Raamregeling tijdelijke subsidies Nieuwegein 2024Burgemeester en wethouders van Nieuwegein gelet op de Kaderregeling subsidies OCW, SWZ en VWS, Kaderwet overige JenV-subsidies, Kaderwet EZK- en LNV-subsidies en Kaderbesluit BZK-subsidies. Besluit Vast te stellen: De Raamregeling tijdelijke subsidies Nieuwegein 2024 Hoofdstuk1Algemene en financiële bepalingen Paragraaf1.1Algemene bepalingen Artikel1.1.1Begripsbepalingen Begrotingstotaal: het totaal van de lasten volgens de vastgestelde begroting van de subsidieontvanger. Egalisatiereserve: reserve gevormd uit exploitatieoverschotten om eventuele toekomstige tekorten op te vangen, zoals bepaald in artikel 4:72 van de Awb en in artikel 9 lid 3 van de Verordening. Organisatie: een stichting, vereniging of een onderneming. SPUK: staat voor Specifieke Uitkering van het Rijk. SPUK-beschikking: beschikking van een Minister op aanvraag van het college op grond waarvan middelen worden verstrekt. SPUK-middelen: financiële middelen die door het Rijk worden uitbetaald aan de gemeente op grond van een SPUK-beschikking. SPUK-regeling: regeling op grond waarvan de SPUK-beschikking is verstrekt. Verordening: Algemene subsidieverordening Nieuwegein 2015. Artikel1.1.2Subsidiabele activiteit Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Verordening kan worden verstrekt voor een activiteit waarvoor het Rijk op grond van een SPUK middelen aan de gemeente beschikbaar heeft gesteld. Artikel1.1.3Criteria Subsidie wordt slechts verstrekt als de SPUK-beschikking de subsidiabele activiteit en de beschikbare financiële middelen vermeldt. Artikel1.1.4Aanvrager De aanvrager is een organisatie of een inwoner van Nieuwegein. Artikel1.1.5Vooroverleg 1.Voordat een subsidieaanvraag kan worden ingediend, kan er een vooroverleg verplicht worden gesteld aan de hand van een door de gemeente beschikbaar gesteld vooroverlegformulier. 2.Het vooroverleg vindt plaats binnen 12 weken na ontvangst van het in het eerste lid bedoelde vooroverlegformulier. Artikel1.1.6Subsidieaanvraag 1.Een aanvraag om subsidie kan worden ingediend vanaf het moment dat het college de SPUK-beschikking heeft ontvangen. 2.De voorwaarden van de specifieke SPUK-regeling zijn daarbij van toepassing. 3.Als de activiteiten een tijdvak van meer dan 12 maanden beslaan en de gevraagde subsidie € 100.000 of meer bedraagt, wordt bij de aanvraag bijgevoegd: een planning van de uitvoering van de activiteiten over de totale projectperiode; de daaraan verbonden kosten waarvoor subsidie wordt gevraagd. 4.Van het derde lid kan worden afgeweken als de SPUK-regeling of SPUK-beschikking dit toestaat. Artikel1.1.7Niet-subsidiabele kosten 1.Geen subsidie wordt verstrekt in verband met: kosten ten behoeve van het opstellen van de aanvraag; kosten die worden gemaakt voordat de aanvraag is ontvangen; verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten; kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke procedures, gemeentelijke leges, boetes en sancties; kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager; fooien, geschenken, gratificaties en bonussen; kosten voor representatie, personeelsactiviteiten, overboekingen, annuleringen en outplacementtrajecten; kosten van consumpties en maaltijden; niet-noodzakelijke of bovenmatige kosten. Artikel1.1.8Hoogte van de subsidie De subsidie bedraagt ten hoogste het bedrag dat in de SPUK-beschikking staat vermeld. Artikel1.1.9Subsidieplafond Per specifieke SPUK-regeling kan een subsidieplafond worden vastgesteld. Artikel1.1.10Verdeelregels Bij het verdelen van subsidie worden alle subsidieaanvragen in volgorde van onderstaande criteria getoetst en gewaardeerd: de activiteit die het beste aansluit bij de gedefinieerde doelstellingen van de specifieke SPUK-regeling heeft voorrang; de activiteit die aantoonbaar aansluit bij de behoefte van de inwoners in de wijk heeft voorrang; de aanvrager die aantoonbaar zijn aanvraag tot stand heeft gebracht in samenwerking met inwoners, dan wel de activiteiten uitvoert samen met of door inwoners, heeft voorrang; de aanvrager die aantoonbaar samenwerkt met andere lokale partijen heeft voorrang; de aanvrager die aantoonbaar gebruik maakt van vrijwillige inzet heeft voorrang; de aanvrager die plaatsingen realiseert in het kader van Social Return on Investment heeft voorrang; voor subsidies die gedurende tenminste 3 jaren jaarlijks zijn verstrekt geldt aanvullend: voorrang heeft de aanvrager die subsidie heeft ontvangen voor dezelfde activiteiten in de 3 jaren voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Artikel1.1.11Verplichtingen 1.Het college kan in aanvulling op of in afwijking van artikelen 13 en 14 van de Verordening bij besluit tot subsidieverlening nadere eisen