse werkprocessen. Dat de VTH-taken adequaat worden uitgevoerd, blijkt ook uit de jaarlijkse beoordeling van de provincie in het kader van het Interbestuurlijk Toezicht. Ieder jaar is zowel de voormalige gemeente Beemster als Purmerend adequaat beoordeeld door de provincie. Bovendien is de dienstverlening de afgelopen jaren continu verbeterd. Voorbeelden hiervan zijn het maken van nieuwe werkprocessen, het doorvoeren van verbeteringen naar aanleiding van een interne audit, verdere automatisering en digitalisering. Een ander voorbeeld is de ingebruikname van de nieuwe MOR-app waardoor inwoners gemakkelijker klachten en meldingen met betrekking tot de openbare buitenruimte kunnen indienen. Inwoners maken goed gebruik van de MOR-app. Dit is te zien in de cijfers, want het aantal klachten en meldingen is de afgelopen jaren fors gestegen. Hierdoor is het niet altijd mogelijk geweest om de ingekomen klachten en meldingen met betrekking tot de openbare buitenruimte binnen vijf werkdagen in behandeling te nemen. De dienstverlening van de gemeente wordt door de inwoners positief gewaardeerd. Zo blijkt uit de laatste Omnibusenquête. Inwoners weten de gemeente via verschillende kanalen bovendien goed te vinden. Bij zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving wordt met alle ketenpartners goed samengewerkt. Er zijn werkafspraken gemaakt en door de oprichting van het team Ondermijning is de samenwerking op veiligheidsniveau zowel intern als extern verder versterkt. Het wijkgericht werken is goed ingericht. In de wijken en dorpen wordt intensief samengewerkt, de handhavers (boa’s) zijn zichtbaarder op straat en zijn gemakkelijk bereikbaar en toegankelijk voor de wijkbewoners. Voor Beemster is een dorpsmanager (vergelijkbaar met een wijkmanager) aangesteld. Strategieën In de nota zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving strategieën opgenomen. In de strategieën is verwoord op welke wijze het werk wordt uitgevoerd. Het gaat om de nalevingsstrategie, die bestaat uit de toezichtstrategie, de sanctiestrategie en de gedoogstrategie. In Purmerend wordt de landelijke handhavingsstrategie als uitgangspunt genomen. In het bijlagenboek bij de Nota VTH is uitgeschreven hoe de gemeente Purmerend hieraan invulling geeft. Ook is er een vergunningenstrategie. Met de betrokken collega’s van toezicht en handhaving is nagegaan op welke manier de strategieën in de praktijk worden gevolgd. Gebleken is dat bij juridische handhaving wordt opgetreden conform de strategieën. Met de komst van de Omgevingswet en de Wkb worden deze strategieën op actualiteit beoordeeld. Bij het houden van toezicht is gebleken dat de stappen die in de strategieën zijn vastgelegd niet consequent worden gevolgd. De praktijk blijkt weerbarstig. Voor toezichthouders is gebleken dat het lastig is om de strategieën te vertalen naar een praktische toepassing. Door middel van interne controle, zoals het uitvoeren van een audit, het opstellen van een verbeterplan en het implementeren hiervan in de organisatie, kan de kwaliteit van de uitvoering worden verbeterd. Aanbevelingen Veel gaat goed. Uiteraard zijn er nog verbeteringen mogelijk. Voor de aankomende beleidsperiode is het noodzakelijk om aandacht te besteden aan: De tijdigheid van uit te voeren controles bij de horeca vergunningverlening (inrichtingseisen); Een praktische vertaling van de strategieën zowel naar het VTH systeem als naar de praktijk (fase van toezicht); Een realistische termijn voor het in behandeling nemen van klachten en meldingen; Het opstellen van protocollen voor het op een uniforme manier invoeren van voor het toezicht relevante gegevens in het VTH-systeem en monitoren van de kwaliteit van invoer; Het optimaliseren van de samenwerking met alle ketenpartners waarbij de gemeente in de rol van opdrachtgever een meer sturende rol kan innemen; Het organiseren van interne audits, het opstellen van een verbeterplan en de implementatie hiervan om de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren; Het proces betreffende de omgang met te laat, onvolledige of van onvoldoende kwaliteit ingediende aanvragen bij de Apv en bijzondere wetten; Het voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb beoordelen van de strategieën van de nota op actualiteit. 1.3Reikwijdte Deze beleidsnota geeft het strategisch beleidskader aan voor de uitvoering en handhaving in de fysieke leefomgeving voor de periode 2024 tot
- Het gaat hier om de omgevingsanalyse, missie, visie en strategieën die richtinggevend zijn voor de uitvoering van de taken. Met inachtneming van dit strategisch kader is een probleemanalyse uitgevoerd en zijn prioriteiten voor uitvoering en handhaving gesteld. Op basis van de omgevings- en probleemanalyse en prioritering zijn meetbare doelstellingen opgesteld. Betrokken wetten en regels De beleidsnota heeft betrekking op de uitvoering en handhaving van de Omgevingswet en Algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s), Monumentenwet 1988 en de Wet milieubeheer. Dit is wettelijk verplicht. Daarnaast heeft de beleidsnota betrekking op de Apv, Afvalstoffenverordening, Parkeerverordening en bijzondere wetten (zoals de Alcoholwet en Wegenverkeerswet) voortvloeiende taken. De beleidsnota heeft dus betrekking op het verlenen van vergunningen voor (binnenplanse en buitenplanse) omgevingsplanactiviteiten, monumenten, bouwtechnische omgevingsvergunning, bodembeheer, milieu, exploitatievergunningen voor het uitoefenen van een openbare inrichting, terrasvergunningen, het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats, evenementen, kansspelautomaten, parkeervergunningen, verzoeken om (juridische) handhaving, het toezicht en de handhaving op deze toestemmingen/verzoeken en het toezicht en de handhaving naar aanleiding van klachten en meldingen. De beleidsnota heeft geen betrekking op de basismilieutaken die door Omgevingsdienst IJmond (hierna: ODIJ) in opdracht van de gemeente Purmerend worden uitgevoerd. ODIJ heeft hiervoor zelfstandig beleid, een uitvoeringsprogramma en een evaluatieverslag welke door het algemeen bestuur en ook door de colleges van de deelnemende gemeenten worden vastgesteld. 1.4Actuele ontwikkelingen Op het gebied van uitvoering en handhaving staan grootschalige wijzigingen op stapel. De Omgevingswet en ook de Wkb zijn op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet voorziet in een algehele stelselherziening van het omgevingsrecht. De wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water worden in de Omgevingswet namelijk gebundeld. De Omgevingswet vormt hiermee de basis voor het integraal beheer van de fysieke leefomgeving en de ontwikkeling daarvan. Het zogenaamde ‘Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)’ ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Het DSO is het digitale loket waar initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden vergunningen kunnen aanvragen, meldingen kunnen doen en snel kunnen zien welke regels van toepassing zijn op een locatie. De Omgevingswet heeft grote gevolgen voor de uitvoering en het toezicht. In ieder geval wijzigt het volgende: Het begrip fysieke leefomgeving staat centraal. Dit begrip is ruimer dan die van een goede ruimtelijke ordening. Hierdoor is een meer integrale afweging bij verzoeken mogelijk; Het omgevingsplan vormt een belangrijke basis voor de uitvoering van de werkzaamheden; Overdracht bodemtaken (met uitzondering van grondwater) vanuit provincie naar gemeenten; (meer) Participatie van de omgeving; Vergunningverlening in acht weken (reguliere procedure, welke uitgangspunt is); Verregaande digitalisering via het DSO; Wijziging van begrip inrichting naar milieubelastende activiteit. De Wkb heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De Wkb heeft grote gevolgen voor gemeenten. Een deel van de vergunningverlenende en toezichthoudende taken zullen namelijk door marktpartijen worden uitgevoerd. Hierdoor moeten de werkprocessen van de gemeenten worden aangepast. Daarnaast komen er extra taken bij. Voor bouwwerken die onder de Wkb vallen, moet een bouwmelding worden ingediend. De nieuwe wetgeving heeft grote gevolgen voor de interne organisatie en de werkprocessen. De beleidsnota is hierop aangepast. 1.5Totstandkoming beleidsnota Bij de totstandkoming van de beleidsnota zijn diverse partijen op een actieve wijze betrokken. Naast ambtelijke inbreng is ook door verschillende bestuurders input geleverd. De resultaten van de interviews zijn in de beleidsnota verwerkt en vinden ook hun uitwerking in toekomstige uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast zijn door middel van de jaarlijkse omnibusenquête en een specifieke internetenquête de inwoners bevraagd over datgene wat zij belangrijk vinden bij toezicht en handhaving. De resultaten zijn verwerkt in de zogenoemde probleemanalyse, die een belangrijke basis vormt voor de prioriteiten. 1.6Leeswijzer Hoofdstuk 2 start met een omgevingsanalyse. Er wordt beschreven wat voor gemeente Purmerend is. Hierna wordt de missie en de visie op uitvoering en handhaving beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de uitgevoerde probleemanalyse beschreven. Aangezien de beschikbare capaciteit schaars is, moet worden geprioriteerd. In dit hoofdstuk vindt daarom een prioritering plaats. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de doelen gesteld voor de periode tot en met
- In hoofdstuk 5 worden de te hanteren strategieën beschreven. Het gaat om de vergunningenstrategie en de strategieën om de naleving van de regels te bevorderen. De beleidsnota eindigt met hoofdstuk 6 waarin wordt ingegaan op de uitvoeringsorganisatie. 2.Omgevingsanalyse, missie en visie Dit hoofdstuk start met een omgevingsanalyse van gemeente Purmerend. Hierna wordt de missie en de visie op uitvoering en handhaving beschreven. De missie en visie staan niet op zich. Zij zijn ingegeven door de context en de uitdagingen waarvoor wij staan. Het hoofdstuk wordt daarom afgesloten met de uitdagingen. 2.1Omgevingsanalyse Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd tot de gemeente Purmerend. Het totale oppervlakte van de gemeente bedraagt 96 km
- Purmerend is vanaf de jaren ‘60 van de vorige eeuw gegroeid van een kleine stad van 7.000 inwoners tot een woonstad van 80.000 inwoners. Sinds de samenvoeging met Beemster is het totaal inwoneraantal ongeveer 94.
