Gemeenschappelijke regeling AQUON 2024De dagelijkse besturen van het Waterschap Aa en Maas, van het Waterschap Brabantse Delta en van het Waterschap De Dommel, de colleges van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, de dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland, van het Hoogheemraadschap van Rijnland en van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, en de colleges van dijkgraaf en heemraden van het Waterschap Hollandse Delta en het Waterschap Rivierenland, ieder voor zij bevoegd zijn; overwegende dat: De waterschappen sinds 2011 samenwerken in de gemeenschappelijke regeling als openbaar lichaam AQUON; De doelstellingen van deze samenwerking tussen de waterschappen onverminderd actueel en van kracht zijn; Aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling nodig zijn als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022; gelet op: artikel 50 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Waterschapswet en de betreffende reglementen voor de waterschappen; BESLUITEN: De Gemeenschappelijke regeling AQUON 2011, voor het laatst gewijzigd in 2018, gewijzigd vast te stellen, luidende als volgt: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: algemeen bestuur: algemeen bestuur van AQUON; AQUON: openbaar lichaam AQUON; dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van AQUON; deelnemers: dagelijkse besturen van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel, de colleges van dijkgraaf en heemraden van de waterschappen Hollandse Delta en Rivierenland en de colleges van dijkgraaf en hoogheemraden van de hoogheemraadschappen van Delfland, Rijnland, Schieland en de Krimpenerwaard, en De Stichtse Rijnlanden; gedeputeerde staten: college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant; platform eigenaren: ambtelijk vertegenwoordigers van de deelnemers als eigenaar van de gemeenschappelijke regeling AQUON; platform opdrachtgevers; ambtelijk vertegenwoordigers van de deelnemers als opdrachtgevers van de gemeenschappelijke regeling AQUON; regeling: Gemeenschappelijke regeling AQUON 2024; vertegenwoordigende organen van de deelnemers: algemene besturen respectievelijk de verenigde vergaderingen van de deelnemende waterschappen en hoogheemraadschappen; wet: Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel2Openbaar lichaam AQUON 1.Bij deze regeling wordt een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet ingesteld, genaamd AQUON. 2.AQUON is gevestigd te ‘s-Hertogenbosch. Hoofdstuk2Doelstelling en taken Artikel3Belang De regeling heeft als doel om op het gebied van de informatievoorziening rond laboratoriumactiviteiten en daarmee verband houdende veld- en adviesactiviteiten te komen tot: kennisdeling en -ontwikkeling; vergroting van de efficiency; vermindering van de kwetsbaarheid; benutting van de mogelijkheden tot continue kwaliteitsborging en kwaliteitsverbetering; en versterking van de innovatiekracht. Artikel4Taken 1.AQUON heeft tot taak een zo doelmatig mogelijke levering van de informatievoorziening uit laboratoriumactiviteiten en daarmee verband houdende veld- en adviesactiviteiten als schakel in de keten van met name waterschapsactiviteiten als bedoeld in artikel 1, tweede lid van de Waterschapswet, inclusief de kwaliteitsborging ervan en de ondersteuning van de voor laboratoriumactiviteiten benodigde facilitaire processen. 2.Onder de taken genoemd in het eerste lid wordt onder andere en met name verstaan bemonsterings-, analyse- en advieswerkzaamheden ter bepaling. Artikel5Uitvoering taken 1.De deelnemers verplichten zich voor de uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4, diensten af te nemen van AQUON. 2.De deelnemers verrichten zelf geen werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4, en laten evenmin derden deze werkzaamheden voor hen verrichten. 3.In afwijking van het tweede lid kunnen derden laboratoriumactiviteiten voor een of meer van de deelnemers verrichten, voor zover de op grond van artikel 24, eerste lid onder a. vastgestelde strategische kaders daar de ruimte voor biedt. Hoofdstuk3Inrichting en samenstelling van het bestuur Paragraaf3.1Inrichting bestuursorganen Artikel6Bestuursorganen 1.Het bestuur van AQUON bestaat uit: het algemeen bestuur; het dagelijks bestuur; de voorzitter. 2.Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van AQUON. Paragraaf3.2Het algemeen bestuur Artikel7Samenstelling algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur bestaat uit negen leden. 2.Elk van de deelnemers wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het algemeen bestuur vertegenwoordigt, alsmede voor elk lid een plaatsvervangend lid dat het lid bij verhindering vervangt. 3.De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor de duur van de zittingsperiode van de deelnemers. 4.Indien tussentijds binnen het algemeen bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst het de deelnemer die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of, als dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. 