De raad van de gemeente Heerenveen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 november 2012; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2013 Artikel1Begripsomschrijvingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: vaartuigen: alle soorten van schepen, boten, schuiten en dergelijke, drijvende kranen, bokken, baggermolens en zandzuigers, met uitzondering van pleziervaartuigen of schepen, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of in gebruik voor vervoer van personen. haven: de industriehaven (insteekhaven), deel uitmakend van het Industrieterrein-Kanaal, in eigendom, beheer en onderhoud bij de gemeente Heerenveen, zoals deze haven met een blauwe kleur is aangeduid op de bij deze verordening behorende situatietekening. kaden: de gemeentelijke loswal van de haven, alsmede andere aanlegplaatsen aan de haven en de aanlegplaatsen in de woonschepenhavens, indien en voor zover deze in eigendom toebehoren aan en in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente Heerenveen. laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte verschil tussen zoetwaterverplaatsing van het schip bij de grootst toegelaten diepgang en die van het ledige schip. ton: een massa van 1.000 kilogram. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam havengeld worden rechten geheven voor vaartuigen die ligplaats innemen in de industriehaven, deel uitmakend van het Industrieterrein-Kanaal, alsmede voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig aan een kade van die haven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtige is de schipper, gezagvoerder, eigenaar of gebruiker van het vaartuig dat in de haven of aan een kade ligplaats inneemt. Artikel4Belastinggrondslag Grondslag voor de berekening van het havengeld voor de in artikel 5, sub a bedoelde vaartuigen is het laadvermogen van het vaartuig, uitgedrukt in tonnen. Grondslag voor de berekening van het havengeld voor de in artikel 5, sub b bedoelde vaartuigen is de oppervlakte van het vaartuig, berekend naar het product van de grootste lengte en de grootste breedte van het vaartuig. Artikel5Belastingtarief Het havengeld bedraagt voor: lid omschrijving havengelden jaar 2013 a. schepen bestemd voor vervoer van goederen
- Bij een verblijf van ten hoogste 14 achtereenvolgende dagen € 0,15 met een minimum van € 6,11
- bij een langer verblijf van 14 dagen, voor elk aansluitend tijdvak van ten hoogste 14 dagen, € 0,23 met een minimum van € 12,12
- Bij abonnement voor drie achtereenvolgende maanden, bij een verblijf van ten hoogste 14 achtereenvolgende dagen, per keer, per ton € 0,97 met een minimum van € 48,77
- Bij abonnement voor zes achtereenvolgende maanden, bij een verblijf van ten hoogste 14 achtereenvolgende dagen, per keer, per ton € 1,44 met een minimum van € 72,57
- Bij abonnement voor een jaar, bij een verblijf van ten hoogste 14 achtereenvolgende dagen, per keer , per ton € 2,46 met een minimum van € 122,52 b. Schepen, niet bestemd voor vervoer van goederen, zoals sleepboten, kranen, bokken, baggermolens, zandzuigers en dergelijke drijvende werktuigen:
- Bij een verblijf van ten hoogste 14 achtereenvolgende dagen, per m2 oppervlakte € 0,23 met een minimum van € 12,12
- Bij een langer verblijf van 14 dagen, voor elk aansluitend tijdvak van ten hoogste 14 dagen, per m2 oppervlakte € 0,44 met een minimum van € 22,08 c. Het verkrijgen van een aansluiting tot het afnemen van water per m3 afgenomen water € 1,16 met een minimum van € 28,95 Artikel6Berekening van het recht Indien de in dit hoofdstuk genoemde rechten van vaartuigen worden berekend per eenheid van tijd, hoeveelheid, inhoud of gewicht, worden gedeelten daarvan voor een geheel berekend. Artikel7Vrijstellingen Geen havengeld wordt geheven voor: Vaartuigen, rechtstreeks in gebruik voor de gemeentedienst. Kleine boten, behorende bij vaartuigen. Artikel8Verschuldigdheid/betaling Het havengeld wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de ligplaats is ingenomen. Artikel9 Het havengeld wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving en moet, behoudens het bepaalde in het tweede lid, worden voldaan op het moment van uitreiken van de kennisgeving. Het havengeld, moet, indien een abonnement is genomen, worden voldaan binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel10Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van de tarieven van het opslaggeld wordt verstaan onder: a) dag: Een tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur. b) week: Een tijdvak van 7 achtereenvolgende dagen. c) maand: Een tijdvak, dat aanvangt op een datum van een kalendermaand en eindigt op de dag voorafgaande aan diezelfde datum, van de volgende kalendermaand. d) jaar: Een tijdvak van 12 achtereenvolgende maanden. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt: Een gedeelte van een dag aangemerkt als een gehele dag. Een gedeelte van een week aangemerkt als een gehele week. Een gedeelte van een maand aangemerkt als een gehele maand. Een gedeelte van een jaar aangemerkt als een geheel jaar. Artikel11Belastbaar feit Onder de naam van opslaggeld wordt een recht geheven voor het opslaan van goederen en voorwerpen op een kade. Artikel12Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een kade of een gedeelte daarvan als opslagplaats gebruikt of degene op wiens last een kade of een gedeelte daarvan als opslagplaats in gebruik is genomen. Artikel13Belastingtarief Het opslaggeld bedraagt per m² of gedeelte daarvan:
- per dag € 0,19 per week € 0,78 per maand € 2,37 per jaar € 21,01
- Het minimum opslaggeld bedraagt € 5,51 Artikel14Verschuldigdheid/betaling Het opslaggeld wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de benodigde ruimte in gebruik is genomen. Artikel15Wijze van heffing Het opslaggeld wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving en moet worden voldaan binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel16Omzetbelasting De tarieven, genoemd in artikel 5 en 13 van deze verordening, zijn inclusief de wettelijk verschuldigde omzetbelasting. Artikel17Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld. Artikel18Kwijtschelding Van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingwet
- Artikel19Overgangsrecht De "Verordening haven- en opslaggeld 2012" van 8 december 2011 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel20Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel21Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening haven- en opslaggeld 2013". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december
- De griffier, De voorzitter, mevrouw W.J.M.A. Jansen de heer T.J. van der Zwan