Beleidsregels Re-integratie Participatiewet GR Ferm Werk 2023Het dagelijks bestuur van Ferm Werk, gelet op • artikel 7 van de Participatiewet, en • artikel 2, eerste lid, van de Re-integratieverordening Participatiewet GR Ferm Werk 2023 besluit vast te stellen de navolgende beleidsregels Re-integratie Participatiewet GR Ferm Werk 2023 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Definities De begripsomschrijvingen van de Participatiewet alsmede van de Re-integratieverordening Participatiewet GR Ferm Werk 2023 zijn in deze beleidsregels van overeenkomstige toepassing. Voor het overige wordt verstaan onder: a.Re-integratietraject: de aaneenschakeling van re-integratie instrumenten, welke met de cliënt zijn overeengekomen, dan wel door het dagelijks bestuur aan de cliënt zijn opgelegd ter bevordering van de arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie; b.Plan van Aanpak: document waarin de wederzijdse afspraken ten aanzien van in te zetten ondersteuning en voorzieningen in het re-integratietraject zijn vastgelegd; c.Arbeidsovereenkomst: een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Met een arbeidsovereenkomst wordt gelijkgesteld, een aanstelling op grond van het ambtenarenrecht en een overeenkomst waarbij de cliënt gedetacheerd wordt bij een organisatie in de collectieve of marktsector; d.Doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; e.Doelgroep loonkostensubsidie: personen die behoren tot de doelgroep en voldoende aan de omschrijving in artikel 6 eerste lid onder e van de wet; f.Jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden behouden van werk; g.Interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek. Artikel2.Re-integratietraject en plan van aanpak 1.Het dagelijks bestuur zorgt voor goede en begrijpelijke informatie over alle regels, rechten en plichten ten aanzien van in te zetten ondersteuning en voorzieningen die onderdeel kunnen zijn van een re-integratietraject. 2.Bij het bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling wordt zoveel mogelijk maatwerk geboden. Het re-integratietraject heeft tot doel de kortste weg naar algemeen geaccepteerde arbeid en/of participatie en zelfredzaamheid in de samenleving te realiseren. 3.De wederzijdse afspraken worden schriftelijk vastgelegd en aan belanghebbende kenbaar gemaakt in een plan van aanpak. Artikel3.Diagnose-instrumenten en werkstage 1.Tot de diagnose-instrumenten die kunnen worden ingezet behoren in ieder geval het verdiepende intakegesprek, praktijkgerichte arbeidsactivering (werkstage) en medisch onderzoek. 2.De werkstage (diagnose) wordt uitgevoerd bij Test & Training van Ferm Werk. Hierbij wordt een test- en trainingsprogramma ingezet in de werkomgeving van Ferm Werk. 3.Het diagnosetraject wordt ingezet gedurende een periode van maximaal 100 uur. 4.In individuele situaties wordt de test- en trainingsfase (op advies van de begeleiding vanuit Test & Training) verlengd tot maximaal 800 uur, als er nog sprake is van ontwikkeling van competenties of als dit een ander doel in het kader van de arbeidsinschakeling dient en er nog geen werkervaringsplaats kan worden ingezet. 5.De diagnosefase wordt afgesloten met een aanvulling op het plan van aanpak (PVA). Hierin worden de leerdoelen benoemd, concrete afspraken gemaakt over de volgende periode en de afstand tot de arbeidsmarkt bepaald. 6.Als onduidelijkheid bestaat over de arbeidsmogelijkheden of het ontbreken daarvan als gevolg van fysieke of psychische beperkingen wordt een onderzoek door een onafhankelijk arts ingezet om tot een zorgvuldige beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling te komen. 7.Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen geen gebruik van maken van een medisch onderzoek. Hoofdstuk2Voorzieningen Artikel4.Sociale activering 1.Sociale activering (waaronder vrijwilligerswerk) wordt ingezet voor het, met behoud van uitkering, verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten bij bedrijven of organisaties, op voorwaarde dat er geen verdringing van betaald werk plaatsvindt. Artikel5.Participatieplaats 1.De voorziening participatieplaats kan worden ingezet voor uitkeringsgerechtigden van 27 jaar en ouder die op kortere termijn nog geen arbeidsmarktperspectief hebben (grote afstand tot de arbeidsmarkt). Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken. 2.Doel van de participatieplaats is het vergroten van kennis en vaardigheden om daarmee de kans op betaald werk te vergroten. 3.Een participatieplaats wordt ingezet voor het, met behoud van uitkering, verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten bij bedrijven of organisaties, op voorwaarde dat er geen verdringing van betaald werk plaatsvindt. 4.De participatieplaats wordt in eerste instantie ingezet voor de duur van 6 maanden. Na 6 maanden beoordeelt het dagelijks bestuur of het voortzetten van de werkzaamheden de kans op arbeidsinschakeling vergroot. Als dit het geval is kan de participatieplaats verlengd worden tot maximaal 24 maanden, waarbij elke 6 maanden een evaluatie plaatsvindt 5.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a.Het (leer)doel van de participatieplaats; b.De werkzaamheden die de cliënt gaat verrichten; c.De begin- en einddatum van de participatieplaats alsmede het aantal uren per week; d.Indien aan de orde: afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke; e.De wijze waarop en door wie de begeleiding, terugkoppeling en rapportage plaatsvinden. 6.De premie als bedoeld in artikel 6 lid 3 van de verordening wordt door Ferm Werk ambtshalve uitgekeerd nadat de cliënt gedurende 6 maanden werkzaamheden heeft verricht op de participatieplaats. Artikel6.Werkervaringsplaats (in Midden-Holland heet dit een werkstage, dit is anders dan het diagnose-instrument) 1.De voorziening werkervaringsplaats wordt ingezet voor de kandidaat die naar het oordeel van het dagelijks bestuur de stap naar een reguliere arbeidsplaats nog niet kan maken (kleine- tot middellange afstand tot de arbeidsmarkt). Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen geen gebruik maken van een werkervaringsplaats die gefinancierd wordt vanuit de middelen trajectkosten re-integratie. 2.Het doel van een werkervaringsplaats is, naast het aanleren en ontwikkelen van elementaire werknemersvaardigheden, het opdoen van werkervaring en en/of het opdoen of behouden van werkritme, uitstroom uit de uitkering, op voorwaarde dat er geen verdringing van betaald werk plaatsvindt. 3.De totale omvang van de werkervaringsplaats is maximaal 700 uur of maximaal 6 maanden (3 maanden met mogelijkheid tot verlengen met 3 maanden), welke van de twee als eerste wordt bereikt. Iedere persoon kan gebruik maken maximaal drie (verschillende) werkervaringsplaatsen. De telling van de totale omvang per werkervaringsplaats start dan steeds opnieuw. 4.In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: a.Het (leer)doel van de werkervaringsplaats; b.De werkzaamheden die de cliënt gaat verrichten; c.De begin- en einddatum van de werkervaringsplaats alsmede het aantal uren per week; d.Indien aan de orde: afspraken over onkostenvergoedingen, verzekeringen en dergelijke; e.De wijze waarop en door wie de begeleiding, terugkoppeling en rapportage plaatsvinden. 5.Bij een werkervaringsplaats is geen sprake van een dienstverband; de werkzaamheden worden met behoud van uitkering uitgevoerd. Artikel7.Detacheringsbaan 1.Een detacheringsbaan als bedoeld in artikel 10 van de verordening wordt aangeboden aan kandidaten met afstand tot de arbeidsmarkt voor wie een -tijdelijke- tussenstap door detachering noodzakelijk is om plaatsing bij een werkgever mogelijk te maken. 2.Een detacheringsbaan betreft een tijdelijk dienstverband bij Ferm Werk, tegen een salaris van ten minste het wettelijk minimumloon. 3.De werkgever betaalt een detacheringsvergoeding, rekening houdend met de vastgestelde loonwaarde van de werknemer. 