Onderzoeksprotocol rekenkamer Oude IJsselstreekHet onderzoeksprotocol beschrijft de richtlijnen die de rekenkamer Oude IJsselstreek volgt bij de uitvoering van haar onderzoeken. Het protocol heeft tot doel het waarborgen van de kwaliteit van de onderzoeken, een goed verloop van het onderzoeksproces, het geven van inzicht in de werkwijze van de rekenkamer en hierdoor bijdragen aan de transparante sfeer waarbinnen de rekenkamer haar taken wil uitoefenen. 1.Inleiding Grondslag • Verordening gemeentelijke rekenkamer Oude IJsselstreek 2023 • Reglement van orde rekenkamer Oude IJsselstreek 2024 Taken en doelstelling De rekenkamer is onafhankelijk en ingesteld door de gemeenteraad. De rekenkamer bestaat uit drie externe leden en wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris vanuit de raadsgriffie. De taak van de rekenkamer is het toetsen van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur op drie onderdelen: • Doeltreffendheid: zijn de beoogde effecten van het beleid ook daadwerkelijk behaald? • Doelmatigheid: is de voorbereiding en uitvoering van beleid efficiënt verlopen? • Rechtmatigheid: voldoet de uitvoering aan de wettelijke kaders en regelgeving? Het doel van deze onderzoeken is om inzicht te bieden in de prestaties van de gemeente en waar nodig het formuleren van aanbevelingen voor de toekomst. De kwaliteitseisen die de rekenkamer aan haar onderzoeken stelt zijn: objectief, consistent, controleerbaar, zorgvuldig, efficiënt en onafhankelijk. 2.Onderwerpselectie De rekenkamer bepaalt zelf welke onderzoeken zij uitvoert. De gemeenteraad, maar ook derden, kunnen de rekenkamer vragen om een onderzoek in te stellen. De rekenkamer houdt een groslijst van onderwerpen bij. Hiervoor voert de rekenkamer periodiek gesprekken met individuele raadsfracties. Selectiecriteria Bij de keuze voor onderwerpen kijkt de rekenkamer naar de volgende selectiecriteria: • Er is gerede twijfel over doeltreffendheid, doelmatigheid en/of rechtmatigheid; • Er is een substantieel belang en/of risico in financieel, organisatorisch, bestuurlijk of maatschappelijk opzicht; • Het onderzoek heeft toegevoegde waarde voor het raadswerk; • Het onderzoek is praktisch uitvoerbaar, dat wil zeggen dat het past binnen de financiële en organisatorische mogelijkheden van de rekenkamer; • Het onderzoek geschikt is als rekenkameronderzoek; • De rekenkamer streeft naar een variatie aan onderzoeksonderwerpen. • Het moet door de gemeente te beïnvloeden beleid betreffen; • De meerwaarde van een onderzoek door de rekenkamer moet duidelijk zijn (ten opzichte van andere gremia). Jaarplan Jaarlijks brengt de rekenkamer een jaarplan uit en bepaalt welke onderzoeken zij gaat uitvoeren aan de hand van een kort oriënterend onderzoek naar belang, uitvoerbaarheid, actuele feiten e.d. Als de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de rekenkamer gedurende het jaar besluiten dat de prioriteit van de onderzoeken wordt aangepast of een nieuw onderzoek wordt toegevoegd. 3.Onderzoeksopzet en startnotitie Onderzoeksopzet Na het bepalen van een onderzoeksonderwerp stelt de rekenkamer een startnotitie vast. Indien nodig verricht de rekenkamer hiervoor vooronderzoek in de vorm van de analyse van relevante documenten en literatuur en kan ze besluiten om een aantal oriënterende gesprekken met sleutelpersonen te voeren. De startnotitie bevat: • Doelstelling en vraagstelling onderzoek: omschrijving van het doel van het onderzoek; • Deelvragen: concretisering van de doel- en vraagstelling in onderzoekbare vragen; • Normenkader; • Globale onderzoeksopzet o Onderzoeksterrein: aanduiding van de sector of het beleidsterrein waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd; o Soort onderzoek: omschrijving van het type onderzoek en van eventueel eerder relevant onderzoek op dit terrein. Onderscheiden kunnen worden diepgaande onderzoeken, kortlopende onderzoeken, rekenkamerbrieven en vervolgonderzoeken; o Onderzoeksmethode: de meest toegepaste methoden zijn: dossierstudie, secundaire analyse, interview, enquête, casestudy, literatuuronderzoek, of een combinatie van enkele methoden; o Eventuele inhuur benodigde expertise: indien bekend, wie het onderzoek zal uitvoeren en de bijbehorende kosten. • Planning: aanduiding van de start en het einde van het onderzoek, waarbij het onderzoek wordt opgedeeld in een aantal