Uitvoeringsregeling subsidies Peuteropvang en Voorschoolse educatie gemeente Nuenen 2024Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nuenen is, gelet op artikel 3 lid 1 van de Algemene subsidieverordening gemeente Nuenen, bevoegd nadere uitvoeringsregelingen vast te stellen; overwegende dat het noodzakelijk en wettelijk verplicht is om regels te stellen voor de kwaliteit van en de tegemoetkoming in de kosten van voorschoolse educatie en peuteropvang; teneinde te bereiken dat peuters gelijke ontwikkelkansen geboden krijgen door het verbeteren van de kwaliteit, het bereik en de toegankelijkheid van voorschoolse educatie en peuteropvang in de gemeente; het college heeft besloten tot de volgende regeling over te gaan: “Uitvoeringsregeling subsidies Peuteropvang en Voorschoolse educatie gemeente Nuenen 2024”. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: aanvrager: houder die een aanvraag indient voor één van de subsidies van deze regeling; ASV: de algemene subsidieverordening Gemeente Nuenen 2016; wet: Wet kinderopvang; VVE: voor- en vroegschoolse educatie; VVE-peuteropvang: kortdurende opvang met voorschoolse educatie ter voorbereiding op het basisonderwijs voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. VVE-indicatie: indicatie afgegeven door ZuidZorg of Centrum Maatschappelijke Deelname op basis van de Nuenense VVE doelgroepdefinitie, waaruit blijkt dat het kind dat deze indicatie krijgt gebaat is bij en recht heeft op voorschoolse educatie; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen; doelgroepkinderen: kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die wonen in de gemeente Nuenen met een risico op (taal en/of ontwikkelings)achterstand, vastgesteld met een VVE-indicatie; deskundigheidsbevordering: alle activiteiten die de deskundigheid van personen met betrekking tot de uitoefening van hun functie of beroep verbeteren; zware doelgroeplocaties: een locatie met gemiddeld meer dan 50% doelgroeppeuters gebaseerd op basis van unieke peuters met een minimum bezetting in de groep van 12 peuters; kleine kernen: binnen de gemeente Nuenen bestaan verschillende kerkdorpen, in deze definitie worden de kerkdorpen met minder dan 5.000 inwoners aangeduid als kleine kernen. houder: degene aan wie een onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 toebehoort en die met die onderneming een kindercentrum exploiteert; kindercentrum: een voorziening waar kinderopvang van een kind woonachtig in Nuenen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet en die is opgenomen in het landelijk register kinderopvang; kinderopvang: de opvang van kinderen in de zin van de wet; kinderopvangtoeslag: de toeslag vanuit het Rijk die ouders kunnen aanvragen bij de Belastingdienst, als een tegemoetkoming in de kosten voor kinderopvang; kinderopvangtoeslagtabel: de inkomensafhankelijke tabel van de Belastingdienst die de hoogte van de kinderopvangtoeslag bepaalt op basis van de hoogte van het (gezamenlijke) toetsingsinkomen; landelijk register kinderopvang: het landelijk register, als bedoeld in artikel 1.1 van de wet; ouder: ouder in de zin van de wet; ouderbetrokkenheid: activiteiten van ouders gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van het kind; ouderbijdrage: een inkomensafhankelijke bijdrage die ouders betalen voor de uren die zij afnemen; horizontale groep: een heterogene groep peuters in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; toezichthouder: de toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61 van de wet; erkend VVE-programma: VVE programma opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; inkomensverklaring: (voorheen IB60-verklaring) een officiële verklaring van de Belastingdienst met de inkomensgegevens (geregistreerd inkomen) van de ouder over een bepaald belastingjaar; monitoring: de ontvanger van subsidie voor VVE peuteropvang levert inhoudelijke en cijfermatige bijdrage aan de monitoring door de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs en de organisaties die in opdracht van de gemeente Nuenen optreden. Artikel2Doel Deze subsidieregeling is van toepassing op subsidies voor het uitvoeren van VVE-peuteropvang in Nuenen. Het doel van deze subsidieregeling is het faciliteren van deelname van alle kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar aan peuteropvang met voorschoolse educatie, door het subsidiëren van het gebruik van een kwalitatief hoogwaardig aanbod. Artikel3Subsidiabele activiteiten Het college kan aan de houder van een VVE geregistreerd kindcentrum subsidie verlenen voor