Beleidsregel spandoeken, borden en andere voorwerpen op of aan de weg Beleidsregel spandoeken, borden en andere voorwerpen op of aan de weg Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Neder-Betuwe stelt de Beleidsregel spandoeken, borden en andere voorwerpen op of aan de weg als volgt vast: Doel beleidsregel Evenementen, activiteiten en inzamelingsacties van goede doelen worden veelal aangekondigd via tijdelijke reclameborden (aankondigings-, sandwich- en driehoeksborden) of spandoeken. Deze borden of spandoeken kunnen bevestigd worden om straatmeubilair, zoals lantaarnpalen en bomen. Met het oog op de verkeersveiligheid, de openbare orde en veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente, is het wenselijk om beleidsregels vast te stellen om wildgroei van deze borden te voorkomen. Artikel1Op welke bevoegdheid is deze beleidsregel gebaseerd Voor het plaatsen van aankondigings-, sandwich- en driehoeksborden en het ophangen van spandoeken in de openbare ruimte en op en langs wegen is op grond van artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening (hierna: Apv) een vergunning nodig van het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Toetsingscriteria voor de vergunning Het college stelt de volgende toetsingscriteria vast in het belang van de verkeersveiligheid, de openbare orde en veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente. Een vergunning voor het plaatsen van borden en het ophangen van spandoeken wordt alleen afgegeven in de volgende gevallen: Voor een aankondiging van een evenement waarvoor op grond van artikel 2:25 Apv een vergunning is verleend of een melding is geaccepteerd; Voor aankondigingen die betrekking hebben op een plaatselijk evenement of een plaatselijke activiteit, met een tijdelijk karakter of van culturele aard en die toegankelijk zijn voor een breed publiek. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: Een plaatselijk evenement of activiteit: zoals een kermis, jaar-, rommel-, kerstmarkt, circus, etc. Een cultureel activiteit van tijdelijke aard: zoals een beurs, open monumentendag of een kunsttentoonstelling. Aankondigingen worden ook toegestaan bij: Open dagen van lokale onderwijsinstellingen en onderwijsinstellingen van omliggende gemeenten: Tiel, Rhenen, Wageningen, Overbetuwe. Onbaatzuchtige reclame voor bijvoorbeeld acties van het WNF, de Nierstichting, de Hartstichting etc. Ideële reclame, zoals campagnes van de overheid van algemeen belang. Bijvoorbeeld: verkeersveiligheid spandoeken ‘wij gaan weer naar school’, ‘BOB zeg het hardop’ of volksgezondheidscampagnes. Een vergunning wordt geweigerd in de volgende gevallen: Verkiezingscampagnes: het plaatsen van borden en spandoeken voor verkiezingscampagnes is niet toegestaan, hiervoor mogen alleen de vanuit de gemeente geplaatste verkiezingsborden worden gebruikt. Borden en spandoeken voor reclame van commerciële doeleinden: deze wordt niet toegestaan in de openbare ruimte. Onder bepaalde voorwaarden kan er wel een verwijzingsbord worden aangevraagd. Zie voor meer informatie de gemeentelijke website onder de zoekterm ‘reclame’. Noot: Voor wat betreft plaatsen van borden en reclame op privéterrein is men gehouden aan artikel 4:15 van de Apv en aan de Omgevingswet. In veel gevallen is voor het plaatsen van een bouwwerk een omgevingsvergunning nodig. Voor lichtreclame op privéterrein is een separate beleidsregel opgesteld op grond van artikel 4:16 Apv. Artikel3Voorwaarden indien vergunning wordt verleend Wanneer de aanvraag voldoet aan bovengenoemde criteria (2.1 en 2.2), dan kan met in achtneming van onderstaande voorwaarden een vergunning worden verleend op grond van artikel 2:10 van de Apv: er mogen maximaal 2 borden of spandoeken per evenement of activiteit per dorp (Dodewaard, Opheusden, Kesteren, Ochten, IJzendoorn en Echteld) worden geplaatst of opgehangen met een maximum van 5 aankondigingen voor evenementen of activiteiten tegelijkertijd. tijdelijke aankondigingen zijn voor een periode van ten hoogste drie weken voorafgaande aan het evenement c.q. activiteit toegestaan. de vergunninghouder dient er zorg voor te dragen dat de borden of spandoeken op een zodanige wijze worden geplaatst of opgehangen, dat het geen hinder of gevaar voor het verkeer en de overige weggebruikers oplevert, dus niet te dicht op de rand trottoir/weg (vrije afstand 25 cm afstand), er moet een minimale doorgang zijn op het voetpad of trottoir van 100 centimeter. bij het ophangen van spandoeken over de weg moet met een minimale doorrijhoogte van 4.60 meter rekening worden gehouden (tenzij er sprake is van een andere hoogtebeperking die met borden is aangegeven, dan is deze hoogtebeperking leidend). bevestigingsmaterialen dienen zo te zijn en zo te worden toegepast dat passanten zich hieraan niet kunnen bezeren en dat hierdoor geen beschadigingen aan eigendommen van derden kunnen worden veroorzaakt. gebreken aan de borden of spandoeken dienen direct te worden verholpen of worden op kosten van de vergunninghouder door de gemeente verholpen of worden eventueel verwijderd. de constructie van de borden of spandoeken met de bevestigingen dient zo te zijn, dat ze bestand zijn tegen windkracht 8; de borden of spandoeken mogen enkel worden geplaatst of opgehangen aan wegen die in gemeentelijk beheer zijn en niet op provinciale wegen. de borden of spandoeken mogen niet worden geplaatst of opgehangen worden op het middeneiland van rotondes. De borden en spandoeken mogen geen enkele belemmering vormen voor het verkeer en het vrije uitzicht van verkeersdeelnemers. de borden of spandoeken mogen worden geplaatst of opgehangen rondom/aan bomen en/of lichtmasten, mits deze daardoor niet worden beschadigd. de borden of spandoeken mogen niet worden geplaatst of opgehangen om verkeerstekens of verkeerslichten. de borden moeten voldoen aan de gestelde eisen en afmetingen (deugdelijk materiaal en maximaal 100 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.