Last onder dwangsom bij relatief verzuim Relatief verzuim door spijbelen en te laat komen De ervaring leert dat als een leerplichtige over een periode van vier lesweken 16 uur heeft verzuimd door te spijbelen en te laat te komen, de kans groot is dat hij meer uren of dagen zal verzuimen. Om dit te voorkomen is de last onder dwangsom een passend instrument. De overtreder wordt dan gesommeerd het ongeoorloofd verzuim per direct te beëindigen. Overtreding De leer- of kwalificatieplichtige heeft in vier opeenvolgende lesweken in totaal 16 uur verzuimd Overtreder De ouders of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerlingen tussen 16 en 18 jaar Doel last onder dwangsom Het voorkomen van herhaling Hoogte last onder dwangsom Ouders/ verzorgers: € 50 per verzuimd lesuur met een maximum van € 100 per dag Leerling van 16 tot 18 jaar: € 50 per overtreding met een maximum van € 100 per week Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Karakter Wordt er binnen vier weken opnieuw verzuimd, dan worden de bedragen verdubbeld. Dit regime wordt voor de duur van 6 maanden toegepast Combinatie met strafrecht De dwangsom wordt in beginsel opgelegd naast een Halttraject of een proces-verbaal voor ongeoorloofd verzuim Relatief verzuim door onrechtmatige kennisgeving van ziekteverzuim Overtreding De leer- of kwalificatieplichtige heeft in vier opeenvolgende lesweken in totaal 16 uur verzuimd Overtreder De ouders of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerlingen tussen 16 en 18 jaar Doel van de last onder dwangsom Het stoppen van het verzuim, het voorkomen van herhaling Hoogte en duur van de last onder dwangsom € 100 per dag met een maximum van € 500 Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Karakter Is het doel na 5 dagen niet bereikt, dan wordt een vervolglast opgelegd met een verdubbeling van de dwangsom Combinatie
(Preventieve) last onder dwangsom bij luxeverzuim Bij een sterk vermoeden van luxeverzuim vóór of na de schoolvakantie, zonder dat hiervoor toestemming is verleend, kan een preventieve last onder dwangsom worden opgelegd. Er heeft bijvoorbeeld eerder luxeverzuim plaatsgevonden of er zijn signalen van de leerplichtige dat dit gaat gebeuren. Overtreding Vakantieverzuim door leer- of kwalificatieplichtigen zonder toestemming Overtreder De ouders en/ of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerplichtigen tussen 16 en 18 jaar Doel last onder dwangsom Het voorkomen van overtredingen Hoogte last onder dwangsom Een preventieve last van € 1.000 bij vertrek of terugkomst buiten de schoolvakantie Wordt er daadwerkelijk verzuimd dan wordt, naast de last van € 1.000, een bedrag van € 100,- per dag verbeurd voor elke dag dat het verzuim langer duurt dan drie dagen, met een maximum van € 500 Karakter Duurt het verzuim langer dan drie dagen dan geldt voor de overige dagen een verdubbelde dwangsom Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Combinatie
Rechtsbescherming De ouders of verzorgers van de leer- of kwalificatieplichtige ontvangen alle correspondentie rondom het schoolverzuim. Als wettelijk vertegenwoordiger of belanghebbende kunnen zij bezwaar aantekenen tegen een dwangsombeschikking. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag nadat deze zijn bekend gemaakt. Artikel 8 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gemeente Veendam Last onder dwangsom Leerplichtwet 1969. Ondertekening Vastgesteld in de vergadering van …… Burgemeester Secretaris S.E. Korthuis A. Castelein Toelichting op de instructie medewerker leerplicht/doorstroomcoach en leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker Toelichting op de instructie Volgens artikel 16, lid 4 van de Leerplichtwet 1969 is aan het college opgedragen een instructie vast te stellen voor de medewerker leerplicht/doorstroomcoach. Hierin moet worden vermeld hoe de wettelijke taken die aan de gemeente zijn opgelegd, worden uitgevoerd. Ook dient aangegeven te worden hoe het overleg met de leerplichtambtenaren in de omliggende