5.Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 6.Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de deelnemer die het aangaat. De betreffende deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het algemeen bestuur. Het lid houdt zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien. 7.De deelnemer die hem heeft aangewezen, kan een lid van het algemeen bestuur ontslag verlenen, indien dit lid het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit. In dat geval draagt de deelnemer er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen. 8.Bij tussentijds ontslag eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur pas op het moment dat in de opvolging is voorzien. Artikel8Reglement van orde 1.Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen uit deze regeling en met inachtneming van de Wet een reglement voor zijn vergaderingen vast. 2.Het reglement wordt ter kennis gebracht van de deelnemers. Artikel9Vergaderingen algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste twee maal en voorts zo vaak als de voorzitter dit nodig oordeelt. 2.Voorts vergadert het algemeen bestuur in het geval tenminste twee van de leden dit de voorzitter schriftelijk onder opgaaf van redenen verzoeken. 3.Het algemeen bestuur vergadert binnen twee weken na een conform het tweede lid ingediend verzoek. Artikel10Openbaarheid van de vergadering 1.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. 2.De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 3.Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 4.Indien het algemeen bestuur conform artikel 22 van de Wet heeft besloten tot het vergaderen met gesloten deuren wordt van de vergadering een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het algemeen bestuur anders beslist. 5.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: de vaststelling en wijziging van de begroting; de vaststelling van de jaarrekening; het aangaan van geldleningen, het uitlenen van gelden en het aangaan van rekening-courantovereenkomsten. Artikel11– Belangenverstrengeling 1.Onverminderd artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht neemt een lid van het algemeen bestuur niet deel aan een stemming over: een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken, en de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. 2.Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt. Artikel12Vergaderquorum 1.De vergadering van het algemeen bestuur kan slechts worden geopend indien blijkens de presentielijst tenminste de helft van het aantal leden in persoon of bij volmacht, aanwezig is. 2.In afwijking van het eerste lid, kan in de vergadering van het algemeen bestuur over de volgende onderwerpen slechts worden beraadslaagd en besloten, indien blijkens de presentielijst tenminste zevennegende van het aantal leden aanwezig is: strategische kaders; strategische onderwerpen; het vaststellen of wijzigen van de begroting; jaarrekening. de formule voor de uittreedkosten. 3.Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat tenminste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen. 4.Op de vergadering, bedoeld in het derde lid, is het eerste respectievelijk tweede lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerdere vergadering, bedoeld in het eerste respectievelijk tweede lid, was belegd, alleen beraadslagen of besluiten indien blijkens de presentielijst tenminste de helft van het aantal leden tegenwoordig is. Artikel13Stemmen 1.Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur heeft ieder lid één stem. 2.Voor zover in deze regeling niet anders is bepaald, worden besluiten genomen bij gewone meerderheid van stemmen. 3.Bij staking van stemmen wordt de vergadering voor het betreffende onderwerp verdaagd en wordt voor dat onderwerp een nieuwe vergadering uitgeschreven. 4.Indien de stemmen na toepassing van het derde lid, wederom staken, is het voorstel verworpen. 5.In afwijking van het derde lid is het voorstel verworpen bij staking van stemmen voor zover het benoemingen, voordrachten of aanbevelingen van personen betreft. Artikel14– Zienswijze op besluiten Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen wordt voorafgaand aan de volgende besluiten van het algemeen bestuur een zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet, gevraagd aan de algemene besturen van de waterschappen waarvan het dagelijks bestuur deelneemt aan deze regeling: 1.De toetreding van potentiële nieuwe deelnemers, en 2.Voorgenomen fusies en overnames. Artikel15– Participatie van ingezetenen en belanghebbenden 1.Ingezetenen van de waterschappen en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling langs elektronische weg betrokken waarbij het mogelijk is te reageren op door het bestuur geselecteerde en bij de agenda van het algemeen bestuur gevoegde stukken. 2.Het algemeen bestuur kan, in afwijking van artikel 10, zevende lid, van de wet, een ander proces van participatie bepalen. 