- De gemeente Purmerend is administratief ingedeeld in acht wijken. Dit betreft het centrum van Purmerend, Overwhere, Wheermolen, Gors, Purmer-Noord, Purmer-Zuid, Weidevenne en de Beemster. In de Beemster liggen het centrumdorp Middenbeemster en de woonkernen Noordbeemster, Westbeemster en Zuidoostbeemster. Verder is er een aantal buurtschappen. Het overgrote deel van Beemster is buitengebied. Hier vinden voornamelijk agrarische activiteiten plaats. Typisch voor de Beemster is het kenmerkende landschap met de kaarsrechte verkaveling en de bijzondere ontstaansgeschiedenis. Droogmakerij De Beemster onderscheidt zich van andere droogmakerijen elders op de wereld door de originele aanwezigheid en zichtbaarheid van het in 1612 (het jaar van de droogmaking van het Bamestrameer) toegepaste verkavelingspatroon. Het hiërarchisch opgebouwde watersysteem is de blauwdruk voor deze structuur. Dit is vastgelegd op de Kopergravure. Door het predicaat Werelderfgoed erkent de Unesco het waardevolle van de droogmakerij en vindt dat óók de toekomstige generaties moeten kunnen genieten van dit monument met zijn stolpboerderijen, rijksmonumenten, forten en historische kernen. De gemeente Purmerend telt de volgende bedrijventerreinen: Baanstee (Noord, Oost en West), de Koog, Insulinde en Bamestra. In zijn algemeenheid zijn hier middelkleine bedrijven gevestigd die een relatief geringe impact hebben op de omgeving, zoals opslagbedrijven, autobedrijven, IT bedrijven en dienstverleningsbedrijven. Een klein aantal bedrijven hebben een grotere invloed op de omgeving. Het gaat hier bijvoorbeeld om een composteringsbedrijf, de bio warmtecentrale, afvalinzamelingsbedrijven, een cosmetica producent, een producent van heipalen, een bedrijf voor de opslag van gevaarlijke stoffen, twee autosloopbedrijven, de milieustraat en een kaasmakerij. De provincie en de Omgevingsdienst IJmond voeren het (milieu)toezicht hierop uit. Rondom de gemeente bevinden zich Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. Landelijk staan de Natura 2000-gebieden er slecht voor als het gaat om de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van de stikstofdepositie. De Omgevingswet geeft aan dat activiteiten die tot een verslechtering van de habitats zorgen, toestemming moeten krijgen van het bevoegd gezag (Provincie Noord-Holland). De meeste Natura 2000-gebieden rondom de gemeente zijn stikstofgevoelig. In diverse beleidsstukken zijn ontwikkelingen en opgaven verwoord waar de gemeente Purmerend nu en in de nabije toekomst voor staat.2Het gaat om het coalitieakkoord 2022-2026 Samen op Koers, de agenda Purmerend 2040, dorpsontwikkelingsvisies van Middenbeemster en Zuidoostbeemster, visies op hoogbouw, mobiliteit en verkeer, duurzaamheidsagenda, Nota omgevingskwaliteit, MRA agenda en Omgevingsvisie Noord-Holland. Te denken valt aan een woningbouwbehoefte en het voltooien van de binnenstedelijke verdichting in het centrum van Purmerend (bijvoorbeeld nieuw PostNL gebouw, herontwikkeling Oeverlanden, Oostflank, nieuw te ontwikkelen stationsgebied en Wheermolen-Oost). Wheermolen-Oost betreft een wijk die gedeeltelijk wordt gerenoveerd. Met deze wijk is gestart met het maken van een nieuw omgevingsplan. Er vindt ook een transformatie van bedrijventerrein de Koog plaats. Hier zullen bedrijven plaats maken voor woningen. Ook in het nabijgelegen voormalige Prinsenstichtinggebied aan de Spinnekop worden de komende jaren woningen gerealiseerd. In Beemster worden de nieuwbouwwijken De Keyser en De Nieuwe Tuinderij afgerond. Meer inwoners geven automatisch meer druk op de leefomgeving. De nieuwe inwoners zullen immers ook de voorzieningen gaan gebruiken, zoals een bezoek aan de horeca, winkels en parken. Verder is te verwachten dat het aantal vervoersbewegingen zal toenemen. Dit geeft dan ook uitdagingen om de stad bereikbaar te houden en een ieder een kans te bieden op een parkeerplek in de gebieden waar beperkte ruimte beschikbaar is. Bovendien zal invulling gegeven moeten worden aan maatschappelijke opgaven, zoals de energietransitie, verduurzaming en klimaatbestendigheid. Los hiervan wordt het omgevingsrecht vernieuwd (via de Omgevingswet), wordt vergaand gedigitaliseerd en wordt het bouwtoezicht gedeeltelijk geprivatiseerd. Logischerwijs hebben voornoemde ontwikkelingen gevolgen voor de wijze waarop de vergunningen worden verleend in Purmerend en de manier waarop het toezicht en de handhaving wordt uitgevoerd. In de vergunningenstrategie en handhavingsstrategie zullen wij dit nader duiden. 2.2Missie en visie In de vorige paragraaf is beschreven wat voor gemeente wij zijn. Waar wij voor staan wordt verwoord in de missie en visie. De missie is ook wel de kernopdracht van een organisatie. De missie omschrijft waarom de organisatie bestaat en waarop wordt ingezet. De visie ligt in het verlengde hiervan en omschrijft waarvoor de organisatie staat. Hieronder is de missie en visie voor de komende beleidsperiode op het gebied van uitvoering en handhaving weergegeven. Missie Samen met en voor inwoners en organisaties bouwen aan een duurzame en leefbare samenleving. Visie Veilige, gezonde en duurzame omgeving waar mensen kunnen werken, wonen en recreëren. 2.3Uitdagingen en context De missie en visie staan niet op zich. Zij zijn ingegeven door de context en de uitdagingen waarvoor wij staan. In Purmerend wordt al sinds jaren oplossingsgericht gewerkt. De context is richtinggevend voor datgene wat wij doen. Er wordt dus al in de geest van de Omgevingswet gewerkt. Door veranderingen in de omgeving zijn wij genoodzaakt om onze werkwijze continu tegen het licht te houden en waar nodig aan te passen. Het gaat dan niet alleen om veranderingen in wet- en regelgeving (zoals de Omgevingswet en de Wkb), maar ook om veranderingen in de samenleving (zoals corona, vluchtelingen, ondermijning) die impact hebben op de organisatie en de wijze waarop de uitvoering en handhaving ingericht zou moeten zijn. Vast staat dat er de komende beleidsperiode het nodige zal veranderen. Concreet staan wij de aankomende beleidsperiode voor een aantal uitdagingen, namelijk: De uitdaging om voorbereid te zijn op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wkb en werken volgens deze nieuwe systematiek; De uitdaging om de uitvoeringsorganisatie zodanig in te richten dat deze congruent is met doelen van de beleidsnota, de beschikbare en benodigde personele en financiële middelen, de strategieën, probleemanalyse en prioritering; De uitdaging om ondanks het hoge aantal meldingen, toch aan alle meldingen de hiervoor noodzakelijke aandacht te geven en de werkvoorraad beheersbaar te houden. Dit kwam ook naar voren uit de bestuurlijke consultatie. 3.Probleemanalyse en prioritering In dit hoofdstuk wordt de uitgevoerde probleemanalyse beschreven. Aangezien de beschikbare capaciteit schaars is, moet worden geprioriteerd. In dit hoofdstuk vindt daarom een prioritering plaats. 3.1Probleemanalyse De handhavingsstrategie moet worden gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet- en regelgeving. De probleemanalyse geeft daarnaast inzicht in de problemen die burgers, bedrijven en instellingen in Purmerend binnen het domein van uitvoering en handhaving ervaren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen taken op het gebied van de Omgevingswet en aanverwante besluiten, de Apv en bijzondere wetten. Omgevingswet Onder de Omgevingswet wordt bij de probleemanalyse onderscheid gemaakt in taken die door de gemeente zelfstandig worden uitgevoerd (zogenaamde thuistaken), taken die door en in opdracht van de gemeente door externe samenwerkingspartners worden uitgevoerd en taken met betrekking tot milieubelastende activiteiten die uitgevoerd worden door omgevingsdiensten (de zogenaamde basistaken). Onder de thuistaken van de gemeente vallen de activiteiten die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn opgenomen (de zogenaamde bruidsschatregels), enkele activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). In het omgevingsplan zijn lokale regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het gaat hier om de volgende activiteiten: Aanleggen van werken; Bluswatervoorziening en bereikbaarheid; Bouwen; Gebruik; Handelen strijdig gebruik; Inrichting fysieke leefomgeving; Kappen houtopstand; Milieugerelateerde activiteiten; Monumenten; Reclame; Uitweg maken; Werk of werkzaamheden uitvoeren. In het Bbl zijn de technische eisen over het bouwen, verbouwen en slopen van bouwwerken opgenomen. Tevens regelt het Bbl het minimale bouwkundige niveau en het brandveilig gebruik van bouwwerken. Methode risicoanalyse Voor de prioritering van de taken onder de Omgevingswet is gebruik gemaakt van een landelijk veel gebruikt risicomodel. Het risicomodel is gevuld met data afkomstig van een groot aantal gemeenten. Op basis van de beschikbare data zijn de risico’s voor de door de gemeente uit te voeren VTH-taken (thuistaken) in kaart gebracht. De in het model beschikbare data is beoordeeld op bruikbaarheid voor de gemeente Purmerend en is waar nodig aangepast of aangevuld. Op deze wijze wordt inzichtelijk gemaakt hoe groot het risico is dat problemen binnen het VTH-werkveld zich zullen voordoen. Hieronder wordt de methode toegelicht. Het risicomodel gaat uit van de definitie: Risico = (negatief effect) x ( de kans dat dit effect voorkomt) Voor alle relevante taken die de gemeente onder de Omgevingswet uitvoert, is een risico-inschatting gemaakt. Dit risico is bepaald volgens een vaste methodiek. Hierbij wordt uitgegaan van de onderstaande effecten en kansen. Effecten Kans Veiligheid Attitude Leefbaarheid Naleving Duurzaamheid Ervaringscijfers Gezondheid Maatschappij De uit te voeren taken worden op deze aspecten beoordeeld en gewaardeerd. Dit leidt tot een risicoscore. De risicoscore wordt ingedeeld in risicoklasse waarbij de volgende klassen te onderscheiden zijn: Zeer groot risico; Groot risico; Beperkt risico; Klein risico; Zeer klein risico. Brandpreventie VrZW wordt door de gemeente gevraagd om te adviseren op ingediende bouwaanvragen. Daarnaast wordt VrZW gevraagd om te adviseren op ingediende meldingen brandveilig gebruik. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaat er niet langer meer een vergunningplicht brandveilig gebruik. Ook hoeft er in minder gevallen een melding brandveilig gebruik ingediend te worden. Hierdoor vervallen een aantal meldingen in het huidige bestand. Verder adviseert VrZW gevraagd en ongevraagd op brandveiligheidsaspecten. Dit kan bijvoorbeeld zijn naar aanleiding van een incident of landelijke ontwikkelingen. De VrZW voert toezicht uit op zowel nieuwbouw als bij bestaande bouwwerken. De toezichthouders van VrZW en de bouwtoezichthouders werken daar waar mogelijk integraal. Bij bestaande bouwwerken wordt ook gekeken of het gebruik in overeenstemming is met het brandveiligheidsvoorschriften. VrZW voert toezicht brandveilig gebruik risicogericht uit. Risicogericht toezicht vindt plaats bij bouwwerken met een melding brandveilig gebruik bouwwerk. VrZW maakt een inschatting van risicovolle objecten aan de hand van naleefgedrag in de voorgaande jaren, ervaringen en risico’s van het object. Op basis hiervan wordt in overleg tussen gemeente en VrZW bepaald welke objecten gecontroleerd worden, en of er meer of minder contactmomenten nodig zijn. Apv en bijzondere wetten Bij de analyse van problemen met betrekking tot Apv en bijzondere wetten is gebruik gemaakt van omnibus-enquêtes, analyse van klachten en meldingen, eigen waarnemingen en bestuurlijke prioriteiten. De meest voorkomende (ervaren) problemen of klachten zijn de volgende: Afvaldumpingen en illegale stort; Ondermijning; Overlast door buren; Overlast door grote voertuigen; Overlast door hondenpoep; Overlast door jongeren; Overlast door parkeerproblemen; Overlast door rommel op straat; Overlast door te hard rijden; Overlast door vuurwerk; Overlast met betrekking tot auto- en fietswrakken. 3.2Prioritering Klachten, meldingen en handhavingsverzoeken hebben bij alle taakvelden een hoge prioriteit. Uitgangspunt is dat alle klachten en meldingen zoveel mogelijk tijdens de uitvoering van de reguliere werkzaamheden worden opgepakt en afgehandeld. Daar waar de afhandeling van de klacht of melding meer tijd in beslag neemt dan gebruikelijk, wordt maatwerk geleverd. Omgevingswet De vastgestelde risicoscore van een te onderscheiden activiteit zijn ingedeeld in een drietal prioriteitsklassen. Afhankelijk van de eindscore heeft een activiteit een lage, gemiddelde of een hoge prioriteit. Bij het bepalen van de prioriteiten worden de risicoklassen als volgt samengevoegd. Risico Prioriteit Intensiteit van toezicht Zeer groot risico Groot risico Hoog Het toezicht op naleving van de regels vindt proactief plaats op basis van (indien mogelijk) een vaste controlefrequentie. Verder wordt actief toezicht gehouden door het uitvoeren van surveillances, gevelcontroles, waarnemingen ter plaatse en bureaucontroles. Beperkt risico Gemiddeld Het toezicht vindt minder intensief (al dan niet met een lagere controlefrequentie) en vooral steekproefsgewijs plaats, dan wel door gebiedsgerichte controles of door surveillances. Klein risico Zeer klein risico Laag Er is sprake van passief toezicht (al dan niet met een zeer lage controlefrequentie). In principe wordt alleen naar aanleiding van meldingen, klachten of handhavingsverzoeken toegezien op naleving van de regels. De prioritering is niet bedoeld om een bepaalde volgorde in de handhaving aan te geven. Het is dus niet zo dat eerst de hoge prioriteiten worden gehandhaafd, daarna de prioriteit gemiddeld en ten slotte de prioriteit laag. Voorop staat namelijk dat op alle prioriteiten gehandhaafd wordt. De intensiteit van de handhaving is echter verschillend. Hoe hoger de prioriteit hoe actiever er toezicht wordt gehouden. Op basis van de uitgevoerde probleem- en risicoanalyse zijn voor de te onderscheiden activiteiten de prioriteiten voor uitvoering en handhaving vastgesteld. De resultaten van de analyse zijn opgenomen in bijlage
