Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 januari 2024; gelet op de artikelen 8a en 10b, zevende lid, van de Participatiewet; gelet op de artikelen 35 aanhef en sub d van de IOAW; gelet op de artikelen 35 aanhef en sub d van de IOAZ; gezien het advies van Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. Besluit de volgende verordening vast te stellen: de verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet Gemeente Utrecht Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet; persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; voorziening: door burgemeester en wethouders noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; wet: Participatiewet. Hoofdstuk2Beleid Artikel2Evenwichtige verdeling Burgemeester en wethouders dragen zorg voor een evenwichtig aanbod van voorzieningen aan personen behorende tot de doelgroep, rekening houdend met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Hoofdstuk3Voorzieningen Artikel3.Algemene bepalingen over voorzieningen 1.Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening weigeren als: de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; de voorziening naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening beëindigen als: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen ten aanzien van arbeidsinschakeling en re-integratie als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; de voorziening naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; de voorziening naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3.Burgemeester en wethouders bieden de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Burgemeester en wethouders houden bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet. 4. Burgemeester en wethouders bieden de voorzieningen uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 5. Burgemeester en wethouders weigeren toestemming tot het toekennen van een forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d lid 5 van de wet na eerdere toekenning van een proefplaats en/of werkervaringsplaats. Artikel4.Participatievoorziening beschut werk 1.Burgemeester en wethouders verstrekken om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; uitsplitsing van taken; of aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2.Burgemeester en wethouders bieden aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast een of meer van de voorzieningen uit de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet Gemeente Utrecht of een andere voorziening, die bijdragen aan het participeren in de samenleving aangeboden. Artikel5.Participatieplaats De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de wet bedraagt € 300,- per zes maanden. Artikel6. Werkervaringsplaats Burgemeester en wethouders bieden een persoon een werkervaringsplaats gericht op arbeidsinschakeling aan als deze: behoort tot de doelgroep; en nog niet actief is geweest op de arbeidsmarkt of een afstand tot de arbeidsmarkt heeft door langdurige werkloosheid. Het doel van een werkervaringsplaats is het opdoen van werkervaring of het leren functioneren in een arbeidsrelatie. Duur van een werkervaringsplaats is 3 maanden met mogelijkheid tot verlenging van 3 maanden met een maximale duur van 6 maanden. In een schriftelijke overeenkomst wordt in ieder geval vastgelegd: het doel van de werkervaringsplaats; en de wijze waarop de begeleiding plaatsvindt. Artikel7.Proefplaats 1.Burgemeester en wethouders kunnen een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van maximaal twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. 2.Het doel van een proefplaats is de inschakeling in arbeid van de persoon bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet. 3.Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; Burgemeester en wethouders verwachten dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaats, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4.Burgemeester en wethouders kunnen de toestemming bedoeld in het eerste lid weigeren als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaats kan worden aangenomen voor dat werk of als direct na de proefplaats sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. Artikel8.Scholing 1.Burgemeester en wethouders kunnen een persoon die behoort tot de doelgroep een scholingstraject aanbieden. 2.Een scholingstraject voldoet in ieder geval aan de volgende eisen: het gaat de krachten of bekwaamheden van de persoon niet te boven; en het draagt bij aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces van de persoon. 3.Het eerste lid is niet van toepassing op personen jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs kunnen volgen. 4. Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen onder welke voorwaarden en de wijze waarop een scholingstraject wordt aangeboden. Artikel9.Detacheringsbaan 1.Burgemeester en wethouders kunnen door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling. 2.De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie. Artikel10.Reiskostentegemoetkoming 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan personen die behoren tot de doelgroep een tegemoetkoming toekennen voor reiskosten voor zover die voortkomen uit activiteiten in het kader van een re-integratie- of participatietraject. 2.Indien aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding van de werkgever in de reiskosten of van een andere regeling, wordt deze vergoeding in aanvulling daarop verstrekt. 3.Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalingen opnemen over de voorwaarden en hoogte van de tegemoetkoming en de wijze waarop deze tegemoetkoming wordt verstrekt. Artikel11.Ondersteuning kinderopvang Het college kan ondersteuning bieden bij het vinden van kinderopvang aan een persoon die gebruik maakt van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling, die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt. Burgemeester en wethouders kunnen een aanvullende financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang boven het wettelijk tarief verstrekken aan de persoon uit het vorige lid. Dit kan indien en voor zo lang er geen passende kinderopvang beschikbaar is en zonder deze kinderopvang geen gebruik gemaakt kan worden van een voorziening, gericht op arbeidsinschakeling. Deze persoon moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: deze persoon ontvangt een kinderopvangtoeslag op grond van de Wet kinderopvang; deze persoon ontvangt een ontvangt een gemeentelijke tegemoetkoming op grond van artikel 1.13 van de Wet kinderopvang; er is geen kinderopvang tegen kosten tot maximaal het wettelijk tarief op korte termijn beschikbaar. Bij de beschikbaarheid wordt ook gekeken of aanwezige kinderopvang in redelijkheid voor deze persoon bereikbaar is; deze persoon heeft actief gezocht naar kinderopvang tot maximaal het wettelijk tarief en blijft zoeken. 3. Burgemeester en wethouders geven bij het toekennen van deze aanvullende financiële tegemoetkoming de periode aan waarvoor deze wordt verstrekt. Artikel12.Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1.Een aanvraag om loonkostensubsidie wordt afgedaan overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel. 2.Burgemeester en wethouders bevestigen de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, aan de werkgever en de persoon. 3.Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute. Onder Praktijkroute wordt verstaan het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek. 4.Burgemeester en wethouders stellen binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.Burgemeester en wethouders nemen bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het actuele preferente proces loonkostensubsidie in acht, zoals is te vinden op Toolkit preferent proces Loonkostensubsidie | Samen voor de klant. Artikel13.Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1.Burgemeester en wethouders kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2.Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; er is naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en de kosten van de voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.