3.Het algemeen bestuur betrekt binnengekomen reacties in haar besluitvorming en maakt kenbaar wat het algemeen bestuur met deze reacties heeft gedaan. Artikel16Platform eigenaren en opdrachtgevers 1.Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur laten zich voorafgaand aan iedere vergadering gevraagd en ongevraagd adviseren door: een platform van opdrachtgevers over vraagarticulatie en pakketspecificatie. een platform van eigenaren over eigenaarsvraagstukken, gehoord platform opdrachtgevers. 2.Onder vraagarticulatie wordt onder andere het identificeren van de behoefte en realisatie vanuit de eigen planvorming van opdrachtgevers verstaan. 3.Onder pakketspecificatie wordt verstaan welke producten en diensten AQUON standaard levert en wat onder de pluspakketten valt, en onder welke voorwaarden dit plaatsvindt met betrekking tot prijs, kwaliteit en tijdigheid met het oog op bestendigheid en bedrijfsmatig functioneren. 4.Onder eigenaarsvraagstukken worden onder andere vraagstukken bedoeld met betrekking tot governance, investeringsbeslissingen en beprijzingsystematiek, het vormgeven en beoordelen van de planning en controlcyclus. 5.Iedere deelnemer wijst voor ieder platform een ambtenaar uit zijn eigen ambtelijke organisatie aan, die zitting neemt in het platform. Artikel17Ondertekening stukken 1.De voorzitter en de secretaris ondertekenen samen de stukken die van het algemeen bestuur uitgaan. 2.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden de stukken ondertekend door degene die de voorzitter vervangt. 3.Het algemeen bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op te dragen aan een ander lid van het algemeen bestuur, aan de technisch voorzitter of aan de directeur. 4.De medeondertekening door de directeur is niet van toepassing indien de ondertekening van de stukken die van het algemeen bestuur uitgaan, ingevolge het derde lid is overgedragen. Paragraaf3.2De voorzitter en technisch voorzitter Artikel18Benoeming en ontslag 1.De voorzitter wordt aangewezen door het algemeen bestuur uit zijn midden. 2.Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een lid aan dat de voorzitter vervangt bij verhindering of ontstentenis. 3.De voorzitter wordt aangewezen voor de zittingsperiode van de deelnemer of bij tussentijds aantreden voor de resterende zittingsduur. 4.Zodra de voorzitter ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, eindigt zijn voorzitterschap. 5.Het algemeen bestuur kan besluiten de voorzitter ontslag te verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. Artikel19Technisch voorzitter 1.AQUON heeft een technisch voorzitter. 2.Het algemeen bestuur benoemt een technisch voorzitter op voordracht van een van de deelnemers uit midden. Paragraaf3.3Het dagelijks bestuur Artikel20Samenstelling dagelijks bestuur 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit: de technisch voorzitter, en drie leden door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen, waarvan één lid de rol van voorzitter vervult. 2.Degene die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 3.Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het aanwijzen van een nieuw lid in het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. 4.Het algemeen bestuur kan besluiten een lid van het dagelijks bestuur ontslag te verlenen, indien deze het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 5.Gedurende de periode die het algemeen bestuur nodig heeft om de opengevallen plaats in het dagelijks bestuur dan wel de opengevallen plaats in het algemeen bestuur en dagelijks bestuur, als bedoeld in het derde lid, te vullen, behoudt het dagelijks bestuur de bevoegdheid rechtsgeldige besluiten te nemen. Artikel21Vergaderingen en besluitvorming 1.Het dagelijks bestuur vergadert zo vaak een lid van het dagelijks bestuur en of de voorzitter het nodig oordeelt. 2.De vergaderingen zijn niet openbaar. 3.Ieder lid heeft één stem. 4.Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Staken de stemmen dan wordt de behandeling van het onderwerp verdaagd. 5.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast. Artikel22Ondertekening van stukken 1.De voorzitter en de directeur ondertekenen samen de stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan. 2.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter worden de stukken ondertekend door degene die krachtens artikel 14 de voorzitter vervangt. 3.Het dagelijks bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op te dragen aan een ander lid van het dagelijks bestuur, aan de technisch voorzitter of aan de directeur. 4.De medeondertekening door de directeur is niet van toepassing indien de ondertekening van de stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan, ingevolge het derde lid is overgedragen. Artikel23– Zienswijze op besluiten van het dagelijks bestuur Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van het dagelijks bestuur, waarvoor aan de algemene besturen van de waterschappen waarvan de dagelijks besturen deelnemen aan deze regeling, vooraf een zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet, wordt gevraagd. Hoofdstuk4Taken en bevoegdheden bestuur Paragraaf4.1.Taken en bevoegdheden algemeen bestuur Artikel24Algemeen 1.Bij het algemeen bestuur berusten alle taken en bevoegdheden die op grond van deze regeling, wettelijke bepalingen of overeenkomsten aan AQUON toekomen, voor zover deze ingevolge deze regeling of wettelijke bepalingen niet aan het dagelijks bestuur zijn opgedragen. 