← Nederland

Instructie 2024 voor de medewerker leerplicht/doorstroomcoach en leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker van de gemeente Veendam (Veendam)

lege van Burgemeester en Wethouders van gemeente Veendam, Gelet op: artikel 16, lid 4, van de Leerplichtwet 1969 en de Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de

Artikel 4

Last onder dwangsom bij relatief verzuim Relatief verzuim door spijbelen en te laat komen De ervaring leert dat als een leerplichtige over een periode van vier lesweken 16 uur heeft verzuimd door te spijbelen en te laat te komen, de kans groot is dat hij meer uren of dagen zal verzuimen. Om dit te voorkomen is de last onder dwangsom een passend instrument. De overtreder wordt dan gesommeerd het ongeoorloofd verzuim per direct te beëindigen. Overtreding De leer- of kwalificatieplichtige heeft in vier opeenvolgende lesweken in totaal 16 uur verzuimd Overtreder De ouders of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerlingen tussen 16 en 18 jaar Doel last onder dwangsom Het voorkomen van herhaling Hoogte last onder dwangsom Ouders/ verzorgers: € 50 per verzuimd lesuur met een maximum van € 100 per dag Leerling van 16 tot 18 jaar: € 50 per overtreding met een maximum van € 100 per week Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Karakter Wordt er binnen vier weken opnieuw verzuimd, dan worden de bedragen verdubbeld. Dit regime wordt voor de duur van 6 maanden toegepast Combinatie met strafrecht De dwangsom wordt in beginsel opgelegd naast een Halttraject of een proces-verbaal voor ongeoorloofd verzuim Relatief verzuim door onrechtmatige kennisgeving van ziekteverzuim Overtreding De leer- of kwalificatieplichtige heeft in vier opeenvolgende lesweken in totaal 16 uur verzuimd Overtreder De ouders of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerlingen tussen 16 en 18 jaar Doel van de last onder dwangsom Het stoppen van het verzuim, het voorkomen van herhaling Hoogte en duur van de last onder dwangsom € 100 per dag met een maximum van € 500 Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Karakter Is het doel na 5 dagen niet bereikt, dan wordt een vervolglast opgelegd met een verdubbeling van de dwangsom Combinatie

Artikel 5

(Preventieve) last onder dwangsom bij luxeverzuim Bij een sterk vermoeden van luxeverzuim vóór of na de schoolvakantie, zonder dat hiervoor toestemming is verleend, kan een preventieve last onder dwangsom worden opgelegd. Er heeft bijvoorbeeld eerder luxeverzuim plaatsgevonden of er zijn signalen van de leerplichtige dat dit gaat gebeuren. Overtreding Vakantieverzuim door leer- of kwalificatieplichtigen zonder toestemming Overtreder De ouders en/ of verzorgers van leerplichtigen tot 16 jaar Leerplichtigen tussen 16 en 18 jaar Doel last onder dwangsom Het voorkomen van overtredingen Hoogte last onder dwangsom Een preventieve last van € 1.000 bij vertrek of terugkomst buiten de schoolvakantie Wordt er daadwerkelijk verzuimd dan wordt, naast de last van € 1.000, een bedrag van € 100,- per dag verbeurd voor elke dag dat het verzuim langer duurt dan drie dagen, met een maximum van € 500 Karakter Duurt het verzuim langer dan drie dagen dan geldt voor de overige dagen een verdubbelde dwangsom Begunstigingstermijn Na een waarschuwingsbrief wordt 2 dagen later een dwangsombeschikking gepost waarin de dwangsom met ingang van de volgende dag wordt opgelegd Combinatie

Artikel 6

Rechtsbescherming De ouders of verzorgers van de leer- of kwalificatieplichtige ontvangen alle correspondentie rondom het schoolverzuim. Als wettelijk vertegenwoordiger of belanghebbende kunnen zij bezwaar aantekenen tegen een dwangsombeschikking. Artikel 7 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag nadat deze zijn bekend gemaakt. Artikel 8 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gemeente Veendam Last onder dwangsom Leerplichtwet 1969. Ondertekening Vastgesteld in de vergadering van …… Burgemeester Secretaris S.E. Korthuis A. Castelein Toelichting op de instructie medewerker leerplicht/doorstroomcoach en leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker Toelichting op de instructie Volgens artikel 16, lid 4 van de Leerplichtwet 1969 is aan het college opgedragen een instructie vast te stellen voor de medewerker leerplicht/doorstroomcoach. Hierin moet worden vermeld hoe de wettelijke taken die aan de gemeente zijn opgelegd, worden uitgevoerd. Ook dient aangegeven te worden hoe het overleg met de leerplichtambtenaren in de omliggende gemeenten plaatsvindt en met welke instanties wordt samengewerkt. Het doel is dat de leerplicht het karakter heeft van maatschappelijke zorg. De instructie is opgesteld om de gewenste werkwijze met betrekking tot het toezicht op de naleving van de leerplicht en het beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten zo duidelijk mogelijk, en toegesneden op de situatie in de regio, vast te leggen. De combinatiefunctie van leerplicht en doorstroomcoach wordt gebruikt om de afzonderlijke taken meer met elkaar te integreren. Gelet op de doorlopende leerlijn, de aanpak van voortijdig schoolverlaten en de tendens steeds meer samen te werken, verdient een combinatiefunctie de voorkeur om een snelle effectieve aanpak bij de bestrijding van voortijdig schoolverlaten mogelijk te maken. De aanduiding wordt gebruikt in de zin van artikel 16 lid 1 van de Leerplichtwet: een functionaris die de eed of belofte heeft afgelegd en bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). In de instructie zijn weinig wettelijke bepalingen opgenomen. De instructie moet dan ook in nauwe samenhang met de Leerplichtwet, de onderwijswetten en de Algemene wet bestuursrecht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens worden bezien. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) en de Routekaart Doorstroompunt zijn instrumenten die in samenhang met elkaar en met de instructie en met de wetgeving toegepast dienen te worden. 