← Nederland

Beleidsplan bomen 2024-2033 Toekomstgericht boombeleid Rentmeesterschap over ons groene kapitaal (Nieuwkoop)

Beleidsplan bomen 2024-2033 Toekomstgericht boombeleid Rentmeesterschap over ons groene kapitaalBesluit Het beleidsplan bomen 2024-2033 vast te stellen en het college opdracht te geven uitvoering te geven aan dit plan; De kwaliteit van het boombestand op langere termijn te verbeteren door het scenario ‘vervangen in 15 jaar’ te kiezen; Het college op te dragen de mogelijkheid te onderzoeken om het draagvlak voor beschermwaardige houtopstanden te vergroten en medio 2025 een voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad. Samenvatting De gemeente Nieuwkoop heeft ongeveer 12.000 bomen in beheer en eigendom. De Gemeente Nieuwkoop heeft haar ambities met name gericht op leefomgeving, gezondheid, biodiversiteit en klimaat, het zogenaamde DNA van Nieuwkoop. Om deze doelstellingen te bereiken hebben we bomen (en groen) nodig. Met de invoering van de Omgevingswet wordt zichtbaar dat er alleen regels voor beschermwaardige bomen zijn en niet voor alle andere gemeentelijke bomen. Om het belang van bomen goed te borgen moeten we ook voor alle andere bomen duidelijke beleidsregels vaststellen. Alleen dan kunnen we deze ambities waarmaken. Dit beleidsplan bomen vormt de verbindende schakel. Het huidige boombestand van de Gemeente Nieuwkoop vraagt aandacht. Het risico bestaat dat we onvoldoende een duurzaam bomenbestand behouden en opbouwen. Dit sluit niet aan bij de ambities in het vastgestelde beleid. Het ontbreekt aan eenduidige afspraken over het herplanten van bomen of vastgelegde eisen aan het nieuw aanplanten van bomen. Daarnaast zien we dat bij het onderhoud van bomen het begeleiden van jonge aanplant achterblijft. In dit plan is boombeleid opgenomen in vijf vertakkingen, namelijk: kwaliteit boombestand, kwantiteit (aantal/omvang) boombestand, bomen en overlast, regels voor bescherming van bomen en Omgevingswet en bomen. Daarnaast zijn er vier beleidsklassen opgenomen, namelijk: (toekomstig) monumentale boom, structuurboom, overige boom en boom met verkorte omloop. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om voor elk type boom afspraken vast te leggen. Bij kwaliteit boombestand leggen we afspraken vast over hoe lang we een boom duurzaam willen laten groeien als we deze aanplanten. Welke boomsoort we kiezen en hoe we ervoor zorgen dat ons bomenbestand meer divers van samenstelling wordt. We leggen onze ambitie voor het onderhoud van bomen vast, leggen vast hoe we beter schade aan bomen kunnen voorkomen en hoe we dit in het proces rond graafwerkzaamheden optimaliseren. Bij kwantiteit van het boombestand spreken we af dat we bomen die uitvallen vervangen en hoe we dat doen. Daarnaast leggen we vast hoe we bomen die moeten wijken voor projecten of (bouw)ontwikkelingen compenseren. Het uitgangspunt is dat we bomen zoveel als mogelijk behouden. Daarnaast is het van belang voor de aanleg van nieuwe locaties een groennorm te gaan ontwikkelen. Daarnaast kunnen inwoners zelf ook zorgen voor meer bomen in de wijk. We gaan onderzoeken hoe we ze daarbij kunnen helpen. We vervangen of snoeien geen bomen omwille van de opbrengst van zonnepanelen, maar houden er wel rekening mee bij nieuwe aanplant. Bovenmatige hinder of overlast kunnen we, afhankelijk van de beleidsklasse van een boom en eventueel een breder maatschappelijk belang beoordelen. Ook houden we bij aanplant rekening met (hooikoorsts)allergie in de bebouwde kom. Deze afspraken leggen we uiteindelijk vast in gemeentelijk regels en borgen we via de Omgevingswet. Zo creëren we de mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is. De invulling hiervan is gericht op het principe van goed rentmeesterschap. Zo kunnen we invulling geven aan onze ambities en doelstellingen op het gebied van aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie. 1Inleiding 1.1Aanleiding In de dertien kernen en het grote buitengebied van gemeente Nieuwkoop zijn ongeveer 12.000 bomen te vinden. Nieuwkoop is een gemeente in het Groene Hart met open veen- en kleipolders, veel water en ruimte voor een mix van wonen, werken, natuur en recreatie. Vooral in de woonkernen neemt de druk op de openbare ruimte toe. Er zijn meer woningen nodig, we zoeken vaak extra ruimte om te parkeren en vanwege de energietransitie komen er veel nieuwe kabels en leidingen. Kortom, de bomen en groenvoorzieningen in het algemeen staan flink onder druk. Aan de andere kant wordt steeds duidelijker dat we groen en bomen nodig hebben. Bijvoorbeeld op het gebied van klimaatverandering waarbij bomen ons helpen bij het voorkomen van hittestress en het opvangen van water bij extreme neerslag. Of het feit dat bomen ons helpen de biodiversiteit in onze leefomgeving te vergroten. Deze functies en voordelen van groen en bomen noemen we ‘ecosysteemdiensten’. In bijlage 1 ‘Ecosysteemdiensten’ is dit nader toegelicht. Inmiddels is dit besef goed terug te vinden diverse gemeentelijke beleidsdocumenten. We kunnen stellen dat het belang van groen in het DNA van Nieuwkoop zit. In diverse beleidsdocumenten zijn ambities en doelstellingen voor leefomgeving, gezondheid, biodiversiteit en klimaat opgenomen. Daarbij is ook aangegeven hoe dit zich vertaalt in de openbare ruimte. Bomen (en groen) spelen daar een belangrijke rol in. Er ontbreekt verbinding tussen dit zogenaamde DNA en de daadwerkelijke mogelijkheden om dit uit te voeren. Er is sprake van een ontbrekende schakel. Met de invoering van de Omgevingswet wordt zichtbaar dat er alleen regels voor beschermwaardige bomen zijn. Om het belang van bomen goed te borgen moeten we ook voor alle andere bomen duidelijke beleidsregels vaststellen. Zo voorkomen we dat alle overige bomen ‘vogelvrij’ zijn terwijl we ze zo hard nodig hebben. Ook hier is sprake van een ontbrekende schakel. 1.2Doel Met dit beleidsplan bomen legt de gemeente de verbindende schakels tussen het beheer van bomen en het beleid gericht op een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit, klimaatadaptatie en de Omgevingswet. Daarnaast kunnen we met dit beleidsdocument de voordelen en het belang van bomen in de (openbare) ruimte beter behartigen. Dit resulteert in de volgende doelstelling: Dit beleidsplan creëert mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is zodat dit een bijdrage levert aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Om dit doel te verwezenlijken zijn beleidsuitgangspunten op het gebied van kwaliteit, kwantiteit (aantal), overlast, regelgeving en bomen in de Omgevingswet van belang. De invulling hiervan is gericht op het principe van goed rentmeesterschap. Wat een rentmeester beheert is geleend en moet dus ongeschonden en liefst met toegevoegde waarde aan de eigenaar worden geretourneerd dan wel aan de toekomstige generatie worden overgedragen. Door de voordelen en het belang van bomen beter te positioneren in het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte, met daarbij een duidelijke set aan afspraken, kan de gemeente regisseren in plaats van reageren. Door dit te borgen in dit beleidsplan bomen plukken we daar uiteindelijk de vruchten van. 1.3Totstandkoming Voor het opstellen van dit beleidsplan bomen is er informatie opgehaald uit de gemeentelijke organisatie. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondbedrijf, Bestuurlijk Juridische Zaken, Beheer Openbare Ruimte (de teams Werk en Uitvoering en Buitendienst). Zo is inzicht ontstaan in de verschillende aandachtspunten en belangen binnen de organisatie. Op 31 oktober 2023 zijn de contouren van dit plan gepresenteerd aan een afvaardiging van de gemeenteraad in een zogenaamde raadspresentatie. In deze presentatie was er ruimte voor een onderling gesprek over diverse onderdelen van het plan en de verdere invulling daarvan. Op basis van de gegevens uit het boombeheersysteem is een evaluatie gemaakt van de ontwikkeling van het huidige boombestand. Het bedrijf Cobra Groeninzicht heeft een analyse gemaakt van alle aanwezige bomen. Dit heeft gezorgd voor een verbetering van het boombeheersysteem en inzicht in de effecten van bomen op het gebied van klimaatadaptatie. Dit verbetert het inzicht in ons areaal en helpt ons om heldere beleidsdoelen te maken. 1.4Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de evaluatie opgenomen van de ontwikkeling van het huidige boombestand. Hoofdstuk 3 geeft de kaders en uitgangspunten weer. Dit geeft inzicht in de vastgestelde beleidskaders en de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en dient ook als belangrijke input. De conclusies die we uit beide hoofdstukken trekken en ontwikkelpunten die we signaleren zijn de input voor nieuwe beleidsafspraken en concrete acties in een werkplan. In hoofdstuk 4 ‘Visie, doel en beleidsuitgangspunten’ leggen we de resultaten van hoofdstuk 2 en 3 langs de meetlat en bepalen we de benodigde doelstellingen. In hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’ spreken we af hoe we deze doelstellingen gaan bereiken en vastleggen. Elke paragraaf sluiten we af met een blok waarin een samenvatting van de belangrijkste punten is weergegeven. Dit is verdeelt in ‘Conclusies’ en ‘Ontwikkeling’ (hoofdstuk 2 en 3) en ‘Beleidsafspraken’ en ‘Werkplan’ (hoofdstuk 5). 2Evaluatie en ontwikkeling huidig boombestand Dit hoofdstuk bevat een analyse van het beheer, de kwantiteit en de kwaliteit van het huidige boombestand. De conclusies en ontwikkelpunten zijn de basis voor het boombeleid 2024-2034, opgenomen in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’. 2.1Evaluatie huidig boombestand 2.1.1Ontwikkeling aantal bomen Om een goede analyse te maken van het vervangen van uitgevallen bomen (inboet/vervanging) moeten we eerst een analyse maken van het aantal geregistreerde bomen. Voor het opstellen van dit beleidsplan is er een datacontrole uitgevoerd. Hieruit zijn diverse nog niet geregistreerde bomen naar voren gekomen waardoor het totaal aantal bomen in werkelijkheid groter is dan in het boombeheersysteem staat. Het is belangrijk het werkelijk aantal te onderhouden bomen in beeld te hebben. Zo kunnen we de benodigde ureninzet (capaciteit) en het benodigde budget goed bepalen. Te weinig capaciteit en budget zorgt voor achterstanden in het onderhoud waardoor kwaliteitsverlies optreedt. Analyse geregistreerde bomen Tabel 1 ‘Vergelijk aantallen bomen’ laat de ontwikkeling in de aantallen geregistreerde bomen zien. In de tweede kolom is het aantal bomen uit het meest recente beheer- en beleidsplan Groen te vinden en in de derde kolom het aantal bomen uit boombeheersysteem GeoVisia voor de datacontrole (peildatum juni 2023). Dit is verdeeld in het aantal bomen per standplaats of type boom. Dit onderscheid maken we omdat er een verschil in onderhoudskosten is. Arealen 2023 GeoVisia vs. Beheerplan 2020 Beheerplan groen 2020 GEOVISIA d.d. 2-6-2023 Verschil Bomen in gras 4229 4347 118 Bomen in verharding 683 630 -53 Bomen in beplanting 3945 3658 -287 Lei- en vormbomen 321 314 -7 Knotbomen 2507 2326 -181 Bomen gekandelaberd 80 224 144 Totaal 11765 11499 -266 Tabel 1, Vergelijk aantallen bomen (peildatum juni 2023) Het totale verschil is -266 bomen ten opzichte van het areaal in 2020. Dat komt omdat we een groot deel van de nieuw geplante bomen nog niet geregistreerd zijn in het boombeheersysteem. Ten opzichte van de aanwezige bomen in 2020 zijn er uiteindelijk 83 bomen te weinig herplant. Er zijn 181 minder knotwilgen ten opzicht van 2020. In de praktijk worden deze door de eigen buitendienst vervangen door een nieuwe wilgenstaak. Op deze wijze is een groot deel van deze knotwilgen inmiddels herplant, maar nog niet geregistreerd. Er zijn ook locaties waar bewust geen nieuwe knotwilgen worden herplant. Een voorbeeld hiervan is de Molenkade in Nieuwveen. De knotwilgen staan hier te dicht op elkaar. Het opnieuw tussenplanten van een uitgevallen knotboom is dan niet zinvol. Het voornaamste doel is dat de rij knotbomen als volwaardig landschappelijk element in stand blijft. Daarom maken we een kritische afweging of het herplanten van een nieuw knotboom noodzakelijk is. Bij (wijk)reconstructies onderzoeken we of we ook andere bomen kunnen aanplanten, zoals is gebeurd in Broekveen Ter Aar. Er zijn diverse nieuwe bomen aangeplant op uitbreidingslocaties. Tussentijds zijn de gewijzigde aantallen bomen via een budgetmutatie in de begroting verwerkt tijdens de planning en control cyclus. Dit proces wordt in het groenbeheer consequent gevolgd. Dat is van belang omdat het groen direct na aanleg onderhoud nodig heeft. Analyse recente uitbreiding In afbeelding 2 ‘Overzicht nieuwe bomen in nieuwbouw- en uitbreidingslocaties’ zijn de diverse uitbreidingslocaties weergegeven die nog niet zijn verwerkt in de begroting. Dit zijn er in totaal 265 stuks. Afbeelding 2, Overzicht nieuwe bomen in nieuwbouw- en uitbreidingslocaties Van dit aantal zijn er 141 bomen aangeplant langs de Milandweg

(80), in het Meijepark
(26)en in Nieuw Amstel West
(33)als compensatie van bomen die verloren zijn gegaan bij werkzaamheden van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. De bomen langs de Milandweg zijn inmiddels geregistreerd in GeoVisia (peildatum 25-1-2024). De overige locaties nog niet. Dit wordt bij ‘Controle niet geregistreerde bomen’ verder toegelicht. Controle niet geregistreerde bomen Voor het opstellen van dit beleidsplan heeft er een datacontrole plaatsgevonden. Hieruit zijn diverse nog niet geregistreerde bomen naar voren gekomen die in de meeste gevallen wel worden onderhouden. Deze bomen zijn inmiddels voor een groot deel geregistreerd en gecontroleerd. Tabel 2 ‘Vergelijk aantallen bomen (peildatum januari 2024)’ laat de ontwikkeling in de aantallen geregistreerde bomen uit het meest recente beheer- en beleidsplan Groen en de situatie na de meest recente boomcontrole zien. We zien een toename van ca. 500 bomen t.o.v. de aantallen uit het groenbeheerplan (peildatum januari 2024). Arealen 2023 GeoVisia vs. 2024 GeoVisia Beheerplan groen 2020 GEOVISIA d.d. 10-4-2024 Verschil Bomen in gras 4229 4753 524 Bomen in verharding 683 629 -54 Bomen in beplanting 3945 3888 -57 Lei- en vormbomen 321 320 -1 Knotbomen 2507 2416 -91 Bomen gekandelaberd 80 197 117 Totaal 11765 12103 483 Tabel 2, Vergelijk aantallen bomen (peildatum januari 2024) Conclusie Het proces van datacontrole loopt nog waardoor het totaal aantal bomen nog verder zal toenemen. Gewijzigde aantallen en de financiële consequenties daarvan moeten worden verwerkt in de begroting tijdens de planning en control cyclus. Het is van belang dat we ook deze laatste wijzigingen verwerken in de begroting 2025 en verder om kwaliteitsverlies van onze bomen door gebrek aan budget en capaciteit te voorkomen. 2.1.2Ontwikkeling van leeftijd en kwaliteit bomen Boombeleid stellen we op met oog op de toekomst. De jonge bomen van nu zijn de grotere bomen van de toekomst. Oudere en grotere bomen hebben doorgaans meer positieve invloed op de omgeving dan jongere en kleinere bomen. Hetzelfde geldt voor gezonde bomen. Tijdens de inspectie van bomen worden de bomen in hoogteklassen ingedeeld. Tegelijkertijd wordt er een inschatting van de levensverwachting gemaakt waarmee inzicht in de kwaliteit wordt verkregen. De peildatum voor onderstaande evaluatie is juni