2.Het algemeen bestuur kan een of meer van zijn bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Artikel25Taken 1.Tot de taken van het algemeen bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 50e van de wet, onder meer: de vaststelling van de strategische kaders van AQUON; het met in achtneming van deze regeling voor zijn vergaderingen vaststellen van een reglement van orde, waarvan een exemplaar ter kennis wordt gebracht van de deelnemers; het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening inclusief het jaarverslag; het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten boven een bedrag van € 1.000.000; het uitlenen van gelden boven een bedrag van € 1.000.000; het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers aan AQUON en de wijze van betaling ervan. 2.Het algemeen bestuur besluit slechts bij unanimiteit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Een dergelijk besluit kan uitsluitend genomen worden indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 3.Het besluit als bedoeld in het tweede lid wordt niet genomen dan nadat de vertegenwoordigende organen van de deelnemers een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Paragraaf4.2Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur Artikel26Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 50e van de Wet, en voor zover niet bij of krachtens wettelijke bepaling de voorzitter met de navolgende taken en bevoegdheden is belast, heeft het dagelijks bestuur tot taak het voeren van het dagelijks bestuur van AQUON. Hieronder wordt tenminste verstaan: het uitoefenen van de dagelijkse leiding van AQUON op een zodanige wijze dat de goede voortgang van de aan AQUON opgedragen werkzaamheden te allen tijde is verzekerd de voorbereiding van al hetgeen in de vergaderingen van het algemeen bestuur ter overweging en beslissing moet worden gebracht; de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur. 2.Van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid kan het dagelijks bestuur mandaat verlenen aan de directeur voor zover de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de mandaatverlening verzet. 3.De directeur kan ondermandaat verlenen van de aan hem gemandateerde bevoegdheden. Paragraaf4.3Taken en bevoegdheden voorzitter en technisch voorzitter Artikel27taken en bevoegdheden voorzitter 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 50e van de wet is de voorzitter onder meer belast met de volgende taken: de voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. voorzitterschap van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. vertegenwoordiging van AQUON in en buiten rechte. 2.De voorzitter draagt zijn taken, bedoeld in het eerste lid onder a en b over aan de technisch voorzitter. 3.De voorzitter machtigt de directeur voor de taken, bedoeld in het eerste lid, onder c. Artikel28– zienswijze op besluiten van de voorzitter Buiten de in deze regeling of bij of krachtens wet bepaalde gevallen zijn er geen besluiten van de voorzitter, waarvoor aan de algemene besturen van de waterschappen waarvan de dagelijks besturen deelnemen aan deze regeling, vooraf een zienswijze, als bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid van de wet, wordt gevraagd. Hoofdstuk5Organisatie Paragraaf5.1Ambtelijke organisatie Artikel29Ambtelijke organisatie 1.AQUON heeft een ambtelijke organisatie. 2.Uitgezonderd de directeur en de controller, benoemt het dagelijks bestuur de ambtenaren, alsmede het personeel werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, werkzaam in de ambtelijke organisatie en stelt de bezoldiging vast. 3.Op het personeel van AQUON is de CAO werken voor waterschappen van toepassing. 4.De directeur stelt de bezoldiging vast binnen het bezoldigingskader, bedoeld in het vorige lid. Paragraaf5.2Directeur Artikel30Benoeming directeur 1.AQUON heeft een directeur. 2.Het algemeen bestuur besluit tot benoeming, schorsing en ontslag van de directeur, op voordracht van het dagelijks bestuur. 3.Het algemeen bestuur kan besluiten de directeur ontslag te verlenen, indien de directeur het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 4.Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de directeur. 5.Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur. Artikel31Taak en bevoegdheid directeur 1.De directeur staat aan het hoofd van de ambtelijke organisatie. 2.De directeur staat het algemeen bestuur, de voorzitter en het dagelijks bestuur en technisch voorzitter als secretaris bij in de uitoefening van hun taak. 3.De directeur is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig. 4.De directeur vertegenwoordigt het bestuur naar het georganiseerd overleg met de vakbonden. 