Verordening Vervoer naar en van school gemeente Diemen 2024 De raad van Diemengelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op: de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 Wet voortgezet onderwijs 2020; besluit: vast te stellen de Verordening Vervoer naar en van school gemeente Diemen 2024 inclusief toelichting Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; brengen en halen: naar school brengen van de leerling en bij school ophalen van de leerling, hetzij met een voertuig hetzij als begeleider. Voor de leesbaarheid wordt met ‘brengen’ ook bedoeld ‘halen’, tenzij uit de context anders blijkt; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen; drempelafstand: een afstand in kilometers die wordt gebruikt wanneer vervoer wordt bekostigd, maar uitsluitend voor het deel dat verder strekt dan de genoemde afstand; eigen vervoer: vervoer per eigen auto, ander motorvoertuig, fiets of andersoortig vervoersmiddel; eenoudergezin: ouder die de volledige zorg voor één of meer thuiswonende minderjarige kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding heeft. handicap met betrekking tot het kind: een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking waardoor de leerling niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken; handicap met betrekking tot de ouder: een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking waardoor de ouder niet in staat is om de leerling te brengen en te halen; leerling: leerling die is ingeschreven bij een school als bedoeld in dit artikel; OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg tussen het samenwerkingsverbanden en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a Wet op het primair onderwijs, negende lid en artikel 2.44 Wet voortgezet onderwijs 2020 eerste en vierde lid onder a; ontwikkelingsperspectief: een voor de leerling vastgesteld plan over passend onderwijs en begeleiding, als bedoeld in artikel 40a van de WPO, artikel 41a van de WEC of artikel 26 van de WVO; openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik kan maken; opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het aangepast vervoer; ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling worden in deze verordening voor de leesbaarheid aangemerkt als ‘ouders’; primair onderwijs: onderwijs van de schoolsoorten BO, SBO en SO (zie ook de definitie van ‘schoolsoort’); reistijd: de tijd die het de leerling onder normale omstandigheden kost om van de woning van de leerling naar de school te reizen, dan wel van de school naar de woning. Het college stelt nadere regels over de berekening van de reistijd voor de verschillende vervoerwijzen; richting: de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting van een school voor bijzonder onderwijs. Voor de toepassing van deze verordening wordt openbaar onderwijs eveneens als een richting beschouwd; samenwerkingsverband: een organisatie zoals bepaald in artikel 18a WPO, artikel 2.47 WVO en artikel 28a WEC, die onder andere de toelating van leerlingen tot de schoolsoorten SBO, SO, VSO en PrO regelt; school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt op grond van de WPO, WEC of WVO; schoolsoort: indeling van scholen naar het soort onderwijs dat er wordt gegeven. De volgende schoolsoorten worden onderscheiden: BO: regulier basisonderwijs op grond van de WPO (niet zijnde SBO). SBO: speciaal basisonderwijs op grond van de WPO. SO: speciaal onderwijs op grond van de WEC. VSO: voortgezet speciaal onderwijs op grond van de WEC. VO: voortgezet onderwijs op grond van de WVO; stage: praktische leertijd bij de opleiding; tweeoudergezin: ouders die de volledige zorg voor één of meer thuiswonende minderjarige kinderen hebben en een gezamenlijke huishouding hebben. vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school van de leerling; voortgezet onderwijs: onderwijs van de schoolsoorten VO en VSO (zie ook definitie van ‘schoolsoort’); WEC: Wet Expertisecentra; WPO: Wet Primair Onderwijs; WVO: Wet Voortgezet Onderwijs. Artikel1.2Doelstelling 1.Deze verordening regelt voorzieningen voor betrouwbaar en passend vervoer naar en van school voor leerlingen die dit nodig hebben en bepaalt welke eigen verantwoordelijkheid ouders en leerlingen hebben bij het naar schoolgaan. 2.Het leerlingenvervoer is dienend aan de leerplicht en het onderwijs van leerlingen die in Diemen verblijven en aan hun ontwikkeling naar zelfstandigheid. Leerlingenvervoer kan een voorwaarde zijn om te bewerkstellingen dat een kind passend onderwijs kan krijgen. 3.Ten dienste van het bovenstaande verstrekt het college op aanvraag een vervoersvoorziening voor leerlingen die primair of voortgezet onderwijs volgen, van de woning naar school en terug. 4.Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening gelden de uitgangspunten benoemd in het volgende artikel, onder de voorwaarden gesteld in deze verordening en in de nadere regels en beleidsregels gesteld door het college. Artikel1.3Uitgangspunten voor vervoer 1.Dit artikel benoemt de uitgangspunten van vervoer naar en van school in begrijpelijke taal. Voor de beoordeling van een aanvraag zijn de toekenningscriteria zoals uitgewerkt in paragraaf 3 leidend. 2.Leerlingen worden geacht zelfstandig naar en van school te reizen. Voor zover zelfstandig reizen niet mogelijk is, worden de ouders geacht de leerling te brengen. 3.De kosten van zelfstandig reizen en brengen en halen komen in principe volledig voor rekening van de ouders. 4.Voor vervoer boven een drempelafstand van 6 kilometer naar primair onderwijs verstrekt het college bekostiging. 5.Wanneer een leerling van elf jaar of ouder door een handicap niet zelfstandig kan reizen, verstrekt het college een voorziening zonder drempelafstand. 6.Wanneer de ouders aanspraak maken op bekostiging van brengen en halen, maar zij daar feitelijk niet toe in staat zijn, kan de gemeente aangepast vervoer aanbieden. 7.De voorziening omvat passend vervoer tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 8.De voorziening gaat uit van de goedkoopste, meest gezonde, meest duurzame en meest zelfredzame wijze van reizen of brengen in de volgorde: lopen, fietsen, openbaar vervoer, eigen auto, aangepast vervoer. 9.Voor een voorziening wordt een eigen bijdrage gerekend, tenzij het gezinsinkomen laag is of een leerling van elf jaar of ouder door een handicap niet zelfstandig kan reizen. Artikel1.4Kwaliteitsborging 1.Bij het organiseren en verstrekken van vervoersvoorzieningen treft het college een balans tussen maatwerk voor de leerling en beperking van kosten door inzet van collectieve oplossingen. Hiertoe stelt het college nadere regels op waarin afwegingen voor vaker voorkomende situaties worden verduidelijkt. Nadere regels kunnen over alle bepalingen in deze verordening worden gesteld. 2.Het college stelt beleidsregels vast om duidelijkheid te geven over hoe deze verordening in praktische zin wordt toegepast en hoe met vaker voorkomende situaties wordt omgegaan. Beleidsregels kunnen over alle bepalingen in deze verordening worden gesteld. 3.Het college neemt het leerlingenvervoer op als vast agendapunt in het OOGO met het samenwerkingsverband. 4.Het college organiseert een aantal maal per jaar een uitvoerend overleg met het samenwerkingsverband. 5.Het college spant zich in om met het samenwerkingsverband afspraken te maken over: de spreiding van het onderwijsaanbod binnen het samenwerkingsverband en de vervoersmogelijkheden die hieruit voortvloeien; de deskundige die het college adviseert over de vervoersmogelijkheden van een leerling en het proces dat hierbij gevolgd wordt; de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verwijzing van de leerling naar de voor hem best passende school; de wijze waarop scholen ondersteund kunnen worden in hun informatievoorziening over het leerlingenvervoer aan ouders; wat de mogelijkheden zijn om het leerlingenvervoer efficiënt te organiseren en de vervoerskosten te beheersen. Artikel1.5Plichten 1.Ouders zijn verantwoordelijk voor het schoolbezoek van de leerling. De toekenning van een vervoersvoorziening vermindert de verantwoordelijk die ouders hebben voor het schoolbezoek van hun kinderen niet. 2.Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening voorwaarden verbinden. Wanneer ouders verwijtbaar niet voldoen aan deze voorwaarden, kan de voorziening worden ingetrokken of kunnen de kosten voor deze voorziening worden teruggevorderd. 3.De ouders zijn verplicht wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college. 4.De ouders en de leerling dienen zich te houden aan de regels van de vervoerder en de instructies van de chauffeur en eventuele begeleiders in het voertuig. 5.De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling in en rondom het aangepast vervoer ligt bij de ouders. Artikel1.6Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering 1.Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat: niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat het college een ander besluit zou hebben genomen indien de juiste gegevens bekend zouden zijn geweest; de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; ouders weigeren de draagkrachtafhankelijke eigen bijdrage bedoeld in artikel 3.7 te betalen of nalatig zijn in het betalen ervan; sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het gebruik in het aangepast vervoer; of het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer. 2.Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders. Paragraaf2Aanvraag, onderzoek, beoordeling en toekenning Artikel2.1Aanvraag 1.Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling woont door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2.Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3.De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een vervoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de vervoersvoorziening voor de leerling. 4.Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5.Het college kan de in het vorige lid bedoelde beslistermijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6.De aanvraag wordt opgeschort totdat het college de informatie heeft ontvangen die noodzakelijk is om een besluit te kunnen nemen. Artikel2.2Onderzoek, adviezen en beoordeling 1.Het college onderzoekt, wanneer dit voor de beoordeling van een aanvraag relevant is, de mogelijkheden van de leerling om zelfstandig te reizen en de mogelijkheden van de ouders om te brengen en halen in samenhang met de relevante omstandigheden. Het college stelt hierover nadere regels, die tenminste gaan over: werk en opleiding van de ouders; gezinssituatie; vervoermiddelen; handicaps en gezondheid van leerling en of ouders; andere kinderen in het gezin; 2.Wanneer de leerling de leeftijd van tien jaar bereikt, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst met de leerling, en in samenhang met het ontwikkelingsperspectief een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen, waarin de weg naar zelfstandig reizen naar en van school wordt beschreven alsmede de mogelijkheden van de leerling. Dit plan maakt onderdeel uit van het besluit. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan kan het college ondersteuning bieden om de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen. 3.Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag: informatie uit gesprekken over zelfredzaamheid; Informatie uit eerdere aanvragen van de ouders; de naleving van vastgestelde vervoersontwikkelingsplannen voor de leerling; vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn; informatie vanuit de school over het ontwikkelingsperspectief van de leerling. 4.Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college een medische of orthopedagogische verklaring of advies opvragen. Ouders zijn verplicht hieraan mee te werken. 5.Het college kan met betrekking tot verklaringen en adviezen van deskundigen en andere relevante informatie nadere regels stellen over: de onderwerpen waarover de informatie wordt betrokken; de personen en organisaties bij wie de informatie wordt betrokken; de van ouders en de leerling vereiste inspanningen in het kader van het verwerven van de benodigde informatie; de wijze waarop de informatie wordt betrokken in de beoordeling van de aanvraag; het opvragen van de informatie door gemeente dan wel door de ouders zelf. 6.Wanneer de toe te kennen voorziening mede afhankelijk is van een handicap van de leerling, kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van deze leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. 7.Een verklaring kan onder andere worden opgevraagd: als de toe te kennen voorziening mede afhankelijk is van een handicap van de leerling. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van deze leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. om te bepalen welke school de voor de leerling dichtstbijzijnde en toegankelijke school is, zoals uitgewerkt in artikel 3.1 Artikel2.3Voorziening en toekenning 1.De vervoersvoorziening wordt toegekend aan de ouders. Wanneer de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, kan de voorziening op aanvraag worden toegekend aan de leerling; in dat geval wordt bij alle bepalingen in deze verordening voor ‘de ouders’ gelezen: ‘de leerling.’ 2.Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en de ingangsdatum van de verstrekking, de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 3.De vervoersvoorziening bestaat uit: bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van zelfstandig reizen per fiets of openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; en/of bekostiging van andere vormen van brengen en halen; en/of aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; en/of gehele of gedeeltelijke bekostiging van andersoortige door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider. 4.Bij een bekostiging is de ingangsdatum de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag. Bij aanbieding van aangepast vervoer gaat de voorziening in op een datum die zo goed mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum. 5.Het college kan aan de toekenning van aangepast vervoer de voorwaarde verbinden dat de ouders in redelijkheid aanpassingen doen die hen in staat stellen om de leerling (vaker) te brengen en halen. Bijvoorbeeld: de aanschaf van een vervoermiddel of een hulpmiddel, het aanpassen van werktijden of het inschakelen van oppas of kinderopvang voor andere kinderen in het gezin. Het college kan hierover 6.De voorziening wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal één schooljaar. Een voorziening voor een langere periode kan worden verstrekt wanneer het college verwacht dat in die periode opnieuw een aanvraag zal worden gedaan en de aanvraag opnieuw zal worden toegekend. Een meerjarige voorziening eindigt van rechtswege bij een verhuizing van de leerling of de school, een wisseling of uitschrijving van school of een overgang van primair naar voortgezet onderwijs. Artikel2.4Opstapplaats Het college kan nadere regels vaststellen op basis waarvan voor een leerling een opstapplaats voor aangepast vervoer kan worden aangewezen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Het college deelt de ouders in de beschikking mee of voor het vervoer van de leerling gebruik zal worden gemaakt van een centrale opstapplaats. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en van de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. Artikel2.5Gezamenlijk brengen en halen Het college kan nadere regels vaststellen over bekostiging en stimulering van het gezamenlijk brengen en halen van kinderen door ouders. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: De regels zijn gericht op het vervoer van leerlingen voor wie op grond van deze verordening een voorziening is toegekend. Deelname aan een initiatief voor het gezamenlijk brengen en halen van kinderen is altijd op basis van vrijwilligheid. Het college kan ouders met elkaar in contact brengen voor wie gezamenlijk brengen en halen een mogelijkheid lijkt op basis van het vervoerpatroon van de betreffende leerlingen. Het college stimuleert zowel de ouder die andermans kinderen brengt en haalt als de ouder die zijn kind laat brengen en halen door de andere ouder. Paragraaf3Het vervoer Artikel3.1Dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school 1.Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 2.In afwijking van het eerste lid kan een vervoersvoorziening worden toegekend naar een verder weg gelegen school, wanneer dit voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 3.Welke school de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school is, wordt als volgt bepaald: De afstand tot een school wordt gemeten langs de openbare weg. Hierbij wordt uitgegaan van de kortste route per auto, of van de kortste route per fiets als de afstand kleiner is dan 6 kilometer en de leerling kan fietsen. Alleen scholen van de schoolsoort waar de leerling op is aangewezen komen in overweging. Binnen het voortgezet onderwijs worden Praktijkonderwijs (PrO), vmbo, havo en vwo voor dit doel beschouwd als afzonderlijke schoolsoorten. De school is voor de leerling fysiek toegankelijk en de school heeft plaats voor de leerling, of kan deze plaats binnen afzienbare tijd creëren. Wanneer voor de leerling een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) is afgegeven voor het SO, SBO, VSO of PrO bepaalt deze TLV op welke schoolsoort, cluster en pedagogische specialisatie de leerling is aangewezen. Op basis van bovenstaande criteria wijst het college één school aan als de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. 4.Vervoer naar een andere school dan de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school kan worden toegekend op basis van: Een bijzondere onderwijskundige behoefte. In dat geval wordt vervoer bekostigd naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school die in deze behoefte voorziet. Hiervoor dienen de ouders aan het college genoegzaam aan te tonen: wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; én dat dichterbij gelegen scholen van dezelfde schoolsoort niet toegankelijk zijn vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Een verklaring van de ouders dat zij op grond van hun levensbeschouwing kiezen voor onderwijs van een bepaalde richting. In dat geval wordt vervoer bekostigd naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school van die richting. Artikel3.2Zelfstandig reizen 1.Uitleg vervoerswijze Zelfstandig reizen houdt in dat de leerling zonder hulp naar en van school loopt of fietst, al dan niet in combinatie met openbaar vervoer zoals bus en trein. 2.Wanneer van toepassing Voor leerlingen onder de 11 jaar beoordelen de ouders zelf of zij de leerling brengen en halen, of zelfstandig laten reizen. Voor leerlingen van 11 jaar of ouder is zelfstandig reizen het uitgangspunt. Een leerling wordt alleen geacht zelfstandig naar school te reizen voor zover de school voor de leerling lopend, per fiets of met openbaar vervoer en veilig, binnen acceptabele tijd en met acceptabele inspanning bereikbaar is. Het college stelt hierover nadere regels. 3.Bekostiging: De kosten van zelfstandig reizen zijn in beginsel voor de ouders. Zelfstandig reizen wordt alleen bekostigd als de afstand groter is dan 6 kilometer. In dat geval wordt openbaar vervoer bekostigd. Als het college oordeelt dat de leerling naar en van school kan fietsen, worden de kosten van fietsen bekostigd. De bekostiging bedraagt voor: fietskosten: 9 cent per kilometer. Het college kan dit bedrag bij nadere regels indexeren. openbaar vervoer: de kosten van de goedkoopste passende vorm van openbaar vervoer. Voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) worden in afwijking van het voorgaande de fietskosten en de reiskosten van het openbaar vervoer ook vergoed als de afstand groter is dan 2 kilometer. Beperkingen: Voor leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs (VO) worden de kosten van zelfstandig reizen niet bekostigd, ongeacht de afstand. Artikel3.3Brengen en halen 1.Uitleg vervoerswijze Brengen en halen houdt in dat de ouders met hun kind naar school reizen en terug. Dit kan zijn door samen te lopen of te fietsen, door samen te reizen met het openbaar vervoer of met het kind als passagier (op fiets of bromfiets, in de auto, etc.). 