4.De omvang van de detacheringsovereenkomst wordt in beginsel zodanig vastgesteld dat de cliënt uitkeringsonafhankelijk wordt. Het is mogelijk om hiervan af te wijken indien dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur wegens in de persoon gelegen factoren noodzakelijk is. 5.Een belanghebbende die doorstroomt naar een baan bij een reguliere werkgever kan aanspraak maken op een uitstroompremie zoals benoemd in artikel 15 tweede lid van deze beleidsregels. Artikel8.Scholing 1.Scholing of opleiding als bedoeld in artikel 11 van de verordening kan onderdeel zijn van een re-integratietraject en is gericht op arbeidsinschakeling; voorwaarde is dan ook dat het gaat om arbeidsmarktrelevante scholing. Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken. 2.Bij de beoordeling van de noodzaak van de scholing houdt het dagelijks bestuur rekening met de voor cliënt geldende kortste weg naar duurzame arbeid, zijn arbeids- en opleidingsverleden en of de gevolgde en afgeronde opleidingen hebben geleid tot een startkwalificatie. 3.Bij toekenning van een vergoeding voor scholing en opleiding komen de volgende kosten voor vergoeding ten laste van het Participatiebudget in aanmerking: a.Opleidingskosten en cursusgeld; b.Kosten voor boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld; c.Examengeld; d.Reiskosten. 4.De te verstrekken bijdrage voor opleidingskosten en cursusgeld bedraagt 100% van de werkelijke kosten tot een maximum van € 750,00 incl. BTW per cliënt. In individuele situaties kan van dit maximumbedrag worden afgeweken als dit naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk is. 5.Er bestaat geen recht op een bijdrage voor scholing als er een beroep gedaan kan worden: a.Op de Wet studiefinanciering 2000 of op hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; b.Er sprake is van een andere voorliggende voorziening. 6.Ferm Werk is bereid om mee te werken aan trajecten voor cliënten die specifiek zijn aangedragen door het UAF. Wanneer het UAF bereid is om de opleiding te bekostigen van vergunninghouders, verstrekt Ferm Werk een uitkering (zolang cliënt aan de voorwaarden voldoet) gedurende het schakeljaar van de opleiding. Ferm Werk behoudt zich het recht dit per individu te beoordelen. Artikel9A. Tegemoetkoming van reiskosten 1.Een tegemoetkoming van reiskosten kan worden verstrekt voor regelmatig terugkerende reiskosten die verbonden zijn aan activiteiten in het kader van een re-integratie- participatie of inburgeringstraject. Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken behalve de uitzondering van niet-uitkeringsgerechtigden (Nugger) die inburgeringsplichtig zijn als asielmigrant volgens de WI 2021 en voldoen aan de draagkrachtberekening conform ‘Beleidsregels Bijzondere bijstand; drempel en draagkracht’. 2.Onder activiteiten in het kader van inburgeringstraject kan worden aangemerkt: reizen in het kader van de brede intake, de PVT, PIP, de financiële ontzorging en MAP (inclusief de 40 uur praktijk component), taallessen, voortgangsgesprekken en participatieverplichting (in het kader van zowel Wet Inburgering 2021 voor de Z-route en Participatiewet voor alle routes). 3.Voorwaarde voor een vergoeding van reiskosten als bedoeld in het eerste lid is dat de enkele reisafstand tenminste 8 kilometer bedraagt. Zodra de enkele reisafstand boven de 8 kilometer komt worden alle kilometers volledig vergoed. Maatwerk is mogelijk wanneer iemand niet kan fietsen en nog geen fietslessen heeft kunnen volgen. 4.Van te voren wordt een maandbedrag voor een vaste periode van 6 maanden toegekend en periodiek (maandelijks) uitbetaald. Elke periode van 6 maanden wordt opnieuw beoordeeld of de toekenning verlengd dient te worden. 5.De hoogte van de vergoeding van reiskosten wordt individueel bepaald op basis van de goedkoopste vorm van openbaar vervoer tussen de woning en locatie waar de activiteit plaatsvindt. Dit kan ook het goedkoopste abonnement zijn. Hiervoor wordt gekeken op www.9292ov.nl. 6.In tegenstelling tot het bepaalde in het vijfde lid worden voor de reiskosten naar Ferm Werk vaste bedragen vastgesteld per woonkern op basis van de gemiddelde prijs van een enkele reis met OV chipkaart zonder korting. 