- In onderstaande tabel zijn de activiteiten met een hoge prioriteit weergegeven. Op basis van de probleemanalyse en prioritering wordt jaarlijks het programma uitvoering en handhaving opgesteld. In het programma vindt de concrete prioritering voor dat jaar plaats. Ruimtelijke ordening Activiteit Toelichting Prioriteit (illegale) bewoning, illegale kamerverhuur commerciële verhuur van kamers in bebouwde kom, maar ook kamerverhuur aan seizoenarbeiders en arbeidsimmigranten en permanente bewoning bedrijfspanden en recreatiewoningen Hoog (illegale) bouw, grote bouwwerken [buitengebied] grote agrarische schuur, (agrarisch) woning Hoog (Illegale) evenementen Hoog (illegale) bouw; grote bouwwerken [bebouwde kom] woning, bedrijfspand Hoog (illegaal) slopen Hoog (illegale) gebruik bedrijf cat. > 3.1 gebruik van industriepand ten behoeve van paardenfokken, loonwerk, houden van vee, bouwbedrijven (>1.000 m2) Hoog (illegale) kap [buitengebied] bomen, houtwal (inclusief herplantplicht), snippergroen Hoog (illegale) bouw; monumenten rijks- en gemeentelijke monumenten (dakkapel, schilderen, wijzigen, bijgebouw, slopen etc.) Hoog Bouwen Activiteit Toelichting Prioriteit GK2-3 Bedrijf Cat III > 1.000.000 >2 verdiep Kantoorgebouwen. Monumenten. melding brandveilig gebruik verplicht, (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. Hoog Gezondheidszorgfunctie met bedgebied Ziekenhuis, verpleeg-/verzorgingshuis Hoog Hennepkwekerijen Hoog GK2-3 Publiek Cat III >1.000.000 Monumenten. winkelfunctie. sportfunctie. melding brandveilig gebruik verplicht (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen tot 70 meter hoogte
(2). Hoog Slopen Hoog GK2-3 Wonen Cat III > 1.000.000 >2 verdiep. Monumenten. Woongebouwen, appartementen, kamergewijze verhuur, zorgwoningen, vakantieappartementen. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. melding brandveilig gebruik verplicht Hoog Tijdelijke bouwwerken Hoog GK2-3 Bedrijf Cat II 100.000 – 1.000.000 >2 verdiep Kantoorgebouwen. Monumenten. melding brandveilig gebruik verplicht, (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. Hoog Milieubelastende activiteiten Activiteit Prioriteit Niet-industriële voedselbereiding Hoog Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking (als bedoeld in paragraaf 3.2.9 van het Bal) Hoog Brandpreventie en milieu (ODIJ) VrZW maakte in de afgelopen beleidsperiode nog gebruik van de zogenaamde PREVAP methodiek voor het bepalen van de prioriteiten voor het uitvoeren van toezicht op brandveiligheid en gebruik. Deze methodiek wordt niet meer gebruikt. VrZW bepaalt jaarlijks aan de hand van bestuurlijke prioriteiten, landelijke ontwikkelingen, eigen analyse en ervaringsgegevens aan welke activiteiten zij in dat jaar prioriteit gaan geven. Het toezicht wordt risicogericht ingestoken, waarbij de nadruk ligt op de activiteiten met een hoog risico. Dit betekent dat activiteiten waarbij het risico als gemiddeld of laag worden ingeschat in dat jaar niet worden gecontroleerd. ODIJ voert in opdracht van de gemeente het wettelijk vastgestelde basistakenpakket uit. Onder de Omgevingswet betekent dit dat zij belast zijn met het toezicht en de handhaving van het Bal. ODIJ stelt voor haar gehele verzorgingsgebied een eigen probleem- en risicoanalyse op. De probleem- en risicoanalyse is onderdeel van het uitvoeringsstrategie van ODIJ en wordt apart door het college vastgesteld. Apv en bijzondere wetten Zoals hierboven is aangegeven, houden wij in ieder geval toezicht naar aanleiding van klachten, meldingen en handhavingsverzoeken. Bij iedere klacht, melding en handhavingsverzoek wordt onderzoek gedaan naar de ernst en spoed van de klacht en wordt bepaald welke actie nodig is. Verder wordt voornamelijk informatie gestuurd gewerkt door eigen onderzoek en raadplegen van informatiebronnen. Daar waar veel overlast is, wordt extra ingezet gepleegd. Ten aanzien van een aantal vergunningen is er sprake van periodiek toezicht door handhaving. Het gaat hierbij de om de volgende vergunningen: de horecaexploitatievergunning, de Alcoholwetvergunning, de speelautomaten vergunning en de terrasvergunning. Vergunningen voor grote evenementen worden altijd gecontroleerd. Voor andere vergunningen geldt dat er ook steekproefsgewijs controles plaatsvinden en controles naar aanleiding van klachten en meldingen. Het is ook mogelijk dat in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma specifieke controles worden ingepland voor bepaalde typen verleende vergunningen. 4.Doelstellingen Op basis van de omgevings- en probleemanalyse zijn doelen gesteld voor de periode tot en met
- De doelstellingen geven aan wat wij willen bereiken. 4.1Inleiding De omgevings- en probleemanalyse, missie, visie, uitdagingen, uitkomsten van onderzoeken onder inwoners en de bestuurlijke consultatie hebben wij vertaald in concrete doelstellingen. De doelstellingen zijn ingedeeld per onderwerp, namelijk de implementatie van nieuwe wetgeving, uitvoeringsorganisatie, meldingen handhaving en operationele doelen. In de linkerkolom zijn de doelstellingen opgenomen. De doelstellingen geven aan wat wij willen bereiken. In de middelste kolom is te lezen wat wij daar concreet voor gaan doen. In de rechter kolom is het gewenste resultaat verwoord. Dit laat zien wanneer wij tevreden zijn. 4.2Doelstellingen Doelstellingen – wat willen wij bereiken? Activiteiten – wat gaan wij daarvoor doen? Gewenst resultaat- wanneer zijn wij tevreden? Implementatie nieuwe wetgeving De komende beleidsperiode maken wij aangepaste werkwijzen en processen aan de Omgevingswet en de Wkb. Werkprocessen VTH aanpassen aan de Omgevingswet en de Wkb en de implementatie van de nieuwe VTH-applicatie verder vormgeven. Maken van werkafspraken met samenwerkingspartners. Bijdrage leveren aan nieuw op te stellen omgevingsplan. Specifiek voor uitvoering wordt het proces, inclusief vooroverleg, zodanig ingericht en gemonitord dat aanvragen binnen de nieuwe, kortere termijnen worden afgehandeld. Wanneer wij werken volgens de systematiek van de Omgevingswet en de Wkb en de processen en systemen hierop zijn aangepast en het afsprakenkader (met samenwerkingspartners) nieuw is vastgelegd. Uitvoeringsorganisatie De komende beleidsperiode verbeteren wij de wijze waarop wordt gewerkt volgens de strategieën, probleemanalyse en prioritering, inclusief de borging van de beschikbare personele en financiële middelen die nodig zijn om de doelen te bereiken. De strategieën, probleemanalyse en prioritering implementeren in het workflowsysteem. Het uitvoeren van interne audits en zorgen voor monitoring. Het uitvoeringsprogramma zodanig inrichten dat de beschikbare en financiële middelen inzichtelijk zijn en geborgd in de begroting. Wanneer wordt gewerkt volgens de strategieën, de kwaliteitszorg van de werkzaamheden is ingeregeld en de personele en financiële middelen inzichtelijk zijn voor het bereiken van de doelen. Meldingen handhaving Ondanks het aantal meldingen toch bereikbaar zijn voor alle inwoners, maar wel de werkvoorraad beheersbaar te houden. De stuurgroep meldingen onderzoekt en adviseert hoe het proces afhandelen meldingen geoptimaliseerd kan worden. In het jaarlijks op te stellen programma uitvoering en handhaving worden concrete acties gepland. Tevreden inwoners over de afhandeling van meldingen (Omnibusenquête) en tevredenheid medewerkers handhaving. Operationeel De komende beleidsperiode behouden, beschermen en versterken wij een integrale kwaliteit van de leef-, woon en werkomgeving. Preventie en communicatie. Uitvoering en handhaving. Thema’s. Wanneer er preventieve en communicatieve acties zijn uitgevoerd om het bewustzijn en nalevingsgedrag te vergroten, de vergunningen zijn verleend volgens de vergunningenstrategie en binnen de wettelijke termijnen zijn verleend, het toezicht is uitgevoerd naar aanleiding van de toezichtstrategie, probleemanalyse, prioritering en programmering en handhavend is opgetreden op basis van de handhavingstrategie. De eerste drie doelen zijn overwegend strategisch van aard. Het laatste doel is operationeel. De doelen zijn voorwaardenscheppend voor het bereiken van de missie en visie. In de middelste kolom is telkens aangegeven welke activiteiten de komende beleidsperiode uitgevoerd worden om de doelen te bereiken. Ten aanzien van het bereiken van het laatste, operationele doel, zullen de onderstaande werkzaamheden worden verricht. In het jaarlijks op te stellen programma Uitvoering en Handhaving wordt een aantal van deze activiteiten geprogrammeerd: Aanpak illegale situaties (zoals illegale bouw, grote bouw en bewoning) in het buitengebied; Aanpak ondermijning; Aanpak parkeeroverlast en verkeersonveilige situaties; Brandveilig leven (preventie) en handhaving; Buurt- en wijkgericht toezicht; Handhaving van de betrokken wetten en regelgeving; Informeren over asbestdaken; Uitvoeren van toezicht en handhaving naar aanleiding van inspectiesignalen Rijk en provincie; Uitvoeren van toezicht naar aanleiding van geprogrammeerd toezicht, klachten en meldingen; Uitvoering geven aan de Huisvestingsverordening en Parkeerverordening; Uitvoering geven aan Energiebesparingsakkoord; Vergunningverlening op basis van de betrokken wetten en regelgeving; Beperken geluidsoverlast door evenementen; Beperken overlast van installaties door particulieren; Beperken van (overmatig) alcoholgebruik. 5.Strategieën en werkwijze In dit hoofdstuk worden de te hanteren strategieën beschreven. Het gaat om de vergunningenstrategie en de strategieën om de naleving van de regels te bevorderen. 5.1Strategieën In de nota zijn voor uitvoering en handhaving strategieën opgenomen. In de strategieën is verwoord op welke wijze het werk wordt uitgevoerd. Het gaat om de handhavingsstrategie, die bestaat uit de toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. In Purmerend wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht als uitgangspunt genomen. Ook is er een vergunningenstrategie. 5.2Vergunningenstrategie Op grond van het Omgevingsbesluit is het verplicht om een strategie voor de uitvoering (vergunningverlening) vast te stellen. Het gaat dan om de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en meldingen. Ook moet de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen worden beschreven. In bijlage 3 is de vergunningenstrategie van Purmerend uitgewerkt. In de vergunningenstrategie worden allereerst de uitgangspunten beschreven. De uitgangspunten zijn vertaald in de werkwijze die wordt gehanteerd bij het beoordelen van vergunningen en meldingen op grond van de Omgevingswet, de Apv en bijzondere wetten. Tot slot wordt in de vergunningenstrategie ingegaan op de beoordelingscriteria die worden toegepast. 5.3Handhavingsstrategie De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna: LHSO) is de opvolger van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS) uit
- Aanleiding voor een nieuwe landelijke handhavingsstrategie is de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De LHSO heeft betrekking op deze wet en de daarop gebaseerde regels en is daarmee breder dan de LHS. De LHSO is bedoeld als instrument voor de organisaties belast met de handhaving van de Omgevingswet en daarop gebaseerde regels. Om effectief te kunnen handhaven, moeten deze organisaties intensief en loyaal samenwerken. Dat geldt voor bestuurlijke overheden en instanties binnen de strafrechtsketen onderling en voor deze organisaties met elkaar. Vrijwel alle omgevingsrechtelijke regels worden immers zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk gehandhaafd. Overigens wordt de LHSO ondersteund met de leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen. In Purmerend wordt de leidraad in principe niet gebruikt, omdat wij altijd uitgaan van maatwerk bij het vaststellen van begunstigingstermijnen en dwangsombedragen. De LHSO is het uitgangspunt voor de werkwijze van de gemeente Purmerend. In de bijlagen 4 tot en met 10 is uitgeschreven hoe de gemeente Purmerend invulling hieraan geeft. Voor de Wkb geldt een aparte handhavingsstrategie. Deze is in bijlage 5 opgenomen. In de eerste plaats ligt de verantwoordelijkheid voor naleving van regels bij burgers en bedrijven zelf. De gemeente Purmerend kan niet overal tegelijkertijd zijn en wil dat ook niet. In de tweede plaats wordt zoveel mogelijk per geval beoordeeld welke acties effectief zijn om het gewenste (naleef)gedrag te bewerkstelligen. Dit kan verschillend zijn, omdat de doelgroepen, de achterliggende motieven van het gedrag en de (handhavings)problemen veelal wisselen. Om effectief te kunnen zijn, houden wij dan ook rekening met deze context. Daarbij gaan wij uit van de gedachte achter het gedragsanalysemodel “de Tafel van Elf” dat 11 dimensies onderscheidt die bepalend zijn voor de naleving van wet- en regelgeving. Zo kunnen burgers en bedrijven onbewust regels overtreden, omdat zij de regels niet kennen. In bijlage 6 en 7 wordt “de Tafel van Elf” verder uitgelegd. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze het naleefgedrag onder burgers en bedrijven wordt bevorderd en zo nodig afgedwongen. Wat de rol van handhaving is en hoe wij de naleving bereiken, is uitgewerkt in de nalevingstrategie. Deze bestaat uit drie deelstrategieën: Een toezichtstrategie: op welke wijze houden wij toezicht op naleving van regels? Een sanctiestrategie: hoe treden wij op als wij overtredingen van regels constateren? Een gedoogstrategie: hoe gaan wij om met gedogen van overtredingen? Overigens is er een aparte Handhavings- en sanctiestrategie voor omzetting en woningvorming Purmerend. Uitgangspunt van deze Handhavings- en sanctiestrategie is dat voor het toezicht en handhaving zoveel mogelijk in overstemming met de in deze Nota neergelegde strategieën wordt gewerkt. Voor zover in deze Handhavings- en sanctiestrategie een specifiek stappenplan voor een overtreding is opgenomen geldt dat dit specifieke stappenplan wordt gevolgd. Dit geldt ook voor handhaving op grond van de Alcoholwet, Wet op de kansspelen en horecagerelateerde artikelen in de Apv. Hiervoor geldt een aparte sanctiestrategie horeca. 