1.1Taakverdeling In het takenpakket rondom leerplicht zijn werkzaamheden van uiteenlopend niveau en verschillende complexiteit te onderscheiden, verdeeld over de functies medewerker leerplicht/doorstroomcoach en leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker. 1.2Mandaatverlening Een gemandateerde medewerker leerplicht/doorstroomcoach is gemachtigd om namens burgemeester en wethouders bepaalde beslissingen te nemen. Het college blijft wel verantwoordelijk voor de in mandaat genomen besluiten en kan in een voorkomend geval ook zelf nog besluiten nemen. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach is gemandateerd voor: 3a Leerplichtwet (vervangende leerplicht); 3b Leerplichtwet (vervangende leerplicht laatste schooljaar); 5a Leerplichtwet (vrijstelling op lichamelijke of psychische gronden); 5b Leerplichtwet (vrijstelling op richtingsbezwaar); 5c Leerplichtwet (vrijstelling vanwege het volgen van onderwijs buiten Nederland); 15 Leerplichtwet (vrijstelling voor het volgen van ander onderwijs); Artikel 6 lid 14 en artikel 9 lid 4 van deze instructie (het opleggen van een last onder dwangsom). 1.3Toezichthouder Artikel 16 lid van de Leerplichtwet bepaalt het toezicht op de naleving van deze wet ‘anders dan door de hoofden is opgedragen aan burgemeester en wethouders en wijzen daartoe een of meerdere ambtenaren aan.’ In lid 2 is vastgelegd dat deze ambtenaren de eed of belofte moeten afleggen voordat zij hun ambt aanvaarden. In de leerplichtregeling 1995 is daartoe in artikel 9 de tekst van de ambtseed opgenomen. De aanwijzing van ambtenaren in artikel 16 lid 1 van de Leerplichtwet betekent dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach toezichthouder is zoals wordt bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht; ‘een persoon die bij of krachtens wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.’ De toezichthouder/ medewerker leerplicht/doorstroomcoach is bevoegd voor de uitvoering van: De bepalingen van de Awb met betrekking tot de toezichthouder, en dus ook de medewerker leerplicht/doorstroomcoach, zijn, kort samengevat, de volgende: artikel 5:15 Awb: betreden van plaatsen met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, zonodig met behulp van de sterke arm en vergezeld van personen die de toezichthouder aanwijst; artikel 5:16 Awb: bevoegdheid tot het vorderen van inlichtingen; 5:16a Awb: bevoegdheid tot vorderen inzage identiteitsbewijs; artikel 5:17 Awb: bevoegdheid tot het inzien van zakelijke gegevens en het maken van kopieën daarvan. Een ieder is verplicht aan de toezichthouder alle medewerking te verlenen die hij redelijkerwijs kan vorderen (artikel 5:20 Awb). De toezichthouder zal zich bij zijn optreden legitimeren (artikel 5:12 Awb) en in redelijkheid gebruikmaken van zijn bevoegdheden (artikel 5:13 Awb). De wet of het college kunnen zijn bevoegdheden beperken (artikel 5:14 Awb). 1.4Termijnen Om voldoende voortgang in de werkzaamheden te houden, zijn in de instructie termijnen opgenomen. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven of het om wettelijke termijnen gaat. Niet-wettelijke termijnen zijn aangemerkt als termijn van orde. 1.5Last onder dwangsom Op grond van artikel 125 Gemeentewet kan bestuursdwang worden toegepast als bestuursrechtelijk handhavingsinstrument voor de Leerplichtwet. Artikel 5:32a van de Algemene wet bestuursrecht geeft het college de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen. Deze bevoegdheid kan volgens artikel 10:3 worden gemandateerd aan de medewerker leerplicht/ doorstroomcoach. Artikel 6 lid 14 en artikel 9 lid 4 van de instructie maken het mogelijk om namens het college een herstelmaatregel zoals een last onder dwangsom op te leggen. Dit kan effectiever zijn dan een strafmaatregel (zoals het opmaken van proces-verbaal of het geven van een boete) vooral wanneer voor voortzetting of herhaling van de overtreding wordt gevreesd. Er mag overigens tegelijkertijd een herstelmaatregel en een strafmaatregel worden opgelegd. Het overtreden van de verplichting tot inschrijving en/ of regelmatig schoolbezoek is een zogenaamde duurovertreding: elke dag dat het verzuim voortduurt, duurt de overtreding voort. Het opleggen van een last onder dwangsom beoogt de overtreding ongedaan te maken of herhaling te voorkomen. Bij onder andere luxeverzuim is dit een passend instrument. Het doel is een passende prikkel te geven voor het nakomen van de leerplicht. Zoals in artikel 5:32b lid 3 Awb is bepaald, moeten de hoogte en de duur van de dwangsom in redelijke verhouding staan tot de zwaarte van overtreding. Het mandaat voor het opleggen van een last onder dwangsom bij de medewerker leerplicht/doorstroomcoach maakt snel en adequaat handelen mogelijk. Voordat een last onder dwangsom wordt opgelegd, wordt er een waarschuwingsbrief verzonden. Hierin staat om welke overtreding het gaat en wanneer welke dwangsom wordt opgelegd als de overtreding niet wordt beëindigd. Wordt de overtreding niet beëindigd, dan wordt de dwangsom opgelegd. Hiervoor wordt een beschikking afgegeven - waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Een dwangsombeschikking wordt steeds vooraf voor advies aan de afdeling Juridische Zaken voorgelegd. Voor het opleggen van een dwangsom is beleid opgesteld. De Beleidsregels gemeente Veendam Last onder dwangsom Leerplichtwet 1969 zijn in de bijlage zijn opgenomen. 