Verordening maatschappelijke ondersteuning Amersfoort De raad van de gemeente Amersfoort, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 maart 2024; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4a, 2.1.4b lid 2, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; gelet op het Beleidskader Amersfoort Inclusieve Stad 2021-2026; overwegende dat: burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het Beleidskader Amersfoort Inclusieve Stad 2021-2026; de principes uit het Beleidskader Amersfoort Inclusieve Stad 2021-2026 leidend zijn; besluit vast te stellen de: Verordening maatschappelijke ondersteuning Amersfoort Hoofdstuk1:Begripsbepalingen Artikel1.Begripsbepalingen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau; beperking: aan de persoon verbonden factoren die er toe leiden dat deze niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie; budgetplan: een plan opgesteld door of namens de cliënt waaruit blijkt dat de besteding van het pgb voldoet aan de voorwaarden van de wet en/of deze verordening; college: het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort; dagactiviteit: dagbesteding in groepsverband als structurele tijdsbesteding met een doel dat gericht is op zelfredzaamheid en participatie van de cliënt dan wel op het ontlasten van de mantelzorger; financieel besluit: een door het college vastgestelde regeling waar op grond van deze verordening nadere regels en bedragen zijn gesteld; hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft; huisgenoot: de persoon met wie de cliënt een gezamenlijk huishouden voert; huishoudelijke hulp: het in overwegende mate overnemen van activiteiten het ondersteunen bij of overnemen van door het wijkteam vastgestelde Huishoudelijke taken op het gebied van het verzorgen van het huishouden van de cliënt dan wel van de leefeenheid waartoe de cliënt behoort voor zover de huisgenoten naar oordeel van het college geen gebruikelijke hulp kunnen bieden. Daaronder kan ook het aanleren van deze activiteiten vallen; ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Amersfoort; melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college; nadere regels: een door het college vastgestelde regeling, waar op grond van deze verordening nadere regels zijn gesteld; normale gebruik van de woning: het kunnen uitvoeren van de elementaire woonfuncties gericht op zelfredzaamheid; ondersteuningsplan: het door de cliënt, in overleg met de aanbieder op te stellen plan over de ondersteuningstaken die worden geleverd voor het realiseren van het resultaat zoals opgenomen in het onderzoeksverslag; onderzoeksverslag: een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 8 van de wet; persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning volgens cliënt noodzakelijk is; pgb: persoonsgebonden budget; respijtverblijf: kortdurend verblijf als bedoeld in de wet; spoedeisend geval: een (onvoorziene) situatie die geen uitstel verdraagt, daaronder begrepen de gevallen waarin met spoed opvang noodzakelijk is, eventueel met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit Wmo 2015; vervoersvoorziening: een voorziening, al dan niet gemotoriseerd, waarmee de cliënt zich in zijn leefomgeving kan verplaatsen; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; woning: een tot bewoning bestemd gebouw dat bestemd is voor permanente bewoning door één particulier huishouden; woonvoorziening: een woningaanpassing of hulpmiddel gericht op het normale gebruik van de woning. 2.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de daarop gebaseerde lagere regelgeving en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2:Procedure Artikel2.Melding 1.Een hulpvraag kan door of namens de cliënt vormvrij bij het college worden gemeld. 2.Ook een cliënt die nog geen ingezetene is kan een melding doen, als duidelijk is dat de cliënt binnen drie maanden hoofdverblijf heeft in de gemeente Amersfoort. 3.Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk of per e-mail. Daarbij wijst het college op de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en tot het indienen van een persoonlijk plan. 4.In spoedeisende gevallen treft het college na de melding zo spoedig mogelijk een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Artikel3.Onderzoek 1.Een gesprek maakt deel uit van het onderzoek. Het gesprek wordt gevoerd met de cliënt of zijn vertegenwoordiger, voor zover mogelijk zijn mantelzorger en voor zover nodig andere personen. 2.Het college informeert de cliënt over de gang van zaken bij het gesprek, zijn rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de cliënt indien nodig om toestemming voor het verwerken of het uitwisselen van zijn persoonsgegevens. 3.De aspecten genoemd in artikel 2.3.2 lid 4 van de wet, maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek. Daarnaast wordt het eventuele persoonlijk plan betrokken bij het onderzoek. Artikel4.Onderzoeksverslag 1.Het college stelt na het onderzoek een onderzoeksverslag op waarbij rekening wordt gehouden met het eventuele persoonlijk plan en verstrekt dit aan de cliënt. 2.Het college beschrijft in het onderzoeksverslag zo nodig ook de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger. 3.Opmerkingen of aanvullingen van de cliënt op het onderzoeksverslag kunnen aan het dossier worden toegevoegd. Artikel5.De aanvraag 1.Een aanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college. 2.Het college kan nadere regels vaststellen over de procedure voor de aanvraag van een maatwerkvoorziening. Artikel6.Advisering 1.Het college kan een deskundige om advies vragen als dit nodig is voor het onderzoek of de beoordeling van de aanvraag. 2.Het college is bevoegd om de cliënt, of in geval van gebruikelijke hulp zijn huisgenoten, uit te nodigen in persoon te verschijnen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip voor een onderzoek door een of meer daartoe aangewezen deskundigen. 3.De cliënt dan wel zijn huisgenoot verleent medewerking aan het onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid voor zover die redelijkerwijs kan worden gevergd. Artikel7.Inhoud besluit 1.In het besluit tot verstrekking van een maatwerkvoorziening staat in ieder geval of deze als voorziening in natura, als financiële tegemoetkoming of als pgb wordt verstrekt. Het besluit is mede gebaseerd op het onderzoeksverslag. Het eventueel opgestelde ondersteuningsplan voor huishoudelijke hulp maakt integraal onderdeel uit van het besluit. 