5.4Toezichtstrategie De toezichtstrategie geeft aan welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Bij toezicht kan grofweg onderscheid worden gemaakt tussen actief en passief toezicht. Actief toezicht vindt planmatig plaats en komt tot uiting in routinematig en projectmatig toezicht. Passief toezicht wordt ook wel ad hoc toezicht genoemd en vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken. Klachten en meldingen van burgers en bedrijven worden in Purmerend serieus genomen. Voor klachten en meldingen die betrekking hebben op de openbare buitenruimte geldt het uitgangspunt dat deze binnen een termijn van acht werkdagen of tien dagen worden afgehandeld. De beschikbare personele capaciteit wordt dan ook verdeeld over actief en ad hoc toezicht. In bijlagen 8 en 9 worden de verschillende vormen van toezicht en de basiswerkwijze voor toezicht, de feitelijke uitvoering en rapportage van het bezoek beschreven. Integraal toezicht omgevingsvergunning Integraal toezicht waarbij zoveel mogelijk tussen de verschillende toezichthouders wordt samengewerkt en het aantal contactmomenten met burgers en bedrijven wordt beperkt, is het streven van de gemeente Purmerend. Integraal toezicht kan verschillende vormen aannemen, waarbij de geschikte vorm afhankelijk is van de complexiteit en context van de activiteit waarop toezicht wordt gehouden. Niet elke taak leent zich namelijk voor een volledig integrale aanpak waarbij één toezichthouder op alle aspecten controleert. Zo kan het toezicht in de openbare buitenruimte eenvoudiger integraal worden uitgevoerd dan het toezicht bij complexe bedrijven. De eerste richt zich op relatief eenvoudig vast te stellen overtredingen, terwijl de tweede meer specialistische kennis vraagt van de toezichthouder en er dan al snel meerdere toezichthouders bij een controle betrokken moeten zijn. De meeste winst in vermindering van toezichtlasten zit in het toezicht op de omgevingsvergunning, waarbij gelijktijdig meerdere handhavingstaakvelden betrokken zijn, zoals bouwen, brandpreventie, milieu en (gedeeltelijk) toezicht vanuit de Apv en bijzondere wetten. Dit vraagt om een andere manier van werken, organiseren en afstemmen. Dit is met name van belang in situaties waarbij inzet van externe partners vereist is. De gemeente Purmerend zet dan ook in om het toezicht zo integraal mogelijk uit te voeren door in een vroeg stadium de externe partners te betrekken. Purmerend hanteert een integraal toezichtmodel dat onderscheid maakt in drie niveaus van toezicht en is afhankelijk van de complexiteit van waarop toezicht wordt gehouden: Samen controleren: vanuit bouwen, brandpreventie, milieu en eventuele andere aandachtspunten gezamenlijk uit te voeren controle; vooral van belang in complexere situaties waar milieu, brandpreventie, bouwen én andere relevante aandachtspunten meerdere specialismen vragen voor een goede beoordeling van de situatie. Voor elkaar controleren: integrale controle voor bouwen, brandpreventie, milieu en andere aandachtspunten door één toezichthouder; vooral in relatief eenvoudige situaties waar geen bijzondere of specialistische kennis van bouwen, brandpreventie, milieu of andere facetten is gevraagd. Voor elkaar signaleren: facetcontrole door één toezichthouder, waarbij deze op hoofdpunten ook kijkt naar andere facetten en bijzonderheden meldt aan collega; vooral in situaties waar óf bouwen óf brandpreventie of milieu (of ander facet) specialistische kennis vraagt en waar de overige facetten op basis van meer generieke kennis en vaardigheden kunnen worden gecontroleerd. Integraal wijkgericht toezicht Om optimaal in te kunnen spelen op de problemen die burgers en bedrijven ervaren, zet Purmerend in op integraal wijkgericht of gebiedsgericht toezicht. Afhankelijk van de aard van de problematiek die uit de probleemanalyse volgt, wordt jaarlijks bij het opstellen van het programma uitvoering en handhaving bepaald in welke wijken/gebieden hoeveel en welke inzet nodig is en welke thema’s worden aangepakt. Daarbij wordt beoordeeld welke taakvelden bij de wijkproblematiek een rol spelen en welk type toezichthouders/handhavers ingezet moet worden. Hierbij wordt zowel samengewerkt tussen de verschillende toezichthouders/handhavers onderling als tussen de toezichthouders/handhavers en de wijkmanagers om daarmee zo effectief mogelijk te zijn. 5.5Sanctiestrategie Als vanuit het toezicht overtredingen worden geconstateerd dan wordt hieraan vervolg gegeven. De wijze waarop dat plaatsvindt is afhankelijk van de aard van de overtreding, historie en de omstandigheden waarin de overtreding is begaan. De prioritering is ook van invloed op het vervolg bij een geconstateerde overtreding. In de sanctiestrategie, welke is weergegeven in bijlage 10, is vastgelegd op welke wijze hiermee in Purmerend wordt omgegaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in overtredingen die door burgers en bedrijven worden begaan en overtredingen die door of in opdracht van de gemeente zelf worden begaan. Voor de Wkb geldt een aparte sanctiestrategie. Deze is uitgewerkt in bijlage
- Bij overtredingen van een aantal specifieke zaken zijn nadere regels gesteld voor handhavend optreden. De “Handhaving- en sanctiestrategie voor omzetting en woningvorming Purmerend” wordt toegepast bij overtredingen op dit gebied. Ten aanzien van het optreden tegen overtredingen bij horeca geldt de “Sanctiestrategie horeca Purmerend”. Voor handhavend optreden tegen drugshandel op straat worden de “Beleidsregels verblijfsontzeggingen Purmerend 2022” toegepast. Voor het bekendmaken van een verblijfontzegging gelden de “Beleidsregels verblijfsontzeggingen Purmerend 2022”. Bij overtredingen ten aanzien van coffeeshops wordt handhavend opgetreden volgens het “Coffeeshopbeleid gemeente Purmerend 2022”. Verder wordt bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwetgebruik gemaakt van het “Beleid artikel 13b Opiumwet Gemeente Purmerend – 2021”. 5.6Gedoogstrategie Het college van B&W in Purmerend gedoogt in beginsel niet. Gedogen is een bevoegdheid van het college, maar geen verplichting. De algemene landelijke nota ‘Grenzen aan gedogen’ is het landelijke kader voor gedogen en geldt hiermee als richtinggevend besluitvormingskader. Zo is volgens deze nota een grote terughoudendheid geboden bij gedogen en is gedogen slechts in uitzonderingssituaties aanvaardbaar. Hiervoor gelden inhoudelijke en procedurele regels die in de nota staan. Per geval zal worden beoordeeld of gedogen aanvaardbaar is. 6.Uitvoeringsorganisatie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de uitvoeringsorganisatie en alle zaken die hiermee te maken hebben. Achtereenvolgens gaan wij in op de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden, werkprocessen, personele en financiële middelen, functiescheiding, samenwerkingsafspraken, piketregeling, het voorkomen van vaste handhavingsrelaties en tot slot kwaliteitszorg en monitoring. 6.1Plaats van Omgevingsteam en Toezicht en Handhaving binnen de gemeentelijke organisatie Binnen het werk bij de gemeente Purmerend wordt onderscheid gemaakt tussen drie domeinen. Het maatschappelijk domein houdt zich bezig met onderwerpen die de inwoners raken; onderwijs, sport, cultuur, participatie en bijstand. Het ruimtelijk domein werkt voor wat men ziet in de stad. Dit domein houdt zich bezig met de ontwikkeling, de bouw en het onderhoud van de gemeente. Waar het maatschappelijk en ruimtelijk domein werken voor de stad, werkt het domein bedrijfsvoering vooral voor de organisatie zelf. De drie domeinen bestaan uit diverse teams. Het team Omgevingsteam en team Toezicht en Handhaving vallen binnen het ruimtelijk domein. Deze twee teams houden zich bezig met de uitvoering (vergunningverlening) en handhaving van het omgevingsrecht. Het Omgevingsteam telt ruim 50 personen (ruim 42 fte). Binnen het Omgevingsteam zijn collega’s werkzaam voor de vergunningverlening voor de Omgevingswet (naast administratieve ondersteuning en procesmanagers zijn er adviseurs voor de bouwtechnische toetsing, erfgoed, milieu, bodem, omgevingsplan en welstand), casemanagers die omgevingsinitiatieven begeleiden, vergunningverleners voor de Apv en bijzondere wetten, parkeren, juridische handhaving, beleidsadviseurs, systeembeheerder, kwaliteitsbeheerders, secretariaat en een teammanager. Het Team Toezicht en Handhaving telt ruim 50 personen (ruim 41 fte). Kort samengevat bestaat het team uit toezichthouders op de gebieden bouwen en milieu, buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en teammanager. De boa’s van het team Toezicht en Handhaving sporen strafbare feiten op en helpen mee met het toezicht op de leefomgeving. De primaire taakgebieden van de boa’s zijn: afvalstoffen, Apv, Alcoholwet, evenementen, hondenbeleid, jeugdoverlast (ook: drugsoverlast), terrassen, uitstallingen, de Wet op de kansspelen, parkeertoezicht, toezicht verkeersveiligheid en het behandelen van klachten en meldingen over voornoemde onderwerpen. De boa’s vallen onder de vakgroep Handhaving. Binnen Handhaving wordt ook themagericht gewerkt en zijn accenthouders benoemd op diverse onderwerpen, zoals Afvalstoffenverordening, verkeer en parkeren, honden, jeugd en meldingen leefomgeving. De boa’s worden zeven dagen per week en in de avonden ingezet. De boa’s werken in de dorpen en wijken samen met onder andere wijkmanagers, jongerenwerkers en de politie. De (jeugd)boa’s gaan in gesprek, worden preventief ingezet, signaleren problemen en treden op. Er geldt een wettelijke verplichting om de bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden van een toezichthouder/opsporingsambtenaar op schrift vast te leggen. De betrokken toezichthouders zijn door het college van burgemeester en wethouders als zodanig aangewezen. Bij de aanwijzing zijn ook hun taken en bevoegdheden vastgelegd. De aanwijzing vindt plaats op functieniveau. Naast hun toezichthoudende bevoegdheden zijn de medewerkers van team Toezicht en Handhaving, met uitzondering van de bouw- en milieutoezichthouders tevens beëdigd als boa. De beëdiging en aansturing van de boa’s gebeurt door het OM. Voor alle medewerkers zijn de taken en verantwoordelijkheden vastgelegd in een toepasselijke functiebeschrijving en in een functieboek. Binnen Purmerend is een functieboek met zogenaamde generieke en specifieke functieprofielen: Generieke functies zijn functies die qua karakter van de werkzaamheden en functiezwaarte gelijkwaardig zijn, bijvoorbeeld Administratief Medewerker, Adviseur of Vakspecialist; Specifieke functies zijn functies die zo’n uniek of speciaal karakter hebben dat ze niet passen binnen een van de generieke beschrijvingen, zoals de Algemeen directeur/Gemeentesecretaris. Ook zijn er modules die in de gehele organisatie kunnen voorkomen en die gekoppeld kunnen worden aan een generieke functie. Zo bestaan de modules Coördinatie en Projectleiding. Over de specifieke werkzaamheden per werknemer worden afspraken gemaakt in het personeelsgesprek dat jaarlijks plaatsvindt. In de gemeentelijke mandaatregeling is verder geregeld welke zaken door het college aan de teams en derden zijn gemandateerd. Er geldt ook een wettelijke verplichting om er zorg voor te dragen dat de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving worden vastgelegd en dat de werkzaamheden worden verricht volgens deze werkprocessen en procedures. In zijn algemeenheid zijn voor de werkzaamheden van het Omgevingsteam en team Toezicht en Handhaving twee hoofdprocessen te onderscheiden: het proces uitvoering (vergunningverlening) en het proces toezicht en (juridische) handhaving. Dit is vervolgens onderverdeeld in diverse werkprocessen, zoals een werkproces voor de afhandeling van parkeervergunningen, evenementenvergunningen en omgevingsvergunningen. Er zijn ook werkprocessen voor bijvoorbeeld het voeren van intake en vooroverleg en handhaving van terrassenbeleid. Om een voorbeeld te geven van hoe een werkproces eruitziet, is het werkproces ‘’verlengen parkeervergunning’’ in de afbeelding weergegeven. 6.2Financiële en personele capaciteit In de tabellen op de volgende pagina is de beschikbare formatie van het Omgevingsteam en team Toezicht en Handhaving weergegeven. De flexibele schil is hierin niet opgenomen voor werkzaamheden die niet binnen de bestaande formatie uitgevoerd kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan extra drukte bij vergunningaanvragen en het toezicht hierop of het uitvoeren van themagerichte acties. In een dergelijke situatie kan de bestaande capaciteit niet toereikend zijn en kan extra capaciteit tijdelijk worden ingehuurd. Jaarlijks wordt bij het evaluatieverslag bezien in hoeverre de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelen van de beleidsnota. Tezamen met nieuwe ontwikkelingen, gewijzigde wetgeving en thema’s wordt bezien of en welke financiële en personele middelen nodig zijn voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. Indien de bestaande formatie en flexibele schil ontoereikend blijkt te zijn om de activiteiten uit te kunnen voeren, dan kan bij de op te stellen kadernota (in het voorjaar) een voorstel worden gedaan voor (structurele) capaciteitsuitbreiding en financiële middelen. Het voorstel wordt dan eerst voor besluitvorming aan het college voorgelegd. Indien het college het voorstel overneemt, dan wordt dit opgenomen in de kadernota en vervolgens voorgelegd aan de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad akkoord gaat met het kadervoorstel, dan wordt dit in de begroting voor het volgend jaar opgenomen en is de uitvoering van de activiteiten hiermee geborgd. De financiële borging voor de inzet van de beschikbare capaciteit en de benodigde middelen is vastgelegd in de Programmabegroting van de gemeente. Daarin zijn de gehele loonkosten van het Omgevingsteam en team Toezicht en Handhaving in verschillende programma’s opgenomen. In onderstaande tabel is de hiermee corresponderende formatie weergegeven. Omgevingsteam Programma in begroting Aantal beschikbare fte’s Aantal benodigde fte’s Verschil Beschikbare materiële middelen Aantal benodigde financiële middelen Milieu Milieu 6,53 6,53 0 Zie Toezicht en handhaving idem Bouwen en RO Publieksdiensten 23,08 24,08 -1 €235.672 €235.672 Ondermijning Veiligheid 1,29 1,29 0 Uitvoering APV Uitvoering BW Reglementering Alcoholwet Parkeren Handhaving (OBR) Veiligheid/Bereikbaarheid 2,37 1,59 1,12 0,61 2,34 0,34 2,37 1,59 1,12 0,61 2,34 0,34 0 0 0 0 0 0 € 1.285 € 3.091 €1.285 €3.091 Huisvestingsverordening Monumenten Publieksdiensten Economie 1,50 0,37 1,50 0,37 0 0 €60.000 €45.313 + €70.938 voor subsidies €60.000 €45.313 + €70.938 voor subsidies Totaal: 42,14 fte 55.539 uren Overzicht aantal beschikbare fte’s bij Omgevingsteam Toezicht en handhaving Programma in begroting Aantal beschikbare fte’s Aantal benodigde uren Verschil Beschikbare materiële middelen Aantal benodigde financiële middelen Milieu Milieu 1,80 1,80 0 € 27.887 € 27.887 Bouwen en RO Publieksdiensten 5,09 6,09 -1,0 Ondermijning Veiligheid 1,27 1,27 0 Alcoholwet Buurtoezicht Parkeren Handhaving (OBR) Afval, Hondenbeleid, Straatveegdienst 1,26 4,00 11,55 11,05 3,91 1,26 4,00 11,55 11,05 3,91 0 0 0 0 0 € 3.091 € 75.000 € 3.091 € 75.000 Markt Economie 0,75 0,75 Totaal: 41,68 fte 56.268 uren Overzicht aantal beschikbare fte’s bij team Toezicht en Handhaving 6.3Functiescheiding uitvoering en handhaving Hiervoor zijn het Omgevingsteam en team Toezicht en Handhaving beschreven. Bij de organisatorische opbouw van de teams zijn de onderdelen uitvoering (vergunningverlening), toezicht en handhaving zowel op persoonsniveau, objectniveau als managementniveau van elkaar gescheiden. Bovendien is er bij alle drie de onderdelen een functionele scheiding aangebracht. Medewerkers van de verschillende disciplines opereren zelfstandig onder eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van elkaar. Een ieder draagt daardoor onafhankelijk op basis van eigen oordeelsvorming bij aan de totstandkoming van de (omgevings)vergunningen. Bij toezicht is deze onafhankelijke en gescheiden relatie ten opzichte van de juridische handhavers eveneens doorgevoerd. 