7.Voor reiskosten naar Ferm Werk wordt geen vergoeding verstrekt aan inwoners van de kernen Woerden, Harmelen, Kamerik, Kanis, en Linschoten. 8.Reiskosten in verband met sollicitaties binnen Nederland kunnen worden vergoed als de reisafstand meer bedraagt dan 8 kilometer, voor zover de reiskosten niet door de werkgever vergoed worden. De tegemoetkoming in de reiskosten wordt gebaseerd op de goedkoopste vorm van openbaar vervoer. 9.Van de bepaling in dit artikel kan in individuele gevallen worden afgeweken als bijzondere omstandigheden in het individuele geval daartoe aanleiding geven. 10.Een tegemoetkoming voor reiskosten op grond van dit artikel wordt verstrekt vanuit het participatiebudget. Artikel9B. Vergoeding voor een fiets 1.Een vergoeding voor een fiets kan worden verstrekt aan inwoners die regelmatig terugkerende reisbewegingen maken die verbonden zijn aan activiteiten in het kader van een re-integratie- participatie of inburgeringstraject. Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken behalve de uitzondering van niet-uitkeringsgerechtigden (Nugger) die inburgeringsplichtig zijn als asielmigrant volgens de WI 2021 en voldoen aan de draagkrachtberekening conform ‘Beleidsregels Bijzondere bijstand; drempel en draagkracht’. 2.Onder activiteiten in het kader van inburgeringstraject kan worden aangemerkt: reizen in het kader van de brede intake, de PVT, PIP, de financiële ontzorging en MAP (inclusief de 40 uur praktijk component), taallessen, voortgangsgesprekken en participatieverplichting (in het kader van zowel Wet Inburgering 2021 voor de Z-route en Participatiewet voor alle routes). 3.Voorwaarden is dat de inwoner kan fietsen anders zijn fietslessen voorafgaand aan de toekenning vereist. 4.De vergoeding voor een fiets bestaat uit een bedrag van 125 EUR die één keer per vijf jaar kan worden toegekend, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dan kan hiervan worden afgeweken. 5.Een vergoeding voor een fiets op grond van dit artikel wordt verstrekt vanuit het participatiebudget. Artikel9C. Verwervingskosten 1.Een tegemoetkoming van verwervingskosten kan worden verstrekt voor inwoners die activiteiten volgen in het kader van een re-integratie- participatie of inburgeringstraject. Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken. 2.Verwervingskosten die het gevolg zijn van het verwerven of aanvaarden van werk (bijvoorbeeld de aanschaf van (persoonlijk) gereedschap of kleding (bijv. veiligheidsschoenen, overall etc.) worden verstrekt tot een maximum van € 100,00, voor zover de werkgever de kosten niet vergoedt. 3.Van de bepaling in dit artikel kan in individuele gevallen worden afgeweken als bijzondere omstandigheden in het individuele geval daartoe aanleiding geven. 4.Een tegemoetkoming voor verwervingskosten op grond van dit artikel wordt verstrekt vanuit het participatiebudget. Artikel9D. Tegemoetkoming van kinderopvangkosten 1.Kosten van kinderopvang die nodig is vanwege deelname aan een re-integratie-, participatie- of inburgeringstraject kunnen worden vergoed voor zover deze voor rekening van de ouders blijven na beroep op Kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang. Niet-uitkeringsgerechtigden kunnen hier geen gebruik van maken behalve de uitzondering van niet-uitkeringsgerechtigden (Nugger) die inburgeringsplichtig zijn als asielmigrant volgens de WI 2021 en voldoen aan de draagkrachtberekening conform ‘Beleidsregels Bijzondere bijstand; drempel en draagkracht’. 2.De vergoeding van kinderopvang bedraagt 50% van de eigen bijdrage op grond van de Wet kinderopvang, rekening houdend met de maximale uurprijs als bedoeld in de Wet kinderopvang. Als overschrijding van de maximale uurprijs vanwege omstandigheden van de persoon of het gezin onvermijdelijk is, worden de meerkosten als gevolg hiervan tevens vergoed. 