Algemene subsidieverordening 2014 gemeente BoekelHoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel; de raad : de gemeenteraad van de gemeente Boekel; gemeente : de gemeente Boekel; subsidie : de aanspraak op financiële middelen, door de gemeente verstrekt voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente geleverde goederen of diensten; jaarlijkse subsidie : subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt; instelling : de rechtspersoon met als doel één of meer plaatselijke welzijnsactiviteiten voor de inwoners van de gemeente Boekel te verrichten; professionele instelling : rechtspersoon werkend met overwegend betaalde krachten; niet-professionele instelling : rechtspersoon werkend met overwegend vrijwilligers; commerciële instelling : rechtspersoon met winstoogmerk; welzijn : het welbevinden en de ontplooiing van de burger zoals bevorderd door zorg, milieu, educatie, recreatie, cultuur en sport; subsidiebudget : het jaarlijks door de raad vast te stellen financiële kader; activiteitenplan : een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen; dienstenpakket : een overzicht van de diensten waarvoor subsidie wordt aangevraagd en de daarmee nagestreefde beleidsdoelstellingen; jeugdleden : actieve leden die contributie, in deze een periodieke vaste bijdrage, betalen en die op 31 december voorafgaand aan het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd 17 jaar of jonger zijn en woonachtig zijn in de gemeente Boekel; cultuur : alles wat door de samenleving wordt voortgebracht en betrekking heeft op de leefstijl van een samenleving. Artikel2Reikwijdte verordening 1.Deze verordening is van toepassing op de subsidiëring van instellingen, zowel professionele als niet-professionele instellingen, op terreinen van het welzijnsbeleid, waarbij het bevorderen van het welbevinden en de ontplooiing van personen of groepen in de samenleving wordt nagestreefd met als doel: het scheppen van voorwaarden om individuele ontplooiing mogelijk te maken; het bevorderen van geestelijke en lichamelijke gezondheid; het versterken van gemeenschapszin en actieve maatschappelijke deelname; het instandhouden en bevorderen van sociale verbanden. 2.Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie worden omschreven. Artikel3Subsidievormen 1.Subsidie, als bedoeld in artikel 1 onder d, wordt verstrekt als: instandhoudingssubsidie : een jaarlijkse subsidie waarbij een lokale, niet-professionele en/of niet-commerciële instelling een bedrag aan middelen krijgt toegewezen om de instelling in stand te houden en maatschappelijke participatie te bevorderen; instandhoudingssubsidie een jaarlijkse subsidie waarbij een lokale, niet-professionele en/of welzijn en informele zorg: niet-commerciële instelling een maximum bedrag aan middelen krijgt toegewezen om de instelling in stand te houden en maatschappelijke participatie en informele zorg bij kwetsbare doelgroepen zoals benoemd in het gemeentelijk Wmo-beleid te bevorderen; budgetsubsidie vast: een subsidie waarbij een lokale niet-professionele en/of niet- bedrag commerciële instelling een vast bedrag, of een bedrag per deelnemer (aan activiteiten) voor een periode van één jaar krijgt toegewezen om het welbevinden van en/of educatie aan personen of groepen in de samenleving te bevorderen en een vooraf overeengekomen dienstenpakket dan wel activiteitenplan uit te voeren; budgetsubsidie: een subsidie waarbij een instelling een bedrag voor een periode wisselend bedrag van minimaal één jaar krijgt toegewezen om het welbevinden van en/of educatie aan personen of groepen in de samenleving te bevorderen en een vooraf overeengekomen dienstenpakket dan wel activiteitenplan uit te voeren; evenementensubsidie : een subsidie waarbij een niet-professionele instelling zonder winstoogmerk een bedrag aan middelen krijgt toegewezen om uitvoering te geven aan een jaarlijks cultureel evenement; adviessubsidie : een subsidie waarbij een in deze verordening bij naam genoemde, niet-professionele instelling zonder winstoogmerk, een maximum bedrag aan middelen krijgt toegewezen om het college en/of raad te adviseren op een specifiek beleidsterrein. 2.De subsidievormen genoemd in artikel 3 lid 1 sluiten elkaar uit, in die zin dat een instelling op één subsidievorm aanspraak kan maken. Artikel4Bevoegdheid college 1.Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies met in achtneming van het gestelde in deze verordening en de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen en – indien de begroting nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd – onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.Het college is bevoegd om voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. Hoofdstuk2Aanvraag van de subsidie Artikel5Bij aanvraag in te dienen gegevens 1.De aanvraag voor een instandhoudingssubsidie, een instandhoudingssubsidie welzijn en informele zorg, een adviessubsidie, een budgetsubsidie met vast bedrag of een evenementensubsidie voor een evenement dat reeds in artikel 17 van deze verordening is opgenomen, wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 2.Bij een aanvraag voor een budgetsubsidie met een wisselend bedrag of evenementensubsidie voor een evenement dat nog niet in artikel 17 van deze verordening is opgenomen overlegt de aanvrager de volgende gegevens: een beschrijving van de activiteiten/diensten in een activiteitenplan/dienstenpakket waar subsidie voor wordt aangevraagd; de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten/diensten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op de door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen; een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten waar de subsidie voor wordt aangevraagd. De begroting behelst een overzicht van de voor het desbetreffende jaar geraamde inkomsten en uitgaven. Als de aanvrager voor dezelfde activiteiten ook subsidie heeft aangevraagd bij één of meer andere bestuursorganen, meldt hij dat in de aanvraag en deelt de stand van zaken mede; indien van toepassing bij een subsidie, de stand van de egalisatiereserve c.q. eigen vermogen op het moment van de aanvraag. 