  1. Leeftijd Zoals aangegeven is van de meeste bomen in onze gemeente het plantjaar niet genoteerd. Een inschatting van de leeftijdsopbouw van bomen is alleen te maken op basis van een inschatting van de boomhoogte waarbij meespeelt dat daarin ook knotbomen en kleinere boomsoorten zijn opgenomen. In figuur 1 ‘Verhouding boomhoogtes verdeeld in klassen’ op de volgende pagina is de verdeling in boomhoogtes per klasse weergegeven. Er is een relatief hoog aantal kleine bomen (< 6 meter), namelijk 44%. Dit zijn ongeveer 5000 van de circa 11.500 aanwezige gemeentelijke bomen. Iets minder dan de helft van deze bomen bestaat uit knotbomen. Samengevat bestaat 23% van het areaal uit bomen van 12 meter of hoger waarvan 0,3% hoger dan 24 meter is ingeschat. Dit houdt in dat ongeveer driekwart bestaat uit jonge of halfvolwassen bomen en kleinere boomsoorten. Dat kan gunstig zijn voor de toekomst als de boomsoorten die uiteindelijk groter worden ook de kans krijgen om duurzaam volwassen te worden. Daarvoor is inzicht in de toekomstverwachting nodig. Figuur 1, Verhouding boomhoogtes verdeeld in klassen (peildatum juni 2023) Toekomstverwachting Tijdens de inspectie wordt ook de toekomstverwachting van bomen ingeschat. Dit is een inschatting van de technische levensduur van een boom op basis van de actuele conditie, groeiontwikkeling, ziekten, aantastingen of boomtechnische gebreken. In figuur 2 ‘Verhouding toekomstverwachting verdeeld in klassen’ op de volgende pagina is dit samengevat in een klassenindeling. Van een klein percentage zijn onvoldoende kenmerken opgenomen. Het is zichtbaar dat ongeveer 68% van de bomen een lange levensverwachting heeft. Maar van ongeveer 32% van de bomen is een inschatting gemaakt van een eindige levensduur. Daar is dus toch iets mee aan de hand. Een klein percentage is er zeer slecht aan toe, maar het grootste deel heeft een toekomstverwachting van 10-15 jaar. Uiteraard kan er in die periode van 10-15 jaar veel veranderen, maar in veel gevallen is het zo dat als een boom gebreken begint te vertonen er bijna nooit een volledig herstel optreedt en de levensverwachting over het algemeen alleen maar afneemt. Figuur 2, Verhouding toekomstverwachting verdeeld in klassen (peildatum juni 2023) Kruisen we de gegevens boomhoogte en toekomstverwachting dan ontstaat er een beeld van de toekomstige ontwikkeling van het boomareaal. In tabel 3 is dit nader uitgewerkt. Hoogte Toekomstverwachting < 6 m > 24 m 12 tot 18 m 18 tot 24 m 6 tot 12 m Niet te beoordelen (Leeg) Totaal < 1 jaar (vervangen) 35 1 1 11 48 1 tot 5 jaar (slecht) 106 28 62 196 5 tot 10 jaar (onvoldoende) 431 258 24 263 1 977 10 tot 15 jaar (voldoende) 799 4 693 89 859 2444 > 15 jaar (goed) 3695 33 1301 219 2511 7759 Niet (volledig) te beoordelen 24 2 26 Slecht 1 1 (Leeg) 47 47 Eindtotaal 5091 37 2281 333 3706 3 47 11498 Waarvan (rood, oranje, geel): Aantal bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. 1336 4 979 113 1184 1 0 3617 Percentage bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. 26,3% 10,8% 42,9% 33,9% 31,9% 33,3% 0 % 31,5% Tabel 3, Vergelijk toekomstverwachting en boomhoogte (peildatum juni 2023) Samengevat is zichtbaar dat bij 31,5% van de bomen de inschatting is gemaakt van een eindige levensduur. Dit is een gemiddelde over het totaal. In zijn algemeenheid is zichtbaar dat bij kleine bomen (< 6 meter hoog) en bomen van 6 – 12 meter hoog een kwart tot een derde het label krijgt ‘eindige levensduur’ en bij grotere bomen loopt dit nog verder op. Het grootste deel van het boomareaal groeit goed, maar toch is het percentage met een ingeschatte eindige levensduur hoog. Het is bekend dat met name grotere, goed functionerende bomen meer ‘ecosysteemdiensten’ leveren. Over de gehele linie is één van de belangrijkste externe oorzaken voor het teruglopen van de toekomstverwachting het ontstaan van graafschade door bijvoorbeeld werkzaamheden aan kabels en leidingen en bouw- en reconstructiewerkzaamheden. De openbare ruimte veranderd continu. Het stellen van duidelijke richtlijnen en het toezicht hierop vraagt extra aandacht. Het is van belang eerder te kiezen bestaande bomen te behouden en goed in die veranderingen in te passen. Maar er zijn ook andere oorzaken. Om hier een beter inzicht in te krijgen kijken we op welke plek de bomen staan, de standplaats. Nadere specificatie per standplaats In tabel 4 is de toekomstverwachting in relatie tot de standplaats inzichtelijk gemaakt. Standplaats Toekomstverwachting Beplanting Elementen-verharding Gesloten verharding Gras Half-verharding Open grond (onbeplant) Totaal < 1 jaar (vervangen) 21 2 25 48 1 tot 5 jaar (slecht) 62 16 115 1 2 196 5 tot 10 jaar (onvoldoende) 433 102 421 16 5 977 10 tot 15 jaar (voldoende) 974 184 1248 22 16 2444 > 15 jaar (goed) 2857 356 2 4433 40 71 7759 Niet (volledig) te beoordelen 19 1 6 26 Slecht 1 1 (Leeg) 9 38 47 Eindtotaal 4375 661 2 6287 79 94 11498 Waarvan (rood, oranje, geel): Aantal bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. 1469 302 0 1784 39 23 3617 Percentage bomen in toekomstverwachting 1-15 jr. 33,6% 45,7% 0,0% 28,4% 49,4% 42,5% 31,5% Tabel 4, Vergelijk toekomstverwachting en standplaats (peildatum juni 2023) Bomen in verhardingen Uit tabel 4 komt naar voren dat ongeveer 45 % van de bomen in verhardingen en halfverhardingen een ingeschatte eindige levensduur heeft. Bij bomen in verhardingen is een belangrijke oorzaak dat deze bomen bij aanplant in de ondergrond geen goede groeiplaats hebben meegekregen. Voorbeelden hiervan zijn bomen in winkelcentra zoals het Lindenplein Ter Aar, Strooplikker Langeraar en Kennedyplein Nieuwkoop. De bomen zijn daar geplant met als doel een beschutte en schaduwrijke omgeving te creëren waar het prettig winkelen is. Door de beperkte groeiplaats is het uitgroeien tot een volwaardige boom niet mogelijk. Lindenplein Ter Aar, linde in verharding De afbeelding hiernaast is het voorbeeld van een zuilvormige haagbeuk in de verharding op het Kennedyplein in Nieuwkoop. Deze boom heeft groeiachterstanden en ontwikkeld zich niet goed. De boom levert weinig schaduw en extra kwaliteit aan de openbare ruimte. Voor een dergelijke boom is voor een goede groeiplaatsinrichting ca. 25 m3 ondergrondse groeiruimte nodig (Uitgangspunt optimale groei en levensverwachting 60 jaar. *). Een dergelijke groeiplaats is in het verleden niet aangelegd. Kennedyplein in Nieuwkoop, haagbeuk in verharding Bomen in gras en beplantingen Uit tabel 4 ‘Vergelijk toekomstverwachting en standplaats’ komt naar voren dat circa 28-33% van de bomen in gras en beplantingen een ingeschatte eindige levensduur heeft. Bomen in gras en beplantingen vormen de grootste groep binnen de gemeente. Hieronder vallen de boombeplantingen in gazons en plantvakken in de woonwijken, maar ook bomen in bermen langs doorgaande wegen. Deze bomen vormen veelal de belangrijke laanstructuren in onze gemeente. In afbeelding 3 zijn de grotere laanstructuren met de hoofdboomsoort (geslacht) weergegeven. Afbeelding 3, locaties grotere laanstructuren met de hoofdboomsoort *Bron: Boommonitor, Norminstituut bomen De gemeente Nieuwkoop heeft kenmerkende laanstructuren van met name essen, maar ook eiken, iepen en elzen komen veel in laanstructuren voor. Op de meeste plaatsen zijn er laanstructuren met één enkele boomsoort aangeplant, zogenaamde monoculturen. Dat maakt deze bomen gevoeliger voor ziekten en plagen. De bekendste boomziekte op dit moment is waarschijnlijk de essentaksterfte. Door bij het vervangen van bomen te kiezen voor andere boomsoorten neemt de kans op verspreiding af, en wordt de laanstructuur als geheel ook minder kwetsbaar. Het beeld van de laanstructuur zal hierdoor wel veranderen door een verschil in hoogte en kroonvorm van bomen. Een andere belangrijke oorzaak voor een verminderde toekomstverwachting is het ontstaan van maaischade aan de stamvoet. Dit verzwakt de boom en maakt de boom vatbaar voor het ontstaan van vraatschade in de stam. Het bekendste voorbeeld hiervan is de wilgenhoutrups. De rupsen van deze nachtvlinder tasten onder andere wilgen, essen en elzen aan. Maaischade ontstaat vooral door het uitmaaien met een bosmaaier van bomen in bermen en gazons. Het uitmaaien van bomen in het buitengebied is in het verleden al gestaakt. Voor bomen in gazons is dit ook een optie. Ook hier speelt mee dat als er verschillende bomen in een bomenrij staan dit de verspreiding van de plaag bemoeilijkt of zorgt voor minder sterke overlast, zoals bij eikenprocessierups. Verbetering kwaliteit boombestand Om de kwaliteit van het boombestand structureel te verbeteren faseren we dode, zieke en slecht bomen uit. Het actief vervangen van bomen is nodig om voor de toekomst een goed functionerend en gezond bomenbestand te behouden. Via het reguliere vervangingsproces (inboet) duurt dit naar verwachting 18 jaar. Het is mogelijk dit proces te versnellen zodat we eerder volgroeide en gezonde bomen hebben. Gelijktijdig met het besluitvormingsproces van dit beleidsplan leggen we de gemeenteraad een scenario voor het versneld vervangen van bomen voor. 2.1.3Snoeionderhoud bomen Bomen in lanen en stedelijke omgeving hebben veelal onderhoud nodig om veilig voor de omgeving en gezond op te kunnen groeien. Snoeiachterstanden kunnen leiden tot snellere aftakeling van een boom en is daarmee van invloed op de kwaliteit. Tijdens de BVC-inspectie wordt de staat van onderhoud opgenomen en ingedeeld in de classificatie Boombeeld. Een analyse van de bomen, exclusief knot- vorm-, leibomen en gekandelaberde bomen, levert het volgende resultaat: 88% aanvaard en regulier boombeeld; 11,5 % achterstallig boombeeld, waarvan ca. 95% begeleidingssnoei jonge bomen; > 0,1 % verwaarloosd boombeeld. Toelichting: Indeling toestand snoeionderhoud bomen (Handboek Bomen 2022, vereenvoudigde weergave). Aanvaard boombeeld: geen snoeiwerkzaamheden noodzakelijk Regulier boombeeld: geen achterstand, met één reguliere snoeibeurt op beeld Achterstallig boombeeld: er is een verzwaarde snoeiingreep nodig om achterstand te herstellen; Verwaarloosd boombeeld: er zijn meerder snoeibeurten nodig om achterstand te herstellen. Bij deel van de bomen is het snoeionderhoud op orde. Bij 11,5% is er sprake van een achterstand, vooral in de begeleidingssnoei van jonge bomen. Een belangrijke conclusie is dat het snoeien van bomen in de jeugd- en halfwas fase aandacht vraagt. Snoeiachterstanden leiden uiteindelijk tot zwaardere ingrepen per boom wat een boom kan verzwakken en bevattelijk maken voor ziekten en/of plagen. 2.1.4Ontwikkeling beschermwaardige bomen Op de lijst beschermaardige houtopstanden, vastgesteld in 2015, staan 1465 bomen die aangewezen zijn als beschermwaardige houtopstanden. Dit zijn veelal de oudere en grotere bomen in onze gemeente. De parels in de openbare ruimte. Ongeveer 50% van deze bomen zijn in eigendom van de Gemeente. De overige bomen zijn van particulieren, provincie, waterschap of woningstichting. Sinds 2015 heeft het areaal beschermwaardige bomen de volgende ontwikkeling doorgemaakt (zie tabel 5 ‘ontwikkeling aantal beschermwaardige bomen’). Verwijderd (per eigenaar) Herplant Verschil Gemeente 67 19 -48 Particulier 67 11 -56 Provincie Zuid-Holland 59 6 -53 Hoogheemraadschap Rijnland 1 0 -1 Woningstichting Nieuwkoop 2 0 -2 Woningstichting Vestia 1 0 -1 Stichting De Bruggen 2 0 -2 Totaal 199 36 -163 Tabel 5, Ontwikkeling aantallen beschermwaardige bomen (peildatum juni 2023) Tussen de periode 2015-2023 is het aantal beschermwaardige bomen gemiddeld met vijfentwintig stuks per jaar afgenomen. Dit is ca. 1,7% per jaar. Dit percentage valt binnen d acceptabele marge van uitval. Het sluit aan bij de normcijfers die we hiervoor in het beleids- en beheerplan openbaar groen hanteren (ca. 2%). Nieuwe beschermwaardige bomen Bij het verlenen kapontheffing kunnen we opnemen dat de initiatiefnemer een nieuwe beschermwaardige boom plant. Deze boom (of bomen) registreren als nieuwe beschermwaardige boom (Onderdeel: monumentaal, Criterium: toekomstwaarde). Bij de eerstvolgende actualisatie van de lijst beschermwaardige houtopstanden nemen we deze bomen in de lijst op. Tot die tijd zijn ze beschermd door de afspraken die we in de ontheffing vastleggen. We streven ernaar zo veel als mogelijk een herplantplicht voor te schrijven bij de beoordeling van een kapontheffing. Niet in alle gevallen is herplant mogelijk, met name bij particuliere eigenaren. Dit komt veelal doordat de ruimte op het erf ontbreekt. Draagvlak beschermwaardige bomen Het vergroten van het draagvlak voor beschermwaardige houtopstanden draagt bij het duurzaam in stand houden van een beschermwaardige bomen. Oudere en veelal grotere bomen voegen veel kwaliteit toe aan onze leefomgeving en leveren ons meer ‘ecosysteemdiensten’. Met name het betalen van leges voor een benodigde omgevingsvergunning (bij kap) of een herplantplicht levert weerstand op als we een boom nieuw op de lijst beschermwaardige houtopstanden plaatsen. Daarom gaan we onderzoeken hoe we het draagvlak voor beschermwaardige bomen kunnen vergroten. Voorbeelden Een voorbeeld van een maatregel is het instellen van een zogenaamd bomenfonds voor herplant van beschermwaardige bomen. We vinden het belangrijk dat er in de toekomst beschermwaardige bomen zijn en dat er nieuwe beschermwaardige bomen bij komen. Een manier om dit te borgen is de bevoegdheid van het college om een herplantplicht op te leggen bij de kap van een beschermwaardige boom. Maar het komt voor dat herplant voor de aanvrager niet mogelijk is, vaak omdat de ruimte op het terrein ontbreekt. In die gevallen kan een bijdrage in een bomenfonds een goed alternatief zijn. Met dat geld kan de gemeente zelf een nieuwe toekomstige beschermwaardige boom aanplanten op een locatie in de openbare ruimte. Een andere voorbeeld van een maatregel is om geen leges meer in rekening te brengen bij de kap van een beschermwaardige boom. Voor het kappen van een beschermwaardige boom is een omgevingsvergunning nodig. Diverse boomeigenaren, met name particulieren, hebben aangegeven het betalen van leges voor deze vergunning onredelijk te vinden. Zeker ook omdat men in de eindfase van een boom, als deze aftakelt, veelal extra kosten maakt voor bijvoorbeeld snoeionderhoud om de boom veilig te houden. De verlichting om naast kosten voor onderhoud ook leges te betalen als de boom uiteindelijk toch weg moet maakt de drempel om de aanwijzing van een beschermwaardige boom te accepteren groter. Het laten vervallen van de legeskosten voor de benodigde omgevingsvergunning voor het kappen van een