5.De directeur is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door hem gevoerde beleid en beheer. 6.De directeur geeft het algemeen bestuur en dagelijks bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur en dagelijks bestuur voor de uitvoering van hun taak nodig hebben. 7.Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels over de taak en bevoegdheden van de directeur. 8.De instructie bedoeld in het zevende lid, regelt tevens de wijze waarop het dagelijks bestuur intervisie biedt en toezicht houdt op de directeur ten aanzien van de aan hem opgelegde taken voor zover de taken betrekking hebben op het uitvoeren van besluiten van het algemeen bestuur. Paragraaf5.3Controller Artikel32Benoeming controller 1.AQUON heeft een controller. 2.Het algemeen bestuur besluit tot benoeming, schorsing en ontslag van de controller, op voordracht van het dagelijks bestuur. 3.Het algemeen bestuur kan besluiten de controller ontslag te verlenen, indien de controller het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 4.Het algemeen bestuur regelt de bezoldiging van de controller. 5.Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de controller. Artikel33Taak en bevoegdheid controller 1.De controller adviseert de directeur en het dagelijks en algemeen bestuur over het op koers brengen en houden van de organisatie, zoals vastgelegd bij de strategische kaders. In geval naar het oordeel van de controller, de directeur afwijkt van de door het algemeen en of dagelijks bestuur genomen besluiten, informeert hij het algemeen bestuur onverwijld. 2.Het algemeen bestuur stelt een controllerstatuut vast waarin de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de controller nader zijn geregeld. 3.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks de planning en controlcyclus van AQUON vast. Hoofdstuk6Inlichtingen en verantwoording Artikel34Inlichtingen en verantwoording 1.Een lid van het algemeen bestuur geeft de deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van die deelnemer worden gevraagd. 2.Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 3.Een verzoek om inlichtingen te verschaffen of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in artikel 10 5.1 van de Wet open overheid. 4.Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de algemene besturen van de deelnemende waterschappen. 5.Het eerste tot en met het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden. 6.Het algemeen bestuur geeft de algemene besturen van de deelnemende waterschappen mondeling of schriftelijk ongevraagd alle inlichtingen die de algemene besturen van de deelnemende waterschappen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en voorts mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. Hoofdstuk7De financiën Paragraaf7.1Algemeen Artikel35Dienstjaar Het dienstjaar van AQUON is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel36Kostentoerekening 1.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks bij de begroting de bijdrage van de deelnemers vast. 2.De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, is opgebouwd uit: laboratorium gerelateerde kosten; eigenaarskosten. 3.De laboratoriumgerelateerde kosten bestaan voor : 75% uit vaste kosten. Deze kosten worden, in de verhouding van het individueel voortschrijdend gerealiseerde driejaarsgemiddelde productieaantal ten opzichte van de totale productie in het desbetreffende tijdvak, verrekend. De gerealiseerde productieaantallen worden overgenomen uit de meest actuele vastgestelde jaarstukken; en 25% uit variabele kosten. Deze kosten worden, in de verhouding van de individuele werkelijke jaarproductie ten opzichte van de werkelijke totale productie in het desbetreffende jaar, verrekend. De som van de kostentoerekening zoals vermeld in de leden 3a en 3b van dit artikel vormt de definitieve bijdrage van een deelnemer voor laboratorium gerelateerde kosten. 4.De bijdrage, bedoeld in het derde lid, is terug te leiden naar een prijsstelling voor producten en diensten. 5.De eigenaarskosten hebben betrekking op de kosten die gemaakt worden om AQUON een duurzaam gezonde basis te geven en te doen behouden. Deze kosten worden op een gelijke wijze verrekend als vermeld in lid 3.a van dit artikel. 6.Het algemeen bestuur bepaalt de hoogte van de eigenaarskosten. 7.Het algemeen bestuur brengt voorafgaand aan ieder kwartaal een voorschot in rekening bij de deelnemers. 8.Het voorschot, bedoeld in het voorgaande lid, is gebaseerd op de programmabegroting van het betreffende jaar. 9.De afrekening van de bijdrage vindt jaarlijks plaats bij de vaststelling van de jaarrekening. Artikel37Voorschriften voor geldelijk beheer en administratie Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast voor het geldelijk beheer en de administratie. Ten aanzien van de controle op het geldelijk beheer en de administratie is de verordening als bedoeld in artikel 109 Waterschapswet van overeenkomstige toepassing. Artikel38Borgtocht 1.De deelnemers dragen er steeds zorg voor dat AQUON te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen en in geval van aan AQUON verstrekte geldleningen is iedere deelnemer hiervoor per geldlening jegens betreffende geldgever rechtstreeks aansprakelijk conform zijn kostenaandeel in AQUON, op basis van de laatst vastgestelde verdeelsleutel. 