← Nederland

Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2024 - 2027 (Waddenfonds)

Uitvoeringsprogramma Waddenfonds 2024 - 2027Vastgesteld door het algemeen bestuur Waddenfonds op 29 maart 2024 Afkortingenlijst BLI Budget Lokale Innovaties IKW Investeringskader Waddengebied MaaS Mobility as a Service BME Beleidsregel Monitoring en Evaluatie RES Regionale Energie Strategie TRL Technology Readiness Level Hoofdstuk1:Inleiding 1.1Waddenfonds Het Waddenfonds is in 2006 door het Rijk opgericht voor de financiering van extra investeringen in het Waddengebied, gericht op bescherming van de natuur, het behoud van het unieke open landschap en een duurzame economische ontwikkeling van het gebied. Het Waddenfonds is sinds 2012 een Gemeenschappelijke Regeling van de provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen. Dit is vastgelegd in het bestuursakkoord decentralisatie Waddenfonds. Het Waddenfonds hanteert vier hoofddoelen: het vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het Waddengebied; het verminderen of wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee; een duurzame economische ontwikkeling in het Waddengebied, dan wel het gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding en direct aangrenzende gebieden; het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het Waddengebied. Deze hoofddoelen zijn nader uitgewerkt in gespecificeerde doelen. De specificatie geeft inzicht in de prioritaire ontwikkelambities voortvloeiend uit de hoofddoelen. In paragraaf 2.7 worden deze gespecificeerde doelstellingen nader toegelicht 1.2Uitvoeringsprogramma Het Uitvoeringsprogramma heeft drie functies. In de eerste plaats geeft het programma het kader voor het dagelijks bestuur om te bepalen welke activiteiten voor subsidie in aanmerking komen. Dit betreft onder andere subsidieaanvragen die via het Investeringskader Waddengebied (IKW) bij het Waddenfonds terechtkomen en subsidieaanvragen waarvoor het dagelijks bestuur specifieke subsidieregelingen (thematische openstelling en Budget Lokale Innovaties) heeft vastgesteld. In de tweede plaats heeft het programma een informerende functie voor potentiële aanvragers, die zich zo een beeld kunnen vormen van (onderdelen van) projecten die passen binnen de programmering en mogelijk voor subsidie in aanmerking komen. Tot slot heeft het Uitvoeringsprogramma een functie als toetsingskader voor het beoordelen van subsidieaanvragen. 1.3Achtergrond Uitvoeringsprogramma Dit uitvoeringsprogramma is in 2023 geactualiseerd. Het Waddenfonds wil binnen al haar doelstellingen goede projecten mogelijk maken, want de opgave voor het Waddengebied blijft onverminderd groot. In de Agenda voor het Waddengebied 2050 (hierna Agenda 2050) wordt richting gegeven aan de toekomst van het Waddengebied. Uit de Agenda 2050 blijkt dat de opgaven voor het Waddengebied nog groot zijn. In het vigerende Uitvoeringsprogramma van de Agenda 2050 zijn de veranderdoelen tot en met 2026 opgenomen. Via de Agenda en het UP wordt ingezet op integrale oplossingen voor het Waddengebied. Deze veranderdoelen raken de volledige breedte van de doelstellingen van het Waddenfonds. De opgaven uit het IKW komen ook grotendeels overeen met de doelen van de Agenda 2050. Voor de realisatie van integrale doelstellingen van het IKW zijn twee-derde van de middelen van het Waddenfonds gereserveerd. Om integrale projecten mogelijk te maken is het noodzakelijk om over de gehele breedte van de doelstellingen van het Waddenfonds subsidie beschikbaar te maken. Daarom heeft de actualisatie niet toe geleid dat er andere gespecificeerde doelstellingen zijn opgenomen, dan wel dat er gespecificeerde doelstellingen zijn afgevallen. Met andere woorden, de gespecificeerde doelstellingen zoals die door Provinciale Staten in het Uitvoeringskader zijn vastgesteld, blijven gehandhaafd. Wel zijn de relevante (beleids-)ontwikkelingen in het Waddengebied, zoals de Agenda voor het Waddengebied 2050, en ontwikkelingen binnen sectoren, zoals de visserijsector, verwerkt in deze actualisatie. Daarnaast zijn behaalde resultaten meegenomen in dit Uitvoeringsprogramma. Het Waddenfonds heeft al vele projecten mede mogelijk gemaakt. Bij nieuwe subsidieaanvragen dient daar rekening mee gehouden te worden. Zo ondersteunt het Waddenfonds voor de Eems-Dollard bijvoorbeeld alleen projecten die reeds bestaande dan wel reeds uitgevoerde aantoonbaar aanvullen. De afgelopen jaren heeft het Waddenfonds al veel projecten gesubsidieerd die elektriciteit uit water produceren. In dit Uitvoeringsprogramma wordt vooral gezocht naar projecten die tot 2027 kennis en een aanpak ontwikkelen die leiden tot opschaling van deze technieken. In het Uitvoeringsprogramma zijn enkele dilemma’s opgenomen, waarmee rekening gehouden zal moeten worden. Een voorbeeld hiervan is het vasthouden van zoet water versus de behoefte aan zoet water van de Waddenzee. Of denk aan het ontwikkelen van toepassingen van slib. De kennis over sediment en slib is nog volop in ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van nuttige toepassingen van slib, wat uit de Waddenzee en de Eems-Dollard komt. In elk geval dient er rekening mee gehouden te worden dat slib van belang is voor een natuurlijke balans in de Waddenzee (in zowel Nederland als Duitsland en Denemarken). Een subsidieaanvraag voor het gebruik van slib zal in dit licht bekeken worden. In bijlage 6 bij dit Uitvoeringsprogramma staat een opsomming van de verschillende beleids- en uitvoeringskaders die betrekking hebben op het Waddengebied. Daarnaast zijn er enkele beleids- en uitvoeringskaders die de komende jaren nog zullen worden vastgesteld, die niet mee zijn genomen in dit programma. Een voorbeeld hiervan is het beleidskader natuur Waddenzee waaraan op dit moment nog gewerkt wordt. Deze kaders zijn na vaststelling echter wel mogelijk van invloed op de additionaliteit van projecten (additionaliteit wordt in hoofdstuk 3 verder toegelicht). Potentiële subsidieaanvragers dienen hier rekening mee te houden. 1.4Juridische inbedding Uitvoeringsprogramma Op basis van de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds hebben Provinciale Staten een Uitvoeringskader Waddenfonds (UK) vastgesteld. In dit Uitvoeringskader staat het programmatisch afwegingskader op hoofdlijnen. In het Uitvoeringskader zijn de hoofddoelen van het Waddenfonds uitgewerkt in zogenaamde doelspecificaties. Aan de hand van deze doelspecificaties subsidieert het Waddenfonds activiteiten die bijdragen aan de vier hoofddoelen. Ze zijn concreter geformuleerd dan de (meer abstracte) hoofddoelen en leggen daardoor een relatie met de doelen van concrete projecten waarvoor subsidie wordt gevraagd. De hoofdlijnen van het Uitvoeringskader zijn verder uitgewerkt in dit Uitvoeringsprogramma. Het Uitvoeringsprogramma is vastgesteld door het algemeen bestuur van het Waddenfonds. Dit betekent dat het dagelijks bestuur van het Waddenfonds zich bij subsidieverstrekking moet houden aan de bepalingen van zowel het Uitvoeringskader als het Uitvoeringsprogramma. Voor de leesbaarheid van het Uitvoeringsprogramma zijn sommige onderdelen uit het Uitvoeringskader integraal overgenomen in het Uitvoeringsprogramma. Naast het Uitvoeringsprogramma (dat voornamelijk een inhoudelijk toetsingskader is), zijn er verschillende juridische bepalingen waar subsidieaanvragen die bij het Waddenfonds worden in gediend aan getoetst worden. Dit juridisch toetsingskader wordt verder toegelicht onder 2.4 subsidie aanvragen, in dit Uitvoeringsprogramma. In bijlage 4 staat een verdere toelichting op de gemeenschappelijke regeling Waddenfonds. 1.5Leeswijzer Het Uitvoeringsprogramma heeft zes hoofdstukken. Eerst worden het Waddenfonds en het Uitvoeringsprogramma toegelicht. In hoofdstuk twee worden de verschillende subsidiestromen bij het Waddenfonds besproken en wordt er verdere relevante informatie gegeven met betrekking tot Waddenfondssubsidie. Hoofdstuk drie gaat in op de uitgangspunten van het Waddenfonds. Hier worden onder andere het begrip waddenspecifiek, de kernwaarden van het Waddengebied en de verschillende fases van technische innovaties (TRL-fases) genoemd. Hoofdstuk vier bevat de uitwerking van de thema’s. Hier wordt de achtergrond per thema beschreven en er worden voorbeelden gegeven van subsidiabele en niet subsidiabele activiteiten. Hoofdstuk vijf gaat in op het Budget Lokale Innovaties en hoofdstuk zes op het laatste hoofddoel: Duurzame Kennishuishouding. Hoofdstuk2:Subsidieverstrekking door het Waddenfonds 2.1Tabel subsidiestromen Het Waddenfonds heeft drie verschillende subsidiestromen, namelijk Majeur, Thematisch en BLI. Het is voor aanvragers belangrijk om snel duidelijk te krijgen onder welke subsidiestroom hun projectidee zou kunnen passen. Het is in alle gevallen aan te raden om vroegtijdig contact op te nemen met een programmaregisseur van het Waddenfonds. Onderstaande tabel geeft de kenmerkende aspecten weer voor respectievelijk majeur, thematisch en BLI- aanvragen. Aansluitend wordt iedere subsidiestroom verder toegelicht. Aspect Majeur Thematisch Budget Lokale Innovaties (BLI) Inhoud Passend binnen het IKW en de hoofddoelen van het Waddenfonds en de gespecificeerde doelen Passend binnen de hoofddoelen van het Waddenfonds, de gespecificeerde doelstellingen en subsidieregelingen Passend binnen de hoofddoelen van het Waddenfonds zoals uitgewerkt in de kaders van BLI (subsidieregeling voor BLI) Concreetheid Activiteiten, financiering en begroting ten minste eerste twee jaar concreet en daarna globaal Projectplan, financiering en begroting concreet Projectplan, financiering en begroting concreet Eisen overige financiering Inspanning op reservering voor gehele projectperiode. Sluitende financiering minimaal eerste twee jaar * Zicht op sluitend financieringsplan* Zicht op sluitend financieringsplan* Traject Via IKW, na akkoord van de Stuurgroep, indiening bij het Waddenfonds Via programmaregisseur Waddenfonds Voortraject via lokale subsidieloketten 1 Dit zijn loketten van de provincies waar inwoners of initiatieven, provinciale subsidies (leefbaarheid en Leader) kunnen aanvragen. Meer toelichting hierover is te vinden onder 2.4 Budget Lokale Innovaties (BLI), daarna indiening bij het Waddenfonds Uitvoerings-periode** Circa 5 jaar Circa 3-5 jaar Circa 1-3 jaar Waddenfondsbijdrage absoluut Minimaal € 500.000, - De maximale en minimale bijdrage wordt bepaald door het dagelijks bestuur in de subsidieregeling Maximaal € 50.000, - Waddenfondsbijdrage relatief*** Gemiddeld 50% van de subsidiabele kosten Maximaal 90% van subsidiabele kosten Maximaal 50% van de subsidiabele kosten ‘Inspanning op reservering voor de gehele projectperiode’ betekent dat er inzet moet zijn op de reservering van de totale financiering voor de projectperiode. Met een sluitend financieringsplan wordt bedoeld dat aanvrager voor het gehele overige bedrag aan financiering (buiten de gevraagde Waddenfondssubsidie) bewijzen van beschikbaarheid (cofinancieringsbewijzen) of officiële aanvragen (overige subsidieaanvragen) kan overleggen of dat een sluitende financiering aannemelijk is binnen een nader vast te stellen periode na het indienen van de aanvraag. Bij de bepaling van de uitvoeringsperiode geldt dat bij de aanvraag aannemelijk moet worden gemaakt dat die uitvoeringstermijn haalbaar is, voorzien van een risicoanalyse en beheersmaatregelen. Bij projecten ter invulling van majeure opgaven betreft de bijdrage vanuit het Waddenfonds maximaal 50% van de subsidiabele kosten. Daarbij gelden voor verschillende onderdelen verschillende maximale subsidiepercentages. De richtlijn is dat pilots en projecten die bijdrage aan ecologische projecten en innovatieve pilots maximaal 65% subsidie krijgen en economische projecten maximaal 35%. Bij thematische subsidieregelingen kan het maximumpercentage per openstelling en activiteit verschillen. Deze is echter nooit hoger dan 90% van de subsidiabele kosten. De staatssteunkaders bepalen het uiteindelijke maximaal toe te kennen bedrag binnen deze grenzen. 2.2Majeure projecten Majeure projecten kenmerken zich in het algemeen door een forse investeringsomvang, meerjarige uitvoering, integraliteit, een lange voorbereidingstijd en meerdere samenwerkende partners. Voor majeure projecten werkt het Waddenfonds samen met de provincies voor de realisatie van het Investeringskader Waddengebied (IKW). In 2016 is het IKW door Provinciale Staten van Noord-Holland, Fryslân en Groningen vastgesteld. De provincies willen met het IKW grootschalige projecten en programma’s realiseren in het Waddengebied. Daar waar het Waddenfonds werkt met vier hoofddoelen en acht thema’s, werkt het Investeringskader met zes opgaven met bijbehorende programmeerlijnen. Daarnaast wordt er bij het IKW gewerkt in verschillende (opgave)teams. Meer informatie over de programmeerlijnen en de opgaveteams is te vinden op de website van het IKW. Aanvragen voor majeure projecten moeten altijd eerst via het IKW ingediend worden. Binnen het IKW wordt er gekeken of het project binnen de programmeerlijnen van het IKW past en of het binnen de hoofddoelen, doelspecificaties en themalijnen van het Waddenfonds past. De medewerkers van het investeringskader hebben in samenwerking met de regisseurs van het Waddenfonds een initiërende, sturende en begeleidende rol bij de ontwikkeling van projecten en programma’s in een samenhangend geheel. Tijdens de bespreking en behandeling in het desbetreffende (opgave)team wordt er gekeken of het majeure project bij het Waddenfonds past of enkel bij het IKW. Het advies van het (opgave)team wordt voorgelegd aan de stuurgroep Waddenprovincies, die vervolgens de initiatiefnemer van het project adviseert om een subsidieaanvraag in te dienen bij het Waddenfonds. Na akkoord van de stuurgroep Waddenprovincies kan een subsidieaanvraag voor een majeur project vervolgens bij het Waddenfonds ingediend worden. Neem voor majeure projecten contact op met een programmaregisseur van het Waddenfonds of met een voorzitter van een opgaveteam van het IKW. Meer informatie over het IKW is te lezen op www.investeringskaderwaddengebied.nl en in bijlage 4. 2.3Thematische projecten Thematische projecten zijn projecten die vallen onder één of meerdere van de acht thema’s van het Waddenfonds. Vallend onder de eerste drie hoofddoelen van het Waddenfonds zijn in dit Uitvoeringsprogramma deze acht thema’s uitgewerkt in verschillende themalijnen met bijhorende doelspecificaties. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 4 van dit Uitvoeringsprogramma. Elk thema wordt ingeleid met een achtergrondbeschrijving, waarin de kansen en bedreigingen van het betreffende thema zijn geformuleerd. Vervolgens is elke themalijn uitgewerkt in doelen, subsidiabele activiteiten en indicatoren. De genoemde subsidiabele activiteiten en outputindicatoren dienen enkel als voorbeeld en zijn niet limitatief bedoeld. In de betreffende subsidieregeling voor thematische projectsubsidiering staan in elk geval de subsidiabele activiteiten, de periode waarin aanvragen gedaan kunnen worden, de beoordelingscriteria, het subsidieplafond en het maximale subsidiebedrag per aanvraag. Het Waddenfonds geeft tijdig aan wanneer er een nieuwe thematische subsidieregeling in werking treedt en volgens welke systematiek deze aanvragen worden beoordeeld. Raadpleeg de geldende subsidieregeling op de website van het Waddenfonds en neem contact op met een programmaregisseur van het Waddenfonds. In dit Uitvoeringsprogramma zijn acht thema’s opgenomen vallend onder de eerste drie hoofddoelen van het Waddenfonds, elk met één of meer themalijnen 2.4Budget Lokale Innovaties (BLI) Als derde subsidiestroom is er een budget voor lokale innovaties waarvoor jaarlijks subsidieaanvragen kunnen worden ingediend. Het BLI is een laagdrempelige subsidieregeling voor initiatieven uit lokale gemeenschappen in aansluiting op bestaande leefbaarheids- en ontwikkelingsprogramma’s voor het platteland. Met het BLI biedt het Waddenfonds onder andere aan samenwerkingsverbanden van initiatiefnemers de mogelijkheid om voor vernieuwende, kleinschalige projecten subsidie aan te vragen. Activiteiten moeten bijdragen aan de vitaliteit en de sociaaleconomische duurzaamheid van gemeenschappen. Ook moet het de sociale cohesie versterken doormiddel van het versterken van bestaande netwerken of het creëren van nieuwe netwerken. Daarnaast moeten de projecten waddenspecifiek zijn. Denk daarbij aan projecten, uitgevoerd vanuit of met de lokale gemeenschap die bijdragen aan de kernwaarden van het Waddengebied en/of inspelen op specifieke kansen en bedreigingen voor het Waddengebied (zoals bijvoorbeeld beschreven in de thema’s in dit Uitvoeringsprogramma). Initiatieven op dit vlak dragen bij aan gemeenschapszin en aan het ontstaan van nieuwe netwerken of aan het versterken van bestaande netwerken, en het stimuleren van samenwerking. De voorbereidingsfase van een BLI aanvraag loopt bij voorkeur via lokale subsidieloketten. Dit zijn loketten van de provincies waar inwoners of initiatieven, provinciale subsidies (leefbaarheid en Leader) kunnen aanvragen. Deze Adviesloketten (zie website van het Waddenfonds) doen hierbij de eerste advisering over aanvragen die vallen binnen BLI en helpen bij de verdere voorbereiding van de aanvraag. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de kennis en kunde van de regio die de medewerkers hebben. Verder hebben de lokale loketten de mogelijkheid om breder te adviseren, omdat zij meerdere subsidiesporen behartigen. Op die manier wordt gekeken welke subsidie het beste bij uw project past. Lees meer over het BLI in hoofdstuk 5 of raadpleeg de geldende Subsidieregeling Budget Lokale Innovaties Waddenfonds op de website van het Waddenfonds. Routekaart Subsidies Waddenfonds Het onderstaande stroomschema is bedoeld als hulpmiddel om vooraf te bepalen welk subsidiespoor het beste past bij uw project. Neem bij twijfel altijd contact op met het Waddenfonds via info@waddenfonds.nl of bel naar 058 233 90 20. 2.5Subsidie aanvragen Het dagelijks bestuur van het Waddenfonds is bevoegd om subsidies te verstrekken. Het algemeen bestuur heeft de Algemene Subsidieverordening Waddenfonds vastgesteld, met daarin algemene spelregels over subsidieverstrekking. Het dagelijks bestuur kan meer specifieke subsidieregelingen vaststellen. Hierin zijn, naast subsidiabele activiteiten en het subsidieplafond, onder andere het beoordelingskader (vereisten, toetsingscriteria) en bepalingen over de hoogte van de subsidie opgenomen. Daarnaast kunnen verschillende methoden voor het verdelen van subsidie door het Waddenfonds worden toegepast. Voorbeelden hiervan zijn het molenaarsprincipe (wie het eerst komt, wie het eerst maalt), prijsvragen en tenders. Per subsidieopenstelling wordt aangegeven welkeverdeelsystematiek wordt gebruikt. Voorbereiding aanvraag Neem contact op met een van de programmaregisseurs van het Waddenfonds in de voorbereidingsfase van een thematische of majeure subsidie aanvraag. Zij kunnen aangeven of het project kansrijk is en of het past binnen de kaders. Ook kunnen zij verdere informatie geven over de manier waarop een aanvraag tot stand kan komen en hoe een aanvraag kan worden ingediend. Voor BLI projecten kunt u contact opnemen met de adviesloketten. Verdere informatie over het indienen van een aanvraag is op de website van het Waddenfonds te vinden. Juridisch toetsingskader Om vorm te geven aan die subsidieverlening heeft het Waddenfonds verschillende juridische instrumenten die in samenhang met elkaar, zoveel mogelijk waarborgen dat de subsidie daar terecht komt, waar die de gewenste impact heeft. Het Waddenfonds verleent op drie manieren subsidie. Ten eerste aan majeure projecten (lees meer over majeure projecten in 2.1); de aanvragen in dit kader worden getoetst aan het Uitvoeringskader, het Uitvoeringsprogramma, de Algemene Subsidieverordening en de beleidsregels. De andere twee gebruikelijke manieren om subsidie te verlenen zijn dat het Waddenfonds subsidieregelingen openstelt voor thematische projecten en BLI projecten (lees meer over thematische projecten en BLI in 2.2 en 2.3). Deze thematische openstelling en de openstelling voor BLI geven in de respectieve subsidieregelingen nadere inhoudelijke en procedurele regels, waaraan voldaan moet worden om subsidie te kunnen krijgen. Bij thematische openstellingen gaat het dan vaak om specifieke inhoudelijke focus op bepaalde thema's uit het Uitvoeringsprogramma. De aanvragen in dit kader worden getoetst aan de betreffende subsidieregeling, het Uitvoeringskader, het Uitvoeringsprogramma, de Algemene Subsidieverordening en de beleidsregels. Op de website van het Waddenfonds zijn de voor subsidieverstrekking relevante documenten en formulieren te raadplegen. Zie bijlage 5 voor een overzicht van de verschillende documenten met een toelichting per document waarvoor het gebruikt kan worden. Let wel, een aantal van de formats moeten verplicht gebruikt worden. Dit staat aangegeven bij de desbetreffende subsidieregeling. Financiële begrenzingen Er zijn verschillende financiële begrenzingen voor projectaanvragen. Het totaal van de overheidsbijdragen mag niet meer zijn dan de Europeesrechtelijke bepalingen met betrekking tot staatssteun. Daarnaast mag een Waddenfondssubsidie nooit meer bedragen dan 90% van de kosten die voor subsidie in aanmerking komen. Deze begrenzingen zijn vastgelegd en zijn na te lezen in de van toepassing zijnde Algemene Subsidieverordening Waddenfonds, specifieke subsidieregelingen en de geldende beleidsregels (verdere toelichting over de beleidsregels is te vinden in bijlage 5). Instandhoudingsverplichting In verband met het bereiken van de Waddenfondsdoelen kent het Waddenfonds een instandhoudingsverplichting voor majeure en thematische projecten. De subsidieontvanger is verplicht om het projectresultaat minimaal in stand te houden in overeenstemming met wat met het project wordt beoogd gedurende een periode van vijf jaar met dien verstande dat voor gebouwen een periode van tien jaar geldt en voor grondaankopen een periode van twintig jaar. Monitoring Het Waddenfonds verstrekt subsidie aan projecten die bijdragen aan de realisatie van de hoofddoelen van het Waddenfonds. Van tevoren is niet met zekerheid te zeggen en in welke mate dat het geval is. Om de gerealiseerde bijdrage van projecten aan de doelen te kunnen bepalen worden de resultaten (output) en de effecten (outcome) van projecten geëvalueerd. Hoe het Waddenfonds dit doet, staat in de beleidsregel Monitoring en Evaluatie Waddenfonds. Deze beleidsregel is te vinden op de website van het Waddenfonds. Er ligt een verantwoordelijkheid bij de aanvrager met betrekking tot het rapporteren over de output van het project. Door middel van voortgangsrapportages en in een eindverantwoording aan het Waddenfonds. Als een subsidie is verstrekt lager dan € 50.000, - geldt de verplichting tot het overleggen van een voortgangsrapportage niet. Daarnaast is het Waddenfonds verantwoordelijk voor het meten van de outcome van projecten. Wel vraagt het Waddenfonds van de aanvrager om bepaalde informatie te verschaffen, zodat de outcome van projecten gemeten kan worden. Elke aanvraag, met uitzondering van aanvragen voor BLI, dient daarom een monitoringsplan of -paragraaf te bevatten. In het format projectplan staat welke informatie het Waddenfonds hiervoor nodig heeft. Het format projectplan staat op de website van het Waddenfonds. Trilaterale samenwerking De Waddenzee strekt zich uit langs de kust van drie landen. Zowel majeure als thematische projecten die de internationale relaties met de Noordzee(kustzone), het Deense en Duitse Wad versterken kunnen door het Waddenfonds worden gesubsidieerd. Randvoorwaarde voor het Waddenfonds is wel dat het om activiteiten moet gaan die een aantoonbaar effect hebben op het Nederlandse Waddengebied (zie bijlage 1). 2.6Innovatieve projecten Het Waddenfonds subsidieert projecten die bijdragen aan de hoofddoelen. Hieronder vallen ook pilots en innovatieve projecten in het Waddengebied. Onder pilots worden projecten met een ‘leren door doen’ karakter verstaan. Dit is niet fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, maar onderzoek door middel van testen met een voorziene uitrol in het Waddengebied. Innovatief betekent dat het Waddenfonds inzet op zowel product- als procesinnovatie. Hierbij wordt productinnovatie gezien als technologische innovatie waarbij nieuwe producten en diensten ontstaan die de regionale productie kunnen vergroten met een kleine(

  1. re)gebruiksdruk op de omgeving. Procesinnovatie kan zowel een niet-technische als een technische innovatie zijn. Niet-technische procesinnovatie kan gaan over het vernieuwend inrichten van een dienst. Een technologische proces innovatie is een innovatie waarbij er aanpassingen worden gedaan in de manier waarop producten gemaakt en geleverd worden. De productiewijze wordt op die manier bijvoorbeeld sneller, efficiënter of rendabeler. Wanneer er sprake is van een technische innovatie, wordt er gekeken naar het Technology Readiness Level (TRL)-model, dat hieronder verder wordt toegelicht. 2.6.1Technische innovaties en het TRL-model Het Waddenfonds richt zich vanwege de beperking in budget en looptijd van het fonds op een beperkt aantal projectfasen van dergelijke technische innovatietrajecten. Dit begint bij het testen en valideren van de technologie in een relevante omgeving. Gebruik makend van het Technology Readiness Level (TRL)-model zijn dit de TRL’s 5 tot en met 82Het hier gepresenteerde TRL-model wordt onder meer door de Europese Commissie gehanteerd. 3Als onderdeel van innovatieve pilots in de fases TRL 5-8 sluit het Waddenfonds ondersteuning van specifieke maatregelen die betrekking hebben op TRL 4 niet uit. Maar dat kan alleen als die specifieke maatregelen nodig zijn voor de volgende TRL-fases in een relevante praktijkomgeving en daarmee onderdeel zijn van een project wat zich in hoofdzaak richt op de fases 5-8. waar een bijdrage vanuit het Waddenfonds mogelijk is. Hierbij zijn vier fasen vastgesteld: De eerste drie niveaus (TRL 1, 2, 3) behoren tot ‘discovery’, gevolgd door TRL 4, 5 en 6 van de fase ‘development’. TRL 7 en TRL 8 behoren tot de fase ‘demonstration’, met TRL 9 ‘deployment’ als laatste ontwikkelingsfase. De definities van de niveaus zijn als volgt vastgesteld (in rood de fasen waarin het Waddenfonds kan ondersteunen): Basic principles observed Deze fase wordt gekenmerkt door fundamenteel onderzoek. De basisprincipes van de technologie zijn geobserveerd en er zijn aannames over de werkingsprincipes van deze technologie. Hier is echter nog geen experimenteel bewijs voor beschikbaar; Technology concept formulated Het technologisch concept en het mogelijke toepassingsgebied zijn geformuleerd; Experimental proof of concept De eerste laboratoriumtesten zijn afgerond met een ‘proof of concept’ als resultaat; Technology validated in lab Het proof of concept wordt gevalideerd in laboratorium-omgeving, veelal met behulp van ruwe (low-fidelity) prototypes op kleine schaal; Technology validated in relevant environment De technologie is getest en gevalideerd in een relevante omgeving. Hierbij worden vaak functionele en geraffineerde (high-fidelity) prototypes gebruikt; Technology demonstrated in relevant environment De werking van de technologie wordt in een relevante omgeving gedemonstreerd. De prestaties van het prototype zijn nog niet geoptimaliseerd voor de operationele omgeving. Met behulp van deze demonstratie wordt het technisch werkingsprincipe aangetoond; System prototype demonstration in operational environment De technologie is geïntegreerd in de uiteindelijke operationele omgeving. De focus ligt nu op zaken als productie en certificering; System complete and qualified De technologie presteert naar behoren en de laatste productieproblemen zijn opgelost; Actual system proven in operational environment De technologie is technisch en commercieel gereed. De volgende stappen zijn productie en marktintroductie. 