beschermwaardige boom kan dus een goede tegemoetkoming zijn. Een vergelijkbare situatie doet zich bij monumentale panden voor. De aanwijzing brengt restricties en verplichtingen met zich mee en het aanvragen van een omgevingsvergunning is voor veel bouwwerkzaamheden aan het pand noodzakelijk. In het verleden is er ook hier voor gekozen geen leges in rekening te brengen. Structuurbomen Diverse beschermwaardige bomen van de gemeente die zijn gekapt maakten onderdeel uit van (laan)structuren. Deze structuurbomen zijn niet direct monumentaal vanwege hoge leeftijd, bijzondere boomsoort of boomvorm. Ze zijn drager van de groene hoofdstructuren, veelal langs wegen, maar ook in hoofdstructuren binnen woonwijken. Op diverse locaties ervaren inwoners een mate van overlast die zij niet acceptabel vinden. Bij bomen met een beschermwaardige status kunnen we niet handelen en inwoners nauwelijks tegemoetkomen. Daarnaast zijn er situaties waarbij snel ingrijpen langs grotere doorgaande wegen noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij een storm. Ook beschermwaardige bomen worden in dergelijke situaties toch gekapt om letsel en schade te voorkomen. Het doorlopen van een procedure met ontheffingsaanvraag is dan eenvoudigweg niet mogelijk en wordt veelal achteraf doorlopen. Het zou het wenselijk zijn dit type gemeentelijk beschermwaardige bomen niet meer beschermwaardig te laten zijn. Zo voorkomen we regeldruk en is het eenvoudiger grotere laanstructuren te beheren. Daarnaast kunnen we eenvoudiger handelen in acute situaties en eventueel maatregelen nemen bij bovenmatige overlastsituaties. We moeten er wel voor zorgen dat deze belangrijke bomen op een andere manier toch worden beschermd en goed vastleggen hoe we met dit type bomen omgaan. Dit nieuwe boombeleid biedt de mogelijkheid dergelijke gemeentelijk beschermwaardige bomen van de lijst te halen en toch te beschermen. Dit is in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’ uitgewerkt door bomen in te delen in zogenaamde beleidsklassen. Ontwikkeling: Het inspecteren van bomen (2.1.1) Registreren uitgevoerde werkzaamheden BVC en onderhoud in het boombeheersysteem. Registreren van het plantjaar in het boombeheersysteem. Ontwikkeling aantal bomen (2.1.2.) Consequent bomen die uitvallen vervangen voor nieuwe bomen, indien nodig op een alternatieve locatie. Zo voorkomen we dat het areaal afneemt. Kritisch blijven bij het vervangen van knotbomen. Het functie van het landschappelijk element is belangrijker dan het aantal knotbomen. Ontbrekende bomen in het boombeheersysteem registreren en in de planning en control cyclus gewijzigde aantallen bomen (areaaluitbreiding) in de begroting verwerken. Ontwikkeling van leeftijd en kwaliteit bomen (2.1.3) Schade aan bomen (zowel boven- als ondergronds) die de ontwikkeling en gezondheid beperkt voorkomen. Vaker kiezen voor inpassing bestaande bomen bij veranderingen in de openbare ruimte. Inrichting van groeiplaatsen verbeteren, met name in verhardingen. Bij het vervangen van bomen in laanstructuren boomsoorten variëren. Bomen in bermen niet meer uitmaaien en in gazon testen waar dit mogelijk is. Het niet uitmaaien van bomen in bermen in het buitengebied handhaven. Uitwerken scenario’s versneld vervangen van bomen en ter besluitvorming aan gemeenteraad voorleggen. Snoeionderhoud bomen (2.1.4) Het aantal (jonge) bomen met een achterstallig boombeeld verminderen (snoeionderhoud). Ontwikkeling beschermwaardige bomen (2.1.5) Bij het verlenen van een kapontheffing schrijven we zoveel als mogelijk een herplantplicht van een nieuwe beschermwaardige boom voor en nemen deze bij de eerste herziening van de lijst beschermwaardige houtopstanden in de lijst op. We onderzoeken de mogelijkheden om het draagvlak voor beschermwaardige bomen kunnen vergroten. Gemeentelijke beschermwaardige bomen met voornamelijk een structuurfunctie (en niet specifiek een monumentale functie) delen we in een beleidsklasse structuurboom in en halen we van de lijst beschermaardige houtopstanden af. Conclusie: Ontwikkeling aantal bomen (2.1.2) Doordat data continu veranderen is het niet eenvoudig een goed en betrouwbaar vergelijk te maken. Duidelijk is wel dat er een achterstand is ontstaan bij het vervangen van 83 bomen in het huidige geregistreerde areaal. Het areaal bomen wijzigt continu. De areaalwijzigingen door uitbreidingslocaties en nieuwbouwontwikkelingen voeren we consequent door in de begroting om kwaliteitsverlies van bomen te voorkomen. Uit datacontrole blijkt dat er nog ca. 600 bomen zijn die we wel onderhouden, maar waar geen budget en capaciteit voor is geraamd (peildatum januari 2024). Na afronding van de datacontrole voeren we de areaalwijziging in de begroting 2025 door. Ontwikkeling leeftijd en kwaliteit bomen (2.1.3) Het risico bestaat dat we bij ongewijzigde aanpak voor de toekomst geen voldoende volwassen en duurzaam bomenbestand behouden. Als een kwart tot een derde van de nieuwe aanplant niet de kans krijgt om kwalitatief goed (en groot) op te groeien dan is het behouden en verder ontwikkelen van een duurzaam boombestand zeer moeizaam. 3Kaders en uitgangspunten Het boombeleidsplan sluit aan bij de huidige wetgeving (kaders) en uitgangspunten (beleid) Dit hoofdstuk geeft inzicht in welke wetgeving en beleidsuitgangspunten op landelijk-, provinciaal- en gemeentelijk niveau het meest relevant zijn. Hoe dit doorwerkt in gemeentelijk beleid, het zogenaamde DNA van de Gemeente Nieuwkoop. De conclusies en ontwikkelpunten zijn de basis voor het boombeleid 2024-2034, opgenomen in hoofdstuk 5 ‘Boombeleid’. 3.1.1Het inspecteren van bomen Voor een goede analyse en monitoring van het boombestand is een actueel boombeheersysteem belangrijk. De gemeente Nieuwkoop werkt op dit moment met het programma GeoVisia. Dit is een integraal digitaal beheersysteem voor (bijna) alle onderdelen van de openbare ruimte. Met behulp van datapaspoorten bepalen we welke informatie per boom wordt ingewonnen. Veel informatie die we verzamelen vindt zijn oorsprong in de richtlijnen van het Norminstituut Bomen, vastgelegd in het Handboek Bomen. In de openbare ruimte is de gemeente in de meeste gevallen eigenaar en beheerder van de bomen. Waar de gemeente eigenaar en beheerder is heeft de gemeente een zorgplicht. Dit betekent dat de gemeente het onderhoud van de bomen op deugdelijke wijze en aantoonbaar moet organiseren. Doet de gemeente dit niet, dan kan zij verantwoordelijk worden gehouden bij schades en/of ongelukken. Samengevat houdt dit in dat we de bomen periodiek inspecteren en de acties die uit deze inspectie voortkomen uitvoeren en een registratie bijhouden in ons boombeheersysteem. Minimaal eens per drie jaar wordt een boom geïnspecteerd door middel van een zogenaamde Boom Veiligheids Controle (BVC). Een minimale frequentie van eens per drie jaar is inmiddels maatschappelijk aanvaard als reguliere controlefrequentie om te voldoen aan de zorgplicht. Er zijn bomen waarbij er een grote kans op schade is. Dit kan komen door de locatie van de boom (standplaats), maar veelal omdat er tijdens de controle gebreken zijn geconstateerd. Deze bomen vallen onder de verhoogde zorgplicht en worden jaarlijks gecontroleerd. Is het niet mogelijk het risico van een gebrek in te schatten tijdens de BVC, dan is er sprake van een onderzoeksplicht. Deze BVC combineren we met de opname van het benodigde onderhoud aan de boom. Hierdoor is per boom inzichtelijk wat voor maatregelen nodig zijn in het kader van de veiligheid van de boom en het onderhoud. Door ook de conditie en levensverwachting tijdens de inspectie in te schatten ontstaat een beeld van de kwaliteit van onze bomen. Het inspecteren van bomen is een terugkerend proces. Het gebied is momenteel in drie rayons verdeeld, namelijk: Ter Aar, Korteraar, Langeraar, Papenveer, Noordse Buurt, Noordse Dorp, Kerklaan (Noorden) (circa. 5000 bomen). Nieuwkoop, Woerdense Verlaat, Noorden (excl. Kerklaan), De Meije (circa 4000 bomen). Nieuwveen, Vrouwenakker, Zevenhoven (circa 3000 bomen). In afbeelding 1 is de huidige rayonverdeling te zien. Afbeelding 1, Globaal overzicht rayonindeling boominspectie Er vindt nog geen structurele registratie van uitgevoerde werkzaamheden plaats. Bij het wegnemen van risico’s uit de BVC-controle is dit wel noodzakelijk om aan de zorgplicht te voldoen. Ook geeft de registratie van het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden grip op de kwaliteit van bomen en het boombeheer. De registratie van uitgevoerde werkzaamheden in ons boombeheersysteem is nog in ontwikkeling. Ook de registratie van het plantjaar ontbreekt, op de beschermwaardige bomen na. Momenteel zijn we gestart met het bijwerken en bijhouden van deze gegevens. Registratie van het plantjaar geeft inzicht in de leeftijdsopbouw van het boombestand, maar helpt bijvoorbeeld ook bij het bepalen welke bomen na aanplant een watergift nodig hebben. 3.1Landelijk beleid en wetgeving 3.1.2Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Deze wet vervangt 26 Nederlandse wetten en aanvullende regelgeving. Met de Omgevingswet is dit samengevoegd, vereenvoudigd en gemoderniseerd voor ruimtelijke projecten. De Omgevingswet werkt met een aantal kerninstrumenten: Omgevingsvisie (Rijk, provincie, gemeente), Omgevingsplan (gemeente) Omgevingsprogramma’s (Rijk, provincie, waterschap, gemeente) Instructieregels, omgevingsverordening en waterschapsverordening (Rijk, provincie, waterschap) De regelgeving wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) geplaatst en op die manier voor initiatiefnemers ontsloten. Om de regelgeving voor bomen goed en locatie gebonden te borgen is het opnemen van bomen in het DSO van belang. Opmerking: Bestaande regelgeving over de fysieke leefomgeving wordt vanaf van 1 januari 2024 in eerste instantie overgenomen in een tijdelijk deel van het gemeentelijk omgevingsplan. Voor 1 januari 2032 (overgangsperiode) moeten gemeenten de regelgeving aanpassen aan de eisen van de Omgevingswet en opnemen in het zogenaamde nieuwe deel van het omgevingsplan. 3.1.3Nationale omgevingsvisie In de nationale omgevingsvisie zijn vier prioriteiten benoemd waarin groen, en specifiek bomen, een belangrijke bijdrage kunnen leveren*: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie: vasthouden van water, klimaatbestendige inrichting, aanpassing energie-infrastructuur met aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel: duurzaam en circulair maken van onze economie en energievoorziening en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. Sterke en gezonde steden en regio’s: de nadruk ligt op klimaatbestendig en natuur- inclusief bouwen, waarbij grote open ruimten tussen steden hun groene karakter behouden en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad worden versterkt en aangesloten op groen buiten de stad. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: verbetering van de biodiversiteit wordt én als ecologische én als economische uitdaging benoemd. Deze prioriteiten werken door in de programma’s, visies en plannen van provincies waterschappen en gemeenten. *Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021 (Norminstituut bomen/ Bomenstichting) 3.1.4Besluit activiteiten leefomgeving Ook de Natuurbeschermingswet maakt nu onderdeel uit van de Omgevingswet. De voorschriften zijn vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Dat is één van de vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) die vallen onder de Omgevingswet. Deze regelgeving heeft betrekking op bomen en bosschages in het buitengebied. Vergelijkbaar met de regelgeving uit de Natuurbeschermingswet geldt een meldplicht en een herplantplicht voor het kappen van bomen uit houtopstanden die bestaan uit rijen van 21 of meer bomen (exclusief wilgen en populieren) of het kappen van bomen uit houtopstanden groter dan 10 are (exclusief erf- en tuinbeplantingen). Figuur 3, Voorbeeld meld- en herplantplicht* De regels zijn toen ter tijd aangescherpt ten opzichte van de oude Boswet doordat voor de kap van één enkele boom uit een rij of houtopstand meld- en herplantplicht geldt. Omgevingsdienst Haaglanden is in het geval van Nieuwkoop bevoegd gezag en ziet toe op de meldplicht en herplantplicht. Het vervangen van bomen in bomenrijen (lanen) is een continu proces. Het is van belang afstemming te zoeken met het bevoegd gezag om praktische afspraken te maken over deze verplichtingen om een werkbare situatie te creëren en onnodige handhaving van bevoegd gezag te voorkomen. In de Omgevingswet is vastgelegd dat gemeenten een bebouwingscontour houtkap moeten vastleggen in het omgevingsplan. Dit is vergelijkbaar met de voormalige komgrenzen Boswet/Wet Natuurbescherming. De gemeente Nieuwkoop heeft deze grenzen nooit vastgelegd. In praktische zin zijn hiervoor de grenzen van de bebouwde kom aangehouden, maar dit heeft geen officiële status. Het is dus zaak om een nieuwe bebouwingscontour houtkap bestuurlijk vast te laten stellen om te voorkomen dat alle houtopstanden binnen de gemeente onder het Besluit Activiteiten Leefomgeving vallen. Deze grenzen worden vervolgens in het omgevingsplan opgenomen. *Bron: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/vellen-houtopstand-herbeplanten (Rijksregels) Ontwikkeling: Omgevingswet (3.1.1) Bomen (met bijbehorende regelgeving) opnemen in het DSO. Besluit activiteiten leefomgeving (3.1.3 ) Praktische afspraken maken met bevoegd gezag over meld- en herplantplicht (Bal). Bestuurlijk vastleggen bebouwingscontour houtkap (Bal). 3.2Provinciaal beleid In de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn diverse beleidsvlakken opgenomen, verwerkt in thema’s, die raakvlak hebben met bomen en groen. De thema’s zijn: Klimaatbestendig Zuid-Holland Gezonde en veilige leefomgeving Bos en bomen Doelstellingen uit de provinciale omgevingsvisie komen voort uit de nationale omgevingsvisie en werken door in gemeentelijk beleid (omgevingsvisie en omgevingsplan). 3.2.1Klimaatbestendig Zuid-Holland De doelstelling is dat de fysieke leefomgeving de komende decennia zodanig ingericht wordt dat deze de gevolgen van klimaatverandering doelmatig kan opvangen, de zogenaamde klimaatadaptatie. Dit geldt voor zowel nieuwbouwontwikkelingen, als de fysieke leefomgeving van bestaand bebouwd gebied. Het werken aan klimaatadaptatie heeft de provincie Zuid-Holland uitgewerkt in de strategie ‘Weerkrachtig Zuid-Holland’. Het raakvlak met bomen en groen komt vooral terug in de thema’s ‘Toekomstbestendige bebouwing’ en ‘Groene leefomgeving’. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid. 3.2.2Gezonde en veilige leefomgeving De provincie wil zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt tot gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de provincie een duidelijke verbetering van de huidige leefomgeving bevorderen door de leefomgeving ook op gezond gedrag in te richten. In al ons beleid geven we aandacht aan gezondheid en veiligheid. De provincie verbindt daarbij het fysieke en sociale domein. