Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2024De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV 24.0004 van 16 januari 2024), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen, BESLUIT De Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2024 als volgt vast te stellen: Verordening gemeentegaranties voor geldleningen 2024 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: aanvraag: een verzoek als bedoeld in artikel 4:1 Algemene wet bestuursrecht aan het college om als gemeente borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die de instelling aan de geldverstrekker verschuldigd is; aanvrager: een rechtspersoon die de gemeente verzoekt om borg te staan voor de rente- en aflossingsverplichtingen die hij uit hoofde van een geldleningsovereenkomst aan de geldverstrekker verschuldigd is. Na besluit tot garantstelling aangeduid als ‘geldnemer’; besluit: het besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht borg te staan tegenover een geldverstrekker; borg staan: instaan jegens een geldverstrekker voor de aan een geldlening verbonden betalingsverplichtingen van een geldnemer voor zover hiermee de geldnemer in gebreke blijft; college: College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden garantie: het financieringsinstrument van een borgstelling, waarbij de gemeente zich krachtens een overeenkomst tegenover een geldverstrekker verplicht in te staan tot nakoming van de aan een geldlening verbonden rente en aflossingsverplichtingen indien de geldnemer in gebreke is; geldnemer: een rechtspersoon ten behoeve waarvan de gemeente een borgstelling heeft verstrekt ten aanzien van de betaling van rente en aflossing indien deze instelling in gebreke is; geldverstrekker: een bancaire instelling die aan een geldnemer een lening heeft verstrekt waarvan de gemeente de betaling van rente en aflossing waarborgt; waarborgfonds: een nationaal fonds dat onder meer borgstellingen verstrekt. Artikel2.Toepassingsbereik 1.Deze verordening is van toepassing op het verlenen van een garantie door de gemeente voor de activiteiten die worden verricht door instellingen die een gemeentelijke publieke taak dienen. 2.De garantie is een subsidie als bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht; Hoofdstuk2.Aanvraag en beoordeling Artikel3.Termijn besluitvorming 1.Het college neemt binnen vier maanden na een volledige aanvraag tot het verstrekken van een garantie een besluit op dit verzoek; 2.Het college kan besluiten om deze termijn éénmalig met drie maanden te verlengen. Artikel4.De aanvraag voor garantieverstrekking 1.Een aanvraag voor de verstrekking van een garantie wordt schriftelijk bij het college ingediend. 2.De aanvraag bevat, naast de in de Algemene wet bestuursrecht voorgeschreven gegevens, voor zover de aanvrager daarover redelijkerwijs de beschikking kan krijgen: een opgaaf van het gemeentelijk publieke belang van de activiteiten van de aanvrager waarop de garantie betrekking heeft; een afschrift van de statuten van de aanvrager; een opgave van de bestuurssamenstelling; een afschrift van de voorwaarden van de te sluiten geldlening en het ontwerp van de overeenkomst van geldlening; een afschrift van de jaarrekening (balans, winst- en verliesrekening, toelichting) van het aan de aanvraag voorafgaande jaar en indien nog niet beschikbaar van het jaar daarvoor; een afschrift van de lopende (gewijzigde) begroting en een sluitende meerjarenbegroting voor de aankomende drie jaar na de aanvraag, waarin de kapitaallasten van de investering en een voorziening voor groot-onderhoud zijn opgenomen; een omschrijving van de investering en specificatie van de bouwkosten en de financiering van deze kosten; een cashflow-overzicht waaruit blijkt dat de aanvrager in staat is zijn aflossing- en renteverplichtingen te voldoen; voor zover er een waarborgfonds op het desbetreffende beleidsveld werkzaam is, de (gedeeltelijke) schriftelijke afwijzing van dit waarborgfonds; een verklaring van drie in beginsel geschikte geldverstrekkers waaruit blijkt dat deze niet bereid zijn om financiering te verstrekken zonder gemeentelijke borgstelling. Een offerte van een geldverstrekker voor een geldlening met gemeentelijke borgstelling. Indien de aanvrager er niet in slaagt tijdig een offerte van een geldverstrekker te overleggen, kan in plaats van een offerte voorlopig volstaan worden met een schriftelijke verklaring waaruit blijkt dat deze bereid is een lening met een gemeentegarantie aan de aanvrager te verstrekken; Een ingevulde ‘checklist staatssteun’’ zoals door het college beschikbaar wordt gesteld. 