2.7Hoofddoelen, thema’s, themalijnen en gespecificeerde doelen Onderstaand zijn de hoofddoelen van het Waddenfonds (A tot en met D), de bijbehorende thema’s en de gespecificeerde doelen weergegeven. De doelspecificatie geeft inzicht in de prioritaire ontwikkelambities voortvloeiend uit de hoofddoelen. Deze doelspecificatie wordt richtinggevend gehanteerd voor zowel majeure projecten als voor de thematische openstellingen. Hoe de gespecificeerde doelen bereikt kunnen worden, is per thema uitgewerkt in hoofdstuk 4. Daar wordt de achtergrond van ieder thema beschreven en zijn de thema’s verder uitgewerkt in themalijnen. Voor elke themalijn is aangegeven waarom, hoe en welke gespecificeerde doelen worden nagestreefd. En worden er onder andere voorbeelden gegeven van de subsidiabele activiteiten. Hoofddoelen Waddenfonds Doelenspecificatie Waddenfonds 2021-2026 A. Het vergroten en versterken van de natuur- en land­schaps­waarden van het Waddengebied Thema 4.1 Natuur Themalijn 1: Meer ruimte voor natuurlijke processen en versterken van de Waddenzee en de randen van het Wad Gespecificeerde doelen Versterken van de ecologische functies van de Waddenzee als de kinder- en kraamkamer, voedselbron, rustgebied, broed- en leefgebiedfuncties en als schakel in de trekroutes van vogels en vissen; Versterken habitatdiversiteit: streven naar een kwalitatief goede mix van habitattypes van voldoende omvang en dichtheid en niet te ver van elkaar verwijderd; Versterken van de Waddenzee door realiseren van meer wadachtige milieus en brakwatergebieden binnendijks en door het versterken van de relaties met de Noordzeekustzone, het Deense en het Duitse Wad; Meer geleidelijke zoet-zout overgangen; Behoud en versterking van de natuurlijke sedimentatieprocessen en stromingspatronen; Verbetering natuur Eems-Dollard door meer ruimte te bieden voor natuurlijke processen, meer kwelders, zoet-zout overgangen, meer zwevende - en bodemalgen en gezonde leefgebieden voor vogels en vissen. Gestreefd wordt naar een natuurlijk troebele Dollard en daartoe dient vanaf 1-1-2023 jaarlijks minimaal een miljoen ton slib verwijderd te worden; Meer dynamiek in de kustverdediging van de Waddeneilanden en het kustgebied. Themalijn 2: Versterken en verbeteren onderwaternatuur Gespecificeerde doelen Een evenwichtiger voedselweb waarin alle potentiële trofische niveaus vertegenwoordigd zijn; Randvoorwaarden creëren of versterken voor de ontwikkeling van onderwaternatuur (plankton, algen, zeegras, mossel- en oesterbanken, schaaldieren e.d.); Vergroten areaal gesloten gebied (bij voorkeur op kombergingsniveau) en het stimuleren van natuur- en rustherstel daarbinnen); Verduurzaming mosselzaadinvanginstallaties gericht op het versterken van de natuurwaarden onder water; Afname van menselijke invloed op wadplaten en creëren condities voor meegroeien met gecombineerde effect van zeespiegelstijging en bodemdaling. Themalijn 3: Versterken swimway voor vissen en flyway voor vogels Gespecificeerde doelen Betere functievervulling van de Waddenzee als hotspot in de swim- en /of flyway (uitvoering geven aan aanbevelingen van de projecten RBVV2, Waddenmozaïek en Swimway); Versterken habitatdiversiteit; Vergroten rust en voedselaanbod; Versterken populaties c.q. lokale dichtheden aan (trek)vissen in het Waddengebied; Meer doortrek- en paaigebieden in het achterland voor vis alleen als onderdeel van gebiedsontwikkelingsprojecten; Aanleg of verbetering van (binnendijkse en buitendijkse) predatiebestendige vogelbroedgebieden en hoogwatervluchtplaatsen in de Waddenzee voor wadvogels; Kennisontwikkeling en monitoring ecologische schakelfunctie Waddenzee. Themalijn 4: Vergroten biodiversiteit kustgebied en op de Waddeneilanden Gespecificeerde doelen Vergroten van de biodiversiteit op de eilanden en in het kustgebied die passen bij kenmerkende landschapstypen van het Waddengebied. Thema 4.2 Werelderfgoed, Cultuurhistorie en Landschapsontwikkeling Gespecificeerde doelen Behouden en versterken van voor het Waddengebied typische cultuurhistorische- en landschappelijke elementen; Toevoegen van toekomstbestendige functies aan cultuurhistorisch erfgoed van het Waddengebied; Behouden en versterken van kernwaarden Waddengebied. B. Het verminderen en wegnemen van externe bedreigingen van de natuurlijke rijk­dom van de Waddenzee Thema 4.3 Water, Bodem, Licht en GeluidZie daarvoor de tabel met outcome-indicatoren in bijlage 2 van het Format projectplan op de website van het Waddenfonds. Daar kunnen de voor een aanvraag relevante outcome-indicatoren uit geselecteerd worden. Gespecificeerde doelen Verbeteren waterkwaliteit door reductie en voorkomen van verontreinigingen in de Waddenzee; Minder en anders baggeren (met inzet van nieuwe technieken); Meer licht en zuurstof in waterkolom en op bodem (door verminderen en/of voorkomen negatieve effecten baggeren en andere vormen van bodemverstoring); Voorkomen en vermindering negatieve effecten zandsuppleties; Ontwikkelen en toepassen van nieuwe nuttige toepassingen van slib en bagger; Verminderen verstoring licht, geluid en rust van diverse bronnen in het Waddengebied; Slim benutten en het vasthouden van zoet water. C. Een duurzame eco­nomische ontwikke­ling in het Waddengebied, dan wel gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en de direct aan­grenzende gebieden Thema 4.4 Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme Gespecificeerde doelen Versterken toeristisch aanbod in de vorm van meer belevingsmogelijkheden, attracties en arrangementen gebaseerd op de kernwaarden en passend binnen de verhaallijnen van Programma Visit Wadden; Verduurzamen recreatief-toeristisch aanbod; Verduurzamen van het toeristisch vervoer; Versterken gastheerschap en bewustwording Werelderfgoed Waddenzee. Thema 4.5 Duurzame EnergieEnergie Gespecificeerde doelen Bevorderen van de energie- en warmtevoorziening met hernieuwbare bronnen door stimuleren van innovaties om energie op te slaan, warmtenetten of collectieve warmtepompen te ontwikkelen en bevorderen van innovaties met betrekking tot groen gas, smart grids e.d. die nog niet marktrijp zijn (TRL-fases 5-8); Bevorderen van technieken die de productie, opschaling en benutting van groene waterstof voor vergroening van de mobiliteit vanuit de havens en de industrie mogelijk maken; Optimaal afstemmen van vraag en aanbod van energie (groen gas, elektriciteit en warmte) door dorpen/energiecoöperaties, in combinatie met behoud en versterking van de kernwaarden; Zelfvoorzienende eilanden voor energie (elektriciteit, gas en warmte) op basis van duurzaam opgewekte energie, in overeenstemming met het “Visiedocument duurzame Waddeneilanden”, waarbij het Waddenfonds projecten wil ondersteunen die eraan bijdragen om deze ambitie in 2026 te realiseren; Versneld ontwikkelen en opschalen van technieken die elektriciteit uit water van de Waddenzee en de Noordzeekustzone van de eilanden (o.a. energiewinning uit getijde, golfslag en osmose) produceren, ook als economische kans voor het Waddengebied Energie uit water combineren met reductie zandsuppleties, vooroeverwerking, mariene aquateelten en/of andere vormen van bij de natuurwaarden van de Waddenzee passend medegebruik; Stimuleren verduurzaming van energievoorziening in bestaande woningbouw in bebouwde omgeving in combinatie met energiebesparing en behoud en versterking van cultuurhistorische kwaliteiten van de bebouwde omgeving via innovatieve (pilot)projecten; Stimuleren fossielvrij maken van energievoorziening in de economische sectoren in combinatie met behoud en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten via innovatieve (pilot)projecten. Thema 4.6 Duurzame Waddenhavens Gespecificeerde doelen Reduceren emissies NOx, CO2, So2, fijnstof, geluid en licht en reduceren warmtelozingen naar water en lucht; Stimuleren nuttig hergebruik afvalstoffen en beperken grondstofgebruik; Meer voor het Waddengebied kenmerkende natuur in de havens, ook voor de kleinere havens Met biodiversiteit wordt hier bedoeld onderwaternatuur maar ook bijvoorbeeld stroken op industrieterreinen (haven) of tijdelijke natuur op braakliggend terrein; Verminderen belasting natuur Waddenzee vanuit de havens en havengebonden activiteiten; Bij fysieke ruimtelijke uitbreiding uitvoering op een wijze die een plus oplevert voor de natuur (building with nature); Verduurzaming logistieke en industriële processen/industrie in/bij havens (o.a. innovatieve projecten biobased, aquaculturen, (rest)stromen nuttig toepassen); Vergroenen en verduurzamen mobiliteit vanuit de havens en op de Waddenzee op basis van groene brandstoffen en voortstuwingstechnieken. Thema 4.7 Duurzame Landbouw Gespecificeerde doelen Het bevorderen van een duurzame landbouw die voorbereid is op toenemende verziltende omstandigheden, droogte en extremere regenval; Verminderen van de emissies uit de landbouw die de ecologische kwaliteit van het Waddengebied en de Waddenzee verminderen (de Waddenzee via Thema: Externe bedreigingen). En verminderen van emissies uit de landbouw op kwetsbare natuurgebieden op de eilanden en in het kustgebied; Een landbouw die bijdraagt aan waddenspecifieke biodiversiteit; Een kringlooplandbouw met benutten van bij voorkeur waddenspecifieke reststromen (slib, algen en wieren, etc.). Thema 4.8 Duurzame Visserij Gespecificeerde doelen Flexibele Wad-visserij(keten) die inspeelt op de seizoenseffecten van de Waddenzee en die past binnen de ecologische functies, ontwikkelingen en waarden van de Waddenzee; Verminderen van de ecologische impact van visserij op de Waddenzee; Opwaarderen en/of circulair benutten van (bij)producten en/of reststromen; Bevorderen van aquaculturen op land in kustzone met het oogmerk de ecologische druk in de Waddenzee te verminderen en/of de ecologische omstandigheden te verbeteren; Verduurzaming van bodemmosselzaadvisserij en/of mosselzaadinvanginstallaties. D. Het ontwikkelen van een duurzame kennishuishouding ten aanzien van het Waddengebied Thema 6 Duurzame kennishuishouding Gespecificeerde doelen Entameren van en coördinatie in kennisontwikkeling en -inzet kennisinstellingen en het bepalen van prioritaire kennisvragen; Ontsluiten en toepassen kennis voor beleid en beheer; Coördineren, integreren en rapporteren monitoringprogramma's; Actieve verspreiding kennis over Waddengebied; Invulling geven aan ontbrekende schakels in de evaluatie en monitoringssystematiek van het Waddenfonds. Hoofdstuk 5: Budget Lokale Innovaties Gespecificeerde doelen Bevorderen van de vitaliteit en de sociaaleconomische duurzaamheid van lokale gemeenschappen; Bijdragen aan nieuwe lokale netwerken of versterking van bestaande lokale netwerken. Hoofdstuk3:Uitgangspunten van het Waddenfonds Het Waddenfonds hanteert bij het nastreven van de hoofddoelen een aantal uitgangspunten. Om in aanmerking te komen voor subsidie, moeten subsidieaanvragen hieraan voldoen. Hoe meer een project bijdraagt aan deze uitgangspunten, hoe beter het project past bij de manier waarop het Waddenfonds zijn middelen wil inzetten. 3.1Duurzame ontwikkeling Duurzame ontwikkeling is een kernbegrip voor het Waddenfonds en is daarom een algemeen vereiste. Ieder project wordt getoetst op het duurzame karakter. Zo mag er geen inbreuk worden gemaakt op de ecologische, economische en sociale dimensie van de duurzame ontwikkeling van het Waddengebied. De voorkeur gaat uit naar projecten die meerdere dimensies van duurzaamheid versterken. Voor onderbouwing van een bijdrage aan duurzame ontwikkeling kan een subsidieaanvrager gebruik maken van de doelen, geformuleerd door de Verenigde Naties. In bijlage 4 staan de VN-doelen die het meest relevant zijn voor het Waddenfonds, aangevuld met illustratieve voorbeelden. Verdere toelichting over Duurzame ontwikkeling is te lezen in bijlage 4. 3.2Waddenspecifiek 3.2.1Beoordelingscriteria waddenspecifiek Het Waddenfonds heeft het begrip waddenspecifiek op vier onderdelen geconcretiseerd: Te subsidiëren activiteiten vinden plaats in en/of moeten effect hebben op het werkingsgebied van het Waddenfonds; Te subsidiëren activiteiten doen geen substantieel afbreuk aan de kernwaarden (zie toelichting kernwaarden hieronder) van het Waddengebied; Maatregelen en activiteiten/investeringen van een project dragen bij aan behoud of versterking van de kernwaarden; Maatregelen en activiteiten/investeringen van een project dragen bij aan het oplossen van problemen en/of het benutten van kansen. Bij problemen en kansen gaat het om voor het Waddengebied kenmerkende kansen en bedreigingen. Veelal zijn die verbonden met de gebied specifieke kwaliteiten en cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied. Bij economische activiteiten gaat het om activiteiten die gericht zijn op een duurzame economische ontwikkeling en/of energietransitie. Het Waddenfonds beoordeelt een aanvraag als (voldoende) waddenspecifiek als de aanvraag voldoet aan minimaal drie van bovenstaande bepalingen. De aanvraag moet altijd aan de eerste bepaling voldoen, zoals opgenomen in de ASV. Verdere uitleg over wat het Waddenfonds onder waddenspecifiek verstaat, is te lezen in bijlage 4. 3.2.2Kernwaarden Het Waddengebied is een uniek gebied dat zich niet laat vangen in enkele definities. Om te kunnen beoordelen of projecten en activiteiten waddenspecifiek zijn en om de bijdrage van projecten aan de hoofddoelen van het Waddenfonds te beoordelen, worden er kernwaarden gehanteerd. De hieronder geformuleerde kernwaarden vloeien voort uit algemeen erkende kernwaarden van het Waddengebied en zijn opgenomen in de Gebiedsagenda Wadden 2050. Projecten en programma’s mogen de kernwaarden niet substantieel aantasten en moeten die het liefst versterken. Het Waddenfonds hanteert daarbij de onderstaande lijn en definities: Dynamische natuur van de Waddenzee. De natuurlijke dynamiek - de getijdenwerking, sedimentatieprocessen, stromingspatronen en de (geleidelijke) zoet-zout overgangen naar de kust en de eilanden – is de kernwaarde die ten grondslag ligt aan de ecologische functies van de Waddenzee voor onder meer vogels, vissen en onderwaternatuur. Die organismen kunnen alleen floreren als de natuurlijke dynamiek niet wordt aangetast en als wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor het vervullen van de ecologische functies. Dan krijgen natuurlijke processen de ruimte om zich te ontwikkelen; Rust (te denken valt aan activiteiten, aantal toeristen); Ruimte (openheid; weidsheid; vergezichten); Stilte (afwezigheid van niet natuurlijke geluiden); Duisternis (afwezigheid van door menselijke activiteiten voortgebracht licht); De waardevolle landschappen en het cultureel erfgoed in en om dorpen en steden, op de eilanden en in de zee. Dat betreft voor de verschillende landschapstypes in het Waddengebied kenmerkende cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle elementen die aanwezig kunnen zijn in landschappelijke patronen (zoals dijken, maren en terpen/wierden). Toevoeging van nieuwe landschappelijke of cultuurhistorische elementen dienen zo ontworpen te worden dat ze aansluiten bij de kernwaarden en karakteristieken van de verschillende landschapstypes in het Waddengebied. Deze kernwaarden en karakteristieken staan beschreven in de Gebiedsagenda Wadden 2050 waarin de basiskaart Landschap & Erfgoed is opgenomen. Voor een verdere uitwerking zijn de volgende provinciale kaarten van belang: De kwaliteitsgids provincie Groningen (kwaliteitsgidsgroningen.nl); De leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 van de provincie Noord Holland https://leidraadlc.noord-holland.nl/ met daaronder de informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie (noord-holland.nl); De Cultuurhistorische Kaart Fryslân (Cultuurhistorische kaart Fryslân | Fryslan). Het menselijk medegebruik van het Waddengebied door economische sectoren als bijvoorbeeld visserij, havenactiviteiten, landbouw, energie en recreatie/toerisme mag geen substantieel afbreuk doen aan deze kernwaarden en draagt bij voorkeur bij aan behoud en versterking ervan. 3.3Additionaliteit Het Waddenfonds voorziet in extra investeringen in het Waddengebied die de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap versterken. Het Waddenfonds investeert alleen in (de onderdelen van) projecten die additioneel zijn. Bij elke aanvraag worden onderstaande aspecten meegewogen: Projecten of onderdelen van projecten die zijn aan te merken als reguliere investeringen of verplichting, inclusief regulier beheer en onderhoud of investeringen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan wettelijke verplichtingen, komen niet voor subsidie in aanmerking; Waddenfondsmiddelen dienen niet als substituut voor budget voor beleidsrealisatie. Wel zijn investeringen in aanvulling mogelijk als sprake is van verdergaande of versnelde ambities en doelen die passen bij de hoofddoelen van het Waddenfonds. Voor investeringen die raakvlakken vertonen met reguliere beleidsprogramma’s zoals Natura2000 en de Kaderrichtlijn Water wil het Waddenfonds ook maatregelen subsidiëren vanuit die programma’s, mits is aangetoond dat de beleidsdoelen daarvan zonder steun van het Waddenfonds niet gehaald kunnen worden en/of er geen zicht is op dekking vanuit reguliere financieringsbronnen. Verder uitleg over additionaliteit is te lezen in bijlage 4. 