met als hoofdtaak het vaststellen van het vergaderschema van de gemeenteraad. burgerraadslid: een op grond van artikel 82 van de Gemeentewet door de raad als zodanig benoemde persoon, die namens een fractie deelneemt aan informatie- en debatbijeenkomsten. commissie: commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet. commissie van de geloofsbrieven: commissie ingesteld door de raad die de geloofsbrieven van nieuw benoemde raadsleden, kandidaat-burgerraadsleden en kandidaat-wethouders onderzoeken en de raad adviseert over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad en de benoeming van burgerraadsleden en wethouders. fractie: groep van een of meerdere raadsleden, behorende tot dezelfde politieke groepering. fractievoorzitter: voorzitter van een groep zoals beschreven in lid e. griffier: griffier van de gemeenteraad of diens plaatsvervanger. hem/zijn: respectievelijk persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord. Daar waar hem of zijn staat kunnen ook andere persoonlijke en bezittelijke voornaamwoorden gelezen worden. initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel. initiatief tot raadsuitspraak: een initiatief tot een verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. Artikel2.Toepassing Gemeentewet op vergadermodel De bepalingen in de Gemeentewet ten aanzien van commissies in de zin van artikel 82 van deze wet, in het bijzonder die over geheimhouding, zijn van overeenkomstige toepassing op de informatie- en debatbijeenkomsten. Artikel3.Samenstelling 1.Elke fractie kan met één raadslid of burgerraadslid als woordvoerder vertegenwoordigd zijn in de informatie- en debatbijeenkomsten. 2.De agendacommissie wijst de voorzitter aan van de informatie- en debatbijeenkomsten. 3.De voorzitter is niet-stemhebbend lid van de informatie- en debatbijeenkomsten. Artikel4.Burgerraadsleden 1.Burgerraadsleden hebben het recht om volwaardig deel te nemen aan informatie- en debatbijeenkomsten van de raad. 2.Een fractievoorzitter kan maximaal twee burgerraadsleden voordragen. 3.Fractievoorzitters van fracties die één of meerdere voorzitters leveren voor de informatie- en debatbijeenkomsten mogen één extra burgerraadslid voordragen. 4.De benoeming geschiedt door de gemeenteraad voor de zittingsperiode van de raad. 5.Aan het burgerraadlidmaatschap zijn vergelijkbare vereisten verbonden als aan het raadslidmaatschap met uitzondering van de minimaal vereiste leeftijd, zoals beschreven in artikel 10 van de Gemeentewet met dien verstande dat voor “lidmaatschap van de raad” en “toelating als lid tot de gemeenteraad” “burgerraadslidmaatschap” gelezen wordt, dat voor “achttien jaar” “zestien jaar” gelezen wordt en dat “lid van de raad” “burgerraadslid” gelezen wordt. 6.De bepalingen voor raadsleden ten aanzien van nevenfuncties, onverenigbare betrekkingen, het afleggen van de eed en belofte, en verboden handelingen gelden ook voor burgerraadsleden, zoals beschreven in artikel 11 t/m 15 lid 1 van de Gemeentewet met dien verstande dat voor “lidmaatschap van de raad” en “toelating als lid tot de gemeenteraad” “burgerraadslidmaatschap” gelezen wordt en dat voor “raadslid”, “lid van de raad” en “leden van de raad” respectievelijk “burgerraadslid”, “burgerraadslid” en ”burgerraadsleden” gelezen wordt. 7.De raad kan een burgerraadslid ontheffing geven van het aangaan van bepaalde rechtstreekse of middellijke overeenkomsten met de gemeente, zoals beschreven in artikel 15 lid 2 van de Gemeentewet met dien verstande dat voor “kunnen gedeputeerde staten” “kan de gemeenteraad” gelezen wordt. 8.Een burgerraadslid kan tussentijds door de raad worden ontslagen op eigen verzoek of op voorstel van de fractievoorzitter. 9.Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een burgerraadslid een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult houdt hij op lid te zijn. 10.Een burgerraadslid dat een verboden handeling pleegt kan door de raad op voorstel van de voorzitter worden ontslagen, niet nadat het burgerraadslid in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk te verdedigen. 11.Een kandidaat-burgerraadslid dient voor zijn benoeming een verklaring omtrent het gedrag te overleggen aan de commissie van de geloofsbrieven. Artikel5.Vergaderschema 1.Vergaderingen en andere bijeenkomsten worden door de agendacommissie gepland conform het vastgestelde vergaderschema. 2.De Agendacommissie kan besluiten tot een gecombineerde informatie- en debatbijeenkomst, met een markering van de overgang van de informatie naar de debatfase. 3.De agendacommissie stelt in week 3 van elke vergadercyclus de agenda's voor de komende vergadercyclus vast. Daarbij worden de onderwerpen zo veel mogelijk geclusterd naar de thema’s Sociaal / Bestuur en Fysiek / Economie. In bijzondere gevallen, zulks ter beoordeling van de agendacommissie, kan de agendacommissie de planning tussentijds bijstellen. 4.De agendacommissie kan een debatbijeenkomst laten vervallen, als daar aanleiding voor is, op basis van de informatiebijeenkomst. 5.De agendacommissie bepaalt het verloop van de informatie- en debatbijeenkomsten. 