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid. 3.2.3Bos- en bomenbeleid Het Rijk heeft in overleg met de provincies een nationale bossenstrategie ontwikkeld. Hierin is afgesproken dat de provincies, gezien hun wettelijke taken op het vlak van natuur, een actieve rol op zich nemen in de uitwerking. De provincie Zuid-Holland heeft dit vertaald in bos- en bomenbeleid met daarin drie belangrijke pijlers*: Bescherming Uitbreiding bos en bomen Vitaliteit bos en bomen De pijler ‘Uitbreiding bos en bomen’ heeft de meeste raakvlakken met dit beleidsplan bomen. In deze pijler is er veel aandacht voor de Ruimtelijke strategie Bos en Bomen, opgesteld samen met diverse gemeenten en gebiedspartners. De Ruimtelijke strategie Bos en Bomen geeft per landschapstype de handvatten om uitbreiding van bos en bomen een plek te geven in de karakteristieke landschappen van Zuid-Holland. Daarnaast is er is veel aandacht voor het stimuleren van nieuwe aanplant van bos en bomen. In bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid. Conclusie: Klimaatbestendig Zuid-Holland en Gezonde en veilige woonomgeving (3.2.1 en 3.2.2) De provincie zet in op een groene- en gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Klimaatadaptief bouwen is de norm in Zuid-Holland. Bos- en bomenbeleid (3.2.3) De provincie hecht waarde aan cultuurhistorische- en landschappelijke beplantingen, o.a. in het kader van biodiversiteit. Zij ondersteunen (particuliere) initiatieven voor de aanplant van nieuwe bomen en struiken en de aanleg van nieuw bos in de provincie. 3.3Gemeentelijke regelgeving en beleid Hoe we in de gemeente Nieuwkoop omgaan met bomen is vastgelegd in gemeentelijke regelgeving en beleid. Regelgeving ligt vast in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) waarin de bescherming van beschermwaardige bomen is vastgelegd en de bijbehorende uitvoeringsregeling. In navolging van het landelijk beleid heeft de gemeente een omgevingsvisie opgesteld. Deze visie wordt nader uitgewerkt in het omgevingsplan. Dit proces loopt gelijktijdig met het opstellen van dit beleidsdocument. Daarnaast is ander gemeentelijk beleid van belang, namelijk het duurzaamheidsprogramma, het beleidskader duurzaamheid, het coalitieakkoord en het collegeprogramma. Samengevat ligt de focus in het gemeentelijk beleid op een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, een klimaatbestendige buitenruimte en biodiversiteit. Groen en bomen leveren een belangrijke bijdrage hieraan. Dit in navolging van landelijk- en provinciaal beleid. Het is als het ware opgenomen in het DNA van de gemeente Nieuwkoop. *Bron: https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/natuurrijk-zuid/bos-bomenbeleid/) 3.3.1Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nieuwkoop In afdeling 3 ‘Het bewaren van houtopstanden’ van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is de gemeentelijke regelgeving voor bomen en houtopstanden te vinden. Het is regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Vanaf januari 2024 wordt dit onderdeel overgeheveld naar de Omgevingswet en maakt het deel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Inhoudelijk verandert er niets. De APV regelt dat het “verboden is zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag houtopstanden te (doen) vellen die staan vermeld op de lijst beschermwaardige houtopstanden”. Het periodiek vaststellen van deze lijst is gemandateerd aan het college via een zogenaamde uitvoeringsregeling. Het uitgangspunt hierbij is om de lijst eens in de vijf jaar te actualiseren. De eerste lijstbeschermwaardige houtopstanden is in 2008 vastgesteld en in 2015 geactualiseerd. Actualisatie is nodig, maar ook noodzakelijk, gezien het uitgangspunt van de uitvoeringsregeling. Nieuwe beleidsuitgangspunten uit dit beleidsplan kunnen we dan direct verwerken. Tot op heden zijn alleen individuele bomen als beschermwaardig aangewezen en geen bosschages zoals pestbosjes, geriefbosjes en windsingels terwijl dit wel wenselijk en ook mogelijk is. Dergelijke houtopstanden zijn belangrijk als cultuurhistorisch element, leveren een belangrijke bijdrage aan biodiversiteit of hebben een landschappelijke waarde. In 2020 zijn de bosschages geïnventariseerd, maar nog niet in de lijst beschermwaardige houtopstanden opgenomen. Bij het opnieuw vaststellen van de lijst beschermwaardige houtsopstanden nemen we ook de beschermwaardigheid van diverse bosschages op. Overigens is bij deze bosschages periodiek onderhoud, zoals hakhoutbeheer of snoei zonder ontheffing gewoon mogelijk. Dit met oog op het behoud van de houtopstand. Toelichting: Geriefbosjes werden in het verleden door boeren aangeplant als brandhout, windkering, hout voor bezems, rasters en hekken. Bomen die in een geriefhoutbosje voorkomen zijn eik, berk, zwart els, wilg, hazelaar en gewone es. Een pestbosje is een klein, met bomen begroeid stukje land waarin vroeger dieren zijn begraven die aan een besmettelijke ziekte zijn bezweken. Soms zijn pestbosjes door sloten omringd. Om afstand tot het gewone vee te bewaren werden ze veelal midden in het land aangelegd. Een windsingel is een rijvormige beplanting die wind vangt. Bomenrijen worden vaak bewust als windsingel aangelegd om wind te vangen, zoals aan de windzijde van erven, akkers en laagstamboomgaarden ter bescherming van de daar groeiende cultuurgewassen. In Artikel 4:12a in de APV is in het algemeen de bescherming openbare houtopstanden geregeld. Zo is het verboden om houtopstanden die openbaar zijn te beschadigen, te bekladden of te beplakken of zelf snoeiwerk aan te verrichten. Ook mag iemand niet zomaar iets aan een boom bevestigen. In de praktijk betekent dit dat bomen niet veel bescherming hebben. Het verdient de aanbeveling dit artikel verder aan te scherpen om het vellen, beschadigen of inperken (waardoor duurzame instandhouding in gevaar komt) zowel onder- als bovengronds te voorkomen. Alle regelgeving uit de APV die betrekking heeft op de fysieke leefomgeving wordt straks overgenomen in het nieuwe omgevingsplan dat onderdeel uitmaakt van de Omgevingswet. Het is van belang te voorkomen dat alleen beschermwaardige bomen goed beschermd zijn bij initiatieven in de openbare ruimte. Door alle bomen in te delen in een beleidsklasse en per beleidsklasse beleidsregels op te nemen kunnen we ook alle andere bomen de benodigde bescherming bieden. Ook is vooraf duidelijk hoe de compensatie van een boom eruitziet, mocht kappen toch noodzakelijk zijn. 3.3.2Beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 In april 2021 heeft de gemeenteraad het Beleids- en beheerplan openbaar groen 2021-2025 'Gezond Groen’ vastgesteld. Voor deze periode heeft de gemeenteraad het beheerbudget vastgesteld met als uitgangspunt het natuurlijk en ecologisch inrichten en onderhouden van het openbare groen. In dit beleids- en beheerplan is de waarde van groen omschreven en hoe de werkwijze hierop is aangepast. De ondertitel van het plan is ‘Gezond Groen’. In het plan is een directe relatie gelegd tussen het feit dat al het (openbaar)groen een positief effect heeft op de gezondheid van mens, dier en natuur en dat dit bijdraagt aan een duurzame, prettige en gezonde (leef)omgeving in de gemeente Nieuwkoop. 3.3.3Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop In 2021 is de Omgevingsvisie Gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie hebben veel Nieuwkopers meegewerkt en meegedacht. Verschillende inwoners, ondernemers, verenigingen, organisaties, belangengroepen, dorpsraden, ketenpartners en gemeentelijke afdelingen hebben op verschillende manieren hun input gegeven. Hieruit zijn zeven Nieuwkoopse drijfveren gekomen waaraan een kwalitatief hoogwaardige en groene openbare ruimte een belangrijke bijdrage levert. Deze drijfveren zijn vertaald naar drie thema’s: Gelukkige mensen Sterke dorpen Groene toekomst Bomen spelen een belangrijke rol bij het bereiken van deze ambities. In bijlage 3 ‘Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid’ is een samenvatting van de belangrijkste ambities per thema opgenomen die van invloed zijn op dit boombeleid. 3.3.4Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheids- programma Nieuwkoop In 2019 is het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop 2020 vastgesteld. Dit beleidskader bevat de duurzaamheidsambities van de gemeente op zes thema’s: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Circulaire Economie, Biodiversiteit, Mobiliteit en Gemeentelijke Organisatie. Deze thema’s zijn nader uitgewerkt in opgaven per thema. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. Het Duurzaamheidsprogramma 2021-2024 is het uitvoeringsprogramma dat hoort bij het Beleidskader Duurzaamheid. Het bevat het overzicht van de projecten en activiteiten, waarmee de gemeente de komende jaren de beleidsdoelen wil bereiken. Het raakvlak met bomen komt vooral naar voren in de thema’s Klimaatadaptatie en Biodiversiteit. In bijlage 3 ‘Gemeentelijk beleid, groene speerpunten omgevingsvisie en duurzaamheid’ is een samenvatting opgenomen van de belangrijkste raakvlakken met dit boombeleid. 3.3.5Coalitieakkoord 2022-2026 In het coalitieakkoord 2022-2026 komt het belang van bomen vooral terug in de onderdelen Sterke vitale dorpen, Bloeiende economie en Duurzaamheid en energietransitie. Sterke, vitale dorpen De nieuwe woonwijken richten we toekomstbestendig in: energieneutraal, natuur inclusief en biodivers, klimaatbestendig, met een goed ingerichte infrastructuur en openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Dit betekent een goede verdeling van de beschikbare ruimte. Omdat we onze weidse polders willen behouden, is het nodig om meer ‘gestapeld’ te gaan bouwen. Hierbij kijken we waar dit het beste past en houden we rekening met de dorpse karakters. Door de wijken met behulp van landschapsplannen in te richten, trekken we de natuur de wijk in. Zo ontstaat een mooie, natuurlijke overgang naar het groene open landschap. Bloeiende economie We zorgen voor aantrekkelijke, groene, slim ingerichte openbare ruimten in en rond de dorpscentra. Duurzaamheid en energietransitie De aanleg van extra groen helpt hittestress voorkomen. We planten daarom extra bomen in (nieuwe) woonwijken en daarbuiten en zetten de actie ‘Steenbreek’ door. 3.3.6Collegeprogramma 2022-2026 De kernboodschap van het huidige collegeprogramma is dat het college actief aan de slag gaat vanuit bestaand beleid. De gemeente geeft prioriteit aan het versnellen van (duurzame) woningbouw met bijbehorende mobiliteitsopgaven en een klimaatbestendige openbare ruimte en zet in op sterke en aantrekkelijke dorpscentra. Tiny Forest Ter Aar direct na aanleg Benoemde acties waarbij bomen een belangrijke bijdrage kunnen leveren zijn: We zorgen voor aantrekkelijke, groene, slim ingerichte openbare ruimten in en rond de dorpscentra. (Planning: 2024 – 2025); We plaatsen extra bomen en planten in (nieuwe) wijken en openbare ruimten om hittestress te verlagen (Planning: doorlopend); We leggen Tiny Forests aan (Planning; 2023 – 2026); We continueren de inzet van operatie steenbreek voor particuliere tuinen en verbinden dit waar mogelijk aan het grootonderhoud van openbare ruimte en nieuwbouwontwikkelingen (planning: 2022-2026). Ontwikkeling: Algemene plaatselijke verordening (3.1.1) Lijst beschermwaardige houtopstanden actualiseren. Beschermwaardige bosschages ook opnemen. Eventuele aanpassingen volgend uit dit beleidsplan verwerken. De Algemene Plaatselijke Verordening aanscherpen om de bescherming van openbare houtopstanden te verbeteren. Bomen indelen in een beleidsklasse en per beleidsklasse regels vastleggen en opnemen in het omgevingsplan. Conclusie: Beleids- en beheerplan Groen en Omgevingsvisie (3.2.2 en 3.2.3) Het beleids- en beheerplan groen en de omgevingsvisie leggen de focus op een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving, een bijdrage aan klimaatadaptie en biodiversiteit en inpassing van dorpskernen en bedrijventerreinen in het landschap. Tegelijkertijd is de gemeente ‘zuinig’ op de waarde en het open karakter van het omliggende landschap. Waar mogelijk halen we dit landschap ‘naar binnen’. Beleidskader Duurzaamheid en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop (3.3.4) Het beleid op het gebied van duurzaamheid sluit aan bij de omgevingsvisie met een focus op een gezonde- en aantrekkelijke (groene) leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Daarbij ligt de nadruk op het voorkomen van wateroverlast en hittestress o.a. door de aanleg van groen zoals een Tiny Forest. Bij het thema biodiversiteit ligt de nadruk op de aanleg van meer en diverser groen en het laten toenemen van het aantal- en de diversiteit van bomen Coalitieakkoord 2022-2026 en Collegeprogramma 2022-2026 (3.3.5 en 3.3.6) In het college- en coalitieprogramma spelen groen en bomen ook een belangrijke rol. Er is de wens voor de aanplant van extra bomen en struiken in hittestress te verlagen, waaronder Tiny Forests. Groen en bomen spelen ook een rol om winkelgebieden aantrekkelijk te houden. 4Doel, visie en beleidsuitgangspunten Voorgaande hoofdstukken geven inzicht in de staat van de huidige boombeplanting in de gemeente Nieuwkoop. Het hoofdstuk ‘Kaders en uitgangspunten’ geeft inzicht in welke wet- en regelgeving voor bomen het meest relevant is en wat er beleidsmatig over bomen is vastgelegd en verwerkt in gemeentelijk beleid (DNA). Linde centrum Langeraar nabij begraafplaats In dit hoofdstuk maken we de vertaalslag van dit ‘DNA van de Gemeente Nieuwkoop’ naar een doel, een visie, en de (beleids-)uitgangspunten die daaruit volgen. Op basis daarvan spreken we af welke afspraken we over onze boombeplanting maken en wat we gaan doen om dit waar te maken. 4.1Doel Het doel van het boombeleid is het creëren van mogelijkheden voor de ontwikkeling en het behoud van een toekomstbestendig boombestand en uitbreiding van het boombestand op plekken waar dit gewenst is zodat bomen een positieve bijdrage leveren aan een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving, biodiversiteit en klimaatadaptatie in de gemeente Nieuwkoop. Met dit bomenbeleidsplan legt de gemeente de verbindende schakels tussen het beheer van bomen en het beleid gericht op duurzaamheid, klimaat en gezondheid en de Omgevingswet. Daarnaast kunnen we met dit beleidsdocument de voordelen en het belang van bomen in de (openbare) ruimte beter behartigen. 4.2Visie Met welke visie we invulling aan dit doel geven wordt in ‘DNA Nieuwkoop’ en ‘Rentmeesterschap’ nader toegelicht. 