6.4Samenwerkingsafspraken met interne en externe partners Bij het uitvoeren van de taken op het gebied van uitvoering en handhaving wordt er zowel intensief als op ad hoc basis met verschillende interne en externe partners samengewerkt. Met een aantal partners is een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gesloten en zijn werkafspraken gemaakt. Hieronder worden de belangrijkste interne en externe partners beschreven. Veiligheidsregio Zaanstreek Waterland (VrZW) De gemeente Purmerend is deelnemer in de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland. Voor de deelnemende gemeenten behartigt VrZW belangen op het gebied van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Voor de teams Omgevingsteam en Toezicht en Handhaving voert VrZW een aantal taken uit op het gebied van uitvoering en toezicht met betrekking tot bouwen en brandveilig gebruik. Hiervoor zijn werkafspraken gemaakt die in 2022 zijn geactualiseerd. Er zijn werkafspraken gemaakt over verantwoordelijkheden, rollen, taken en afhandelingstermijnen. Het doel hiervan is om de brandveiligheidsaspecten te borgen. VrZW is adviserend ten aanzien van de omgevingsvergunningen en meldingen brandveilig gebruik. Ook draagt VrZW zorg voor het controleren van afgegeven vergunningen en meldingen op brandveiligheidsaspecten, draagt VrZW zorg voor beleidsadvisering, programmering en verantwoording en wordt de gemeente geadviseerd bij juridische handhaving. VrZW zorgt ook voor constateringsrapporten naar aanleiding van uitgevoerde controles. Er zijn ook afspraken gemaakt over het vooroverleg bij vergunningaanvragen. Afgesproken is dat VrZW aansluit bij de omgevingstafel. Of de daadwerkelijke aanwezigheid van VrZW bij de omgevingstafel gewenst is, wordt per geval bepaald door de regisseur vooroverleg. Daarnaast wordt geadviseerd bij evenementenvergunningen. Jaarlijks wordt in het gemeentelijke programma uitvoering en handhaving bepaald op welke specifieke onderwerpen VrZW inzet levert. De toezichthouders van VrZW en het taakveld bouwen, werken waar mogelijk integraal samen. Dit betekent dat (opleverings)controles gezamenlijk worden uitgevoerd. Het initiatief hiertoe ligt bij het team Toezicht en Handhaving. In de realisatiefase controleren de toezichthouders van de taakvelden bouwen en brandpreventie naast elkaar en daarnaast hebben ze een oog- en oorfunctie voor elkaars taakvelden. Het terugdringen van ongewenste en onechte alarmeringen van automatische brandmeldinstallaties is onderdeel van het vaste werk. Het gaat hier om installaties (met automatische rookdetectie en handbrandmelders en sprinklerinstallaties) die zijn aangesloten op de meldkamer Noord-Holland Noord. Van een ongewenste brandmelding is sprake als een brandmelding wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van op brand lijkende verschijnselen, die niet het gevolg zijn van brand. De oorzaak van een ongewenste brandmelding heeft te maken met "brandverschijnselen" zoals kwaadwilligheid, gewijzigd gebruik van ruimten en dergelijke. Van een onechte brandmelding is sprake als deze niet het gevolg is van een brand of op brand lijkende verschijnselen. De oorzaak van een onechte brandmelding kan kort samengevat worden als oorzaak techniek, zoals de kwaliteit van het onderhoud of een systeemstoring. De verantwoordelijkheid voor een goed werkende installatie en het terugdringen van nodeloze alarmeringen ligt bij de gebruikers. Uitgangspunt is dat hier wordt gestuurd via communicatie. Een belangrijk instrument is het Programma van Eisen van de installatie. In dit programma worden prestatie afspraken vastgelegd en moet door de opsteller, branddetectiebedrijf, abonnee en gemeente worden geaccordeerd. In het Programma van Eisen wordt een berekening opgenomen van de hoeveelheid ongewenste en onechte alarmeringen die de brandmeldinstallatie op jaarbasis maximaal mag genereren. Voor de berekening van deze prestatie-eis wordt gebruik gemaakt van de NEN Norm
- Afgesproken is dat de gemeente overgaat tot handhaving wanneer bedrijven de vastgestelde overschrijdingsnorm per kalenderjaar overschrijden. Hiervoor wordt de handhavingsstrategie (drie stappenplan) gevolgd. Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) Burgemeester en wethouders zijn wettelijk verplicht om een aantal taken voor uitvoering, toezicht en handhaving op het gebied van milieu over te dragen aan een omgevingsdienst. In eerste instantie werden deze taken voor Beemster en Purmerend door middel van een DVO uitgevoerd door ODIJ. Vanaf 1 januari 2015 zijn de (voormalige gemeenten) Beemster en Purmerend toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling ODIJ. In de GR is geregeld dat ODIJ voor de gemeente Purmerend alle taken bedoeld in het basistakenpakket uitvoert. ODIJ voert voor het grondgebied Beemster ook de plustaken (overige milieutaken) uit. De afspraken hierover tussen Purmerend en ODIJ zijn verder uitgewerkt in een DVO. De omgevingsdienst heeft een Beleidskader VTH-milieu opgesteld, wat geldt als raamwerk voor het opstellen van de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. In het beleidskader zijn de prioriteiten, doelstellingen en werkwijze opgenomen. De gemeente Purmerend blijft bevoegd gezag voor de taken die zijn overgedragen naar ODIJ. Met ODIJ wordt zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau intensief samengewerkt en vindt afstemming van de werkzaamheden plaats. Het afsprakenkader wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. Politie Noord-Holland Met de politie is geen DVO afgesloten. Er wordt wel intensief samengewerkt. De politie is adviserend ten aanzien van diverse vergunningen. Zo hebben zij een rol in de advisering bij bijvoorbeeld evenementenvergunningen welke gestructureerd is in het VeiligheidsOverleg Evenementen (VOE). De adviserende rol van de politie richting de gemeente is op de vlakken mobiliteit, openbare orde, afzetten/afschermen van wegen, begidsen van hulpdiensten en strafrechtelijke opsporing. Op het gebied van toezicht en handhaving is de politie niet alleen een strafrechtelijke handhavingspartner zoals met de hennep rooidagen, maar ook een aangewezen toezichthouder. De politie is ook een belangrijke partner in het kader van het opsporen en tegengaan van ondermijning. Dit vindt plaats in samenwerking met het Team Ondermijning. Op het gebied van prostitutie heeft de gemeente een samenwerking met de politie waarbij de rapportages naar de gemeente worden toegezonden. Daarnaast zet de politie ook bestuurlijke rapportages en meldingen door naar de burgemeester over bijvoorbeeld het opleggen van een gebiedsverbod. Tijdens evenementen is de politie een handhavingspartner voor de openbare orde en veiligheid buiten het evenemententerrein en heeft de gemeente een regierol op de plaats van het evenement zelf. Politie en handhaving werken nauw samen. Zo wordt de briefing van de politie regelmatig gedeeld met handhaving. Dit levert veel waardevolle informatie op. Knelpunten worden met elkaar besproken en waar nodig verleent de politie de handhavers op straat ondersteuning. Ook doen wijkagenten samen met de wijkhandhavers diensten en worden gezamenlijk controles uitgevoerd. Door de burgemeesters van de gemeenten in de regio en de hoofdofficier van justitie is een Integraal meerjarenbeleidsplan veiligheid vastgesteld. Dit plan is wettelijk verplicht op grond van artikel 39 van de Politiewet. Daarnaast stelt de gemeenteraad op grond van artikel 38b van de Politiewet eenmaal in de vier jaar de doelen vast op het terrein van veiligheid. Dit gaat dan over het integraal veiligheidsplan. In het plan voor 2023-2026 zijn de volgende thema’s opgenomen: ondermijnende criminaliteit, zorg en veiligheid, digitale veiligheid, jeugd en veiligheid en leefbaarheid. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) Met het HHNK zijn diverse raakvlakken voor uitvoering, toezicht en handhaving. In de eerste plaats is HHNK eigenaar van diverse wateren en wegen in de gemeente Purmerend. Indien een activiteit (zoals het aanleggen van een weg, het maken van een uitweg of het plaatsen van een bouwwerk boven of op het water) plaatsvindt op een water of weg die in eigendom is van HHNK, dan vindt hierover onderling afstemming plaats. Ten tweede kan een watervergunning samenhang hebben met een omgevingsvergunning. De watervergunning wordt door het HHNK verleend. Vanwege de samenhang wordt zo veel mogelijk contact gezocht tussen het Omgevingsteam en het HHNK. Indien er meldingen/klachten zijn, vindt er direct afstemming plaats tussen de toezichthouders. Er is geen DVO afgesloten. Provincie Noord-Holland en Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) De inhoudelijke relatie met de provincie Noord-Holland is een beperkte. Met betrekking tot gemeentelijke monumentenzorg moet de provincie er op toezien dat deze taak niet wordt verwaarloosd. Ook voert de provincie het Interbestuurlijk Toezicht uit op het gebied van het omgevingsrecht. De provincie is daarnaast voor een zeer bepekt aantal bedrijven nog het bevoegd gezag. De uitvoering van de BRIKS taken (Bouwen, Ruimte, Inrit/Uitrit, Kappen, Sloop) bij deze bedrijven is belegd bij Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. In voorkomende gevallen kan de provincie hieromtrent advies vragen bij de gemeente. De taken die de provincie heeft op het gebied van natuur zijn ondergebracht bij Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Met ODNHN heeft de gemeente afspraken gemaakt over hoe omgegaan wordt met de Natura-2000 en flora en faunactiviteit. Op grond van artikel 5.1 is een omgevingsvergunning benodigd voor het verrichten van een Natura 2000-activiteit en een flora en fauna activiteit. Op grond van artikel 4.6 van het Omgevingsbesluit is Gedeputeerde Staten bevoegd gezag voor de (enkelvoudige) omgevingsvergunning als de aanvraag betrekking heeft op een Natura 2000-actviteit of een flora- en fauna-activiteit. Heeft de omgevingsvergunning niet alleen betrekking op Natura 2000 of flora- en fauna, maar bijvoorbeeld ook op bouwen, dan is de gemeente bevoegd gezag voor het bouwen en Gedeputeerde Staten voor het onderdeel Natura 2000 of flora- en fauna. Op grond van artikel 4.25 van het Omgevingsbesluit zijn Gedeputeerde Staten adviseur voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor zover de aanvraag betrekking heeft op een Natura 2000-activiteit of een flora- en faunactiviteit. Op grond van het derde lid zijn Gedeputeerde Staten niet alleen adviseur, maar behoeft de voorgenomen beslissing op de aanvraag ook instemming van Gedeputeerde Staten. De gemeente Purmerend vraagt het advies met instemmingsbesluit aan bij Omgevingsdienst Noord-Holland-Noord. Als de gemeente een advies met instemmingsbesluit bij ODNHN aanvraagt, stellen zij een ontwerpadvies met instemmingsbesluit op. Deze wordt gestuurd naar de gemeente. Voor de Flora- en Fauna activiteit geldt dat de reguliere procedure wordt gevolgd. Voor de Natura 2000 Activiteit (voor stikstof) moet altijd de uniforme voorbereidingsprocedure worden gevolgd en kunnen belanghebbenden een zienswijze indienen op de ontwerp-omgevingsvergunning. Als er zienswijzen binnenkomen op het onderdeel natuur van de ontwerp-omgevingsvergunning, dan stuurt de gemeente de zienswijze per e-mail naar ODNHN. ODNHN verwerkt de reactie vervolgens in de definitieve versie. Hier zijn werkafspraken over gemaakt met ODNHN. Ook zijn werkafspraken gemaakt over ingekomen bezwaren en beroepen. Interne samenwerking Er wordt intensief samengewerkt met de diverse gemeentelijke teams. Soms is dit op projectbasis (bijvoorbeeld bij het opstellen van beleid en regelgeving) en soms is dit ad-hoc. Zo wordt er met team Economie samengewerkt op het terrein van evenementen, markten en ligplaatsen. Met team Uitvoering zijn afspraken gemaakt over de inname van asbestdaken, met team Financiën wordt de jaarlijkse legesverordening voorbereid en met team Wijkmanagement worden toezicht- en handhavingszaken integraal opgepakt. Met het team Juridische en Veiligheidszaken (hierna: JVZ) is geen DVO afgesloten. De primaire beslissingen worden door het Omgevingsteam genomen. In bezwaar vertegenwoordigt het Omgevingsteam ook het bestuursorgaan bij de onafhankelijke bezwaarcommissie. De beslissing op bezwaar wordt door JVZ voorbereid. In (hoger) beroep levert het Omgevingsteam vakinhoudelijk input en is JVZ procesregisseur. Met betrekking tot openbare orde en veiligheid (bijvoorbeeld prostitutie, jeugd en drugs) wordt ook samenwerking opgezocht met de openbare orde en veiligheidsadviseurs en het team Ondermijning. Samen met het team Ondermijning wordt bijvoorbeeld opgetreden tegen drugspanden, motorgangs en verdachte situaties op bedrijventerreinen. Ten slotte wordt ook veel met JVZ samengewerkt op het gebied van mandaatregelingen, het aanpassen van de Apv en overige gemeentelijke regelingen en de bevoegdheidstoedeling van de toezichthouders. 6.5Handhaving eigen organisatie Er doen zich situaties voor waarbij de gemeentelijke organisatie zelf zowel het uitvoerende als toezichthoudende orgaan is. Ook komt het voor dat een collega-overheid de vergunninghouder is. Aangezien de gemeente Purmerend een voorbeeldfunctie heeft naar haar burgers en bedrijven toe, wordt er extra kritisch naar eventuele overtredingen gekeken. Daarbij speelt ook dat een bestuursorgaan niet snel geneigd is om bestuurlijke maatregelen tegen zichzelf te nemen. Ook heeft de toezichthouder intern een hiërarchisch ondergeschikte positie, waardoor er geen zekerheid bestaat dat aan zijn constateringen aandacht en opvolging wordt gegeven. De nadere uitwerking van sanctioneren bij overtredingen begaan door de eigen organisatie is opgenomen in bijlage 10 (Sanctiestrategie). 