6.De griffier draagt er zorg voor dat de raadsleden en burgerraadsleden 10 dagen vóór de vergaderdatum van de Agendacommissie, waarop de agenda's worden vastgesteld, in kennis worden gesteld van de geplande vergaderingen en bijeenkomsten, de onderwerpen en de vergaderstukken en dat de vergaderingen en bijeenkomsten, met inachtneming van de regels omtrent geheimhouding, openbaar worden gepubliceerd. Artikel6.Voorzitter 1.Informatie- en debatbijeenkomsten worden voorgezeten door één van de door de raad benoemde voorzitters. 2.Indien bij verhindering van alle voorzitters ook geen raadslid, niet zijnde een voorzitter, het voorzitterschap op zich neemt zal de bijeenkomst geen doorgang vinden. Artikel7.Deelname aan de vergaderingen 1.De griffier of een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger is secretaris van de informatie- en debatbijeenkomsten. 2.Tenzij zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten, worden de collegeleden tot wiens portefeuille de te bespreken onderwerpen behoren, uitgenodigd voor de informatie- en debatbijeenkomsten en, op uitnodiging van de voorzitter, het woord te voeren. 3.De collegeleden kunnen zich hierbij steeds doen vergezellen van ambtelijke adviseurs. 4.De raadsleden en burgerraadsleden kunnen alle informatie- en debatbijeenkomsten bijwonen. Artikel8.Voorbereiding bijeenkomsten 1.Raadsleden en burgerraadsleden kunnen tot uiterlijk vier dagen voor de bijeenkomst (tot 12.00 uur), door tussenkomst van de griffie, informatieve vragen stellen aan het college of de burgemeester. 2.Deze vragen worden voor de bijeenkomst beantwoord, tenzij het college of de burgemeester de griffier gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. 3.De vragen en de beantwoording hierop worden gepubliceerd bij de vergaderstukken. 4.Raadsleden en burgerraadsleden dienen vóór 12:00 uur op de woensdag tenminste vijf dagen voorafgaande aan de debatbijeenkomst, door tussenkomst van de griffie, hun debatvragen kenbaar te maken indien zij deze wensen te behandelen in deze debatbijeenkomst. De voorzitter van de bijeenkomst kan hier gemotiveerd van afwijken tot een uiterlijke termijn van 24 uur voor aanvang van de bijeenkomst. Artikel9.Ambtelijke ondersteuning 1.De griffier wijst voor elke informatie- of debatbijeenkomst een secretaris aan. 2.De secretaris ondersteunt de voorzitter bij al zijn werkzaamheden. 3.De secretaris draagt zorg voor beknopte vastlegging van de afspraken, die in de informatie- en debatbijeenkomsten worden gemaakt. 4.De secretaris kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Artikel10.Vragenhalfuur 1.De agendacommissie stelt in het vergaderschema tweewekelijks om 18.00 uur een vragenhalfuur vast voor: het stellen van vragen door (burger)raadsleden aan het college. De volgende vragen kunnen niet aan de orde komen in het vragenhalfuur: technische / informatieve vragen; vragen over onderwerpen die voor de korte termijn op termijnagenda staan; vragen over onderwerpen die het laatste half jaar op de agenda van de raad hebben gestaan (informerend, debat of besluit), tenzij er sprake is van het feit dat er nieuwe en/of aanvullende informatie bekend is geworden ten opzichte van de eerder verstrekte informatie door het college c.q. de burgemeester; vragen over een onderwerp waarover al schriftelijke vragen zijn gesteld, tenzij de beantwoording naar gemotiveerd oordeel van de indiener van de mondelinge vragen niet voldoende is of de steller van de mondelinge vragen een aanvullende vraag op de reeds beantwoorde schriftelijke vragen wilt stellen. vragen over zaken die onderwerp zijn in een juridische procedure waarbij de gemeente als één van de partijen betrokken is. vragen over informatie dat op grond van artikel 5.1 lid 1 en 2 van de Wet open overheid niet openbaar is. het van toepassing verklaren van de bepalingen onder lid 1a is ter beoordeling van de voorzitter. 2.De agendacommissie kan gemotiveerd afwijken van het moment van inplannen van het vragenhalfuur. Paragraaf2.Taak Artikel11.Algemene taak informatie- en debatbijeenkomsten 1.Informatiebijeenkomsten als technische sessies zijn bedoeld voor het verkrijgen van informatie van het college en de ambtelijke organisatie, organisaties of experts ter voorbereiding op eventuele debatbijeenkomsten en de besluitvorming. 2.Informatiebijeenkomsten als inspraakbijeenkomsten zijn bedoeld om informatie te verkrijgen van inwoners en/of organisaties (artikel 15) ter voorbereiding op eventuele debatbijeenkomsten en besluitvorming. 3.Een informatiebijeenkomst als technische sessie of inspraakbijeenkomst wordt als vervolgstap gevolgd door een debatbijeenkomst, ook als de agendacommissie hierin niet heeft voorzien, indien ten minste een vijfde van de leden van de raad en/of 3 fracties, hierom verzoekt/verzoeken. 4.Debatbijeenkomsten zijn bedoeld voor onderling debat ter voorbereiding van de besluitvorming, alsmede voor het voeren van overleg met het college en de burgemeester over: voorstellen, die het college, de burgemeester, een commissie, de Rekenkamer, het presidium of een raadslid aan de raad voorlegt; initiatiefvoorstellen en initiatieven tot raadsuitspraken, die aan de raad zijn aangeboden; wensen en bedenkingen over ontwerpbesluiten van het college, als bedoeld in de artikelen 160, lid 2, 165 en 169, lid 4 van de Gemeentewet; ongevraagd advies uitbrengen en voorstellen doen, alsmede het vragen van informatie en inlichtingen aan het college en de burgemeester, voor zover deze niet een informatief karakter hebben.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.