4.2.1DNA Nieuwkoop Bomen dragen bij aan een klimaatbestendige buitenruimte en aan het behoud en toename van biodiversiteit. Bomen helpen bij het aantrekkelijker en gezonder maken van de leefomgeving. Om dit waar te maken hebben we nu en in de toekomst gezonde en goed functionerende bomen nodig. De bomen zijn van diverse samenstelling en afgestemd op de standplaats. Dat zijn de bomen die ons ‘ecosysteemdiensten’ leveren. Waar nodig breiden we het aantal bomen en bosschages uit. Natuurlijk doen we dit met aandacht voor de omgeving en de mensen die daar al wonen, werken en recreëren. Want ook zij hebben wensen rondom bomen in hun leefomgeving en hier houden we rekening mee. 4.2.2Rentmeesterschap Wij beheren de bomen voor de toekomst en zijn verantwoordelijk voor de bomen die nodig zijn in de toekomst. Daarom hanteren we het principe van goed rentmeesterschap. Wat een rentmeester beheert is geleend en moet dus ongeschonden en liefst met toegevoegde waarde aan de eigenaar worden geretourneerd dan wel aan de toekomstige generatie worden overgedragen. Door de voordelen en het belang van bomen beter te behartigen in het beheer en de ontwikkeling van de openbare ruimte plukken we daar uiteindelijk de vruchten van en geven we invulling aan de visie ‘Rentmeesterschap’. Uitgangspunten die we formuleren zijn: gericht op het behoud van kwaliteit en/of het areaal van onze bomen; en gericht op de toename van kwaliteit en/of het areaal van onze bomen. 4.3Beleidsuitgangspunten Om invulling te even aan het doel en de visie hanteren we onderstaande uitgangspunten, verdeeld in vijf vertakkingen, namelijk: Kwaliteit boombestand; Kwantiteit boombestand; Bomen en overlast; Regels voor bescherming van bomen; Omgevingswet en bomen. Kwaliteit boombestand De bomen die ons de meeste 'ecosysteemdiensten' leveren zijn gezonde goed functionerende bomen van diverse samenstelling afgestemd op de standplaats. Kwaliteit gaat boven kwantiteit. We maken een bewuste keuze hoe en waar we een nieuwe boom aanplanten, hoe lang we willen dat de boom kwalitatief goed kan groeien en welke boomsoort passend is bij de bodemgesteldheid. Op basis hiervan bepalen we welke groeiplaatsinrichting daarbij hoort op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Bij keuze voor een nieuwe boom houden we rekening met klimaatadaptatie, gezonde- en aantrekkelijke leefomgeving en biodiversiteit en streven ernaar toekomstige overlastsituaties te voorkomen. Om het boombestand minder gevoelig te maken voor ziekten en plagen passen we meerdere boomsoorten in laanstructuren toe. We streven naar een divers boombestand in heel de gemeente. Het onderhoud van bomen is gericht op behoud van de kwaliteit van de boom en een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). We voorkomen kwaliteitsverlies door schade aan bomen, zowel bovengronds als ondergronds. We hanteren voor werkzaamheden nabij bomen de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Voor graafwerkzaamheden nabij bomen leggen we specifieke afspraken vast. Kwantiteit boombestand We behouden bestaande bomen zoveel als mogelijk. Als een boom uitvalt of gedwongen weg moet vervangen we de boom of compenseren we de boom op een andere plek. Waar dit voor doelstellingen uit gemeentelijk beleid noodzakelijk is planten we meer bomen of bosschages met bomen aan. Voorafgaand aan de ontwikkeling van woon- en werklocaties leggen we vast welke bijdrage bomen leveren aan de aantrekkelijke leef- en woonomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. We stimuleren onze inwoners om ook zelf bomen en bosschages aan te planten. Bomen en overlast Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast omdat het algemeen belang van bomen hiertegen opweegt. Bij de aanplant van een nieuwe boom houden we rekening met het voorkomen van bovenmatige vormen van overlast. In extreme overlastsituaties komen we inwoners tegemoet, afhankelijk van de mate van overlast, het (maatschappelijk) belang en de beleidsstatus van een boom. Regels voor bescherming van bomen Om de regels over bomen en houtopstanden duidelijk en overzichtelijk te houden streven we naar het beperkt houden van regelgeving en het verkleinen van de lijst beschermwaardige houtopstanden (structuurbomen). De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) passen we aan met als doel een betere bescherming voor alle bomen, niet alleen voor beschermwaardige bomen. We erkennen de waarde van houtopstanden zoals windsingels, pestbosjes en landschappelijk waardevolle beplantingen. Waardevolle houtopstanden nemen we op in de lijst beschermwaardige houtopstanden. Zij worden beter beschermd. Omgevingswet en bomen Bomen maken onderdeel uit van het omgevingsplan van Nieuwkoop. We nemen onze bomen op in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Bomen zijn ingedeeld in verschillende beleidsklassen waarbij duidelijk is welke regels er per beleidsklasse gelden. Laanbeplantingen en grote houtopstanden in het buitengebied beschermen we door strategisch de bebouwingscontour houtkap (voorheen Wet Natuurbescherming) vast te stellen. In hoofdstuk 5 Boombeleid zijn deze beleidsuitgangspunten uitgewerkt. Het resultaat hiervan is er onderdeel openomen in beleidsafspraken en waar nodig in een werkplan. 5Boombeleid In hoofdstuk 4 Visie, doel en beleidsuitgangspunten hebben we vastgesteld wat we belangrijk vinden bij nieuw boombeleid. In dit hoofdstuk werken we uit hoe we dit gaan bereiken. Dit doen we op basis van de vijf verschillende vertakkingen van de beleidsuitgangspunten, namelijk: Kwaliteit boombestand (5.1) Kwantiteit boombestand (5.2 Bomen en overlast (5.3) Regels voor bescherming van bomen 5.4) Omgevingswet en bomen (5.5) Platanen Albrechtshof Zevenhoven (structuurbomen) Beleidsklasse bomen Om een goede invulling te geven aan de verschillende vertakkingen verdelen we alle bomen in verschillende beleidsklassen. Hierdoor kunnen we ook voor bomen die niet op de lijst beschermwaardige houtopstanden staan beleidsregels vast stellen en uiteindelijk opnemen in het omgevingsplan en Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit wordt verder uitgewerkt onder vertakking 5 ’Omgevingswet en bomen’. In tabel 6 is een uitleg te vinden van de verschillende beleidsklassen. Beleidsklasse boom Beoogde omloop Vergelijkbaar met: I: (toekomstig) Monumentale boom 60-100 jaar Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. (Lijst beschermwaardige houtopstanden.) II: Structuurboom 40-60 jaar Bomen in de grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. Bomen in grotere parken en groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. Belangrijke bomen in centrumgebieden en andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen. III: Overige boom 40 jaar Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen onder overig boom. Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben. IV: Boom met verkorte omloop 20 jaar Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats. Knotwilgen, bol- en vormbomen. Tabel 6, beleidsklasse bomen De indeling uit tabel 6 ‘beleidsklasse bomen’ is gebaseerd op de uitgave ‘Handreiking omgevingswet en bomen 2021’ van het Norminstituut Bomen* en aangescherpt naar de situatie in de Gemeente Nieuwkoop. Uiteraard is de beoogde omloop een streven waarbij de inzet is bomen langer ‘goed functionerend’ in stand te houden. Door een beoogde omlooptijd op te nemen kunnen we bij de verschillende richtlijnen op basis hiervan keuzes maken. 5.1Kwaliteit boombestand Het verbeteren van de kwaliteit van ons boombestand past in de visie van het rentmeesterschap. De bomen die ons de meeste ‘ecosysteemdiensten’ leveren zijn gezonde goed functionerende bomen. Met name oudere en grotere bomen dragen meer bij. Dit maakt het van belang zorgvuldig om te gaan met het huidige areaal en in te zetten op de ontwikkeling van een kwalitatief hoogwaardig en toekomstbestendig areaal. Om de kwaliteit van het boombestand te verbeteren stellen we een aantal richtlijnen vast. Dit zijn richtlijnen gericht op: de aanplant van bomen; de soortkeuze van bomen; gevarieerde aanplant; het onderhoud van bomen; het voorkomen van schade aan bomen. Aanplant bomen Aarweide Ter Aar Naar aanleiding van de evaluatie en ontwikkeling van het boombestand (hoofdstuk 2) is een aanpak in scenario’s opgesteld om de kwaliteit en toekomstverwachting van het huidige boombestand te verbeteren. Afhankelijk van het gekozen scenario in het bestuurlijk besluitvormingsproces wordt dit in een jaarlijks op te stellen jaarplan verder uitgewerkt. *Bron: Handreiking omgevingswet en bomen 2021, Norminstituut Bomen 2021 5.1.1Aanplant van bomen Kwaliteit gaat boven kwantiteit. We maken een bewuste keuze hoe en waar we een nieuwe boom aanplanten, hoe lang we willen dat de boom kwalitatief goed kan groeien en welke boomsoort bij de bodemgesteldheid passend is. Op basis hiervan bepalen we welke groeiplaatsinrichting daarbij hoort en richten deze in op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Deze richtlijnen zijn door het Norminstituut Bomen verwerkt in het rekenprogramma Boommonitor. Dit programma gebruikt verschillende parameters, zoals de boomsoort en het type ondergrond, om te bepalen hoe de groeiplaats wordt ingericht. De omvang van de groeiplaats is ingedeeld in verschillende ambitieniveaus (optimaal, redelijk, marginaal) en afhankelijk van hoe lang de boom daar theoretisch kan groeien (beoogde omloop). Wij gebruiken de Boommonitor bij het bepalen van de grootte en inrichting van de groeiplaats. Voorafgaand bepalen we ook welke beleidsklasse een nieuwe boom krijgt. Het overzicht uit tabel 7 (‘Instellingen boommonitor per beleidsklasse boom’) hanteren we als uitgangspunt bij het bepalen van het gewenste ambitieniveau en omlooptijd van een boom en daarmee de grootte van de uiteindelijke groeiplaats. Beleidsklasse boom Beoogde omloop Keuze inrichting groeiplaats Boommonitor I: (toekomstig) Monumentale boom jaar Ambitieniveau: Optimaal Omloop: 60 jaar (minimaal) II: Structuurboom 40-60 jaar Ambitieniveau: Optimaal Omloop: 40 jaar III: Overige boom 40 jaar Ambitieniveau: Redelijk Omloop: 40 jaar IV: Boom met verkorte omloop 20 jaar Ambitieniveau: Redelijk tot marginaal Omloop: 20 jaar Tabel 7, instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom Ook bij (bouw)ontwikkelingen en projecten voor bijvoorbeeld de nieuwe inrichting van openbare ruimte bepalen we vooraf welke beleidsklasse toekomstige bomen krijgen. De bijpassende groeiplaatsinrichting volgens de Boommonitor zoals weergegeven in tabel 7, wordt meegenomen in de verdere planontwikkeling. Opmerking: Deze richtlijnen uit het Handboek Bomen gelden ook voor de al aanwezige bomen in een plangebied. Als uit onderzoek blijkt dat behoud mogelijk is en we kiezen hiervoor dan bepaalt de indeling in een beleidsklasse de hoeveelheid te reserveren ruimte voor de groeiplaats. Het aantal benodigde m3’s voor deze groeiplaats wordt ook opgewaardeerd tot een geschikte groeiplaats. Bij een verplanting van een boom bepaalt de beleidsklasse ook de eisen aan de nieuwe groeiplaats van de te verplanten boom. 5.1.2Soortkeuze van bomen Algemeen Bij de keuze voor een nieuwe boom houden we rekening met de functie die bomen kunnen vervullen op de thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit en een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving. Onder het laatste punt valt bijvoorbeeld ook ons streven toekomstige overlastsituaties te voorkomen die mogelijk vooraf zijn te voorzien. Niet elke boom past even goed bij een thema. Daarom is het van belang te bepalen welk thema de meeste aandacht krijgt. Dit is vooral afhankelijk van de locatie. In tabel 8 ‘Prioriteit thema per locatie’ is per type locatie de prioriteit voor een thema aangegeven, verdeeld in een eerste en een tweede prioriteit. We gebruiken deze tabel als afwegingskader bij de soortkeuze van nieuwe bomen. Opmerking: Ligt de prioriteit bijvoorbeeld bij aantrekkelijke woonomgeving dan kan de soortkeuze van een boom nog steeds bijdragen aan bijvoorbeeld biodiversiteit. Het één sluit het ander dus niet uit. In de praktijk zal dit elkaar eerder versterken dan tegenwerken. Locatie boom Thema: prioriteit 1 prioriteit 2 Woonstraat 1 aantrekkelijke leefomgeving klimaatadaptatie (Wijk)ontsluitingsweg binnen bebouwde kom2 gezonde leefomgeving biodiversiteit Ontsluitingsweg buiten bebouwde kom3 biodiversiteit aantrekkelijke leefomgeving* Dorpsentree aantrekkelijke leefomgeving gezonde leefomgeving Speelplaats klimaatadaptatie biodiversiteit Buurtpark en plantsoen > 100 m2 klimaatadaptatie biodiversiteit Wijkpark gezonde leefomgeving biodiversiteit Winkelcentrum aantrekkelijke leefomgeving klimaatadaptatie Begraafplaatsen aantrekkelijke leefomgeving biodiversiteit Bedrijfsterreinen klimaatadaptatie biodiversiteit Sportvelden gezonde leefomgeving biodiversiteit Landschappelijke inpassing (o.a. bedrijfsterreinen) biodiversiteit aantrekkelijke leefomgeving* Toelichting 1 bijvoorbeeld een erftoegangsweg binnen bebouwde kom 30 km en woonerf 2 bijvoorbeeld een gebiedsontsluitingsweg binnen bebouwde kom 50 km 3 bijvoorbeeld een erftoegangsweg buiten bebouwde kom 60 km en gebiedsontsluitingsweg buiten bebouwde kom 80 km. * met name gericht op de landschappelijke functie van beplantingen Tabel 8, prioriteit thema per locatie Als het belangrijkste thema bekend is gebruiken we als leidraad bij de soortkeuze de soortentabel ‘Groen in de Stad’ (Jelle Hiemstra, Wageningen University). In deze tabel is op basis van wetenschappelijk onderzoek de bijdrage van verschillende boomsoorten aan deze thema’s weergegeven in de vorm van een score. De soortentabel met scores is in bijlage 4 ‘Soortentabel Groen in de Stad’ opgenomen. Daarnaast geeft de rekentool Boommonitor (Norminstituut Bomen) van elke beschikbare boomsoort in de database soortgelijke informatie op basis van hetzelfde onderzoek. In de soortentabel Groen in de Stad en de rekentool Boommonitor zijn de thema’s bij de volgende onderdelen weergegeven: Thema klimaatadaptatie beperken opwarmen interceptie neerslag (afvangen en geleiden) Thema gezonde leefomgeving wegvangen van fijnstof wegvangen van NOx/O3 vastleggen van CO2 Thema biodiversiteit nectarbron en stuifmeelbron voor insecten voedselbron voor vogels Hierbij is de score weergegeven in een aantal sterren. We streven ernaar een score van twee of meer sterren te behalen bij één van de onderdelen die bij het thema hoort. Daarbij heeft een onderdeel van thema ‘prioriteit 1’ bij voorkeur de hoogste score. Bij het thema ‘Gezonde leefomgeving’ gaat het ook om het uitnodigen tot sporten of bewegen. Dit is niet in de soortentabel opgenomen maar een algemeen ontwerpuitgangspunt. Een aantrekkelijke leefomgeving is niet direct meetbaar. Wel kunnen we stellen dat we in die gevallen kiezen voor de mooiste- of beste passende boom voor die locatie en dat daarbij overige baten van bomen niet direct doorslaggevend zijn. Op deze manier maken we een bewuste keuze voor een boomsoort en geven we concreet invulling aan onze doelstelling. Ondergrond Bij de uiteindelijke soortkeuze speelt ook de ondergrond een rol. In de gemeente Nieuwkoop zijn verschillende ondergronden aanwezig. Dit wordt bepaald door zowel de grondwaterstand als het type bodem (bijvoorbeeld klei- of veengrond). In bijlage 5 ‘Bodemgesteldheid en grondwater’ is een verkorte analyse van de situatie in Nieuwkoop opgenomen. We hebben veelal te maken met ofwel zwaardere kleigronden of hogere grondwaterstanden in combinatie met voedselrijk veen. Dat vraagt een zorgvuldige groeiplaatsinrichting bij nieuwe aanplant en/of het afstemmen van de soortkeuze op deze specifieke standplaatsen. Wij houden bij de inrichting van de groeiplaats en de keuze van de boomsoort rekening met de plaatselijke omstandigheden van de ondergrond. 5.1.3Gevarieerde aanplant Algehele boombestand We streven naar een divers boombestand in heel de gemeente. Deze doelstelling komt uit het Duurzaamheidsprogramma 2020-