2.Artikelsgewijze toelichting 2.1Toelichting artikel 1 Artikel 1, begripsbepalingen: Hier zijn enkele begrippen omschreven die niet in de Leerplichtwet zijn opgenomen, zoals: leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker en jongere. In de aangehaalde artikelen wanneer er sprake is van een voortijdig schoolverlater, artikel 28 WVO, artikel 47a WEC en artikel 8.1.8 WEB is het volgende bepaald: “Het bevoegd gezag doet onverwijld opgave aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betrokkene woon- of verblijfplaats heeft van de gegevens van degene: a. op wie de Leerplichtwet 1969 niet meer van toepassing is en die de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt; b. die niet in het bezit is van een diploma vwo of havo als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 [WVO] dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; c. die van school wordt verwijderd. In de artikelen 28a WVO,47b WEC en 8.1.8a WEB is opgenomen: “ Indien degene die voldoet aan artikel 28, eerste lid, onderdelen a en b, het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 27a, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, ontstaat voor het bevoegd gezag de leveringsverplichting, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet register onderwijsdeelnemers. In het kader van de instructie wordt ervan uitgegaan dat deze taak wordt opgedragen aan een personeelslid van de school, hier aangeduid met de directeur. De ‘echte’ directeur kan deze taken binnen de school of instelling natuurlijk aan een ander opdragen. Mocht twijfel ontstaan over de bevoegdheid van iemand die zo’n melding doet, dan moet het bevoegd gezag uiteraard wel de bevoegdheid van de betrokkene kunnen aantonen. 2.2Toelichting artikel 2 Artikel 2, preventie: Voorkomen is beter dan genezen. Daarom zijn in dit artikel een aantal proactieve informatie-instrumenten genoemd. In lid 4 en lid 5 wordt ingegaan op de afstemming tussen de diverse disciplines. Vooral de ketenpartners spelen bij de preventie een belangrijke rol. Met invoering van de Methodische aanpak Schoolverzuim (maart 2017) is opgenomen dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach zoveel mogelijk conform deze methode handelt. Pas toe of leg uit is het motto van de MAS. De laatste versie is van maart 2022. 2.3Toelichting artikel 3 Artikel 3, lid 2, leeftijdsgroep in administratie: gekozen is voor een systeem waarbij alle leerlingen waarmee de medewerker leerplicht/doorstroomcoach in de loop van een schooljaar te maken heeft, bij het begin van het schooljaar in de leerplichtadministratie worden opgenomen. De 3-jarigen worden al meegenomen omdat deze kinderen in de loop van het schooljaar 4 jaar worden en bij een school worden ingeschreven (zo kunnen de kinderen die nog niet worden ingeschreven eenvoudig in beeld komen). Aangezien er sprake is van een gecombineerde leerplicht- en Doorstroompunt-administratie, worden de jongeren tot en met de leeftijd van 22 jaar opgenomen in de leerlingenadministratie. Bij de jongeren waarvan bekend is dat deze al een startkwalificatie hebben behaald, wordt een passende aantekening opgenomen. Artikel 3, lid 3, tussentijdse mutaties: om te voorkomen dat leerlingen door verhuizing in de loop van het schooljaar tussen wal en schip raken, en niet aan onderwijs deelnemen, is het van belang om een goed sluitend systeem van de tussentijdse mutaties te hebben. Dit wordt ten minste wekelijks bijgehouden, zodat zowel de actualiteit als de werklast beheersbaar is. De aangifte van verhuizing behoort bij de beheerder van de Basisregistratie Personen (Brp) binnen te komen. Als er sprake is van het ontvangen van een schoolmutatie, kan tevens gecontroleerd worden of de verhuizing op juiste wijze is gemeld. Mutaties van in- en uitschrijving: op grond van artikel 18 Leerplichtwet moeten de in- en uitschrijvingen binnen zeven dagen (lees een week) door de school of instelling worden gemeld. Verwijdering van niet-leerplichtigen dient onverwijld plaats te vinden. In artikel 3, lid 6, is de mogelijkheid opgenomen om een signaal, betreffende een directeur die volhardend verwijtbaar in gebreke blijft, aan de Inspectie van het Onderwijs af te geven. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 21 van de instructie. Artikel 3, lid 7, controle op inschrijving: onder ‘scholen en instellingen’ worden begrepen alle scholen en instellingen waar leerlingen woonachtig in de gemeente zijn ingeschreven, binnen en buiten de gemeente. De genoemde termijn van 10 werkdagen is een termijn van orde (geen wettelijke bepaling). Wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van een school of instelling, dan dient daartegen vlot te worden opgetreden. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach spreekt de directeur aan wanneer er sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven. Van dit proces wordt een dossier gevormd. Blijft de directeur in gebreke dan kan de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dit signaleren bij de Inspectie voor het Onderwijs. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 21 van de instructie. De strafbaarheid van de directeur van de school of instelling op dit punt is opgenomen in artikel 27 Leerplichtwet. Artikel 3, lid 8, wijziging van school: de procedures bij in- en uitschrijving voor scholen zijn in verband met bekostigingsaspecten zodanig dat de nieuwe school niet mag inschrijven zonder bewijs van uitschrijving van de oude school. Vanuit leerplichtaspecten (artikel 10 Leerplichtwet) mag de oude school pas uitschrijven als een nieuwe gevonden is. In dit artikellid is aangegeven dat de leerplicht/doorstroompunt ondersteunend medewerker hier controle uitoefent. Zonodig kan in administratieve zin bemiddelend worden gehandeld. Artikel 3, lid 9 verhuizing: de Leerplichtregeling 1995 schrijft voor dat de “administratieve gegevens” aan de nieuwe gemeente worden toegezonden (artikel 3, tweede lid, Leerplichtregeling 1995). De tweede zin van dit lid geeft aan dat niet automatisch het hele leerling dossier wordt doorgestuurd. Daarvoor is contact tussen de medewerker leerplicht/doorstroompunt van beide gemeenten wenselijk (zogenaamde warme overdracht). Gegevens die in beginsel wel overgedragen moeten worden, zijn veroordelingen (in verband met eventuele recidive) en recente verzuimmeldingen en vrijstellingen (die een rol kunnen spelen bij nieuwe meldingen). 