de uitvoering van VVE peuteropvang. Het betreft een kind-gebonden financiering. Het aanbieden van VVE-peuteropvang aan kinderen zonder VVE-indicatie (reguliere peuters): Een maximaal aantal van 320 uur per kalenderjaar vanaf 2,5 tot 4 jaar, verdeeld over minimaal 2 dagdelen per week; aan elke door ouders aangemelde Nuenense peuter. Het aanbieden van VVE-peuteropvang aan kinderen met een VVE-indicatie: een maximaal aantal van 640 uur per kalenderjaar vanaf 2,5 tot 4 jaar, verdeeld over minimaal 3 dagdelen per week; aan elke door ouders aangemelde Nuenense peuter met een VVE-indicatie. De inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per jaar per doelgroeppeuter (peildatum 1 februari) door een kindercentrum met de aantekening ‘ja’ bij voorschoolse educatie in het LRK ; Artikel4Subsidiecriteria De aanvrager van subsidie voor VVE-peuteropvang voldoet aan de volgende criteria: er mag bij de gemeente Nuenen geen voornemen bestaan om handhavend op te treden dan wel een handhavingsbesluit te zijn genomen naar aanleiding van een constatering van een overtreding door de toezichthouder; voorschriften gesteld bij of krachtens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; staat als VVE-gecertificeerd in het Landelijk Register Kinderopvang; inzet van een erkend VVE-programma van de NJI database. Artikel5Verplichtingen 1.De aanvrager van subsidie voor VVE-peuteropvang voldoet bij de uitvoering aan de volgende verplichtingen: alle voorschriften voor de basiskwaliteit van kindercentra, gesteld bij of krachtens de wet; voorschriften gesteld bij of krachtens het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; het aanbieden van VVE-peuteropvang in een eigen groep, niet gemengd met de reguliere dagopvang kinderopvang; warme overdracht naar de basisschool van in ieder geval de doelgroepkinderen; samenwerkingsafspraken met basisscholen; per jaar wordt tenminste één bijeenkomst georganiseerd op coördinatie-niveau, met als doel de samenwerkingsafspraken te evalueren. Deze samenwerkingsafspraken hebben tenminste betrekking op de doorgaande leerlijn (begeleiding en zorg), ouderbetrokkenheid en de (warme) overdracht; alle VVE-voorschoolse voorzieningen en basisscholen hebben een instrument/kindvolgsysteem waarmee ze de brede ontwikkeling van peuters kunnen volgen. Dit kindvolgsysteem voldoet aan de eisen die hieraan worden gesteld door de Inspectie van het Onderwijs; bij kinderen waarbij sprake is van zorg over de ontwikkeling of het gedrag wordt afstemming gezocht bij de daarvoor aangewezen instanties. 2.De aanvrager van subsidie voor voorschoolse educatie voldoet aanvullend aan de voorwaarden onder lid 1 aan de volgende voorwaarden bij de uitvoering: aanvullende samenwerkingsafspraken met basisscholen: er is zichtbaar sprake van overleg en afstemming tussen de VVE voorschoolse voorziening en de basisschool met betrekking tot aanbod en aanpak; per jaar wordt tenminste één bijeenkomst georganiseerd op coördinatie-niveau, met als doel de samenwerkingsafspraken te evalueren. Deze samenwerkingsafspraken hebben tenminste betrekking op de doorgaande leerlijn (begeleiding en zorg) en de (warme) overdracht; een school kan met meerdere voorschoolse voorzieningen een koppel vormen; alle VVE-doelgroepkinderen worden warm overgedragen aan de school. Artikel6Subsidie inzet 10 uur pedagogisch beleidsmedewerker per doelgroeppeuter 1.De subsidie wordt verstrekt voor de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker op hbo werk- en denkniveau voor 10 uur per doelgroeppeuter per kindercentrum met voorschoolse educatie. 2.De peildatum voor het vaststellen van de subsidie betreft het aantal doelgroeppeuters per locatie op 1 januari van het betreffende subsidiejaar. Bij de subsidieaanvraag betreft het aantal doelgroeppeuters per locatie een schatting. 3.De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker is gericht op kwaliteitsverbetering van beroepskrachten en het aanbod van voorschoolse educatie op de locaties waar doelgroeppeuters aan deelnemen. 4.De pedagogisch beleidsmedewerker wordt ingezet voor de totstandkoming en implementatie van pedagogisch beleid, danwel coaching van beroepskrachten op de voorschoolse educatie groepen. 5.Jaarlijks stemmen de gemeente en de houders een gezamenlijke focus af, gericht op specifieke kwaliteitsaspecten van voorschoolse educatie. Artikel7Subsidie deskundigheidsbevordering 1.De subsidie wordt verstrekt voor de deskundigheidsbevordering per voorschoolse educatie groep, ter hoogte van € 750,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.