Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 4 juni 2024, nr. UTSP-4437239-4335 tot vaststelling van het Openstellingsbesluit GLB Demonstratiebedrijven provincie Utrecht 2024Gedeputeerde Staten van Utrecht Gelet op artikel 1.2 en paragraaf 10 van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht (hierna: de Verordening); Overwegende: dat Gedeputeerde Staten met deze subsidieregeling beogen de gestelde doelen uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 2023-2027 en uit het Nationaal Strategisch Plan (NSP) te behalen; dat met deze subsidieregeling mede wordt bijgedragen aan de provinciale landbouwvisie en de provinciale voedselagenda; dat het wenselijk is om demonstratiebedrijven te subsidiëren bij het ontwikkelen van initiatieven die bijdragen aan de versterking van verdienmodellen voor (natuurinclusieve) kringlooplandbouw; Besluiten: vast te stellen het Openstellingsbesluit GLB Demonstratiebedrijven provincie Utrecht 2024 als bedoeld in paragraaf 10 van hoofdstuk 2 van de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 Provincie Utrecht, verder te noemen de Verordening; het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen op € 919.500 waarvan € 395.385 uit het Europees Landbouw Fonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en € 524.115 uit de provinciale cofinancieringsmiddelen; dat aanvragen kunnen worden ingediend van 3 juli 2024 09.00 uur tot en met 30 september 2024 17.00 uur; de volgende nadere regels vast te stellen: Artikel1Subsidiabele activiteit 1.In afwijking van artikel 2.10.1 van de Verordening kan subsidie worden verstrekt voor kennisoverdracht in de vorm van een demonstratieproject door een landbouwer op het eigen landbouwbedrijf, zoals bedoeld in artikel 2.10.1, eerste lid, onder b van de Verordening. 2.Subsidie als bedoeld in het voorgaande lid wordt uitsluitend verstrekt als het demonstratieproject bijdraagt aan minimaal één van de doelen zoals gesteld in artikel 2.10.1, tweede lid van de Verordening. Artikel2Aanvrager Conform artikel 2.10.2, tweede lid wordt de subsidie als bedoeld in artikel 1 van dit besluit, verstrekt aan een landbouwer of een samenwerkingsverband van landbouwers van het demonstratieproject. Artikel3Aanvraagvereisten Als aanvulling op artikel 1.6 van de Verordening zijn de aanvraagvereisten zoals opgenomen in artikel 2.10.3 van de Verordening van toepassing op dit openstellingsbesluit. Artikel4Subsidiabele kosten 1.In afwijking van artikel 1.8 van de Verordening komen alleen kosten zoals bedoeld in artikel 1.8 onder a, b, d en e van de Verordening in aanmerking voor subsidie, voor zover deze toezien op het uitvoeren van de subsidiabele activiteit zoals bedoeld in artikel 1 van dit besluit. 2.De subsidiabele kosten worden berekend conform artikel 1.9a, 1.9b of 1.9c van de Verordening. 3.Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9a, is artikel 1.9a, eerste lid, onder b niet van toepassing. 4.Indien gebruik gemaakt wordt van artikel 1.9c, is artikel 1.9c, eerste lid, onder b niet van toepassing. Artikel5Niet subsidiabele kosten Kosten zoals opgenomen in artikel 2.10.4 van de Verordening komen niet voor subsidie in aanmerking. Artikel6Subsidiepercentage en -hoogte 1.Het subsidiepercentage voor een activiteit als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van dit besluit bedraagt 100% van de subsidiabele kosten. 2.De subsidie bedraagt maximaal € 300.000. 3.Een subsidie lager dan € 25.000 wordt niet verleend. Artikel7Selectie en rangschikking 1.Voor selectie en rangschikking van aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, worden de volgende selectiecriteria gehanteerd: mate van effectiviteit; de haalbaarheid van de activiteit; de mate van efficiëntie van uitvoering van de activiteit; 2.De weging van de in lid 1 opgenomen selectiecriteria vindt als volgt plaats: Selectiecriterium Weging Te behalen punten Maximum per criterium a. Effectiviteit 4 0-5 20 b. Haalbaarheid/ kans op succes 4 0-5 20 c. Efficiëntie 3 0-5 15 Maximumaantal te behalen punten 55 3.Overeenkomstig artikel 1.12, vierde lid van de Verordening wordt een aanvraag geweigerd indien de aanvraag minder dan 33 punten heeft behaald. 4.Aanvragen voor subsidie worden voorgelegd aan een adviescommissie. Artikel8Voorschot en deelbetaling 1.Overeenkomstig artikel 2.10.7 van de Verordening wordt geen voorschot verstrekt. 2.In aanvulling op artikel 1.18, eerste lid en 2.10.8 van de Verordening kan eenmaal per jaar een aanvraag tot deelbetaling worden ingediend. Artikel9Verplichtingen 1.In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.16 en 1.18 van de Verordening bevat een voortgangsverslag en deelbetalingsverzoek het totaal aantal deelnemers tot dan toe. 2.In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.19 van de Verordening is de subsidieontvanger verplicht om na afloop van de activiteiten te rapporteren over het totaal aantal deelnemers. 