2.4Toelichting artikel 4 Artikel 4, leerlingdossier: uitgangspunt is dat van een leerling een apart dossier gemaakt wordt, in fysieke zin of in digitale zin, als er sprake is van een vrijstelling of ongeoorloofd schoolverzuim. Voor een groot deel van de leerlingen zal dat nooit het geval zijn, maar deze staan wel opgenomen in de leerlingadministratie in verband met de controle op schoolinschrijvingen. Het dossier wordt in het bijzonder beschermd, wat het gebruik betreft, door de bepalingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Wet politiegegevens. Kern van die bepalingen wordt gevormd door: gebruik beperkt tot de doelstellingen die de wet eraan geeft, namelijk de zorg voor een schoolloopbaan die tot (start)kwalificatie leidt; recht op kennis van de inhoud van het dossier voor de betrokkene (ouders, oudere leerling); recht op correctie van opgenomen gegevens. Met ingang van 1 januari 2019 is de Wet politiegegevens ook voor alle boa’s van toepassing. De nieuwe privacywetgeving heeft voor boa’s gevolgen op het moment dat in het proces een strafrechtelijke stap wordt gezet. Het leerlingdossier maakt dan een switch, vanaf dat moment zijn de WPG regels van toepassing. De WPG is veel specifieker dan de AVG, vanwege de politiegegevens. Voor deze gegevens gelden andere bewaartermijnen, deze gegevens mogen voor andere doelen worden gebruikt en mogen verzameld worden zonder dat de betrokkene toestemming hoeft te geven. Alle strafrechtelijke politiegegevens krijgen een label, zodat alleen mensen met een opsporingsbevoegdheid, de boa’s erbij kunnen komen. Grofweg kan er gesteld worden, dat wanneer er verzuim wordt gemeld en is dus een vermoeden is van een overtreding van een wet, dan geldt de WPG. Betreft het verlof of vrijstelling dan geldt de AVG. 2.5Toelichting artikel 5 Artikel 5 heeft betrekking op de bevoegdheid die de medewerker leerplicht/doorstroomcoach geattribueerd (rechtstreeks uit de wet) heeft gekregen: het nemen van een besluit op een aanvraag voor extra verlof wegens “andere gewichtige omstandigheden” voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar. Dit aantal schooldagen kan bereikt worden in één aanvraag, maar ook in een paar opeenvolgende aanvragen. De attributie van deze bevoegdheid brengt met zich mee dat hier geen sprake is van mandaat van een aan burgemeester en wethouders toekomende bevoegdheid. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach is hier zelf ‘bestuursorgaan’ in de zin van de Awb. Bij bezwaar zal de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dan ook zelf een besluit op bezwaar moeten nemen, na overleg met de afdeling juridische zaken die bezwaar- en beroepsschriften behandelt. Mogelijk kan een informele aanpak uitkomst bieden. Artikel 5, lid 1, ontvangst en termijn voor beslissing: een vaste termijn kan niet worden genoemd, omdat zich gevallen (andere gewichtige omstandigheden) kunnen voordoen waarbij een zeer snel besluit redelijkerwijs gevergd mag worden. Anderzijds, wanneer zo’n grote spoed zich niet voordoet, moet de medewerker leerplicht/doorstroomcoach ook een redelijke termijn kunnen nemen om tot een weloverwogen besluit te komen. Volgens de algemene wet bestuursrecht is een redelijke termijn 8 weken. Als die tijd er niet zou zijn, en de betrokkenen zouden vertrekken voordat het besluit is genomen, dan moet de aanvraag wel verder behandeld worden, maar dient aan de ouders duidelijk gemaakt te worden dat de consequenties voor hun rekening zijn. Artikel 5, lid 2, onvolledige aanvraag: op grond van artikel 4:5 Awb kan het bestuursorgaan, indien niet tijdig (na een hersteltermijn) een volledige aanvraag voorligt, besluiten om de aanvraag buiten behandeling te laten. De termijn is “ten minste een week, ten hoogste drie weken”, als invulling van de algemene bepaling in artikel 4:5 Awb. In de tweede zin is sprake van een formulier. Hier kan een formulier gebruikt worden waarin de ontvangst van een onvolledige aanvraag wordt bevestigd en waarin is aangegeven (bijvoorbeeld met een aangekruiste passage) welke informatie nog ontbreekt. Artikel 5, lid 3, horen van de directeur: het is mogelijk gebruik te maken van een formulier waarop de aanvrager zijn aanvraag indient en de directeur tevens zijn mening kan aangeven. Artikel 5, lid 5, zienswijze jongere: met name wanneer oudere leerplichtigen betrokken zijn, kan het wenselijk zijn om hun eigen zienswijze te vernemen. Artikel 5, lid 6, plaats van gesprek: om onduidelijkheden te voorkomen, is deze bepaling opgenomen. Het kan bijvoorbeeld efficiënt zijn (en ‘klantvriendelijk’) om de desbetreffende gesprekken op een school te laten plaatsvinden. Over het algemeen worden gesprekken betreffende dit onderwerp gevoerd op kantoor. Ouders kunnen teleurgesteld raken door de afwijzing en dan is het van belang dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach zijn eigen veiligheid garandeert. Artikel 5, lid 8, beoordeling aanvraag meer dan tien dagen: artikel 11 onder g van de Leerplichtwet 1969 kent de mogelijkheid extra verlof te verlenen wegens andere gewichtige omstandigheden. Dit onderdeel is nader uitgewerkt in artikel 14 van de Leerplichtwet. De hier bedoelde "andere gewichtige omstandigheden" verwijzen naar uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden waarvoor de leerling extra verlof nodig heeft, zodat hiermee een kennelijk onredelijke situatie voorkomen kan worden. Onder "andere gewichtige omstandigheden" vallen situaties die buiten de wil van de ouders en/of de leerling liggen. Daarbij is sprake van een medische of sociale indicatie. Bij een medische of sociale indicatie is een verklaring van een (jeugd)arts van de GGD of een sociale instantie noodzakelijk. Artikel 5, lid 9, advies over individuele aanvraag: het gaat hier om situaties waar de bevoegdheid tot het nemen van een besluit bij de directeur ligt (verlof voor ten hoogste 10 schooldagen) waarbij deze behoefte heeft aan advies. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach kan daarbij ook de rechtsgelijkheid (gelijke gevallen van verschillende scholen) in het oog houden. In voorkomende gevallen kan extra verlof worden gegeven voor de hierna genoemde periode: Voor verhuizing: maximaal 1 schooldag; Voor het voldoen aan wettelijke verplichtingen, voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden: geen maximale termijn; Voor het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: in Nederland maximaal 1-2 schooldagen; in het buitenland maximaal 5 schooldagen; Soort bewijs: trouwkaart (indien twijfelachtig kopie trouwakte) Bij ernstige levensbedreigende ziekte zonder uitzicht op herstel van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: geen maximale termijn; Soort bewijs: doktersverklaring (waar ernstige ziekte uit blijkt) Bij overlijden van bloed- of aanverwant: In de 1e graad maximaal 5 schooldagen; In de 2e graad maximaal 2 schooldagen; In de 3e en 4e graad maximaal 1 schooldag; In het buitenland: 1e t/m 4e graad maximaal 5 schooldagen; Soort bewijs: rouwkaart (indien twijfelachtig akte van overlijden) Bij 25, 40 of 50 jarig ambtsjubileum en het 12 ½ , 25, 40, 50 en 60 jarig huwelijksjubileum van ouder(s)/verzorger(

  1. s)of grootouders: maximaal 1 schooldag; Voor andere naar het oordeel van de directeuren/leerplichtambtenaren gewichtige omstandigheden: geen maximale termijn vastgesteld. Daarbij geldt het volgende: Verlofaanvragen dienen schriftelijk en tenminste acht weken van tevoren bij de directeur/medewerker leerplicht/doorstroomcoach te worden ingediend. Indien deze termijn niet is aangehouden, moet door de aanvrager worden beargumenteerd waarom dit niet is gebeurd. Er kunnen voorwaarden gesteld worden aan het toekennen van verlof (bijvoorbeeld achteraf tonen van bepaalde bescheiden). De toestemming of afwijzing moet schriftelijk worden vastgelegd en in geval van afwijzing goed worden gemotiveerd door de directeur/medewerker leerplicht/doorstroomcoach. Verlof moet altijd zo kort mogelijk worden gehouden. Alle aanvragen dienen, voor zover in redelijkerwijze mogelijk, te worden vergezeld van bewijsmiddelen. Indien de medewerker leerplicht/doorstroomcoach overgaat tot het opmaken van een proces-verbaal dan dient hij de door verdachte aangeleverde bewijsstukken in een andere taal te allen tijde te laten vertalen (behalve als in Frans, Duits, Engels). Verlof vanwege gewichtige omstandigheden kan ook worden toegekend in de eerste twee weken na de zomervakantie, hier moet spaarzaam mee worden omgegaan. In de volgende gevallen wordt zeker geen extra verlof gegeven: Familiebezoek in het buitenland; Goedkope tickets in het laagseizoen; Omdat de tickets al gekocht zijn of omdat er geen tickets meer zijn in de vakantieperiode; Vakantiespreiding in den lande; Verlof voor een kind, omdat andere kinderen uit het gezin al of nog vrij zijn; Eerder vertrek of latere terugkomst in verband met verkeersdrukte; Samen reizen/in konvooi rijden door bijvoorbeeld de Balkan; Kroonjaren. Artikel 5, lid 10, advies over beleid: het gaat hier over een bevoegdheid van directeuren. Met het oog op rechtsgelijkheid van ouders is het van belang om tot afstemming van het gebruik van deze bevoegdheid te komen. Op basis van een advies kunnen de directeuren elk hun eigen beleidsregels vaststellen voor toepassing van artikel 11 onder g van de Leerplichtwet (verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor ten hoogste 10 schooldagen). Zie ook toelichting op het vorige lid. Bovengenoemde richtlijn is conform de landelijke afspraken die hierover zijn gemaakt. 2.6Toelichting artikel 6 Artikel 6, relatief verzuim: bij relatief verzuim van de leerplicht geldt dat een jongere na inschrijving de school niet geregeld bezoekt (artikel 2, lid 1 Leerplichtwet 1969). Een jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt bezoekt na inschrijving de school niet geregeld (artikel 2, lid 3 Leerplichtwet 1969). Bij relatief verzuim van de kwalificatieplicht geldt dat een jongere na inschrijving de school niet geregeld bezoekt (artikel 4a Leerplichtwet 1969). Een jongere die als leerling van een instelling is ingeschreven volgt niet het volledige onderwijsprogramma of een combinatie van leren en werken. Uitgangspunt is dat met het onderwijs alleen of met de combinatie leren en werken een volledige week wordt gevuld (artikel 4c, lid 1 Leerplichtwet 1969). De Leerplichtwet bepaalt in artikel 21 en 21a dat de school een kennisgeving of een melding van verzuim moet doen aan burgemeester en wethouders. Dit gebeurt, met uitzondering van het particulier onderwijs via het Register Onderwijsdeelnemers van DUO. In artikel 22 staat dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach “vanwege burgemeester en wethouders” een onderzoek instelt. In de instructie is de werkwijze voor de medewerker leerplicht/doorstroomcoach bij dit onderzoek beschreven. Een instructie kan nooit alle mogelijke situaties beschrijven. Hoofdlijn moet zijn dat afwijking van de beschreven werkwijze mogelijk is, mits gemotiveerd, en dus in het dossier terug is te vinden. Artikel 6, lid 3, vraagt van de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dat hij de personen die bij een onderzoek betrokken raken, goed informeert over de procedure en de (mogelijke) consequenties van hun gedrag. In artikel 6, lid 8, is met de term ‘afhandelen’ bedoeld het tot een (