6.6Piketregeling Om bereikbaar te zijn voor spoedeisende klachten en/of meldingen buiten kantoortijd is een bereikbaarheidsregeling van belang. Voor de milieu gerelateerde klachten verzorgt ODIJ voor Purmerend de zogenaamde piketdienst. De piketregeling geldt 24 uur per dag het hele jaar door. Daarnaast heeft Purmerend nog een regeling waarbij klachten en meldingen buiten werktijd binnenkomen bij de gemeentelijke storingscoördinator. Deze stelt vast of de klacht/melding spoedeisend is. De storingscoördinator heeft een lijst met telefoonnummers van deskundigen van het team Toezicht en Handhaving, die gebeld kunnen worden met het verzoek de klacht en/of melding ter plaatse te onderzoeken. Er is geen aanwezigheidsrooster. Klachten en/of meldingen die niet spoedeisend zijn worden zo snel mogelijk aan team Toezicht en Handhaving doorgegeven met het verzoek deze af te handelen. Hiermee is de bereikbaarheid bij spoedeisende klachten en meldingen in voldoende mate gewaarborgd. 6.7Voorkomen van vaste handhavingsrelaties Ten aanzien van het onderdeel milieu geldt dat na het maken van de jaarprogrammering de toezichthouders gezamenlijk de uit te voeren controles verdelen. Hierbij wordt rekening gehouden met eerder uitgevoerde controles. Voor de hoog en midden geprioriteerde bedrijven wordt een strikte roulatie aangehouden. Voor de laag geprioriteerde bedrijven is, in verband met een laag controlefrequentie (eenmaal per 10 jaar), roulatie niet noodzakelijk. Voor de taken uit het basistakenpakket heeft ODIJ een roulatiesysteem ingesteld welke inhoudt dat de volgende planmatige controle van een bedrijf of instelling niet door dezelfde toezichthouder wordt uitgevoerd, als die de laatste controle heeft uitgevoerd. VrZW heeft een beperkt aantal toezichtmedewerkers voor de gehele regio Zaanstreek-Waterland. Het toezicht rouleert binnen dit team op de objecten die jaarlijks gecontroleerd worden. Een eventueel tweede contactmoment in hetzelfde jaar wordt benut vanuit de visie op risicogerichtheid en brandveilig leven. Hierbij richt VrZW zich op veiligheidsbewustzijn, gedrag en eigen verantwoordelijkheid. Het zou kunnen dat hierbij toezichthouders betrokken zijn die ook de jaarlijkse controle hebben uitgevoerd. De beperkt kwetsbare gebouwen en locaties met een meldingsplicht brandveilig gebruik worden gecontroleerd aan de hand van zelftoezicht en/of themacontroles. Bij een goed nalevingsgedrag wordt de controlefrequentie voor deze objecten verlaagd. 6.8Kwaliteitszorg en monitoring Er gelden (landelijke) kwaliteitscriteria voor VTH die zich richten op de kwaliteit van de medewerkers en het borgen van de organisatorische processen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteitscriteria worden geborgd in de organisatie, is kwaliteitszorg geïmplementeerd. Zo is er een kwaliteitskalender en een Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Purmerend. De komende beleidsperiode wordt daarnaast een intern auditsysteem opgezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om de integriteit van de processen (de invoer van de gegevens) en de inhoudelijke behandeling van de vergunningen en uitvoering van toezicht en handhaving conform de strategieën. In de kwaliteitskalender is de cyclus van de BIG-8 opgenomen. Om ervoor te zorgen dat de kwaliteitseisen geborgd blijven in de organisatie en er zo nodig verbeteringen worden doorgevoerd, is bij een aantal medewerkers kwaliteitszorg aan het takenpakket toegevoegd. De Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Purmerend is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders. Het college beoordeelt jaarlijks de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de eigen uitgevoerde taken en van de taken die zijn uitgevoerd door ODIJ. Op de uitvoering en handhaving zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing. Het college legt hier jaarlijks verantwoording over af aan de gemeenteraad. In het jaarlijks op te stellen programma uitvoering en handhaving wordt concreet aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd die bijdragen aan het bereiken van de doelen en prioriteiten van de beleidsnota. Deze activiteiten worden gedurende het jaar gemonitord. Jaarlijks wordt over de uitvoering van het programma gerapporteerd, vindt de verantwoording plaats in hoeverre de activiteiten hebben bijgedragen aan het realiseren van de doelen en vindt de evaluatie van de beleidsnota plaats en indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven wordt de nota aangepast. Hiermee wordt de beleidscyclus van de BIG-8 gesloten. Alle beleidsstukken worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en worden, in het kader van horizontale verantwoording, ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. De provincie Noord-Holland houdt hier jaarlijks Interbestuurlijk Toezicht op en toetst of de gemeente voldoet aan de wettelijke verplichtingen (zoals het jaarlijks vaststellen van een programma en het ter kennisname aanbieden hiervan aan de gemeenteraad). De gemeenteraad wordt uiteraard in kennis gesteld van het beoordelingsresultaat. Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 27 februari 2024Purmerend,burgemeester en wethouders van Purmerend, de secretaris, A. Heinerde burgemeester,E. van SelmBijlage1– Beleidsevaluatie per doel over de periode 2016-2023 In onderstaande tabel is per doel van de Nota VTH Purmerend aangegeven in hoeverre deze is bereikt. Nagenoeg dezelfde doelstellingen waren ook in de Nota VTH van Beemster opgenomen, al waren sommige doelen net iets anders verwoord. Onder de kolom ‘’resultaat’’ is te zien of het doel is bereikt. Een groene kleur houdt in dat het doel is bereikt. Een oranje kleur houdt in dat het doel deels is bereikt. Een rode kleur houdt in dat het doel niet is bereikt. Bijlage2– Probleemanalyse en prioritering Ruimtelijke ordening Activiteit Toelichting Risico (illegale) bewoning, illegale kamerverhuur commerciële verhuur van kamers in bebouwde kom, maar ook kamerverhuur aan seizoenarbeiders en arbeidsimmigranten en permanente bewoning bedrijfspanden en recreatiewoningen Zeer groot risico (illegale) bouw, grote bouwwerken [buitengebied] grote agrarische schuur, (agrarisch) woning Zeer groot risico (Illegale) evenementen Groot risico (illegale) bouw; grote bouwwerken [bebouwde kom] woning, bedrijfspand Groot risico (illegaal) slopen Groot risico (illegale) gebruik bedrijf cat. > 3.1 gebruik van industriepand ten behoeve van paardenfokken, loonwerk, houden van vee, bouwbedrijven (>1.000 m2) Groot risico (illegale) kap [buitengebied] bomen, houtwal (inclusief herplantplicht), snippergroen Groot risico (illegale) bouw; monumenten rijks- en gemeentelijke monumenten (dakkapel, schilderen, wijzigen, bijgebouw, slopen etc.) Groot risico (illegale) aanleg [bebouwde kom] graven en dempen van sloten, ontgrondingen, in- en uitrit, ophogen van grond Beperkt risico (illegale) aanleg [buitengebied] graven en dempen van sloten, ontgrondingen, in- en uitrit, ophogen van grond Beperkt risico (illegale) kap [bebouwde kom] bomen, houtwal (inclusief herplantplicht), snippergroen Beperkt risico (illegale) gebruik bedrijf cat. < 2 gebruik van industriepand voor detailhandel, caravanstalling, schuurfeesten, timmerwerkplaats in schuur bij woning, maar ook coffeeshops en terrassen horeca Beperkt risico (illegale) bouw; middel bouwwerken [buitengebied] schuur, bijkeuken, aanbouw Beperkt risico (illegale) bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde erfafscheiding, infozuilen, telecommunicatie, kunstwerken (exclusief reclame), omheining (paardebak), lichtmasten, windturbines, zonnepanelen. Beperkt risico (illegale) gebruik gronden opslag in weilanden, bospercelen, maar ook het (hobbymatig) crossen Beperkt risico Landschappelijke inpassing niet voldoen aan afspraken landschappelijke inpassing Beperkt risico (illegale) reclame [buitengebied] aanhangwagens, borden, vlaggen, spandoeken Klein risico (illegale) reclame [bebouwde kom] spandoek in framewerk, vlaggen, banieren, borden (gevel) Klein risico (illegale) bouw; middel bouwwerken [bebouwde kom] schuur, bijkeuken, aanbouw, bedrijfsgebouwen Klein risico (illegale) reclame [industrieterrein] Klein risico (illegale) inrit/uitrit Klein risico Excessen welstand Klein risico (illegale) bouw; kleine bouwwerken [bebouwde kom] dakkapel, klein bijgebouw, kleine uitbouw Zeer klein risico (illegale) bouw, kleine bouwwerken [buitengebied] dakkapel, klein bijgebouw, kleine uitbouw Zeer klein risico Bouwen Activiteit Toelichting Risico GK2-3 Bedrijf Cat III > 1.000.000 >2 verdiep Kantoorgebouwen. Monumenten. melding brandveilig gebruik verplicht, (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. Zeer groot risico Gezondheidszorgfunctie met bedgebied Ziekenhuis, verpleeg-/verzorgingshuis Zeer groot risico Hennepkwekerijen Zeer groot risico GK2-3 Publiek Cat III >1.000.000 Monumenten. winkelfunctie. sportfunctie. melding brandveilig gebruik verplicht (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen tot 70 meter hoogte
(2). Groot risico Slopen Groot risico GK2-3 Wonen Cat III > 1.000.000 >2 verdiep. Monumenten. Woongebouwen, appartementen, kamergewijze verhuur, zorgwoningen, vakantieappartementen. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. melding brandveilig gebruik verplicht Groot risico Tijdelijke bouwwerken Groot risico GK2-3 Bedrijf Cat II 100.000 – 1.000.000 >2 verdiep Kantoorgebouwen. Monumenten. melding brandveilig gebruik verplicht, (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. Groot risico GK 2-3 Publiek Cat II 100.000 – 1.000.000 Monumenten. winkelfunctie. sportfunctie. melding brandveilig gebruik verplicht (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen tot 70 meter hoogte
(2). Beperkt risico Monumenten Beperkt risico GK2-3 Wonen Cat I < 100.000 >2 verdiep. Monumenten. Woongebouwen, appartementen, kamergewijze verhuur, zorgwoningen, vakantieappartementen. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. melding brandveilig gebruik verplicht Beperkt risico Onderwijsfunctie Basisschool, BSO Beperkt risico GK 2-3 Wonen Cat II 100.000 – 1.000.000 Beperkt risico Kinderdagverblijf Kinderdagverblijf Beperkt risico GK2-3 Publiek Cat I < 100.000 Monumenten. winkelfunctie. sportfunctie. melding brandveilig gebruik verplicht (150+ pers). milieubelastende activiteiten. Gelijkwaardigheid- constructieve veiligheid of brandveiligheid. bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen tot 70 meter hoogte
(2). Beperkt risico GK2-3 Bedrijf Cat I < 1.00.000 Beperkt risico Gebouwen met celfunctie Psychiatrische inrichting, politiebureau met celfunctie, tbs kliniek Beperkt risico Bouwwerken geen gebouw zijnde GK 2-3 Beperkt risico Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied Beperkt risico Bestaande bouw Beperkt risico Milieubelastende activiteiten Activiteit Risico Niet-industriële voedselbereiding Groot risico Opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking (als bedoeld in paragraaf 3.2.9 van het Bal) Groot risico Met een acculader laden van een natte accu die vloeibare bodembedreigende stoffen bevat Beperkt risico Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport in de buitenlucht waarbij terreinverlichting wordt toegepast Beperkt risico Fokken, houden of trainen van meer dan 25 vogels of meer dan 5 zoogdieren voor zover dit niet in het Bal is geregeld Beperkt risico Opslagtank voor gassen Beperkt risico Kleinschalig graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Beperkt risico Geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw Beperkt risico Geluid bij collectieve festiviteiten Beperkt risico Geur Beperkt risico Afvalwaterbeheer: lozen van grondwater bij sanering of ontwatering, lozen van afvloeiend hemelwater, lozen van huishoudelijk afvalwater en overige lozingsactiviteiten Klein risico Motorvoertuigen wassen Klein risico Zwerfafval Klein risico Het exploiteren van een recreatieve visvijver Klein risico Dieren slachten en dierlijke bijproducten bewerken of vlees, vis of organen uitsnijden Klein risico Stookinstallatie (het exploiteren van een stookinstallatie met een nominaal thermisch ingangsvermogen vermogen van meer dan 100 kW) Klein risico Opslaan van vaste mest, compost of dikke fractie Klein risico Opslaan van kuilvoer kuilvoer of vaste bijvoedermiddelen Zeer klein risico Ontwikkelen of afdrukken van fotografisch materieel Zeer klein risico Parkeergarage Zeer klein risico Bijlage3– Vergunningenstrategie In deze bijlage is de vergunningenstrategie van de gemeente Purmerend weergegeven. Wij maken een onderscheid tussen vergunningverlening op grond van de Omgevingswet en Apv en bijzondere wetten. In de vergunningenstrategie worden allereerst de uitgangspunten beschreven en daarna de kansen dat overtredingen plaatsvinden. De uitgangspunten zijn vertaald in de werkwijze die wordt gehanteerd bij het beoordelen van vergunningen en meldingen op grond van de Omgevingswet en de Apv en bijzondere wetten. Tot slot wordt in de vergunningenstrategie ingegaan op de beoordelingscriteria die worden toegepast. Uitgangspunten vergunningverlening In Purmerend wordt geredeneerd vanuit de initiatiefnemer. Er wordt gewerkt vanuit de ‘’ja, mits’’ gedachte. Bovendien worden processen continu geoptimaliseerd. Dit vertaalt zich in de volgende uitgangspunten van vergunningverlening: Bij vergunningaanvragen wordt gezocht naar mogelijkheden en oplossingen om, rekening houdend met de wensen van de aanvrager en de omgeving, activiteiten mogelijk te maken; Initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het indienen van een kwalitatief goede vergunningaanvraag; Initiatiefnemers van vergunningaanvragen worden er op gewezen en gestimuleerd om overleg met belanghebbenden te voeren ter verkrijging van draagvlak voor de vergunningaanvraag (participatie); Continue verbetering van de dienstverlening; Purmerend streeft naar een hoge mate van rechtszekerheid voor burgers en ondernemers door vergunningen af te geven die niet van rechtswege zijn verleend en die de rechterlijke toets kunnen doorstaan; Te verlenen vergunningen worden aan een juridische kwaliteit check onderworpen; Er wordt alleen nog maar informatie gevraagd die van belang is voor het beoordelen van de aanvraag en er wordt niet om informatie die wij zelf kunnen opzoeken, zoals het KvK uittreksel;. Initiatiefnemers van vergunningaanvragen worden er op gewezen en gestimuleerd om bij indiening van zienswijzen / bezwaarschriften contact met de indieners te leggen om te zoeken naar een gezamenlijke oplossing voor het voorliggende probleem. Kansen dat overtredingen zullen plaatsvinden en gevolgen voor de fysieke leefomgeving Het is op ten minste vier manieren denkbaar dat bij vergunningverlening ‘overtredingen’ plaatsvinden, namelijk: Er wordt een activiteit uitgevoerd zonder dat de daarvoor benodigde vergunning is verkregen of men heeft in strijd met de regels verzuimd om een melding te doen; Er wordt in strijd gehandeld met de regels van het bestemmingsplan; De voorwaarden van de verleende vergunning worden niet nageleefd; De voorwaarden van het vergunningvrij bouwen worden niet nageleefd. De laatste jaren zijn steeds meer activiteiten onder algemene regels komen te vallen. In 2014 zijn de regels over het vergunningvrij bouwen bijvoorbeeld enorm verruimd en met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden nog meer bouwwerken vergunningvrij. Enerzijds draagt dit bij aan lastenverlichting, maar anderzijds heeft de gemeente door het vervallen van de vergunningplicht in het voorstadium geen weet van de bouwwerken die vergunningvrij worden gebouwd. De verplichte toets van het bouwplan door de gemeente vindt immers niet plaats. Aan de andere kant is het aantal informatieverzoeken van inwoners over vergunningvrij bouwen toegenomen. Inwoners wenden zich tot de gemeente om er zeker van te zijn dat het bouwwerk vergunningvrij gebouwd mag worden. Indien een van de hiervoor genoemde vier overtredingen plaatsvindt heeft dat gevolgen voor de leefomgeving. Een overtreding kan ten koste gaan van bijvoorbeeld de redelijke eisen van welstand, constructieve veiligheid, brandveiligheid, gezondheid, veiligheid op de weg, het milieu en verantwoorde verstrekking van alcohol. Werkwijze beoordelen vergunningen en meldingen Omgevingswet De uitgangspunten van de vergunningverlening zijn verwerkt in de werkprocessen. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken. Aan de ene kant moeten aanvragen om een omgevingsvergunning binnen acht weken behandeld zijn. De reguliere procedure is onder de Omgevingswet uitgangspunt. Dit is een verandering ten opzichte van de Wabo, omdat onder deze wet vaak ruimere termijnen golden. Aan de andere kant betekent de Omgevingswet een systeemwijziging. Daar waar onder de Wet ruimtelijke ordening nog sprake was van meerdere bestemmingsplannen die de goede ruimtelijke ordening regelden, is onder de Omgevingswet sprake van één omgevingsplan dat de fysieke leefomgeving regelt. De Omgevingswet regelt alles wat met onze (fysieke) leefomgeving te maken heeft. Voorheen waren er veel aparte wetten en regels die over de leefomgeving gaan. Zoals die voor wonen, werken, wegen, milieu, lucht, bodem, natuur en water. Al deze wetten en regels zijn gebundeld in de Omgevingswet. Deze wet zorgt voor minder regels en maakt procedures overzichtelijker. De werkwijze over vergunningverlening moet hierop worden aangepast. Vooruitlopend op de Omgevingswet is er sinds 1 januari 2022 gestart met een nieuwe werkwijze voor vergunningaanvragen. Twee fasen worden onderscheiden: Het vooroverleg; De aanvraag van de omgevingsvergunning. Onderdeel van de werkwijze is dat van de initiatiefnemer wordt verlangd dat hij/zij eerst zelf onderzoek doet. Dit kan via de vergunningencheck in het DSO. Uit het eigen onderzoek zijn de volgende vier uitkomsten mogelijk: Het plan/initiatief is vergunningvrij. De initiatiefnemer kan starten met het plan. Voor het plan/initiatief is een vergunning nodig. Als het initiatief past binnen het omgevingsplan, dan kan de vergunning worden aangevraagd. Voor het plan/initiatief is een vergunning nodig. Als het initiatief niet past binnen het omgevingsplan, dan is vooroverleg raadzaam. De initiatiefnemer komt er niet uit of heeft vragen. Hij/zij kan in dat geval altijd contact opnemen met het Omgevingsteam. Het vooroverleg is de fase van voorbereiding voordat een formele vergunningaanvraag wordt ingediend. In deze fase, die overigens niet verplicht is, vindt overleg en samenwerking plaats. Voor de complexere en grotere plannen is het raadzaam om gebruik te maken van het vooroverleg. Het vooroverleg geeft namelijk inzicht of het plan/initiatief goed en/of haalbaar is. Dit kan onnodig werk en kosten besparen. Tijdens het vooroverleg wordt onderscheid gemaakt tussen: Het indicatieverzoek; Het omgevingsinitiatief; Programmeertafel. De gemeente werkt met een intaketafel (een overlegplatform) waar alle ingekomen initiatieven worden beoordeeld en wordt bepaald welke procedure gevolgd wordt (het indicatieverzoek, omgevingsinitiatief of programmeertafel). De initiatieven worden digitaal ingediend en komen via een softwaresysteem binnen bij de gemeente. In dit systeem wordt alle correspondentie bewaard en kunnen deelzaken bij verschillende adviseurs worden uitgezet. Specifiek voor de externe ketenpartners is er een samenwerkingsmodule waarin documenten en vragen gedeeld kunnen worden. De initiatiefnemer kan gevraagd worden om aan te schuiven bij de intaketafel. Het indicatieverzoek wordt behandeld door een intaketeam dat uit verschillende vakdisciplines van de gemeente bestaat, namelijk uit verkeer, landschap en vormgeving, de casemanager en afhankelijk van het onderwerp ook andere partijen. Ook bij het vooroverleg vindt samenwerking met ketenpartners plaats, zoals VrZW en ODIJ. Met deze partijen zijn ook samenwerkingsafspraken gemaakt. Er is een regisseur aangesteld die de intaketafel organiseert, overzicht behoudt van de ingekomen indicatieverzoeken en het proces begeleidt. Het indicatieverzoek is bedoeld voor de iets moeilijke initiatieven. De gemeente toetst of het initiatief past binnen het omgevingsplan en, indien dit niet past, of het plan toch wenselijk is en/of haalbaar kan worden. Ook bekijkt de gemeente of het plan stedenbouwkundig acceptabel is en of er specifieke aandachtspunten zijn voor verkeer of parkeren. Nadat alles is bekeken krijgt de initiatiefnemer een indicatie of het plan wel of niet mogelijk is en onder welke voorwaarden. Er zijn drie opties mogelijk: Bij een complex plan wordt geadviseerd om een omgevingsinitiatief in te dienen. Bij een niet complex plan wordt geadviseerd om een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Indien het plan niet wenselijk en juridisch niet haalbaar is, wordt geadviseerd om het plan niet in te dienen. In de meeste gevallen wordt het indicatieverzoek binnen vier weken afgerond. Dit is ook afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag. Het omgevingsinitiatief is bedoeld voor de grote en/of complexe plannen. Naar aanleiding van een indicatieverzoek kan het advies zijn om een omgevingsinitiatief in te dienen. Er kan ook direct een omgevingsinitiatief worden ingediend. Aan het omgevingsinitiatief wordt een casemanager gekoppeld die het aanspreekpunt vormt voor de initiatiefnemer en die het proces samen met hem/haar begeleidt. Het omgevingsinitiatief vraagt huiswerk van een initiatiefnemer, alle noodzakelijke adviseurs kijken mee hoe het initiatief haalbaar gemaakt kan worden. Naar aanleiding hiervan kan een formele vergunningaanvraag worden ingediend. Voor de zeer complexe initiatieven die niet binnen het omgevingsplan passen, wordt het initiatief in de programmeertafel behandeld. Hier zal een indicatie worden gegeven van de haalbaarheid en wenselijkheid van het initiatief. In onderstaande figuur is aangegeven op welke wijze vergunningen in het kader van de Omgevingswet worden verleend en meldingen worden afgehandeld. De formele vergunningaanvraag wordt ingediend via het DSO. De aanvraag komt binnen in het softwaresysteem bij de gemeente. Via het systeem worden deelzaken uitgezet bij alle adviseurs. De adviseurs contoleren allereerst of de aanvraag volledig is. Is de aanvraag niet volledig, dan wordt gevraagd om binnen een bepaalde termijn aanvullende stukken aan te leveren. Vervolgens brengen zij een inhoudelijk advies uit. De adviezen worden vervolgens gebundeld. Hierna kan de vergunning al dan niet worden verleend. Korte en uitgebreide voorbereidingsprocedure De aanvraag van een omgevingsvergunning hoeft maar één procedure te doorlopen. Dat kan een korte (acht weken) of een uitgebreide voorbereidingsprocedure (zes maanden) zijn. Uitgangspunt wordt de korte procedure. Op diverse plaatsen in de Omgevingswet en in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen zes maanden na een aanvraag. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en ‘’de knip’’ Met de Omgevingswet is ook de Wkb in werking getreden. De Wkb maakt een onderscheid tussen bouwwerken in de gevolgklassen 1, 2 en
- Voor gevolgklasse 1 wordt de bouwtechnische toetsing en het toezicht uitgevoerd door een private kwaliteitsborger en dus niet meer door de gemeente. Voor deze bouwwerken dient een melding gedaan te worden. Er hoeft geen vergunning te worden aangevraagd. De melding wordt door de gemeente getoetst op volledigheid. Voor gevolgklasse 2 en 3 dient nog steeds een aanvraag te worden ingediend bij de gemeente. De toetsing en het toezicht vindt dan ook plaats door de gemeente. Bovendien wordt bij bouwwerken een knip gemaakt tussen de omgevingsplanactiviteit en de bouwtechnische activiteit. Deze vergunningen kunnen onafhankelijk van elkaar worden aangevraagd. In de praktijk valt te verwachten dat men eerst een aanvraag omgevingsplanactiviteit voor het bouwen aanvraagt. Er wordt dan getoetst aan de regels van het omgevingsplan. Dit kunnen dus zijn natuur, geluid, verkeer, welstand en dergelijke. Bij de bouwtechnische vergunning wordt getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Strategie vergunningverlening Apv en bijzondere wetten (inclusief evenementen, parkeren en huisvestingsverordening) Het proces voor vergunningverlening voor de Apv en bijzondere wetten (inclusief evenementen, parkeren en huisvestingsverordening) is zoveel mogelijk gelijk aan de vergunningverlening voor de Omgevingswet. Er zijn echter verschillen. In onderstaande figuur wordt het proces uitgelicht. Vooroverleg Optioneel kunnen gedurende het gehele proces vooroverleg(gen) worden gehouden. Bij een vooroverleg wordt het aanvraagformulier in overleg met de initiatiefnemer aangevuld en toegelicht. Ook kan voorlichting worden gegeven. Het vooroverleg is een tijdrovend, maar vaak zeer nuttig instrument. Inhoudelijke toetsing Bij de behandeling van aanvragen en meldingen kunnen interne en externe inhoudsdeskundigen (per mail) worden gevraagd om een advies uit te brengen. Het betreft telkens maatwerk welke deskundigen om advies worden gevraagd. In de volgende paragraaf lichten wij toe aan welke criteria bij de verschillende producten wordt getoetst. Evenementenvergunningen Purmerend heeft beleidsregels voor evenementen vastgesteld. In deze beleidsregels zijn de evenementen in risico-categorieën opgedeeld. Tevens worden specifieke evenemententerreinen en typen evenementen benoemd, wordt ingegaan op de weigeringsgronden, communicatie, verkeer, vervoer en bereikbaarheid en de coördinatie. De vergunningaanvragen worden voorgelegd aan het Veiligheidsoverleg evenementen (VOE). Het VOE wordt gevormd door politie, VrZW, handhaving, vergunningen, integrale veiligheid, evenementencoördinator, coördinator evenement openbare ruimte, GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) en eventueel externe adviseurs. Evenementen die vallen in de risico-categorie B (evenement met verhoogde aandacht) en C (risico-evenement) zijn verplicht om een veiligheidsplan, draaiboek en situatietekening aan te leveren en de organisatoren dienen aanwezig te zijn bij een te houden multidisciplinair overleg. Parkeervergunningen Onder parkeervergunningen wordt verstaan: bewonersparkeervergunning, diverse soorten bedrijfsparkeervergunningen, autodeelparkeervergunning, mantelzorgparkeervergunningen, bezoekersvergunning, abonnement Claxonate en Stahuispleingarage. Het kan hierbij gaan om een aanvraag, verlenging, wijziging of beëindiging van een parkeervergunning. Er wordt inhoudelijk getoetst aan de Parkeerverordening Purmerend en het Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Purmerend. Onlangs zijn de parkeergereguleerde gebieden flink uitgebreid. Er is een nieuw parkeersysteem aangeschaft. De aanvragen worden via dit systeem aangevraagd en vervolgens behandeld. Dit verloopt volledig digitaal. Vergunning voor woningvorming/omzetting Voor het verhuren van twee of meer kamers binnen een woning, is een omzettingsvergunning nodig. Voor het verbouwen van een woning naar meerdere woningen is een woningsvormingvergunning nodig. Een aanvraag om een vergunning wordt getoetst aan de Huisvestingsverordening. Criteria beoordelen vergunningen en meldingen Bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen, vergunningen in het kader van de Apv en bijzondere wetten en meldingen worden diverse criteria gebruikt. Het gaat dan om wettelijke criteria en criteria die zijn neergelegd in verordeningen en lokale regelgeving. Soms zijn de criteria uitgewerkt in beleid. Hieronder is per categorie vergunningen en meldingen aangegeven welke criteria gehanteerd worden. De afhandeling van de vergunningen en meldingen is vervat in werkprocessen en dit is vervolgens vertaald naar het softwaresysteem. Aan de volgende criteria wordt getoetst bij de omgevingsvergunning voor de hierna te noemen activiteiten: Activiteiten: De volgende regelgeving en verordeningen kunnen van toepassing zijn: Beoordelingscriteria: Omgevingsplanactiviteit (binnenplans en buitenplans), bijvoorbeeld: Aanleggen; Bouwen; Gebruik; Kappen houtopstand; Monumenten; Reclame; Uitweg maken. Besluit activiteiten leefomgeving; Besluit bouwwerken leefomgeving; Besluit kwaliteit leefomgeving; Bodembeleid (nota en kaart); Bomenkaart; Bruidsschat; Erfgoedverordening; Erfgoedwet; Omgevingsbesluit; Omgevingsregeling; Omgevingswet; (tijdelijk) omgevingsplan; Wet milieubeheer. Zie artikel 8.0a Bkl: beoordelingsregels omgevingsplan. Dit zijn bijvoorbeeld: Externe veiligheid Gebruik (beoordelingsregels omgevingsplan) Gezondheid (geluid, geur, lucht bodem) Ruimtelijke kwaliteit Water Bouwactiviteit Besluit bouwwerken leefomgeving. Zie artikel 8.3b Bkl. Er wordt getoetst aan hoofdstuk 4 en afdeling 7 van het Bbl en de regels van het omgevingsplan. Voor verbouw gelden de regels van hoofdstuk
- Voor gebruik gelden de regels van hoofdstuk
- Voor bouw- en sloopwerkzaamheden geldt hoofdstuk