3.In aanvulling op het bepaalde in de artikelen 1.20 en 1.21 van Verordening is de subsidieontvanger verplicht te rapporteren over het totaal aantal deelnemers. 4.De projectperiode loopt uiterlijk tot en met 30 juni 2028. Activiteiten waarvoor subsidie verstrekt is, dienen uiterlijk op die datum afgerond te zijn Artikel10Subsidie-arrangement 1.In geval de subsidie minder bedraagt dan € 125.000 zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 2 als bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder b, in artikel 1.18, tweede lid en in artikel 1.20 van de Verordening van toepassing. 2.In geval de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, zijn de regels inzake subsidie op basis van arrangement 3 zoals bedoeld in artikel 1.7, eerste lid, onder c, in artikel 1.18, derde lid en in artikel 1.21 van de Verordening van toepassing. Artikel11Publicatie en inwerkingtreding Dit besluit wordt geplaatst in het Provinciaal Blad en treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst. Artikel12Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit GLB Demonstratiebedrijven provincie Utrecht 2024. Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 4 juni 2024Gedeputeerde Staten van Utrecht,Voorzitter,mr. J.H. OostersSecretaris,mr. drs. A.G. Knol-van LeeuwenToelichting Openstellingsbesluit GLB Demonstratieprojecten provincie Utrecht 2024 LEESWIJZER Voorliggend openstellingsbesluit moet in samenhang gelezen worden met de Verordening Europese landbouwsubsidies 2023-2027 van de provincie Utrecht, zie Besluit van provinciale staten van Utrecht van 20 september 2023, nr. UTSP-4437239-3551, tot vaststelling van de Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 (Verordening Europese Landbouwsubsidies 2023-2027 provincie Utrecht) | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl): http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR702578. Met dit openstellingsbesluit wordt paragraaf 10 uit hoofdstuk 2 van de Verordening – de maatregel Kennis en informatie – opengesteld. De artikelen 2.10.1 tot en met 2.10.8 van paragraaf 10 uit hoofdstuk 2 van de Verordening moeten tezamen gelezen worden met de artikelen in dit openstellingsbesluit. Daarnaast zijn de algemene en slotbepalingen uit de Verordening ook van toepassing op een aanvraag. Het openstellingsbesluit bevat derhalve uitsluitend nadere regels ten opzichte van de Verordening. Deze toelichting bevat een nadere uitleg over de artikelen uit paragraaf 10 van hoofdstuk 2. Algemeen Kennisoverdracht in de vorm van een demonstratieproject voor een rendabele natuurinclusieve kringlooplandbouw Utrecht streeft naar een maatschappelijk gewaardeerde én duurzame landbouw. Een landbouw die circulair en natuurinclusief is en zeker ook economisch rendabel: een landbouw met perspectief. Een duidelijk (ontwikkel)perspectief voor individuele agrariërs is een belangrijke sleutel om de doelen op het gebied van natuur, water en klimaat te kunnen halen (doelen uit het NPLG Het provinciaal landbouwbeleid is beschreven in de Landbouwvisie 2018, Landbouw met Perspectief, en in de bijbehorende Samenwerkingsagenda Landbouw 2019). Onder ‘Natuurinclusieve kringlooplandbouw’ verstaan wij: landbouw die de natuur spaart (minder emissies), werkt met natuur en natuur produceert. Daarmee worden circulaire landbouw (minder emissies, efficiënt gebruik natuurlijke hulpbronnen) en klimaatneutrale landbouw (minder broeikasgassen, adaptatie) verbonden met natuurinclusieve landbouw. De Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw (UMDL) maakt natuurinclusieve kringlooplandbouw concreet en voor de agrarische ondernemers hanteerbaar, middels de set Kritische Prestatie indicatoren. Hiermee worden de bedrijfsprestaties ten aanzien van milieu, klimaat, natuur & landschap, dierwelzijn en omgeving inzichtelijk gemaakt. De Monitor is recent vastgesteld voor de melkveehouderij. Voor de andere grondgebonden sectoren worden landelijk KPI’s vastgesteld. Kennisoverdracht is bedoeld om bewustwording te creëren en moet uiteindelijk leiden tot duurzame gedragsveranderingen. Boeren leren graag van andere boeren: zien doet geloven zegt men wel eens. Daarom wordt in deze regeling ingezet op voorbeeldbedrijven, die stappen zetten naar (natuurinclusieve) kringlooplandbouw. Deze bedrijven zijn niet per se de koplopers, maar behoren tot de grote middengroep en zijn representatief voor de Utrechtse landbouw. Hier kunnen boeren leren van boeren op