gemeenten plaatsvindt en met welke instanties wordt samengewerkt. Het doel is dat de leerplicht het karakter heeft van maatschappelijke zorg. De instructie is opgesteld om de gewenste werkwijze met betrekking tot het toezicht op de naleving van de leerplicht en het beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten zo duidelijk mogelijk, en toegesneden op de situatie in de regio, vast te leggen. De combinatiefunctie van leerplicht en doorstroomcoach wordt gebruikt om de afzonderlijke taken meer met elkaar te integreren. Gelet op de doorlopende leerlijn, de aanpak van voortijdig schoolverlaten en de tendens steeds meer samen te werken, verdient een combinatiefunctie de voorkeur om een snelle effectieve aanpak bij de bestrijding van voortijdig schoolverlaten mogelijk te maken. De aanduiding wordt gebruikt in de zin van artikel 16 lid 1 van de Leerplichtwet: een functionaris die de eed of belofte heeft afgelegd en bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). In de instructie zijn weinig wettelijke bepalingen opgenomen. De instructie moet dan ook in nauwe samenhang met de Leerplichtwet, de onderwijswetten en de Algemene wet bestuursrecht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens worden bezien. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) en de Routekaart Doorstroompunt zijn instrumenten die in samenhang met elkaar en met de instructie en met de wetgeving toegepast dienen te worden. 1.1Taakverdeling In het takenpakket rondom leerplicht zijn werkzaamheden van uiteenlopend niveau en verschillende complexiteit te onderscheiden, verdeeld over de functies medewerker leerplicht/doorstroomcoach en leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker. 1.2Mandaatverlening Een gemandateerde medewerker leerplicht/doorstroomcoach is gemachtigd om namens burgemeester en wethouders bepaalde beslissingen te nemen. Het college blijft wel verantwoordelijk voor de in mandaat genomen besluiten en kan in een voorkomend geval ook zelf nog besluiten nemen. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach is gemandateerd voor: 3a Leerplichtwet (vervangende leerplicht); 3b Leerplichtwet (vervangende leerplicht laatste schooljaar); 5a Leerplichtwet (vrijstelling op lichamelijke of psychische gronden); 5b Leerplichtwet (vrijstelling op richtingsbezwaar); 5c Leerplichtwet (vrijstelling vanwege het volgen van onderwijs buiten Nederland); 15 Leerplichtwet (vrijstelling voor het volgen van ander onderwijs); Artikel 6 lid 14 en artikel 9 lid 4 van deze instructie (het opleggen van een last onder dwangsom). 1.3Toezichthouder Artikel 16 lid van de Leerplichtwet bepaalt het toezicht op de naleving van deze wet ‘anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders en wijzen daartoe een of meerdere ambtenaren aan.’ In lid 2 is vastgelegd dat deze ambtenaren de eed of belofte moeten afleggen voordat zij hun ambt aanvaarden. In de leerplichtregeling 1995 is daartoe in artikel 9 de tekst van de ambtseed opgenomen. De aanwijzing van ambtenaren in artikel 16 lid 1 van de Leerplichtwet betekent dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach toezichthouder is zoals wordt bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht; ‘een persoon die bij of krachtens wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.’ De toezichthouder/ medewerker leerplicht/doorstroomcoach is bevoegd voor de uitvoering van: De bepalingen van de Awb met betrekking tot de toezichthouder, en dus ook de medewerker leerplicht/doorstroomcoach, zijn, kort samengevat, de volgende: artikel 5:15 Awb: betreden van plaatsen met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, zonodig met behulp van de sterke arm en vergezeld van personen die de toezichthouder aanwijst; artikel 5:16 Awb: bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen; 5:16a Awb: bevoegdheid tot vorderen inzage identiteitsbewijs; artikel 5:17 Awb: bevoegdheid tot het inzien van zakelijke gegevens en het maken van kopieën daarvan. Een ieder is verplicht aan de toezichthouder alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen (artikel 5:20 Awb). De toezichthouder zal zich bij zijn optreden legitimeren (artikel 5:12 Awb) en in redelijkheid gebruikmaken van zijn bevoegdheden (artikel 5:13 Awb). De wet of het college kunnen zijn bevoegdheden beperken (artikel 5:14 Awb). 