3.Het college is bevoegd andere gegevens te vragen die hij noodzakelijk acht om op de aanvraag te kunnen besluiten. Hiervan kan een onafhankelijk juridisch onderzoek naar de mate waarin de borgstelling op grond van staatssteunregels is toegestaan deel uitmaken. Artikel5.Beslissingsbevoegdheid 1.Het college legt alle voorgenomen besluiten tot garantstelling voor een wensen-en-bedenkingenprocedure voor aan de gemeenteraad zoals bepaald in artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet. 2.In een collegebrief in het kader van een wensen-en-bedenkingenprocedure met betrekking tot een voorgenomen besluit tot garantstelling, vermeldt het college in ieder geval: De totale som aan directe gewaarborgde geldleningen na het verstrekken van de voorgenomen garantstelling; Het aandeel van garantstellingen ten behoeve de betreffende aanvrager in de totale garantieportefeuille; De resterende leningbedragen van de betreffende aanvrager waarvoor de gemeente garant staat; Welke waarde aan zekerheden onder de verstrekte garantstellingen ligt; Met welke bedrag het risicoprofiel van de gemeente wijzigt als gevolg van de nieuwe garantstelling. Artikel6.Absolute weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht weigert het college de garantie voor zover: de door middel van de garantie te financieren zaak of activiteit geen gemeentelijke publieke taak dient als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening; de aanvrager aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening zoals een waarborgfonds; de garantie niet noodzakelijk is of niet het geëigende middel is voor het verkrijgen van een geldlening door de aanvrager; de geldlening reeds aan de aanvrager is verstrekt; de aanvraag betrekking heeft op het verlenen van andere zekerheden door de gemeente dan die van de betaling van rente, aflossing en boetes van een geldlening voor zover de aanvrager in gebreke blijft; gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de aanvrager in strijd met de wet, het algemeen belang of de openbare orde handelt of zal handelen; de garantieverlening in strijd is met het (Europese) recht; de aanvrager ook zonder de geldlening ten behoeve waarvan de garantie wordt verleend, over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden; redelijkerwijs kan worden verwacht dat de aanvrager niet kan beschikken over de benodigde vergunningen om de activiteiten te verrichten of investeringen te plegen waarvoor de garantie wordt aangevraagd; de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Artikel7.Relatieve weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 Algemene wet bestuursrecht kan het college de garantie weigeren voor zover: redelijkerwijs kan worden verwacht dat er geen sprake is van continuïteit in het voortbestaan van de instelling gedurende de looptijd van de garantie; redelijkerwijs kan worden verwacht dat de doelstellingen die met de garantie worden nagestreefd, niet zullen worden bereikt; het risico voor de gemeente niet acceptabel is (bijvoorbeeld door het ontbreken van adequate buffers om tegenvallers in de bouw- / ontwikkelkosten en exploitatie op te vangen); er geen sprake is van ‘goed bestuur’ van de aanvrager; de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden en criteria voor garantieverlening die bij of krachtens deze verordening zijn vastgesteld; de liquiditeitspositie van de aanvrager niet toereikend is om de rente en aflossing van de geldlening gedurende de looptijd van de garantie te voldoen; de garantstelling anderszins niet past in het gemeentelijk beleid. de financiële positie van de gemeente op grond van het reëel en structureel begrotingsevenwicht of het weerstandsvermogen ontoereikend is om het extra risico door de borgstelling te kunnen dragen. Hoofdstuk3.Inhoud van de garantie Artikel8.Inhoud garantie 1.De garantie wordt verleend tegen een door de geldnemer te betalen incidentele vergoeding. Deze vergoeding bedraagt 0,25% van de door de gemeente te garanderen som vermenigvuldigd met het aantal jaren waarvoor de lening wordt aangegaan met een maximum van € 62.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.