3.Indien een aanvrager voor de eerste maal een subsidie aanvraagt, voegt hij een afschrift van de oprichtingsakte, de statuten, de balans van het voorgaande jaar danwel de jaarrekening en een opgave van de bestuurssamenstelling als bijlagen toe aan de subsidieaanvraag. 4.Het college is bevoegd ook andere dan, of slechts enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn. Artikel6Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag voor een instandhoudingssubsidie, een instandhoudingssubsidie welzijn en informele zorg, een adviessubsidie, een budgetsubsidie met vast bedrag of een evenementensubsidie voor een evenement dat reeds in artikel 17 van deze verordening is opgenomen wordt uiterlijk ingediend op 31 december van het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft. 2.Een aanvraag voor een budgetsubsidie met een wisselend bedrag wordt uiterlijk 1 mei in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft ingediend. 3.Een aanvraag voor een evenementensubsidie voor een evenement dat nog niet in artikel 17 van deze verordening is opgenomen wordt uiterlijk vier maanden voorafgaande aan de datum waarop het evenement plaats gaat vinden ingediend. 4.Als een aanvraag na het verstrijken van de gestelde termijnen is ingediend, wordt geen subsidie verleend. Artikel7Beslistermijn 1.Het college beslist na ontvangst van een volledige aanvraag voor een: instandhoudingssubsidie: uiterlijk 1 maart van het betreffende subsidiejaar indien de subsidie is aangevraagd in het daaraan voorafgaande jaar. Is de subsidie aangevraagd in het subsidiejaar dan beslist het college binnen 2 maanden; instandhoudingssubsidie welzijn en informele zorg: uiterlijk 1 maart van het betreffende subsidiejaar indien de subsidie is aangevraagd in het daaraan voorafgaande jaar. Is de subsidie aangevraagd in het subsidiejaar dan beslist het college binnen 2 maanden; adviessubsidie: uiterlijk 1 maart van het betreffende subsidiejaar indien de subsidie is aangevraagd in het daaraan voorafgaande jaar. Is de subsidie aangevraagd in het subsidiejaar dan beslist het college binnen 2 maanden; budgetsubsidie met een vast bedrag: uiterlijk 1 maart van het betreffende subsidiejaar indien de subsidie is aangevraagd in het daaraan voorafgaande jaar. Is de subsidie aangevraagd in het subsidiejaar dan beslist het college binnen 2 maanden. budgetsubsidie met een wisselend bedrag: uiterlijk in het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft; evenementensubsidie: voor evenementen die reeds in artikel 17 van deze verordening zijn opgenomen uiterlijk 1 maart van het betreffende subsidiejaar indien de subsidie is aangevraagd in het daaraan voorafgaande jaar. Is de subsidie aangevraagd in het subsidiejaar dan beslist het college binnen 2 maanden. Voor evenementen die nog niet in de verordening zijn opgenomen uiterlijk een maand voorafgaande aan de datum waarop het evenement plaats gaat vinden. Artikel8Weigeringgronden 1.Een subsidie wordt geweigerd als de instelling niet of niet voldoende voldoet aan de in deze verordening gestelde voorschriften. 2.Subsidie wordt geweigerd als een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente, niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente of anderszins geen gemeentelijk belang dienen; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de subsidieaanvraag na het verstrijken van de in artikel 6 gestelde termijnen wordt ingediend; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente; de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden; dezelfde activiteiten bij een andere instelling reeds worden gesubsidieerd, waardoor doublures in het aanbod ontstaan; de aanvrager niet zal voldoen aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen; de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording aflegt omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surseance van betaling is verleend, of daarvoor bij de rechtbank een verzoek is ingediend; de gelden niet of onvoldoende besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden beschikt, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, hetzij uit eigen vermogen; het activiteiten betreft die uitsluitend of in hoofdzaak een levensbeschouwelijk, politiek of emancipatorisch karakter hebben; het activiteiten betreft die ten doel hebben een jubileum te vieren; de activiteiten ten doel hebben het oprichten van een vereniging of instelling; activiteiten en evenementen gericht zijn op deelname aan wedstrijden en concoursen; activiteiten en evenementen passen binnen de reguliere activiteiten van een instelling; activiteiten en evenementen gericht zijn op het werven van inkomsten ten behoeve van de instelling. Hoofdstuk3Verlening en vaststelling van de subsidie Artikel9Verlening van de subsidie 1.Subsidieverlening vindt plaats in geval van een budgetsubsidie met een wisselend bedrag. 2.Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats vindt. 3.Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. Artikel10Directe subsidievaststelling 1.Directe subsidievaststelling vindt plaats in geval van een instandhoudingssubsidie, een instandhoudingssubsidie welzijn en informele zorg, een adviessubsidie, een budgetsubsidie vast bedrag of een evenementensubsidie. 2.Het college kan een directe subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de subsidieontvanger wijzigen: op grond van feiten of omstandigheden waarvan het bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld; indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten; indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Artikel11Subsidiebeschikking
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.