Openstellingsbesluit subsidie doorbraakprojecten systeeminnovatie land- en tuinbouw (EIP) GLB-NSP Zuid-Holland 2024Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland; Gelet op artikel 1.2 van de Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland; Overwegende dat het wenselijk is om innovatieve samenwerkingsprojecten te stimuleren die zich richten op moderniseren en versterken van de innovatieve kracht van de land- en tuinbouw in Nederland door zich te richten op het (door)ontwikkelen, praktijkrijp maken en communiceren voor grootschalige toepassing van innovaties in de praktijk; Overwegende dat technische innovaties er vaak al zijn, maar de sociale innovatie nodig is om tot fundamentele vernieuwing te komen; Besluiten vast te stellen het volgende besluit: Openstellingsbesluit subsidie doorbraakprojecten systeeminnovatie land- en tuinbouw (EIP) GLB-NSP Zuid-Holland 2024 Artikel1Begripsbepaling In dit openstellingsbesluit wordt verstaan onder Regeling: Regeling Europese landbouwsubsidies Zuid-Holland. Artikel2Deelplafond Gedeputeerde staten stellen het deelplafond voor de periode, genoemd in artikel 3, eerste lid, vast op € 6.700.000, bestaande uit 43% Europese middelen en 57% middelen van de provincie Zuid-Holland. Artikel3Aanvraagperiode 1.Subsidieaanvragen worden ingediend vanaf 5 juni 2024 om 09:00 uur tot en met 30 september 2024 tot 17:00 uur. 2.Een aanvraag is tijdig ingediend indien deze binnen de in het eerste lid genoemde periode is ontvangen. Artikel4Subsidiabele activiteit 1.In aanvulling op artikel 2.5.2, derde lid, van de Regeling heeft een innovatief samenwerkingsproject betrekking op ten minste één van de thema’s onder a, b of c, en ten minste één van de thema’s onder d, e, f of g: het ontwikkelen van duurzame verdienmodellen binnen de land- en tuinbouw, met als resultaat een rendabel inkomen voor land- en tuinbouwers wat de veerkracht van de land- en tuinbouwsector in de EU ten goede komt; vergroten van de marktgerichtheid en het concurrentievermogen van land- en tuinbouwbedrijven, door meer aandacht voor onderzoek, nieuwe technologieën of digitalisering; tot een marktrijp concept ontwikkelen van een duurzame toegevoegde waardeketen gericht op land- en tuinbouwproducten, waarbij de positie van de landbouwer en tuinbouwer in de waardeketen verbetert; bijdragen aan het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en de instandhouding van habitats en landschappen; bevorderen van de duurzame ontwikkeling of het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen; bijdragen aan de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, de koolstofvastlegging te verbeteren of duurzame energie te bevorderen; inspelen op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft hoogkwalitatief, veilig en voedzaam voedsel dat op duurzame wijze is geproduceerd, en voorts vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn, of bestrijding van antimicrobiële resistentie. Artikel5Aanvrager In aanvulling op het tweede lid van artikel 2.5.3 en op artikel 1.3 van de Regeling bestaat een samenwerkingsverband uit minimaal twee deelnemende partijen, waarvan in ieder geval één land- of tuinbouwer. Artikel6Aanvraagvereisten De aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.5.4 van de Regeling zijn onverminderd van toepassing op dit openstellingsbesluit. Artikel7Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie komen uitsluitend de kosten als bedoeld in artikel 1.8, onder a, b en e voor zover deze betrekking hebben op de operationele kosten van het samenwerkingsverband in aanmerking. 2.De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a, 1.9b of 1.9c van de Regeling. 3.Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a, zijn de tarieven uit artikel 1.9a, eerste lid, onder b, niet van toepassing. 4.Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9c, zijn de tarieven uit artikel 1.9c, eerste lid, onder b, niet van toepassing. 5.In afwijking van het eerste lid komen investeringen voor bedrijfsmiddelen voor subsidie in aanmerking. 6.Indien de aanvraag kosten voor investeringen voor bedrijfsmiddelen bevat, kunnen alle subsidiabele kosten enkel worden berekend conform artikel 1.9a of 1.9b van de Regeling. Artikel8Niet subsidiabele kosten Kosten zoals opgenomen in artikel 2.5.6 van de Regeling komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel9Hoogte subsidie 1.In afwijking van artikel 2.5.7 van de Regeling bedraagt de hoogte van de subsidie minimaal € 100.000 en maximaal € 500.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.