3.4Integraliteit Het Waddenfonds zoekt projecten met impact en hanteert daarbij dat de impact van programma’s en projecten het grootst is als deze zo integraal mogelijk worden voorbereid en uitgevoerd. Het Waddenfonds denkt bij integraliteit aan: Het aantoonbaar aansluiten op relevante bestaande visies, beleid en ontwikkelingen en in afstemming met en betrokkenheid van relevante instanties. Hiermee is de kans het grootst dat deze programma’s en projecten complementair zijn aan bestaande ontwikkelingen en een breed draagvlak hebben in de uitvoering. De exacte uitwerking van integraliteit is afhankelijk van de specifieke context en hierdoor niet altijd hetzelfde. Zo kan het in de ene situatie passend zijn dat instanties participeren als projectpartner, terwijl het in een andere situatie passend is dat vooral afstemming plaatsvindt in de voorbereiding die daarna wordt vastgelegd in steunverklaringen. Het Waddenfonds vraagt aanvragers aan te tonen hoe deze integrale aanpak in zijn of hun specifieke context zo goed mogelijk is geborgd. 3.5Doelrealisatie Programma’s en projecten moeten altijd bijdragen aan het realiseren van tenminste één van de vier hoofddoelen van het Waddenfonds. De voorkeur gaat uit naar programma’s en projecten die een bijdrage leveren aan de realisatie van meerdere van de eerste drie doelen van het Waddenfonds of onderliggende gespecificeerde doelen (meervoudige doelrealisatie). Hoofdstuk4:Uitwerking thema’s 4.1Natuur Achtergrond Als uitwerking van het hoofddoel voor natuur en landschap streeft het Waddenfonds naar een rijkere Waddenzee en een meer biodivers kustgebied. Ons doel voor de Waddenzee is een evenwichtiger voedselweb waarin alle potentiële trofische niveaus (primaire producenten, consumenten en carnivoren) aanwezig zijn. Daarvoor is nodig dat de Waddenzee haar verschillende ecologische functies kan vervullen: Als schakel in de fly- en swimway voor trekvogels en -vissen; Als broedgebied, voedselgebied, rustgebied en leefgebied voor soorten die hun hele levenscyclus in het Waddengebied verblijven en voor trekkende soorten; Als kinder- en kraamkamer voor vissen; De Waddenzee kan momenteel deze ecologische functies niet altijd goed vervullen, omdat aan een aantal eisen daarvoor niet wordt voldaan. Dat kan alleen als natuurlijke processen in de Waddenzee zelf meer ruimte en rust krijgen. Dan pas kan de Waddenzee groter, robuuster en veerkrachtiger worden en zich blijven aanpassen aan klimaatverandering. Daarbij zal moeten worden geaccepteerd dat de soorten die voorkomen in de Waddenzee gaan veranderen, omdat de Waddenzee voor bepaalde soorten te warm of anderszins ongeschikt zal worden als leefgebied. Aandachtspunt hierbij is dat er voldoende zoet water beschikbaar moet blijven voor de Waddenzee via de waterafvoer punten langs de kust. Ook het kustgebied is van grote betekenis om de hoofddoelstelling voor natuur en landschap te realiseren. Natuurwaarden in het kustgebied zijn veelal verbonden met de landbouw, maar zijn ook te vinden in bos- en natuurgebieden. Qua soorten dieren gaat het onder meer om akkervogels, weidevogels, vissen, en om fauna die te vinden is in en langs watergangen en op daarmee verbonden harde randen als dijken en dammen. Landschapskwaliteiten verschillen per landschapstype en zijn vastgelegd in de basiskaart Landschap & erfgoed van de Agenda voor het Waddengebied 2050. Voor de verdere uitwerking zijn de provinciale kaarten van belang die genoemd worden op pagina 21 onder toelichting van de kernwaarden. Als uitwerking van de hoofddoelstelling voor Natuur en Landschap hanteert het Waddenfonds de gespecificeerde doelen van het Waddengebied voor het thema Natuur. Zo wil het Waddenfonds een rijkere Waddenzee helpen realiseren en de biodiversiteit in het kustgebied vergroten. Verduurzamen menselijk medegebruik op de Waddenzee en in het kustgebied. Uitgangspunt van de Agenda voor het Waddengebied 2050 is dat menselijk medegebruik mogelijk moet blijven. Menselijke activiteiten mogen echter geen substantiële negatieve gevolgen hebben voor de natuur en landschapswaarden van de Waddenzee. Dat impliceert dat het economisch medegebruik, zoals visserij, toerisme en recreatie, delfstofwinning en baggerwerkzaamheden van geulen, verduurzaamd dient te worden. Dit is een grote opgave. Het Waddenfonds stimuleert deze verduurzaming van het medegebruik in het kustgebied via de aparte themalijnen voor Duurzame Visserij, Landbouw, Havens, en Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme. Verduurzaming van het medegebruik buiten de gesloten gebieden van de Waddenzee wordt bevorderd via het thema Bodem, Water, Licht en Geluid. Verduurzaming van het medegebruik in voor visserij gesloten gebieden wordt met het thema Natuur gestimuleerd. Als effect van te ondersteunen projecten wil het Waddenfonds bereiken dat de Waddenzee een rijkere Waddenzee wordt. Eén die veerkrachtig genoeg is om zich aan te passen aan de klimaatverandering en robuust genoeg om de genoemde ecologische functies te kunnen blijven vervullen. Daartoe wil het Waddenfonds programma’s en projecten ondersteunen via de onderstaande vier themalijnen. Hierbij worden de volgende principes gehanteerd: Kennisontwikkeling met leren door doen-pilots; Stimuleren en uitvoeren van (no regret)-maatregelen. Om de doelen van het Uitvoeringskader voor het thema Natuur te realiseren richt het Waddenfonds zich primair op ondersteuning van investeringen die bijdragen aan en gericht zijn op meer ruimte voor natuurlijke processen, verbetering onderwaternatuur, versterken van de swim- en flywayfunctie, vergroten biodiversiteit kustgebied en verduurzaming van het economisch medegebruik en verminderen van verstoring van de natuur in de Waddenzee. Het Waddenfonds stimuleert de verduurzaming van het medegebruik buiten de - voor visserij – gesloten gebieden op de Waddenzee niet alleen via innovatieve pilotprojecten, maar ook voor investeringen die bijdragen aan de verduurzaming van het medegebruik en het terugdringen van vervuiling. Dat betreft onder andere de impact van verontreiniging door diverse bronnen, zandsuppleties, militair gebruik, aanleg van kabels en leidingen, winnen van grondstoffen en baggeren. Dit wordt verder uitgewerkt bij het thema Water, Bodem, Licht en Geluid. Gespecificeerde doelen Hoofddoelen Waddenfonds Doelenspecificatie Waddenfonds 2024-2027 A. Het vergroten en versterken van de natuur- en landschapswaarden van het Waddengebied Thema Natuur Themalijn 1: Meer ruimte voor natuurlijke processen en versterken van de Waddenzee en de randen van het Wad Gespecificeerde doelen Versterken van de ecologische functies van de Waddenzee als de kinder- en kraamkamer, voedselbron, rustgebied, broed- en leefgebiedfuncties en als schakel in de trekroutes van vogels en vissen; Versterken habitatdiversiteit: streven naar een kwalitatief goede mix van habitattypes van voldoende omvang en dichtheid en niet te ver van elkaar verwijderd; Versterken van de Waddenzee door realiseren van meer wadachtige milieus en brakwatergebieden binnendijks en door het versterken van de relaties met de Noordzeekustzone, het Deense en het Duitse Wad; Meer geleidelijke zoet-zout overgangen; Behoud en versterking van de natuurlijke sedimentatieprocessen en stromingspatronen; Verbetering natuur Eems-Dollard door meer ruimte te bieden voor natuurlijke processen, meer kwelders, zoet-zout overgangen, meer zwevende - en bodemalgen en gezonde leefgebieden voor vogels en vissen. Gestreefd wordt naar een natuurlijk troebele Dollard en daartoe dient vanaf 1-1-2023 jaarlijks minimaal een miljoen ton slib verwijderd te worden; Meer dynamiek in de kustverdediging van de Waddeneilanden en het kustgebied. Themalijn 2: Versterken en verbeteren onderwaternatuur Gespecificeerde doelen Een evenwichtiger voedselweb waarin alle potentiële trofische niveaus vertegenwoordigd zijn; Randvoorwaarden creëren of versterken voor de ontwikkeling van onderwaternatuur (plankton, algen, zeegras, mossel- en oesterbanken, schaaldieren e.d.); Vergroten areaal gesloten gebied (bij voorkeur op kombergingsniveau) en het stimuleren van natuur- en rustherstel daarbinnen); Verduurzaming mosselzaadinvanginstallaties gericht op het versterken van de natuurwaarden onderwater; Afname van menselijke invloed op wadplaten en creëren condities voor meegroeien met gecombineerde effect van zeespiegelstijging en bodemdaling; Themalijn 3: Versterken swimway voor vissen en flyway voor vogels Gespecificeerde doelen Betere functievervulling van de Waddenzee als hotspot in de swim- en /of flyway (uitvoering geven aan aanbevelingen van de projecten RBVV2, Waddenmozaïek en Swimway); Versterken habitatdiversiteit; Vergroten rust en voedselaanbod; Versterken populaties c.q. lokale dichtheden aan (trek)vissen in het Waddengebied; Meer doortrek- en paaigebieden in het achterland voor vis alleen als onderdeel van gebiedsontwikkelingssprojecten; Aanleg of verbetering van (binnendijkse en buitendijkse) predatiebestendige vogelbroedgebieden en hoogwatervluchtplaatsen in de Waddenzee voor wadvogels; Kennisontwikkeling en monitoring ecologische schakelfunctie Waddenzee. Themalijn 4: Vergroten biodiversiteit kustgebied en op de Waddeneilanden Gespecificeerde doelen Vergroten van de biodiversiteit op de eilanden en in het kustgebied die passen bij kenmerkende landschapstypen van het Waddengebied. Themalijnen Meer ruimte voor natuurlijke processen en versterken van de Waddenzee en de randen van het Wad Gespecificeerde doelen Versterken van de ecologische functies van de Waddenzee als de kinder- en kraamkamer, voedselbron, rustgebied, broed- en leefgebiedfuncties en als schakel in de trekroutes van vogels en vissen; Versterken habitatdiversiteit: streven naar een kwalitatief goede mix van habitattypes van voldoende omvang en dichtheid en niet te ver van elkaar verwijderd; Versterken van de Waddenzee door realiseren van meer wadachtige milieus en brakwatergebieden binnendijks en door het versterken van de relaties met de Noordzeekustzone, het Deense en het Duitse Wad; Meer geleidelijke zoet-zout overgangen; Behoud en versterking van de natuurlijke sedimentatieprocessen en stromingspatronen; Verbetering natuur Eems-Dollard door meer ruimte te bieden voor natuurlijke processen, meer kwelders, zoet-zout overgangen, meer zwevende - en bodemalgen en gezonde leefgebieden voor vogels en vissen. Gestreefd wordt naar een natuurlijk troebele Dollard en daartoe dient vanaf 1-1-2023 jaarlijks minimaal een miljoen ton slib verwijderd te worden; Meer dynamiek in de kustverdediging van de Waddeneilanden en het kustgebied. Het Waddenfonds stimuleert maatregelen die zo veel mogelijk bijdragen aan herstel van natuurlijke processen in de Waddenzee. Ook wil het Waddenfonds randvoorwaarden creëren waardoor de ecologische functies van de Waddenzee beter tot hun recht komen. Verder zet het Waddenfonds in op ecologische verbetering van de Eems-Dollard. Daartoe bevordert het fonds de aanwezigheid van een kwalitatief goede mix van habitattypes in voldoende dichtheid, goed onderling verbonden en niet te ver van elkaar verwijderd. Daarmee worden de mogelijkheden voor vogels en vissen om te foerageren, broeden en migreren vergroot en wordt bijgedragen aan de instandhouding van (bedreigde) populaties. Het versterken van de Waddenzee door het realiseren van meer wadachtige milieus en binnendijkse brakwatergebieden en door het vergroten van het areaal gesloten gebied; Het realiseren van meer geleidelijke zoet-zout overgangen. De afgelopen jaren heeft het Waddenfonds al bijgedragen aan dit soort overgangen in de Afsluitdijk, de kop van Noord-Holland en het Lauwersmeergebied. Tot 2027 richt het fonds zich op het Lauwersmeergebied, Harlingen en de Eems-Dollard/Westerwoldse Aa/Eemszijlen om daar meer robuuste en geleidelijker zoet-zoutovergangen te realiseren. Activiteiten die bijdragen aan behoud van voldoende afvoer volume van zoet water naar de Waddenzee kunnen hier onderdeel van zijn; Verbetering van de natuur in de Eems-Dollard. Daarvoor sluit het Waddenfonds aan bij de doelen van het programma ED2050: verbeteren habitatdiversiteit, kwaliteit en meegroeien slikken en kwelders met de zeespiegelrijzing, een natuurlijk troebele Dollard (wezenlijk lagere slibconcentraties en verhoging primaire productie), meer geleidelijke zoet-zoutovergangen, ruimte voor natuurlijke processen en meer zwevende en bodemalgen t.o.v. 2012; Het Waddenfonds ondersteunt voor de Eems-Dollard alleen projecten die reeds bestaande aantoonbaar aanvullen. Het betreft hier onderdelen van het programma Vitale kust Eems-Dollard, zoals de Dubbele Dijk, de Kleirijperij, polder Breebaart, Grote polder Termunten en de Brede Groene Dijk, waar het in alle gevallen slibinvang, -verwijdering en hergebruik van slib betreft. Nieuwe projecten dienen substantieel bij te dragen aan de doelstelling van het programma ED2050 om vanaf 1-1-2023 jaarlijks 1 miljoen ton slib te verwijderen uit de Eems-Dollard. Tevens komen nieuwe pilotprojecten voor subsidie in aanmerking die doelen van het programma ED2050 versneld realiseren of daar hogere ambities aan toevoegen. Dat kunnen bijvoorbeeld projecten zijn op het gebied van slibinvang (en nuttig hergebruik van dat slib, bij voorkeur in het gebied zelf), het vergroten van de habitatdiversiteit, meer algen in de Dollard en projecten die bijdragen aan het ‘natuurlijk troebel’ worden van de Eems-Dollard; Het vergroten van het areaal onberoerde wadbodems en het herstellen van de natuur in het voor visserij gesloten gebied in de Waddenzee. In de voor visserij gesloten gebieden wil het Waddenfonds in verschillende gebieden “leren van niets doen”, de rust gehandhaafd zien en (actieve) natuurherstelprojecten ondersteunen (zie daarvoor verder het thema 4.8 Duurzame Visserij); Meer dynamiek realiseren in de kustverdediging van de eilanden en het kustgebied. Dat kan via maatregelen die aansluiten bij de dijkversterkingsprojecten van het Programma Hoogwaterbescherming en/of het Deltaprogramma (deelprogramma Waddengebied); Voor het in stand houden van stabiele populaties is voor broedvogels behoud van de Waddenzee als broedgebied van het grootste belang. Uit recente onderzoeken blijkt dat de aantallen van de meeste soorten broedvogels teruglopen. Aanleg van nieuwe en verbetering van bestaande binnendijkse broedgebieden in de duinen en (brakke) kustbiotopen dragen bij aan het voortbestaan van broedvogels in het Waddengebied. Kansrijke locaties daarvoor zijn onder meer de kop van Noord-Holland, de Afsluitdijk, Noordpolderzijl en Ameland. Om buitendijkse broedlocaties te stimuleren zijn kwelderophoging en kwelderontwikkeling aan de wadzijde van de eilanden een mogelijkheid, mits dat geen substantiële afbreuk doet aan de natuurlijke dynamiek. Het voorkomen en verminderen van verstoring van habitats van vogels via de uitvoering van pilots of projecten die daarop gericht zijn wil het Waddenfonds mede mogelijk maken. Voor het overige dienen projectaanvragen aan te tonen dat ze aanvullend zijn c.q. voortborduren op de (tussentijdse) resultaten van de projecten Wadvogels van Allure, Rust voor vogels, Ruimte voor mensen en Wij en Wadvogels; Omdat de dynamiek in de Waddenzee door de bedijking sterk is afgenomen overstromen er veel broedgebieden in het vogelbroedseizoen. Daarom is het nodig om voor bepaalde soorten wad- en broedvogels predatiebestendige vogeleilanden aan te leggen, bij voorkeur nabij geschikte voedselgebieden en/of geleidelijke zoet-zoutovergangen. Locaties die voldoende bescherming bieden tegen overstroming en predatie en die bij foerageergebieden liggen zijn bij uitstek geschikt als hoogwatervluchtplaats (zie bijlage 2). De plekken die de meeste kans bieden voor visetende vogels, zoals sterns, liggen vooral langs de Afsluitdijk, op en langs de eilanden en op plekken langs de Waddenkust als onderdeel van een verbeterde kustverdediging. Broedpontons kunnen een bij voorkeur tijdelijke maatregel zijn die vooral in of nabij de havens of nabij de dijken een bijdrage kunnen leveren om extra broedgelegenheid te creëren voor wadvogels. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Het aanleggen en verbeteren van habitats (zoals hoogwatervluchtplaatsen/kwelders) en/of het versterken van de voedselbeschikbaarheid en het verbeteren van milieuomstandigheden voor wad-, duin- en kustvogels en residente vissen om te foerageren, te migreren en te rusten en te broeden/paaien; Maatregelen om de natuur te verbeteren in voor visserij gesloten gebieden; Maatregelen om de verstoring van habitats van vogels in de Waddenzee te voorkomen en te verminderen; Aanleg van brakwatergebieden of kwelderachtige habitats binnendijks; Maatregelen gericht op behoud van voldoende zoet water volume voor de natuur van de Waddenzee; Maatregelen die leiden tot verwijdering van slib uit de Eems-Dollard (mits ze voortborduren op lopende projecten of geheel nieuwe projecten), bij voorkeur in combinatie met maatregelen die de natuurwaarde van de Waddenzee of het aangrenzende kustgebied versterken; De realisering van geleidelijke zoet-zoutovergangen op de genoemde locaties met, waar relevant als onderdeel daarvan, aanleg van (binnendijkse) brakwatergebieden en/of de realisering van vogeleilanden of hoogwatervluchtplaatsen voor visetende vogels in samenhang hiermee; Maatregelen die invulling geven aan meer dynamiek in het kustbeheer op de eilanden (bijvoorbeeld via stuifdijken/duinen, kerven in de dijk of ‘washovers’); Met pilots testen of de natuurlijke sedimentatie en de dynamiek van de Waddenzee te versterken is. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Hectares brakwatergebied binnendijks; Hectares gerealiseerd slibinvang gebied; Hectares habitats voor onderwaternatuur (oesterbanken, zeegras, riffen e.d.); Hectares met verminderde verstoring vanuit menselijk medegebruik. Versterken en verbeteren onderwaternatuur Gespecificeerde doelen Een evenwichtiger voedselweb waarin alle potentiële trofische niveaus vertegenwoordigd zijn; Randvoorwaarden creëren of versterken voor de ontwikkeling van onderwaternatuur (plankton, algen, zeegras, mossel- en oesterbanken, schaaldieren e.d.); Vergroten areaal gesloten gebied (bij voorkeur op kombergingsniveau) en het stimuleren van natuur- en rustherstel daarbinnen; Verduurzaming mosselzaadinvanginstallaties gericht op het versterken van de natuurwaarden onder water; Afname van menselijke invloed op wadplaten en creëren condities voor meegroeien met het gecombineerde effect van zeespiegelrijzing en bodemdaling. Afweging en doel Biobouwers als zeegras en mossel-/oesterbanken zijn van groot belang voor de biodiversiteit van de Waddenzee en voor een evenwichtige opbouw van het voedselweb. Onderwaternatuur betreft met name de onderdelen aan de onderkant van het voedselweb zoals primaire producenten (bijvoorbeeld phytoplankton; algen; zeewier/zeegras), biobouwers (zeegras, mosselen oesterbanken, e.d.) en planteneters (zoals zoöplankton, schaaldieren zoals kokkels e.d.). Het Waddenfonds wil projecten stimuleren die de randvoorwaarden creëren of versterken voor een verbeterde ontwikkeling van de onderwaternatuur. Daarbij moeten de indieners aantonen dat zij voortborduren op de resultaten van projecten zoals Waddenmozaïek en de diverse zeegrasprojecten die het Waddenfonds heeft ondersteund. Zeegras is één van de belangrijke biobouwers. Verder is zeegras van belang voor vele diersoorten omdat het dient als kraamkamer, foerageergebied en schuilplaats. Voor de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn beleidsdoelen met betrekking tot zeegras geformuleerd (STOWA, 2012). Het streven is om in 2028 circa 10.000 ha zeegras in de Waddenzee te hebben gerealiseerd, met een minimale bedekking van 5%. Dit areaal moet gaan bestaan uit zowel klein zeegras (circa 2/3) en groot zeegras (circa 1/3) waarbij geen onderscheid tussen sublitoraal en litoraal4Droogvallend wad wordt gemaakt. Het Waddenfonds heeft meerdere zeegrasprojecten gesteund en dankzij de uitkomsten daarvan is nu op hoofdlijnen bekend met welke methode het droogvallende zeegras teruggebracht kan worden. De eerste resultaten van die methode bij Griend zijn veelbelovend: daar is nu een in zichzelf instandhoudend zeegrasveld ontstaan van ca. 650 ha. Voor de aanleg van droogvallende zeegrasvelden is een financiële bijdrage van het Waddenfonds niet meer nodig; nog wel voor het kunnen voorzien in voldoende zaad om grootschalig herstel mogelijk te maken. De beheerders van de Waddenzee kunnen de velden zelf aanleggen en beheren. De uitkomsten van het project Waddenmozaïek bepalen of en in welke mate het Waddenfonds grootschalig herstel van sublitorale zeegrasvelden meefinanciert. Voor herstel van klein zeegras wil het Waddenfonds de volgende stappen die nodig zijn voor herstel ondersteunen. Ook pilotprojecten gericht op herstel van de platte oester streeft het Waddenfonds na. Het Waddenfonds wil initiatieven stimuleren om de bodemmosselzaadvisserij en/of de mosselzaadinvanginstallaties (MZI’
  2. s)verder te verduurzamen, kweeksystemen los van de bodem te ontwikkelen en/of handmatige mosselkweek in combinatie met op natuurbehoud afgestemde oogst in voor visserij gesloten gebieden. Ook wil het Waddenfonds initiatieven voor binnendijkse mosselkweek ondersteunen. Dat gebeurt via het thema voor Duurzame Visserij. Wadplaten hebben een rijk bodemleven en kennen een grote biodiversiteit. Daarmee staan ze aan de basis van het voedselweb. Voor deze locaties (zie bijlage 3: Vijf toplocaties) is het van belang dat ze meegroeien met de zeespiegelstijging/bodemdaling, dat de invloed van menselijk gebruik afneemt en dat de rust er wordt gehandhaafd. Deze locaties zijn de meest kansrijke voor ontwikkeling van biobouwers en schelpdierbanken. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Maatregelen ter vergroting van het areaal biobouwers (bijvoorbeeld ongestoorde natuurlijke mosselbanken, oesters en zeegrasvelden); Maatregelen die het bodemleven verbeteren door de aanleg/ontwikkeling van ruwe bodemstructuren (mits aangetoond dat die geen negatieve ecologische effecten hebben). Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Areaal biobouwers en aantal gerealiseerde randvoorwaarden dat bijdraagt aan een meer evenwichtig en completer voedselweb; Areaal gerealiseerd predatievrij vogeleiland of hoogwatervluchtplaats of kwelder; Areaal verbeterde habitats onderwaternatuur. Versterken swimway voor vissen en flyway voor vogels Gespecificeerde doelen Betere functievervulling van de Waddenzee als hotspot in de swim- en /of flyway (uitvoering geven aan aanbevelingen van de projecten RBVV2, Waddenmozaïek en Swimway); Versterken habitatdiversiteit; Vergroten rust en voedselaanbod; Versterken populaties c.q. lokale dichtheden aan (trek)vissen in het Waddengebied; Meer doortrek- en paaigebieden in het achterland voor vis alleen als onderdeel van gebiedsontwikkelingsprojecten; Aanleg of verbetering van (binnendijkse en buitendijkse) predatiebestendige vogelbroedgebieden en hoogwatervluchtplaatsen in de Waddenzee voor wadvogels; Kennisontwikkeling en monitoring ecologische schakelfunctie Waddenzee. Afweging en doel De Waddenzee is een belangrijke schakel in de trekroutes van vogels en vissen, die er foerageren, rusten en opvetten. Veel vogel- en vissoorten maken maar een bepaalde periode of voor specifieke behoeften gebruik van de Waddenzee. Rust en voedselaanbod in de hotspots van de fly- en swimway is voor trekvissen en –vogels noodzakelijk. Niet alleen om te kunnen overleven, maar ook om een levensvatbare populatie in stand te houden. Het verminderen en voorkomen van verstoring van habitats is daarom erg belangrijk. Voor minimaal zestig soorten trekvogels is de Waddenzee het belangrijkste rust- en voedselgebied op hun route naar broed- en overwinteringsgebieden. Negen soorten trekvogels zijn voor meer dan 50% van hun hele flyway populatie afhankelijk van het Waddengebied. Uit onderzoek blijkt dat hoe afhankelijker een vogel is van de Waddenzee (voor o.a. voedsel, rust, broedplek), hoe slechter het met de betreffende soort gaat. Dit wordt veroorzaakt door lokale factoren in het Waddengebied, zoals verstoring door menselijk medegebruik. Het Waddenfonds heeft al veel projecten ondersteund die de flyway versterken zoals Rust voor vogels, ruimte voor mensen en Wij en Wadvogels. Nieuwe initiatieven dienen aantoonbaar aan te sluiten bij en voort te borduren op de (tussentijdse) uitkomsten van die projecten. Er is nog onvoldoende kennis over de populatiedynamiek en gebruik van de Waddenzee van vissen en de gevolgen van menselijke activiteiten en habitatvereisten. Daardoor is er een minder scherp beeld van de betekenis van de Waddenzee voor verschillende vissoorten. Wel is bekend dat er circa honderd soorten vis voorkomen in de Waddenzee en dat veel populaties afnemen zonder dat per soort exact duidelijk is waardoor. Kenmerkende soorten die vroeger veel voorkwamen zoals haaien en kabeljauw zijn (vrijwel) verdwenen en de functie van kinderkamer voor soorten als de schol neemt af. Via kennisontwikkeling over indicatieve vissoorten wordt trilateraal ingezet op herstel van de populaties. Het Waddenfonds heeft meerdere projecten ondersteund die hier meer kennis over moeten opleveren zoals ‘Swimway’ en ‘Ruim Baan voor vissen 2’. Ook heeft het Waddenfonds de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de fysieke inrichting van het kustgebied. Zo zijn er geleidelijke zoet-zoutovergangen gekomen en werden barrières weggenomen in de trekroutes door aanleg van vispassages. Verder werden gemalen en andere kunstwerken in watergangen visvriendelijk gemaakt. Zo ontstonden paai- en doortrekgebieden voor trekvissen. Nieuwe initiatieven moeten zich vooral richten op de concrete invulling van aanbevelingen vanuit de projecten Swimway, RBVV2 en Waddenmozaïek en op het invullen van ontbrekende schakels in de systeembrede monitoring voor vis. Waterschappen en sportvisorganisaties zijn er samen verantwoordelijk voor dat het kustgebied beter wordt ingericht en ontsloten als doortrek- en/of paaigebied voor trekvissen. Het Waddenfonds ondersteunt nieuwe initiatieven op dat gebied in principe alleen nog als onderdeel van integrale gebiedsontwikkelingsprojecten in het kustgebied en/of aanvullend zijn op de in het kader van de regiodeals en het Deltaplan Biodiversiteit of andere relevante beleidskaders gemaakte afspraken. Fysieke maatregelen en pilot-/demoprojecten in het Waddengebied die bijdragen aan verbetering van hotspots in de swim- en flyway kunnen in aanmerking komen voor bijdragen van het Waddenfonds. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Het aanleggen en verbeteren van habitats (zoals hoogwatervluchtplaatsen/kwelders) en/of het versterken van de voedselbeschikbaarheid en het verbeteren van milieuomstandigheden voor trekvogels en trekvissen om te foerageren, te migreren en te rusten en te broeden/paaien; Fysieke maatregelen die leiden tot de aanleg van nieuwe hotspots of tot een betere functievervulling als hotspot voor swimway- en flyway populaties; Maatregelen om de verstoring van habitats van vogels en vissen in de Waddenzee te voorkomen en te verminderen; De realisering van geleidelijke zoet-zoutovergangen op de genoemde locaties met waar relevant als onderdeel daarvan realisatie van (binnendijkse) brakwatergebieden en/of in samenhang hiermee de realisering van vogeleilanden of hoogwatervluchtplaatsen voor visetende vogels. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Areaal geleidelijke zoet-zoutovergangen en (binnendijkse) brakwatergebieden in hectare (na)bij de gerealiseerde voorzieningen; Areaal gerealiseerd predatiebestendig vogeleiland of hoogwatervluchtplaats of kwelder. Vergroten biodiversiteit kustgebied en op de Waddeneilanden Gespecificeerde doelen Vergroten van de biodiversiteit op de eilanden en in het kustgebied die passen bij kenmerkende landschapstypen van het Waddengebied. Afweging en doel Om de natuur en landschapswaarden van het kustgebied te versterken wil het Waddenfonds projecten ondersteunen die de biodiversiteit in het kustgebied en op de Waddeneilanden vergroten, Een voorwaarde hierbij is dat ze aansluiten en/of aanvullend zijn op de in het kader van de regiodeals en het Deltaplan Biodiversiteit of andere relevante beleidskaders gemaakte afspraken. Het kan gaan om natuurwaarden die karakteristiek zijn voor het Waddengebied en die passen bij de kenmerkende landschapstypes voor dit gebied. Het gaat onder meer om akkervogels, weidevogels, vissen en natuur die te vinden is in het buitengebied, de havens en langs watergangen en op daarmee verbonden harde structuren als dijken en dammen. Het Waddenfonds stimuleert het herstel van landschapselementen waar de genoemde natuurwaarden baat bij kunnen hebben, via het thema WCL. Het Waddenfonds streeft naar vergroting van de biodiversiteit, gerekend vanaf het jaar 2016. Dat kan gerealiseerd worden via projecten in het kader van natuur inclusieve landbouw, natuur in de havens, natuurrijke dijken via dijkversterkingsprojecten, biodivers inrichten van zonneweides en/of windparken en projecten van de beheerders van bos en natuurgebieden in het kustgebied. Om het doelbereik voor biodiversiteit te realiseren en te vergroten zijn niet alleen fysieke investeringen nodig maar moet ook geïnvesteerd worden in verbetering en optimalisering van de instandhouding van natuurgebieden (als natuur bestemde gebieden). In de praktijk hebben beheerders daarvoor vaak onvoldoende financiële middelen. Specifiek voor terrein beherende organisaties wil het Waddenfonds tot 2027 projecten ondersteunen tot een maximum subsidie van 20% in de kosten van maatregelen (niet zijnde reguliere beheermaatregelen) voor het in stand houden van natuurgebieden., Daarbij moet aangetoond worden dat de betreffende maatregelen verder gaan dan de minimale instandhoudingsmaatregelen die nodig zijn om een natuurgebied in stand te houden, wat het effect er van zal zijn, en dat de continuïteit van de getroffen instandhoudingsmaatregelen voor na de projectperiode is geborgd. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Projecten die bijdragen aan substantiële verbetering van de kenmerkende natuurwaarden van het kustgebied, opdat het besef van de specifieke kenmerken en kwetsbaarheden bijdraagt aan het zorgvuldig gebruik en beheer ervan; Activiteiten die bijdragen aan versterking van natuurwaarden in het kustgebied; Maatregelen gericht op instandhouding van natuurgebieden van terrein beherende instanties die verder gaan dan de minimale maatregelen die nodig zijn om een natuurgebied in stand te houden, en die niet reguliere beheermaatregelen zijn. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Handboeken hoe de biodiversiteit te vergroten in de landbouw, in samenhang met de energietransitie en in de havens; Aantal gerealiseerde natuurprojecten; Toename kenmerkende soorten Waddengebied. Outcome-indicatoren Zie daarvoor de tabel met outcome-indicatoren in bijlage 2 van het Format projectplan op de website van het Waddenfonds. Daar kunnen de voor een aanvraag relevante outcome-indicatoren uit geselecteerd worden. 4.2Werelderfgoed, Cultuurhistorie en Landschapsontwikkeling Achtergrond De Waddenzee, de Waddeneilanden en de Waddenkust vormen een bijzonder natuur- én cultuurlandschap. Buitendijks is de Waddenzee een zeer dynamisch intergetijdengebied van wereldwijd ecologisch belang. Het gebied is niet voor niets door Unesco uitgeroepen tot Werelderfgoed. Binnendijks ligt het verstilde terpen- en wierdengebied: een landschap van rust, ruimte en vergezichten. Uniek voor Nederland qua schaal, aard en weidsheid. Het Waddengebied kent een grote verscheidenheid aan natuurlijke landschappelijke structuren, zoals voormalige eilanden, kwelders en maren (voormalige kronkelende wadgeulen of wadprielen), zandplaten, strand en duinen. Ook de aardkundige waarden, elementen in het landschap die ons iets vertellen over de natuurlijke ontstaanswijze van een gebied zoals stuwwallen, zijn het behouden en herstellen waard. Naast de natuurlijk ontstane patronen is de bijzondere verhouding tussen mens en zee goed zichtbaar in het Waddenlandschap. Het leven met de zee heeft geleid tot de aanleg van polders, dijken en terpen/wierden. Het verleden en de identiteit van het gebied is terug te zien in bebouwing en het landgebruik. Sommige menselijke bouwwerken zijn in de loop van de eeuwen uit het zicht verdwenen, denk hierbij aan verdronken nederzettingen of ondergestoven dorpen. Met het thema Werelderfgoed, Cultuurhistorie en Landschapsontwikkeling (WCL) richt het Waddenfonds zich op het behouden, versterken en verder ontwikkelen van de kernwaarden, waaronder landschap en cultuurhistorie van het Waddengebied. Het zichtbaar en daarmee beleefbaar maken van de landschappelijke en cultureel gerelateerde kernwaarden (waaronder gebouwen en artefacten), draagt bij aan bewustwording, kennis, (her)waardering en instandhouding van fysieke structuren of bouwwerken. Het verleden geeft tenslotte context aan het heden. Het Waddenfonds wil bereiken dat de identiteit en eigenheid van het Waddengebied behouden blijft en dat daarvoor meer draagvlak komt bij bewoners en bezoekers. Met dit thema stimuleert het Waddenfonds daarom activiteiten die bijdragen aan meer bewustzijn en trots voor het landschappelijk en cultuurhistorisch erfgoed. Behoud van cultuurhistorie is onder meer mogelijk door cultureel erfgoed van het Waddengebied een toekomstbestendige functie te geven en men het erfgoed en landschap te laten ervaren. De kwaliteit van het landschap en de cultuurhistorie van het Waddengebied moeten beleefbaar zijn voor bewoners en toeristen, maar op een zodanige manier dat recreatief en toeristisch gebruik in de toekomst mogelijk blijft. Beleving als thema op zich wordt verder vormgegeven onder hoofddoelstelling C, onder Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme (DRT). Gespecificeerde doelen Thema: Werelderfgoed, Cultuurhistorie en Landschap Behouden en versterken van voor het Waddengebied typische cultuurhistorische en landschappelijke elementen; Toevoegen van toekomstbestendige functies aan cultuurhistorisch erfgoed van het Waddengebied; Behouden en versterken van kernwaarden Waddengebied. Themalijnen Versterken en ontwikkelen van de kwaliteit en kernwaarden Waddengebied Gespecificeerde doelen Behouden en versterken van voor het Waddengebied typische cultuurhistorische en landschappelijke elementen; Behouden en versterken van kernwaarden Waddengebied. Afweging en doel Het Waddengebied bestaat uit veel verschillende landschapstypen, zoals het kwelderlandschap, het terpen/wierdenlandschap; dijkenlandschap en kustvormen (duinen, primaire waterkeringen, zichtbare historische dijken en verdwenen dijken). Sommige landschappelijke elementen zijn op natuurlijke wijze ontstaan, andere zijn door de mens aangelegd als gevolg van de bijzondere verhouding tussen de mens en de zee. Het Waddengebied is één van de oudst bewoonde gebieden van Noordwest-Europa, waarvan nog vele sporen getuigen, denk hierbij aan aangelegde landschapselementen en cultuurhistorische vondsten. Ook zijn het verleden en de identiteit terug te zien in de bebouwing en het landgebruik, zo vertellen historische havens in steden en dorpen hun eigen verhaal. Kenmerkend aan de eilanden is dat op een relatief klein oppervlakte een grote afwisseling van landschapstypes, cultuurhistorische elementen en schaal te vinden is. Het doel van de themalijn is het behoud en versterking (ontwikkeling) van deze landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken gekoppeld aan de identiteit en eigenheid van het Waddengebied. Het beoogd effect is dat het bewustzijn en de kennis van bewoners en bezoekers van de betekenis van dit unieke gebied wordt vergroot. Activiteiten gericht op het benutten, behouden en beleefbaar maken van de kernwaarden die zorgen voor draagvlak en eigenaarschap bij bewoners zijn subsidiabel. De verschillende kenmerkende en te behouden landschapstypen, landschappelijke (natuurlijke en kunstmatige) elementen en cultuurhistorische elementen staan beschreven in de Agenda voor het Waddengebied 2050. Het Waddenfonds hanteert voor deze themalijn de basiskaart Landschap & Erfgoed uit deze agenda. Voor de verdere uitwerking zijn de provinciale kaarten van belang die genoemd worden op pagina 21 onder toelichting van de kernwaarden. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Projecten die bijdragen aan het behoud en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke structuren/elementen en die gebiedseigen (waaronder cultuurhistorische) kwaliteiten versterken. Activiteiten die de kwaliteit van het landschap, de grote verscheidenheid aan kustvormen en de aan het Waddengebied verbonden cultuurhistorie benadrukken en/of zichtbaar(der) maken; Investeringen die de voor het Waddengebied kenmerkende landschapstypes herkenbaar(der) maken in bebouwing en het landgebruik; Projecten die bijdragen aan het behouden van de kernwaarden, zoals bijvoorbeeld het beschermen van de open ruimte, rust en duisternis; Activiteiten gericht op het benutten van de waarde van de voor het Waddengebied typische landschappelijke structuren en door de mens aangelegde elementen; Activiteiten gericht op het vertellen van /informeren over de kernwaarden van het Waddengebied en/of Werelderfgoedstatus aan bewoners en bezoekers, maar alleen als onderdeel van een concreet project met fysieke investeringen in behoud of ontwikkeling van de kernwaarden. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Het restaureren van dijkcoupures, accentueren van slaperdijken bij voorkeur gecombineerd met de biodiversiteitsopgaven; Het (virtueel) beleefbaar - maken van de ontstaansgeschiedenis van het landschap; Oude kreekpatronen, dobben en slenken die deels toegankelijk en zichtbaar worden gemaakt voor wandelaars; Projecten gericht op het beleefbaar maken van de rust en ruimte in het Waddengebied; Projecten gericht op het zichtbaarder maken van de verbinding tussen het Nederlandse Waddengebied en processen die zich op grotere (tijd)schaal afspelen, zoals geologie, klimaatverandering en landaanwinning. Meer benutten cultuurhistorie (op niveau van elementen) Gespecificeerde doelen Behouden en versterken van voor het Waddengebied typische cultuurhistorische- en landschappelijke elementen; Toevoegen van toekomstbestendige functies aan cultuurhistorisch erfgoed van het Waddengebied; Afweging en doel Naast het behouden van de unieke waarden van het landschap hebben de bewoners van het Waddengebied een eigen geschiedenis en krachtige lokale identiteiten die naar voren komen in gebouwen, cultuurlandschappen en archeologie. Cultuurhistorische elementen (het karakteristiek erfgoed, het industrieel erfgoed en de bijzondere bebouwing) benadrukken vaak de historie en identiteit van steden, dorpen en eilanden. Diverse elementen van menselijke geschiedenis zijn door natuurkrachten uit het zicht verdwenen, zoals bijvoorbeeld de verdronken nederzettingen. Onder het wateroppervlak ligt belangrijk maritiem erfgoed; scheepswrakken herbergen een geschiedenis van vele eeuwen zeevaart. Het doel van deze themalijn is het behoud van het cultuurhistorisch erfgoed van het Waddengebied. Dit kan door het versterken van cultuurhistorische elementen, waaronder gebouwen en artefacten en daar waar mogelijk het toevoegen van een toekomstbestendige functie. Het Waddenfonds draagt alleen bij aan het restaureren of herstellen van cultuurhistorisch erfgoed of landschappelijk waardevolle elementen als hieraan een toekomstbestendige (beleefbare) functie wordt gekoppeld. Investeringen moeten leiden tot het benutten van de waarde van het cultuurhistorisch element en tot een duurzame toekomst daarvan. Verder moeten ze zo veel mogelijk (gedeeltelijk) publiek toegankelijk zijn, of het project anderszins een onmiskenbare bijdrage leveren aan de beleefbaarheid van gebiedseigen kwaliteiten. Het Waddenfonds wil het bewustzijn bij en de verbondenheid van bewoners en bezoekers met het cultuurhistorisch erfgoed vergroten. Dit echter alleen als onderdeel van projecten die zijn gericht op fysieke investeringen in behoud, herbestemming of ontwikkeling van erfgoed. Bewustzijnsprojecten zonder fysieke component komen dus niet in aanmerking voor subsidie. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Activiteiten die voor het Waddengebied typische cultuurhistorische gebouwen een toekomstbestendige functie geven of fysiek bijdragen aan (kennisdeling over) behoud; Activiteiten gericht op het openstellen van het cultuurhistorisch erfgoed. Te denken valt aan het openstellen van kerken, boerderijen, industrieel erfgoed oorlogserfgoed, e.d.; Activiteiten gericht op het benutten van de waarde van de voor het Waddengebied typische cultuurhistorische elementen en door mensen gemaakte landschappelijke structuren indien deze in samenhang worden uitgevoerd met het versterken ervan; Activiteiten/investeringen gericht op het behouden en versterken van de structuur van nederzettingen, dorpen en steden, en relatie met de omgeving; Activiteiten die de identiteit van steden, dorpen en de eilanden benadrukken en versterken; Het zichtbaar en fysiek dan wel virtueel beleefbaar maken van (verdwenen) cultuurhistorie, zoals verdronken nederzettingen en ondergestoven dorpen. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Karakteristiek erfgoed (monumentale gebouwen, industrieel en militair erfgoed) versterken met een nieuwe functie; Beeldbepalende gebouwen die als zodanig zijn aangemerkt of aan te merken zijn (kerken, boerderijen, schoolgebouwen, gebouwen die een relatie hebben met het maritieme verleden) versterken en openstellen, zodanig dat ze kunnen worden opgenomen in een themaroute (zie 4.4 Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme); Het oorlogserfgoed herbestemmen en een toekomstbestendige functie geven; Een project met het in beeld brengen en versterken van de historische kerkhoven en begraafplaatsen waarbij de historie zichtbaar wordt gemaakt; Zichtbaar en beleefbaar maken van verdwenen cultuurhistorische elementen en verhalen; Herstel van oude routes en waterwegen, verbindingen tussen nederzettingen en belangrijke (verdwenen) gebouwen. Outcome-indicatoren Zie daarvoor de tabel met outcome-indicatoren in bijlage 2 van het Format projectplan op de website van het Waddenfonds. Daar kunnen de voor een aanvraag relevante outcome-indicatoren uit geselecteerd worden. 