2.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: welke maatwerkvoorziening verstrekt wordt en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; hoe de maatwerkvoorziening wordt verstrekt; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. 3.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: aan welk doel het pgb moet worden besteed; welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; de ingangsdatum en de duur van de verstrekking; hoe de besteding van het pgb verantwoord moet worden en; of een bijdrage in de kosten verschuldigd is en de daarbij door het college gehanteerde uitgangspunten, zoals de kostprijs van de voorziening. Hoofdstuk3:Beoordeling Artikel8.Algemene criteria maatwerkvoorziening 1.Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie, als de cliënt de beperkingen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: eigen kracht; en/of gebruikelijke hulp; en/of mantelzorg; en/of hulp van andere personen uit het sociale netwerk; en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen; en/of algemene voorzieningen. 2.De maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid levert een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3.Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die vanwege huiselijk geweld of om een andere reden de thuissituatie heeft verlaten, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, als de cliënt de problemen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: eigen kracht; en/of gebruikelijke hulp; en/of mantelzorg; en/of hulp van andere personen uit het sociale netwerk; en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen; en/of algemene voorzieningen. 4.De maatwerkvoorziening als bedoeld in het derde lid levert een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt voldoende en op aanvaardbare wijze in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 5.Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen die op grond van dit artikel beschikbaar zijn. Artikel9.Voorwaarden en weigeringsgronden maatwerkvoorzieningen 1.Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst passende voorziening. 2.De maatwerkvoorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt. 3.Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen; als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór de datum van het besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; als de gevraagde voorziening al eerder aan de cliënt is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is, tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; als deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht; als de voorziening niet noodzakelijk was geweest als de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. 4.Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt als: deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Amersfoort. 5.Bij het verstrekken van hulp bij het huishouden wordt alleen rekening gehouden met ruimten die gericht zijn op het normale gebruik van de woning. 6.Respijtverblijf wordt alleen verstrekt als: dit noodzakelijk is om de mantelzorger te ontlasten; en de cliënt permanent toezicht of 24 uurs ondersteuning in de nabijheid nodig heeft, niet zijnde het bieden van geneeskundige zorg. 7.Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 2.000 kilometer per jaar. 8.Geen woonvoorziening wordt verstrekt: als deze niet noodzakelijk is om beperkingen in het normale gebruik van de woning te compenseren; als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening moet worden getroffen; ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Het college kan dan wel een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verhuizen en herinrichting verstrekken; als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden. 9.Geen tegemoetkoming in de kosten voor verhuizen en herinrichting wordt verstrekt als: de cliënt voor het eerst zelfstandig gaat wonen; de cliënt verhuist naar een Wlz-instelling. 10.In afwijking van artikel 2.3.5 lid 6 van de wet kan het college een woonvoorziening gericht op het bezoekbaar maken van een woning verstrekken, als: de cliënt met een Wlz-indicatie zijn hoofdverblijf heeft in een instelling in de gemeente Amersfoort; en er nog geen andere woning bezoekbaar is of zal worden gemaakt; en het bezoekbaar maken van een woning noodzakelijk is voor de aanvaardbare participatie van de cliënt. 11.Onder het bezoekbaar maken van de woning als bedoeld in het tiende lid wordt uitsluitend verstaan het bereikbaar maken van de woonruimte, de woonkamer en het toilet. 12.Beschermd wonen wordt alleen verstrekt als: een beschermde woonomgeving noodzakelijk is voor cliënt door psychische of psychosociale problemen; 24 uurs (maatschappelijke) opvang of de ambulante maatwerkvoorziening(en) begeleiding, dagactiviteit eventueel gecombineerd met respijtverblijf geen passende oplossing bieden; dit (mede) gericht is op het in staat stellen van de cliënt om zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 13.De beschermde woonomgeving als bedoeld in het twaalfde lid gaat gepaard met verblijf in een accommodatie van een instelling waar het toezicht en de aangewezen ondersteuning wordt geboden. Onder toezicht wordt in beginsel 24 uurs permanent toezicht (wakend of slapend) verstaan, tenzij uit het onderzoek blijkt dat beschikbaarheid en/of bereikbaarheid van de aanbieder voldoet om verwaarlozing, maatschappelijke overlast of gevaar voor de cliënt of anderen te voorkomen. 14.Maatschappelijke opvang wordt alleen verstrekt als: cliënt de thuissituatie heeft verlaten; en zich niet op eigen kracht staande kan houden in de samenleving en het niet alleen gaat om een huisvestingsprobleem. Hoofdstuk4.Financiële tegemoetkoming Artikel10.Criteria, voorwaarden en hoogte financiële tegemoetkoming 1.Een cliënt komt in aanmerking voor een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verhuizen en herinrichting als dit een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid en participatie. Het college legt de hoogte rvan de tegemoetkoming vast in het financieel besluit. 2.Het college kan nadere regels stellen op grond van dit artikel. Hoofdstuk5.Persoonsgebonden budget Artikel11.Regels voor een pgb 1.Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen met een pgb, dient hij een budgetplan in. Het college kan een format voor dit budgetplan vaststellen. Het college toetst of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.