1.4Termijnen Om voldoende voortgang in de werkzaamheden te houden, zijn in de instructie termijnen opgenomen. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven of het om wettelijke termijnen gaat. Niet-wettelijke termijnen zijn aangemerkt als termijn van orde. 1.5Last onder dwangsom Op grond van artikel 125 Gemeentewet kan bestuursdwang worden toegepast als bestuursrechtelijk handhavingsinstrument voor de Leerplichtwet. Artikel 5:32a van de Algemene wet bestuursrecht geeft het college de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Deze bevoegdheid kan volgens artikel 10:3 worden gemandateerd aan de medewerker leerplicht/ doorstroomcoach. Artikel 6 lid 14 en artikel 9 lid 4 van de instructie maken het mogelijk om namens het college een herstelmaatregel zoals een last onder dwangsom op te leggen. Dit kan effectiever zijn dan een strafmaatregel (zoals het opmaken van proces-verbaal of het geven van een boete) vooral wanneer voor voortzetting of herhaling van de overtreding wordt gevreesd. Er mag overigens tegelijkertijd een herstelmaatregel en een strafmaatregel worden opgelegd. Het overtreden van de verplichting tot inschrijving en/ of regelmatig schoolbezoek is een zogenaamde duurovertreding: elke dag dat het verzuim voortduurt, duurt de overtreding voort. Het opleggen van een last onder dwangsom beoogt de overtreding ongedaan te maken of herhaling te voorkomen. Bij onder andere luxeverzuim is dit een passend instrument. Het doel is een passende prikkel te geven voor het nakomen van de leerplicht. Zoals in artikel 5:32b lid 3 Awb is bepaald, moeten de hoogte en de duur van de dwangsom in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van overtreding. Het mandaat voor het opleggen van een last onder dwangsom bij de medewerker leerplicht/doorstroomcoach maakt snel en adequaat handelen mogelijk. Voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd, wordt er een waarschuwingsbrief verzonden. Hierin staat om welke overtreding het gaat en wanneer welke dwangsom wordt opgelegd als de overtreding niet wordt beëindigd. Wordt de overtreding niet beëindigd, dan wordt de dwangsom opgelegd. Hiervoor wordt een beschikking afgegeven - waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Een dwangsombeschikking wordt steeds vooraf voor advies aan de afdeling Juridische Zaken voorgelegd. Voor het opleggen van een dwangsom is beleid opgesteld. De Beleidsregels gemeente Veendam Last onder dwangsom Leerplichtwet 1969 zijn in de bijlage zijn opgenomen. 2.Artikelsgewijze toelichting 2.1Toelichting artikel 1 Artikel 1, begripsbepalingen: Hier zijn enkele begrippen omschreven die niet in de Leerplichtwet zijn opgenomen, zoals: leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker en jongere. In de aangehaalde artikelen wanneer er sprake is van een voortijdig schoolverlater, artikel 28 WVO, artikel 47a WEC en artikel 8.1.8 WEB is het volgende bepaald: “Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft van de gegevens van degene: a. op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt; b. die niet in het bezit is van een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 [WVO] dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. die van school wordt verwijderd. In de artikelen 28a WVO,47b WEC en 8.1.8a WEB is opgenomen: “ Indien degene die voldoet aan artikel 28, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 27a, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers. In het kader van de instructie wordt ervan uitgegaan dat deze taak wordt opgedragen aan een personeelslid van de school, hier aangeduid met de directeur. De ‘echte’ directeur kan deze taken binnen de school of instelling natuurlijk aan een ander opdragen. Mocht twijfel ontstaan over de bevoegdheid van iemand die zo’n melding doet, dan moet het bevoegd gezag uiteraard wel de bevoegdheid van de betrokkene kunnen aantonen. 