2.Indien aan het algemeen bestuur van AQUON blijkt dat een deelnemer weigert deze verplichte uitgave op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld een verzoek aan het college van gedeputeerde staten, dat bevoegd is omtrent toezicht op de betreffende deelnemer, deze deelnemer alsnog aan zijn verplichting te laten voldoen, zulks op grond van de van toepassing zijnde toezichtbepalingen uit de Waterschapswet, de Waterwet, de Provinciewet en de wet. 3.De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van AQUON de rechten en verplichtingen van AQUON over de deelnemers te verdelen op basis van de laatst vastgestelde verdeelsleutel. Paragraaf7.2De begroting Artikel39Kadernota Het dagelijks bestuur zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene en financiële en beleidsmatige kaders aan de algemene besturen van de deelnemende waterschappen. Artikel40Voorbereiding en vaststelling begroting 1.Het dagelijks bestuur stelt na consultatie van de deelnemende waterschappen jaarlijks een ontwerpbegroting op voor het komende jaar. 2.Uiterlijk twaalf weken voor aanbieding aan het algemeen bestuur zendt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting toe aan elk van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. 3.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven. Artikel 100, derde lid, Waterschapswet is van overeenkomstige toepassing. 4.De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting indienen. Het dagelijks bestuur voegt de zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 5.Het dagelijks bestuur stelt de in het algemeen bestuur afgevaardigde bestuurders van de deelnemende waterschappen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de conclusies die het daaraan verbindt. 6.De begroting wordt uiterlijk 1 september voorafgaande aan het dienstjaar waarvoor deze geldt, door het algemeen bestuur vastgesteld. 7.In afwijking van artikel 13, tweede lid, wordt de begroting vastgesteld bij tenminste zevennegende meerderheid van het aantal zitting hebbende leden. 8.Nadat de begroting is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers, die ter zake bij de colleges van gedeputeerde staten hun zienswijzen naar voren kunnen brengen. 9.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling door het algemeen bestuur, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant. Artikel41Wijziging begroting 1.Het bepaalde in artikel 39 alsmede het bepaalde in artikel 101 Waterschapswet is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met dien verstande dat de data genoemd in het zesde en negende lid niet gelden. 2.In afwijking van het eerste lid is het algemeen bestuur bevoegd de begroting te wijzigen wanneer deze geen wijziging brengt in het totaal van de kosten van de deelnemers. 3.Vaststelling van de wijziging bedoeld in het tweede lid geschiedt in afwijking van artikel 13, tweede lid, bij tenminste zeven negende meerderheid van het aantal zitting hebbende leden. Paragraaf7.3De jaarrekening Artikel42Vaststelling jaarrekening 1.Het dagelijks bestuur biedt tijdig de jaarrekening over het afgelopen dienstjaar met alle bijbehorende bescheiden ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. 2.Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening zonder uitstel en stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli daaropvolgend. 3.Het algemeen bestuur doet van deze vaststelling onder toezending van een exemplaar van de jaarrekening mededeling aan de besturen van de deelnemers. 4.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli volgend op het dienstjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, met alle bijbehorende stukken, inclusief de accountantsverklaring, aan gedeputeerde staten van Noord Brabant. 5.Het besluit tot vaststelling van de jaarrekening van inkomsten en uitgaven strekt, voor zover het de daarin goedgekeurde bedragen betreft, aan de directeur, de controller, de administrateur, de kassier en het bestuur tot ontlasting, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. Hoofdstuk8Archief Artikel43Archivering 1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van AQUON. 2.Voor de bewaring van de op grond van Artikel 12, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. 3.Bij opheffing van deze regeling worden – met inachtneming van het in het eerste lid gestelde – de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de deelnemer waar het openbaar lichaam is gevestigd. Hoofdstuk9Wijziging, toetreding, uittreding, opheffing Artikel44Wijziging van de regeling 1.Het dagelijks bestuur, één of meer leden van het dagelijks bestuur en de afgevaardigde bestuurders van de deelnemers kunnen een voorstel tot wijziging van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2.Het algemeen bestuur zendt het wijzigingsvoorstel na weging en voorzien van advies van het dagelijks bestuur aan de deelnemers. 