Regeling bezwaarschriftenGeconsolideerde versie: De Raad, het College van burgemeester en wethouders en de Burgemeester van de gemeente Geertruidenberg; overwegende, dat de drie hiervoor genoemde bestuursorganen alvorens te besluiten op bezwaarschriften, ingediend tegen door hen genomen besluiten, advies vragen van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht; dat vanaf 1 januari 2005 de commissie eveneens advies uitbrengt over bezwaarschriften, gericht tegen besluiten genomen op grond van de Wet Werk en Bijstand en Wet Voorziening Gehandicapten;dat met ingang van 1 januari 2007 de Wet maatschappelijke ondersteuning zijn intrede heeft gedaan, op grond waarvan eveneens appellabele besluiten zijn te verwachten;dat verhoudingsgewijs het aantal bezwaarschriften op grond van de Wet Werk en Bijstand en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wet Voorziening Gehandicapten alleen nog in 2007) even groot is als de overige aan de commissie voorgelegde bezwaarschriften;dat daardoor de werkdruk van de commissie en haar leden aanzienlijk is toegenomen;dat het de wens van de commissie is om naast de juridische expertise ook over adequate kennis en kwaliteit van het bestuurs- en bestuursprocesrecht te beschikken op het terrein van werk, inkomen en zorg;dat daarmee recht wordt gedaan aan de belangen van de bezwaarmaker en daardoor rechtszekerheid van bezwaarmaker wordt beschermd;dat het daarom wenselijk is de commissie op te splitsen in kamers, waarbij de noodzakelijke expertise van de leden van de commissie wordt ingezet op relevante beleidsvelden;gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en het bepaalde in artikel 84 van de Gemeentewet; Besluiten: vast te stellen de volgende Verordening Commissie bezwaarschriften. Hoofdstuk1BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1 In deze regeling wordt verstaan onder: a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen en dient te beslissen op het bezwaarschrift; b. Commissie: vaste commissie van advies voor bezwaarschriften; c. wet: wet van 4 juni 1992 (Stbl. 1992, 315) houdende algemene regels van bestuursrecht (Algemene wet bestuursrecht). Hoofdstuk2BEHANDELING VAN DE BEZWAARSCHRIFTEN Paragraaf1DE COMMISSIE Artikel2Inleidende bepaling 1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op gemaakte bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, welke zijn ingediend tegen besluiten op grond van: - de Rechtspositionele regelingen voor overheidspersoneel; - de Wet milieubeheer, voor zover het betreft bezwaarschriften tegen ontwerpbeschikkingen; - de belastingverordeningen. - Wet Waardering onroerende zaken. Artikel3Samenstelling van de commissie 1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. 2De voorzitter, leden en plaatsvervangende worden benoemd, geschorst en ontslagen door de raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gezamenlijk. 3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Geertruidenberg. 4De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. Artikel4Instellen kamers 1De commissie kan kamers instellen, die belast worden met de behandeling van bezwaarschriften. 2De commissie bepaalt het aantal kamers en stelt voor elke kamer vast welke categorie of categorieën bezwaarschriften door haar zullen worden behandeld. 3Elke kamer bestaat uit ten minste drie leden: a. een voorzitter overeenkomstig artikel 7:13 Awb, zijnde de voorzitter of een van de leden van de commissie, uit haar midden aangewezen; b. ten minste twee andere leden, door de commissie aangewezen uit haar midden. 4De commissie wijst uit haar midden voor elk lid een eerste en een tweede plaatsvervanger aan. 5De kamer kan beslissen dat de behandeling van een bezwaarschrift door de commissie zal geschieden. 6Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel5Secretaris 1De secretaris van de commissie en haar kamers is een door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar. 2Burgemeester en wethouders wijzen tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Artikel6Zittingsduur 1De voorzitter en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de gemeenteraad. 2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. 3De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Paragraaf2PROCEDURE Artikel7Ingediend bezwaarschrift 1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. 3Bij het bericht van ontvangst als bedoeld in artikel 6:14 van de wet wordt vermeld dat een commissie over het bezwaar zal adviseren. Artikel8Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:- 2:1, tweede lid;- 6:6, voor wat betreft het de indiener stellen van een termijn, waar binnen het verzuim in de zin van niet voldoen aan de vereisten als gesteld in artikel 6:5 van de wet, kan worden hersteld;- 6:17, voor zover het betreft de verzending van stukken tijdens de behandeling door de commissie;- 7:4, tweede lid;- 7:6, vierde lid. Artikel9Vooronderzoek 1De voorzitter van de commissie is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen. 2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en dezen zo nodig uitnodigen daartoe in de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden is vooraf machtiging van burgemeester en wethouders vereist. Artikel10Hoorzitting 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van, de zitting, waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen. 2De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet. 3Indien de voorzitter op grond van het in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan: a. de belanghebbenden; b. het verwerend orgaan. Artikel11Uitnodiging zitting 1De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste drie weken voor de zitting schriftelijk mede, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen tijdens de zitting. 2Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen, de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3De beslissing van de voorzitter op een verzoek als bedoeld in het tweede lid wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval twee weken voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan medegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijkingen toe te staan van de termijnen als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Artikel12Quorum Voor het houden van een zitting is vereist, dat de meerderheid van het aantal leden, waaronder in ieder geval de voorzitter dan wel zijn plaatsvervanger, aanwezig is. Artikel13Niet deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift, indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel14Openbaarheid zitting 1De zitting van de commissie is openbaar. 2De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. 4De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats waar het betreft bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Wet Werk en Bijstand, Wet Voorziening Gehandicapten en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Artikel15Schriftelijke verslaglegging 1Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de wet vermeldt de namen van de aanwezigen, met daarbij een vermelding van hun hoedanigheid. 2Het verslag houdt een korte vermelding in van hetgeen over en weer is gezegd en overigens ter zitting is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel16Nader onderzoek 1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies is opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek houden. 2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen een week na verzending van de in het eerste lid bedoelde nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek. 4Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel17Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2 a. de commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. b. indien bij een stemming de stemmen staken, dan beslist de stem van de voorzitter. c. van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt. 3Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 4Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel18Uitbrengen advies 1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 14 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen. 2Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de wet ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen. 3Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift. Paragraaf3SLOTBEPALINGEN Artikel19Inwerkingtreding 1Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand, volgende op die waarin de bekendmaking heeft plaatsgevonden. 2Met ingang van de inwerkingtreding van de in lid 1 van dit artikel genoemde regeling vervalt de “Verordening bezwaar- en beroepschriften" van de gemeenten Geertruidenberg, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 maart 2002, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 23 december 2004. Artikel20Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: "Regeling bezwaarschriften". De Raad, voornoemd,De griffier, De voorzitter, drs. K.M.C. Millenaar-Rammelaere, M.J.A. Meijer Het college van burgemeester en wethouders, voornoemd,De secretaris, De burgemeester, mr. J.H. Willems M.J.A. Meijer De burgemeester,M.J.A. Meijer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.