3.Als kinderopvang volgens de Wet kinderopvang niet mogelijk is, kunnen in plaats daarvan ook de kosten van tussenschoolse opvang of opvang in een peuterspeelzaal worden vergoed. Dit kan ook worden overwogen in situaties waar de kosten van andere vormen van opvang lager zijn dan formele opvang volgens de Wet kinderopvang en geen andere voorziening voorziet in vergoeding van (een deel van) deze kosten. Artikel10.Specifieke voorzieningen arbeidsbeperkten 1.Als een voorziening of werkplekaanpassing noodzakelijk is voor de werknemer, die valt onder de doelgroep met een arbeidsbeperking in het kader van arbeidsdeelname, om zijn/haar werk uit te voeren, kan hiervoor een vergoeding worden verstrekt. 2.In het geval van een vervoersvoorziening, ondersteuning bij auditieve, visuele of motorische beperking of handicap of een meeneembare voorziening, zie artikel 10A t/m 10C van deze beleidsregels. 3.Voorzieningen of werkplekaanpassingen worden alleen verstrekt indien er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor de duur van minimaal 6 maanden, met een omvang van minimaal 16 uur per week. 4.De goedkoopste adequate voorziening of werkplekaanpassing wordt vergoed. 5.Algemeen gebruikelijke voorzieningen of werkplekaanpassingen worden niet vergoed. 6.Voorzieningen of werkplekaanpassingen waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is worden niet vergoed. 7.De voorziening of werkplekaanpassing voldoet aan de algemeen geldende kwaliteitseisen of keurmerk voor die aanpassing. 8.Voorzieningen of werkplekaanpassingen ten behoeve van een bepaald persoon komt per werkgever slechts eenmaal voor vergoeding in aanmerking, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn, of als het gaat om reguliere vervanging van de voorziening of werkplekaanpassing. Artikel10A. Vervoersvoorziening arbeidsbeperkten 1.Een specifieke voorziening in de vorm van vervoersvoorziening kan worden verstrekt aan personen die behoren tot de doelgroep en een arbeidsbeperking hebben in het kader van arbeidsdeelname, en hij/zij door zijn of haar beperking niet zelfstandig kan reizen en/of zelfstandig gebruik kan maken van openbaar vervoer voor woon-werkverkeer in het kader van het arbeidsproces (werkplek, proefplaats, werkervaringsplaats, participatieplaats of opleidingslocatie). Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2.Een vervoersvoorziening wordt slechts verstrekt als er sprake is van een dienstverband van minimaal 16 uur per week voor de duur van minimaal 6 maanden. 3.De goedkoopste adequate voorziening wordt vergoed. 4.De kosten van de vervoersvoorziening dienen proportioneel te zijn dat wil zeggen dat de investering in vervoersvoorziening moet opwegen tegen de opbrengsten van uitstroom naar werk. Bij de beoordeling of de kosten proportioneel zijn wordt in elk geval rekening gehouden met: •De hoogte van de kosten van vervoer; •De duur van de arbeidsovereenkomst; •De omvang van de arbeidsovereenkomst; •De opbrengst in termen van besparing op de uitkering. 5.Er wordt geen vervoersvoorziening verstrekt als aanspraak gemaakt kan worden op een voorliggende voorziening bijvoorbeeld WMO, UWV of zorgverzekeraar. 6.Een eventuele reiskostenvergoeding van de werkgever wordt in mindering gebracht op de toe te kennen vervoersvoorziening. 7.Onder vervoersvoorziening wordt in ieder geval verstaan: een kilometervergoeding voor het gebruik van eigen (aangepaste) auto of van een –aangepaste- bruikleenauto, inzet van een chauffeur voor de privéauto, begeleiding bij het reizen met het openbaar vervoer, een (rolstoel)taxikostenvergoeding, aanpassing van de eigen auto of een ander vervoermiddel. 8.In geval van verhuizing moet de vervoerskostenvoorziening opnieuw worden aangevraagd. Indien de reiskosten na verhuizing hoger zijn geworden wordt voor het meerdere geen reiskostenvergoeding vergoed. 9.In individuele gevallen kan het dagelijks bestuur gemotiveerd afwijken van het gestelde onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.