  2. zo)goed (mogelijk) einde brengen van de geconstateerde verzuimsituatie of het ingezette begeleidingstraject. Artikel 6, lid 10, melding Sociale Verzekeringsbank: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van de ouders en/of jongere (16 jaar of ouder) dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan door een melding te doen aan de Sociale Verzekeringsbank, welke de kinderbijslag stop kan zetten. Verdere uitwerking hiervan is beschreven in artikel 20 van de instructie. Artikel 6 lid 11, Halt-verwijzing: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven (zonder verdere problematiek) van de kant van een jongere van 12 tot 18 jaar, dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan één keer door het opmaken van een Halt-verwijzing door een medewerker leerplicht/doorstroomcoach met BOA-bevoegdheid. De jongere en de ouders (bij een jongere tot 16 jaar) dienen voor deze verwijzing toestemming te verlenen. Het betreft hier minder zware problematiek. De jongere voorkomt op deze wijze aan een strafblad na zijn 18de verjaardag, wanneer de Haltstraf positief wordt afgerond. Artikel 6, lid 12, proces-verbaal: wanneer een opgelegde HALT straf niet naar behoren is uitgevoerd en om die reden negatief is afgesloten door bureau Halt kan de medewerker leerplicht/doorstroomcoach, na overleg met het OM alsnog een proces-verbaal opmaken voor de jongere; Artikel 6, lid 12, proces-verbaal: wanneer sprake is van verwijtbaar in gebreke blijven van de kant van de ouders en/of de jongere (12 jaar of ouder), dan dient daartegen te worden opgetreden. Dat kan door het opmaken van een proces-verbaal door een medewerker leerplicht/doorstroomcoach met BOA-bevoegdheid. In artikel 6, lid 13 wordt de bepaling uit de Leerplichtwet (artikel 22, lid 2: “... dan zendt hij proces-verbaal aan de officier van justitie”) enigszins gerelativeerd om aan te sluiten bij de redelijke praktijk en bij de passage het “... trachten hen te bewegen ...” uit het eerste lid van artikel 22. In de genoemde omstandigheden (én geen kennelijke opzet, én eerste overtreding, én niet meer dan vijf schooldagen verzuim) kan met een serieuze waarschuwing vaak al het beoogde effect bereikt worden. In artikel 6, lid 14, is de mogelijkheid opgenomen om een last onder dwangsom op te leggen in gevallen waar ouders volhardend de schoolbezoekplicht overtreden. Artikel 6, lid 15, andere bron van wetenschap: het is mogelijk dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach op de hoogte raakt van relatief verzuim via een ander kanaal dan de kennisgeving van de kant van de school (het uitgangspunt van de Leerplichtwet). In dit artikellid is beschreven wat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach dan te doen staat, en in lid 16 welke maatregel de medewerker leerplicht/doorstroomcoach kan voorstellen jegens een directeur die (verwijtbaar en voortdurend) geen kennisgeving van verzuim doet. Artikel 6, lid 16 , verzuimbeleid/aanwezigheidsbeleid: de medewerker leerplicht/doorstroomcoach kan in een individueel geval (lid 16) en in meer algemene zin een advies geven aan de directeur(
  3. en)over het handelen in een bepaalde situatie en het verzuimbeleid/aanwezigheidsbeleid in het algemeen. Artikel 21, eerste lid, van de Leerplichtwet geeft de basisregels waarin is aangegeven wanneer melding verplicht is. Er zijn verschillende situaties waarbij eerdere melding wenselijk is. Denk aan onduidelijke redenen voor afwezigheid zoals: (vage) ziekmelding, bepaalde verzuimpatronen bij jongeren of een situatie waarbij twijfel bestaat aan de effectiviteit van het beleid van de school. Artikel 6, lid 17, verzuim spreekuur: Op de scholen voor Voortgezet Onderwijs wordt door de medewerker leerplicht periodiek een (preventief) spreekuur gehouden om leerlingen te spreken bij beginnend verzuim (voordat een melding wordt gedaan aan DUO). Op alle MBO locaties van de provincie Groningen wordt door de doorstroomcoach een (preventief) spreekuur gehouden om studenten te spreken bij beginnend verzuim (voordat een melding wordt gedaan bij DUO). Dit om vroegtijdig eventuele redenen voor verzuim te achterhalen en daarmee langdurige uitval te voorkomen. Ook leerlingen en studenten woonachtig in andere gemeenten worden gesproken. De bevindingen worden aan school en aan de collega leerplicht medewerker en/of doorstroomcoach in de andere woongemeente gemeld. 2.7Toelichting artikel 7 Artikel 7, meldingen van verzuim 18 plus moeten volgens de wet door de school of onderwijsinstelling worden gedaan na een perioden van 4 weken aaneengesloten. Landelijk is er de afspraak gemaakt om scholen en instellingen verzuim van 18 plus ook te melden bij 16 uur en een periode van 4 weken. Op elke MBO-vestiging in de provincie Groningen is een doorstroomcoach die studenten op school spreekt ingeval van (beginnend) verzuim. Dit kan ook plaatsvinden bij minder dan 16 uur verzuim in vier weken. De doorstroomcoach spreekt de jongere en koppelt de bevindingen terug naar de school en de gemeente waar de jongere woonachtig is. Op de scholen voor Voortgezet Onderwijs wordt door de medewerker leerplicht periodiek een (preventief) spreekuur gehouden om leerlingen te spreken bij beginnend verzuim (voordat een melding wordt gedaan aan DUO). De medewerker leerplicht meldt de bevindingen aan de school en aan de collega leerplicht medewerker in de andere woongemeente. In deze instructie wordt er van uitgegaan dat bij een melding verzuim 18 plus altijd een gesprek met de jongere plaatsvindt of op school/onderwijsinstelling of op kantoor van de medewerker leerplicht/doorstroomcoach. 2.8 Toelichting artikel 8 Artikel 8 geeft in enkele stappen aan wat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach doet als een jongere (18+) geen startkwalificatie heeft en niet op een school staat ingeschreven en hiermee wordt aangemerkt als een voortijdig schoolverlater. 2.9Toelichting artikel 9 Artikel 8, absoluut verzuim: bij absoluut verzuim van de leerplicht geldt dat een jongere niet staat ingeschreven bij een school in overeenstemming met de bepalingen van de Leerplichtwet 1969 (artikel 2, lid 1 Leerplichtwet 1969). Bij absoluut verzuim ten aanzien van de kwalificatieplicht geldt dat een jongere niet staat ingeschreven als leerling van een instelling overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 2a van de Leerplichtwet 1969 (artikel 4a in verbinding met artikel 2, lid 1 Leerplichtwet 1969). Voor de behandeling wordt in hoofdzaak aangesloten bij de werkwijze die in artikel 6 al is beschreven. In artikel 3 is de ‘kapstok’ voor het ontdekken van mogelijke gevallen van absoluut verzuim aangeduid: regelmatige en systematische controle, zeker bij tussentijdse mutaties. In lid 2 van dit artikel wordt daarbij aangesloten door eerst een administratieve check voor te schrijven, voordat de ouders en/of de jongere aangesproken worden. 