De raad der gemeente Heerenveen; overwegende dat het door de inwerkingtreding van de nieuwe Winkeltijdenwet noodzakelijk is om een nieuwe Winkeltijdenverordening vast te stellen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 1-12-1996, preadvies nummer *; gelet op de Winkeltijdenwet, artikel 149 van de Wet Bestuursrecht; Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht; B E S L U I T : vast te stellen de volgende WINKELTIJDENVERORDENING Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet de Winkeltijdenwet; b. feestdagen nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, eerste kerstdag en tweede kerstdag. c. afzonderlijk een wijk in de plaats Heerenveen, een deel van een wijk in de plaats deel van de Heerenveen de plaats Heerenveen (alle wijken tezamen) of een dorp in gemeente de gemeente Heerenveen. Artikel2Beslistermijn Het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag om een ontheffing binnen 3 weken. Het college van burgemeester en wethouders kan de beslissing voor ten hoogste 3 weken verdagen. Artikel3Overdracht van de ontheffing Ontheffingen op grond van deze verordening zijn overdraagbaar na verkregen toestemming van het college van burgemeester en wethouders. In geval van een voorgenomen overdracht van de in het eerste lid bedoelde ontheffingen doet de houder van de ontheffing hiervan onmiddellijk schriftelijk mededeling aan het college van burgemeester en wethouders onder vermelding van de naam en het adres van de voorgestelde rechtverkrijgende. Artikel4Intrekken of wijzigen van de ontheffing Het college van burgemeester en wethouders kan een ontheffing intrekken of wijzigen indien: ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist; het gebruik van de winkel of de uitoefening van een bedrijf anders dan in een winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse; de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; de houder of zijn rechtverkrijgende dit verzoekt. Artikel5Zon- en feestdagenregeling De verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, onder a en b van de wet, gelden niet op ten hoogste twaalf, door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen, zon- en feestdagen per kalenderjaar. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elk deel van de gemeente afzonderlijk. Artikel6Ontheffing zon- en feestdagenregeling voor afzonderlijke situaties Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de in artikel 2 van de wet vervatte verboden, voorzover deze betrekking hebben op de zon- en feestdagen, ten behoeve van: bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard; het uitstallen van goederen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.