  2. Hierin is opgenomen dat we ons inzetten om het aantal en de diversiteit van bomen te laten toenemen met als doel om biodiversiteit te laten toenemen. Op dit moment zijn er 307 verschillende boomsoorten en cultivars van boomsoorten in het areaal te vinden. We streven er naar deze beleidsperiode (2024-2034) per jaar 5 nieuwe boomsoorten te introduceren (geen cultivars). Een meer divers boombestand heeft als voordeel dat het boombestand in totaliteit minder gevoelig is voor ziekten en plagen. Ook zijn er meer kansen voor een positieve bijdrage aan biodiversiteit. Een graadmeter om te toetsen voor diversiteit in het areaal bomen is de Santamour 10-20-30 regel. Toelichting: Een wetenschappelijk onderbouwde leidraad om diversiteit in het boombestand aan te brengen is de verdeling volgens Santamour*. Frank Santamour is een genetisch deskundige die richtlijnen heeft opgesteld voor gewenste genetische variatie bij bomen. Santamour geeft handvatten voor een gezonde soortendiversiteit met de ‘10-20-30 regel’. Dit houdt in dat het boombestand uiteindelijk bestaat uit maximaal: 10 % van 1 soort – 20% van 1 geslacht – 30% van 1 familie, bijvoorbeeld: soort: 10 % zwarte els (of cultivars van zwarte els), geslacht: 20% els (zoals witte els, zwarte els) familie: 30 % berkenfamilie (berk en els) Dit kan per locatie of over een geheel boombestand gelden. *Santamour F
(1990)Trees for urban planting: diversity, uniformity and common sense. In: Proceedings of the 7th Conference of the Metropolitan Tree Improvement Alliance 7: 57–65. Figuur 4 geeft de drie meest voorkomende boomsoorten weer. Naar de maatstaven van de Santamour is het aandeel gewone es (Fraxinus excelsior) te hoog (16% ipv 10%). Het aandeel zwarte els (Alnus glutinosa) is de afgelopen jaren sterk gestegen, maar nog niet boven de 10%. Het aandeel schietwilg (Salix alba) is ruim boven het streefpercentage van 10%, maar bestaat voor het grootste deel uit knotwilgen. We streven naar een verdeling van boomsoorten in de gemeente (familie, geslacht, soort) die past in de Santamour 10-20-30 regel. Dit doen we bij het vervangen van bomen of bij nieuwe aanplant op uitbreidingslocaties. We gaan hiervoor niet actief bomen vernieuwen. In bijlage 6 ‘Analyse en advies boombestand’ is een analyse van deze regel over de tien meest voorkomende bomen opgenomen. Op basis hiervan stellen we het volgende: De meeste wilgen zijn knotwilgen (18,5 van de 21%). We kunnen vrij uitgroeiende wilgen planten, maar bij voorkeur op locaties waar geen tot weinig knotwilgen staan. We zijn terughoudend met de aanplant van bomen uit het geslacht Fraxinus en met name de soort excelsior of cultivars daarvan. We laten het aantal bomen van de soort zwarte els niet te veel toenemen. We kiezen vaker voor andere inheemse boomsoorten. Bij het opstellen van een nieuwe beleids- en beheerplan openbaar groen maken we een nieuwe analyse om de voortgang te kunnen monitoren. Laanstructuren Met name monotone laanstructuren zijn gevoelig voor ziekten en plagen, omdat deze makkelijk binnen een laanstructuur kunnen verspreiden (zie figuur 5 ‘laanstructuren’). Figuur 5, grotere laanstructuren met monotone aanplant boomsoorten De gevoeligheid voor plagen komt onder andere door het ontbreken van natuurlijke vijanden. Bekende voorbeelden hiervan zijn de verspreiding van de eikenprocessierups en de wilgenhoutrups. De gemeente Nieuwkoop heeft kenmerkende laanstructuren van met name essen, maar ook eiken, iepen en elzen. Momenteel vervangen we essen voor nieuwe essen wat de weerbaarheid tegen ziekten en plagen niet verbetert. Door andere boomsoorten in de rij terug te planten maken we de rij meer divers en minder kwetsbaar. Daarbij voegen we waarde voor biodiversiteit toe. Klimaat en leefomgeving als thema Op diverse locaties zijn klimaatadaptatie en een gezonde- of aantrekkelijke leefomgeving de thema’s met de hoogst prioriteit (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). In veel gevallen planten we gelijktijdig met een reconstructie van de openbare ruimte nieuwe bomen. Het kan voorkomen dat een bepaalde boomsoort dominant is in een wijk of buurt. Zo zijn er in het verleden bijvoorbeeld veel essen aangeplant in woonwijken. We streven naar meer diversiteit bij de aanplant van nieuwe bomen in een wijk. Op locaties waar biodiversiteit één van de thema’s is, zoals (wijk)ontsluitingsweg binnen de bebouwde kom en beplanting met als functie landschappelijke inpassing, passen we bij aanplant meerdere boomsoorten toe (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). Zo maken we het boombestand ter plaatse minder gevoelig voor ziekten en plagen en stimuleren we de waarde voor biodiversiteit. In beide situaties passen we echter niet de Santamour 10-20-30 regel toe. Dit omdat hier uiteindelijk de juiste boom op de juiste plaats het belangrijkste is (kwaliteit) en de prioriteit veelal op een aantrekkelijke woonomgeving ligt. Wel houden we het verhogen van de totale diversiteit van het algehele boombestand in het oog. Biodiversiteit belangrijkste thema Op locaties waar biodiversiteit het belangrijkste thema is, namelijk ontsluitingsweg buiten de bebouwde kom en landschappelijke inpassing, hanteren we de Santamour 10-20-30 regel wel als leidraad voor het vervangen van bomen (zie tabel 8, ‘Prioriteit thema per locatie’). Dit houdt in dat we ernaar streven dat het boombestand in deze specifieke laanstructuur of beplanting uiteindelijk bestaat uit maximaal: 10 % van 1 soort – 20% van 1 geslacht – 30% van 1 familie. Dit doen we omdat in deze specifieke beplantingen de hoogste prioriteit biodiversiteit is. Om de functie voor biodiversiteit te versterken passen we op deze locaties bij voorkeur inheemse boomsoorten of cultivars van inheemse boomsoorten toe. Dit zijn boomsoorten die hier van nature voorkomen en zijn aangepast aan de omgeving. Naast aanpassing aan lokale groeiomstandigheden zijn met name inheemse boomsoorten ook aangepast aan de van nature voorkomende fauna. Een bijkomend voordeel op het gebied van biodiversiteit. In de normale cyclus van het inboeten van bomen zal dit proces langzaam verlopen (enkele bomen per keer). Vervangen we deze structuren en landschappelijke beplantingen of leggen we deze nieuw aan dan passen we bij de soortkeuze direct deze regel toe. 5.1.4Onderhoud bomen Een boom is een levend organisme en in een stedelijke omgeving is onderhoud noodzakelijk om de boom duurzaam in stand te houden. Zo voorkomen we problemen na aanplant en tijdens de diverse levensfases van een boom. Een boom heeft na aanplant veelal hulp nodig in de vorm van verankering en watergeven. We snoeien bomen voor een evenwichtige kroonopbouw, een voldoende wettelijke takvrije ruimte voor voetgangers en verkeer en voorkomen letsel en schade door het verwijderen van dood hout. In het uiterste geval verwijderen we een boom als deze is afgestorven of om een andere reden een gevaar vormt voor de omgeving. We voldoen aan onze zorgplicht door bij elke boom minimaal een keer per drie jaar een BVC-inspectie uit te voeren of vaker indien nodig en door de adviezen uit deze inspectie op te volgen. Bij deze inspectie nemen we ook het benodigd boomonderhoud op volgens de richtlijnen van het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). We stellen hierbij de volgende doelen: We onderhouden bomen gericht op behoud van kwaliteit van de boom, die aansluit bij de functie van de boom op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen. We voorkomen snoeiachterstanden. In het areaal vrij- en niet vrij uitgroeiende bomen komt en verwaarloosd boombeeld komt niet voor en blijft het percentage achterstallig boombeeld onder de 10%. Zoals in hoofdstuk 2 ‘Evaluatie en ontwikkeling huidig boombestand’ is aangegeven is het van belang uitgevoerde werkzaamheden in het boombeheersysteem te registreren om volledig aan de zorgplicht bomen te voldoen. Door ook het plantjaar van bomen te registreren ontstaat er een volledig beeld van de leeftijdsopbouw van het boombestand. 5.1.5Voorkomen van schade aan bomen De openbare ruimte verandert continu. Het stellen van duidelijke richtlijnen en het toezicht hierop is van belang. We voorkomen kwaliteitsverlies door schade aan bomen, zowel bovengronds als ondergronds. Dit betekent niet dat er nabij bomen niet meer gewerkt of gebouwd kan worden of dat er nooit beperkt schade mag ontstaan. Dat zou een onrealistische doelstelling zijn. Maar werkzaamheden rond bomen wordt op verantwoorde wijze uitgevoerd. Voorbeelden van werken zijn: Graafwerkzaamheden (bijvoorbeeld voor kabels en leidingen). Het vervangen en mogelijk ophogen van wegen en paden (infrastructuur). Overige werkzaamheden waarbij tijdelijk opstel- of opslagruimte nodig is voor de uitvoering. Voorbeelden van bouwen zijn: Sloop en nieuwbouw van opstallen. Verbouw van opstallen. Aanleggen van nieuwe (openbare) ruimte. Het Norminstituut Bomen heeft richtlijnen opgesteld voor het verantwoord uitvoeren van werkzaamheden en bouwen nabij bomen. Om bomen goed te beschermen hanteren we de richtlijnen ‘Werken rond bomen’ uit het meest recente Handboek Bomen (Norminstituut bomen). Graven bij bomen Over het algemeen ontstaat de meeste schade aan bomen door graafwerkzaamheden. Daarom is het van belang om specifiek voor dit onderwerp aan te geven hoe we de richtlijnen uit het Handboek Bomen hanteren. Dit is afhankelijk van de beleidsklasse van de betreffende boom. We hanteren bij het beoordelen en toestemming verlenen voor graafwerkzaamheden de uitgangspunten uit tabel 9 ‘Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen’. Beleidsklasse bomen Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen I: (toekomstig) Monumentale boom Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is. Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician, II: Structuurboom Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een goedgekeurd werkplan is conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen. Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Worker, III: Overige boom Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is. IV: Boom met verkorte omloop Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale graafafstand (op basis van stamdiameter). Algemeen: Voor alle graafwerkzaamheden geldt (ook buiten de kwetsbare boomzone): boomwortels dikker dan 2,5 cm doorsnede doorknippen of -zagen (haaks op de groeirichting) en niet stuktrekken. Boomwortels dikker van 5 cm doorsnede sparen. Tabel 9, beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen per beleidsklasse De kosten voor het uitvoeren van de benodigde onderzoeken, inhuur van benodigde expertise of het opstellen van een werkplan zijn voor de initiatiefnemer. Veel graafwerkzaamheden worden uitgevoerd door nuts- en telecompartijen. Zij vragen ons toestemming via een vergunning of melding. Deze voorwaarden zullen we hieraan verbinden. Voorbeeld destructief graafwerk bij een boom Om deze bedrijven te ontzorgen ontwikkelen wij een standaard werkplan dat bedrijven kunnen aanpassen aan de betreffende situatie. Ook onderzoeken we de mogelijkheden het uitvoeren van een Boom Effect Analyse en bijbehorend werkplan te stroomlijnen om onnodige obstructie van graafwerkzaamheden te voorkomen. Beleidsafspraken : Aanplant van bomen (5.1.1) We bepalen voorafgaand aan de aanplant van een boom welke beleidsklasse deze boom krijgt. Ook bij projecten en (bouw)ontwikkelingen bepalen we vooraf welke beleidsklasse toekomstige bomen krijgen. We gebruiken de Boommonitor bij het bepalen van de grootte en inrichting van de groeiplaats. We hanteren het overzicht uit tabel 7 ‘Instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’ als uitgangspunt bij het bepalen van het gewenste ambitieniveau en omlooptijd van een boom en daarmee de grootte van de uiteindelijke groeiplaats. Soortkeuze bomen (5.1.2) We hanteren het overzicht uit tabel 8 ‘prioriteit thema per locatie’ bij het bepalen van de belangrijkste thema’s voor de boomsoortkeuze. We hanteren de score per thema uit soortentabel Groen in de Stad en de rekentool Boommonitor als leidraad bij de boomsoortkeuze. Bij de inrichting van de groeiplaats en de keuze van de boomsoort houden we rekening met de plaatselijke omstandigheden van de ondergrond. Gevarieerde aanplant (5.1.3) We streven er naar deze beleidsperiode (2024-2034) per jaar 5 nieuwe boomsoorten te introduceren (geen cultivars). We streven naar een verdeling van boomsoorten in de gemeente (familie, geslacht, soort) die past in de Santamour 10-20-30 regel. Dit doen we bij het vervangen van bomen of bij nieuwe aanplant op uitbreidingslocaties. We gaan hiervoor niet actief bomen vernieuwen. We zijn terughoudend met de aanplant van bomen uit het geslacht Fraxinus en met name de soort excelsior (gewone es) en de soort Alnus glutinosa (zwarte els). Op locaties waar biodiversiteit het belangrijkste thema is passen we de Santamour 10-20-30 regel toe. Onderhoud bomen (5.1.4) We onderhouden bomen gericht op behoud van kwaliteit van de boom, die aansluit bij de functie van de boom op basis van de richtlijnen uit het meest recente Handboek Bomen. We voorkomen snoeiachterstanden. In het areaal vrij- en niet vrij uitgroeiende bomen komt en verwaarloosd boombeeld komt niet voor en blijft het percentage achterstallig boombeeld onder de 10%. Voorkomen van schade aan bomen (5.1.4) Bij werkzaamheden nabij bomen hanteren we de richtlijnen “Werken rond bomen” uit het meest recente Handboek Bomen. Bij werkzaamheden nabij bomen hanteren we de richtlijnen ‘Werken rond bomen’ uit het meest recente Handboek Bomen. vervolg… Voor het beoordelen van graafwerkzaamheden nabij bomen hanteren we de uitgangspunten uit tabel 9 ‘Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden bij bomen’. Werkplan: Algemeen Opstellen werkplan verbetering kwaliteit en toekomstverwachting boombestand. (jaarlijks Q3) Aanplant van bomen (5.1.1) We bepalen voorafgaand aan de aanplant van een boom welke beleidsklasse deze boom krijgt. (doorlopend) Gevarieerde aanplant (5.1.2) Bij het opstellen van een nieuwe beleids- en beheerplan openbaar groen maken we een nieuwe analyse van de samenstelling van het boombestand om te monitoren of het aan de Santamour regel voldoet.
