Tijdelijk beleid bij ontwikkelingen nabij geitenhouderijenHoofdstuk1Aanleiding en achtergrond Aanleiding Mensen die binnen een straal van 1,5 á 2 kilometer rondom geitenhouderijen wonen of intensief verblijven hebben een grotere kans op longontsteking. Normaal krijgen jaarlijks ongeveer 1.400 mensen per 100.000 inwoners longontsteking, in een regio met veel intensieve veehouderijen, waaronder geitenhouderijen, is dat 1.800 mensen per 100.000 inwoners. Dit is een verschil van bijna 30%, dus 400 extra patiënten met longontsteking per 100.000 inwoners. Deze informatie is afkomstig van de websites van GGD, Adviezen leefomgevingsfactoren - GGD GHOR Nederland en het RIVM, Vragen en antwoorden bij rapport: Longontsteking in de nabijheid van geitenhouderijen in Noord-Brabant en Limburg | RIVM. Er is onduidelijkheid over de precieze oorzaak van deze relatie, dit wordt nader onderzocht. Het RIVM doet hier momenteel onderzoek naar in Oost-Brabant en Noord-Limburg waar veel geitenhouderijen gevestigd zijn. De GGD adviseert het voorzorgbeginsel toe te passen zolang het lopende onderzoek van het RIVM naar de oorzaak nog niet is afgerond. Dit voorzorgbeginsel houdt in dat er terughoudend omgegaan moet worden met het toestaan van woningen en voorzieningen voor kwetsbare groepen binnen 1,5 á 2 kilometer van een geitenhouderij. De gemeente Breda heeft drie geitenhouderijen binnen haar grondgebied en de 2 kilometer contouren van twee geitenhouderijen net buiten de gemeentegrenzen vallen deels binnen Bredaas grondgebied. Binnen de gemeente Breda zijn er diverse initiatieven die zich binnen 2 kilometer van een geitenhouderij afspelen. Het gaat hierbij om kleinschalige initiatieven, zoals een kinderdagverblijf, en grote woningbouw ontwikkelingen, waarvan de geplande woonwijk Woonakker bij Teteringen met 580 woningen de belangrijkste en enige op dit moment is. In afwachting van de afronding van het lopende RIVM onderzoek is een tijdelijk beleidskader nodig om afwegingen te kunnen maken voor ontwikkelingen nabij een geitenhouderij. De gemeente Breda heeft nog geen (tijdelijk) beleid om plannen te toetsen op het aspect gezondheid en geitenhouderijen. De gemeenteraad heeft het college in 2022 gevraagd om dit op te stellen1Op 22 december 2022 is de ‘Motie kwetsbare groepen en verhoogde risico’s’ door de gemeenteraad van Breda aangenomen.. Dit beleidsdocument geeft hier invulling aan. Als de uitkomsten van het RIVM onderzoek bekend zijn, zal worden nagegaan wat de gevolgen zijn voor dit tijdelijke beleid. Achtergrond Mensen die rondom geitenhouderijen wonen of langere tijd verblijven hebben een grotere kans op longontsteking. Op meer dan 2 kilometer afstand heeft het RIVM geen onderzoek gedaan, dus het is niet bekend of er na deze afstand een significant verhoogd gezondheidsrisico is. Opgemerkt wordt dat Teteringen voor een groot deel binnen de 2 kilometer contour valt. Er is nog steeds onduidelijkheid over de oorzaak van deze relatie. Uitkomsten van vervolgonderzoek van het RIVM dat hierop is gericht, worden eind 2024 verwacht. Totdat er meer duidelijkheid is, heeft de GGD West-Brabant daarom op 22 oktober 2018 geadviseerd het voorzorgbeginsel toe te passen om een gezonde leefomgeving te stimuleren. Dit betekent: terughoudend te zijn met uitbreidingen of nieuwbouw van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen (zoals woningen, kinderdagverblijven, zorginstellingen en scholen); ook terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van al gevestigde geitenhouderijen. De provincie Noord-Brabant heeft in 2018 een verbod bepaald voor geitenhouderijen op het uitbreiden van het bestaande oppervlakte dierverblijf (staloppervlak). Dit om te voorkomen dat de problemen op de bestaande bebouwing nog groter kunnen worden. Hierdoor is het ook niet mogelijk om een bestaande geitenhouderij te verplaatsen naar een ander gebied. Wel is het mogelijk om het aantal dieren uit te breiden binnen het bestaande dieroppervlak, al vindt de GGD het laatste niet in lijn met het moratorium. Het gaat om tijdelijk beleid. Het beleid wordt herzien op basis van de resultaten uit het vervolgonderzoek die eind 2024 worden verwacht. Hoofdstuk2Tijdelijk beleidskader geitenhouderijen en gezondheidsrisico’s Geitenhouderijen in Breda Verspreid over het grondgebied van de gemeente Breda zijn drie geitenhouderijen aanwezig. Daarnaast zijn er twee geitenhouderijen in omliggende gemeenten