basis van bestaande kennis. Op de voorbeeldbedrijven kunnen ook proeven of demonstratievelden worden aangelegd, zodat iedereen kan zien waarom een maatregel werkt of niet. De voorbeeldbedrijven werken samen met een adviseur en liefst ook met kennis- en/of onderwijsinstelling. De inzet op voorbeeldbedrijven is ook gemotiveerd door de vraag om nieuwe verdienmodellen. Bekend is dat extensieve natuurinclusieve bedrijven rendabel kunnen werken (focus op werken met natuur en/of produceren van natuur). Dat geldt ook voor meer intensieve kringloopbedrijven (sparen van natuur). Artikelsgewijs Hierna volgt een nadere toelichting bij de artikelen uit paragraaf 10 van hoofdstuk 2 van de Verordening die van toepassing zijn op voorliggend openstellingsbesluit. Artikel 2.10.1 Subsidiabele activiteiten Er is een forse transitie nodig in de Nederlandse en Utrechtse landbouw richting een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Het werken met natuur, het sparen van natuur en produceren van natuur zijn belangrijke aandachtspunten in deze transitie. Om te kunnen investeren, aan te passen, om te schakelen of te verbreden is onder andere kennis nodig. De Utrechtse landbouw kenmerkt zich door ondernemerschap en innovatiekracht. Er worden al stappen gezet richting een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Er is veel kennis aanwezig. In de regeling voor demonstratiebedrijven krijgen voorbeeldbedrijven de kans hun kennis en ervaringen te delen met andere ondernemers. Demonstratiebedrijven zijn geen koploperbedrijven maar gemiddelde gangbare bedrijven die willen laten zien hoe ze stappen zetten naar natuurinclusieve kringlooplandbouw, inclusief nieuwe teelten (zoals vezelteelt en agroforestry) en technieken. De regeling ondersteunt agrariers die hun kennis en ervaring willen delen en hun bedrijf openstellen om hun collega-agrariers te informeren en te inspireren. Naast deze primaire doelgroep (de collega-agrariers) is het ook mogelijk om het bedrijf open te stellen voor het groen onderwijs (docenten en studenten). De activiteit moet centraal aansluiten bij het doel: het versterken van het concurrentievermogen van de Nederlandse landbouwsector en het verminderen van negatieve effecten van deze sector op het klimaat, de biodiversiteit en de bodem door het stimuleren van het toepassen van gevalideerde kennis en innovatie middels voorlichting en overdracht van kennis aan groepen. Subsidiabele kosten Kosten die voor subsidie in aanmerking komen hebben betrekking op het uitvoeren van een demonstratie-activiteit op een landbouwbedrijf. Daarbij stelt een landbouwbedrijf het bedrijf beschikbaar voor demonstratie gericht aan een groep landbouwers. Artikel 2.10.2 Aanvrager De aanvrager kan een landbouwer of een samenwerkingsverband van landbouwers zijn. Een landbouwer dient een aanvraag in voor een demonstratieproject waarin een landbouwer zelf demonstratiebedrijf is en ook zelf als aanbieder van kennisoverdracht of voorlichting fungeert. De aanvrager kan ook een samenwerking van landbouwbedrijven zijn, die gezamenlijk voorlichtings- en demonstratieactiviteiten organiseren. Artikel 2.10.3 Aanvraagvereisten Artikel 2.10.3 schrijft voor dat een aanvrager moet beschikken over voldoende gekwalifeerde en regelmatig getrainde projectuitvoerders. Ook wordt voorgeschreven dat het bereik van het demonstratieproject onderbouwd moet worden. Artikel 2.10.4 Niet subsidiabele kosten In dit artikel wordt omschreven welke kosten niet voor subsidie in aanmerking komen. Kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis, voor kennisaanbod dat deel uitmaakt van reguliere programma's of leergangen in het middelbaar- of hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs en kosten voor eigen uren door landbouwers om als deelnemer aan de kennisoverdrachtsactiviteit deel te nemen zijn niet subsidiabel. Artikel 2.10.5 Subsidiepercentage en -hoogte De kosten voor de uitvoering van een demonstratie-activiteit op een landbouwbedrijf waarbij een landbouwer zijn of haar eigen bedrijf openstelt, komen voor 100% subsidie in aanmerking. Artikel 2.10.6 Selectie en rangschikking Voor het bepalen van de rangschikking van projecten zijn drie selectiecriteria benoemd in artikel 2.10.6 van de Verordening. Het bepalen van de scores van de selectiecriteria vindt als volgt plaats. Per selectiecriterium zijn diverse aspecten benoemd op basis waarvan een project wordt beoordeeld: Effectiviteit (maximaal 5 punten, de weging is 4, totaal te behalen punten is 20) De mate van de effectiviteit van de activiteit, gaat om de bijdrage die het voorbeeldbedrijf levert aan de beleidsdoelstelling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.