(2025)Onderhoud bomen (5.1.3) We registreren uitgevoerde werkzaamheden in het boombeheersysteem. (doorlopend) We registreren het jaar van aanplant in het boombeheersysteem. (doorlopend) Voorkomen van schade aan bomen (5.1.4) Om nuts- en telecompartijen te ontzorgen ontwikkelen we een standaard werkplan voor het graven nabij bomen en we onderzoeken de mogelijkheden om het uitvoeren van een e.v.t. benodigde Boom Effect Analyse te stroomlijnen. (Q4 2024) 5.2Kwantiteit boombestand We zijn zuinig op ons huidige boombestand en streven ernaar het huidig areaal bomen in onze gemeente te behouden en waar mogelijk zelfs uit te breiden. Daarbij gaat kwaliteit uiteindelijk voor kwantiteit (aantal). Dit past in de visie van het rentmeesterschap. De bomen die ons de meeste ‘ecosysteemdiensten’ leveren zijn gezonde goed functionerende bomen. Met name bomen die ouder en groter worden dragen meer bij. Kennedylaan Nieuwkoop Doelstellingen voor de kwantiteit van het boombestand leggen we in richtlijnen vast. Dit zijn richtlijnen gericht op: behoud en compensatie bestaande bomen; hoeveelheid aanplant, en kwaliteit aanplant bomen bij ontwikkeling nieuwe woon- en werk locaties; uitbreiden areaal bomen en bosschages. 5.2.1Behoud en compensatie bestaande bomen Het behouden en compenseren van bomen bevat afspraken over: het vervangen van bomen die uitvallen (inboet); het inzetten op het behoud van bomen bij (bouw)ontwikkelingen en reconstructies; afspraken over het compenseren van bomen als ze uiteindelijk toch moeten wijken. Vervangen van bomen die uitvallen Elk jaar vallen er bomen uit door schade, aantastingen (zieken of plagen) of ouderdom. Dit noemen we inboet. Afhankelijk van de mate van problemen in het boombestand is dit gemiddeld genomen ongeveer 1 á 2% per jaar. Dit zijn ongeveer 120-240 bomen per jaar. Om te voorkomen dat de waarde van het boomareaal afneemt herplanten we elke boom die uitvalt, met uitzondering van knotwilgen. Er kan een knelpunt ontstaan bij het vervangen van bestaande bomen (inboet). De soortkeuze uit het verleden sluit in verschillende gevallen niet aan bij de beschikbare groeiruimte van een boom. Dat maakt het één op één vervangen van dezelfde boom op die locatie niet altijd mogelijk. Het streven is een passende boom van vergelijkbare grootte of groter op die locatie aan te planten met een bijpassende groeiplaatsinrichting die aansluit bij tabel 7, ‘instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’. Het kan voorkomen dat er onvoldoende ruimte beschikbaar is en er een kleinere boom moet worden aangeplant. In dat geval hanteren we bij het compenseren de volgende staffel: Te vervangen boom Compenseren met: optie 1 optie 2 optie 3 Boom van de eerste grootte Zelfde type boom Twee bomen van de tweede grootte Vier bomen van de derde grootte Boom van de tweede grootte Zelfde type boom Boom van de eerste grootte Twee bomen van de derde grootte Boom van de derde grootte Zelfde type boom n.v.t. n.v.t. Opmerking: Aanplant van een grotere boom is ook mogelijk als er voldoende ruimte beschikbaar is. Tabel 10, compenseren inboet bestaande boom Het uitgangspunt is dat we de vervangende de boom of één van de kleinere vervangende bomen op dezelfde locatie terug planten. Het andere deel van de vervangende aanplant komt op een alternatieve locatie. Blijkt herplant in zijn geheel niet mogelijk dan planten we de vervangende boom of bomen op een alternatieve locatie. Bij het kiezen van een vervangende locatie hanteren we de volgende prioritering bij de locatiekeuze: Waar? Prioritering: 1 2 3 Bebouwde kom In dezelfde straat In dezelfde (woon)wijk In dezelfde woonplaats (kern) Wijkpark of groengebied Binnen een straal van 25 meter In hetzelfde park of groengebied In dezelfde woonplaats (kern) Buitengebied Binnen een straal van 25 meter Langs dezelfde weg In dezelfde woonplaats (kern) Tabel 11, prioritering keuze alternatieve locatie inboet bestaande boom Bij het vervangen van knotwilgen maken we een kritische afweging of het herplanten van een nieuw knotwilg noodzakelijk is. Het voornaamste doel is dat de rij knotwilgen als volwaardig landschappelijk element in stand blijft. Daarbij is bijvoorbeeld een vast ritme in plantafstand tussen bomen van belang, maar ook de mogelijkheid voor het kwalitatief goed uitgroeien van de knotwilg. Bij (wijk)reconstructies onderzoeken we of we ook andere bomen kunnen aanplanten in plaats van knotwilgen. Inzetten op het behoud van bomen De gemeente Nieuwkoop is een dynamische gemeente. Er vinden veel bouwontwikkelingen plaats. Ook knapt de gemeente diverse wegen en woonwijken integraal op (reconstructies) of voert andere projecten in de openbare ruimte uit. Dit heeft vaak invloed op bestaande bomen. Alleen bomen met een beschermwaardige status zijn formeel beschermd en mogen alleen met een ontheffing worden verwijderd of verplant. Binnen deze ontheffingsprocedure zijn aanvullende voorwaarden opgenomen voor bescherming, verplanting of eventuele herplant van een nieuwe boom. Voor alle overige bomen kan dat niet en maken we alleen per project specifieke afspraken als die mogelijkheid er is. Hierdoor is het behoud van alle niet beschermwaardige bomen onvoldoende gewaarborgd. Waar de gemeente nog geen eigenaar is van de bomen is dit nog moeilijker. Er is dus verschil tussen bomen op openbaar gebied (eigendom gemeente) en bomen op toekomstig openbaar gebied (nog geen eigendom gemeente). Het is voor beiden noodzakelijk per type beleidsstatus van een boom vast te leggen welke afweging en keuzes we maken en dit via dit beleidsplan vast te leggen. Onze ‘basishouding’ daarbij is dat we inzetten op het behoud van bestaande bomen. Bomen op openbaar gebied Dit afwegingskader is opgenomen in bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’. Hierin is vastgelegd welke keuzes we maken bij welk type boom. Valt de uiteindelijke keuze op vervangen van de boom dan moet er sprake zijn van compensatie. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Nieuwe bomen planten we aan met een groeiplaats die is ingericht volgens de beleidsklasse die hoort bij de nieuwe boom (zie tabel 6 ‘beleidsklasse bomen’). We compenseren niet het aantal bomen, maar het verlies aan vierkante meter kroonvolume. Bij (toekomstig) monumentale bomen en structuurbomen moet dit kroonvolume in een periode van 20 jaar weer aanwezig zijn. Bij de overige bomen in het volgroeide stadium. Hiermee sturen we aan op de aanplant van kwalitatief beter groeiende bomen en waar mogelijk ook grotere bomen. Dat zijn bomen die ons uiteindelijk meer ‘ecosysteemdiensten’ gaan leveren. De wijze waarop compensatie plaatsvindt is opgenomen in bijlage 8 ‘Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’). Bomen op toekomstig openbaar gebied Deze afspraken gelden normaal gesproken alleen voor bomen/gebieden die in gemeentelijk eigendom zijn. Er zijn echter ook bomen/gebieden die in een gebied komen te staan dat uiteindelijk in eigendom en beheer van de gemeente wordt overgedragen. Een voorbeeld hiervan zijn diverse bomen in Langeraar bij Integraal Kind Centrum de Poel. Daar geven bestaande bomen een grote meerwaarde aan de uitstraling van het toekomstig openbaar gebied. Voorafgaand aan een project of (bouw)ontwikkeling brengt de gemeente of de initiatiefnemer de bestaande bomen in kaart en laat een boomeffectanalyse in het gebied uitvoeren. Met behulp van deze boomeffect analyse maakt de gemeente een afweging welke bomen behouden kunnen blijven en welke beleidsklasse deze bomen krijgen. Dit proces vindt plaats in de fase van voorlopig ontwerp (VO-fase). We passen bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen’ toe om te bepalen of we inzetten op behoud, verplant of vervanging en hoe de toekomstige groeiplaats van deze bomen eruit komt te zien. Omdat de bomen nog niet in gemeentelijk beheer en eigendom zijn, is er geen sprake van verplichting tot compensatie van te verwijderen bomen zoals omschreven in bijlage 8 ‘Tabel compensatie vervanging bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’, tenzij het een beschermwaardige boom betreft. Bestaande bomen ontwikkellocatie IKC de Poel Langeraar Locatie compensatie bomen Na onderzoek en afweging kan nog steeds de conclusie zijn dat bomen toch moeten wijken. In bijlage 9 ‘Potentiële locaties compensatie bomen’ is een lijst opgenomen met potentiële plantlocaties voor het compenseren van bomen per woonkern. Afspraken over kosten Er kan een situatie ontstaan dat er gemeentelijke bomen moeten wijken voor een project of (bouw)ontwikkelingen. Het compenseren van deze bomen brengt kosten met zich mee. Dit geldt voor de (direct) aanwijsbare invloed van realisatie in de omgeving van de projectlocaties, maar ook in de invloedsfeer daar omheen. Een bekend voorbeeld is de aanleg van de benodigde extra kabels en leidingen in aangrenzend openbaar gebied die veelal noodzakelijk zijn voor de benodigde nuts- en telecomaansluitingen. Maar ook de aanleg van uitritten of een ontsluitingsweg kan invloed hebben op het behoud van bomen. Het is noodzakelijk om vooraf met de initiatiefnemer afspraken te maken over de verdeling van kosten voor mogelijke compensatie, ook in onvoorziene omstandigheden. Bij voorkeur leggen we deze afspraken vast in een anterieure overeenkomst. 5.2.2Richtlijnen hoeveelheid aanplant, en kwaliteit aanplant bomen bij ontwikkeling nieuwe ontwikkellocaties De gemeente Nieuwkoop heeft in haar beleid opgenomen dat we in onze woon- en werkgebieden rekening houden met klimaatverandering. Zo worden wijken klimaatbestendig, klimaatadaptief en klimaatneutraal met veel groen en water. We zorgen voor meer en diverser groen in onze woongebieden, gaan natuurinclusief bouwen en stimuleren inwoners hun tuin te vergroenen (Omgevingsvisie, thema ‘Groene toekomst’). Inmiddels zetten we gerichte aanplant van groen en bomen ook in voor het beperken van geluidsoverlast (project Vrouwenakker West). Op die manier draagt dit ook bij aan de ambitie van het creëren van een aantrekkelijke- en gezonde leefomgeving. We zijn momenteel volop in ontwikkeling. Impressie nieuwe woonbuurt Hart van Vrouwenaker Ontwikkelen groennorm Op dit moment ontbreekt er een norm voor de kwaliteit en hoeveelheid bomen en groen die nodig zijn op een ontwikkellocatie om de gewenste doelstellingen te bereiken. Door initiatieven binnen de organisatie ontstaan er gerichte uitvragen bij aanbestedingen van ontwikkellocaties. Door het ontbreken van een heldere (minimale) norm bestaat de kans dat de bijdrage aan de gemeentelijke ambities per ontwikkellocatie wisselend is. Ook het huidige Handboek Openbare Ruimte, waarin de technische eisen en randvoorwaarden zijn opgenomen bevat geen minimale norm voor de aanplant van bomen en de aanleg van groen. Het is van belang dit te concretiseren in een normering voor de hoeveelheid aan te planten bomen en groen. Zo voorkomen we dat er in de toekomst problemen met hittestress en/of wateroverlast ontstaan. In januari 2024 heeft Sweco in opdracht van Natuur en Milieu, Vogelbescherming Nederland, ANWB en Staatsbosbeheer een vergelijking gemaakt van tien bestaande groennormen en een financiële doorrekening van de drie best beoordeelde normen*. Deze normen variëren van algemene normen van de Europese Unie en de World Health Organisation (WHO) tot specifieke normen zoals vastgelegd in de norm ‘Groene stadslandschappen’. Met de kennis van de rapportage van Sweco neemt de afdeling Beheer Openbare Ruimte het initiatief om samen met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondgebied een passende groennorm te selecteren of te omschrijven. Dit nemen we op in een nieuwe versie van het Handboek Openbare Ruimte. Overige bepalingen Ondanks dat een éénduidige groennorm ontbreekt hanteren we bij het ontwikkelen van nieuwe woon- en werklocaties de volgende richtlijnen: 5.2.1 ‘Kwaliteit boombestand’. 5.2.2 ‘Kwantiteit boombestand’, onderdeel ‘Inzetten op het behoud van bomen’ (inclusief bijbehorende bijlagen). We streven ernaar om in elke ontwikkellocatie minimaal één toekomstig monumentale boom aan te planten. * Bron: Een praktische verkenning naar een Nederlandse Groennorm, Sweco Nederland b.v. 15-1-2024 5.2.3Uitbreiden areaal bomen en bosschages In paragraaf 3.2 Provinciaal beleid (Bos- en bomenbeleid) en paragraaf 3.3 ‘Gemeentelijke regelgeving en beleid’ is de ambitie opgenomen om het aandeel bomen en bosschages in onze gemeente toe te laten nemen met oog op biodiversiteit en klimaatadaptatie. Niet alleen binnen de bebouwde kom, maar ook in het buitengebied. De provincie ondersteunt met name aanplant door particulieren en bedrijven. Gemeentelijk beleid is op dit moment met name gericht op het eigen areaal. Initiatieven zijn te splitsen in een rol voor de gemeente of een rol voor particulieren. Rol gemeente Recent zijn er in het kader van ‘Operatie Steenbreek’ Tiny Forests in de gemeente aangelegd. Daarnaast is de aanleg van een perceel bos in de Noordse Buurt in voorbereiding. Dit draagt bij aan de ambitie om het aandeel bomen en bosschages toe te laten nemen. Een andere ambitie is de aanplant van meer bomen in de wijk met het oog op het verlagen van hittestress. Er is voor deze ambitie op dit moment geen extra budget vrijgemaakt. Dat heeft als gevolg dat we deze ambitie alleen vervullen als we een boom die uitvalt vervangen of bij een integrale reconstructie van een wijk, weg of straat. Extra bomen aanplanten bij een integrale reconstructie is wel mogelijk omdat we dure maatregelen voor het maken van een goede groeiplaats combineren met de civiele werkzaamheden. Zo besparen we kosten. Bijkomend voordeel is dat we de aanplant van extra bomen direct meenemen in het participatieproces met betrokken bewoners. Om te bepalen waar de focus ligt voor extra aanplant van bomen gebruiken we de informatie uit de ‘Klimaatstresstest Gemeente Nieuwkoop’ die in opdracht van de Gemeente Nieuwkoop is uitgevoerd*. De stresstest is weergegeven in digitale kaarten met informatie over hittestress en wateroverlast, peildatum 2020 en in de toekomst
(2050). We gebruiken de kaarten met de indicatie voor de toekomst