2.2Toelichting artikel 2 Artikel 2, preventie: Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zijn in dit artikel een aantal proactieve informatie-instrumenten genoemd. In lid 4 en lid 5 wordt ingegaan op de afstemming tussen de diverse disciplines. Vooral de ketenpartners spelen bij de preventie een belangrijke rol. Met invoering van de Methodische aanpak Schoolverzuim (maart 2017) is opgenomen dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach zoveel mogelijk conform deze methode handelt. Pas toe of leg uit is het motto van de MAS. De laatste versie is van maart 2022. 2.3Toelichting artikel 3 Artikel 3, lid 2, leeftijdsgroep in administratie: gekozen is voor een systeem waarbij alle leerlingen waarmee de medewerker leerplicht/doorstroomcoach in de loop van een schooljaar te maken heeft, bij het begin van het schooljaar in de leerplichtadministratie worden opgenomen. De 3-jarigen worden al meegenomen omdat deze kinderen in de loop van het schooljaar 4 jaar worden en bij een school worden ingeschreven (zo kunnen de kinderen die nog niet worden ingeschreven eenvoudig in beeld komen). Aangezien er sprake is van een gecombineerde leerplicht- en Doorstroompunt-administratie, worden de jongeren tot en met de leeftijd van 22 jaar opgenomen in de leerlingenadministratie. Bij de jongeren waarvan bekend is dat deze al een startkwalificatie hebben behaald, wordt een passende aantekening opgenomen. Artikel 3, lid 3, tussentijdse mutaties: om te voorkomen dat leerlingen door verhuizing in de loop van het schooljaar tussen wal en schip raken, en niet aan onderwijs deelnemen, is het van belang om een goed sluitend systeem van de tussentijdse mutaties te hebben. Dit wordt ten minste wekelijks bijgehouden, zodat zowel de actualiteit als de werklast beheersbaar is. De aangifte van verhuizing behoort bij de beheerder van de Basisregistratie Personen (Brp) binnen te komen. Als er sprake is van het ontvangen van een schoolmutatie, kan tevens gecontroleerd worden of de verhuizing op juiste wijze is gemeld. Mutaties van in- en uitschrijving: op grond van artikel 18 Leerplichtwet moeten de in- en uitschrijvingen binnen zeven dagen (lees een week) door de school of instelling worden gemeld. Verwijdering van niet-leerplichtigen dient onverwijld plaats te vinden. In artikel 3, lid 6, is de mogelijkheid opgenomen om een signaal, betreffende een directeur die volhardend verwijtbaar in gebreke blijft, aan de Inspectie van het Onderwijs af te geven. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 21 van de instructie. Artikel 3, lid 7, controle op inschrijving: onder ‘scholen en instellingen’ worden begrepen alle scholen en instellingen waar leerlingen woonachtig in de gemeente zijn ingeschreven, binnen en buiten de gemeente. De genoemde termijn van 10 werkdagen is een termijn van orde (geen wettelijke bepaling). Wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van een school of instelling, dan dient daartegen vlot te worden opgetreden. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach spreekt de directeur aan wanneer er sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven. Van dit proces wordt een dossier gevormd. Blijft de directeur in gebreke dan kan de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dit signaleren bij de Inspectie voor het Onderwijs. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 21 van de instructie. De strafbaarheid van de directeur van de school of instelling op dit punt is opgenomen in artikel 27 Leerplichtwet. Artikel 3, lid 8, wijziging van school: de procedures bij in- en uitschrijving voor scholen zijn in verband met bekostigingsaspecten zodanig dat de nieuwe school niet mag inschrijven zonder bewijs van uitschrijving van de oude school. Vanuit leerplichtaspecten (artikel 10 Leerplichtwet) mag de oude school pas uitschrijven als een nieuwe gevonden is. In dit artikellid is aangegeven dat de leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker hier controle uitoefent. Zonodig kan in administratieve zin bemiddelend worden gehandeld. Artikel 3, lid 9 verhuizing: de Leerplichtregeling 1995 schrijft voor dat de “administratieve gegevens” aan de nieuwe gemeente worden toegezonden (artikel 3, tweede lid, Leerplichtregeling 1995). De tweede zin van dit lid geeft aan dat niet automatisch het hele leerling dossier wordt doorgestuurd. Daarvoor is contact tussen de medewerker leerplicht/doorstroompunt van beide gemeenten wenselijk (zogenaamde warme overdracht). Gegevens die in beginsel wel overgedragen moeten worden, zijn veroordelingen (in verband met eventuele recidive) en recente verzuimmeldingen en vrijstellingen (die een rol kunnen spelen bij nieuwe meldingen). 2.4Toelichting artikel 4 Artikel 4, leerlingdossier: uitgangspunt is dat van een leerling een apart dossier gemaakt wordt, in fysieke zin of in digitale zin, als er sprake is van een vrijstelling of ongeoorloofd schoolverzuim. Voor een groot deel van de leerlingen zal dat nooit het geval zijn, maar deze staan wel opgenomen in de leerlingadministratie in verband met de controle op schoolinschrijvingen. Het dossier wordt in het bijzonder beschermd, wat het gebruik betreft, door de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens. Kern van die bepalingen wordt gevormd door: gebruik beperkt tot de doelstellingen die de wet eraan geeft, namelijk de zorg voor een schoolloopbaan die tot (start)kwalificatie leidt; recht op kennis van de inhoud van het dossier voor de betrokkene (ouders, oudere leerling); recht op correctie van opgenomen gegevens. Met ingang van 1 januari 2019 is de Wet politiegegevens ook voor alle boa’s van toepassing. De nieuwe privacywetgeving heeft voor boa’s gevolgen op het moment dat in het proces een strafrechtelijke stap wordt gezet. Het leerlingdossier maakt dan een switch, vanaf dat moment zijn de WPG regels van toepassing. De WPG is veel specifieker dan de AVG, vanwege de politiegegevens. Voor deze gegevens gelden andere bewaartermijnen, deze gegevens mogen voor andere doelen worden gebruikt en mogen verzameld worden zonder dat de betrokkene toestemming hoeft te geven. Alle strafrechtelijke politiegegevens krijgen een label, zodat alleen mensen met een opsporingsbevoegdheid, de boa’s erbij kunnen komen. Grofweg kan er gesteld worden, dat wanneer er verzuim wordt gemeld en is dus een vermoeden is van een overtreding van een wet, dan geldt de WPG. Betreft het verlof of vrijstelling dan geldt de AVG. 2.5Toelichting artikel 5 Artikel 5 heeft betrekking op de bevoegdheid die de medewerker leerplicht/doorstroomcoach geattribueerd (rechtstreeks uit de wet) heeft gekregen: het nemen van een besluit op een aanvraag voor extra verlof wegens “andere gewichtige omstandigheden” voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen. De attributie van deze bevoegdheid brengt met zich mee dat hier geen sprake is van mandaat van een aan burgemeester en wethouders toekomende bevoegdheid. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach is hier zelf ‘bestuursorgaan’ in de zin van de Awb. Bij bezwaar zal de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dan ook zelf een besluit op bezwaar moeten nemen, na overleg met de afdeling juridische zaken die bezwaar- en beroepsschriften behandelt. Mogelijk kan een informele aanpak uitkomst bieden. Artikel 5, lid 1, ontvangst en termijn voor beslissing: een vaste termijn kan niet worden genoemd, omdat zich gevallen (andere gewichtige omstandigheden) kunnen voordoen waarbij een zeer snel besluit redelijkerwijs gevergd mag worden. Anderzijds, wanneer zo’n grote spoed zich niet voordoet, moet de medewerker leerplicht/doorstroomcoach ook een redelijke termijn kunnen nemen om tot een weloverwogen besluit te komen. Volgens de algemene wet bestuursrecht is een redelijke termijn 8 weken. Als die tijd er niet zou zijn, en de