Financiële verordening Noordelijk BelastingkantoorHET BESTUUR VAN HET NOORDELIJK BELASTINGKANTOOR; Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 108 van de Waterschapswet; Besluit: De verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid alsmede de regels voor financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van het Noordelijk Belastingkantoor vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Financieel reglement vastgesteld in de vergadering van het bestuur van het Noordelijk Belastingkantoor van 30 oktober 2017 Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van het Noordelijk Belastingkantoor en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; bestuur: het bestuur van het Noordelijk Belastingkantoor; directeur: de directeur van het Noordelijk Belastingkantoor; programma: samenhangende weergave van beleidsdoelen, budgetten en prestaties zoals voorgeschreven in het besluit begroting- en verantwoordingsvoorschriften (BBV); team: iedere organisatorische eenheid binnen het Noordelijk Belastingkantoor met een rechtstreekse verantwoordelijkheid aan de directeur; Hoofdstuk2Begroting, meerjarenraming en verantwoording Artikel2Begroting, meerjarenraming en programma-indeling Het bestuur stelt de begroting, meerjarenraming en de programma-indeling vast. Artikel3Inrichting begroting en jaarstukken 1.In de begroting wordt een overzicht gegeven van de raming van: baten en lasten per programma; baten en lasten van de exploitatie; structurele en incidentele baten en lasten; de financiële bijdragen van de deelnemers. 2.In de jaarrekening wordt een overzicht gegeven van de realisatie van: baten en lasten per programma; baten en lasten van de exploitatie; structurele en incidentele baten en lasten; de financiële bijdragen van de deelnemers. 3.In de begroting wordt bij de uiteenzetting van de financiële positie voor nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 4.In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven. Artikel4Autorisatie begroting, kredieten en begrotingswijzigingen 1.Het bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, de investeringskredieten alsmede de algemene dekkingsmiddelen. 2.Bij de begrotingsbehandeling geeft het bestuur aan voor welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.Indien de directeur voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, meldt de directeur dit in ieder geval aan het bestuur in de eerstvolgende rapportage als bedoeld in artikel 5 maar eerder indien de overschrijding daar naar zijn oordeel aanleiding toe geeft. De directeur voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet met daarbij een voorstel voor dekking binnen de begroting. Indien dekking binnen de begroting niet mogelijk is, wordt een voorstel tot wijziging van de begroting opgesteld. 4.Voor alle investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt de directeur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan het bestuur voor. Artikel5Kwartaalrapportage 1.De directeur informeert het bestuur door middel van een rapportage per kwartaal over de realisatie van de begroting van het Noordelijk Belastingkantoor. 2.De directeur biedt de kwartaalrapportage aan het bestuur aan binnen zes weken na afloop van het kwartaal dan wel in de eerstvolgende bestuursvergadering 3.In de kwartaalrapportage worden afwijkingen op de ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting toegelicht. Hoofdstuk3Rechtmatigheidsverantwoording Artikel6Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.Het bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 2.In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert de directeur aan het bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens 1% van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves. 3.In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan 1% van de totale lasten, inclusief de dotaties aan de reserves, nader toegelicht. Artikel7Voorwaardencriterium 1.Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2.De directeur biedt het bestuur jaarlijks ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel8Begrotingscriterium 1.Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2.De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.