onderzoeksfases (oriëntatie, analyse, concluderen, rapportage, hoor en wederhoor, vaststelling, publicatie, communicatie). Afhankelijk van het onderwerp kunnen rekenkameronderzoeken verschillen qua type en aard. Onderscheiden kunnen worden diepgaande onderzoeken, kortlopende onderzoeken en vervolgonderzoeken, die kunnen leiden tot een rapport of een rekenkamerbrief. De startnotitie wordt aan de agendacommissie aangeboden met het verzoek deze te agenderen voor de inhoudelijk relevante raadscommissie. Tijdens de behandeling in de raadscommissie ligt de focus op de scope en onderzoeksvragen van het onderzoek. Voor elk onderzoek bepalen de leden of het noodzakelijk is dat er een primaathouder wordt aangewezen. Indien er geen primaathouder is, heeft de voorzitter de leiding over het onderzoek (hierna: primaathouder). De primaathouder coördineert het onderzoek en is verantwoordelijk voor de planning en het onderzoeksbudget. De primaathouder is gedurende de uitvoering van het onderzoek eerste aanspreekpunt. De secretaris adviseert en ondersteunt de primaathouder bij de praktische gang van zaken. Aankondiging De rekenkamer stuurt de definitieve startnotitie ter kennisneming naar de gemeenteraad. Het college en de gemeentesecretaris ontvangen een aparte schriftelijke aankondiging van het onderzoek. Aan een onderzoek kan voorafgaan, afhankelijk van het onderzoeksonderwerp, een gesprek met de gemeentesecretaris. In dit startgesprek geven de voorzitter, de secretaris en de primaathouder een toelichting op de onderzoeksopzet. De gemeentesecretaris kan desgewenst medewerkers, waarvan hij het nuttig acht dat zij ook op de hoogte zijn van het onderzoek, voor dit gesprek uitnodigen. De rekenkamer vraagt de gemeentesecretaris om een contactpersoon voor het onderzoek aan te wijzen. De rekenkamer laat aan andere relevante relaties weten dat er een onderzoek ingesteld gaat worden. 4.Samenwerking met externe onderzoeksbureaus Afhankelijk van aard of omvang van een onderzoek, kan de rekenkamer externe ondersteuning inhuren. Als een extern bureau in de arm wordt genomen maakt de primaathouder een offerte-aanvraag. Bijlagen bij dit document zijn het onderzoeksprotocol, de onderzoeksopzet en de Algemene Inkoopvoorwaarden van de Achterhoekse gemeenten (AIAG 2017). In de offerteaanvraag vraagt de rekenkamer expliciet of het bureau de laatste vijf jaar een onderzoek heeft uitgevoerd voor of in de gemeente Oude IJsselstreek. Op die manier kan de rekenkamer beoordelen of er sprake is van (de schijn van) belangenverstrengeling. Het uitgangspunt bij de inschakeling van externe bureaus is dat de eindverantwoordelijkheid, de regie en het uitbrengen van de eindrapportage bij de rekenkamer blijft liggen. Dit betekent dat belangrijke beslissingen over de inrichting, voortgang en conclusies van het onderzoek door de rekenkamer worden genomen. Van het bureau wordt verwacht dat het zich houdt aan het onderzoeksprotocol. Indien in het onderzoek sprake is van het verwerken van persoonsgegevens, sluit de rekenkamer een verwerkersovereenkomst en / of geheimhoudingsverklaring af met het onderzoeksbureau. 5.Start van het onderzoek In het startgesprek worden over en weer afspraken gemaakt over de procedure en de planning van het onderzoek, de wijze waarop met gegevens wordt omgegaan, hoe de rekenkamer de door haar benodigde informatie van de betrokken sector zo snel mogelijk kan verkrijgen en hoe de belasting van de ambtelijke organisatie door het onderzoek zoveel mogelijk kan worden beperkt. Het beroep op ambtenaren richt zich op objectiveerbare activiteiten (aanleveren van dossiers, het geven van een interview of introduceren in de ambtelijke organisatie c.q. het zijn van een contactpersoon). De intern vastgestelde capaciteit voor het betreffende onderzoek is de schatting gebaseerd op de complexiteit, omvang, onderzoekmethode en betrokkenheid van externe onderzoeksbureaus. 6.Voortgang en dossiervorming Afspraken: • De primaathouder is actief betrokken bij het lopende onderzoek. Hij houdt de rekenkamer op de hoogte van de voortgang van het onderzoek; • Het uitgangspunt is openbaarheid, dit geldt echter niet voor de gespreksverslagen; • Alle verslagen van interviews worden voor akkoord voorgelegd aan betrokkenen. De verslagen zijn geheim; • De onderzoeker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.