3.Wijziging kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe bij volstrekte meerderheid heeft besloten. 4.Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor wijziging stemmen, nadat hij hiervoor de instemming van de deelnemer die hem heeft aangewezen heeft verkregen. De betreffende deelnemer kan deze instemming pas verlenen na een zienswijzeprocedure als bedoeld in artikel 50, derde lid van de wet en verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het deelnemend waterschap als bedoeld in artikel 50, vierde lid van de wet. 5.Het wijzigingsbesluit omvat tevens de datum van inwerkingtreding, onverminderd het bepaalde in artikel 26 van de wet. Artikel45Toetreding 1.Voor toetreding tot de regeling is de instemming vereist van alle deelnemers. De deelnemers kunnen uitsluitend instemming geven wanneer zij daarvoor de toestemming van hun vertegenwoordigende organen hebben. 2.Het algemeen bestuur kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. 3.Het dagelijks bestuur van het waterschap dat wil toetreden dient hiertoe een verzoek in bij het dagelijks bestuur van AQUON. Het dagelijks bestuur van het betreffende waterschap voegt, na een daaraan voorafgaande zienswijzeprocedure als bedoeld in artikel 50, derde lid van de wet, hierbij het besluit tot toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap als bedoeld in artikel 50, vierde lid van de wet. 4.Een lid van het algemeen bestuur kan slechts voor toetreding stemmen, nadat hij hiervoor de instemming heeft verkregen van de deelnemer die hem heeft aangewezen. De betreffende deelnemer kan deze instemming pas verlenen na een zienswijzeprocedure als bedoeld in artikel 50, derde lid van de wet, en de verkregen toestemming van zijn algemeen bestuur als bedoeld in artikel 50, vierde lid van de wet. 5.Op de voor toetreding noodzakelijke wijziging van de regeling is artikel 44 van toepassing. 6.Een toegetreden deelnemer kan van de diensten van AQUON niet eerder dan in het nieuwe dienstjaar gebruik maken, tenzij in een nadere overeenkomst, door het algemeen bestuur te sluiten, anders is afgesproken. 7.De kosten van de in verband met toetreding vereiste bekendmaking komen ten laste van de toegetreden deelnemer. Artikel46Uittreding 1.Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van ten minste één kalenderjaar in acht genomen. Uittreding is alleen mogelijk per 1 januari van een betreffend jaar. Gedurende vijf jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk. 2.Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende kennisgeving aan het algemeen bestuur meegedeeld. 3.De uittreedkosten worden berekend op basis van de volgende formule: Totaal van de vaste deelnemersbijdrage voor de komende 4 jaar + Het volledige reeds vastgestelde en door de uittredende eigenaar nog onbetaalde aandeel van het Programma Eigenaren + De berekende afkoopsom van het personeel + Kosten afkoop rentelasten en aflossing leningen + Afkoop materiële lasten en onvoorzien = Totale uittreedkosten De uittreedkosten worden jaarlijks bij de vaststelling van de jaarrekening geactualiseerd. 4.Op grond van de in het derde lid opgestelde voorlopige kostenberekening besluit de deelnemer die een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, of tot uittreding wordt overgegaan. De deelnemer besluit niet eerder tot uittreding dan nadat het algemeen bestuur van het deelnemend waterschap in de gelegenheid is gesteld een zienswijze te geven over dit besluit en bijbehorende voorlopige kostenberekening en vervolgens toestemming heeft gekregen om uit te treden van het algemeen bestuur van het deelnemend waterschap, bedoeld in artikel 50, vierde lid van de wet. 5.Indien het besluit tot uittreding, bedoeld in het vierde lid, wordt genomen stelt het algemeen bestuur het liquidatieplan uiterlijk binnen zes maanden na dit besluit tot uittreding een definitieve kostenberekening vast. Het derde lid is daarbij van overeenkomstige toepassing. De in de kostenberekening omschreven financiële verplichtingen zijn voor het uittredende deelnemende waterschap bindend. 6.Nadat de definitieve kostenberekening is vastgesteld, is het uittredende waterschap gehouden om binnen één jaar de daarin voor hem omschreven financiële verplichtingen jegens AQUON na te komen. 7.De kosten van het opstellen van de kostenberekening komen voor rekening van het uittredende deelnemend waterschap dat het voornemen heeft om uit te treden. 8.Op de voor uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling is artikel 44 van overeenkomstige toepassing. Artikel47Opheffing 1.Het dagelijks bestuur, één of meer leden van het dagelijks bestuur en de deelnemers kunnen een voorstel tot opheffing van de regeling indienen bij het algemeen bestuur. 