- Het gaat dan om de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid, bruikbaarheid, toegankelijkheid en bouwwerkinstallaties. Natura 2000-activiteit; Flora- en fauna activiteit Besluit activiteiten leefomgeving; Besluit kwaliteit leefomgeving; Omgevingswet. De gemeente heeft een inspanningsverplichting en moet de aanvrager erop wijzen als er meerdere toestemmingen nodig zijn. Is een Natura 2000-activiteit en of een Flora- en fauna activiteit aangevraagd, dan wordt een advies met instemming aangevraagd. Milieubelastende activiteit Besluit activiteiten leefomgeving; Omgevingswet. De gemeente toetst activiteiten aan de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het Bal. Zie artikel 8.9 Bkl. Voorkomen of beperken van milieuverontreiniging Voorkomen of beperken van emissies in de lucht, water, bodem en ontstaan door afval Nemen van passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging Toepassing best beschikbare technieken Geen significante milieuverontreiniging Doelmatig gebruik energie Treffen maatregelen om ongevallen te voorkomen en beperken Treffen maatregelen bij beëindiging gebruik Lozingsactiviteit (op oppervlaktewater/ waterlichamen van de gemeente) Besluit activiteiten leefomgeving; Besluit kwaliteit leefomgeving; Bruidsschat; Omgevingswet (tijdelijk) omgevingsplan. Zie artikel 8.88 Bkl: Beschermen van de doelmatige werking van het zuiveringstechnische werk Beperkingengebiedactiviteit; Besluit kwaliteit leefomgeving; Omgevingswet. Zie artikel 8.2 Bkl: Verenigbaarheid activiteit met het belang van het behoeden van de staat en werking van dat werk of object voor nadelige gevolgen van activiteiten Mobiel breken van bouw- en sloopafval (melding) Besluit bouwwerken leefomgeving De beoordelingsregels staan in afdeling 7.2 van het Bbl. Het gaat dan om procedurele regels (waar de melding aan moet voldoen) en inhoudelijke regels (zoals regels ter voorkoming van geluidhinder bij een mobiele puinbreker) Melding brandveilig gebruik bouwwerk Besluit bouwwerken leefomgeving Afdeling 6.2, paragraaf 6.5.1 en de specifieke zorgplicht zijn de regels waaraan voldaan moet worden voor het brandveilig gebruik van bouwwerken. Deze regels gelden rechtstreeks. In paragraaf 6.1.1 van het Bbl staan regels over de meldingsplicht voor het gebruiken van een bouwwerk. Deze gebruikmeldingsplicht in de gebruiksfunctie van het gebouw, of van het aantal personen dat daarin tegelijk zal verblijven (paragraaf 6.1.2 Bbl). Aan de volgende criteria wordt getoetst bij de Apv en bijzondere wetten. Op het moment van schrijven wordt een Verordening fysieke leefomgeving (VFL) voor de gemeente Purmerend gemaakt. In deze verordening worden de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving gebundeld. Dit houdt in dat een aantal verordeningen of regels uit verordeningen in deze nieuwe VFL worden opgenomen. Uiteindelijk zullen de regels van deze VFL gaan landen in het omgevingsplan. Hieronder is met een sterretje aangegeven welke regels in de VFL terecht zullen komen. Activiteiten: De volgende regelgeving en verordeningen kunnen van toepassing zijn: Beoordelingscriteria: Afvalstoffenverordening Purmerend 2022 Ontheffing dumpingsverbod (artikel 14) Afvalstoffenverordening Er wordt getoetst of er voldoende maatregelen zijn genomen ter bescherming van het milieu Alcoholwet: Vergunning uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf Melding wijziging inrichting Ontheffing bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard Melding wijziging horeca-inrichting Melding wijziging leidinggevende(n) Ontheffing van het verbod om zonder alcoholwetvergunning zwak-alcoholische dranken te schenken voor een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard Alcoholwet Alcoholbesluit Sanctiestrategie horeca Purmerend Er wordt getoetst aan de persoonseisen die aan leidinggevende(n) worden gesteld. Ook wordt getoetst of er al dan niet sprake is van schijnondernemerschap, of er aanwijzingen zijn dat in strijd zal worden gehandeld met de wet of de aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften, of aan de inrichtingseisen wordt voldaan en er wordt getoetst aan de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid. Bij de ontheffing met betrekking tot de bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard wordt getoetst of er inderdaad sprake is van een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard en in het geval van paracommerciële horeca of er niet sprake is van oneerlijke concurrentie en of er geen andere mogelijkheden zijn om de bijzondere gelegenheid in een commercieel horecabedrijf te houden. Er wordt getoetst aan de persooneisen die aan leidinggevende(n) worden gesteld. Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021: Kennisgeving betoging en samenkomst; Ontheffing verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen; Ontheffing om als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur, gids of met een draaiorgel op aangewezen plaatsen op te treden; Vergunning plaatsen voorwerpen op of aan een openbare plaats; Melding plaatsen voorwerpen op of aan een openbare plaats; Ontheffing vastmaken van voorwerpen aan bomen of objecten die bestemd zijn voor de openbare dienst; Evenementenvergunning; Melding klein evenement; Exploitatievergunning openbare inrichting (horeca, terras, coffeeshop en waterpijpen); Ontheffing sluitingstijd openbare inrichting; Vergunning speelgelegenheid; Ontheffing betreden plantsoenen; Ontheffing houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren; Vrijstelling verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister; Ontheffing verkoop consumentenvuurwerk; Ontheffing carbidschieten; Exploitatievergunning uitoefening aangewezen bedrijfsmatige activiteit in het kader van het tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat; Vergunning seksbedrijf; Melding incidentele activiteiten; Ontheffing geluidhinder in de openlucht; Ontheffing vaarsnelheid en in aangewezen gebieden varen met een motorboot; Ontheffing overige geluidhinder; Ontheffing recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen; Ontheffing autobedrijven voor parkeren en onderhouden van auto’s op de weg; Ontheffing te koop aanbieden van voertuigen op aangewezen plaatsen; Ontheffing kampeermiddelen en andere voertuigen; Ontheffing reclamevoertuigen; Ontheffing grote voertuigen; Ontheffing aantasting groenvoorziening door voertuigen; Vergunning inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving; Ontheffing ventverbod op aangewezen plaatsen; Standplaatsvergunning; Melding snuffelmarkt; Melding voorwerpen op, in of boven openbaar water; Ontheffing beperking verkeer in natuurgebieden; Ontheffing afvalstoffen verbranden buiten inrichtingen of vuur stoken; Ontheffing detectieverbod. Aanvraag- en selectieprocedure horeca-exploitatievergunning (coffeeshop) en gedoogverklaring coffeeshop Purmerend 2022; Aanwijzingsbesluit digitale opkopersregister voor handelaren; Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021; Beleidslijn heling voor handelaren in ongeregelde en gebruikte goederen Gemeente Purmerend, december 2018; Beleidsregels evenementen Purmerend; Beleidsregels geluidsnormen en toezicht bij evenementen Purmerend; Beleidsregels inzameling van geld, goederen en leden- of donateurwerving in de gemeente Purmerend; Beleidsregels meerjarige evenementenvergunning Purmerend; Beleidsregels ontheffing sluitingsuren openbare inrichtingen en opzeggen Horecaconvenant; Beleidsregels Wet bibob Purmerend 2021; Beleidsuitgangspunten en tolerantiegrenzen bij demonstraties en betogingen gemeente Purmerend 2021; Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen; Coffeeshopbeleid gemeente Purmerend 2022; Notitie beleidsregels gebruik waterpijpen in horeca 2016; Sanctiestrategie horeca Purmerend; Terrassenbeleid Purmerend en Beemster 2021; Uitvoeringsbesluiten burgemeester Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021; Uitvoeringsbesluiten college Algemene plaatselijke verordening Purmerend 2021 Uitvoeringsbesluit Apv verkiezingen- en referendapropaganda. Alle Apv vergunningen en ontheffingen worden getoetst aan de algemene weigeringsgronden. Dit zijn: De openbare orde; De openbare veiligheid; De volksgezondheid; De bescherming van het milieu. Aangevraagde vergunningen en ontheffingen worden ook getoetst aan de indieningsdatum. Als de aanvraag minder dan drie weken voor de beoogde datum van de activiteit is ingediend, kan deze worden geweigerd. Voor grote evenementen bedraagt deze termijn 14 weken. Daarnaast worden bepaalde vergunningen en ontheffingen getoetst aan specifieke criteria. Zo wordt de vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats ook getoetst aan schade, gebruik, gevaar en doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats, welstand en overlast voor gebruikers van onroerende zaken. Bij de evenementenvergunning wordt ook getoetst aan het evenementenbeleid van de gemeente. Een evenement moet daarnaast worden aangemeld op de evenementenkalender. Bij de exploitatievergunning openbare inrichting wordt ook getoetst aan het bestemmingsplan en of de aanvrager dan wel leidinggevende een VOG kan overleggen, er wordt getoetst aan de woon- en leefomgeving en of de exploitatie of leidinggevende van slecht levensgedrag is. Verder wordt bij de terrassen getoetst aan het terrassenbeleid. Voor ontheffing van de sluitingstijden van openbare inrichtingen wordt getoetst aan beleidsregels. Dit geldt ook voor de exploitatievergunning voor coffeeshops en waterpijpen. De vergunning seksbedrijf wordt getoetst aan de criteria die genoemd zijn in hoofdstuk 3 van de Apv. Dit zijn naast aanvraagvereisten ook inhoudelijke beoordelingscriteria. Zo wordt getoetst of de exploitant of beheerder niet onder curatele staat en of de exploitant of beheerder de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. Daarnaast wordt ook getoetst op de invloed van het seksbedrijf op de woon- en leefomgeving. Voor de inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving wordt getoetst aan aparte beleidsregels. Bij de standplaatsvergunning wordt ook getoetst aan welstand en een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang. Er wordt ook getoetst aan het standplaatsenbeleid. Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Beleidsregels leefbaarheidstoets Nadere regels Huisvestingsverordening Purmerend 2021 Er wordt getoetst aan regels over geluid, regels over minimale gebruiksoppervlakten, de leefbaarheid, stallingsruimte, opstelruimte voor afvalcontainers en voldoende buitenruimte. Marktverordening Purmerend 2011 Vergunning voor het innemen van een standplaats op een markt Marktverordening Standplaatsenbeleid Er wordt getoetst aan de brandveiligheid, welstand (het uiterlijk aanzien) en of er sprake is van overlast Parkeerverordening Purmerend 2024 Parkeervergunning voor bewoners; Parkeervergunning voor bedrijven; Parkeervergunning voor bezoekers; Parkeervergunning voor autodelen; Parkeervergunning voor mantelzorgers; Parkeervergunning voor zorgverleners; Parkeervergunning voor maatschappelijke organisaties. Parkeerverordening Uitvoeringsbesluit Parkeerverordening Er wordt getoetst aan de regels die zijn opgesomd in de parkeerverordening en het uitvoeringsbesluit. Te denken valt dan aan het nulvergunningenbeleid, het hadden kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening. Reglement verkeersregels en verkeerstekens Verkeersontheffing, bijvoorbeeld: rijden en parkeren op voet- en fietspaden en openbaar groen, parkeerverbod en/of stopverbod, inrijverbod, gewichtsbeperking, eenrichtingverkeer, verplichte rijrichting, rijden in een voetgangersgebied Reglement verkeersregels en verkeerstekens Er wordt getoetst of de verkeersveiligheid door de toestemming in het geding is in verhouding tot het doel waarvoor het verzoek is ingediend. Ook wordt getoetst aan specifieke regels die gelden voor het inrijden van voetgangersgebieden Speelautomatenhallenverordening Purmerend 2021 Vergunning exploiteren speelautomatenhal Speelautomatenhallen-verordening Sanctiestrategie horeca Purmerend Er wordt getoetst aan de persoonseisen die gelden, de openbare orde en veiligheid en er wordt getoetst aan de woon- en leefomgeving (overlast) Wegenverkeerswet Verkeersmaatregelen Laadpalen Gehandicaptenparkeerplaats Wegenverkeerswet Er wordt getoetst aan de woon- en leefomgeving (overlast), veiligheid, bereikbaarheid en bruikbaarheid van de weg. Bij (openbare) laadpalen wordt daarnaast gekeken naar de wijkfunctie, de breedte van het trottoir, de aanwezigheid van elektriciteitskabels en de geschiktheid van de parkeerplaats. Voor de gehandicaptenparkeerplaatsen gelden aparte beleidsregels Wet op de kansspelen Vergunning om een kansspel te mogen houden Melding klein kansspel Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten Wet op de kansspelen Sanctiestrategie horeca Purmerend Er wordt getoetst aan de persoonseisen die gelden, de openbare orde en veiligheid en er wordt getoetst aan de woon- en leefomgeving (overlast). Ook wordt getoetst of de ondernemer in het bezit is van een geldige Alcoholwetvergunning en of er maximaal 2 kansspelautomaten mogen worden geplaatst. Winkeltijdenverordening Purmerend 2021 Ontheffing openstelling avondwinkels om op werkdagen eerder dan 6 uur of later dan 22 uur en op zon- en feestdagen eerder dan 9 uur of later dan 20 uur geopend te zijn Ontheffing van het verbod om op werkdagen eerder dan 6 uur of later dan 22 uur en op zon- en feestdagen eerder dan 9 uur of later dan 20 uur geopend te zijn in uitzonderlijke situaties. Winkeltijdenwet Winkeltijdenverordening Er wordt getoetst aan de openbare orde en of er overlast ontstaat voor de woon- en leefomgeving. Ook wordt getoetst of sprake is van een uitzonderlijke situatie. Zondagswet Ontheffing van het verbod op zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken na 13:00 uur Ontheffing van het verbod op zondag voor 13:00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen Zondagswet Er wordt getoetst of overlast ontstaat voor de woon- en leefomgeving. Bijlage4– Handhavingsstrategie In deze bijlage is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) weergegeven. In de navolgende bijlagen is uitgeschreven hoe de gemeente Purmerend hier invulling aan geeft. Aan het Unierecht en het Nederlandse geschreven en ongeschreven recht kan een aantal uitgangspunten en beginselen worden ontleend die centraal staan bij de handhaving van het omgevingsrecht en de samenwerking tussen de handhavingspartners. Dat zijn de volgende. Uitgangspunten Veilige en gezonde fysieke leefomgeving Handhaving door de overheid van het omgevingsrecht draagt bij aan het bereiken van de doelen van de Omgevingswet: duurzame ontwikkeling, bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. Ook handhaving is gericht op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en op het doelmatig beheren en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving. Vertrouwen De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen. Bij vertrouwen hoort het nemen van verantwoordelijkheid. De overheid wil erop kunnen vertrouwen dat burgers en bedrijven zich houden aan de voor hen geldende regels. Burger