2.10Toelichting artikel 10 Artikel 10, kennisgeving in- en uitschrijvingen en dreigend voortijdig schoolverlaten: beide situaties zijn in één artikel vermeld; het gaat in essentie om een (dreigende) situatie waarbij de jongere buiten het onderwijs komt te staan. Wanneer sprake is van verwijdering van een leerling, dan behoort de onderwijsinspectie daarover geraadpleegd te zijn. Het is wenselijk dat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach in zo’n geval ook contact met de onderwijsinspectie opneemt om achtergrondinformatie te verkrijgen dan wel om de inspectie op de hoogte te stellen (als de school dat – ten onrechte – nog niet gedaan zou hebben). De wettelijke bepalingen over de melding van voortijdig schoolverlaten gaan ervan uit dat in ieder geval melding gedaan moet worden wanneer de leerling een 4 weken aaneengesloten geen onderwijs meer volgt. Het is goed mogelijk om tot afspraken te komen waarbij de school (het bevoegd gezag) sneller melding maakt van voortijdig schoolverlaten. Het bevoegd gezag van een school voor voortgezet onderwijs, primair onderwijs en speciaal onderwijs kan een leerling schorsen (voor maximaal één week) of definitief verwijderen van school. Het laatste kan alleen na overleg met de Inspectie van het Onderwijs en na het horen van leerling en/of ouders, voogden of verzorgers. Bovendien kan een leerling alleen worden verwijderd als een andere school bereid is om de leerling op te nemen. Voor het MBO geldt hiervoor een inspanningsverplichting van 8 weken, zo ook voor het speciaal onderwijs cluster 1 en 2. Een besluit tot schorsing wordt aan de betrokken leerling en, als de leerling nog geen 21 is, ook aan de ouders, voogden of verzorgers schriftelijk bekendgemaakt. Van een schorsing voor een periode langer dan één dag en een definitieve verwijdering moet het bevoegd gezag de Inspectie schriftelijk in kennis stellen onder vermelding van de redenen. 2.10aToelichting artikel 10a Artikel 10a; Het bestrijden van voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie Definitie jongere in een kwetsbare positie Een jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding, basisberoepsopleiding (MBO 2) of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit: 1. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra. 2. het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 5,onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs; 3. de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; 4. het leerwerktraject van het vmbo, bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, 5. de entreeopleiding; of 6. jongere die niet vanuit één van de onderwijssoorten, genoemd onder 1 tot en met 5 instroomt in een entreeopleiding; *jongeren die van opleiding wisselen in mbo1 worden ook tot doorstroom in het onderwijs gerekend. In november wordt de lijst met jongeren in een kwetsbare positie aangeleverd vanuit DUO. Deze jongeren monitoren we niet alleen maar hier zetten we ook acties op in. De mogelijke acties zijn uitgewerkt in artikel 10a, lid 11. Als advies is opgenomen om de stappen 5 tot en met 8 ieder half jaar te herhalen om te zien of de jongere nog steeds een jongere in kwetsbare positie is. Het inlichtingenbureau hanteert de volgende prio’s: Prio 1: Geen inkomsten Prio 2: Werk, inkomsten minder dan € 300 per maand Prio 3: werk, inkomsten meer dan € 300 per maand Prio 4: Combinatie werk en uitkering Prio 5: Uitkering 2.11Toelichting artikel 11 Artikel 11, vervangende leerplicht: besluiten krachtens dit artikel kunnen aan de medewerker leerplicht/doorstroomcoach gemandateerd worden. In de instructie is daarvan uitgegaan. De vervangende leerplicht geldt voor 14 en 15 jarigen die in het algemeen niet in een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) traject kunnen instromen gezien de leeftijd. De wet gaat uit van een door de ouders ingediende en ondertekende aanvraag. De praktijk zal veelal zijn dat de aanvraag door de school wordt voorbereid, in goed overleg met de medewerker leerplicht/doorstroomcoach en bijvoorbeeld het zorg advies team (ZAT). In het derde en vierde lid wordt de werkwijze beschreven die bij deze praktijk past en ook aan de wet voldoet. De oudere leerplichtige, die gebruikmaakt van artikel 3b, mag arbeid verrichten 2.12Toelichting artikel 12 Artikel 12 vrijstelling leerplicht: ook hier betreft het een bevoegdheid die door burgemeester en wethouders aan de medewerker leerplicht/doorstroomcoach gemandateerd kan worden. In de instructie is van deze mandaatverlening uitgegaan. In de tekst is (in het tweede lid) een aanwijzing opgenomen voor de criteria die bij de toetsing van het ‘andere onderwijs’ worden toegepast. Bij de beoordeling slaat de medewerker leerplicht/doorstroomcoach er acht op of er wordt toegeleid dan wel kan worden toegeleid tot een startkwalificatie. Een startkwalificatie houdt in: het bezit van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk artikel 8 van de Wet voortgezet onderwijs; dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (dat wil zeggen MBO niveau 2 of hoger). De procedure voor leerplichtigen in dienst bij defensie staat beschreven in artikel 12 vanaf lid 3. Een deel van het bij Defensie werkzame personeel bestaat uit 17-jarige jongeren, waarvan het merendeel de school heeft verlaten zonder startkwalificatie. Om deze jongeren wel in beeld te houden, om te volgen of zij een startkwalificatie behalen of uitvallen voordat ze de 18 jarige leeftijd hebben bereikt, is er in samenspraak tussen ministerie van OCW, Ministerie van Defensie en Ingrado een procedure ontwikkeld om deze jongeren in beeld te houden. 