2.Wanneer van toepassing Brengen en halen is het uitgangspunt als de leerling niet zelfstandig naar en van school kan reizen. Brengen en halen is de verantwoordelijkheid van de ouders. 3.Wanneer niet van toepassing Het college stelt nadere regels vast over omstandigheden waarin brengen en halen niet van de ouders kan worden verwacht. Daarin worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken: werk, handicap van de ouders, handicap van de leerling, brengen en halen van andere kinderen in het gezin, thuisblijvende kinderen die toezicht nodig hebben en beschikbare vervoermiddelen. 4.Toepasselijkheid bij jonge leerling en korte afstand Als de leerling jonger is dan 11 jaar en de afstand minder dan 6 kilometer, worden ouders in alle gevallen geacht de leerling te kunnen brengen en halen. De omstandigheden bedoeld in lid 3 worden dan niet meegewogen, tenzij ouders aantonen dat de handicap van de leerling, al dan niet in samenhang met de omstandigheden bedoeld in lid 3, het brengen en halen onmogelijk maakt. 5.Inzet van de ouder Bij het vaststellen in hoeverre brengen en halen van de ouders kan worden verwacht, gelden in ieder geval de volgend uitgangspunten: Ouders worden geacht in redelijkheid aanpassingen te doen in de inrichting van hun dagelijks leven zodat ze de leerling kunnen brengen en halen. Ouders worden geacht anderen in hun netwerk te vragen om één dag per week te helpen met het brengen en halen van de leerling. Van een eenoudergezin wordt verwacht dat de ouder maximaal 6 uur per week besteedt aan het brengen en halen van alle kinderen in het huishouden. Van een tweeoudergezin wordt verwacht dat de ouders maximaal 12 uur per week besteden aan het brengen en halen van alle kinderen in het huishouden. Van een ouder wordt verwacht dat de ouder de leerling brengt en haalt als de enkele reis minder lang duurt dan 45 minuten. Van elke ouder wordt verwacht dat de ouder één dag per week brengt en haalt als de enkele reistijd meer dan 45 minuten duurt. 6.Bekostiging Tot de leeftijd van 11jaar is er alleen bekostiging voor brengen en halen voor het deel van de afstand dat boven 6 kilometer uit gaat. Vanaf de leeftijd van 11 jaar wordt de goedkoopst passende vorm van brengen en halen bekostigd als de leerling door een handicap niet zelfstandig kan reizen. In dat geval wordt geen afstandsgrens gehanteerd. 7.Inhoud bekostiging De bekostiging van fietskosten of openbaar vervoer voor de leerling en de begeleider bedraagt voor: Fietskosten: 9 cent per kilometer voor de leerling en het dubbele bedrag voor de begeleider. Het college kan dit bedrag bij nadere regels indexeren. Openbaar vervoer: de kosten van de goedkoopste passende vorm van openbaar vervoer voor leerling en begeleider. De bekostiging voor brengen met de auto wordt afgeleid van de maximale belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer. In 2024 bedraagt het tarief 23 cent per kilometer. Het bedrag wordt eenmaal berekend voor de heenrit van de leerling en eenmaal voor de terugrit van de leerling, gemeten langs de kortste autoroute. Het college indexeert het tarief bij nadere regels. De bekostiging voor brengen met de auto wordt afgeleid van de maximale belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer. In 2024 bedraagt het tarief 23 cent per kilometer. Het bedrag wordt eenmaal berekend voor de heenrit van de leerling en eenmaal voor de terugrit van de leerling, gemeten langs de kortste autoroute. Het college indexeert het tarief bij nadere regels. De vergoeding voor brengen met de auto wordt per gezin maar één keer gegeven. Het college kan nadere regels vaststellen over bekostiging en stimulering van het gezamenlijk brengen en halen van kinderen door de ouders. Bij het gezamenlijk brengen en halen van kinderen door de ouders kan het vervoer naar rato vergoed worden aan de deelnemende ouders. Artikel3.4Aangepast vervoer 1.Uitleg vervoerswijze Aangepast vervoer is collectief vervoer dat door de gemeente wordt georganiseerd. Het kan gaan om deeltaxivervoer of touringcarvervoer. In het aangepast vervoer kan bij medische noodzaak een begeleider kosteloos meereizen. 2.Wanneer van toepassing Aangepast vervoer is het uitgangspunt voor zover: de leerling niet zelfstandig naar school kan reizen, zoals bepaald in en krachtens artikel 3.2 én de ouders de leerling niet zelf kunnen brengen en halen, zoals bepaald in en krachtens artikel 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.