2.Het algemeen bestuur zendt het voorstel aan de deelnemers. 3.Opheffing kan geschieden nadat het algemeen bestuur hiertoe bij volstrekte meerderheid heeft besloten. 4.Een lid kan in het algemeen bestuur slechts voor opheffing stemmen, nadat hij hiervoor de instemming van de deelnemer die hem heeft aangewezen heeft verkregen. De betreffende deelnemer kan deze instemming pas verlenen na een daaraan voorafgaande zienswijzeprocedure als bedoeld in artikel 50, derde lid van de wet en verkregen toestemming van het algemeen bestuur van het waterschap als bedoeld in artikel 50, vierde lid, van de wet. 5.Bij opheffing van de regeling wordt een plan opgesteld met inachtneming van artikel 46, derde lid. De kosten van dit plan worden evenredig over alle deelnemers verdeeld. Het bepaalde in artikel 46, vijfde en zevende lid is van overeenkomstige toepassing. 6.Bij opheffing van de regeling wordt een liquidatieplan opgesteld door een onafhankelijke registeraccountant. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. HOOFDSTUK10SLOTBEPALINGEN. Artikel48Duur en evaluatie 1.De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2.Het algemeen bestuur kan besluiten de regeling te evalueren. Artikel49Geschillen Van een geschil als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet is sprake als ten minste één van de deelnemers een zodanige mening is toegedaan. Artikel50Toezending Het bestuur van Waterschap Aa en Maas draagt zorg voor de toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten van de provincies waarin de deelnemers zijn gelegen. Artikel51Inwerkingtreding 1.Het bestuur van Waterschap Aa en Maas draagt zorg voor bekendmaking van de regeling. 2.De regeling treedt in werking op 1 juli 2024. Artikel52Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke regeling AQUON 2024’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van AQUON van 27 juni 2024de onafhankelijk voorzitter PHWM Daverveldt de secretaris JK BoumaALGEMENE TOELICHTING OP DE EERSTE WIJZIGINGSREGELING AQUON 6 februari 2018 Onderstaand is de integrale algemene toelichting op de eerste wijzigingsregeling AQUON 6 februari 2018 opgenomen. Hierbij is, indien het verwijzingen naar artikelen in de GR tekst betreft, het huidige artikel uit de nieuwe GR AQUON 2024 genoemd waar de toe-lichting naar verwijst met tussen haakjes cursief het artikelnummer uit de GR AQUON 2018. Algemeen De aanleiding voor het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling in 2018 vormt de besluitvorming in de zomer van 2016, naar aanleiding van het advies van WagenaarHoes Organisatieadvies: ‘Naar AQUON 2.0 – fase 2 van de strategische heroriëntatie, doorontwikkeling als paradox, dichterbij en verder af organiseren’. Met de in dat rapport uitgewerkte voorstellen werd een proces afgerond dat de bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van de negen eigenaren van AQUON in goede samenwerking hebben doorlopen. AQUON heeft in 2014 en 2015 bovendien een verandering gerealiseerd die het vertrouwen kan geven dat AQUON kan voldoen aan de daarbij geformuleerde ambities en verwachtingen. Er lagen voorstellen voor om strategie, governance en AQUON- organisatie aan te passen. Besloten is in de zomer van 2016 vervolgens onder meer om: Het strategisch profiel van AQUON als volgt in te kaderen: AQUON is ‘full service’ ketenpartner van de deelnemende waterschappen. AQUON is middels het proces van vraagarticulatie verbonden met de hoofdprocessen van de waterschappen. AQUON levert als uitkomst van het proces van vraagarticulatie standaardpakketten (soorten water, typen activiteiten) en een beperkt aantal pluspakketten. 90 à 95% van hun vraag brengen de waterschappen onder bij AQUON. AQUON realiseert een zakelijke balans tussen zelf doen en inkopen. AQUON is samen met de waterschappen actief in innovatienetwerken. De governance te verbeteren en de samenwerking op het vlak van vraagarticulatie, het opdrachtgeverschap en het eigenaarschap te versterken. Het AB/DB beter in positie te brengen door de rollen van besturen en management strikter te scheiden. eigenaarschap en opdrachtgeverschap strikter te scheiden. professionele inbreng in bestuur te versterken. voorzitterschap onafhankelijker te maken. De advisering te verbeteren door ambtelijke rollen en platforms strikter te (onder)scheiden, door helder te zijn over welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden waar moeten liggen. De gemeenschappelijke regeling op het bovenstaande aan te passen, de uittreedregeling te versimpelen en de beprijzing strakker te organiseren. Een en ander is in goed overleg en overeenstemming doordacht en vertaald in bijgaande eerste wijzigingsreling AQUON. Hierbij is ook nog meegenomen dat vlak na de laatste aanpassingen van de regeling in 2015 bleek dat de regeling niet werd beschreven als een regeling van de dagelijks besturen respectievelijk colleges van dijkgraven en heemraden van de deelnemers. Dat vroeg een aanpassing van artikel 1
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.