← Nederland

Inspraakverordening Weesp 2003, versie 16 december 2010. (Weesp)

Inspraakverordening Weesp 2003, versie 16 december 2010.Artikel1Begripsomschrijvingen De verordening verstaat onder: inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid; inspraakprocedure: de wijze waarop aan de inspraak gestalte wordt gegeven; beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Artikel2Onderwerp van inspraak 1Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. 2Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht. 3Geen inspraak wordt verleend: ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel3 1Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. 2Door het bestuursorgaan of een wettelijk voorschrift kan worden bepaald dat ook aan anderen de gelegenheid wordt geboden om een zienswijze naar voren te brengen. Artikel4Inspraakprocedure 1Het bestuursorgaan legt het voorgenomen beleid, met andere stukken die nodig zijn voor een beoordeling van het beleid, ter inzage. 2Voorafgaand aan de ter inzage legging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het voorgenomen beleid. Hierbij wordt de zakelijke inhoud vermeld. 3Bij de bekendmaking van de beleidsvoornemens wordt aangegeven:- waar en wanneer de stukken ter inzage liggen;- wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen;- op welke wijze dit kan geschieden; 4De stukken liggen gedurende ten minste 14 dagen ter inzage. Artikel5 1Minimaal 14 dagen na de eerste dag van ter inzage legging kan een bijeenkomst worden gehouden waarbij zienswijzen kunnen worden ingebracht. 2Ingezetenen en belanghebbenden kunnen naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. Van hetgeen mondeling als zienswijze wordt ingebracht wordt schriftelijk verslag gedaan. 3De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt 14 dagen na de eerste dag van de ter inzage legging dan wel loopt tot en met de dag van de bijeenkomst genoemd in lid 1, tenzij bij wettelijk voorschrift een langere termijn is bepaald. Artikel6 Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure vaststellen. Tevens kan het bestuursorgaan in spoedeisende gevallen de inspraakprocedure wijzigen. Artikel7Eindverslag 1Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een verslag op. 2Het verslag wordt op gebruikelijke wijze bekend gemaakt aan de personen die zienswijzen hebben ingebracht, deze hebben vijf werkdagen de tijd hierop te reageren, waarna het eindverslag wordt opgemaakt. Artikel8Intrekking oude verordening De Algemene inspraakverordening 1988 wordt ingetrokken. Artikel9Inwerkingtreding Deze verordening treedt 16 december 2010 in werking. Artikel10Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening Weesp 2003, versie 16 december 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.