betrokkenen zouden vertrekken voordat het besluit is genomen, dan moet de aanvraag wel verder behandeld worden, maar dient aan de ouders duidelijk gemaakt te worden dat de consequenties voor hun rekening zijn. Artikel 5, lid 2, onvolledige aanvraag: op grond van artikel 4:5 Awb kan het bestuursorgaan, indien niet tijdig (na een hersteltermijn) een volledige aanvraag voorligt, besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten. De termijn is “ten minste een week, ten hoogste drie weken”, als invulling van de algemene bepaling in artikel 4:5 Awb. In de tweede zin is sprake van een formulier. Hier kan een formulier gebruikt worden waarin de ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt bevestigd en waarin is aangegeven (bijvoorbeeld met een aangekruiste passage) welke informatie nog ontbreekt. Artikel 5, lid 3, horen van de directeur: het is mogelijk gebruik te maken van een formulier waarop de aanvrager zijn aanvraag indient en de directeur tevens zijn mening kan aangeven. Artikel 5, lid 5, zienswijze jongere: met name wanneer oudere leerplichtigen betrokken zijn, kan het wenselijk zijn om hun eigen zienswijze te vernemen. Artikel 5, lid 6, plaats van gesprek: om onduidelijkheden te voorkomen, is deze bepaling opgenomen. Het kan bijvoorbeeld efficiënt zijn (en ‘klantvriendelijk’) om de desbetreffende gesprekken op een school te laten plaatsvinden. Over het algemeen worden gesprekken betreffende dit onderwerp gevoerd op kantoor. Ouders kunnen teleurgesteld raken door de afwijzing en dan is het van belang dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach zijn eigen veiligheid garandeert. Artikel 5, lid 8, beoordeling aanvraag meer dan tien dagen: artikel 11 onder g van de Leerplichtwet 1969 kent de mogelijkheid extra verlof te verlenen wegens andere gewichtige omstandigheden. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in artikel 14 van de Leerplichtwet. De hier bedoelde "andere gewichtige omstandigheden" verwijzen naar uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden waarvoor de leerling extra verlof nodig heeft, zodat hiermee een kennelijk onredelijke situatie voorkomen kan worden. Onder "andere gewichtige omstandigheden" vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of de leerling liggen. Daarbij is sprake van een medische of sociale indicatie. Bij een medische of sociale indicatie is een verklaring van een (jeugd)arts van de GGD of een sociale instantie noodzakelijk. Artikel 5, lid 9, advies over individuele aanvraag: het gaat hier om situaties waar de bevoegdheid tot het nemen van een besluit bij de directeur ligt (verlof voor ten hoogste 10 schooldagen) waarbij deze behoefte heeft aan advies. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach kan daarbij ook de rechtsgelijkheid (gelijke gevallen van verschillende scholen) in het oog houden. In voorkomende gevallen kan extra verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: Voor verhuizing: maximaal 1 schooldag; Voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen, voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden: geen maximale termijn; Voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: in Nederland maximaal 1-2 schooldagen; in het buitenland maximaal 5 schooldagen; Soort bewijs: trouwkaart (indien twijfelachtig kopie trouwakte) Bij ernstige levensbedreigende ziekte zonder uitzicht op herstel van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: geen maximale termijn; Soort bewijs: doktersverklaring (waar ernstige ziekte uit blijkt) Bij overlijden van bloed- of aanverwant: In de 1e graad maximaal 5 schooldagen; In de 2e graad maximaal 2 schooldagen; In de 3e en 4e graad maximaal 1 schooldag; In het buitenland: 1e t/m 4e graad maximaal 5 schooldagen; Soort bewijs: rouwkaart (indien twijfelachtig akte van overlijden) Bij 25, 40 of 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½ , 25, 40, 50 en 60 jarig huwelijksjubileum van ouder(s)/verzorger(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.