4.3Water, Bodem, Licht en Geluid Achtergrond Uit de tussentijdse evaluatie van het Waddenfonds in 2020 is naar voren gekomen dat het Waddenfonds nog weinig projecten heeft kunnen ondersteunen die bijdragen aan de hoofddoelstelling Externe Bedreigingen. Daarom is er tussen 2020 en 2023 extra inspanning geleverd op deze hoofddoelstelling. In het thema Water, Bodem, Licht en Geluid is nader uitgewerkt hoe het Waddenfonds invulling geeft aan deze hoofddoelstelling. Het Waddenfonds zal inspanning blijven leveren om aan deze doelstelling invulling te geven. In 2020 heeft de Waddenacademie in opdracht van het Waddenfonds een quick scan uitgevoerd naar mogelijke prioriteiten voor het Waddenfonds ten aanzien van de hoofddoelstelling: ’Het verminderen en wegnemen externe bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee’. Deze quick scan en de Agenda voor het Waddengebied 2050 vormen tezamen de basis van de doelstellingen en subsidiabele activiteiten onder dit thema. Bij het begrip ‘externe bedreigingen’ gaat het om bedreigingen van de natuurlijke rijkdom van de Waddenzee, waarbij het begrip ‘extern’ ruim wordt uitgelegd. Bij dit thema kan voor externe bedreigingen gedacht worden aan klimaatverandering, diverse verontreinigingen (toxische stoffen, zwerfvuil, olielozingen), storten baggerspecie en eutrofiëring. Het kan hier gaan om bedreigingen waarvan de oorzaken buiten het Waddengebied gelegen zijn, maar ook om bedreigingen als gevolg van menselijk activiteiten binnen het Waddengebied. Bedreigingen kunnen voortvloeien uit plotselinge gebeurtenissen (bijvoorbeeld een scheepsramp of (rust-)verstorende activiteiten), uit sluipende cumulatieve processen (bijvoorbeeld verspreiding van verontreinigende stoffen uit diffuse bronnen), maar ook als doorwerking van maatregelen uit het verleden zoals afsluitingen van estuaria. Initiatieven die gericht zijn op het verminderen van de impact van visserij, havens en recreatie en toerisme in het Waddengebied zijn ondergebracht bij de desbetreffende thema’s in dit UP. Maatregelen die in spelen op de gevolgen van klimaatverandering (bijvoorbeeld verdroging en verzilting) vallen onder andere thema’s. Het Werelderfgoed Waddenzee is een uniek en kwetsbaar gebied. Het gebied heeft specifieke kwaliteiten (kernwaarden) en natuurwaarden die behouden of verbeterd moeten worden. Uitgangspunt voor de delen van de Waddenzee die niet gesloten gebied zijn, is dat menselijk medegebruik mogelijk moet blijven. Dat moet, conform de doelen van de Agenda voor het Waddengebied 2050, afgestemd worden op de natuur en landschapswaarden van de Waddenzee. Het kan hier gaan om bedreigingen waarvan de oorzaken buiten het Waddengebied gelegen zijn, maar ook om bedreigingen als gevolg van menselijk activiteiten binnen het Waddengebied. Bedreigingen kunnen voortvloeien uit plotselinge gebeurtenissen (bijvoorbeeld een scheepsramp), uit sluipende cumulatieve processen (bijvoorbeeld verspreiding van verontreinigende stoffen uit diffuse bronnen) maar ook als doorwerking van maatregelen uit het verleden zoals afsluitingen van estuaria. Het verminderen van bedreigingen van bepaalde menselijke activiteiten in het Waddenkustgebied zijn ondergebracht bij de desbetreffende thema’s, zoals Duurzame Visserij, Duurzame Havens, Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme. Maatregelen om in te spelen op de gevolgen van de klimaatverandering (bijvoorbeeld verdroging en verzilting) vallen onder andere thema’s. Om zo effectief mogelijk te zijn in de bestrijding van externe bedreigingen wordt er zo veel mogelijk ingezet op bronaanpak. Als er immers geen (of minder) vervuiling of verstoring plaats vindt, is het tegengaan van die vervuiling of verstoring niet of minder nodig. Echter, wanneer een bronaanpak niet mogelijk is of eerder had moeten plaatsvinden, zal er moeten worden ingezet op opruimen van de vervuiling en moet de impact van verstoring zo veel mogelijk moeten worden beperkt. Hierbij is het wel belangrijk op te merken dat kennis over bepaalde bedreigingen nog beperkt is, bijvoorbeeld omdat effecten van bepaalde verontreinigingen of geluidshinder op de ecologie onbekend zijn. De veelheid en verscheidenheid van de externe bedreigingen, de kennisleemten en het gebrek aan ‘eigenaarschap’ van de problematiek maakt het prioriteren en aanpakken van deze bedreigingen complex. Binnen dit thema kunnen projecten op verschillende niveaus een bijdrage leveren aan de doelen. Op projectniveau kunnen oplossingen op kleine schaal juist van groot belang zijn om deze cumulatieve problemen op termijn op te lossen. Het Waddenfonds zet daarom met name (maar niet uitsluitend) in op pilots om in de praktijk kennis op te doen, met als doel deze projecten in een later stadium te kunnen opschalen. Het belangrijkste doel binnen dit thema is het voorkomen en verminderen van bodemverstoring en verontreinigingen in de Waddenzee. Gespecificeerde doelen Thema: Water, Bodem, Licht en Geluid Verbeteren waterkwaliteit door reductie en voorkomen van verontreinigingen in de Waddenzee; Minder en anders baggeren (met inzet van nieuwe technieken); Meer licht en zuurstof in waterkolom en op bodem (door verminderen en/of voorkomen negatieve effecten baggeren en andere vormen van bodemverstoring); Voorkomen en vermindering negatieve effecten zandsuppleties; Ontwikkelen en toepassen van nieuwe nuttige toepassingen van slib en bagger; Verminderen verstoring licht, geluid en rust van diverse bronnen in het Waddengebied; Slim benutten en het vasthouden van zoet water. Themalijnen Verontreiniging door cumulatie Gespecificeerde doelen Verbeteren waterkwaliteit door reductie en voorkomen van verontreinigingen in de Waddenzee; Afweging en doel Verontreiniging van de Waddenzee is onder andere een bedreiging voor de waterkwaliteit. Deze verontreiniging vindt plaats door verschillende bronnen. Verontreinigingen kunnen via de kanalen en rivieren in de Waddenzee terecht komen (zoals zwerfvuil; microplastics; geloosd afvalwater; medicijnresten). Ze kunnen het gevolg zijn van scheepsrampen (zoals olie of plastic) of menselijk handelen (afval over boord gooien). Het type verontreinigingen is divers, het kan gaan om microverontreiniging (toxische stoffen, zwerfvuil en olielozingen), baggerspeciestortingen, microplastics, bestrijdingsmiddelen, exoten of een te hoge belasting van nutriënten. Het doel van deze themalijn is om deze verontreinigingen te voorkomen, op te ruimen en om de negatieve effecten van deze verontreinigingen tegen te gaan. Bij voorkeur wordt er hierbij ingezet op bronaanpak. Wanneer dit niet mogelijk is kan er worden ingezet op het verminderen van de negatieve effecten. Dit thema heeft als doel om de waterkwaliteit van de Waddenzee te verbeteren op manieren die verder gaan dan bestaande wettelijke verplichtingen. Het bijdragen aan bewustwording van de oorzaken en gevolgen van verontreiniging door cumulatie, kan (een beperkt) onderdeel uitmaken als onderdeel van pilots of projecten. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Pilots of activiteiten die bijdragen aan het voorkomen of het verminderen van plastic (zowel microplastic als nanoplastic) in de Waddenzee; Pilots of projecten gericht op het voorkomen van afval aan boord van gebruikers van de Waddenzee; Pilots gericht op het voorkomen van verontreinigende stoffen in de Waddenzee door het tegengaan van lozing van afvalwater; Pilots die bijdragen aan het voorkomen van verontreinigende stoffen in de Waddenzee door het ontwikkelen van alternatieve technieken om water te reinigen; Pilots die ertoe leiden dat verontreinigende stoffen uit de Waddenzee circulair hergebruikt worden; Pilots waarbij nieuwe producten ontwikkeld worden voor veel voorkomende vervuilende producten in de Waddenzee (bijvoorbeeld single-use plastics of lood wat gebruikt wordt in de sportvisserij); Pilots gericht op het voorkomen dat er afval van boord in de Waddenzee terecht komt, onder andere door het voorkomen van afval aan boord van gebruikers van de Waddenzee; Pilots die de lozing van warm water in de Waddenzee tegengaan; Pilots gericht op het (preventief) verminderen van medicijnresten in de Waddenzee; Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Een innovatieve techniek om afvalwater te zuiveren of te hergebruiken; Een schoonmaakmachine die plastic verwijdert uit kanalen die uitmonden op de Waddenzee; Alternatieve producten voor single-use plastics (die veelvuldig als zwerfafval in de Waddenzee worden aangetroffen); Een techniek om rioolwater te zuiveren van medicijnresten; Het aantal kubieke meters opgeruimd plastic; Een kennisrapport over het voorkomen van verontreiniging in de Waddenzee. Verminderen en/of voorkomen negatieve effecten baggeren en zandsuppleties en andere vormen van bodemverstoring Gespecificeerde doelen Minder en anders baggeren (met inzet van nieuwe technieken); Meer licht en zuurstof in waterkolom en op bodem (door verminderen en/of voorkomen negatieve effecten baggeren en andere vormen van bodemverstoring); Voorkomen en vermindering negatieve effecten zandsuppleties; Ontwikkelen en toepassen van nieuwe nuttige toepassingen van slib en bagger; Afweging en doel Baggeren is noodzakelijk om de vaargeulen op peil te houden en om de havens en eilanden bereikbaar te houden. Het kan echter, net als andere bodemberoerende activiteiten, negatieve effecten hebben op de waterkwaliteit van de Waddenzee en de Eems-Dollard. Daarom ondersteunt het Waddenfonds onder deze themalijn pilots en additionele projecten die deze negatieve effecten verminderen en/of voorkomen, waaronder pilots gericht op het minder verspreiden van bagger, het ontwikkelen van alternatieven voor baggeren en pilots die aanzetten tot duurzaam baggeren. Dat kunnen pilots zijn waarbinnen nieuwe nuttige toepassingen van slib worden ontwikkeld, bijvoorbeeld in projecten voor natuurontwikkeling, dijkversterking en/of het ophogen van landbouwgronden. Een aandachtspunt hierbij voor met name de Waddenzee is dat er rekening mee gehouden moet worden dat slib van belang is voor een natuurlijke balans in de Waddenzee (in zowel Nederland als Duitsland en Denemarken). Aangezien de kennis over sediment en slib nog volop in ontwikkeling is, is het van belang om het ontnemen van slib voor projecten goed te motiveren. De projecten en pilots gericht op het nuttig toepassen van slib dienen daarnaast aanvullend te zijn op reeds lopende projecten, zoals de projecten binnen het programma Vitale kust Eems-Dollard (zie thema 4.1 Natuur). Sinds 1990 wordt met verschillende vormen van zandsuppleties de basiskustlijn in stand gehouden. Sinds 2001 wordt het zandvolume in het kustfundament deels op peil gehouden. Onder invloed van zeespiegelstijging kunnen de hoeveelheden aan te voeren zand nog verder gaan toenemen. Het Waddenfonds wil (pilot) projecten ondersteunen die leiden tot kennis over hoe de negatieve effecten van zandsuppleties op de natuur van de Waddenzee of de sedimentsamenstelling voorkomen kunnen worden. Dat geldt ook voor projecten die kennis opleveren over hoe suppleties gecombineerd kunnen worden met een ‘plus’ voor de natuur Datzelfde geldt voor pilots die via leren door doen alternatieven voor en/of andere manieren van het suppleren van zand of het stabiliseren van de kustlijn ontwikkelen. Daartoe ondersteunt het Waddenfonds projecten en pilots die eraan bijdragen dat er geen negatieve effecten van zandsuppleties meer zijn. Het doel van deze themalijn is om meer licht en/of zuurstof in de waterkolom te krijgen door minder bodemverstoring en/of minder slib. Hierdoor kunnen de ecologische kwaliteiten van de Waddenzee en het Eems-Dollard estuarium verbeteren. Licht en zuurstof zijn namelijk noodzakelijk voor een gezond voedselweb. Daarnaast heeft deze themalijn als doel de negatieve effecten van zandsuppleties op de natuur te verminderen. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Pilots of activiteiten die bijdragen aan meer licht en/of zuurstof in de waterkolom in de Waddenzee door minder bodemverstoring en/of minder slib en suspensie; Pilots gericht op het ontwikkelen van innovatieve technieken die de effecten van het baggeren op de waterkwaliteit verminderen en bijdragen aan minder vertroebeling van het water; Projecten die ertoe leiden dat er locaties worden ingericht waar slib ingevangen, opgeslagen, gewonnen, gereinigd, gedroogd en/of bewerkt kan worden als voorbereiding op nuttige toepassingen; Pilots waarbinnen nieuwe nuttige toepassingen van slib worden ontwikkeld; Pilots uitvoeren met buitendijkse slibinvang (in combinatie met cyclisch kwelderbeheer) en binnendijkse invang; Activiteiten gericht op het ontwikkelen van innovatieve technieken die de effecten van het baggeren en het verspreiden van bagger op de natuurwaarden en de waterkwaliteit verminderen en bijdragen aan minder vertroebeling van het water; Pilots en projecten die ertoe leiden dat zandsuppleties slimmer worden uitgevoerd (zonder negatieve effecten op de natuurkwaliteit) of dat alternatieven worden ontwikkeld voor zandsuppletie die geen negatieve impact hebben op de natuur van de Waddenzee; Pilots gericht op het verminderen van de negatieve effecten van kabels en leidingen in de Waddenzee Pilots gericht op het ontwikkelen van duurzame alternatieven voor de aanleg van kabels en leidingen in de Waddenzee. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Nieuwe toepassing voor het gebruik van slib; Kennisrapportage over alternatieve of verbeterde vormen van zandsuppleties (met meerwaarde voor de natuur); Kennisrapportage over alternatieve of verbeterde vormen van baggeren; Aantal kubieke meters nuttig hergebruikte of niet verspreide bagger. Licht, geluid en rust Gespecificeerd doel Verminderen verstoring licht, geluid en rust van diverse bronnen in het Waddengebied. Afweging en doel Duisternis is één van de kernwaarden van het Waddengebied. Deze kernwaarde staat onder druk door menselijke activiteiten. Lichtvervuiling heeft negatieve gevolgen voor het ecosysteem in het Waddengebied. Onderzoek laat zien dat licht negatieve invloed heeft op het gedrag, gebruik van ruimte, migratie, ontwikkeling en reproductie van verschillende organismen waaronder planten en micro-organismen. In het geval van vogels kan de aanwezigheid van licht bijvoorbeeld leiden tot verandering in trek- en broedgedrag. Daarnaast heeft geluid een verstorend effect op de dieren die leven in het Waddengebied. Geluidshinder op land, in de lucht of onder water is op zijn minst een stoorzender en kan het gedrag van dieren als vogels en zeezoogdieren beïnvloeden of hun gehoor beschadigen. Het Waddenfonds heeft met betrekking tot licht, geluid en rust twee doelen. Ten eerste heeft het Waddenfonds het doel om duisternis te versterken door lichtvervuiling tegen te gaan. Daarnaast heeft het als doel om geluidsoverlast in het Waddengebied te verminderen. Door het wegnemen en verminderen van verstoring, kan de rust in het Waddengebied versterkt worden. Het thema Natuur is ook gericht op het verminderen van verstoring, met name voor de flyway voor vogels en de swimway voor vissen. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Projecten die eraan bijdragen dat verstoring door licht van diverse bronnen in het Waddengebied afneemt. Pilots gericht op het verminderen van verstoring van geluid in het Waddengebied. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Reductie van verstoringsbronnen (van zowel licht als geluid); Reductie van de emissie van bronnen die verstoring veroorzaken (van zowel licht als geluid); Een kennisrapport over reductie van verstoringsbronnen of een kennisrapport over de reductie van de emissie van verstoringsbronnen (van zowel licht als geluid). Zoet water Gespecificeerd doel Slim benutten en het vasthouden van zoet water. Afweging en doel Voldoende beschikbaarheid van zoet water is een belangrijk en groot vraagstuk voor het Waddengebied. Door klimaatverandering staat de zoetwaterbeschikbaarheid onder druk en zal deze druk de komende jaren alleen maar toenemen. Oorzaken hiervan zijn de steeds vaker langdurige periode van grote droogte door temperatuurstijging, zeespiegelstijging en perioden van (extreem) veel neerslag die onvoldoende kan worden vastgehouden. De beschikbaarheid van zoet water is echter van groot belang voor de landbouw, de natuur, de industrie in de havens en voor de drinkwatervoorziening. De beschikbaarheid van zoet water neemt echter af onder andere door verzilting van het grond- en oppervlaktewater, maar ook door (langdurige) perioden van droogte. Echter, om de natuurfunctie van de Waddenzee te behouden is voldoende toevoer van zoet water naar de Waddenzee essentieel. Daarom beoogt het Waddenfonds met deze themalijn ontwikkelingen in gang te zetten die de beschikbaarheid van zoet water voor alle functies zowel binnendijks als buitendijks borgen. Dit kan bijvoorbeeld door binnendijks in te zetten op zowel het vasthouden van water als het besparen van water en circulair gebruik van water, zodat er minder zoet water nodig is voor, met name, de economische functies. Om op deze manier zoet water optimaal te benutten en niet enkel in te zetten op het vasthouden van zoet water beoogt het Waddenfonds de buitendijkse beschikbaarheid van water te bevorderen. Activiteiten voor het vasthouden van zoet water in de landbouw vallen onder het thema Duurzame Landbouw. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Pilots die gericht zijn op de zelfvoorzienendheid (inclusief eilanden) in zoetwaterbehoefte met uitzondering van de landbouw; Pilots gericht op het verminderen van vraag naar zoetwater door het ontwikkelen van nieuwe technieken; Pilots en projecten die ertoe leiden dat de toevoer van zoet water (inclusief nutriënten) naar de Waddenzee voor het ecosysteem beschikbaar blijft. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Een kennisrapport over vasthouden van zoet water; Nieuwe techniek om zoet water langer vast te houden; Nieuwe technieken om zoetwatergebruik te verminderen; Het aantal hectares opvang/berging zoet water. Outcome-indicatoren Zie daarvoor de tabel met outcome-indicatoren in bijlage 2 van het Format projectplan op de website van het Waddenfonds. Daar kunnen de voor een aanvraag relevante outcome-indicatoren uit geselecteerd worden. 4.4 Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme Achtergrond De Waddenzee, de Waddeneilanden en de Waddenkust vormen een bijzonder natuur- én cultuurlandschap. Buitendijks is de Waddenzee een zeer dynamisch intergetijdengebied van wereldwijd ecologische belang met de status UNESCO Werelderfgoed. Binnendijks ligt het verstilde terpen- en wierdengebied, een landschap van rust, ruimte en vergezichten, dat binnen Nederland uniek is qua schaal, aard en weidsheid. Het is één van de oudst bewoonde gebieden van Noordwest-Europa waarvan nog vele sporen getuigen (terpen/wierden, dijken, meanders, kwelders, kreken, cultureel erfgoed, etc.). De kernwaarden van het Waddengebied die hieruit voortvloeien zijn de dynamische natuur van de Waddenzee, de rust, ruimte, stilte, duisternis, de waardevolle landschappen en het cultureel erfgoed in en om dorpen en steden, op de eilanden en in de zee. Deze kernwaarden vormen de basis voor de toeristische en recreatieve aantrekkingskracht. Recreatie en toerisme zijn belangrijke economische dragers van het Waddengebied, vooral op de eilanden. Op de eilanden zorgt de toename van het toerisme er echter voor dat de leefbaarheid en de ecologische waarden onder druk komen te staan. Vaarrecreatie op de Waddenzee kan negatieve gevolgen hebben voor de fauna van de Waddenzee. Een toename van toerisme op de vaste wal kust kan juist bijdragen aan de leefbaarheid en de brede welvaart, doordat het bijdraagt aan het behoud van voorzieningen in krimpgebieden. Recreatie en toerisme dragen daarnaast bij aan het draagvlak voor de bescherming van het gebied. Natuurlijk mag deze groei niet ten koste gaan van de rust of andere kernwaarden. Het doel van het Waddenfonds is om te komen tot een duurzaam toeristisch-recreatief aanbod, dat bijdraagt aan verbetering en het beleefbaar maken van de unieke kwaliteiten van het gebied, maar tegelijkertijd passend is bij de draagkracht van het gebied. Daarom gaat het niet om het aantrekken van veel toeristen, maar wordt het type toerist aangetrokken die we graag in onze regio willen zien: bewust en met belangstelling voor cultuur(historie) en natuur. Bezoekers die gaan voor de kernwaarden van het gebied zoals: stilte, rust, kwaliteit, duurzaamheid, persoonlijke contact met de aanbieders boven prijs. Oftewel, het Waddenfonds wil “waardevol toerisme” stimuleren. Dit sluit aan bij de doelstellingen in de Agenda voor het Waddengebied 2050 over recreatie en toerisme. Via andere thema’s wil het Waddenfonds negatieve effecten van toerisme op de kernwaarden verminderen of vermijden. Gespecificeerde doelen Thema: Duurzame Recreatie en Duurzaam Toerisme Versterken toeristisch aanbod in de vorm van meer belevingsmogelijkheden, attracties en arrangementen gebaseerd op de kernwaarden en passend binnen de verhaallijnen van Visit Wadden; Verduurzamen recreatief-toeristisch aanbod; Verduurzamen van het toeristisch vervoer; Versterken gastheerschap en bewustwording Werelderfgoed Waddenzee. Themalijnen Toerisme op basis van kernwaarden Gespecificeerd doel Versterken toeristisch aanbod in de vorm van meer belevingsmogelijkheden, attracties en arrangementen gebaseerd op de kernwaarden en passend binnen de verhaallijnen van Visit Wadden. Afweging en doel Het Waddenfonds zet in op de ontwikkeling van nieuw toeristisch aanbod (attracties/ arrangementen), waardoor bewoners en bezoekers de kernwaarden van het Waddengebied kunnen ervaren en beleven. Projecten dienen te passen bij en bij te dragen aan de overkoepelende verhaallijnen en/of programma’s, die gericht zijn op duurzame recreatie en duurzaam toerisme rondom natuur en cultuurhistorie in het Waddengebied. Cultuur kan als middel ingezet worden om het landschap, de cultuurhistorie en de andere kernwaarden van het Waddengebied te beleven. Ontbrekende schakels in routenetwerken kunnen hierbij onderdeel zijn van het project om dat nieuwe aanbod te ontsluiten of bereikbaar te maken. De ‘branding’ van het Werelderfgoed Waddenzee door het merk Visit Wadden is geladen met verhalen, die de unieke natuur en cultuurhistorie van het gebied zichtbaar, toegankelijk en beleefbaar maken. Via ‘Visit Wadden’ is een platform ontstaan dat door vrijwel alle stakeholders gebruikt wordt om het toeristisch en recreatief aanbod zorgvuldig te vermarkten, gericht op het stimuleren van waardevol bezoek aan het werelderfgoed. Het Waddenfonds subsidieert projecten waarbinnen nieuwe producten worden ontwikkeld, die passen onder minimaal één van deze verhaallijnen. De verhaallijnen zijn: Werelderfgoed: mooiste natuurgebied van Nederland; Watererfgoed: leven op de grens van land en zee; Smaak van de Wadden: streekeigen producten; Strijd om de Wadden: het militaire erfgoed; Dag en Nacht van het Waddengebied; Landschap vol inspiratie: kunst, cultuur, bezinning en religie, visserij en visserijcultuur; Een vruchtbaar landschap: landbouw en cultuurlandschap; Mens en Waddenkust. Bij de uitbreiding van het toeristisch aanbod draagt het Waddenfonds bij aan projecten die passen bij de draagkracht van de leefomgeving. Bij subsidieaanvragen wordt daarom gekeken naar de schaal en aard van het project in relatie tot de omgeving. Voor de eilanden ligt daarbij de nadruk op projecten die gericht zijn op spreiding van bezoekers over de seizoenen en op kwaliteitsverbetering. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Een landschapskunstwerk dat het verleden van het gebied weerspiegelt; Een duisternisbeleefplek. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Arrangementen die een verblijf aan de vaste wal verbinden met een dagje op een eiland; Het realiseren van een kunstwerk waardoor het landschap en/of de cultuurhistorie “beleefbaar” gemaakt wordt. Verduurzaming recreatieve sector Gespecificeerd doel Verduurzamen recreatief-toeristisch aanbod. Voor de verduurzaming van het recreatief-toeristisch aanbod zal het Waddenfonds pilots ondersteunen, bijvoorbeeld op het gebied van afval, hergebruik van materialen of het verminderen van het verbruik van zoet water. Het kan hierbij gaan om procesinnovatie of de doorontwikkeling van innovaties naar de recreatieve sector (zowel de individuele MKB-er als de keten van MKB-ers). Energiemaatregelen in de toeristische sector vallen onder het thema Verduurzaming energiehuishouding, hier geldt dat alleen innovatieve projecten mogelijk zijn. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Voorbeeld van mogelijke output voor deze themalijn kan zijn: Pilots slim omgaan met (leiding)water. Outputindicatoren Voorbeeld van mogelijke output voor deze themalijn kan zijn: Pilot circulair omgaan met water op een vakantiepark. Verduurzaming toeristisch vervoer Gespecificeerd doel Verduurzamen van het toeristisch vervoer. Afweging en doel Passend bij het karakter van het Werelderfgoed en de duurzaamheidsambitie van de eilanden wordt ingezet op “passende vervoersconcepten”, dat wil zeggen het zoveel mogelijk duurzaam, veilig en slim vervoer van toeristen en recreanten. Dat betreft zowel langs de kust (elektrische fietsen in plaats van gebruik van de eigen auto), het vervoer naar de eilanden (bagagevervoer, arrangementen met de bruine vloot, eilandhoppen) als op het eiland zelf (minder auto’s mee vanaf de wal). De uitdaging is groot om in het rurale gebied, waar het OV minder wordt en voorzieningen steeds verder weg zijn, de toerist en de recreant zoveel uit de auto te krijgen dan wel zich zo duurzaam mogelijk te verplaatsen. Dit zou in de vorm van pilots met deelmobiliteit voor specifiek het toeristisch vervoer kunnen worden uitgeprobeerd. Belangrijke voorwaarde voor het slagen van de uitrol van dergelijke pilots is het zicht op rentabiliteit of exploitatiesteun vanuit overheden. Het Waddenfonds streeft naar een zo duurzaam mogelijk toeristisch vervoer op de vaste wal, het water en de eilanden. Daardoor vindt er minder verstoring plaats in het Waddengebied. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Innovatieve pilots voor duurzame mobiliteit op de eilanden; Pilots rondom “mobility as a service” (MaaS) voor het vervoer van toeristen en recreanten; Projecten die bijdragen aan een “groene” infrastructuur langs de waddenkust; Projecten die ervoor zorgen dat er als effect meer rust ontstaat op de wadplaten en er geen of minder verstoring van vogels en andere natuur op de Waddenzee plaats vindt door vaarrecreanten; Pilots die ertoe leiden dat de recreatieve vloot stil en emissieloos gaat varen. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Fietsbus langs de waddenkust; Emissieloze en stille recreatievaartuigen; Besparing gebruik fossiele brandstoffen. Gastvrijheid/ambassadeurs Gespecificeerd doel Versterken gastheerschap en bewustwording Werelderfgoed Waddenzee Afweging en doel Gastheerschap is “het verzorgen van een gast en hem of haar oprechte aandacht bieden, met als doel de gast zich zo welkom mogelijk te laten voelen”. Het Waddenfonds wil projecten ondersteunen die zijn gericht op bevorderen van de kwaliteit van de aangeboden producten en de kwaliteit van het gastheerschap passend bij de kernwaarden van het Werelderfgoed Waddenzee. De status van Werelderfgoed is een kans voor de ontwikkeling van duurzaam toerisme in het hele Waddengebied. Bezoekers van het gebied zijn zich alleen niet altijd bewust van de uniciteit van het gebied en de Werelderfgoedstatus van de Waddenzee. Het vergroten van de kennis over en de bewustwording van het Waddengebied is wenselijk om het draagvlak onder bezoekers en bewoners voor de Werelderfgoedstatus te vergroten. De aanbieders van recreatieve en toeristische voorzieningen kunnen hieraan bijdragen en ervan profiteren door op te treden als gastheer van het Werelderfgoed. In de afgelopen jaren is het ambassadeursprogramma ontwikkeld, een overkoepelend netwerk van ondernemers, natuur- en cultuurorganisaties, onderwijsinstellingen, gemeentes en provincies en bewoners. Het programma biedt kennis, inspiratie en informatie om het verhaal over het Waddenzee Werelderfgoed verder te vertellen. Om de bezoekers te laten zien wat die unieke Wadden-beleving én ervaring is, te laten zien hoe uniek het waddengebied is en tegelijkertijd hoe kwetsbaar het is. Daarnaast zijn diverse partijen o.a. in het kader van het Integraal Beheerplan voor de Waddenzee aan de slag met het onderwerp gastheerschap. Hierin wordt het ambassadeursprogramma in meegenomen. Het Waddenfonds ondersteunt alleen gastheerschapsprojecten waar de unieke kernwaarden van het Waddengebied integraal onderdeel van zijn. De projecten moeten: (inhoudelijk) aansluiten op, aanvullend zijn of voortkomen op/ uit het ambassadeursprogramma en het onderdeel gastheerschap in het Integraal Beheerplan voor de Waddenzee; bijdragen aan het uitgangspunt van 'één Waddenzee, één Werelderfgoed", dus de eenheid en eenduidigheid bevorderen. Subsidiabele activiteiten (indicatief) Projecten die zijn gericht op bevorderen van de kwaliteit van de aangeboden (wadden)producten en de kwaliteit van het gastheerschap; Projecten die bijdragen aan beleving en bewustwording van de internationale betekenis van de Waddenzee als grootste intergetijdengebied ter wereld en het vergroten van het bewustzijn van deze betekenis bij de ondernemers in de toeristisch-recreatieve sector. Outputindicatoren Voorbeelden van mogelijke output voor deze themalijn kunnen zijn: Leerlijn gastheerschap; Overkoepelend gastheerschapsprogramma; Opleiding voor vrijwilligers (van musea) die leren over de unieke waarden van het Werelderfgoed en die kunnen uitdragen. Outcome-indicatoren Zie daarvoor de tabel met outcome-indicatoren in bijlage 2 van het Format projectplan op de website van het Waddenfonds. Daar kunnen de voor een aanvraag relevante outcome-indicatoren uit geselecteerd worden. 4.5Duurzame Energie Achtergrond Bij de productie van energie vindt uitstoot plaats van allerlei stoffen zoals CO2, NOx, fijnstof e.d. Deze stoffen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteiten van natuur en landschap van het Waddengebied. Om dat te voorkomen stimuleert het Waddenfonds verduurzaming van de energieproductie. Tegelijkertijd kan het verduurzamen van de energiehuishouding een impuls geven aan de economie van het Waddengebied. Daarom is hoofddoel C het realiseren van “Een duurzaam economische ontwikkeling in het Waddengebied dan wel het gericht zijn op een substantiële transitie naar een duurzame energiehuishouding in het Waddengebied en de direct aangrenzende gebieden”. Deze doelstelling sluit goed aan bij de doelen van het Rijk voor de energietransitie en van de Agenda voor het Waddengebied 2050: “In 2030 de uitstoot van CO2 met minimaal 49 procent terugdringen”. In trilateraal verband hebben Nederland, Duitsland en Denemarken afgesproken te zullen streven naar een CO₂ neutrale Waddenzeeregio in 2030. Door de regio’s worden hiervoor onder andere Regionale Energie Strategieën (RES) ontwikkeld. Deze richten zich primair op grootschalige zon- en windenergieprojecten. Omdat die ten koste kunnen gaan van de kernwaarden openheid en cultuurhistorie en mogelijk tot verstoring kunnen leiden van habitats en trekroutes van vogels, wil het Waddenfonds de energieproductie op basis van andere hernieuwbare bronnen stimuleren. Het Waddenfonds wil een 'waddenspecifieke’ energietransitie bevorderen door innovaties en innovatieve technieken m.b.t. decentrale opwek, opslag, distributie, afstemming van vraag en aanbod en systeemintegratie te stimuleren. We verlangen tevens van de te ondersteunen technieken dat die zorgvuldig omgaan met ruimtegebruik en zo veel mogelijk circulair zijn en geen afbreuk doen aan de kernwaarden van het Waddengebied en die bij voorkeur versterken. Door met de innovaties in te zetten op decentrale opwek, (collectieve) opslag en distributie beperken we het transport van energie en de daarmee gepaard gaande niet duurzame emissies en energieverliezen. De lagere emissies als gevol

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.