die dicht bij de gemeente Breda liggen (zie Figuur 1 met geitenhouderijen en afstandscontouren in de bijlage). Deze geitenhouderijen zijn gevestigd op de volgende adressen: Mastdreef 21 te Breda Blauwhoefsedreef 3 te Teteringen Hoeveneind 96 te Teteringen Bankenweg 4 te Den Hout Ballemanseweg 8 te Galder In de Omgevingsvisie Breda 2040 staan een aantal zoekgebieden voor woningbouw omschreven. Dit betreffen zowel inbreidings- als uitbreidingslocaties. Als deze locaties dicht bij een geitenhouderij gelegen zijn, zullen de gezondheidsrisico’s als gevolg van de geitenhouderij meegenomen moeten worden in de afweging. Naast kleine, individuele ontwikkelingen is de ontwikkeling Woonakker vooralsnog het enige plan waarvoor dit van toepassing is. Binnen de nieuwe wijk Woonakker worden 580 woningen beoogd. De nieuwe woonbestemming op basis van het ontwerpbestemmingsplan voor Woonakker ligt op ongeveer 750 meter afstand van een geitenhouderij. Gelet op de omvang van dit gebied, zal er ook sprake zijn van voorzieningen voor kwetsbare groepen zoals kinderopvang. Gezondheidsrisico’s afwegen en verantwoorden Het gaat bij dit beleid om het beheersen van gezondheidsrisico’s voor (nieuwe) inwoners en kwetsbare groepen zoals jonge kinderen, ouderen en groepen met aantoonbare gezondheidsproblemen. De gemeente Breda streeft naar een gezonde woon- en leefomgeving en stimuleert dit ook door de inrichting van de omgeving. Dit is ook vastgelegd in diverse gemeentelijke documenten. In de Omgevingsvisie Breda 2040 en het Bestuursakkoord 2022-2026 staat dat de positieve gezondheid van de Bredase inwoners wordt bevorderd en er gezorgd wordt voor een gezonde leefomgeving. Met de huidige woningnood is een plek om te wonen echter ook belangrijk en draagt dit bij aan minder stress. In afwachting van het RIVM onderzoek biedt het tijdelijk geitenbeleid de mogelijkheid om in de zone van 500 meter tot 2 kilometer rondom een geitenhouderij een versnellingslocatie voor woningen te kunnen ontwikkelen. Tijdelijk beleid In dit tijdelijke beleid wordt onderscheid gemaakt tussen woningbouw en voorzieningen voor kwetsbare groepen zoals kinderdagverblijven, scholen en ouderenzorgcentra. In het tijdelijke beleid worden binnen een straal van 500 meter geen nieuwe woningbouwontwikkelingen of andere voorzieningen voor kwetsbare groepen toegestaan. Woningbouwontwikkelingen wordt alleen toegestaan na een zorgvuldige belangenafweging tussen de 500 meter en 1,5 kilometer contour met opvolging van de adviezen van de GGD en een actieve informatievoorziening aan toekomstige bewoners voorafgaand aan de koop of huur. Voorzieningen voor kwetsbare groepen zullen alleen bij uitzondering worden toegestaan na een zorgvuldige belangenafweging tussen de 500 meter en 2 kilometer contour, met actieve informatievoorziening aan klanten/gebruikers. Met daarbij de volgende nadere invulling: Na afronding van het RIVM onderzoek bezien of het beleid geactualiseerd dient te worden of dat er eventueel maatregelen getroffen moeten worden; Transparantie bieden door het actief informeren van toekomstige inwoners, voorafgaand aan besluit tot koop/huur en aan gebruikers van voorzieningen voor kwetsbare groepen. Dat altijd een advies van de GGD opgevraagd en opgevolgd moet worden. De aspecten die genoemd zijn bij het afwegingskader onder hoofdstuk 3 worden meegenomen moeten bij de afweging. De ruimtelijke afwegingen in hoofdstuk 3 zijn van belang om ontwikkelingen mogelijk te maken binnen de straal van 500 meter tot 2 kilometer rondom een geitenhouderij. Hoofdstuk3Afwegingskader Bij de beantwoording van de vraag of ontwikkelingen binnen een afstand van 500 meter tot 2 kilometer van een geitenhouderij doorgang kunnen vinden, zijn de volgende zaken bij de ruimtelijke afweging van belang. Beheersing van risico’s voor woningbouwontwikkelingen Er is gekozen voor een minimale afstand van 500 meter rondom een geitenhouderij omdat in het onderzoek van de GGD en RIVM naar voren komt dat het hoogste risico op longontsteking voorkomt binnen een afstand van 500 meter van een geitenhouderij. Woningbouwontwikkelingen zouden mogelijk kunnen zijn vanaf 500 meter afstand van een geitenhouderij, omdat zoek- en versnellingsgebieden voor woningbouw schaars zijn en er een zeer grote vraag naar woningbouw is. Deze gebieden zijn ook omschreven en vastgesteld in de Omgevingsvisie Breda
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.