(2050)om te bepalen waar extra bomen het meest nodig zijn. De afspraken die we vastleggen bij ‘Vervangen van bomen die uitvallen’ en ‘Inzetten op het behoud bomen’ hebben als gevolg dat het aantal bomen uiteindelijk zal toenemen (rentmeesterschap). De inzet bij het aanplanten van deze nieuwe bomen is dat ze niet altijd in de straat, maar juist ook nabij de woonstraten worden aangeplant, bijvoorbeeld in speelplaatsen, wijkparken en buurtparken. Op deze manier versterken de koele plekken in de woonwijken. We gebruiken de kaarten met afstand tot een koele plek om de vervangende aanplant te prioriteren*. Rol particulieren De provincie zet via de initiatieven Plan Boom en Meerbomen.nu in op particulier initiatief voor de aanplant van meer bomen en bosschages. Ook de gemeente kan de aanplant van bomen en bosschages (houtopstanden) door particulieren (en bedrijven) stimuleren. Feitelijk is er geen verschil in voordelen op het gebied van leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit of houtopstanden in gemeentelijk of particulier bezit zijn. Ook als er bijvoorbeeld een bepaalde mate van hittestress in woonwijken voorkomt dragen particuliere bomen en struiken bij aan het dempen hiervan. We gaan het belang van bomen en struiken bij particulieren onder de aandacht brengen en particulieren ook *Bron: https://www.duurzaam-nieuwkoop.nl/klimaatadaptatie (klimaatstresstest) stimuleren daadwerkelijk bomen en struiken aan te planten. In het buitengebied kan het bijvoorbeeld gaan om nieuwe windsingels of geriefbosjes. Hiervoor onderzoeken we de volgende mogelijkheden en initiatieven: het uitdelen van een boom of struik voor nieuwe bewoners van een nieuwe woonwijk; het stimuleren van het aanplanten van bomen en bosschages door particulieren. Toelichting De aanleg van nieuwe woonwijken is een uitgelezen moment om met de nieuwe bewoners in gesprek te gaan over de ambities op het gebied van leefomgeving, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Door geschikte bomen of struiken beschikbaar te stellen kunnen particulieren bijdragen en zorgt dit voor extra bewustwording. Dit kan een toevoeging zijn op de initiatieven richting particulieren die we op dit moment al nemen in het kader van ‘Operatie Steenbreek’. Op dit moment is hiervoor € 100.000,- per jaar beschikbaar vanuit riolering (klimaatadaptatie). Op dit moment neemt de gemeente nog niet actief deel aan de initiatieven Plan Boom en Meerbomen.nu. De organisatie Plan Boom kan de gemeente helpen met het stimuleren van particuliere initiatieven en zorgen voor plantmateriaal. De organisatie Meerbomen.nu richt zich met name op het oogsten van geschikt aanplantmateriaal dat op andere plekken ongewenst is. Door dit actief uit te delen kunnen particulieren gratis aan plantmateriaal komen. Advertentie website www.meerbomen.nu Aanvullende informatie over beide initiatieven is opgenomen in bijlage 2 ‘Provinciaal beleid, uitwerking groene speerpunten’ (Bos- en bomenbeleid). Beleidsafspraken : Behoud en compensatie bestaande bomen (5.2.1) Als een boom uitvalt planten we een nieuwe boom terug. Als een knotboom uitvalt planten we die in principe terug, maar bekijken we kritisch of herplant noodzakelijk is voor het behoud van het landschapselement waar ze onderdeel van uitmaken. We hanteren het overzicht uit tabel 7 ‘Instellingen Boommonitor per beleidsklasse boom’ als uitgangspunt bij het bepalen van de benodigde groeiruimte en groeiplaats van de vervangede boom. Is het niet mogelijk een boom van de zelfde grootte te herplanten dan hanteren we het overzicht uit tabel 10 ‘compenseren inboet bestaande boom’ en tabel 11 ‘prioritering keuze alternatieve locatie inboet bestaande boom’. Voorafgaand aan een project of (bouw)ontwikkeling brengen we de bestaande bomen in kaart en voeren we boom effect analyse in het gebied uit. In toekomstige openbaar gebied kennen we de bestaande bomen die we behouden een beleidsklasse toe. Bij de afweging of we inzetten op het behoud van bomen bij projecten en (bouw)ontwikkelingen hanteren we het overzicht uit bijlage 7 ‘Tabel afweging behoud, verplanten of vervangen bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’. In bestaand openbaar gebied compenseren we niet het aantal bomen maar het verlies in kroonvolume (excl. Boom met verkorte omloop). We hanteren hiervoor het overzicht uit bijlage 8 ‘Tabel compensatie bomen in projecten en (bouw)ontwikkelingen’. Als bomen nog niet in gemeentelijk beheer en eigendom zijn zal er geen sprake zijn van verplichting tot compensatie, tenzij het een (toekomstig) beschermwaardige boom (Beleidsklasse 1) betreft. Richtlijnen hoeveelheid aanplant en kwaliteit aanplant bij nieuwe ontwikkellocaties (5.2.2) We streven er naar om in elke ontwikkellocatie een (toekomstig) beschermwaardige boom aan te planten. Uitbreiden areaal bomen en bosschages (5.2.3) We streven er naar bij het uitvoeren van projecten (reconstructies) extra bomen in de wijken aan te planten. Bij een integrale reconstructie van wijk, weg of straat streven we naar de aanplant van extra bomen. We stellen prioriteiten op basis van de beschikbare gegevens uit de ‘Klimaatstresstest Gemeente Nieuwkoop’. Te compenseren bomen kunnen we ook in groengebieden in een wijk aanplanten. Zo versterken we koele plekken in de wijk. Werkplan : Richtlijnen hoeveelheid aanplant en kwaliteit aanplant bij nieuwe ontwikkellocaties (5.2.2) De afdeling Beheer Openbare Ruimte neemt het initiatief om samen met de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling en Grondgebied een passende groennorm te selecteren of te omschrijven. Dit nemen we op in een nieuwe versie van het Handboek Openbare ruimte. (Q4 2024) Uitbreiden areaal bomen en bosschages (5.2.3) De inzet voor de aanleg van Tiny Forests zetten wij voort; We onderzoeken de mogelijkheid om bij het in gebruik nemen van een nieuwe woonwijk een gratis boom of struik aan nieuwe bewoners beschikbaar te stellen. (Q1 2025) We onderzoeken de mogelijkheid om actief aan te sluiten bij de initiatieven Meerbomen.nu en Plan Boom. (Q1 2025) 5.3Bomen en overlast Er is steeds meer bekend over de positieve bijdrage die bomen leveren, zogenaamde ecosysteemdiensten. Hierdoor ontstaat er over het algemeen ook meer draagvlak voor de aanwezigheid van bomen. Maar diverse inwoners ervaren nog steeds hinder of overlast van bomen en dat zal waarschijnlijk altijd zo blijven. Hinder en overlast is in te delen in de volgende onderwerpen: Zonnepanelen en bomen. Schaduw van bomen. Blad, vruchten, insecten, vogels. Bomen en allergie. Door richtlijnen vast te stellen hoe we omgaan met verschillende vormen van overlast ontstaat er duidelijkheid voor zowel inwoners als de gemeentelijke organisatie. Mochten we tot het besluit komen dat een boom vanwege een bovenmatige overlastsituatie toch moet wijken dan passen we de afspraken uit paragraaf 5.2.2 ‘Kwantiteit boombestand’, onderdeel ‘Inzetten op het behoud van bomen’ toe (inclusief bijbehorende bijlagen). Dit sluit aan bij het principe van het rentmeesterschap. We lossen de situatie op, maar met een uiteindelijke meerwaarde voor ons openbaar gebied. Bij alle onderwerpen houden we rekening met deze beleidslijn: Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast omdat het algemeen belang van bomen hiertegen opweegt. Bij de aanplant van een nieuwe boom houden we rekening met het voorkomen van bovenmatige vormen van overlast. In extreme overlastsituaties (bovenmatige overlast) kunnen we inwoners tegemoetkomen, afhankelijk van de mate van overlast, het (maatschappelijk) belang en de beleidsstatus van een boom. Hieronder zijn de onderwerpen verder uitwerkt rekening houdend met bovenstaande beleidslijn. 5.3.1Zonnepanelen en bomen We hanteren verschillende uitgangspunten als het gaat om nieuwe en bestaande situaties. Als er een melding is van vermeende hinder of overlast maken we een afweging op basis van de lijn ‘Nieuwbouwlocaties’ en ‘Bestaande situatie’. In de afweging maken we geen onderscheid in de beleidsklasse van een boom. Nieuwbouwlocaties Op nieuwbouwlocaties streeft de gemeente naar een goede verhouding tussen groen en bebouwing. Bij de aanplant van bomen wordt rekening gehouden met de komst of aanwezigheid van zonnepanelen op woningen en overige panden. Als gekozen moet worden tussen aanplant van bomen en het rendement van zonnepanelen, dan heeft het belang van bomen voorrang. Wel kijken we of met kleine aanpassingen beide kunnen samengaan. Voor de bouw van nieuwe woningen of een nieuwe woning grenzend aan bestaand openbaar gebied vervangen we in dit bestaande openbare gebied geen bomen omwille van de opbrengst van zonnepalen. Bestaande situaties In bestaande situaties verwachten we dat inwoners en bedrijven bij plaatsing van zonnepanelen rekening houden met de bestaande bomen (en hun groei). Als blijkt dat door de bomen het rendement van zonnepanelen (in de toekomst) lager wordt, dient de initiatiefnemer zelf de afweging te maken of het plaatsen van zonnepanelen zinvol is. Men kan geen rechten laten gelden op een maximaal rendement als in de directe omgeving van het gebouw bomen staan. Ook snoeien we geen bomen met als reden het rendement van zonnepanelen te verhogen. Zonnepanelen bij herinrichting openbare ruimte Bij een herinrichting van de openbare ruimte waarbij het bestaande groen verandert, geldt het uitgangspunt ‘nieuwbouwlocaties’. Wanneer bij herinrichting de bestaande bomen worden behouden, geldt het uitgangspunt ‘bestaande situaties’. 5.3.2Schaduw van bomen We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast door schaduwvorming. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een bovenmatige vorm van overlast. In dat geval kan het verantwoord zijn om toch tot vervanging van de betreffende boom of bomen over te gaan. Om te bepalen wat bovenmatige overlast door bomen is, hanteren wij de ‘Lichte TNO’ norm. Dit houdt in dat het ‘gebrek aan bezonning’ hieraan wordt getoetst. De beleidsklasse van de boom is bepalend voor welke gedeelte van de woning of het erf hiervoor in aanmerking komen. Hierbij hanteren wij het principe de eiser bewijst. De eiser laat een bezonningsonderzoek uitvoeren op basis van deze norm. Als blijkt dat er sprake is van overschrijding van de ‘Lichte’ TNO-norm nemen wij de kosten voor het benodigde bezonningsonderzoek over. Toelichting: 'Lichte' TNO-norm, (TNO, 1962) Voor voldoende bezonning in de woonkamer : Tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 feb.- 21 okt. t.p.v. midden vensterbank binnenkant raam. 'Strenge' TNO-norm, (TNO, 1 962) Voor goede bezonning in de woonkamer : Tenminste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 21 jan.- 22 nov. t.p.v. midden vensterbank binnenkant raam. Bron: TNO, publicatie Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving (2005, Zonneveld L, Groot, E.H. de) We hanteren de volgende normen om te bepalen of er sprake is van bovenmatige overlast en hoe we per beleidsklasse van een boom hiermee omgaan: Bomen met beleidsklasse I ‘(toekomstig) monumentale bomen’ vervangen we nooit omwille van schaduwvorming. Bij bomen met beleidsklasse II ‘structuurboom’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, voor- of achtertuinen zijn uitgesloten. Bij bomen met beleidsklasse III ‘overige boom’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer of achtertuin leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, en voortuinen zijn uitgesloten. Bij bomen met beleidsklasse IV ‘boom met verkorte omloop’ is het ‘gebrek aan bezonning’ in de woonkamer of achtertuin leidend. Gebrek aan bezonning in andere woongedeeltes, en voortuinen zijn uitgesloten. In uitzonderlijke gevallen kan het snoeien van bomen een tijdelijke oplossing bieden. Wij snoeien bomen volgens de richtlijnen uit de meest recente versie van het Handboek Bomen (hoofdstuk ‘Snoeien van bomen’). Hierbij voeren we alleen snoeiwerkzaamheden uit die passen bij onderhoudssnoei regulier boombeeld en bij hoge uitzondering achterstallig boombeeld of specifieke snoei uitlichten kroonrand (niet innemen kroonrand). Werkzaamheden voeren we uit tijdens de reguliere ingeplande snoeironde. 5.3.3Blad, takken, vruchten, insecten, vogels We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast door blad, takken, vruchten, insecten of vogels. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een bovenmatige vorm van overlast. In dat geval kan het verantwoord zijn om toch tot vervanging van de betreffende boom of bomen over te gaan. Gaan we over tot het vervangen van bomen in groen- of laanstructuren dan streven we ernaar zoveel mogelijk van de bestaande bomen te behouden en alleen bomen te vervangen die de daadwerkelijke bovenmatige overlast veroorzaken. We hanteren de volgende normen om te bepalen of er sprake is van bovenmatige overlast en hoe we per beleidsklasse van een boom hiermee omgaan: Bomen met beleidsklasse I ‘(toekomstig) monumentale bomen’ vervangen we nooit omwille van hinder of overlast door blad, takken, vruchten, insecten of vogels. Bij bomen met beleidsklasse II ‘structuurboom’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met een individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging vindt plaats in combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie. Bij bomen met beleidsklasse III ‘overige boom’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met een individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen, of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging kan ook plaatsvinden n.a.v. een aparte casus. Een combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie is niet nodig. Bij bomen met beleidsklasse IV ‘boom met verkorte omloop’ vervangen we alleen als er een breder maatschappelijk belang is voor meerdere inwoners van een straat of wijkgedeelte en niet in verband met en individueel belang. Voorbeelden hiervan zijn beperkingen in het gebruik van parkeerplaatsen, of situaties waarbij bomen te groot voor de standplaats zijn en het groeien over erfgrenzen als hinderlijk wordt ervaren. Vervanging kan ook plaatsvinden n.a.v. een aparte casus. Een combinatie met een integrale wijk- of wegreconstructie is niet nodig. Bij het vervangen van bomen uit beleidsklasse I en II is er doorgaans sprake van grotere bomen. Ook zijn de eisen aan de inrichting van de groeiplaats en de wijze waarop we de aanplant compenseren hoger. Daarom is het van belang het vervangen (en compenseren) van dit type bomen te combineren met een integrale wij- of wegreconstructie. Zo kunnen we “werk met werk” maken en sparen we kosten uit. 5.3.4Bomen en allergie We verwijderen geen bomen voor hinder of overlast in de vorm van (hooikoorts)allergie. Uiteraard kunnen individuele bomen en boomgroepen lokaal allergie veroorzaken. Echter stuifmeel (of pollen) is in groten getale in de lucht aanwezig afhankelijk van de tijd v

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.