2.13 Toelichting artikel 13 Artikel 13, lid 2, aangewezen deskundige: zie hierover artikel 15. Artikel 13, lid 6, overwegende bedenkingen tegen de richting: de vraag of de bedenkingen werkelijk op de richting van het onderwijs betrekking hebben, dient, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onderzocht te worden. Als vaststaat dat dat het geval is, ontstaat de vrijstelling van rechtswege en is geen plaats meer voor onderzoek naar het gewicht van de bedenkingen. Dat strookt met de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State volgens welke er geen sprake is van een bevoegdheid om een besluit te nemen over de bedenkingen. Artikel 13, lid 8, bericht aan de ouders: bij deze bepalingen uit de Leerplichtwet is het van belang dat het gaat om vrijstellingen die van rechtswege intreden indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, en die van rechtswege niet kunnen intreden indien de kennisgeving niet aan de eisen van de wet voldoet. Aan het bericht over de kennisgeving behoort dan ook geen bezwaar- en beroepsclausule gekoppeld te worden. Artikel 13, lid 11, vrijstelling wegens onderwijs in buitenland: in dit geval voorziet de wet niet altijd in een regeling die ook in de praktijk hanteerbaar is. Het onderdeel van de instructie geeft de medewerker leerplicht/doorstroomcoach de opdracht om een wel hanteerbare regeling (informatieplicht) te treffen, die hem in staat stelt om na terugkeer van de leerplichtige in Nederland na te gaan of deze daadwerkelijk onderwijs in het buitenland heeft gevolgd. Bij toepassing van dit artikel is het een voorwaarde dat de leerplichtige 4 maanden van een kalenderjaar verblijft in Nederland. 2.14Toelichting artikel 14 Artikel 14 geeft in enkele stappen aan wat de gemeente c.q. de medewerker leerplicht/doorstroomcoach te doen staat als ouders hun kind van een onderwijsvoorziening gebruik laten maken die (nog) niet als school in de zin van de Leerplichtwet is aangemerkt. 2.15 Toelichting artikel 15 Artikel 15, aanwijzing deskundige: hier wordt uitgegaan van ad hoc of structureel afspraken worden gemaakt met bijvoorbeeld een schoolarts of een aan de schoolbegeleidingsdienst verbonden psycholoog of pedagoog omtrent een verklaring os een jongere in staat is om op een school of onderwijsvoorziening te worden ingeschreven. Met toestemming kan er in samenspraak met het samenwerkingsverband gekeken worden of er alsnog mogelijkheden zijn om passend onderwijs te bieden. 2.16Toelichting artikel 16 Artikel 16, melding aan Raad voor Kinderbescherming: de instructie sluit aan op de plicht die in de Leerplichtwet is opgenomen en heeft betrekking op de zogenoemde strafrechtelijke melding. Daarnaast is het mogelijk om de Raad voor de Kinderbescherming te consulteren over de gewenste route, vrijwillig, civiel of strafrechtelijke aanpak van het schoolverzuim. 2.17Toelichting artikel 17 Artikel 17, melding aan Veilig Thuis: de bepaling biedt de medewerker leerplicht/doorstroomcoach expliciet de mogelijkheid om in gevallen waar hij dat wenselijk acht contact op te nemen met het Veilig Thuis. Het betreft hier de zogenoemde civiele melding. 2.18 Toelichting artikel 18 Artikel 18 meldcode: op 1 juli 2013 is de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. Vanaf 1 januari 2019 is er een verplicht afwegingskader in stap 5 opgenomen. Deze meldcode geldt ook voor de medewerkers leerplicht en doorstroomcoaches. Werken volgens de meldcode is een wettelijke verplichting. De meldcode op zich is een meldrecht en geen meldplicht. In dit artikel is vastgelegd op welke wijze de medewerker leerplicht/doorstroomcoach met de meldcode om dient te gaan en welke stappen er gezet moeten worden. Deze beschrijving is samengesteld aan de hand van het basismodel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling opgesteld door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Afwegingskader: onderdeel van de meldcode Onderstaand figuur toont de vijf stappen uit de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Ter ondersteuning van de beslissingen in stap 5 is in stappen 4 en 5 een afwegingskader toegevoegd. Er is een basisdocument Afwegingskader beschikbaar voor alle beroepsgroepen. Het onderliggende Afwegingskader is de uitwerking voor het Onderwijs, inclusief leerplicht en Doorstroompunt. stap 1In kaart brengensignalenstap 2Overleggen meteen (deskundige) collega en/ofevt. (anoniem) Veilig Thuisstap 3Gesprek met ouders/verzorgers/kindstap 5Beslissen:I. melden bij Veilig Thuis II. én hulpverlenen?stap 4Wegen: 5 vragen (vermoeden) geweld of kindermishandeling Beslissing 1: Melden bij Veilig Thuis ?Beslissing 2: Is hulpverlening (ook) mogelijk?In Stap 5 worden twee beslissingen genomen: het beslissen of een melding bij Veilig Thuis noodzakelijk is en, vervolgens het beslissen of het zelf bieden of organiseren van hulp mogelijk is. Het is van belang dat in stap 5 beide beslissingen en in de genoemde volgorde worden genomen. De medewerker leerplicht/doorstroomcoach (dit kan de aandachtsfunctionaris zijn) vraagt zich op basis van signalen en het gesprek met ouders af of melden noodzakelijk is aan de hand van vijf afwegingsvragen. Vervolgens besluit deze of het bieden of organiseren van hulp tot de mogelijkheden van zowel de medewerker leerplicht/doorstroomcoach als de betrokkenen (ouders/verzorgers) behoort. Als melden volgens het afwegingskader noodzakelijk is, moet de tweede beslissingsvraag over eventuele hulp in overleg met betrokkenen en Veilig Thuis beantwoord worden. Melden is niet verplicht en kan ook anoniem. Privacy en de meldcode Op 25 mei 2018 is de nieuwe privacywetgeving (AVG) van kracht geworden. De AVG is Europese wetgeving. De Nederlandse wetgeving, zoals de Leerplichtwet of de wet meldcode, mag daarmee niet in strijd zijn, aangezien de AVG hogere wetgeving is. Het recht om dossier aan te maken en te melden bij Veilig Thuis is niet in strijd met de AVG, dus mag uitgevoerd worden. Afwegingskader: Uitwerking van de vijf afwegingsvragen en beslissingen in stappen 4 en 5 van

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.