De raad der gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b., van de Gemeentewet, BESLUIT: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van rechten voor het gebruik van de algemene begraafplaatsen
- Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. recht van eigen graf: het uitsluitend recht om in een grafruimte te begraven, zoals het recht is omschreven in artikel 3 der Verordening op de inrichting en het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Heerenveen; b. recht tot het plaatsen van een asbus: het uitsluitend recht om in een urnentuintje een asbus te plaatsen, zoals dat recht is omschreven in artikel 3a van de Verordening op de inrichting en het gebruik van de algemene begraafplaatsen in de gemeente Heerenveen; c. de algemene begraafplaatsen van de gemeente Heerenveen: de gemeentelijke begraafplaatsen te Heerenveen, De Knipe en Nieuweschoot. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam van begrafenisrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de algemene begraafplaatsen van de gemeente Heerenveen. Tarieven Artikel3 Voor het recht van eigen graf wordt van de rechthebbende voor een voor 20 jaar uitgegeven graf een bedrag geheven van € 1.125,
- Indien op een begraafplaats afdelingen of regels speciaal zijn bestemd voor kindergraven kan daarop het recht van eigen graf worden verkregen tegen betaling van de helft van het in het eerste lid omschreven tarief. Artikel4 Voor het recht tot het plaatsen van een asbus wordt van de rechthebbende voor een voor 20 jaar uitgegeven urnentuintje of nis, een bedrag geheven van € 512,
- Artikel5 Voor de verlenging van een recht op eigen graf voor een periode van 10 jaar wordt de helft van de in artikel 3 genoemde bedragen geheven. Artikel6 Voor de verlenging van het recht tot het plaatsen van een asbus voor een periode van 10 jaar wordt de helft van het in artikel 4 genoemde bedrag geheven. Artikel7 Voor iedere akte van afgifte, overschrijving of verlenging wordt een bedrag van € 2,
- geheven. Artikel8 Voor het verkrijgen van de bevoegdheid tot het plaatsen van permanente voorwerpen op een graf wordt een recht geheven van € 157,
- Artikel9
- Voor het verkrijgen van de bevoegdheid tot het stichten van een grafkelder wordt een recht geheven.
- Het in het eerste lid bedoelde recht bedraagt: voor een enkel graf € 296,00; voor een dubbel graf € 593,
- Artikel10 Het schoonhouden van de in artikel 8 genoemde voorwerpen kan aan de gemeente worden opgedragen. Het daarvoor geheven recht bedraagt € 174,50 per graf, per kalenderjaar. Artikel11 Het recht als bedoeld in artikel 10 kan worden afgekocht voor bepaalde tijd door voldoening van een bedrag, bepaald volgens onderstaande tabel. De afkoopsom bedraagt de contante waarde van de op het tijdstip van de afkoop nog te verschijnen belastingbedragen, en wordt berekend door vermenigvuldiging van het jaarlijkse belastingbedrag met de hierna te noemen factor: Aantal jaren waarvoor Vermenigvuldigings- wordt afgekocht. factor. 20 10,1945 19 9,9591 18 9,7060 17 9,4340 16 9,1415 15 8,8271 14 8,4892 13 8,1259 12 7,7353 11 7,3154 10 6,8641 9 6,3789 8 5,8573 7 5,2966 6 4,6939 5 4,0459 4 3,3494 3 2,6005 2 1,7956 1 0,9303 Artikel12 Voor het begraven van een lijk wordt een recht geheven van € 295,
- Voor het begraven van een lijk van een kind beneden de leeftijd van één jaar wordt een recht geheven van € 75,
- Voor het begraven van een lijk van een kind van één jaar en ouder, maar beneden de leeftijd van twaalf jaar wordt een recht geheven van € 147,
- Indien het begraven plaats heeft buiten de bij plaatselijke verordening vastgestelde tijd, wordt het vorenbedoelde recht verdubbeld, tenzij het begraven buiten de vastgestelde tijd door de burgemeester is gelast. Artikel13 Voor het bijzetten van een asbus bedoeld in het Crematoriumbesluit wordt een recht geheven van € 79,
- Indien het bijzetten van een asbus buiten de bij plaatselijke verordening voor begraven vastgestelde tijd geschiedt, wordt het vorenbedoelde recht verdubbeld. Artikel14 Voor het opgraven van een lijk, niet door het openbaar gezag bevolen, wordt een recht geheven dat gelijk is aan het in artikel 12 vermelde recht. Voor het opgraven van een lijk, niet door het openbaar gezag bevolen en het overplaatsen van dat lijk naar een ander graf op dezelfde begraafplaats wordt het dubbele van het in artikel 12 geregelde recht geheven. Artikel15 Voor het gebruik van de aula wordt een recht geheven van € 96,80 voor elke keer dat van de aula gebruik wordt gemaakt. Artikel16 Voor de plaatsing van een lijk in het lijkenhuis wordt voor elk etmaal een recht van € 19,48 geheven. Een gedeelte van een etmaal wordt voor een geheel gerekend. Artikel17 Voor het luiden van de klok op de begraafplaats gedurende de begrafenis, wordt een recht geheven van € 20,
- Artikel18 Voor het na ruiming van een graf afzonderen van een lijk ten behoeve van crematie of herbegraven € 146,
- Artikel19 De rechten bedoeld in de artikelen 3 en 4 worden geheven van hen, die het uitsluitend recht om in een bepaald graf te doen begraven verkrijgen, danwel het uitsluitend recht verkrijgen een asbus te plaatsen. De rechten bedoeld in de artikelen 5 en 6 worden geheven van hen, wiens recht wordt verlengd. Het recht bedoeld in artikel 7 wordt geheven van degene op wiens naam de akte is gesteld. De rechten bedoeld in de artikelen 8 tot en met 17 worden geheven van hen, die een aanvraag tot de in die artikelen genoemde diensten hebben gedaan. Artikel20 Ten aanzien van de rechten als bedoeld in artikel 3 en 4 van deze verordening wordt bij tussentijdse beëindiging van het gebruik van de algemene begraafplaats, op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende, ontheffing verleend over zoveel twintigste gedeelten van het verschuldigde recht als na het tijdstip van beëindiging nog volle jaren overblijven, met dien verstande dat de ontheffing maximaal 50% van het verschuldigde recht bedraagt. Wordt met de in artikel 10 van deze verordening bedoelde diensten in de loop van het belastingjaar begonnen, dan wordt de heffing, als bedoeld in artikel 10 geheven over zoveel twaalfde gedeelten als na de aanvang van de werkzaamheden nog volle kalendermaanden in het belastingjaar overblijven. Artikel21 Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel22 In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of ander schriftuur. Het verschuldigde bedrag wordt in de kennisgeving vermeld. De rechten moeten binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving worden betaald. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het vorige lid gestelde termijn. Artikel23Kwijtschelding Van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet
- Artikel24Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begrafenisrechten. Artikel25Overgangsbepaling De "Verordening begrafenisrechten 2010" van 7 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 26 genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel26Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel27Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening begrafenisrechten 2011". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 december
- De griffier, De voorzitter,