stellen aan de verantwoording voor zover dit op grond van de SPUK-regeling of SPUK-beschikking wenselijk is. 2.Voor zover dit niet is bepaald in de Verordening of bij subsidieregeling, wordt bij verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel1.1.12Vaststelling Het college stelt de subsidie vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij in de specifieke SPUK-regeling een afwijkende termijn is bepaald. Artikel1.1.13Weigeringsgronden Onverminderd artikel 8 van de Verordening kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren als: de aanvraag niet in overeenstemming is met SPUK-regeling en/of SPUK-beschikking; de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd al worden gefinancierd op grond van de met de gemeente Nieuwegein of andere overheden afgesloten overeenkomsten. Artikel1.1.14Algemene Subsidieverordening Nieuwegein 2015 van overeenkomstige toepassing De Verordening is van overeenkomstige toepassing. Paragraaf1.2Financiële bepalingen Artikel1.2.1Minimale subsidie Subsidies lager dan € 10.000 worden niet toegekend. Artikel1.2.2Voorschotten 1.Bij subsidieverlening kan een voorschot worden verleend tot 100% van de verleende subsidie. 2.Een voorschot wordt betaald in termijnen, waarbij de hoogte van het subsidiebedrag bepalend is voor het aantal termijnen: tot € 20.000 in 1 termijn; van € 20.000 tot € 50.000 in 2 termijnen; vanaf € 50.000 in 4 termijnen. 3.De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de hoogte van het voorschot, het aantal betalingstermijnen en de datum van betaling. 4.Wanneer de subsidieaanvraag, de aard van de gesubsidieerde activiteit dan wel de omvang van de subsidie daartoe aanleiding geven, kan het college bij verleningsbeschikking bepalen dat het voorschot lager is dan 100% dan wel wordt afgeweken van het aantal termijnen in het tweede lid. Artikel1.2.3Egalisatiereserve 1.De verplichte egalisatiereserve, als bedoeld in artikel 9 lid 3 van de verordening, geldt voor alle organisaties die meer dan € 100.000 subsidie per jaar ontvangen. 2.Op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, is de omvang van de verplichte egalisatiereserve minimaal 10% van het begrotingstotaal voor het jaar waarin de te subsidiëren activiteiten plaatsvinden. 3.Bij organisaties die niet voldoen aan het onder 2 bepaalde, vindt voorafgaand aan de subsidieverstrekking een risicobeoordeling plaats. Artikel1.2.4Reserves 1.Voor het vormen van een reserve door een organisatie of een natuurlijk persoon die een subsidie aanvragen is artikel 18 van de Verordening van toepassing. 2.Op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de subsidie wordt aangevraagd, is de omvang van toegestane reserve die gevormd is uit verkregen middelen voor de activiteit dan wel periodieke activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, maximaal 30% van de begrote kosten voor deze activiteit. 3.Wanneer de subsidieaanvrager aantoont dat voor een bestendige uitvoering van de te subsidiëren activiteiten een reserve noodzakelijk is die hoger is dan de reserve als bedoeld in het tweede lid, stelt het college bij verleningsbeschikking de hoogte van de toegestane reserve vast op de aangetoonde noodzakelijke omvang. Artikel1.2.5Indexering Gereserveerd. Paragraaf1.3Nadere specificaties Artikel1.3.1Specificatie Aanvullend op de algemene en financiële bepalingen van hoofdstuk 1 gelden in de hoofdstukken 2 t/m 15 specifieke bepalingen per SPUK-regeling. Hoofdstuk2(gereserveerd) Hoofdstuk3Specificatie ‘Preventie met Gezag’ Paragraaf 3.1 Preventie met Gezag Artikel3.1.1 Inleiding De specificatie Preventie met Gezag betreft de regeling van het verstrekken van subsidies door de gemeente Nieuwegein ten behoeve van het uitvoeren van de activiteiten van de specifieke uitkering Voorkomen georganiseerde en ondermijnende jeugdcriminaliteit. Artikel 3.1.2 Begripsbepalingen Jonge aanwas: jongeren 8 - 23 jaar, nog geen criminele carrière in de cocaïnehandel of andere drugssoorten. D.w.z. 0 - max. 2 Opiumwet delicten. Geen impact op wijkniveau. Minimaal 2 risico indicatoren zijn aanwezig: (a) schulden, (b) kwetsbare gezinssituatie (denk aan psychische problematiek, opvoedproblemen) (c) sociale omgeving die crimineel actief is (d.w.z. vrienden/jeugdgroep criminele familierelaties), (d) middelengebruik (soft/harddrugs), (d) schoolverzuim, (d) gedragsproblemen, (e) beïnvloedbaar, (f) zucht naar status en geld. Doorgroeiers: jongeren (vanaf) 15 jaar, beginnende criminele carrière in de cocaïnehandel. D.w.z. heeft minimaal 3 drugsdelicten op zijn/haar naam staan (systeeminfo) waarvan ook signalen dat hij/zij zich bezighoudt met de cocaïnehandel. Beperkte impact op wijkniveau.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.